diff --git a/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md b/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md index d33621c08ad..ddea57a687b 100644 --- a/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md +++ b/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md @@ -284,14 +284,14 @@ b. zolang hij na het tijdvak van 52 weken nog ongeschikt is tot het verrichten v **5.** -De in het derde lid bedoelde aanvullende uitkering is gelijk aan het verschil tussen: +De in het vierde lid bedoelde aanvullende uitkering is gelijk aan het verschil tussen: a. een percentage van de bezoldiging die de gewezen rechterlijk ambtenaar in het jaar voorafgaand aan zijn ontslag heeft genoten; en b. de aan hem toegekende WAO-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een hem toegekend invaliditeitspensioen of een hem toegekende herplaatsingstoelage. **6.** -Het percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: +Het percentage, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: 80% of meer: 90,02%; @@ -307,7 +307,7 @@ Het percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de ma 15 tot 25%: 18,00%. -**7.** Geen recht op een aanvullende uitkering als bedoeld in het derde lid heeft de gewezen rechterlijk ambtenaar die recht heeft op suppletie overeenkomstig artikel 33. In afwijking van de eerste volzin heeft de gewezen rechterlijk ambtenaar, bedoeld in het derde lid, wel recht op een aanvullende uitkering, indien zijn recht op suppletie niet tot uitbetaling komt ingevolge artikel 4 van de in artikel 33 van overeenkomstige toepassing verklaarde Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk. +**7.** Geen recht op een aanvullende uitkering als bedoeld in het vierde lid heeft de gewezen rechterlijk ambtenaar die recht heeft op suppletie overeenkomstig artikel 33. In afwijking van de eerste volzin heeft de gewezen rechterlijk ambtenaar, bedoeld in het vierde lid, wel recht op een aanvullende uitkering, indien zijn recht op suppletie niet tot uitbetaling komt ingevolge artikel 4 van de in artikel 33 van overeenkomstige toepassing verklaarde Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk. **8.** De gewezen rechterlijk ambtenaar aan wie op eigen verzoek ontslag is verleend met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst en artikel 1.5 van het pensioenreglement, heeft slechts aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging onderscheidenlijk 70% van de laatstelijk genoten bezoldiging, voorzover deze tezamen met de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 4 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering, de laatstgenoten bezoldiging onderscheidenlijk 70% van de laatstgenoten bezoldiging niet overschrijdt. @@ -420,7 +420,7 @@ c. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar De aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 18, vierde tot en met zesde lid, eindigt: -a. met ingang van de dag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar niet meer voldoet aan de in artikel 18, derde lid, genoemde voorwaarden; +a. met ingang van de dag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar niet meer voldoet aan de in artikel 18, vierde lid, genoemde voorwaarden; b. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de gewezen rechterlijk ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of c. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar is overleden. @@ -530,7 +530,7 @@ b. onder «betrokkenen» wordt verstaan: 1°. degenen wier rechtspositie is geregeld op grond van de wet; 2°. gewezen personeel als bedoeld in onderdeel 1°, waaraan wegens ontslag uit de betrekking een uitkering is toegekend krachtens of op de voet van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, de Uitkeringsregeling 1966, een vutovereenkomst als bedoeld in de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel, of krachtens een andere overeenkomstige regeling; -3°. degenen aan wie een pensioen is toegekend krachtens het pensioenreglement en die in de maand voorafgaande aan de pensionering behoorden tot de categorieën, bedoeld in onderdeel 1° of 2°; +3°. degenen aan wie een pensioen is toegekend krachtens het pensioenreglement en die in de maand voorafgaande aan de pensionering behoorden tot de categorieën, bedoeld in onderdeel 1° of 2°; 4°. de krachtens het reglement, genoemd in onderdeel 3°, weduwen of weduwnaarspensioengenietende niet hertrouwde weduwen of weduwnaars van degenen die op de dag van overlijden betrokkenen waren in de zin van dit besluit, of betrokkenen zouden zijn geweest indien dit besluit op die dag van kracht zou zijn geweest; 5°. gewezen personeel als bedoeld in onderdeel 1° aan wie een WAO-uitkering als bedoeld in artikel 31 van de Wet privatisering ABP is toegekend. @@ -566,7 +566,7 @@ De gewezen rechterlijk ambtenaar die krachtens dit hoofdstuk aanspraak heeft op **1.** Na het overlijden van de gewezen rechterlijk ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op grond van artikel 18 of artikel 26 in het genot was van de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging onderscheidenlijk 70% daarvan, wordt aan de in artikel 18 van de wet bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel uitgekeerd een bedrag, gelijk aan de bezoldiging die de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot onderscheidenlijk 70% daarvan, berekend over een tijdvak van drie maanden. -**2.** Op de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de ZW, artikel 53 van de WAO of de artikelen 6 of 11 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. Artikel 25, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op deze uitkeringen. +**2.** Op de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de ZW, artikel 53 van de WAO of de artikelen 6 of 11 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. Artikel 25, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op deze uitkeringen. ### Artikel 32 @@ -607,7 +607,7 @@ Aan de rechterlijk ambtenaar, die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbe **1.** -Anders dan op diens aanvraag, bij wijze van straf of ingevolge artikel 7 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement, de artikelen 95, 96a, 96b of 97 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of artikel 125e, tweede lid, van de Ambtenarenwet, kan de rechterlijk ambtenaar worden ontslagen op grond van: +Anders dan op diens aanvraag, bij wijze van straf of ingevolge artikel 7 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement, de artikelen 95, 96a, 96b of 97 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of artikel 125e, tweede lid, van de Ambtenarenwet, kan de rechterlijk ambtenaar worden ontslagen op grond van: a. het verlies van een vereiste voor de benoembaarheid, door het bevoegde gezag gesteld bij een regeling aan de benoeming voorafgegaan, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van het ambt geldt; b. het aangaan van een graad van zwagerschap, die de benoembaarheid tot het ambt zou uitsluiten; @@ -638,7 +638,7 @@ b. perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid tijdens het zwanger **5.** -Voor de berekening van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, anders dan bedoeld in het vijfde lid, samengeteld: +Voor de berekening van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, anders dan bedoeld in het vierde lid, samengeteld: a. indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen; of b. indien de ene periode van ongeschiktheid direct voorafgaat aan en de andere periode van ongeschiktheid direct aansluit op het tijdvak gedurende welke zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, en de ongeschiktheid in deze perioden redelijkerwijs geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. @@ -657,11 +657,11 @@ c. indien het UWV op grond van artikel 71a, negende lid, van de WAO een tijdvak **9.** De functionele autoriteit stelt de rechterlijk ambtenaar er schriftelijk van in kennis dat de procedure, bedoeld in het zevende lid, wordt ingesteld. Daarbij wijst de functionele autoriteit de rechterlijk ambtenaar op de mogelijkheid om een arts van zijn keuze te laten deelnemen aan de procedure. -**10.** De kennisgeving, bedoeld in het negende lid, geschiedt niet eerder dan nadat de rechterlijk ambtenaar gedurende een onafgebroken periode van 18 maanden ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Het vijfde en zesde lid zijn hierbij van overeenkomstige toepassing. +**10.** De kennisgeving, bedoeld in het negende lid, geschiedt niet eerder dan nadat de rechterlijk ambtenaar gedurende een onafgebroken periode van 18 maanden ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Het vierde en vijfde lid zijn hierbij van overeenkomstige toepassing. **11.** De in het zevende lid bedoelde arts stelt naar aanleiding van zijn bevindingen een rapport op. Hij zendt dit rapport aan de functionele autoriteit en een afschrift aan de rechterlijk ambtenaar. -**12.** Indien herplaatsing als bedoeld in het derde lid, onder *c*, plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de rechterlijk ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren. +**12.** Indien herplaatsing als bedoeld in artikel 35 plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de rechterlijk ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren. ### Artikel 36a