2008-01-01 | BWBR0017837 | Wet werk en inkomen kunstenaars
This commit is contained in:
parent
be65c0da16
commit
7bc85597a4
1 changed files with 27 additions and 19 deletions
|
|
@ -93,7 +93,7 @@ g. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen
|
|||
h. rente ontvangen over op grond van artikel 7, tweede lid, onderdelen c en d, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden;
|
||||
i. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade;
|
||||
j. giften en andere dan de in onderdeel i bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade, voorzover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van de verlening van de uitkering verantwoord zijn;
|
||||
k. een no-claimteruggave als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
k. een uitkering als bedoeld in artikel 118a, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -118,8 +118,8 @@ b. betrekking hebben op het kalenderjaar waarover beroep op uitkering wordt geda
|
|||
|
||||
Het inkomen uit studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor levensonderhoud waarnaar deze is berekend, met dien verstande dat het normbedrag voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 3.2 van die wet, wordt gesteld op:
|
||||
|
||||
a. voor een thuisinwonende studerende: € 271,06 per 1 januari 2007: € 294,50 per kalendermaand;
|
||||
b. voor een uitwonende studerende: € 486,94 per 1 januari 2007: € 529,03 per kalendermaand.
|
||||
a. voor een thuisinwonende studerende: € 271,06 per 1 januari 2008: € 297,89 per kalendermaand;
|
||||
b. voor een uitwonende studerende: € 486,94 per 1 januari 2008: € 535,11 per kalendermaand.
|
||||
|
||||
**3.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor de basistoelage, bedoeld in artikel 4.3 van die wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -140,16 +140,16 @@ a. vermogen noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar;
|
|||
b. bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van de kunstenaar of zijn gezin, noodzakelijk zijn;
|
||||
c. het bij de aanvang van de uitkering aanwezige vermogen, voorzover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, bedoeld in het derde lid;
|
||||
d. spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin uitkering wordt ontvangen;
|
||||
e. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 9, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42.000,00 per 1 januari 2007: € 44.300,00;
|
||||
e. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 9, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42.000,00 per 1 januari 2008: € 44.900,00;
|
||||
f. vergoedingen voor immateriële schade als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdelen i en j.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde vermogensgrens is:
|
||||
|
||||
a. voor een alleenstaande: € 4.975,00 per 1 januari 2007: € 5.245,00;
|
||||
b. voor een alleenstaande ouder: € 9.950,00 per 1 januari 2007: € 10.490,00;
|
||||
c. voor de gehuwden tezamen: € 9.950,00 per 1 januari 2007: € 10.490,00.
|
||||
a. voor een alleenstaande: € 4.975,00 per 1 januari 2008: € 5.325,00;
|
||||
b. voor een alleenstaande ouder: € 9.950,00 per 1 januari 2008: € 10.650,00;
|
||||
c. voor de gehuwden tezamen: € 9.950,00 per 1 januari 2008: € 10.650,00.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -170,9 +170,9 @@ De kunstenaar heeft recht op uitkering indien hij, of voorzover van toepassing z
|
|||
|
||||
a. niet over in aanmerking te nemen vermogen beschikt en het in aanmerking te nemen inkomen per maand:
|
||||
|
||||
1°. van een alleenstaande lager is dan € 1.024,10 per 1 juli 2007: € 1.092,75;
|
||||
2°. van een alleenstaande ouder lager is dan € 1.207,43 per 1 juli 2007: € 1.294,90;
|
||||
3°. van gehuwden lager is dan € 1.349,13 per 1 juli 2007: € 1.422,36, en
|
||||
1°. van een alleenstaande lager is dan € 1.024,10 per 1 januari 2008: € 1.106,95;
|
||||
2°. van een alleenstaande ouder lager is dan € 1.207,43 per 1 januari 2008: € 1.311,51;
|
||||
3°. van gehuwden lager is dan € 1.349,13 per 1 januari 2008: € 1.441,80, en
|
||||
b. gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode als kunstenaar werkzaam is geweest volgens bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen voorwaarden en in die periode met die werkzaamheden een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen bruto-inkomen heeft verworven, of
|
||||
c. de aanvraag op grond van deze wet heeft ingediend binnen 12 maanden nadat hij met goed gevolg een opleiding op het gebied van de kunst, een voortgezette opleiding op het gebied van de kunst, of een voortgezette opleiding bouwkunst als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek heeft voltooid, voorzover deze opleiding gericht is op de uitoefening van het kunstenaarschap, dan wel een daarmee vergelijkbare, door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij ministeriële regeling aan te wijzen, opleiding heeft voltooid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -254,9 +254,9 @@ De uitkering wordt per kalendermaand om niet verleend en betaald en per kalender
|
|||
|
||||
De uitkering bedraagt per kalendermaand voor:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande: € 648,04 per 1 juli 2007: € 685,64;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 828,31 per 1 juli 2007: € 886,28;
|
||||
c. gehuwden: € 954,73 per per 1 juli 2007: € 1.001,32.
|
||||
a. een alleenstaande: € 648,04 per 1 januari 2008: € 694,12;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 828,31 per 1 januari 2008: € 897,18;
|
||||
c. gehuwden: € 954,73 per 1 januari 2008: € 1.014,28.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de echtgenoot van de kunstenaar in een omstandigheid verkeert als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b of c, wordt de hoogte van de uitkering vastgesteld op het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder.
|
||||
|
||||
|
|
@ -273,9 +273,9 @@ Bij de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering wordt van het vol
|
|||
a. over de periode in het kalenderjaar waarin geen uitkering is ontvangen wordt niet in aanmerking genomen het bruto-inkomen tot een maximum per maand van het in artikel 8, onderdeel a, genoemde van toepassing zijnde bedrag, vermeerderd met de door de kunstenaar of zijn gezin verschuldigde inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, voor zover deze hen niet op grond van artikel 46 van de Zorgverzekeringswet zijn vergoed;
|
||||
b. het na toepassing van onderdeel a overblijvende meerinkomen wordt in aanmerking genomen over de periode waarin in het betreffende kalenderjaar uitkering is verleend, voorzover dat tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, over deze periode per maand meer bedraagt dan:
|
||||
|
||||
1°. € 1.355,98 per 1 juli 2007: € 1.449,05 voor een alleenstaande;
|
||||
2°. € 1.673,05 per 1 juli 2007: € 1.805,47 voor een alleenstaande ouder;
|
||||
3°. € 1.871,42 per 1 juli 2007: € 2.002,16 voor gehuwden.
|
||||
1°. € 1.355,98 per 1 januari 2008: € 1.469,31 voor een alleenstaande;
|
||||
2°. € 1.673,05 per 1 januari 2008: € 1.835,72 voor een alleenstaande ouder;
|
||||
3°. € 1.871,42 per 1 januari 2008: € 2.033,67 voor gehuwden.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid en artikel 5, eerste lid, onderdeel b, wordt bij een kunstenaar wiens uitkering is beëindigd in verband met het bereiken van de maximale uitkeringsduur op grond van artikel 19, het inkomen van de kunstenaar of zijn gezin slechts in aanmerking genomen over de periode van het kalenderjaar voorafgaand aan het tijdstip met ingang waarop de uitkering is beëindigd, voorzover dat inkomen tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, over deze periode per kalendermaand meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
|
|
@ -338,7 +338,7 @@ De kunstenaar is verplicht:
|
|||
|
||||
a. naar behoren een administratie te voeren;
|
||||
b. zich naar vermogen in te spannen om met zijn kunst zelfstandig in het bestaan te voorzien al dan niet in een gemengde beroepspraktijk;
|
||||
c. aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag dat aan hem als uitkering wordt betaald;
|
||||
c. aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag dat aan hem als uitkering wordt betaald. De verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is;
|
||||
d. aan het college desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht terstond ter inzage te verstrekken, voorzover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet;
|
||||
e. aan de adviserende instelling op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de uitoefening van de taken van de adviserende instelling;
|
||||
f. zich naar vermogen in te spannen om gebruik te maken van de, op verzoek van de kunstenaar, aangeboden voorzieningen, bedoeld in artikel 21.
|
||||
|
|
@ -407,6 +407,10 @@ Het college besluit, gehoord de adviserende instelling, of:
|
|||
a. de aanvraag is ingediend door een kunstenaar, en of aan de eisen, bedoeld in artikel 8, onderdelen b en c, voldaan wordt, of
|
||||
b. de uitkering moet worden beëindigd om de reden, bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel c.
|
||||
|
||||
### Artikel 23a
|
||||
|
||||
Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van paragraaf 5.4 en hoofdstuk 6, in de plaats van de betrokken colleges.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Indien door het college is vastgesteld dat recht op uitkering bestaat, wordt de uitkering toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voorzover deze dag niet ligt voor de dag waarop de kunstenaar zich heeft gemeld om een uitkering aan te vragen.
|
||||
|
|
@ -595,7 +599,7 @@ Onze Minister oefent de hem in de artikelen 35, 36 en 37 verleende taken en bevo
|
|||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** Een ieder is verplicht desgevraagd en bevoegd uit eigen beweging aan het college kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken omtrent feiten en omstandigheden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet ten opzichte van de kunstenaar of zijn echtgenoot te wiens behoeve uitkering is gevraagd of wordt verleend en die in zijn dienst dan wel te zijnen behoeve werkt of heeft gewerkt. De verplichting strekt zich mede uit tot de inkomsten van de kunstenaar of zijn echtgenoot van wie kosten van uitkering ingevolge hoofdstuk 4 worden of kunnen worden teruggevorderd.
|
||||
**1.** Een ieder is verplicht desgevraagd en bevoegd uit eigen beweging aan het college kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken omtrent feiten en omstandigheden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet ten opzichte van de kunstenaar of zijn echtgenoot te wiens behoeve uitkering is gevraagd of wordt verleend en die in zijn dienst dan wel voor hem arbeid verricht, heeft verricht of zou kunnen gaan verrichten. De verplichting strekt zich mede uit tot de inkomsten van de kunstenaar of zijn echtgenoot van wie kosten van uitkering ingevolge hoofdstuk 4 worden of kunnen worden teruggevorderd.
|
||||
|
||||
**2.** De opgaven en inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd binnen een door het college schriftelijk te stellen termijn verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -620,7 +624,7 @@ l. de instanties die in het kader van de openbare nutsvoorziening energie en wat
|
|||
m. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de arbeidsinschakeling van personen bevorderen;
|
||||
n. de Belastingdienst/Toeslagen betreffende de toekenning van tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer betreffende de toepassing van de Wet bevordering eigenwoningbezit.
|
||||
|
||||
**2.** Het vragen door het college en het verstrekken door de in het eerste lid bedoelde instanties van de in het eerste lid bedoelde opgaven en inlichtingen geschiedt in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen door tussenkomst van het Inlichtingenbureau. Het Inlichtingenbureau voert ten behoeve van de verwerking van deze opgaven en inlichtingen een administratie.
|
||||
**2.** Het vragen door het college en het verstrekken door de in het eerste lid bedoelde instanties van de in het eerste lid bedoelde opgaven en inlichtingen kan geschieden door tussenkomst van het Inlichtingenbureau.
|
||||
|
||||
**3.** Griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, zijn verplicht desgevraagd aan het college, kosteloos alle gegevens en uittreksels of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -712,6 +716,10 @@ b. de doeltreffendheid van deze wet.
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister kan, indien hij met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen constateert, aan het college, nadat het gedurende acht weken in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, een aanwijzing geven. Hij treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake individuele gevallen. In een aanwijzing wordt een termijn opgenomen waarbinnen het college de uitvoering in overeenstemming heeft gebracht met deze aanwijzing.
|
||||
|
||||
### Artikel 45a
|
||||
|
||||
Met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.4. Informatie
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue