From 7c07a96a780a0c01952a3f8a8e323c5b6152025a Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jul 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-07-01 | BWBR0003237 | Besluit huurprijzen woonruimte --- .../BWBR0003237/README.md | 148 ++++++------------ 1 file changed, 52 insertions(+), 96 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-huurprijzen-woonruimte/BWBR0003237/README.md b/amvb/besluit-huurprijzen-woonruimte/BWBR0003237/README.md index 90c01c5c49f..5b22eb3597d 100644 --- a/amvb/besluit-huurprijzen-woonruimte/BWBR0003237/README.md +++ b/amvb/besluit-huurprijzen-woonruimte/BWBR0003237/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit huurprijzen woonruimte bwb_id: BWBR0003237 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2011-07-01' +datum_inwerkingtreding: '2024-06-26' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003237 citeertitel: Besluit huurprijzen woonruimte --- @@ -14,13 +14,22 @@ citeertitel: Besluit huurprijzen woonruimte **1.** In dit besluit wordt onder de zittingsvoorzitters verstaan: de zittingsvoorzitters, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte. -**2.** Onder woonruimte welke een zelfstandige woning vormt, wordt in dit besluit niet mede begrepen een woonwagen of een combinatie van een standplaats en een woonwagen. +**2.** Onder een woonruimte welke een zelfstandige woning vormt, wordt een woonruimte verstaan als bedoeld in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek, welke wordt bewoond door maximaal twee personen of welke wordt bewoond door drie of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben. Onder woonruimte welke een zelfstandige woning vormt, wordt in dit besluit niet mede begrepen een woonwagen of een combinatie van een standplaats en een woonwagen. **3.** Onder woonruimte welke niet een zelfstandige woning vormt, wordt in dit besluit niet mede begrepen een standplaats. +**4.** + +Wanneer een huurder van een woonruimte, zijnde één of twee personen of meer personen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben een deel van die woonruimte onderverhuurt aan één ander huishouden, geldt in afwijking van het tweede lid, dat het gedeelte dat de hoofdhuurder bewoont een zelfstandige woning blijft vormen, indien: + +a. de gehele woning gedurende een aaneengesloten periode van twee jaar, voorafgaand aan de onderverhuring, slechts door het eerst genoemde huishouden is bewoond; en, +b. het inwonende huishouden een huurovereenkomst heeft voor het gehuurde met de hoofdhuurder. + ### Artikel 2 -Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, is gelijk aan het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag. +**1.** Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, is de in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 12, eerste lid, genoemde huurprijsgrens, behorende bij de kwaliteit voor een woonruimte met 186 punten. + +**2.** Een woonruimte met een waardering die bij aanvang van de huurovereenkomst boven de grens ligt, bedoeld in het eerste lid, komt tot beëindiging van de huurovereenkomst, niet door een mindering van punten voor de WOZ-waarde onder de grens, bedoeld in het eerste lid, te vallen. ### Artikel 3 @@ -35,9 +44,9 @@ Het bedrag van de bij wijze van voorschot aan de Staat verschuldigde vergoeding, a. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een huurder is: € 25, dan wel -b. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een verhuurder is: € 300. +b. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een verhuurder is: € 500. -**2.** Indien de huurcommissie in drie achtereenvolgende kalenderjaren tweemaal onderscheidenlijk driemaal of meer op een verzoek als bedoeld in de artikelen 7: 249 en 7: 258, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek uitspraak heeft gedaan en daarbij, gelet op de strekking van het verzoekschrift, heeft geoordeeld dat de verhuurder de in het ongelijk gestelde partij is, wordt in het eerste lid, onderdeel b, voor € 300 gelezen € 700 onderscheidenlijk € 1.400. +**2.** Indien de huurcommissie in drie achtereenvolgende kalenderjaren onderscheidenlijk tweemaal, driemaal of viermaal of meer op een verzoek uitspraak heeft gedaan en daarbij, gelet op de strekking van het verzoekschrift, heeft geoordeeld dat de verhuurder de in het ongelijk gestelde partij is, wordt in het eerste lid, onderdeel b, voor € 500 onderscheidenlijk € 700, € 1.400, en € 1.750 gelezen. **3.** Het bedrag van de aan de Staat verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wordt vastgesteld op € 100. @@ -48,7 +57,7 @@ Het bedrag van de aan de Staat verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel 8 va a. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een huurder is: € 25, dan wel -b. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een verhuurder is: € 300. +b. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een verhuurder is: € 500. ### Artikel 5 @@ -56,11 +65,11 @@ b. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een verhuurder De in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bedoelde waardering van de kwaliteit van woonruimte vindt plaats: -a. voor woonruimte, welke een zelfstandige woning vormt, overeenkomstig het in bijlage I, onder A, van dit besluit vervatte waarderingsstelsel en de daarbij gegeven toelichting. -b. voor een woonwagen of een standplaats overeenkomstig het in bijlage I, onder C, van dit besluit vervatte waarderingsstelsel en de daarbij gegeven toelichting; -c. voor woonruimte, welke niet een zelfstandige woning vormt, overeenkomstig het in bijlage I, onder B, van dit besluit vervatte waarderingsstelsel en de bij bijlage I, onder A, gegeven toelichting voorzover deze mede op bijlage I, onder B, van toepassing is. +a. voor woonruimte, welke een zelfstandige woning vormt, overeenkomstig het in bijlage I, onder A, van dit besluit vervatte waarderingsstelsel en de daarbij gegeven toelichting; +b. voor een woonruimte, welke niet een zelfstandige woning vormt, overeenkomstig het in bijlage I, onder B, van dit besluit vervatte waarderingsstelsel en de daarbij gegeven toelichting en de bij bijlage I, onder A, gegeven toelichting voor zover deze mede op bijlage I, onder B, van toepassing is; +c. voor een woonwagen of een standplaats overeenkomstig het in bijlage I, onder C, van dit besluit vervatte waarderingsstelsel en de daarbij gegeven toelichting. -**2.** De huurcommissie kan, indien de aard van de woonruimte daartoe aanleiding geeft, de kwaliteit van woonruimte beoordelen in afwijking van het in het eerste lid bepaalde. +**2.** De huurcommissie, het college van burgemeester en wethouders en de rechter kan, indien de aard van de woonruimte daartoe aanleiding geeft, de kwaliteit van woonruimte beoordelen in afwijking van het in het eerste lid bepaalde. ### Artikel 6 @@ -94,12 +103,25 @@ Vervallen ### Artikel 8a -De maximale huurprijsgrens, behorende bij de kwaliteit van een woonruimte, wordt met 15% vermeerderd, indien: +**1.** De maximale huurprijs wordt met 35% vermeerderd indien de woonruimte bestaat uit of deel uitmaakt van een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet en de huurovereenkomst betreffende die woonruimte is afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur. + +**2.** Indien de woonruimte bestaat uit of deel uitmaakt van een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet en de huurovereenkomst betreffende die woonruimte is afgesloten voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur, wordt de waardering voor een zelfstandige woonruimte in bijlage I, onder A, met 50 punten vermeerderd en de waardering voor een onzelfstandige woonruimte in bijlage I, onder B, met 10 punten vermeerderd. + +**3.** De maximale huurprijsgrens wordt met 15% vermeerderd indien de woonruimte bestaat uit of deel uitmaakt van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeentelijk monument of een door gedeputeerde staten aangewezen provinciaal monument. + +**4.** De maximale huurprijs, behorende bij de kwaliteit van een middeldure huurwoonruimte als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014, wordt met 10% vermeerderd indien die woonruimte na 1 juli 2024 voor het eerst in gebruik wordt genomen als woonruimte en de bouw van deze woonruimte, of de verbouw van een ruimte met een andere gebruiksfunctie dan een woonfunctie naar een woonruimte met een woonfunctie, voor 1 januari 2028 is gestart. De vermeerdering geldt voor twintig jaar vanaf de dag van ingebruikname. + +**5.** + +De maximale huurprijs wordt met 5% vermeerderd indien: a. die woonruimte behoort tot een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet, -b. die woonruimte niet bestaat uit of deel uitmaakt van een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, -c. die woonruimte is gebouwd voor 1945, en -d. door de verhuurder noodzakelijkerwijs gelden zijn besteed voor de instandhouding van de monumentale waarde van die woonruimte. +b. de woonruimte behoort tot een woning die is gebouwd voor 1965; en +c. de woonruimte niet bestaat of deel uitmaakt van een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet of van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeentelijk monument of een door gedeputeerde staten aangewezen provinciaal monument. + +**6.** Voor het bepalen of een woonruimte onder de in artikel 7:247 van het Burgerlijk Wetboek genoemde grens valt, wordt gerekend met de huurprijsgrens die geldt voor de woonruimte voordat de huurprijsvermeerdering, bedoeld in het eerste, derde, vierde of vijfde lid is toegepast. + +**7.** De vermeerdering, bedoeld in het eerste, derde, vierde of vijfde lid, wordt toegepast op de krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte geldende maximale huurprijs. ### Artikel 9 @@ -117,7 +139,21 @@ Vervallen **1.** Bij ministeriële regeling worden de maximale huurprijsgrenzen vastgesteld. -**2.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar op 1 juli de op 30 juni daaraan voorafgaande krachtens dit besluit geldende maximale huurprijsgrenzen geïndexeerd met het inflatiepercentage, met dien verstande dat de op basis daarvan berekende bedragen naar boven worden afgerond op hele eurocenten. +**2.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar op 1 januari de op 31 december daaraan voorafgaande krachtens dit besluit geldende maximale huurprijsgrenzen gewijzigd overeenkomstig artikel 27, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag, met dien verstande dat de op basis daarvan berekende bedragen naar boven worden afgerond op hele eurocenten. + +### Artikel 12a + +Artikel 2 zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur blijft van toepassing op huurovereenkomsten die voor die datum zijn gesloten. + +### Artikel 12b + +**1.** Bijlage I, onder A, onderdeel 4.4 (nieuw) vervalt met ingang van 1 januari 2025. + +**2.** Bijlage I, onder A, onderdeel 11.1 (nieuw), onder a, vervalt met ingang van 1 januari 2039. + +**3.** Bijlage I, onder A, onderdeel 11.2 (nieuw), vervalt met ingang van 1 januari 2042. + +**4.** In de toelichting bij Bijlage I, onder A, vervalt paragraaf 4.4 (nieuw) met ingang van 1 januari 2025. ### Artikel 13 @@ -139,87 +175,7 @@ Vervallen ## Bijlage III. bij het Besluit huurprijzen woonruimte -Gemeenten als bedoeld in bijlage I, onderdeel A, onder rubriek 9.1a: - -Aalsmeer - -Amersfoort - -Amstelveen - -Amsterdam - -Baarn - -Beemster - -Bunnik - -Bunschoten - -De Bilt - -De Ronde Venen - -Diemen - -Edam-Volendam - -Eemnes - -Graft-De Rijp - -Haarlemmermeer - -Houten - -IJsselstein - -Landsmeer - -Leusden - -Lopik - -Montfoort - -Nieuwegein - -Oostzaan - -Ouder-Amstel - -Oudewater - -Purmerend - -Renswoude - -Rhenen - -Soest - -Stichtse Vecht - -Uithoorn - -Utrecht - -Utrechtse Heuvelrug - -Veenendaal - -Vijfheerenlanden - -Waterland - -Wijk bij Duurstede - -Woerden - -Woudenberg - -Zeist +Vervallen ## Bijlage IIIa