2007-03-01 | BWBR0007800 | Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs
This commit is contained in:
parent
81886952fb
commit
7c215eae08
1 changed files with 22 additions and 184 deletions
|
|
@ -345,23 +345,15 @@ b. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste
|
|||
c. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid van de Wet WIA; en
|
||||
d. met de duur van het tijdvak dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft vastgesteld op grond van artikel 71a, negende lid, van de WAO dan wel artikel 25, negende lid, van de Wet WIA.
|
||||
|
||||
**6.** Indien het bevoegd gezag wenst over te gaan tot ontslag, dient het de betrokkene schriftelijk aan te zeggen dat de procedure ter beoordeling van de medische geschiktheid voor de functie en de kansen op herstel binnen zes maanden in gang wordt gezet. Deze aanzegging geschiedt op zijn vroegst vanaf de 18e maand na de eerste ziektedag, met dien verstande dat de procedure, met inbegrip van het aan het ontslag ten grondslag te leggen medisch- en arbeidskundig advies en de afronding van het onderzoek naar de herplaatsingsmogelijkheden uiterlijk in de 24e maand na de eerste ziektedag kan zijn afgerond.
|
||||
**6.** Indien het bevoegd gezag wenst over te gaan tot ontslag, dient het de betrokkene schriftelijk aan te zeggen dat de procedure ter beoordeling van de medische geschiktheid voor de functie en de kansen op herstel binnen drie maanden in gang wordt gezet. Deze aanzegging geschiedt op zijn vroegst vanaf de 21e maand na de eerste ziektedag, met dien verstande dat de procedure, bedoeld in het zevende en achtste lid, uiterlijk in de 24e maand na de eerste ziektedag moet kunnen zijn afgerond.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Bij het onderzoek naar de vraag of er sprake is van een situatie, als bedoeld in het tweede lid, onderdelen *a*. en *b*., worden de volgende artsen betrokken:
|
||||
|
||||
a. een arts, aangewezen door het bevoegd gezag;
|
||||
b. een arts, aangewezen door betrokkene, indien hij hiertoe de wens te kennen heeft gegeven;
|
||||
c. een arts van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
De conclusie van het onderzoek wordt neergelegd in een rapport, dat wordt opgesteld door de arts van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Deze doet het rapport toekomen aan het bevoegd gezag en in afschrift aan de betrokkene. Het rapport heeft het karakter van een medisch advies aan het bevoegd gezag.
|
||||
**7.** Bij het onderzoek ter beoordeling van de vraag of er sprake is van een situatie, als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, betrekt het bevoegd gezag de uitslag van de WIA-claimbeoordeling en een door het bevoegd gezag of de werknemer aangevraagd deskundigenoordeel door het UWV.
|
||||
|
||||
**8.** Ter beoordeling van de vraag of er sprake is van een situatie, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *c*, is vereist dat het bevoegd gezag door middel van een zorgvuldig onderzoek kan aantonen dat er voor betrokkene geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn. Hiertoe onderzoekt het bevoegd gezag eerst of de mogelijkheid bestaat van plaatsing in een functie met passende arbeid, en daarna, indien die mogelijkheid zich niet voordoet doch niet eerder dan na afloop van het eerste ziektejaar, in een functie met gangbare arbeid.
|
||||
|
||||
**9.** Bij het onderzoek, bedoeld in het achtste lid, betrekt het bevoegd gezag ook het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Bij zijn oordeel betrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de reïntegratie-inspanningen van het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 11. Indien de betrokkene dat wenst, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ook hem in kennis van zijn oordeel.
|
||||
**9.** Bij het onderzoek, bedoeld in het achtste lid, betrekt het bevoegd gezag ook het resultaat van de WIA-claimbeoordeling en een door bevoegd gezag of de werknemer aangevraagd deskundigenoordeel van het UWV.
|
||||
|
||||
**10.** Indien bij het onderzoek naar de blijvende ongeschiktheid voor zijn betrekking, bedoeld in de voorgaande leden, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van oordeel is, dat de betrokkene arbeidsgeschikt is voor en herplaatsbaar in zijn eigen betrekking onder andere voorwaarden, dan wel in één of meer andere functies bij het bevoegd gezag, is ontslag slechts mogelijk indien de betrokkene direct aansluitend onder die andere voorwaarden in zijn betrekking, dan wel in die andere functie of één van die andere functies wordt benoemd.
|
||||
**10.** Indien bij het onderzoek naar de blijvende ongeschiktheid voor zijn betrekking, bedoeld in de voorgaande leden, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in het kader van de WIA-claimbeoordeling van oordeel is, dat de betrokkene arbeidsgeschikt is voor en herplaatsbaar in zijn eigen betrekking onder andere voorwaarden, dan wel in één of meer andere functies bij het bevoegd gezag, is ontslag slechts mogelijk indien de betrokkene direct aansluitend onder die andere voorwaarden in zijn betrekking, dan wel in die andere functie of één van die andere functies wordt benoemd.
|
||||
|
||||
**11.** Tegen de conclusie van het onderzoek, bedoeld in het achtste lid, alsmede het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in het negende lid, staat geen beroep open bij de rechter.
|
||||
|
||||
|
|
@ -387,229 +379,75 @@ c. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van e
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Met uitzondering van degene, die zijn resterende verdienvermogen volledig benut in één of meer aangehouden betrekkingen, heeft de betrokkene recht op suppletie vanaf het tijdstip dat aan hem ontslag is verleend op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebreken.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het in dat lid bedoelde ontslag wordt verleend na het moment dat de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn betrekking wegens ziekte 90 maanden onafgebroken heeft geduurd. Voor het bepalen van genoemde periode van 90 maanden worden perioden van ziekte samengeteld indien die elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Het verplichtingen- en sanctieregiem van de Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing op het recht op suppletie.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid, omvat passende arbeid in de zin van de Werkloosheidswet voor de toepassing van de suppletieregeling mede gangbare arbeid, als bedoeld in artikel 1, onderdeel *s*.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Het recht op suppletie komt niet tot uitbetaling voor zolang:
|
||||
|
||||
a. betrokkene een WAO- of WIA-uitkering ontvangt, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer;
|
||||
b. betrokkene is herplaatst in een functie waaraan hij recht kan ontlenen op herplaatsingstoelage als bedoeld in paragraaf 9 van het pensioenreglement.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Het recht op suppletie eindigt:
|
||||
|
||||
a. na ommekomst van de duur van de suppletie;
|
||||
b. met ingang van de dag volgende op die waarop de betrokkene is overleden;
|
||||
c. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** De suppletie bedraagt een percentage van de berekeningsgrondslag van de suppletie.
|
||||
|
||||
**2.** Als berekeningsgrondslag, bedoeld in het eerste lid, geldt het dagloon van de betrokkene op de dag voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan hem recht op suppletie wordt toegekend, voor zover dat betrekking heeft op het inkomen uit de betrekking waaraan het recht op suppletie wordt ontleend.
|
||||
|
||||
**3.** Onder het dagloon, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan het dagloon in de zin van artikel 14 van de WAO zonder toepassing van het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen met betrekking tot een loontijdvak van een dag, vermeerderd met het bedrag aan pensioenbijdrageverhaal op grond van de overeenkomst naar burgerlijk recht, bedoeld in artikel 4 van de Wet privatisering ABP, waarin de aanspraken van overheidswerknemers in de zin van die wet, gewezen overheidswerknemers en hun nagelaten betrekkingen ter zake van pensioenen, alsmede hun daarmee samenhangende verplichtingen, zijn neergelegd, het bedrag aan Vut-fonds bijdrageverhaal, bedoeld in artikel 6 van de regels inzake de financiering van VUT-fonds lasten, ex artikel 9 van de Wet Kaderregeling VUT overheidspersoneel en het verhaal van de verschuldigde pensioenpremie voor flexibel pensioen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de overeenkomst naar burgerlijk recht, bedoeld in artikel 4 van de Wet privatisering ABP, waarin de aanspraken van overheidswerknemers in de zin van die wet, gewezen overheidswerknemers en hun nagelaten betrekkingen ter zake van pensioenen, alsmede hun daarmee samenhangende verplichtingen, zijn neergelegd;
|
||||
|
||||
**4.** De berekeningsgrondslag van de suppletie wordt telkens aangepast aan de voor de sector geldende algemene bezoldigingswijziging.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het in het eerste lid bedoelde percentage bedraagt:
|
||||
|
||||
a. gedurende de eerste 12 maanden 78%; en
|
||||
b. gedurende de daaropvolgende 54 maanden 70%.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 25, vijfde lid, wordt, indien het in artikel 21 bedoelde ontslag is verleend op een latere datum dan het moment waarop de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte 24 maanden onafgebroken heeft geduurd, de in artikel 25, vijfde lid, genoemde periode verminderd met de periode die gelegen is tussen de ontslagdatum en het moment waarop genoemde ongeschiktheid 24 maanden onafgebroken heeft geduurd. Deze vermindering vindt plaats, te beginnen met de periode gedurende welke de betrokkene recht heeft op 80% van de berekeningsgrondslag van de suppletie.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het bepalen van de in het eerste lid bedoelde periode van 24 maanden worden perioden van ziekte of arbeidsongeschiktheid samengeteld indien die elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Indien de betrokkene gedurende de periode dat recht bestaat op suppletie, ter zake van de dienstbetrekking waaruit dat recht op suppletie is ontstaan, een werkloosheidsuitkering dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, wordt het bedrag van genoemde uitkering of uitkeringen in mindering gebracht op het bedrag van de suppletie. Indien de bedoelde betrokkene uit hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen bij instellingen, die tot de overheids- of onderwijssector behoren, recht heeft op een WAO- of WIA-uitkering, wordt die uitkering voor de toepassing van de eerste volzin, toegerekend aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hem recht op suppletie is toegekend, naar rato van de feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende dienstbetrekkingen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de betrokkene recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering die kan worden toegerekend aan een dienstbetrekking, waaruit hij is ontslagen op een datum, gelegen voor de datum van ontslag uit de dienstbetrekking ter zake waarvan hem recht op suppletie is toegekend, welk recht voortduurt na laatstgenoemde datum, wordt, ingeval van een verhoging van de mate van de arbeidsongeschiktheid waardoor het bedrag van die arbeidsongeschiktheidsuitkering verhoogd wordt, uitsluitend het bedrag van die verhoging van die arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht op het bedrag van de suppletie. Indien de bedoelde betrokkene uit hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen bij instellingen, die tot de overheids- of onderwijssector behoren, recht heeft op een WAO- of WIA-uitkering, wordt die uitkering voor de toepassing van de vorige volzin toegerekend aan de in die volzin eerstgenoemde dienstbetrekking, naar rato van de feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende dienstbetrekkingen, en wordt, ingeval van een verhoging van de mate van arbeidsongeschiktheid in die eerstgenoemde dienstbetrekking, waardoor het bedrag van die arbeidsongeschiktheidsuitkering verhoogd wordt, uitsluitend het bedrag van die verhoging in mindering gebracht op het bedrag van de suppletie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** Indien betrokkene, gedurende de periode dat recht bestaat op suppletie, inkomsten verwerft uit of in verband met arbeid of bedrijf, anders dan bedoeld in artikel 27, wordt de berekeningsgrondslag van de suppletie verminderd met de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onder inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, bedoeld in het eerste lid, worden begrepen inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die zijn ontstaan:
|
||||
|
||||
a. met ingang van of na de dag waarop het ontslag, ter zake waarvan de betrokkene suppletie is toegekend, hem is aangezegd;
|
||||
b. gedurende non-activiteit, vakantie of verlof onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan de betrokkene suppletie is toegekend;
|
||||
c. voor de dag van ontslag, ter zake waarvan de betrokkene suppletie is toegekend, anders dan bedoeld in het artikel 27, tweede lid, en onderdelen *a* en *b* van dit artikellid, voor zover uit deze arbeid of dit bedrijf na die dag inkomsten of meer inkomsten worden genoten door de betrokkene, terwijl die inkomsten of die meerdere inkomsten of een gedeelte daarvan, het gevolg zijn van een verhoogde werkzaamheid dan wel verband houden met het ontslag.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan in bijzondere gevallen ten gunste van betrokkene afwijken van het tweede lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van de artikelen 27 en 28 worden uitkeringen steeds geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten indien, als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door betrokkene, één of meer werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, uitkeringen op grond van de Ziektewet dan wel uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met laatstgenoemde uitkeringen, waarop betrokkene recht heeft,
|
||||
|
||||
a. vermindering ondergaan;
|
||||
b. blijvend geheel geweigerd worden;
|
||||
c. tijdelijk of blijvend gedeeltelijk geweigerd worden; dan wel
|
||||
d. in uitkeringsduur beperkt worden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene, aan wie een suppletie is toegekend, wordt een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de berekeningsgrondslag van de suppletie van betrokkene over een tijdvak van drie maanden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt uitgekeerd in de navolgende rangorde:
|
||||
|
||||
a. aan de langstlevende echtgenoot dan wel aan de langstlevende geregistreerde partner indien de overleden betrokkene niet duurzaam van de andere echtgenoot dan wel geregistreerde partner gescheiden leefde;
|
||||
b. aan de minderjarige kinderen van de overledene;
|
||||
c. aan degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid worden onder kinderen mede begrepen die kinderen voor wie de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid worden mede als echtgenoot dan wel geregistreerde partner aangemerkt niet gehuwde personen van verschillend of gelijk geslacht die duurzaam een gezamenlijke huishouding voeren, tenzij het betreft personen tussen wie bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat.
|
||||
|
||||
**5.** 5. Van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in het derde lid, kan slechts sprake zijn indien twee ongehuwde of niet geregistreerde personen gezamenlijk voorzien in huisvesting en bovendien beiden een bijdrage leveren in de kosten van de huishouding dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien, hetgeen moet kunnen blijken uit een ter zake verleden notariële akte alsmede uit een uittreksel van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens waaruit een gezamenlijk woonadres blijkt.
|
||||
|
||||
**6.** Op het uit te keren bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten betrekkingen van de betrokkene ter zake van diens overlijden aanspraak kunnen maken uit hoofde van een of meer werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, uitkeringen op grond van de Ziektewet dan wel uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met laatstgenoemde uitkeringen, waarop betrokkene recht had.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** Door Onze Minister wordt op aanvraag vastgesteld of er recht op suppletie bestaat.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door Onze Minister beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
|
||||
|
||||
**3.** De suppletie wordt zo spoedig mogelijk uitbetaald, doch uiterlijk binnen een maand nadat het recht op die suppletie is vastgesteld. De suppletie wordt in de regel per maand achteraf betaald.
|
||||
|
||||
**4.** De suppletie die niet in ontvangst is genomen of is ingevorderd binnen drie maanden na de dag van betaalbaarstelling, wordt niet meer betaald. Onze Minister kan in bijzondere gevallen ten gunste van betrokkene afwijken van de eerste volzin.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** Door of namens Onze Minister wordt uit eigen beweging een naar redelijkheid vast te stellen voorschot op een suppletie betaald, indien uitsluitend onzekerheid bestaat omtrent de hoogte van de suppletie, omtrent het van de suppletie aan de betrokkene te betalen bedrag of omtrent het nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 22.
|
||||
|
||||
**2.** Door of namens Onze Minister kan op aanvraag van de betrokkene een naar redelijkheid vast te stellen voorschot op een suppletie worden betaald, indien onzekerheid bestaat omtrent het recht op suppletie.
|
||||
|
||||
**3.** Een voorschot, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt beschouwd als een suppletie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan regels stellen op grond waarvan in bij die regels aan te geven gevallen en met inachtneming van bij die regels te stellen beperkingen de betrokkene bevoegd is deel te nemen aan een opleiding of scholing in dagonderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de betrokkene, die recht heeft op suppletie, gaat deelnemen aan een voor hem naar het oordeel van Onze minister noodzakelijke opleiding of scholing, blijft volgens door Onze Minister te stellen regels het recht op suppletie bestaan tot dat die opleiding of scholing is geëindigd.
|
||||
|
||||
**3.** In de door Onze Minister ingevolge het tweede lid te stellen regels, worden in ieder geval voorschriften en beperkingen gegeven met betrekking tot de aard, de omvang en de duur van de in het tweede lid bedoelde opleiding of scholing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** De betrokkene die onbeloonde activiteiten verricht, is verplicht daarvan mededeling te doen aan Onze Minister, dan wel aan het namens hem handelende Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
**2.** De betrokkene heeft voor het verrichten van bijzondere vormen van onbeloonde activiteiten voorafgaande toestemming nodig van Onze Minister, dan wel van het namens hem handelende Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt nadere regels vast met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. een doelmatige controle ten aanzien van de betrokkenen;
|
||||
b. het genieten van vakantie tijdens de duur van de suppletie.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot artikel 34.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** De betrokkene, die op de dag, voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van dit besluit, uit hoofde van een ontslag recht heeft op een herplaatsingswachtgeld als bedoeld in artikel K 4, tweede lid, juncto artikel K6 van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet, zoals die wet luidde op 31 december 1995, heeft recht op suppletie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het in het eerste lid bedoelde recht op suppletie bedraagt bij een op de dag, voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van dit besluit, inmiddels genoten recht op herplaatsingswachtgeld van:
|
||||
|
||||
1 maand: gedurende de eerste 27 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
2 maanden: gedurende de eerste 26 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
3 maanden: gedurende de eerste 25 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
4 maanden: gedurende de eerste 24 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
5 maanden: gedurende de eerste 22 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
6 maanden: gedurende de eerste 21 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
7 maanden: gedurende de eerste 20 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
8 maanden: gedurende de eerste 19 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
9 maanden: gedurende de eerste 18 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
10 maanden: gedurende de eerste 17 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
11 maanden: gedurende de eerste 16 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
12 maanden: gedurende de eerste 15 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
13 maanden: gedurende de eerste 14 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
14 maanden: gedurende de eerste 13 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
15 maanden: gedurende de eerste 12 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
16 maanden: gedurende de eerste 11 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
17 maanden: gedurende de eerste 10 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
18 maanden: gedurende de eerste 9 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
19 maanden: gedurende de eerste 9 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
20 maanden: gedurende de eerste 8 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
21 maanden: gedurende de eerste 7 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
22 maanden: gedurende de eerste 6 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
23 maanden: gedurende de eerste 5 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
24 maanden: gedurende de eerste 4 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
25 maanden: gedurende de eerste 3 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
26 maanden: gedurende de eerste 2 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
27 maanden: gedurende de eerste 1 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%;
|
||||
28 maanden: gedurende 33 maanden 70%;
|
||||
29 maanden: gedurende 32 maanden 70%;
|
||||
30 maanden: gedurende 31 maanden 70%;
|
||||
31 maanden: gedurende 30 maanden 70%;
|
||||
32 maanden: gedurende 29 maanden 70%;
|
||||
33 maanden: gedurende 28 maanden 70%;
|
||||
34 maanden: gedurende 27 maanden 70%;
|
||||
35 maanden: gedurende 26 maanden 70%;
|
||||
36 maanden: gedurende 25 maanden 70%;
|
||||
37 maanden: gedurende 24 maanden 70%;
|
||||
38 maanden: gedurende 23 maanden 70%;
|
||||
39 maanden: gedurende 22 maanden 70%;
|
||||
40 maanden: gedurende 21 maanden 70%;
|
||||
41 maanden: gedurende 20 maanden 70%;
|
||||
42 maanden: gedurende 19 maanden 70%;
|
||||
43 maanden: gedurende 18 maanden 70%;
|
||||
44 maanden: gedurende 17 maanden 70%;
|
||||
45 maanden: gedurende 16 maanden 70%;
|
||||
46 maanden: gedurende 15 maanden 70%;
|
||||
47 maanden: gedurende 14 maanden 70%;
|
||||
48 maanden: gedurende 13 maanden 70%;
|
||||
49 maanden: gedurende 11 maanden 70%;
|
||||
50 maanden: gedurende 10 maanden 70%;
|
||||
51 maanden: gedurende 9 maanden 70%;
|
||||
52 maanden: gedurende 8 maanden 70%;
|
||||
53 maanden: gedurende 7 maanden 70%;
|
||||
54 maanden: gedurende 6 maanden 70%;
|
||||
55 maanden: gedurende 5 maanden 70%;
|
||||
56 maanden: gedurende 4 maanden 70%;
|
||||
57 maanden: gedurende 3 maanden 70%;
|
||||
58 maanden: gedurende 2 maanden 70%;
|
||||
59 maanden: gedurende 1 maand 70%.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 22 tot en met 24, 25, vierde lid, 26 tot en met 30, artikel 31, derde en vierde lid, alsmede 32 tot en met 35 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt ambtshalve voor iedere daarvoor in aanmerking komende betrokkene het recht op suppletie vast met inachtneming van het in dit artikel bepaalde.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 25, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de vaststelling van de berekeningsgrondslag voor de betrokkene als dagloon geldt het dagloon zoals bepaald in artikel 42, derde lid, van de WPA, zonder toepassing van de maximumdagloongrens van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
|
||||
|
||||
**6.** Bij de bepaling op het moment van inwerkingtreding van dit besluit van de periode waarover herplaatsingswachtgeld is genoten, wordt deze periode naar beneden afgerond op een hele maand.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
Indien de betrokkene, die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit onafgebroken gedurende een periode van 52 weken arbeidsongeschikt is geweest in de zin van artikel 19, eerste lid, van de WAO en de mate van zijn algemene invaliditeit op grond van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet is vastgesteld op ten minste 15%, dan wel de mate van arbeidsongeschiktheid ingevolge de ministeriële regeling op grond van artikel 8, derde lid, van de AAW, zoals dit artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen is vastgesteld op ten minste 25%, binnen een periode van zes maanden is aan te merken als een betrokkene in de zin van dit hoofdstuk, geldt voor hem als dagloon het dagloon zoals bepaald in artikel 39, vierde of vijfde lid, van de WPA, zonder toepassing van de maximumdagloongrens van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
Tenzij de sectorale sociale partners anders overeenkomen, wordt, indien het niveau van de WAO een algemene neerwaartse wijziging ondergaat, deze neerwaartse wijziging, na afloop van zes maanden na de datum van publikatie daarvan in het *Staatsblad*, op overeenkomstige wijze ten aanzien van de suppletie doorgevoerd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Aanspraken wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid na beëindiging van de dienstbetrekking
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue