diff --git a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md index 4e41b2b795e..73facddd979 100644 --- a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md +++ b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md @@ -2866,6 +2866,12 @@ Met uitzondering van de in artikel 22, tweede lid, genoemde ambtenaren, wordt de **2.** Onverminderd artikel 41ab, eerste lid, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan, met ten hoogste 22 vakantie-uren per kalenderjaar verlagen indien de ambtenaar een volledige werktijd heeft. Heeft de ambtenaar een andere werktijd, dan wordt dit aantal vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor. Bij toepassing van de eerste volzin is artikel 41ab, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing +### Artikel 149i + +**1.** Artikel 45b, achtste lid, zoals dat luidde op 31 augustus 2018, blijft gelden voor ambtenaren die voor 1 september 2018 de sector Rijk wegens ontslag hebben verlaten. + +**2.** Artikel 45b, zoals dat luidde op 30 juni 2019, blijft gelden voor ambtenaren waarvan het ouderschapsverlof op grond van artikel 33g is ingegaan voor 1 juli 2019. + ### Artikel 150 Dit besluit kan worden aangehaald als Reglement Dienst Buitenlandse Zaken (afgekort: RDBZ).