2023-04-14 | BWBR0047444 | Uitvoeringsregeling GLB 2023
This commit is contained in:
parent
bfd2b68388
commit
7c57730af8
1 changed files with 86 additions and 7 deletions
|
|
@ -27,6 +27,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
− * boslandbouw: * vorm van landbouw waarbij bomen en struiken bewust worden geteeld tussen niet-houtige gewassen of worden gecombineerd met dierhouderij op hetzelfde perceel;
|
||||
− * bouwland: * grond die voor de teelt van gewassen, anders dan blijvend grasland en blijvende teelt, wordt gebruikt of daarvoor beschikbaar is maar braak ligt;
|
||||
− * braak: * bouwland waarop in het aanvraagjaar voor een periode van minimaal 6 aaneengesloten maanden, of op basis van de subsidieregelingen ANLb of de Catalogus Groenblauwe diensten, geen productie plaatsvindt en waarop natuurlijke of ingezaaide vegetatie voorkomt;
|
||||
− *certificerende instantie:* instantie die door de Raad ISO-geaccrediteerd is voor certificerings- of inspectiewerkzaamheden;
|
||||
− * droogstaande koeien: * vrouwelijke runderen die gehouden worden voor de productie van melk en die zich bevinden in de fase tussen de periode van melk geven en het moment van afkalven;
|
||||
− * eco-activiteiten: * landbouwpraktijken als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van verordening (EU) 2021/2115;
|
||||
− * Europees Landbouwgarantiefonds: * Europees Landbouwgarantiefonds als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, van verordening (EU) 2021/2116;
|
||||
|
|
@ -54,7 +55,9 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
− * peildatum: * 15 mei van het aanvraagjaar;
|
||||
− * perceel landbouwgrond: * aaneengesloten stuk landbouwareaal, waaronder begrepen aangrenzende landschapselementen die ter beschikking van de landbouwer staan, dat door één landbouwer is aangegeven;
|
||||
− * productie: * produceren van landbouwproducten als bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), bijlage I, met uitzondering van visserijproducten, alsmede hakhout met korte omlooptijd;
|
||||
− *Raad:* Raad voor Accreditatie te Utrecht;
|
||||
− * RVO: * Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
|
||||
− *schema-eigenaar:* de eigenaar van een certificeringsschema, dat door de Minister wordt erkend;
|
||||
− * subsidiabele hectare: * landbouwareaal van het landbouwbedrijf dat wordt gebruikt voor een landbouwactiviteit of in overwegende mate voor landbouwactiviteiten wordt gebruikt en ter beschikking van de landbouwer staat, landschapselementen aanwezig op of grenzend aan landbouwareaal die ter beschikking van de landbouwer staan, areaal dat wordt ingezet voor een conditionaliteitsnorm als bedoeld in bijlage III, onder GLMC 8, van verordening (EU) 2021/2115, alsmede natte teelten op areaal als bedoeld in artikel 4, vierde lid, onderdeel c, onder ii van verordening (EU) 2021/2115;
|
||||
− * THI: * temperatuur en luchtvochtigheidsindex;
|
||||
− * verlaging: * elke vermindering op de betaling als gevolg van het toepassen van een administratieve sanctie;
|
||||
|
|
@ -72,6 +75,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
− * verordening (EU) 2022/1172: * Gedelegeerde verordening (EU) 2022/1172 van de Commissie van 4 mei 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de toepassing en berekening van administratieve conditionaliteitssancties (PbEU 2022, L183);
|
||||
− * waterloop: * samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers;
|
||||
− * watervoerende sloot: * sloot die van 1 april tot 1 oktober onder normale omstandigheden water bevat.
|
||||
− *weiden:* het grazen op grasland met voldoende gras door al het daarvoor in het kader van een normale bedrijfsvoering van een landbouwer in aanmerking komend lacterend melkvee, zodat de dieren een natuurlijk graasgedrag kunnen laten zien;
|
||||
− * zeldzame landbouwhuisdierrassen: * met uitsterven bedreigde landbouwhuisdierrassen als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2022/126.
|
||||
|
||||
**2.** De definities in verordening (EU) 2021/2115 en verordening (EU) 2021/2116 alsmede in de op deze verordeningen gebaseerde verordeningen zijn van overeenkomstige toepassing voor deze regeling.
|
||||
|
|
@ -416,8 +420,8 @@ f. *kruidenrijk grasland*, onder de volgende voorwaarden:
|
|||
|
||||
1°. de landbouwer teelt:
|
||||
|
||||
a. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, op het perceel, waarbij van 1 april tot 1 oktober minimaal 25 procent van het perceel uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; of
|
||||
b. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij van 1 april tot 1 oktober minimaal 25 procent uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, op de grasstroken tussen de fruitbomen of -struiken, op minimaal 30 procent van de oppervlakte van de grasstroken; en
|
||||
a. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, op het perceel, waarbij van 1 juni tot 1 oktober minimaal 25 procent van het perceel uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; of
|
||||
b. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij van 1 juni tot 1 oktober minimaal 25 procent uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, op de grasstroken tussen de fruitbomen of -struiken, op minimaal 30 procent van de oppervlakte van de grasstroken; en
|
||||
2°. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel.
|
||||
g. een *natte teelt,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
|
|
@ -472,7 +476,7 @@ De Eco-activiteit in de categorie teeltmaatregel is:
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
De eco-activiteiten, bedoeld in de artikelen 18, onderdelen a tot en met j, 19, 20 en artikel 23, onderdeel c, zijn niet toegestaan op een bufferstrook als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a.
|
||||
De eco-activiteiten, bedoeld in artikel 23, onderdeel c zijn niet toegestaan op een bufferstrook als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -497,6 +501,79 @@ b. *dag en nacht weiden*, onder de volgende voorwaarden:
|
|||
5°. de landbouwer houdt een weidekalender bij waarin tenminste de weidedagen, en de tijdstippen van beweiding, zoals starttijd en eindtijd, zijn vastgelegd; en
|
||||
6°. De landbouwer bewaart de weidekalender gedurende 5 jaar in zijn administratie.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het certificeringsschema bevat voorschriften voor het weiden, waaronder:
|
||||
|
||||
1°. ten minste 1.500 uur per jaar (weiden categorie 1) of 2.500 uur per jaar (weiden categorie 2) weiden;
|
||||
2°. voorwaarden voor het bepalen van het aantal uren weiden, indien er sprake is van vrije uitloop;
|
||||
3°. het bijhouden van een register waarin tenminste de weidedagen en de tijdstippen van beweiding, zoals starttijd en eindtijd, zijn vastgelegd;
|
||||
4°. het bewaren van het register gedurende 5 jaar na afloop van het kalenderjaar waarop het register betrekking heeft in de administratie van de landbouwer; en
|
||||
5°. eisen aan de maximale hoeveelheid lacterend melkvee per hectare huiskavel om natuurlijk graasgedrag te borgen.
|
||||
|
||||
**2.** Het certificeringsschema geeft de mogelijkheid dat schaduwcontroles door de Minister, de Auditdienst Rijk of de Europese Commissie kunnen worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister kan op advies van de schema-eigenaar in een jaar met uitzonderlijke weersomstandigheden die de mogelijkheden voor weiden beperken bij besluit het vereiste aantal uren voor weiden categorie 1 of weiden categorie 2 voor dat jaar verlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 22b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Minister verleent op aanvraag een erkenning aan een certificeringsschema ten behoeve van de certificering van de eco-activiteit weiden, bedoeld in artikel 22, indien wordt voldaan aan de volgende eisen:
|
||||
|
||||
a. het certificeringsschema bevat de voorschriften, bedoeld in artikel 22a;
|
||||
b. het certificeringsschema is eigendom van een schema-eigenaar;
|
||||
c. het certificeringsschema heeft een voldoende mate van borging, handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid;
|
||||
|
||||
d. er is afdoende toezicht door de schema-eigenaar op de naleving van het certificeringsschema;
|
||||
e. de schema-eigenaar heeft een schriftelijke overeenkomst met een certificerende instantie die voor inspecties is geaccrediteerd door de Raad in het kader van norm NEN-EN/ISO 17020 met de scope op het uitvoeren van inspecties op weiden; en
|
||||
f. de schema-eigenaar beschikt over een audit- of inspectieregime waarmee invulling wordt gegeven aan de onderdelen c en d.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag voor erkenning kan tot 15 juni van het voorliggende kalenderjaar waarop het certificeringsschema van toepassing is worden ingediend, waarbij ten minste de volgende gegevens worden verstrekt:
|
||||
|
||||
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de schema-eigenaar;
|
||||
b. het certificeringsschema;
|
||||
c. een beschrijving en bewijsstukken waaruit blijkt dat aan de voorschriften van het eerste lid wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Wijzigingen van de gegevens, bedoeld in het tweede lid worden binnen 30 dagen aan de Minister gemeld.
|
||||
|
||||
**4.** Een erkenning wordt verleend voor een kalenderjaar en is niet overdraagbaar.
|
||||
|
||||
**5.** De erkenning kan met een jaar worden verlengd na schriftelijk verzoek van de schemaeigenaar voor 15 juni voorafgaand aan het kalenderjaar waarop het certificeringsschema van toepassing is.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De Minister trekt een erkenning in:
|
||||
|
||||
a. op verzoek van de schema-eigenaar;
|
||||
b. indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en kennis van de juiste en volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
|
||||
c. indien niet meer wordt voldaan aan een of meer eisen als bedoeld in het eerste lid; of
|
||||
d. indien wijzigingen als bedoeld in het derde lid niet of niet tijdig worden gemeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 22c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De certificerende instantie controleert of de landbouwer voldoet aan
|
||||
|
||||
het erkende certificeringsschema, bedoeld in artikel 22b voor de eco-activiteit weiden.
|
||||
|
||||
**2.** De certificerende instantie heeft een schriftelijke deelname overeenkomst met de landbouwer.
|
||||
|
||||
**3.** De certificerende instantie verstrekt jaarlijks, uiterlijk 15 oktober aan de Minister een verklaring waarin wordt aangegeven welke landbouwers deelnemen en voldoen aan het erkende certificeringsschema voor de eco-activiteit weiden.
|
||||
|
||||
**4.** Indien tijdens de controles blijkt dat de landbouwer niet voldoet aan het erkende certificeringsschema stelt de certificerende instantie de desbetreffende landbouwer en de Minister hiervan in kennis.
|
||||
|
||||
**5.** In geval van intrekking als bedoeld in artikel 22b, zesde lid, geeft de certificerende instantie de in het derde lid bedoelde verklaringen niet meer af.
|
||||
|
||||
**6.** De certificerende instantie houdt een administratie bij waaruit de relevante informatie blijkt over de aanmeldingen voor het certificeringsschema, uitgevoerde controles, toewijzing en afwijzing van deelname aan het certificeringsschema en afgegeven verklaringen en bewaart deze ten minste 5 jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de deelname aan het certificeringsschema van toepassing is.
|
||||
|
||||
**7.** De certificerende instantie gaat akkoord met schaduwcontroles door de Minister, de Auditdienst Rijk of de Europese Commissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
De Eco-activiteiten in de categorie niet-productieve grond zijn:
|
||||
|
|
@ -523,7 +600,7 @@ d. een kruidenrijke bufferstrook langs bouwland of blijvende teelt, onder de vol
|
|||
2°. de bufferstrook ligt op of langs bouwland, met uitzondering van tijdelijk grasland, of op of langs een perceel blijvende teelt;
|
||||
3°. er wordt op de bufferstrook geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
|
||||
4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan;
|
||||
5°. van 1 april tot 1 oktober bestaat minimaal 25 procent van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
|
||||
5°. van 1 juni tot 1 oktober bestaat minimaal 25 procent van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
|
||||
6°. kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verspreid over de bufferstrook aanwezig.
|
||||
e. een kruidenrijke bufferstrook langs grasland, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
|
|
@ -531,7 +608,7 @@ e. een kruidenrijke bufferstrook langs grasland, onder de volgende voorwaarden:
|
|||
2°. de kruidenrijke bufferstrook ligt langs een perceel met grasland;
|
||||
3°. er wordt op de bufferstrook geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
|
||||
4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan;
|
||||
5°. van 1 april tot 1 oktober bestaat minimaal 25 procent van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
|
||||
5°. van 1 juni tot 1 oktober bestaat minimaal 25 procent van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
|
||||
6°. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verspreid over de bufferstrook aanwezig.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
|
@ -625,13 +702,13 @@ b. in geval van mannelijke en vrouwelijke geiten en schapen, tenminste 1,5 groot
|
|||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** Betalingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, worden enkel verstrekt voor zover de aanvrager voldoet aan de beheerseisen RBE 9 en RBE 11, bedoeld in artikel 32, onderdeel a, in samenhang met bijlage 3, met dien verstande dat voor zover sprake is van een niet-naleving die een deel van de aangevraagde dieren raakt, enkel het aantal dieren waarop de niet-naleving betrekking heeft niet voor betaling in aanmerking komt.
|
||||
**1.** Betalingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, worden enkel verstrekt voor zover de aanvrager voldoet aan de beheerseisen van RBE 11, bedoeld in artikel 32, onderdeel a, in samenhang met bijlage 3, met dien verstande dat voor zover sprake is van een niet-naleving die een deel van de aangevraagde dieren raakt, enkel het aantal dieren waarop de niet-naleving betrekking heeft niet voor betaling in aanmerking komt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 11 bevat de aanvraag in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de reeds automatisch ingevulde, actuele informatie uit het I&R register;
|
||||
a. de reeds automatisch ingevulde, actuele en voor de betaling relevante, juiste informatie uit het I&R register;
|
||||
b. het aantal zeldzame landbouwhuisdierrassen, bedoeld in artikel 28 eerste lid, uitgedrukt in grootvee-eenheden als bedoeld in artikel 30.
|
||||
c. de locatie van de dieren; en
|
||||
d. de leeftijd van de dieren.
|
||||
|
|
@ -805,6 +882,8 @@ b. het opleggen van een administratieve sanctie in de vorm van een procentuele v
|
|||
|
||||
**7.** Een administratieve sanctie wordt alleen opgelegd indien een niet-naleving wordt ontdekt binnen drie opeenvolgende kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**8.** In afwijking van het derde lid wordt de administratieve sanctie bij overtreding van artikel 9, tweede lid, toegepast op de betreffende henneppercelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Wanneer een perceel landbouwgrond in het betrokken kalenderjaar wordt overgedragen, worden de administratieve sancties, bedoeld in artikel 42, opgelegd aan de actieve landbouwer, bedoeld in artikel 5, die op de peildatum het perceel landbouwgrond ter beschikking heeft.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue