2009-07-01 | BWBR0009950 | Telecommunicatiewet
This commit is contained in:
parent
5be6036dc6
commit
7c705ebee0
1 changed files with 44 additions and 75 deletions
|
|
@ -1315,6 +1315,14 @@ b. stelt de aanbieder de abonnee op genoegzame wijze op de hoogte van de inhoud
|
|||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op aanbieders van programmadiensten. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van programmadiensten worden aangewezen met betrekking waartoe voor de desbetreffende aanbieder de in de vorige volzin bedoelde verplichting geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2a
|
||||
|
||||
**1.** De overeenkomst tussen een aanbieder en een consument met betrekking tot de levering van een elektronische communicatiedienst of programmadienst die is aangegaan voor een onbepaalde duur, kan door de consument te allen tijde kosteloos worden opgezegd.
|
||||
|
||||
**2.** De overeenkomst tussen een aanbieder en een consument met betrekking tot de levering van een elektronische communicatiedienst of programmadienst die is aangegaan voor een bepaalde duur, kan na verloop van die duur stilzwijgend worden verlengd of vernieuwd, mits de consument de overeenkomst hierna te allen tijde kosteloos kan opzeggen.
|
||||
|
||||
**3.** De bij de opzegging door de consument in acht te nemen termijn is in alle gevallen niet langer dan een maand.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 11.9, worden bij ministeriële regeling regels gesteld ter uitvoering van de bijlagen I, deel B, en II van richtlijn nr. 2002/22/EG. Deze regels hebben in elk geval betrekking op het door aanbieders van openbare telefoonnetwerken aan hun eindgebruikers beschikbaar stellen van faciliteiten als bedoeld in de in de eerste volzin bedoelde bijlage I, deel B, en het door aanbieders van openbare telefoondiensten bekendmaken van informatie over de geldende tarieven en voorwaarden met betrekking tot de toegang tot en het gebruik van die telefoondiensten.
|
||||
|
|
@ -1778,18 +1786,25 @@ b. de soorten persoonsgegevens die, gelet op de vastgestelde doeleinden van de d
|
|||
|
||||
### Artikel 11.7
|
||||
|
||||
**1.** Het gebruik van automatische oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst, faxen en elektronische berichten voor het overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan abonnees is uitsluitend toegestaan, mits de verzender kan aantonen dat de desbetreffende abonnee daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend, onverminderd hetgeen is bepaald in het tweede lid.
|
||||
**1.** Het gebruik van automatische oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst, faxen en elektronische berichten voor het overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan abonnees is uitsluitend toegestaan, mits de verzender kan aantonen dat de desbetreffende abonnee daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend, onverminderd hetgeen is bepaald in het tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Een ieder die elektronische contactgegevens voor elektronische berichten heeft verkregen in het kader van de verkoop van zijn product of dienst mag deze gegevens gebruiken voor het overbrengen van communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden met betrekking tot eigen gelijksoortige producten of diensten, mits bij de verkrijging van de contactgegevens aan de klant duidelijk en uitdrukkelijk de gelegenheid is geboden om kosteloos en op gemakkelijke wijze verzet aan te tekenen tegen het gebruik van die elektronische contactgegevens, en, indien de klant hiervan geen gebruik heeft gemaakt, hem bij elke overgebrachte communicatie de mogelijkheid wordt geboden om onder dezelfde voorwaarden verzet aan te tekenen tegen het verder gebruik van zijn elektronische contactgegevens. Artikel 41, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
Indien de abonnee, bedoeld in het eerste lid, een rechtspersoon is dan wel een natuurlijke persoon die handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, geldt met betrekking tot het door middel van elektronische berichten overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden dat geen voorafgaande toestemming is vereist:
|
||||
|
||||
a. indien de verzender bij het overbrengen van de communicatie gebruik maakt van elektronische contactgegevens die door de abonnee daarvoor zijn bestemd en bekendgemaakt, en deze zijn gebruikt in overeenstemming met de door de abonnee aan die contactgegevens verbonden doeleinden, of
|
||||
b. indien de abonnee is gevestigd buiten de Europese Economische Ruimte en voldaan is aan de in het desbetreffende land geldende voorschriften met betrekking tot het verzenden van ongevraagde communicatie.
|
||||
|
||||
**3.** Een ieder die elektronische contactgegevens voor elektronische berichten heeft verkregen in het kader van de verkoop van zijn product of dienst mag deze gegevens gebruiken voor het overbrengen van communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden met betrekking tot eigen gelijksoortige producten of diensten, mits bij de verkrijging van de contactgegevens aan de klant duidelijk en uitdrukkelijk de gelegenheid is geboden om kosteloos en op gemakkelijke wijze verzet aan te tekenen tegen het gebruik van die elektronische contactgegevens, en, indien de klant hiervan geen gebruik heeft gemaakt, hem bij elke overgebrachte communicatie de mogelijkheid wordt geboden om onder dezelfde voorwaarden verzet aan te tekenen tegen het verder gebruik van zijn elektronische contactgegevens. Artikel 41, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij het gebruik van elektronische berichten voor de in het eerste lid genoemde doeleinden dienen te allen tijde de volgende gegevens te worden vermeld:
|
||||
|
||||
a. de werkelijke identiteit van degene namens wie de communicatie wordt overgebracht, en
|
||||
b. een geldig postadres of nummer waaraan de ontvanger een verzoek tot beëindiging van dergelijke communicatie kan richten.
|
||||
|
||||
**4.** Het gebruik van andere dan de in het eerste lid bedoelde middelen voor het overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan abonnees is toegestaan, tenzij de desbetreffende abonnee te kennen heeft gegeven dat hij communicatie waarbij van deze middelen gebruik wordt gemaakt, niet wenst te ontvangen en indien de abonnee bij elke overgebrachte communicatie de mogelijkheid wordt geboden om verzet aan te tekenen tegen het verder gebruik van zijn elektronische contactgegevens. Aan de abonnee worden in dat geval geen kosten in rekening gebracht van voorzieningen waarmee wordt voorkomen dat hem een ongevraagde communicatie wordt overgebracht.
|
||||
**5.** Het gebruik van andere dan de in het eerste lid bedoelde middelen voor het overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan abonnees is toegestaan, tenzij de desbetreffende abonnee te kennen heeft gegeven dat hij communicatie waarbij van deze middelen gebruik wordt gemaakt, niet wenst te ontvangen en indien de abonnee bij elke overgebrachte communicatie de mogelijkheid wordt geboden om verzet aan te tekenen tegen het verder gebruik van zijn elektronische contactgegevens. Aan de abonnee worden in dat geval geen kosten in rekening gebracht van voorzieningen waarmee wordt voorkomen dat hem een ongevraagde communicatie wordt overgebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -1913,7 +1928,9 @@ b. de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten.
|
|||
|
||||
### Artikel 12.1
|
||||
|
||||
Aanbieders van een openbare telefoondienst, andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen openbare elektronische communicatiediensten of bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen programmadiensten sluiten zich aan bij een van overheidswege erkende geschillencommissie welke geschillen behandelt over een overeenkomst met betrekking tot de levering van een openbare elektronische communicatiedienst of een programmadienst tussen een hiervoor bedoelde aanbieder en een natuurlijk persoon die voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden handelt.
|
||||
**1.** Aanbieders van een openbare telefoondienst, andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen openbare elektronische communicatiediensten of bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen programmadiensten sluiten zich aan bij een door de Minister van Justitie erkende geschillencommissie welke geschillen behandelt over een overeenkomst met betrekking tot de levering van een openbare elektronische communicatiedienst of een programmadienst tussen een hiervoor bedoelde aanbieder en een natuurlijk persoon die voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden handelt.
|
||||
|
||||
**2.** Gebruikers van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van nummers sluiten zich gedurende een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen periode aan bij een door de Minister van Justitie erkende geschillencommissie welke geschillen behandelt over de levering van een dienst door een hiervoor bedoelde nummergebruiker aan een consument voor zover het geschil verplichtingen betreft die bij of krachtens deze wet zijn opgelegd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 12.2. Geschilbeslechting door het college
|
||||
|
||||
|
|
@ -2143,15 +2160,15 @@ i. verdere onderwerpen als bedoeld in de artikelen 12.4, voor zover het bevoegdh
|
|||
|
||||
### Artikel 15.2
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de in artikel 15.1, eerste lid, bedoelde bepalingen.
|
||||
**1.** Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de in artikel 15.1, eerste lid, bedoelde bepalingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het college is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de in artikel 15.1, derde lid, bedoelde bepalingen.
|
||||
**2.** Het college is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de in artikel 15.1, derde lid, bedoelde bepalingen.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval van overtreding van artikel 6a.20, derde lid, kan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit de overtreder een last onder dwangsom opleggen. De artikelen 56, tweede en derde lid, en 58 van de Mededingingswet zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter zake van overtreding van artikel 6a.20, derde lid. Artikel 58 van de Mededingingswet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid, is vereiste spoed als bedoeld in artikel 5:24, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in elk geval aanwezig indien het niet naleven van de in het eerste lid bedoelde bepalingen een ernstige en directe bedreiging vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid.
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid, is van een spoedeisend geval als bedoeld in artikel 5:31, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in elk geval sprake indien het niet naleven van de in het eerste lid bedoelde bepalingen een ernstige en directe bedreiging vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van het tweede lid, is vereiste spoed als bedoeld in artikel 5:24, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in elk geval aanwezig indien het niet naleven van de in het tweede lid bedoelde bepalingen ernstige economische of bedrijfstechnische problemen tot gevolg zal hebben voor andere aanbieders van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een openbare elektronische communicatiedienst of bijbehorende faciliteiten of voor gebruikers van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, of een openbare elektronische communicatiedienst.
|
||||
**5.** Voor de toepassing van het tweede lid, is van een spoedeisend geval als bedoeld in artikel 5:31, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in elk geval sprake indien het niet naleven van de in het tweede lid bedoelde bepalingen ernstige economische of bedrijfstechnische problemen tot gevolg zal hebben voor andere aanbieders van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een openbare elektronische communicatiedienst of bijbehorende faciliteiten of voor gebruikers van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, of een openbare elektronische communicatiedienst.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.2a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2174,30 +2191,26 @@ d. het verbod heeft geen ernstige economische of maatschappelijke problemen tot
|
|||
|
||||
Indien niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels ten aanzien van de aanleg of het gebruik van radiozendapparaten, is Onze Minister bevoegd om aan de houder van een desbetreffend radiozendapparaat een geheel of gedeeltelijk zendverbod op te leggen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 15.2. Boete en last onder dwangsom
|
||||
### Paragraaf 15.2. Bestuurlijke boete en last onder dwangsom
|
||||
|
||||
### Artikel 15.4
|
||||
|
||||
**1.** Ingeval van overtreding van de bij of krachtens de in artikel 15.1, eerste lid, bedoelde voorschriften, alsmede van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, kan Onze Minister de overtreder een boete opleggen van ten hoogste € 450 000.
|
||||
**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 ter zake van overtreding van de bij of krachtens de in artikel 15.1, eerste lid, bedoelde regels, alsmede van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het college kan aan een onderneming een boete opleggen van ten hoogste € 450 000, of, indien dat meer is, 10% van de relevante omzet van de onderneming in Nederland, ingeval van:
|
||||
Het college kan aan een onderneming een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000, of, indien dat meer is, 10% van de relevante omzet van de onderneming in Nederland, ter zake van:
|
||||
|
||||
a. overtreding van de bij of krachtens hoofdstuk 6a gestelde voorschriften, met uitzondering van artikel 6a.20, of van de bij de roamingverordening gestelde voorschriften;
|
||||
b. overtreding van een op grond van artikel 12.2 genomen besluit, voor zover de overtreding geschiedt door een onderneming die beschikt over een aanmerkelijke marktmacht en betrekking heeft op een bij of krachtens hoofdstuk 6a gesteld voorschrift, met uitzondering van artikel 6a.20.
|
||||
|
||||
**3.** De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan aan een onderneming een boete opleggen van ten hoogste € 450 000, of, indien dat meer is, 10% van de relevante omzet van de onderneming in Nederland, ingeval van overtreding van artikel 6a.20.
|
||||
**3.** De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan aan een onderneming een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000, of, indien dat meer is, 10% van de relevante omzet van de onderneming in Nederland, ter zake van overtreding van artikel 6a.20.
|
||||
|
||||
**4.** Ingeval van overtreding van de bij of krachtens de in artikel 15.1, derde lid, bedoelde voorschriften, niet zijnde de voorschriften, bedoeld in het tweede lid, alsmede van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, kan het college aan de overtreder een boete opleggen van ten hoogste € 450 000.
|
||||
**4.** Het college kan een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 ter zake van overtreding van de bij of krachtens de in artikel 15.1, derde lid, bedoelde regels, niet zijnde regels bedoeld in het tweede lid, alsmede van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**5.** De hoogte van de boete wordt in ieder geval afgestemd op de ernst en de duur van de overtreding, alsmede op de mate waarin de overtreder daarvan een verwijt kan worden gemaakt.
|
||||
**5.** Indien op grond van artikel 5:1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht toepassing is gegeven aan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht, bedraagt voor de daar bedoelde overtreder de bestuurlijke boete, bedoeld in het tweede en derde lid, ten hoogste € 450 000.
|
||||
|
||||
**6.** De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt indien ter zake van de overtreding op grond waarvan de boete kan worden opgelegd, tegen de overtreder een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 37 van de Wet op de economische delicten.
|
||||
|
||||
**7.** Het recht tot strafvervolging vervalt indien Onze Minister, onderscheidenlijk het college, aan betrokkene terzake van hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Als relevante omzet als bedoeld in het tweede en derde lid wordt aangemerkt de omzet van de onderneming:
|
||||
|
||||
|
|
@ -2213,7 +2226,7 @@ c. voor zover betrekking hebbend op de omzet die de desbetreffende onderneming h
|
|||
|
||||
### Artikel 15.6
|
||||
|
||||
Indien de ambtenaren, bedoeld in artikel 15.1, eerste, tweede, onderscheidenlijk derde lid, in het kader van het onderzoek bedoeld in artikel 15.5, een redelijk vermoeden hebben dat een bepaalde natuurlijke persoon of rechtspersoon een overtreding heeft begaan, is er geen verplichting aan de zijde van die natuurlijke persoon of rechtspersoon terzake een verklaring af te leggen. De betrokkenen worden hiervan in kennis gesteld voordat hun mondeling terzake om informatie wordt gevraagd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15.7
|
||||
|
||||
|
|
@ -2223,83 +2236,39 @@ Indien de ambtenaren, bedoeld in artikel 15.1, eerste, tweede, onderscheidenlijk
|
|||
|
||||
### Artikel 15.8
|
||||
|
||||
**1.** Indien een ambtenaar als bedoeld in artikel 15.1, eerste, tweede, onderscheidenlijk derde lid, vaststelt dat een overtreding is begaan, maakt hij daarvan een rapport op.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In het rapport worden in ieder geval vermeld:
|
||||
|
||||
a. de feiten en omstandigheden op grond waarvan is vastgesteld dat een overtreding is begaan;
|
||||
b. waar en wanneer de feiten, bedoeld onder a, zich hebben voorgedaan;
|
||||
c. het overtreden wettelijk voorschrift.
|
||||
|
||||
**3.** Een kopie van het rapport wordt gezonden aan degene die de overtreding heeft begaan.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de belanghebbende die het rapport wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt Onze Minister, het college, onderscheidenlijk de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van het rapport aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15.9
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de belanghebbende schriftelijk opgeroepen om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen omtrent het in artikel 15.8, eerste lid, bedoelde rapport.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de belanghebbende zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt Onze Minister, het college, onderscheidenlijk de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, er op verzoek van de belanghebbende die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de belanghebbende bij het horen kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15.10
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij beschikking wordt opgelegd:
|
||||
|
||||
a. een boete als bedoeld in artikel 15.4, eerste lid: door Onze Minister;
|
||||
b. een boete als bedoeld in artikel 15.4, tweede of vierde lid: door het college;
|
||||
c. een boete als bedoeld in artikel 15.4, derde lid, en een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 15.2, derde lid: door de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In de beschikking wordt in elk geval vermeld:
|
||||
|
||||
a. de overtreding terzake waarvan zij is gegeven, alsmede het overtreden wettelijk voorschrift;
|
||||
b. indien een boete wordt opgelegd de te betalen geldsom, alsmede een toelichting op de hoogte daarvan;
|
||||
c. indien een last wordt opgelegd de inhoud van de last en de termijn waarvoor deze geldt.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de overtreder die de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt Onze Minister, het college, onderscheidenlijk de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die beschikking vermelde informatie aan de overtreder wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
|
||||
**4.** De beschikking dient te worden gegeven binnen twaalf weken nadat het rapport, bedoeld in artikel 15.8, eerste lid, is opgemaakt, tenzij binnen deze termijn het rapport aan het openbaar ministerie is gezonden. In dat geval kan een boete worden opgelegd binnen twaalf weken nadat het openbaar ministerie aan Onze Minister, het college, onderscheidenlijk de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, heeft meegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15.11
|
||||
|
||||
De werkzaamheden die verband houden met de uitvoering van de artikelen 15.9 en 15.10 worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij de opstelling van het in artikel 15.8 bedoelde rapport en het daaraan voorafgaande onderzoek.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15.12
|
||||
|
||||
De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 15.10, eerste lid, wordt, voorzover bij die beschikking een boete wordt opgelegd, opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
|
||||
De werking van een beschikking waarmee een bestuurlijke boete is opgelegd, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.13
|
||||
|
||||
**1.** Een boete wordt betaald binnen zes weken nadat de beschikking waarbij de boete is opgelegd, in werking is getreden.
|
||||
|
||||
**2.** De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen zes weken vanaf de dag waarop de in het eerste lid genoemde beschikking is bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien niet is betaald binnen de in het eerste lid genoemde termijn, wordt degene die de boete is verschuldigd schriftelijk bevolen binnen twee weken alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de krachtens het tweede lid verschuldigde rente en de kosten van de aanmaning, te betalen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15.14
|
||||
|
||||
**1.** Bij gebreke van betaling binnen de termijn van twee weken, bedoeld in artikel 15.13, derde lid, kan Onze Minister, het college, onderscheidenlijk de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, van de overtreder de verschuldigde boete, verhoogd met de krachtens artikel 15.13, tweede lid, verschuldigde rente en de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
**2.** Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
|
||||
|
||||
**3.** Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de staat, onderscheidenlijk het college.
|
||||
|
||||
**4.** Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de staat, onderscheidenlijk het college, kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.
|
||||
|
||||
**5.** De in het eerste lid bedoelde bedragen komen toe aan de staat.
|
||||
Verzet schorst de tenuitvoerlegging van een dwangbevel dat strekt tot invordering van de bestuurlijke boete.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.15
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 5:33, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht komen verbeurde dwangsommen toe aan de staat.
|
||||
De te betalen geldsom van de opgelegde bestuurlijke boete, de verbeurde dwangsommen en de wettelijke rente komen toe aan de Staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.16
|
||||
|
||||
De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt vijf jaar nadat de overtreding is begaan.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 15.3. Uit de handel nemen van uitrusting
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue