2005-07-01 | BWBR0010346 | Arbeidsomstandighedenwet 1998

This commit is contained in:
Coornhert 2005-07-01 12:00:00 +00:00
parent 9e8c058216
commit 7c7583e878

View file

@ -53,7 +53,8 @@ f. agressie en geweld: voorvallen waarbij een werknemer psychisch of fysiek word
g. arbeidsplaats: iedere plaats die in verband met het verrichten van arbeid wordt of pleegt te worden gebruikt;
h. arbeidsmiddelen: alle op de arbeidsplaats gebruikte machines, installaties, apparaten, transportmiddelen en gereedschappen;
i. arbeidsongeval: een aan een werknemer in verband met het verrichten van arbeid overkomen ongewilde, plotselinge gebeurtenis, die schade aan de gezondheid tot vrijwel onmiddellijk gevolg heeft gehad en heeft geleid tot ziekteverzuim, of de dood tot vrijwel onmiddellijk gevolg heeft gehad;
j. arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 14, derde lid, tweede volzin.
j. arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 14a, tweede en derde lid;
k. zelfstandige: degene die zonder werkgever of werknemer te zijn in de zin van het eerste of tweede lid arbeid verricht.
**4.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder beboetbaar feit: een handeling die of een nalaten dat in strijd is met deze wet of de daarop berustende bepalingen, en terzake waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd en welke handeling of nalaten niet als overtreding of misdrijf is aangemerkt op grond van de Wet op de economische delicten.
@ -130,7 +131,7 @@ b. het begeleiden van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun werk te
De werkgever neemt bij het voeren van het arbeidsomstandighedenbeleid de maatregelen die nodig zijn ter voorkoming en beperking van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken en de gevolgen daarvan voor de veiligheid en de gezondheid van de in het bedrijf, de inrichting, of een deel daarvan werkzame werknemers. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
a. de categorieën van bedrijven, inrichtingen of delen daarvan ten aanzien waarvan de werkgever die maatregelen neemt;
b. de gegevens die de werkgever met betrekking tot de bedrijven, inrichtingen of delen daarvan, bedoeld onder a, op schrift stelt of verstrekt aan een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24 of aan werknemers, andere personen en diensten als bedoeld in artikel 14;
b. de gegevens die de werkgever met betrekking tot de bedrijven, inrichtingen of delen daarvan, bedoeld onder a, op schrift stelt of verstrekt aan een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24 of aan de werknemers en de andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, eerste tot en met derde lid, de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid en de arbodienst;
c. de maatregelen die de werkgever neemt ten aanzien van de bedrijven, inrichtingen of delen daarvan, bedoeld onder a;
d. het tijdstip waarop en de frequentie waarmee wordt voldaan aan de verplichtingen, bedoeld onder b en c;
e. een verbod op de exploitatie van het bedrijf, de inrichting of een deel daarvan, indien niet of niet voldoende is voldaan aan een of meer verplichtingen krachtens dit artikel;
@ -169,7 +170,7 @@ b. het belang, bedoeld in artikel 10, zevende lid, onder b, van de Wet openbaarh
De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico's, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico's te voorkomen of te beperken.
Tevens zorgt de werkgever ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de wijze waarop de deskundige bijstand, bedoeld in de artikelen 14 en 15, in zijn bedrijf of inrichting is georganiseerd.
Tevens zorgt de werkgever ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de wijze waarop de deskundige bijstand, bedoeld in de artikelen 13, 14, 14a en 15, in zijn bedrijf of inrichting is georganiseerd.
**2.** De werkgever zorgt ervoor dat aan de werknemers doeltreffend en aan hun onderscheiden taken aangepast onderricht wordt verstrekt met betrekking tot de arbeidsomstandigheden.
@ -187,7 +188,7 @@ Tevens zorgt de werkgever ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht
**2.** De werkgever meldt de bedrijfshulpverleners, bedoeld in artikel 15, alsmede de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers, onverwijld, dat de mededeling van een arbeidsongeval als bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden.
**3.** Indien is aangetoond dat een werknemer aan een beroepsziekte lijdt, doet de arbodienst hiervan mededeling aan een door Onze Minister hiertoe aangewezen instelling.
**3.** Indien is aangetoond dat een werknemer aan een beroepsziekte lijdt, doen de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, die belast zijn met de taak, bedoeld in onderdeel b van dat lid, of de arbodienst hiervan mededeling aan een door Onze Minister hiertoe aangewezen instelling.
### Paragraaf . Voorkomen van gevaar voor derden
@ -208,7 +209,7 @@ b. de hem ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen op de juist
c. de op arbeidsmiddelen of anderszins aangebrachte beveiligingen niet te veranderen of buiten noodzaak weg te halen en deze op de juiste wijze te gebruiken;
d. mede te werken aan het voor hem georganiseerde onderricht bedoeld in artikel 8;
e. de door hem opgemerkte gevaren voor de veiligheid of de gezondheid terstond ter kennis te brengen aan de werkgever of degene die namens deze ter plaatse met de leiding is belast;
f. de werkgever en de werknemers, andere personen en diensten, bedoeld in artikel 14, indien nodig bij te staan bij de uitvoering van hun verplichtingen en taken op grond van deze wet.
f. de werkgever en de de werknemers en de andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, eerste tot en met derde lid, de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en de arbodienst, indien nodig bij te staan bij de uitvoering van hun verplichtingen en taken op grond van deze wet.
## Hoofdstuk 3. Samenwerking, overleg, bijzondere rechten van de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging en de belanghebbende werknemers en de regeling van de deskundige bijstand
@ -216,7 +217,7 @@ f. de werkgever en de werknemers, andere personen en diensten, bedoeld in artike
### Artikel 12
**1.** Bij de uitvoering van het arbeidsomstandighedenbeleid werken de werkgever en werknemers samen. De werkgever voert vooraf overleg met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of, bij het ontbreken daarvan met de belanghebbende werknemers over de uitvoering van het arbeidsomstandighedenbeleid. Bij dit overleg komt in ieder geval aan de orde de risico-inventarisatie en -evaluatie, de inschakeling van de arbodienst en de bedrijfshulpverlening.
**1.** Bij de uitvoering van het arbeidsomstandighedenbeleid werken de werkgever en werknemers samen. De werkgever voert vooraf overleg met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of, bij het ontbreken daarvan met de belanghebbende werknemers over de uitvoering van het arbeidsomstandighedenbeleid. Bij dit overleg komt in ieder geval aan de orde de risico-inventarisatie en -evaluatie, de organisatie van de deskundige bijstand, bedoeld in artikel 13, eerste tot en met derde lid, de inschakeling van de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid en de arbodienst en de bedrijfshulpverlening.
**2.** De werkgever zendt aan de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan, aan de belanghebbende werknemers afschrift van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5.
@ -231,45 +232,99 @@ b. de mogelijkheid geboden de ambtenaren, bedoeld in artikel 24, tijdens hun bez
**5.** Bij het ontbreken van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging wordt, in afwijking van artikel 3.41 van de Algemene wet bestuursrecht, van een beschikking zo spoedig mogelijk door de werkgever mededeling gedaan aan de belanghebbende werknemers. Die beschikking treedt, in afwijking van artikel 3.40 van de Algemene wet bestuursrecht, voor hen niet eerder in werking dan nadat de werkgever aan de mededelingsplicht, als bedoeld in de vorige zin, heeft voldaan.
### Paragraaf . Werkoverleg
### Paragraaf . Bijstand deskundige werknemers op het gebied van preventie en bescherming
### Artikel 13
Vervallen
**1.** De werkgever laat zich ten aanzien van de naleving van zijn verplichtingen op grond van deze wet bijstaan door een of meer deskundige werknemers.
### Paragraaf . Deskundige bijstand op het gebied van preventie en bescherming
**2.** Voorzover de mogelijkheden onvoldoende zijn om de bijstand binnen het bedrijf of de inrichting te organiseren, wordt de bijstand verleend door een combinatie van deskundige werknemers en andere deskundige personen.
**3.** Indien er geen mogelijkheden zijn om de bijstand binnen het bedrijf of de inrichting te organiseren, wordt de bijstand verleend door andere deskundige personen.
**4.** De werknemers en de andere deskundige personen beschikken over een zodanige deskundigheid, ervaring en uitrusting, zijn zodanig in aantal, gedurende zoveel tijd beschikbaar en zodanig georganiseerd, dat zij de bijstand naar behoren kunnen verlenen.
**5.** De werkgever stelt de werknemers in de gelegenheid de bijstand zelfstandig en onafhankelijk te verlenen. De werknemers worden uit hoofde van een juiste taakuitoefening niet benadeeld in hun positie in het bedrijf of de inrichting. Artikel 21, vierde zin, van de Wet op de ondernemingsraden is van overeenkomstige toepassing.
**6.** De deskundige personen verlenen hun bijstand met behoud van hun zelfstandigheid en van hun onafhankelijkheid ten opzichte van de werkgever.
**7.**
Het verlenen van bijstand omvat in ieder geval:
a. het verlenen van medewerking aan het verrichten en opstellen van een risico-inventarisatie en -evaluatie als bedoeld in artikel 5;
b. het adviseren aan onderscheidenlijk nauw samenwerken met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers, inzake de genomen en de te nemen maatregelen, gericht op een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid;
c. de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in onderdeel b, dan wel de medewerking daaraan.
**8.** Een afschrift van een advies als bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, wordt aan de werkgever gezonden.
**9.** In de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5, worden de maatregelen beschreven die nodig zijn om te voldoen aan het vierde en tiende lid.
**10.** In afwijking van het eerste tot en met het derde lid, kan de werkgever die een natuurlijke persoon is met niet meer dan 15 werknemers, de taken in het kader van de bijstand zelf verrichten, indien hij beschikt over voldoende deskundigheid, ervaring en uitrusting om deze taken naar behoren te vervullen.
### Paragraaf . Maatwerkregeling aanvullende deskundige bijstand bij specifieke taken op het gebied van preventie en bescherming
### Artikel 14
**1.** De werkgever laat zich ten aanzien van zijn verplichtingen op grond van deze wet bijstaan door een of meer deskundige werknemers al dan niet georganiseerd in een dienst dan wel door een of meer diensten bestaande uit andere deskundigen dan wel door een combinatie van deskundige werknemers en andere deskundige personen of diensten.
**1.**
**2.** De in het eerste lid bedoelde werknemers, andere personen en diensten verlenen hun bijstand met behoud van hun zelfstandigheid en van hun onafhankelijkheid ten opzichte van de werkgever. De in het eerste lid bedoelde werknemers mogen uit hoofde van een juiste taakuitoefening niet worden benadeeld in hun positie in het bedrijf of de inrichting. Artikel 21, vierde volzin, van de Wet op de ondernemingsraden is van overeenkomstige toepassing.
In aanvulling op artikel 13 laat de werkgever zich bij de volgende taken bijstaan door een of meer deskundige personen ten behoeve van wie overeenkomstig artikel 20 een certificaat is afgegeven:
**3.**
Het verlenen van bijstand bij de uitvoering van verplichtingen op grond van deze wet houdt in elk geval in:
a. het verlenen van medewerking aan het verrichten en opstellen van een risico-inventarisatie en -evaluatie als bedoeld in artikel 5, waaronder mede begrepen het toetsen ervan en het adviseren daaromtrent;
a. het toetsen van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5, en daarover adviseren;
b. de bijstand bij de begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun arbeid te verrichten, met inbegrip van de bijstand bij de uitvoering van bij of krachtens artikel 71a, eerste, tweede, derde, vierde en zevende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering gestelde regels;
c. het uitvoeren van:
1°. het arbeidsgezondheidskundig onderzoek bedoeld in artikel 18;
1°. het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 18;
2°. de aanstellingskeuring, indien de werkgever deze laat verrichten;
d. het houden van een arbeidsomstandighedenspreekuur;
e. het adviseren aan onderscheidenlijk nauw samenwerken met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers, inzake de genomen en de te nemen maatregelen, gericht op het arbeidsomstandighedenbeleid;
f. de uitvoering van de in onderdeel e bedoelde maatregelen dan wel de medewerking daaraan.
d. het houden van een arbeidsomstandighedenspreekuur.
De werkgever laat zich met betrekking tot de onder a tot en met d bedoelde taken bijstaan door een arbodienst, ten behoeve waarvan, overeenkomstig artikel 20, een certificaat is afgegeven.
**2.**
**4.** De wijze waarop de bijstandverlening plaatsvindt met betrekking tot de in het derde lid in onderdeel b, genoemde taak, wordt schriftelijk vastgelegd.
Bij de toepassing van het eerste lid wordt het volgende in acht genomen:
**5.** De werknemers van de arbodienst beschikken over een zodanige deskundigheid, ervaring en uitrusting, zijn zodanig in aantal, gedurende zoveel tijd beschikbaar en zodanig georganiseerd, dat zij de in het derde lid genoemde bijstand naar behoren kunnen verlenen.
a. de bijstand bij de taken, bedoeld in het eerste lid, wordt doeltreffend uitgevoerd;
b. de bijstand bij de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt binnen het bedrijf of de inrichting georganiseerd;
c. voorzover de mogelijkheden onvoldoende zijn om de bijstand bij de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, binnen het bedrijf of de inrichting te organiseren, wordt de bijstand verleend door een of meer andere deskundige personen ten behoeve van wie overeenkomstig artikel 20 een certificaat is afgegeven;
d. de personen die de bijstand verrichten, hebben een zodanige uitrusting en zijn zodanig in aantal, gedurende zoveel tijd beschikbaar en zodanig georganiseerd, dat zij de bijstand bij de taken, bedoeld in het eerste lid, naar behoren kunnen verlenen.
**6.** De werknemers, andere personen en diensten, bedoeld in het eerste lid, werken bij het verlenen van bijstand aan een werkgever samen.
**3.** Een afschrift van een advies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt door de degene die dit advies heeft opgesteld gezonden aan de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging. Bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging wordt een afschrift van dit advies zo spoedig mogelijk door de werkgever gezonden aan de belanghebbende werknemers.
**7.** Een afschrift van een advies als bedoeld in het derde lid, onder a, wordt door de arbodienst gezonden aan de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging. Bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging wordt een afschrift van dit advies zo spoedig mogelijk door de werkgever gezonden aan de belanghebbende werknemers. Een afschrift van een advies als bedoeld in het derde lid, onder e, wordt door de deskundige, bedoeld in het eerste lid, gezonden aan de werkgever.
**4.** De wijze waarop de bijstandverlening plaatsvindt met betrekking tot de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt schriftelijk vastgelegd.
**8.** Bij de gegevensverwerking noodzakelijk voor de uitvoering van de taak, bedoeld in onderdeel b van het derde lid, kan gebruik worden gemaakt van het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
**5.** Bij de gegevensverwerking noodzakelijk voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan gebruik worden gemaakt van het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
**6.** De deskundige werknemers en andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, en de personen, bedoeld in het eerste lid, werken bij het verlenen van bijstand aan een werkgever samen.
**7.** Artikel 13, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**8.**
De organisatie van de bijstand bij de taken, bedoeld in het eerste lid, kan, met inachtneming van het tweede lid, plaatsvinden bij:
a. collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan, of
b. regeling waaromtrent de werkgever schriftelijk overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging.
**9.** Indien zowel een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling als bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, als een regeling als bedoeld in het achtste lid, onderdeel b, gelden, zijn de in die overeenkomst en regelingen gegeven bepalingen naast elkaar van toepassing. In geval van strijd zijn de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst of de regeling, bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, van toepassing.
**10.** Voor de toepassing van dit artikel en de daarop berustende bepalingen geldt een collectieve overeenkomst als bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, en een regeling als bedoeld in het achtste lid, onderdelen a en b, gedurende 5 jaren, te rekenen vanaf het tijdstip waarop die overeenkomst of die regeling ingaat. Bij wijziging van de in de eerste zin bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst of regeling binnen 5 jaren na inwerkingtreding, wordt het in de eerste zin bedoelde tijdvak beëindigd op het tijdstip van inwerkingtreding van de gewijzigde collectieve arbeidsovereenkomst of regeling.
**11.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bijstand bij een of meer taken als bedoeld in het eerste lid niet verplicht is met inachtneming van bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften.
### Paragraaf . Vangnetregeling aanvullende deskundige bijstand op het gebied van preventie en bescherming
### Artikel 14a
**1.** Indien de bijstand bij de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, niet is georganiseerd met toepassing van artikel 14, achtste lid, wordt deze bijstand georganiseerd met inachtneming van dit artikel.
**2.** De werkgever laat zich met betrekking tot de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, bijstaan door een arbodienst, ten behoeve waarvan overeenkomstig artikel 20 een certificaat is afgegeven en die deel uitmaakt van de organisatie van het bedrijf of de inrichting.
**3.** Voorzover de mogelijkheden onvoldoende zijn om de bijstand binnen het bedrijf of de inrichting te organiseren, wordt de bijstand verleend door een andere arbodienst ten behoeve waarvan, overeenkomstig artikel 20, een certificaat is afgegeven.
**4.** De deskundige werknemers en andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, en de werknemers van een arbodienst, werken bij het verlenen van bijstand aan een werkgever samen.
**5.** Artikel 13, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**6.** Artikel 14, derde tot en met vijfde lid en elfde lid, is van toepassing.
### Paragraaf . Deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening
@ -303,7 +358,7 @@ d. het alarmeren van en samenwerken met hulpverleningsorganisaties in verband me
De in het eerste lid bedoelde regels
a. hebben betrekking op de arbozorg en de organisatie van de arbeid, de inrichting van de arbeidsplaatsen, het werken met gevaarlijke stoffen en biologische agentia, de mate van fysieke belasting waaraan werknemers blootstaan, de fysische factoren die zich op de arbeidsplaats voordoen, de bij de arbeid gebruikte arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen en de op de arbeidsplaats te gebruiken veiligheids- en gezondheidssignalering en
b. kunnen mede strekken ter uitvoering van de artikelen 3, 4, 5, 8, 9, 14, 15 en 18.
b. kunnen mede strekken ter uitvoering van de artikelen 3, 4, 5, 8, 9, 13, 14, 14a, 15 en 18.
**3.**
@ -328,13 +383,13 @@ d. verricht bij een verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de arbeid, bedoeld in het vierde lid, of arbeid verricht in de burgerlijke openbare dienst of arbeid verricht in de inrichtingen, bedoeld in de Penitentiaire beginselenwet, de inrichtingen, bedoeld in de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, en de inrichtingen, bedoeld in de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, regels worden gesteld die afwijken van het bij of krachtens deze wet bepaalde of strekken ter aanvulling daarvan. Met betrekking tot de arbeid, bedoeld in het vierde lid, onder c, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is.
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de verplichting tot naleving van daarbij aangewezen voorschriften voor zover zij betrekking hebben op arbeid waaraan bijzondere gevaren voor de veiligheid of de gezondheid zijn verbonden zich mede richt tot zelfstandig werkenden.
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de verplichting tot naleving van bij of krachtens deze wet aangewezen voorschriften voorzover zij betrekking hebben op arbeid waaraan bijzondere gevaren voor de veiligheid of de gezondheid zijn verbonden zich mede richt tot een zelfstandige en tot de werkgever die deze arbeid verricht.
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de verplichting tot naleving van daarbij aangegeven voorschriften in de gevallen bij die maatregel omschreven rust op een ander dan de werkgever. Aangewezen kunnen worden de eigenaar of beheerder dan wel degene die anderszins bevoegd is te beslissen over het ontwerp, de vervaardiging dan wel het onderhoud van arbeidsplaatsen en arbeidsmiddelen, zoals zonodig nader bij die maatregel is bepaald.
**9.** De in het eerste lid bedoelde regels kunnen betrekking hebben op andere onderwerpen dan die genoemd in het tweede lid of zich richten tot andere personen dan de werkgever of de in het zevende en achtste lid bedoelde personen, indien dat noodzakelijk is ter uitvoering van krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap vastgestelde verplichtingen met betrekking tot de bevordering van de verbetering van het arbeidsmilieu.
**10.** De werkgever, dan wel een ander dan de werkgever bedoeld in het zevende, achtste of negende lid lid en de werknemers zijn verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden als bedoeld in de op grond van dit artikel vastgestelde algemene maatregel van bestuur voorzover en op de wijze als bij deze maatregel is bepaald.
**10.** De werkgever, dan wel een ander dan de werkgever bedoeld in het zevende, achtste of negende lid en de werknemers zijn verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden als bedoeld in de op grond van dit artikel vastgestelde algemene maatregel van bestuur voorzover en op de wijze als bij deze maatregel is bepaald.
**11.** Voorzover de niet naleving van de in het tiende lid bedoelde voorschriften en verboden is aangewezen als een strafbaar feit, is dat feit een overtreding.
@ -447,9 +502,9 @@ De in artikel 24 bedoelde ambtenaren zijn, behoudens tegenover hen aan wier geza
**4.** Voor de toepassing van de vorige leden worden met een werkgever gelijkgesteld: de in artikel 16 bedoelde personen voor zover het betreft de krachtens dat artikel omschreven verplichtingen.
**5.** Een eis kan worden gesteld tot naleving van het bepaalde bij de artikelen 3, 4, 5, 6, 8, 11, 14, eerste lid, derde lid, laatste volzin, en zesde lid, 15, eerste en derde lid, 16 voor zover dat bij de krachtens dat artikel gestelde regels is bepaald, 18 en 19.
**5.** Een eis kan worden gesteld tot naleving van de artikelen 3, 4, 5, 6, 8, 11, 13, eerste tot en met vierde lid, negende en tiende lid, 14, eerste, tweede en zesde lid, 14a, tweede, derde en vierde lid, 15, eerste en derde lid, 16, voorzover dat bij de krachtens dat artikel gestelde regels is bepaald, 18 en 19.
**6.** De werkgever brengt de inhoud van de eis zo spoedig mogelijk ter kennis van de betrokken werknemers en andere personen en diensten als bedoeld in artikel 14 alsmede van de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging.
**6.** De werkgever brengt de inhoud van de eis zo spoedig mogelijk ter kennis van de deskundige werknemers en de andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en de arbodienst alsmede van de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, van de belanghebbende werknemers.
### Paragraaf . Stillegging van het werk
@ -465,7 +520,7 @@ De in artikel 24 bedoelde ambtenaren zijn, behoudens tegenover hen aan wier geza
**5.** Degene, die een bevel als bedoeld in het eerste lid gegeven heeft, is bevoegd met betrekking tot dit bevel de nodige maatregelen te treffen, met inbegrip van toepassing van bestuursdwang, de nodige aanwijzingen te geven en de hulp van de sterke arm in te roepen. De maatregelen en aanwijzingen kunnen onder meer betrekking hebben op het verzegelen van arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen.
**6.** De werkgever brengt de inhoud van een bevel als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk bij gedagtekend schrijven ter kennis van de betrokken werknemers en andere personen en diensten als bedoeld in artikel 14, en van de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, van de belanghebbende werknemers.
**6.** De werkgever brengt de inhoud van een bevel als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk bij gedagtekend schrijven ter kennis van de deskundige werknemers en de andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en de arbodienst, en van de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, van de belanghebbende werknemers.
**7.** Ieder wie zulks aangaat is verplicht zich te gedragen overeenkomstig een bevel, als bedoeld in het eerste lid en een aanwijzing als bedoeld in het vijfde lid.
@ -507,7 +562,7 @@ a. een of meer der redenen waarom zij is verleend is of zijn vervallen;
b. een of meer van de daaraan verbonden voorschriften niet wordt of worden nageleefd;
c. zich na de verlening zodanige feiten of omstandigheden voordoen dat, indien deze ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vrijstelling of ontheffing niet of niet in die vorm zou zijn verleend.
**7.** De werkgever zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van zijn verzoek om ontheffing aan de betrokken werknemers en andere personen en diensten als bedoeld in artikel 14 alsmede aan de ondernemingsraad of aan de personeelsvertegenwoordiging. Bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging brengt de werkgever de inhoud van zijn verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de belanghebbende werknemers.
**7.** De werkgever zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van zijn verzoek om ontheffing aan de deskundige werknemers en de andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en de arbodienst alsmede aan de ondernemingsraad of aan de personeelsvertegenwoordiging. Bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging brengt de werkgever de inhoud van zijn verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de belanghebbende werknemers.
**8.** De werking van een beschikking inzake een ontheffing wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
@ -535,7 +590,7 @@ c. zich na de verlening zodanige feiten of omstandigheden voordoen dat, indien d
### Artikel 33
**1.** Als beboetbaar feit wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de artikelen 3, 4, 5, met uitzondering van de derde en vierde volzin van het derde lid, 8, 9, eerste lid, 11, 14, eerste lid, derde lid, laatste volzin en zesde lid, 15, eerste en derde lid, 18, 19. Terzake van de feiten bedoeld in de vorige volzin, kan een boete worden opgelegd van de eerste categorie.
**1.** Als beboetbaar feit wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de artikelen 3, 4, 5, met uitzondering van de derde en vierde zin van het derde lid, 8, 9, eerste lid, 11, 13, eerste tot en met vierde lid, negende en tiende lid, 14, eerste, tweede en zesde lid, 14a, tweede, derde en vierde lid, 15, eerste en derde lid, 18, 19. Terzake van de feiten bedoeld in de vorige volzin, kan een boete worden opgelegd van de eerste categorie.
**2.** Als beboetbaar feit wordt tevens aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met artikel 16, tiende lid, voor zover het niet naleven van de in dat artikellid bedoelde voorschriften en verboden bij algemene maatregel van bestuur is aangemerkt als beboetbaar feit. Terzake van de feiten, bedoeld in de vorige volzin, wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald of een boete kan worden opgelegd van de eerste of tweede categorie.
@ -736,9 +791,15 @@ Voor de toepassing van deze wet worden het Arbeidsomstandighedenbesluit, het Bes
Voor de toepassing van deze wet worden vrijstellingen en ontheffingen alsmede andere besluiten die door Onze Minister genomen zijn op grond van het bij of krachtens de in artikel 48 genoemde wet bepaalde en die op het tijdstip van het in werking treden van deze wet nog van kracht zijn, geacht te zijn verleend onderscheidenlijk genomen krachtens deze wet.
### Paragraaf . Overgangsrecht wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in verband met een gewijzigde organisatie van de deskundige bijstand bij het arbeidsomstandighedenbeleid en de daarmee samenhangende bepalingen
### Artikel 52
Vervallen
**1.** Voorzover de bijstand bij de taak, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, niet binnen het bedrijf of de inrichting is georganiseerd, behoeft artikel 14, tweede lid, onderdeel b, niet te worden toegepast totdat de overeenkomst met de arbodienst is geëxpireerd, doch uiterlijk tot 6 maanden na de inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in verband met een gewijzigde organisatie van de deskundige bijstand bij het arbeidsomstandighedenbeleid en de daarmee samenhangende bepalingen (Stb. 2005, 202).
**2.** Voorzover de bijstand, bedoeld in artikel 14a, tweede lid, niet binnen het bedrijf of de inrichting is georganiseerd, behoeft artikel 14a, tweede lid, niet te worden toegepast totdat de overeenkomst met de arbodienst is geëxpireerd, doch uiterlijk tot 6 maanden na de inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in verband met een gewijzigde organisatie van de deskundige bijstand bij het arbeidsomstandighedenbeleid en de daarmee samenhangende bepalingen (Stb. 2005, 202).
**3.** Artikel 14, derde lid, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in verband met een gewijzigde organisatie van de deskundige bijstand bij het arbeidsomstandighedenbeleid en de daarmee samenhangende bepalingen (Stb. 2005, 202) is van toepassing tot het tijdstip waarop op grond van het eerste of het tweede lid voornoemde wet wordt toegepast.
### Artikel 53