2009-01-01 | BWBR0022594 | Verordening op de praktijkstage

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-01 12:00:00 +00:00
parent 1d55bb3a31
commit 7ca9d0f2bf

View file

@ -29,7 +29,12 @@ j. praktijkopleidingsplan: de door het bestuur op grond van artikel 2 vastgestel
k. portfolio: het elektronische dossier dat inzicht geeft in de beroepsontwikkeling en de verworven competenties van de trainee;
l. richtlijn: de richtlijn nr. 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en B3/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PbEU L 157);
m. trainee: een natuurlijke persoon die de praktijkstage volgt;
n. kritische beroepssituaties: situaties die kenmerkend zijn voor de beroepsuitoefening van een Accountant-Administratieconsulent en zijn omschreven in het beroepsprofiel;
n. kritische beroepssituaties: situaties die kenmerkend zijn voor de beroepsuitoefening van een Accountant-Administratieconsulent welke zijn omschreven in het beroepsprofielen voor de praktijkstage worden onderscheiden naar:
situaties van assuranceopdrachten;
situaties van aan assurance verwante opdrachten;
situaties van administratieve en fiscale dienstverlening;
situaties van adviesopdrachten.
o. wet: de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten.
### Paragraaf . Praktijkopleidingsplan
@ -58,7 +63,9 @@ Bij nadere regels worden de in het beroepsprofiel en de eindtermen voorgeschreve
**2.** Het persoonlijk ontwikkelingsplan bevat de naam en adresgegevens van de praktijkopleider.
**3.** Het bestuur kan nadere regels stellen over de inrichting, het tijdstip van indiening en de goedkeuring van het persoonlijk ontwikkelingsplan en over het actualiseren van gegevens.
**3.** De trainee zet de praktijkstage pas voort nadat het persoonlijk ontwikkelplan is beoordeeld in de zin van artikel 10, tweede lid en tevens is goedgekeurd.
**4.** Het bestuur kan nadere regels stellen over de inrichting, het tijdstip van indiening en de goedkeuring van het persoonlijk ontwikkelingsplan en over het actualiseren van gegevens.
### Artikel 6
@ -146,13 +153,15 @@ Het stagebureau verleent op verzoek van de NOvAA medewerking aan onderzoek en ve
### Artikel 14
**1.** Tot de praktijkstage wordt op zijn verzoek toegelaten een trainee die beschikt over een getuigschrift van een bacheloropleiding waaruit blijkt dat hij met goed gevolg examen heeft afgelegd in de vakgebieden, bedoeld in artikel B, tweede lid van de richtlijn.
**1.** Tot de praktijkstage wordt op zijn verzoek toegelaten een trainee die beschikt over een getuigschrift van een opleiding welke door de Commissie eindtermen accountantsopleiding is aangewezen in de zin van artikel 56*, eerste lid, onderdeel b van de wet.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de NOvAA op verzoek een trainee toelaten voor wie naar het oordeel van de NOvAA een aanvulling op de genoten opleiding noodzakelijk is als bedoeld in artikel 55 van de wet.
**2.** In geval een trainee naar het oordeel van de NOvAA de voltooiing van de in het eerste lid bedoelde opleiding voldoende is genaderd, kan de NOvAA in afwijking van het eerste lid een trainee reeds toelaten.
**3.** De NOvAA deelt aan de trainee schriftelijk mee aan welke eindtermen de door de trainee te volgen aanvullende opleiding, bedoeld in het tweede lid dient te voldoen en of met de genoten opleiding toegang tot de praktijkstage kan worden verkregen.
**3.** In afwijking van het eerste lid kan de NOvAA op verzoek een trainee toelaten voor wie naar het oordeel van de NOvAA een aanvulling op de genoten opleiding noodzakelijk is als bedoeld in artikel 55 van de wet.
**4.** Het bestuur stelt nadere regels vast over de wijze van indiening van de aanvraag en de tijdstippen waarop de praktijkstage kan aanvangen.
**4.** De NOvAA deelt aan de trainee schriftelijk mee aan welke eindtermen de door de trainee te volgen aanvullende opleiding, bedoeld in het derde lid dient te voldoen en of met de genoten opleiding toegang tot de praktijkstage kan worden verkregen.
**5.** Het bestuur stelt nadere regels vast over de wijze van indiening van de aanvraag en de tijdstippen waarop de praktijkstage kan aanvangen.
### Paragraaf . Examen
@ -210,11 +219,21 @@ b. de bij verordening vastgestelde inschrijf- en examengelden zijn voldaan.
De aanvrager overlegt bij een verzoek tot vrijstelling:
a. een portfolio waarin informatie is opgenomen waaruit blijkt dat de aanvrager gedurende minimaal vier jaar werkervaring heeft opgedaan en welke kritische beroepssituaties aanwezig zijn geweest;
b. een schriftelijke verklaring van een Accountant-Administratieconsulent met de aantekening bij zijn inschrijving in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36 derde lid van de wet, die minimaal drie jaar als zodanig werkzaam is geweest dat onder zijn verantwoordelijkheid de in het eerste lid bedoelde werkervaring is opgedaan.
b. een schriftelijke verklaring van een Accountant-Administratieconsulent met de aantekening bij zijn inschrijving in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36 derde lid van de wet, die minimaal drie jaar als zodanig werkzaam is geweest dat onder zijn verantwoordelijkheid de in het tweede lid bedoelde werkervaring is opgedaan.
**5.** De NOvAA wijst beoordelaars aan om te beoordelen of de informatie, bedoeld in het vierde lid voldoet aan de eisen die bij of krachtens deze verordening daaraan zijn gesteld. Bij een positief oordeel van de beoordelaars kan de informatie, bedoeld in het vierde lid worden toegevoegd aan het portfolio voor het eindgesprek.
**5.**
**6.**
Wanneer de vrijstelling bedoeld in het eerste lid door de NOvAA wordt verleend, wordt tevens de nominale duur van de praktijkstage van de aanvrager verkort met
a. een halfjaar indien ten minste vier jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van een kritische beroepssituatie niet zijnde de situatie van assuranceopdrachten;
b. een jaar indien ten minste acht jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van de kritische beroepssituaties niet zijnde de situaties van assuranceopdrachten dan wel ten minste vier jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van twee kritische beroepssituaties niet zijnde de situaties van assuranceopdrachten;
c. twee jaar indien ten minste vier jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van situaties van assuranceopdrachten;
d. tweeëneenhalf jaar indien ten minste acht jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van situaties van assuranceopdrachten en ten minste één andere kritische beroepssituatie;
e. drie jaar indien ten minste acht jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van situaties van assuranceopdrachten en ten minste twee andere kritische beroepssituaties dan wel twaalf jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van de kritische beroepssituaties.
**6.** De NOvAA wijst beoordelaars aan om te beoordelen of de informatie, bedoeld in het vierde lid voldoet aan de eisen die bij of krachtens deze verordening daaraan zijn gesteld. Bij een positief oordeel van de beoordelaars kan de informatie, bedoeld in het vierde lid worden toegevoegd aan het portfolio voor het eindgesprek.
**7.**
De aanvrager legt een eindgesprek af, bedoeld in artikel 15.