diff --git a/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md b/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md index 5e5409cf75b..f2c2af7c973 100644 --- a/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md +++ b/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md @@ -100,15 +100,15 @@ De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip van onttrekking. ### Artikel 8 -**1.** Het tarief bedraagt per kubieke meter onttrokken grondwater € 0,1915. +**1.** Het tarief bedraagt per kubieke meter onttrokken grondwater € 0,1951. **2.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief nihil voor onttrekkingen door middel van een inrichting waarbij grondwater wordt onttrokken en vervolgens in een gesloten systeem weer volledig wordt teruggevoerd in hetzelfde watervoerende pakket als waaraan het is onttrokken, in overeenstemming met de voorwaarden welke daartoe zijn gesteld in de vergunning die voor het onttrekken en terugvoeren van grondwater is verleend ingevolge de Waterwet. -**3.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor onttrekkingen met behulp van een OEDI per kubieke meter onttrokken grondwater € 0,0619 voor zover de in een jaar onttrokken hoeveelheid grondwater de in dat jaar geïnfiltreerde hoeveelheid water niet overschrijdt, met dien verstande dat in dat geval de onttrekking door middel van een oevergrondwaterwinning en de infiltratie niet in aanmerking worden genomen. +**3.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor onttrekkingen met behulp van een OEDI per kubieke meter onttrokken grondwater € 0,0631 voor zover de in een jaar onttrokken hoeveelheid grondwater de in dat jaar geïnfiltreerde hoeveelheid water niet overschrijdt, met dien verstande dat in dat geval de onttrekking door middel van een oevergrondwaterwinning en de infiltratie niet in aanmerking worden genomen. ### Artikel 9 -De in artikel 6, tweede lid, bedoelde vermindering bedraagt per kubieke meter geïnfiltreerd water € 0,1604. +De in artikel 6, tweede lid, bedoelde vermindering bedraagt per kubieke meter geïnfiltreerd water € 0,1634. ### Afdeling 5. Vrijstellingen @@ -210,7 +210,7 @@ c. in overige gevallen op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. ### Artikel 18 -Het tarief bedraagt € 0,154 per kubieke meter leidingwater. +Het tarief bedraagt € 0,157 per kubieke meter leidingwater. ### Afdeling 5. Vrijstellingen @@ -254,6 +254,7 @@ b. verwijdering: storten of verbranden van afvalstoffen, met uitzondering van ve ba. nuttige toepassing: nuttige toepassing als bedoeld in de Wet milieubeheer; bb. storten: storten als bedoeld in de Wet milieubeheer; c. inrichting: een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer, werken daaronder niet begrepen, waarin afvalstoffen worden verwijderd; +ca. oude stortplaats: een stortplaats die staat vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 8.53 van de Wet milieubeheer; d. baggerspecie: grond die uit de bodem is vrijgekomen via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte, daaronder begrepen sediment en het residu van de reiniging van baggerspecie; e. stoffen: chemische elementen en hun verbindingen, zoals deze voorkomen in de natuur dan wel door menselijk toedoen worden voortgebracht; f. preparaten: mengsels of oplossingen van stoffen; @@ -315,21 +316,42 @@ b. de afvalstoffen binnen de inrichting waarin deze stoffen zijn ontstaan, worde Het tarief bedraagt in geval van: -a. het storten van afvalstoffen: € 89,71 per 1000 kilogram; +a. het storten van afvalstoffen: € 107,49 per 1000 kilogram; b. het verbranden van afvalstoffen: nihil. **2.** -In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief € 14,81 per 1000 kilogram voor: +In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief € 16,79 per 1000 kilogram voor: a. afvalstoffen die uitsluitend bestaan uit de categorie van afvalstoffen, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder 21, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen; -b. gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer; +b. afvalstoffen die afkomstig zijn van de afgraving van een oude stortplaats indien met betrekking tot die stortplaats door de inspecteur een vergunning is afgegeven voor de toepassing van dit tarief; c. afvalstoffen met een volumieke massa van meer dan 1100 kilogram per kubieke meter; d. bij regeling van Onze Ministers aan te wijzen afvalstoffen die niet verbrandbaar en niet herbruikbaar zijn, die onvermengd zijn met andere afvalstoffen en die rechtstreeks door de producent worden aangeboden. -**3.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het tweede lid. +**3.** De inspecteur verleent de vergunning, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, op schriftelijk verzoek indien bij de vergunningaanvraag een herontwikkelingsplan wordt overgelegd dat voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden. -**4.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de in het tweede lid bedoelde afvalstoffen moeten worden aangeboden. +**4.** Bij de vergunningverlening kan de inspecteur voorwaarden stellen met betrekking tot het tijdpad en de administratie van de herontwikkeling. + +**5.** + +De inspecteur kan de vergunning, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bij voor bezwaar vatbare beschikking intrekken indien: + +a. blijkt dat de herontwikkeling niet wordt uitgevoerd in overeenstemming met het herontwikkelingsplan; +b. de vergunninghouder heeft gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden of met de bepalingen van deze wet of daarop gebaseerde regelingen; +c. misbruik van de vergunning is gemaakt of een poging daartoe is gedaan; of +d. de vergunninghouder daarom verzoekt. + +**6.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het tweede lid. + +**7.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de in het tweede lid bedoelde afvalstoffen moeten worden aangeboden. + +### Artikel 28a + +**1.** Bij regeling van Onze Minister kan artikel 28, tweede lid, onderdeel b, buiten toepassing worden gesteld of per kalenderjaar of gedeelte daarvan worden beperkt, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. + +**2.** Een regeling als bedoeld in het eerste lid mag slechts strekken tot het voorkomen of beperken van een overschrijding van het voor de regeling voor het afgraven van oude stortplaatsen in de begroting opgenomen bedrag. + +**3.** Het buiten toepassing stellen, bedoeld in het eerste lid, heeft geen werking voor afvalstoffen afkomstig van een oude stortplaats waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, is verleend die reeds voor dit buiten toepassing stellen is afgegeven. ### Afdeling 5*. Vrijstelling @@ -508,7 +530,7 @@ De belasting wordt berekend over het gewicht van de kolen, uitgedrukt in kilogra ### Artikel 43 -Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 13,17. +Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 13,42. ### Afdeling 5. Vrijstellingen @@ -570,11 +592,14 @@ c. het voorhanden hebben van kolen buiten een inrichting. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas: hetgeen ingevolge de artikelen 26 en 28 van de Wet op de accijns onder deze begrippen wordt verstaan; -b. L: een liter bij een temperatuur van 15 graden Celsius; -c. weg, motorrijtuig en pleziervaartuig: hetgeen ingevolge artikel 27, vijfde lid, van de Wet op de accijns onder deze begrippen wordt verstaan; -d. invoer: invoer in de zin van de Wet op de accijns; -e. uitslag: uitslag in de zin van de Wet op de accijns; +a. motorrijtuig: hetgeen ingevolge artikel 27, vijfde lid, van de Wet op de accijns onder dit begrip wordt verstaan; +b. elektriciteitsbeurs: beurs als bedoeld in artikel 86e van de Elektriciteitswet 1998; +c. gasbeurs: beurs als bedoeld in artikel 66b van de Gaswet; +d. verbruiksperiode: + +1°. in gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of, indien geen voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen: tijdvak waarop de eindfactuur betrekking heeft; +2°. in overige gevallen: kalenderjaar; +e. eindfactuur: definitieve factuur waarin verrekening plaatsvindt met de voorschotnota’s of voorschotbedragen die betrekking hebben op het tijdvak waarop de factuur ziet; f. aansluiting: een aansluiting van een in Nederland gelegen onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken op een Nederlands distributienet waaruit elektriciteit of aardgas aan de verbruiker wordt geleverd; een aansluiting kan bestaan uit een of meer leveringspunten; g. installatie voor warmtekrachtkoppeling: een installatie waarin aardgas wordt verstookt voor de gecombineerde opwekking van warmte en kracht met een totaal energetisch rendement van minimaal 60%, gebaseerd op de calorische onderwaarde van het gas. Onder het totaal energetisch rendement wordt verstaan de som van het rendement van de elektriciteitsopwekking en tweederde deel van het rendement van de productie van nuttig aan te wenden warmte, berekend op de onderste verbrandingswaarde van aardgas; h. installatie voor blokverwarming: een gemeenschappelijke voorziening voor de verwarming van meer dan een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken; @@ -590,46 +615,29 @@ q. kosten van de aankoop van energieproducten en elektriciteit, productiewaarde r. CNG: aardgas dat na compressie geschikt is voor de aanwending in motorrijtuigen; s. CNG-vulstation: een rechtstreeks op het distributienet van aardgas aangesloten inrichting waar uitsluitend aardgas wordt samengeperst tot CNG, dat wordt afgeleverd aan motorrijtuigen; t. zakelijk verbruik: verbruik door een zakelijke eenheid die zelfstandig, op ongeacht welke plaats, leveringen van goederen en diensten verricht, ongeacht het oogmerk of het resultaat van die economische activiteiten. Economische activiteiten omvatten alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of verrichter van diensten, met inbegrip van de winning van delfstoffen, de landbouw en de uitoefening van vrije of daarmee gelijkgestelde beroepen. Rijks-, regionale en lokale overheden, alsmede andere publiekrechtelijke lichamen worden als zakelijke eenheid aangemerkt voor zover zij werkzaamheden of transacties verrichten die bij een behandeling als niet-zakelijke eenheid tot concurrentieverstoring van enige betekenis zouden leiden; -u. niet-zakelijk verbruik: verbruik anders dan het zakelijk verbruik, bedoeld in onderdeel t; -v. elektriciteitsbeurs: beurs als bedoeld in artikel 86e van de Elektriciteitswet 1998; -w. gasbeurs: beurs als bedoeld in artikel 66b van de Gaswet; -x. verbruiksperiode: +u. niet-zakelijk verbruik: verbruik anders dan het zakelijk verbruik, bedoeld in onderdeel t. -1°. in gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of, indien geen voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen: tijdvak waarop de eindfactuur betrekking heeft; -2°. in overige gevallen: kalenderjaar; -y. eindfactuur: definitieve factuur waarin verrekening plaatsvindt met de voorschotnota’s of voorschotbedragen die betrekking hebben op het tijdvak waarop de factuur ziet. +**2.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van het begrip zuivere biomassa. -**2.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de herleiding van feitelijke hoeveelheden van halfzware olie en gasolie tot hoeveelheden bij een temperatuur van 15 graden Celsius. +**3.** Met betrekking tot elektriciteit wordt onder distributienet verstaan een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, met uitzondering van een net als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998. -**3.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van het begrip zuivere biomassa. +**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid, onderdeel p. -**4.** Met betrekking tot elektriciteit wordt onder distributienet verstaan een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, met uitzondering van een net als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998. +**5.** Met betrekking tot aardgas wordt onder distributienet verstaan een gastransportnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet. -**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid, onderdeel p. - -**6.** Met betrekking tot aardgas wordt onder distributienet verstaan een gastransportnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet. - -**7.** Indien in een tijdvak van 18 maanden een of meerdere voorschotnota’s worden uitgereikt dan wel een of meerdere voorschotbedragen worden ontvangen en uiterlijk binnen 13 weken na afloop van dat tijdvak geen eindfactuur wordt uitgereikt, wordt dat tijdvak van 18 maanden aangemerkt als verbruiksperiode. +**6.** Indien in een tijdvak van 18 maanden een of meerdere voorschotnota’s worden uitgereikt dan wel een of meerdere voorschotbedragen worden ontvangen en uiterlijk binnen 13 weken na afloop van dat tijdvak geen eindfactuur wordt uitgereikt, wordt dat tijdvak van 18 maanden aangemerkt als verbruiksperiode. ### Afdeling 2. Grondslag en belastingplicht ### Artikel 48 -**1.** +**1.** Onder de naam energiebelasting wordt een belasting geheven op aardgas en elektriciteit. -Onder de naam energiebelasting wordt een belasting geheven op de volgende producten: - -a. halfzware olie; -b. gasolie; -c. vloeibaar gemaakt petroleumgas; -d. aardgas; en -e. elektriciteit. - -**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt als één van de onder het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde producten, niet zijnde één van deze producten, mede aangemerkt elk product dat direct of indirect is bestemd voor gebruik, wordt aangeboden voor verkoop of wordt gebruikt als één van deze producten. +**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt als aardgas mede aangemerkt elk product dat direct of indirect is bestemd voor gebruik, wordt aangeboden voor verkoop of wordt gebruikt als aardgas. ### Artikel 49 -Met betrekking tot halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas, wordt de belasting geheven ter zake van de uitslag en van de invoer, als was de belasting een accijns. +Vervallen ### Artikel 50 @@ -660,25 +668,23 @@ d. elektriciteit heeft opgewekt door middel van een installatie voor warmtekrach ### Artikel 51 -Als levering wordt niet aangemerkt het verbruik van aardgas voor de vervaardiging van producten als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdelen a tot en met d, alsmede lichte olie als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Wet op de accijns en zware stookolie als bedoeld in artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de accijns in dezelfde inrichting waarin dat aardgas is ontstaan, mits dat verbruik blijkt uit de administratie. +**1.** Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt als levering niet aangemerkt het verbruik van aardgas voor de vervaardiging van aardgas en minerale oliën als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Wet op de accijns, in dezelfde inrichting waarin dat aardgas is ontstaan. + +**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. ### Artikel 52 -Als uitslag wordt mede aangemerkt het gebruik van halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas bestemd voor het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen dan wel voor de voortstuwing van luchtvaartuigen, voor andere doeleinden dan voor het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen dan wel voor de voortstuwing van luchtvaartuigen. +Vervallen ### Artikel 53 -**1.** Met betrekking tot halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas, wordt de belasting geheven van degene die ter zake accijns verschuldigd is of zou zijn, indien van die brandstoffen accijns zou worden geheven. +**1.** Met betrekking tot aardgas en elektriciteit wordt de belasting geheven van degene die de levering verricht. -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de belasting bij toepassing van artikel 52 geheven van degene die de halfzware olie, de gasolie of het vloeibaar gemaakt petroleumgas gebruikt. - -**3.** Met betrekking tot aardgas en elektriciteit wordt de belasting geheven van degene die de levering verricht. - -**4.** In afwijking van het derde lid wordt bij toepassing van artikel 50, vierde lid, de belasting geheven van degene van wie het verbruik op grond van artikel 50, vierde lid, is aangemerkt als een levering als bedoeld in artikel 50, eerste lid. +**2.** In afwijking van het eerste lid wordt bij toepassing van artikel 50, vierde lid, de belasting geheven van degene van wie het verbruik op grond van artikel 50, vierde lid, is aangemerkt als een levering als bedoeld in artikel 50, eerste lid. ### Artikel 54 -**1.** Voor de toepassing van artikel 53, derde lid, stelt degene die de levering aan de verbruiker verricht, indien hij niet in Nederland is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, een fiscaal vertegenwoordiger aan. De fiscaal vertegenwoordiger treedt namens hem op en treedt in zijn plaats met betrekking tot alle rechten en verplichtingen die hij heeft inzake de belasting. +**1.** Voor de toepassing van artikel 53, eerste lid, stelt degene die de levering aan de verbruiker verricht, indien hij niet in Nederland is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, een fiscaal vertegenwoordiger aan. De fiscaal vertegenwoordiger treedt namens hem op en treedt in zijn plaats met betrekking tot alle rechten en verplichtingen die hij heeft inzake de belasting. **2.** De fiscaal vertegenwoordiger is in het bezit van een daartoe door de inspecteur verstrekte vergunning. @@ -694,51 +700,35 @@ Als uitslag wordt mede aangemerkt het gebruik van halfzware olie, gasolie en vlo ### Artikel 55 -De belasting wordt voor halfzware olie, gasolie, vloeibaar gemaakt petroleumgas en aardgas berekend per eenheid brandstof, uitgedrukt in L, kilogram of kubieke meter, en voor elektriciteit per eenheid energie-inhoud, uitgedrukt in kWh. +De belasting wordt voor aardgas berekend per eenheid brandstof, uitgedrukt in kubieke meter, en voor elektriciteit per eenheid energie-inhoud, uitgedrukt in kWh. ### Artikel 56 -**1.** De belasting met betrekking tot halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de accijns ter zake van die brandstoffen verschuldigd wordt of zou worden indien van die brandstoffen accijns zou worden geheven. - -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de belasting bij toepassing van artikel 52 verschuldigd op het tijdstip waarop het gebruik plaatsvindt. - -**3.** +**1.** De belasting met betrekking tot de levering van aardgas en de levering van elektriciteit wordt verschuldigd: a. in gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of, indien geen voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen: 1°. op het tijdstip waarop een voorschotnota wordt uitgereikt onderscheidenlijk een voorschotbedrag wordt ontvangen; alsmede -2°. op het tijdstip van de uitreiking van de eindfactuur over een verbruiksperiode, dan wel, bij toepassing van artikel 47, zevende lid, op de laatste dag van het aldaar bedoelde tijdvak van 18 maanden; +2°. op het tijdstip van de uitreiking van de eindfactuur over een verbruiksperiode, dan wel, bij toepassing van artikel 47, zesde lid, op de laatste dag van het aldaar bedoelde tijdvak van 18 maanden; b. in andere gevallen op het tijdstip van de uitreiking van de factuur. -**4.** Voor de toepassing van het derde lid, onderdeel a, onder 1°, worden de hoeveelheden aardgas en elektriciteit, waarop de voorschotnota dan wel het voorschotbedrag is gebaseerd, aangemerkt als geleverde hoeveelheden. +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, worden de hoeveelheden aardgas en elektriciteit, waarop de voorschotnota dan wel het voorschotbedrag is gebaseerd, aangemerkt als geleverde hoeveelheden. -**5.** In afwijking van het derde lid wordt de belasting bij toepassing van artikel 50, vierde lid, verschuldigd op het tijdstip waarop het verbruik plaatsvindt. +**3.** In afwijking van het eerste lid wordt de belasting bij toepassing van artikel 50, vierde lid, verschuldigd op het tijdstip waarop het verbruik plaatsvindt. -**6.** Indien de verrekening, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel y, leidt tot een lager bedrag dan over de verbruiksperiode aan belasting is voldaan, wordt het verschil in mindering gebracht op de aangifte over het tijdvak waarin de eindfactuur is uitgereikt. +**4.** Indien de verrekening, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel e, leidt tot een lager bedrag dan over de verbruiksperiode aan belasting is voldaan, wordt het verschil in mindering gebracht op de aangifte over het tijdvak waarin de eindfactuur is uitgereikt. ### Artikel 57 -Indien in een verbruiksperiode ten aanzien van degene van wie op grond van artikel 53, vierde lid, de belasting wordt geheven zowel sprake is van door hem op grond van artikel 53, vierde lid, verschuldigde belasting als van aan hem in rekening gebrachte belasting ter zake van aan hem geleverde hoeveelheden aardgas of elektriciteit, wordt in totaal niet meer belasting geheven dan de belasting die zou zijn verschuldigd indien de totale hoeveelheid aardgas of elektriciteit was betrokken van één leverancier, met dien verstande dat de belasting primair wordt geheven van degene, bedoeld in artikel 53, derde lid. +Indien in een verbruiksperiode ten aanzien van degene van wie op grond van artikel 53, tweede lid, de belasting wordt geheven zowel sprake is van door hem op grond van artikel 53, tweede lid, verschuldigde belasting als van aan hem in rekening gebrachte belasting ter zake van aan hem geleverde hoeveelheden aardgas of elektriciteit, wordt in totaal niet meer belasting geheven dan de belasting die zou zijn verschuldigd indien de totale hoeveelheid aardgas of elektriciteit was betrokken van één leverancier, met dien verstande dat de belasting primair wordt geheven van degene, bedoeld in artikel 53, eerste lid. ### Afdeling 4. Tarief ### Artikel 58 -**1.** - -Het tarief bedraagt voor: - -a. halfzware olie, per 1000 L € 169,03; -b. gasolie, per 1000 L € 170,43; -c. vloeibaar gemaakt petroleumgas, per 1000 kilogram € 201,78. - -**2.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief nihil voor halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas bestemd voor het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen dan wel voor de voortstuwing van luchtvaartuigen. - -**3.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten als bedoeld in post a 32 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende Tabel I onderscheidenlijk € 18,1465, € 18,2815 en € 21,8069, indien geen aansluiting aanwezig is voor aardgas. - -**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. +Vervallen ### Artikel 59 @@ -748,22 +738,22 @@ Het tarief bedraagt voor: a. aardgas, met uitzondering van aardgas als bedoeld in onderdeel b, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3 voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 5000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,1580; -– hoger is dan 5000 kubieke meter, maar niet hoger dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,1385; -– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0384; -– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0122; -– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0114 voor niet-zakelijk verbruik en per kubieke meter € 0,0080 voor zakelijk verbruik; -b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,0310 per kubieke meter; +– niet hoger is dan 5000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,1629; +– hoger is dan 5000 kubieke meter, maar niet hoger dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,1411; +– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0391; +– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0124; +– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0116 voor niet-zakelijk verbruik en per kubieke meter € 0,0082 voor zakelijk verbruik; +b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,0316 per kubieke meter; c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,1085; -– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,0398; -– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,0106; +– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,1114; +– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,0406; +– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,0108; – hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,0010 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,0005 voor zakelijk verbruik. **2.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, worden de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. -**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,1580 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte. +**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,1629 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte. **4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedragen de tarieven nihil voor in artikel 48, tweede lid, als aardgas aangemerkte producten voor zover deze als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan. @@ -779,11 +769,11 @@ c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksper In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten als bedoeld in post a 32 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende Tabel I voor aardgas met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 5000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01457 -– hoger is dan 5000 kubieke meter, maar niet hoger dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02318; -– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01940; -– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0122; -– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0080. +– niet hoger is dan 5000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01485 +– hoger is dan 5000 kubieke meter, maar niet hoger dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02362; +– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01977; +– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0124; +– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0082. **2.** Indien behalve voor het in het eerste lid vermelde doel mede aardgas wordt toegepast in één of meerdere woonhuizen, wordt per verbruiksperiode van twaalf maanden per woonhuis een geleverde hoeveelheid van 5000 kubieke meter in de heffing betrokken naar het tarief, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, tenzij de geleverde hoeveelheden voor de verschillende toepassingen en de verschillende woonhuizen afzonderlijk worden gemeten. @@ -803,17 +793,24 @@ Indien op basis van een contract tussen de belastingplichtige en de verbruiker d ### Artikel 63 -**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast. De vermindering bedraagt € 318,62 per verbruiksperiode van twaalf maanden per elektriciteitsaansluiting. Indien het bedrag van de over deze verbruiksperiode verschuldigde belasting lager is dan het bedrag van de vermindering, wordt het verschil aan de verbruiker terugbetaald. +**1.** -**2.** In de gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of, indien geen voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen, wordt bij de berekening van het voorschotbedrag naar evenredigheid rekening gehouden met de belastingvermindering, bedoeld in het eerste lid. +Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast. De vermindering bedraagt: -**3.** Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden wordt het in het eerste lid genoemde bedrag naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd. +a. € 318,62 per verbruiksperiode van twaalf maanden per elektriciteitsaansluiting met betrekking tot onroerende zaken die op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken welke kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben; +b. € 119,62 per verbruiksperiode van twaalf maanden per andere elektriciteitsaansluiting dan die bedoeld in onderdeel a en niet zijnde een elektriciteitsaansluiting met een doorlaatwaarde tot en met 1x6A op het geschakeld net. -**4.** Bij toepassing van artikel 50, vierde lid, zijn het eerste en het derde lid van overeenkomstige toepassing. +**2.** Indien het bedrag van de over de verbruiksperiode verschuldigde belasting lager is dan het bedrag van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil aan de verbruiker terugbetaald. -**5.** De in het eerste lid bedoelde vermindering van belasting is niet van toepassing met betrekking tot zaken, al dan niet als onroerende zaak aangemerkt, die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken welke kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. +**3.** In de gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of, indien geen voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen, wordt bij de berekening van het voorschotbedrag naar evenredigheid rekening gehouden met de belastingvermindering, bedoeld in het eerste lid. -**6.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. +**4.** Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden worden de in het eerste lid genoemde bedragen naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd. + +**5.** Bij toepassing van artikel 50, vierde lid, zijn het eerste en vierde lid van overeenkomstige toepassing. + +**6.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld waaronder de belastingvermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend. + +**7.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. ### Artikel 64 @@ -898,11 +895,9 @@ f. de instelling, bedoeld in onderdeel b, beschikt over een eigen aansluiting. **6.** De teruggaaf, bedoeld in het derde lid, wordt verleend aan de instelling die de desbetreffende onroerende zaak beheert en exploiteert en bedraagt 50 percent van de aan haar in rekening gebrachte belasting. -**7.** De teruggaven, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas, indien geen aansluiting aanwezig is voor aardgas. +**7.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de teruggaven, bedoeld in dit artikel, worden verleend. -**8.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de teruggaven, bedoeld in dit artikel, worden verleend. - -**9.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. +**8.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. ### Artikel 70 @@ -920,7 +915,7 @@ f. de instelling, bedoeld in onderdeel b, beschikt over een eigen aansluiting. ### Artikel 71 -**1.** De belastingplichtigen, bedoeld in artikel 53, derde en vierde lid, voeren een administratie waaruit duidelijk alle gegevens blijken die voor de heffing van de belasting van belang kunnen zijn. +**1.** De belastingplichtigen, bedoeld in artikel 53, eerste en tweede lid, voeren een administratie waaruit duidelijk alle gegevens blijken die voor de heffing van de belasting van belang kunnen zijn. **2.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld omtrent de wijze waarop aan de in het eerste lid bedoelde verplichting wordt voldaan. @@ -1004,7 +999,8 @@ h. ondernemer: ondernemer in de zin van artikel 7, eerste en tweede lid, van de i. biokunststof: kunststof die is gecertificeerd volgens de Europese norm EN 13 432 voor terugwinbaarheid door compostering en biodegradatie; j. logistieke hulpmiddelen: verpakkingen waarvan de transportfunctie de voornaamste functie is en die overigens veelal een zelfstandige functie hebben; k. loonverpakker: de ondernemer die in opdracht van een ander bedrijf producten herpakt, verpakt of ontpakt, die hij niet zelf heeft vervaardigd en waarvan hij niet de eigendom verkrijgt; -l. drank: vloeistof bestemd voor menselijke consumptie en primair bedoeld om te worden gedronken. +l. drank: vloeistof bestemd voor menselijke consumptie en primair bedoeld om te worden gedronken; +m. buitenlandse ondernemer: ondernemer in de zin van artikel 7, eerste en tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 die niet in Nederland is gevestigd en aldaar ook niet een vaste inrichting heeft. ### Afdeling 2. Grondslag en belastingplicht @@ -1083,19 +1079,19 @@ c. indien artikel 82, eerste lid, onderdeel c, toepassing vindt: op het tijdstip Het tarief per kilogram bedraagt voor in een verpakking verwerkte materiaalsoorten van: -| a. aluminium en legeringen van aluminium: | € 0,8766 | -| --- | --- | -| b. kunststof: | € 0,4339 | -| c. overige metalen: | € 0,1461 | -| d. biokunststof: | € 0,0733 | -| e. papier en karton: | € 0,0733 | -| f. glas: | € 0,0662 | -| g. hout: | € 0,0194 | -| h. een andere materiaalsoort: | € 0,1619 | +| | a. aluminium en legeringen van aluminium: | € 0,9506 | +| --- | --- | --- | +| | b. kunststof: | € 0,4705 | +| | c. overige metalen: | € 0,1585 | +| | d. biokunststof: | € 0,0795 | +| | e. papier en karton: | € 0,0795 | +| | f. glas: | € 0,0718 | +| | g. hout: | € 0,0210 | +| | h. een andere materiaalsoort: | € 0,1755 | **2.** Indien een verpakking een fles voor drank betreft waarvoor op grond van een publiekrechtelijk voorschrift een op de consument gerichte statiegeldregeling geldt, bedraagt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, voor een dergelijke verpakking het tarief per kilogram, een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van het tarief, genoemd in het eerste lid. -**3.** Indien een uitsplitsing naar materiaalsoorten niet anders dan met buitengewoon bezwaar mogelijk is, bedraagt het tarief per kilogram verpakking: € 0,50 (algemeen tarief). +**3.** Indien een uitsplitsing naar materiaalsoorten niet anders dan met buitengewoon bezwaar mogelijk is, bedraagt het tarief per kilogram verpakking: € 0,51 (algemeen tarief). **4.** Indien het algemeen tarief van toepassing is, en de belastingplichtige, de materiaalsoorten op volgorde van tariefhoogte, bedoeld in het eerste lid, in aanmerking nemend, aannemelijk maakt dat de materiaalsoort «aluminium en legeringen van aluminium» en eventuele volgende materiaalsoorten niet in de verpakkingen zijn verwerkt, geldt het tarief, genoemd in het eerste lid, dat hoort bij de eerstvolgende materiaalsoort dat wel in de verpakkingen is verwerkt. @@ -1107,9 +1103,9 @@ Het tarief per kilogram bedraagt voor in een verpakking verwerkte materiaalsoort **1.** Op het bedrag van de belasting die in een tijdvak verschuldigd is geworden door een belastingplichtige als bedoeld in artikel 83, eerste lid, onderdeel a, b of c, dan wel tweede lid, wordt een vermindering toegepast tot ten hoogste het bedrag van die verschuldigde belasting. -**2.** In geval de verschuldigde belasting betrekking heeft op één materiaalsoort als bedoeld in artikel 86, is het bedrag van de vermindering: 15 000 vermenigvuldigd met het voor die materiaalsoort geldende tarief, bedoeld in artikel 86, eerste, tweede, derde of vierde lid. +**2.** In geval de verschuldigde belasting betrekking heeft op één materiaalsoort als bedoeld in artikel 86, is het bedrag van de vermindering: 50 000 vermenigvuldigd met het voor die materiaalsoort geldende tarief, bedoeld in artikel 86, eerste, tweede, derde of vierde lid. -**3.** In geval de verschuldigde belasting betrekking heeft op twee of meer van de materiaalsoorten, bedoeld in artikel 86, is het bedrag van de vermindering de optelsom van de verminderingen per materiaalsoort, waarbij de vermindering per materiaalsoort bedraagt: 15 000 vermenigvuldigd met het gewichtsaandeel van die materiaalsoort in het totaalgewicht van al die materiaalsoorten samen, vermenigvuldigd met het voor de betreffende materiaalsoort geldende tarief, bedoeld in artikel 86, eerste, tweede, derde of vierde lid. +**3.** In geval de verschuldigde belasting betrekking heeft op twee of meer van de materiaalsoorten, bedoeld in artikel 86, is het bedrag van de vermindering de optelsom van de verminderingen per materiaalsoort, waarbij de vermindering per materiaalsoort bedraagt: 50 000 vermenigvuldigd met het gewichtsaandeel van die materiaalsoort in het totaalgewicht van al die materiaalsoorten samen, vermenigvuldigd met het voor de betreffende materiaalsoort geldende tarief, bedoeld in artikel 86, eerste, tweede, derde of vierde lid. **4.** @@ -1124,13 +1120,13 @@ b. worden, indien artikel 86, derde of vierde lid, is toegepast, de ongesplitste **1.** Een belastingplichtige als bedoeld in artikel 83 mag op het bedrag van de belasting die in een tijdvak verschuldigd is geworden na toepassing van artikel 87 een bedrag in mindering brengen voor de verpakking van de producten die hij als zodanig verpakt ter beschikking gesteld heeft gekregen van een producent en voor zover hij die op zijn beurt in dat tijdvak ter beschikking stelt en bij deze terbeschikkingstelling de producten voor het eerst buiten Nederland worden gebracht (exportvermindering). De exportvermindering geldt niet voor de verpakking waarvan de belastingplichtige weet of redelijkerwijs kan weten dat er geen verpakkingenbelasting over is betaald. -**2.** De hoogte van het bedrag van de exportvermindering wordt berekend door het gewicht van de in de verpakking, bedoeld in het eerste lid, verwerkte materiaalsoorten, gemeten in kilogrammen, te vermenigvuldigen met de tarieven per materiaalsoort, genoemd in artikel 86. +**2.** De hoogte van het bedrag van de exportvermindering wordt berekend door het gewicht van de in de verpakking, bedoeld in het eerste lid, verwerkte materiaalsoorten, gemeten in kilogrammen, te vermenigvuldigen met de tarieven per materiaalsoort, genoemd in artikel 86, eerste of tweede lid. **3.** Op het bedrag van de exportvermindering wordt een vermindering toegepast tot ten hoogste het bedrag van de exportvermindering. -**4.** Ingeval de exportvermindering betrekking heeft op één materiaalsoort als bedoeld in artikel 86, is het bedrag van de vermindering, bedoeld in het derde lid: 15 000 vermenigvuldigd met het voor die materiaalsoort geldende tarief, bedoeld in artikel 86, eerste, tweede, derde of vierde lid. +**4.** Ingeval de exportvermindering betrekking heeft op één materiaalsoort als bedoeld in artikel 86, is het bedrag van de vermindering, bedoeld in het derde lid: 50 000 vermenigvuldigd met het voor die materiaalsoort geldende tarief, bedoeld in artikel 86, eerste of tweede lid. -**5.** Ingeval de exportvermindering betrekking heeft op twee of meer van de materiaalsoorten, bedoeld in artikel 86, is het bedrag van de vermindering, bedoeld in het derde lid, de optelsom van de verminderingen per materiaalsoort, waarbij de vermindering per materiaalsoort bedraagt: 15 000 vermenigvuldigd met het gewichtsaandeel van die materiaalsoort in het totaalgewicht van al die materiaalsoorten samen, vermenigvuldigd met het voor de betreffende materiaalsoort geldende tarief, bedoeld in artikel 86, eerste, tweede, derde of vierde lid. +**5.** Ingeval de exportvermindering betrekking heeft op twee of meer van de materiaalsoorten, bedoeld in artikel 86, is het bedrag van de vermindering, bedoeld in het derde lid, de optelsom van de verminderingen per materiaalsoort, waarbij de vermindering per materiaalsoort bedraagt: 50 000 vermenigvuldigd met het gewichtsaandeel van die materiaalsoort in het totaalgewicht van al die materiaalsoorten samen, vermenigvuldigd met het voor de betreffende materiaalsoort geldende tarief, bedoeld in artikel 86, eerste of tweede lid. **6.** Voor de toepassing van dit artikel worden de materiaalsoorten waarvoor in artikel 86, eerste en tweede lid, een tarief is bepaald als afzonderlijke materiaalsoorten aangemerkt. @@ -1142,13 +1138,17 @@ b. worden, indien artikel 86, derde of vierde lid, is toegepast, de ongesplitste ### Artikel 87c -Voor de ondernemer die geen belastingplichtige is in de zin van artikel 83, maar die wel verpakte producten die hij verpakt ter beschikking gesteld heeft gekregen van een producent die hij op zijn beurt in een tijdvak ter beschikking stelt en bij deze terbeschikkingstelling buiten Nederland brengt, zijn de artikelen 87a en 87b van overeenkomstige toepassing. +**1.** Voor de ondernemer die geen belastingplichtige is in de zin van artikel 83, maar die wel verpakte producten die hij verpakt ter beschikking gesteld heeft gekregen van een producent die hij op zijn beurt in een tijdvak ter beschikking stelt en bij deze terbeschikkingstelling buiten Nederland brengt, zijn de artikelen 87a en 87b van overeenkomstige toepassing. + +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor de buitenlandse ondernemer. ### Artikel 87d **1.** De ondernemer, bedoeld in artikel 87c, is gehouden een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde zijn rechten ter zake van de verpakkingenbelasting hieruit duidelijk blijken. -**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de ondernemer, bedoeld in artikel 87c, een administratie moet voeren voor de toepassing van de verpakkingenbelasting. +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de buitenlandse ondernemer. + +**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de ondernemer en de buitenlandse ondernemer, bedoeld in artikel 87c, een administratie moeten voeren voor de toepassing van de verpakkingenbelasting. ### Afdeling 6. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing @@ -1160,13 +1160,7 @@ Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wi ### Artikel 88a -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de heffing van de verpakkingenbelasting. Hierbij kunnen regels worden gesteld inzake het verleggen van de belastingplicht, het al dan niet van toepassing zijn van de vermindering bij indirecte export, bedoeld in afdeling 5a, en het bij de belastingplicht direct verdisconteren van deze exportvermindering, resulterende in een lager aantal aan te geven kilogrammen verpakking. - -### Artikel 88b - -**1.** In afwijking van de artikelen 82, 83, 87 en 87a kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld met betrekking tot de heffing van de belasting van een vertegenwoordiger van een groep belastingplichtigen. - -**2.** Bij toepassing van het voorgaande lid kan worden afgeweken van artikel 82, tweede lid, onderdeel b. +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de heffing van de verpakkingenbelasting. Hierbij kunnen regels worden gesteld inzake het verleggen van de belastingplicht, het al dan niet van toepassing zijn van de vermindering bij indirecte export, bedoeld in afdeling 5a, en het bij de belastingplicht direct verdisconteren van deze exportvermindering, resulterende in een lager aantal aan te geven kilogrammen verpakking. ## Hoofdstuk IX. Algemene bepalingen @@ -1176,7 +1170,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking t **1.** De in een tijdvak verschuldigd geworden belasting moet op aangifte worden voldaan. -**2.** Bij toepassing van artikel 40, tweede lid, dan wel artikel 56, tweede lid, dient in afwijking in zoverre van artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de belasting uiterlijk op de dag na het in artikel 40, tweede lid, dan wel artikel 56, tweede lid, bedoelde tijdstip op aangifte te worden voldaan. +**2.** Bij toepassing van artikel 40, tweede lid, dient in afwijking in zoverre van artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de belasting uiterlijk op de dag na het in artikel 40, tweede lid, bedoelde tijdstip op aangifte te worden voldaan. **3.** In afwijking van het tweede lid kan de inspecteur, bij toepassing van artikel 33, tweede lid, onderdeel a, op verzoek toestemming verlenen om de in een week op de voet van artikel 40, tweede lid, verschuldigd geworden belasting uiterlijk op de vrijdag van de week daaropvolgend op aangifte te voldoen. @@ -1192,11 +1186,11 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking t ### Artikel 90 -De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op de in de artikelen 8, eerste en derde lid, 9, 18, 28, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, 43, 58, eerste en derde lid, 59, eerste en derde lid, 60, eerste lid, 66, eerste lid, en 86, vermelde bedragen. +De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op de in de artikelen 8, eerste en derde lid, 9, 18, 28, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, 43, 59, eerste en derde lid, 60, eerste lid, en 86, vermelde bedragen. ### Artikel 91 -**1.** De inspecteur beslist op het verzoek, bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, 27, tweede lid, 30, eerste lid, 45, eerste en tweede lid, 54, derde lid, 66, eerste lid, 67, eerste lid, 68, eerste en tweede lid, 69, eerste tot en met derde lid, 70, eerste tot en met derde lid, 84a, eerste en vierde lid, 86, vijfde lid, 87b, eerste lid, 89, derde lid, en 92, eerste lid, bij een voor bezwaar vatbare beschikking. +**1.** De inspecteur beslist op het verzoek, bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, 27, tweede lid, 28, derde lid, 30, eerste lid, 45, eerste en tweede lid, 54, derde lid, 67, eerste lid, 68, eerste en tweede lid, 69, eerste tot en met derde lid, 70, eerste tot en met derde lid, 84a, eerste en vierde lid, 86, vijfde lid, 87b, eerste lid, 89, derde en zevende lid, en 92, eerste lid, bij een voor bezwaar vatbare beschikking. **2.** Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek geeft de inspecteur een beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het derde lid bedoelde kennisgeving. In afwijking van de eerste volzin bedraagt de beslistermijn voor het verzoek, bedoeld in artikel 84a, eerste en vierde lid, een jaar na ontvangst van het verzoek. In geval tevens een verzoek als bedoeld in artikel 86, vijfde lid, wordt gedaan, wordt de beslissing op dit laatste verzoek, in afwijking van de eerste volzin, tegelijk genomen met de beslissing op het verzoek, bedoeld in de tweede volzin.