2003-05-23 | BWBR0007816 | Inkomstenbesluit militairen

This commit is contained in:
Coornhert 2003-05-23 12:00:00 +00:00
parent 1dbb493ebb
commit 7ce38afddf

View file

@ -200,6 +200,13 @@ De militair wiens salaris - in voorkomend geval verhoogd met een overbruggingsto
**6.** Indien de militair, die een functioneringstoelage geniet, tijdelijk wordt bevorderd, wordt het bedrag van de functioneringstoelage gedurende de tijd dat hij de tijdelijke rang bekleedt, op nul gesteld.
**7.**
Voor de toepassing van dit artikel wordt het maximumsalaris bereikt voor:
a. de matroos der 1e klasse van de Koninklijke Marine: bij het salarisnummer 11 of hoger;
b. de korporaal, de korporaal der 1e klasse van de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht en de marechaussee der 1e klasse van de Koninklijke Marechaussee: bij het salarisnummer 15 of hoger.
### Artikel 13
**1.**
@ -431,46 +438,6 @@ c. eventuele andere inkomsten of baten die door de militair of zijn gezinsleden
**7.** De militair, bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid, is gehouden de geldelijke inkomsten of uitkeringen uit of in verband met arbeid of bedrijf, dan wel de vaste vergoedingen in verband met een functie in een publiekrechtelijk college te melden aan de bevelhebber onder overlegging van een gespecificeerde opgave van die inkomsten, uitkeringen of vergoedingen.
## Hoofdstuk 4a. Inhoudingen en berekeningsgrondslagen pensioenen
### Artikel 23a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 23b
**1.** De eigen bijdrage van de militair aan het arbeidsongeschiktheidspensioen komt overeen met het pensioenbijdrageverhaal voor het invaliditeitspensioen dat ingevolge artikel 4, vijfde lid van de Wet privatisering ABP van een overheidswerknemer, die met die militair kan worden gelijkgesteld, door de sectorwerkgever wordt geheven.
**2.** De eigen bijdrage van de gewezen militair aan het arbeidsongeschiktheidspensioen komt overeen met het pensioenbijdrageverhaal voor het invaliditeitspensioen dat ingevolge artikel 4, vijfde lid, van de Wet privatisering ABP van een gewezen overheidswerknemer, die met die gewezen militair kan worden gelijkgesteld, door de voor de ontslaguitkering zorgdragende instantie wordt geheven.
**3.** De tijdelijke aanvullende eigen bijdrage van de militair en de gewezen militair aan het ouderdoms- en nabestaandenpensioen bedraagt een door het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP ingevolge de Kaderwet militaire pensioenen vast te stellen extra bijdrage in de jaren 2004 tot en met 2006. Deze bijdrage wordt geheven over de bijdragegrondslag die geldt voor het pensioenbijdrageverhaal voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen in de desbetreffende jaren.
### Artikel 23c
**1.** Op de inkomsten van de militair bedoeld in artikel 39a, onder a ten 1°, b ten 1°, c en e ten 1° van het AMAR wordt een pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging ingehouden, overeenkomstig de pensioenbijdrage die verhaald zou zijn indien op basis van artikel 23a, onderdeel n, de vaste vergoeding voor extra beslaglegging voor zover hij deze na 31 december 2001 heeft genoten, tot zijn pensioengrondslag zou behoren.
**2.** De pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging wordt op de datum dat hij met leeftijdsontslag gaat gerestitueerd aan de militair, uitgezonderd de militair bedoeld in het derde en vierde lid.
**3.** Voor de militair, bedoeld in het eerste lid, die na 31 december 2002 de leeftijd bereikt waarop hij twee jaren ouder is dan de voor hem geldende ontslagleeftijd als bedoeld in artikel 39a AMAR wordt de pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging op de datum van eerstbedoelde leeftijd omgezet in een pensioenbijdrage en wordt de vaste vergoeding voor extra beslaglegging tot de berekeningsgrondslag voor het pensioen gerekend.
**4.** Voor de militair, bedoeld in het eerste lid, die na 31 december 2002 met leeftijdsontslag gaat en op de ontslagdatum twee jaar ouder is dan de op die datum voor hem geldende ontslagleeftijd als bedoeld in artikel 39a AMAR, wordt de pseudo-pensioenpremie vergoeding voor extra beslaglegging op de datum van ontslag omgezet in een pensioenbijdrage en wordt de vaste vergoeding voor extra beslaglegging tot de berekeningsgrondslag voor het pensioen gerekend.
**5.** Het tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien deze militair komt te overlijden voordat hij is ontslagen, te rekenen naar de overlijdensdatum.
### Artikel 23d
**1.** Over de toelage bedoeld in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, wordt, zolang niet is uitgesloten dat aan de in dat onderdeel bedoelde voorwaarde zal worden voldaan, een pseudo-pensioenpremie ingehouden, overeenkomstig de pensioenbijdrage die verhaald zou zijn, indien die toelage tot zijn pensioengrondslag zou behoren.
**2.** De in het eerste lid bedoelde pseudo-pensioenpremie is verschuldigd, totdat blijkt dat aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde is voldaan.
**3.** De in het eerste lid bedoelde pseudo-pensioenpremie over de toelage wordt aan de militair gerestitueerd, zodra die toelage niet meer wordt genoten en is uitgesloten dat aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde zal worden voldaan.
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de militair komt te overlijden en niet aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde is voldaan.
**5.** Ter voldoening aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde, wordt voor de militair die vóór 1 juni 2006 met leeftijdsontslag gaat mede onder de toelage officieren-medisch specialist begrepen: de bijzondere tegemoetkoming, toegekend aan de officieren-medisch specialist op grond van artikel 115 van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement.
**6.** Indien de in het vijfde lid bedoelde militair op de ontslagdatum ten minste twee jaar ouder is dan de op die datum voor hem geldende ontslagleeftijd, bedoeld in artikel 39a van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement, wordt de toelage aangemerkt als toelage die aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde voldoet.
## Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 24
@ -489,11 +456,11 @@ De militair die op 31 mei 2001 aanspraak had op een overbruggingstoelage op gron
### Artikel 25
Bij de vaststelling van de grondslag voor de vakantie-uitkering wordt in voorkomend geval het emolument huisvesting, bedoeld in artikel 2 , onder II, onderdeel b, van het Besluit uitvoering Algemene militaire pensioenwet, mede in aanmerking genomen.
Bij de vaststelling van de grondslag voor de vakantie-uitkering wordt in voorkomend geval het ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen bepaalde emolument huisvesting Koninklijke marechaussee, mede in aanmerking genomen.
### Artikel 25a
Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen c en d, kan mandaat worden verleend aan de directeur-generaal personeel van het Ministerie van Defensie.
Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen c en d, kan mandaat worden verleend aan de directeur-generaal personeel en materieel van het Ministerie van Defensie.
### Artikel 29