diff --git a/amvb/besluit-administratieve-bepalingen-inzake-het-wegverkeer-babw/BWBR0004826/README.md b/amvb/besluit-administratieve-bepalingen-inzake-het-wegverkeer-babw/BWBR0004826/README.md index aa7b01dce4b..ecbc7ce1ccd 100644 --- a/amvb/besluit-administratieve-bepalingen-inzake-het-wegverkeer-babw/BWBR0004826/README.md +++ b/amvb/besluit-administratieve-bepalingen-inzake-het-wegverkeer-babw/BWBR0004826/README.md @@ -19,7 +19,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. *begeleidingsvoertuig:* bedrijfsauto als bedoeld in artikel 1.1, van de Regeling voertuigen, met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg dat is bestemd voor de begeleiding van exceptionele transporten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit ontheffingverlening Dienst Wegverkeer exceptionele transporten; b. *verkeersregelaar met in het kader van zijn beroep verkeersregelende taken:* verkeersregelaar, niet zijnde transportbegeleider of verkeersregelaar die tot taak heeft eenvoudige verkeersregelende werkzaamheden te verrichten bij evenementen, die uit hoofde van zijn beroep verkeersregelende werkzaamheden verricht; c. *bevoegd gezag:* gezag als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de wet; -d. *gezichtsveldverbeterende voorziening:* voorziening als bedoeld in artikel 5.3.45a van de Regeling voertuigen; +d. *gezichtsveldverbeterende voorziening:* voorziening als bedoeld in artikel 5.3.45, zesde en elfde lid, van de Regeling voertuigen; e. *wegvak:* gedeelte van een weg tussen twee zijwegen of – indien geen zijweg aanwezig is – tussen twee punten waarop een verkeersmaatregel betrekking heeft; f. *experiment:* experiment als bedoeld in artikel 186 van de wet; g. *experimentverkeersbesluit:* verkeersbesluit als bedoeld in artikel 60; @@ -84,13 +84,13 @@ c. bij bord C7 van bijlage I, behorende bij het RVV 1990, de aanduiding inhouden d. bij de verkeersborden E4 tot en met E8 en E10 tot en met E13 van bijlage 1, behorende bij het RVV 1990, betrekking hebben op 1°. de voertuigcategorie of groep voertuigen waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd en, voor zover het betreft bord E6, tevens op de aanduiding dat de parkeergelegenheid is gereserveerd voor een bepaald voertuig; -2°. de wijze waarop het parkeren dient te geschieden; +2°. de wijze waarop of het doel waarmee het parkeren dient te geschieden; 3°. de dagen of uren waarop het parkeren is verboden of 4°. de dagen of uren waarop een beperking als bedoeld in 1° en 2° geldt en, voor zover: – het verkeersbord E6 betreft, de dagen of uren waarop het in het tweede lid van artikel 26 van het RVV 1990 bedoelde gebruik van de parkeerschijf van toepassing is, en – het verkeersbord E10 betreft, de dagen of uren waarop het in het tweede lid van artikel 25 van het RVV 1990 bedoelde gebruik van de parkeerschijf van toepassing is; -e. bij de verkeersborden G7, G9 en G11 van bijlage 1, behorende bij het RVV 1990, een aanduiding inhouden dat de uit het verkeersbord voortvloeiende geboden of verboden niet gelden voor het verkeersgebruik als op het onderbord is aangegeven. +e. bij de verkeersborden G7, G9, G11 en G12a van bijlage 1, behorende bij het RVV 1990, een aanduiding inhouden dat de uit het verkeersbord voortvloeiende geboden of verboden niet gelden voor het verkeersgebruik als op het onderbord is aangegeven. **3.** De in het tweede lid, onderdeel d, onder 1° en 2°, bedoelde aanduidingen kunnen in plaats van op een onderbord, ook op het verkeersbord worden aangebracht. @@ -106,23 +106,11 @@ e. bij de verkeersborden G7, G9 en G11 van bijlage 1, behorende bij het RVV 1990 ### Artikel 10 -**1.** Onze Minister geeft voorschriften over de toepassing van de borden A1, A4, E12, G1, G3 en G5 van bijlage I, behorende bij het RVV 1990, alsmede over de zonale toepassing van verkeersborden. - -**2.** Over de toepassing van de overige verkeerstekens kan Onze Minister voorschriften geven. - -**3.** - -De in het eerste en tweede lid bedoelde voorschriften hebben betrekking op: - -a. wat betreft verkeersborden de gevallen waarin deze mogen worden toegepast en de eisen waaraan wegen of weggedeelten bij de toepassing van verkeersborden ten minste dienen te voldoen; -b. wat betreft verkeerslichten de gevallen waarin deze mogen worden toegepast en de eisen waaraan verkeerslichtenregelingen ten minste dienen te voldoen; -c. wat betreft verkeerstekens op het wegdek de gevallen waarin deze mogen worden toegepast. +Vervallen ### Artikel 11 -**1.** Onze Minister kan voorschriften geven over de toepassing van onderborden. - -**2.** De in het eerste lid bedoelde voorschriften hebben betrekking op de gevallen waarin onderborden mogen worden toegepast. +Vervallen ### Paragraaf 4. Plaatsing en verwijdering van verkeerstekens krachtens verkeersbesluit @@ -269,7 +257,7 @@ Bij de vaststelling van de grenzen van de bebouwde kom of kommen als bedoeld in ### Artikel 50 -De houder van een gehandicaptenparkeerkaart laat van de kaart geen gebruik maken indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van hemzelf, dan wel van het vervoer van bewoners van de instelling waaraan de kaart is verstrekt. +De houder van een gehandicaptenparkeerkaart laat van de kaart geen gebruik maken indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van hemzelf, dan wel van het vervoer van gehandicapten die verblijven in de instelling waaraan de kaart is verstrekt. ### Artikel 51