2003-10-11 | BWBR0006338 | Bekostigingsbesluit WHW

This commit is contained in:
Coornhert 2003-10-11 12:00:00 +00:00
parent ace463b3ac
commit 7d265aff39

View file

@ -17,11 +17,11 @@ citeertitel: Bekostigingsbesluit WHW
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. Onze minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, voorzover het betreft het onderwijs en onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
c. universiteit: een universiteit als bedoeld in de onderdelen *a* en *b* van de bijlage van de wet;
d. hogeschool: een hogeschool als bedoeld in de onderdelen *c*, *d*, *e*, *f* en *g* van de bijlage van de wet;
e. Open Universiteit: de Open Universiteit, genoemd in onderdeel *h* van de bijlage van de wet;
f. academisch ziekenhuis: een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel *i* van de bijlage van de wet;
b. Onze minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, voorzover het betreft het onderwijs en onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
c. universiteit: een universiteit als bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage van de wet;
d. hogeschool: een hogeschool als bedoeld in de onderdelen c, d, e, f en g van de bijlage van de wet;
e. Open Universiteit: de Open Universiteit, genoemd in onderdeel h van de bijlage van de wet;
f. academisch ziekenhuis: een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel i van de bijlage van de wet;
g. Centraal register inschrijving: het Centraal register inschrijving hoger onderwijs, bedoeld in artikel 7.52 van de wet;
h. Centraal register opleidingen: het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13 van de wet;
i. opleiding: een opleiding, opgenomen in het Centraal register opleidingen;
@ -50,17 +50,30 @@ Vervallen
### Artikel 2.2
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder te bekostigen eerstejaars: degene die:
**1.**
a. blijkens het Centraal register inschrijving voor de eerste maal op 1 oktober is ingeschreven aan de universiteit in de periode te rekenen vanaf het vijfde studiejaar voorafgaande aan die datum, en
b. het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43 en 7.44 van de wet, is verschuldigd en geen vrijstelling op grond van artikel 7.48, vierde lid, van de wet heeft gekregen van het betalen van collegegeld.
In dit hoofdstuk wordt onder eerstejaars verstaan degene die:
a. voor de eerste maal op 1 oktober als student is ingeschreven aan de universiteit in de periode, te rekenen vanaf het vijfde studiejaar voorafgaande aan die datum, en
b. het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43 en 7.44 van de wet, is verschuldigd en geen vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, vierde lid, van de wet heeft verkregen.
**2.**
In dit hoofdstuk wordt onder getuigschrift verstaan:
a. een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding,
b. een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een masteropleiding,
c. een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een ongedeelde opleiding, en
d. een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd kandidaatsexamen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, in welke opleiding blijkens de onderwijs- en examenregeling het instellingsbestuur op 31 december 2001 een kandidaatsfase en een kandidaatsexamen als bedoeld in artikel 7.8a van de wet, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, had onderscheiden.
**3.** In dit hoofdstuk wordt onder ongedeelde opleiding verstaan een opleiding als bedoeld in de artikelen 17a.6 en 17a.7 van de wet.
### Artikel 2.3
De rijksbijdrage van een universiteit is samengesteld uit:
a. een onderwijsdeel, waaronder een component getuigschriften, een component basisvoorziening onderwijs en in voorkomende gevallen bedragen ten behoeve van numerus fixus geneeskunde, de werkplaats diergeneeskunde en de werkplaats tandheelkunde,
b. een onderzoekdeel, waaronder een component proefschriften en ontwerperscertificaten, een component onderzoekscholen en in voorkomende gevallen een component toponderzoekscholen,
a. een onderwijsdeel, waaronder een component eerstejaars, een component getuigschriften, een component basisvoorziening onderwijs en in voorkomende gevallen bedragen ten behoeve van numerus fixus geneeskunde, de werkplaats diergeneeskunde en de werkplaats tandheelkunde,
b. een onderzoekdeel, waaronder een component basisvoorziening onderzoek, een component proefschriften en ontwerperscertificaten, een component onderzoekscholen, een component strategische overwegingen en in voorkomende gevallen een component toponderzoekscholen,
c. in voorkomende gevallen een deel universitaire eerstegraads lerarenopleidingen,
d. in voorkomende gevallen een deel academisch ziekenhuis, en
e. een investeringsdeel.
@ -77,53 +90,29 @@ In overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de voor het desbetreffen
### Artikel 2.5
**1.**
Het landelijk beschikbaar onderwijsdeel bestaat uit:
Het landelijk beschikbare onderwijsdeel bestaat uit:
a. een component basisvoorziening onderwijs,
a. een component eerstejaars,
b. een component getuigschriften,
c. een component te bekostigen eerstejaars, en
d. in voorkomende gevallen bedragen ten behoeve van numerus fixus geneeskunde, de werkplaats diergeneeskunde en de werkplaats tandheelkunde.
**2.** De landelijke component getuigschriften bedraagt 50% van het landelijk beschikbare onderwijsdeel nadat dit is verminderd met de bedragen ten behoeve van numerus fixus geneeskunde, de werkplaats diergeneeskunde en de werkplaats tandheelkunde.
c. een component basisvoorziening onderwijs, en
d. in voorkomende gevallen bedragen ten behoeve van de numerus fixus geneeskunde, de werkplaats diergeneeskunde en de werkplaats tandheelkunde.
### Artikel 2.6
**1.**
De voor een begrotingsjaar op grond van de artikelen 2.4 en 2.5 vastgestelde componenten worden over de universiteiten verdeeld op basis van:
a. wat betreft de component basisvoorziening onderwijs: de omvang van de component basisvoorziening onderwijs per universiteit in het voorafgaande begrotingsjaar,
b. wat betreft de component getuigschriften: het aantal door de universiteit uitgereikte getuigschriften in de studiejaren die eindigen in het tweede en derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, waarna dit aantal wordt gedeeld door twee, en
c. wat betreft de component te bekostigen eerstejaars: het aantal te bekostigen eerstejaars dat in het tweede en derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan een universiteit ingeschreven staat, waarna dit aantal wordt gedeeld door twee.
**1.** De landelijke component eerstejaars, voor een begrotingsjaar vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt over de universiteiten verdeeld op basis van het aantal eerstejaars dat in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan een universiteit ingeschreven staat, met inachtneming van het tweede tot en met vijfde lid.
**2.**
Het aantal getuigschriften wordt per universiteit onderscheiden naar:
Ten behoeve van de verdeling van de landelijke component eerstejaars over de universiteiten wordt het aantal eerstejaars per universiteit onderscheiden naar:
a. het aantal door de universiteit uitgereikte getuigschriften van opleidingen met een laag bekostigingsniveau,
b. het aantal door de universiteit uitgereikte getuigschriften van opleidingen met een hoog bekostigingsniveau, en
c. het aantal door de universiteit uitgereikte getuigschriften van de opleidingen voor het beroep van dierenarts, apotheker, arts en tandarts.
a. het aantal eerstejaars aan opleidingen met een laag bekostigingsniveau, en
b. het aantal eerstejaars aan opleidingen met een hoog bekostigingsniveau.
**3.** Het aantal per universiteit te bekostigen getuigschriften bedraagt de som van de in het tweede lid, onderdelen a, b en c, berekende aantallen nadat deze zijn vermenigvuldigd met 1, 1,5 onderscheidenlijk 3.
**3.** Het aantal te bekostigen eerstejaars per universiteit bedraagt de som van de in het tweede lid berekende aantallen, nadat deze zijn vermenigvuldigd met 1 onderscheidenlijk 1,5.
**4.** Bij de bepaling van het aantal getuigschriften, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt uitgegaan van de gegevens die de desbetreffende universiteit verstrekt aan Onze minister vergezeld van een verklaring van een accountant uiterlijk op 1 maart van het voorafgaande begrotingsjaar.
**4.** Voor de bepaling van het aantal eerstejaars, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de in het Centraal register inschrijving opgenomen gegevens die de desbetreffende universiteit uiterlijk op 1 maart van het voorafgaande begrotingsjaar aan Onze minister verstrekt, vergezeld van een verklaring van een accountant.
**5.**
Het aantal te bekostigen eerstejaars wordt per universiteit onderscheiden naar:
a. het aantal te bekostigen eerstejaars aan opleidingen met een laag bekostigingsniveau, en
b. het aantal te bekostigen eerstejaars aan opleidingen met een hoog bekostigingsniveau.
**6.** Het aantal per universiteit te bekostigen eerstejaars bedraagt de som van de in het vijfde lid, onderdelen a en b, berekende aantallen nadat deze zijn vermenigvuldigd met 1 onderscheidenlijk 1,5.
**7.** Bij de berekening van de component getuigschriften en de component te bekostigen eerstejaars van de openbare universiteit te Maastricht worden de op grond van het eerste lid, onder b, onderscheidenlijk het eerste lid, onder c, berekende aantallen vermeerderd met de aantallen getuigschriften onderscheidenlijk de aantallen te bekostigen eerstejaars van de transnationale Universiteit Limburg, voorzover het betreft getuigschriften van ingeschrevenen en te bekostigen eerstejaars met de Nederlandse nationaliteit. Hieronder worden tevens begrepen de aantallen getuigschriften van ingeschrevenen en eerstejaars die noch de Nederlandse noch de Belgische nationaliteit bezitten, en die voor bekostiging door de Nederlandse overheid in aanmerking worden genomen op grond van artikel 7 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de transnationale Universiteit Limburg.
**8.** De bedragen voor numerus fixus geneeskunde, de werkplaats diergeneeskunde en de werkplaats tandheelkunde worden verdeeld naar rato van de omvang van de bedragen voor die werkplaatsen per universiteit in het voorafgaande begrotingsjaar.
**9.** Voor 1 januari volgend op de bekendmaking van het Centraal register opleidingen maakt Onze minister aan de desbetreffende universiteit bekend op welke niveaus die universiteit zal worden bekostigd ten aanzien van de componenten getuigschriften en te bekostigen eerstejaars van een opleiding die in dat jaar voor het eerst in dat register is opgenomen.
**5.** De landelijke component eerstejaars wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van het in het derde lid berekende aantal eerstejaars.
### Artikel 2.6a
@ -181,11 +170,7 @@ De landelijke bedragen ten behoeve van de numerus fixus geneeskunde, de werkplaa
### Artikel 2.7
**1.** Het onderwijsdeel van een universiteit bestaat uit de som van de component basisvoorziening onderwijs, de component getuigschriften en de component te bekostigen eerstejaars. In voorkomende gevallen wordt het onderwijsdeel vermeerderd met bedragen ten behoeve van numerus fixus geneeskunde, de werkplaats diergeneeskunde en de werkplaats tandheelkunde.
**2.** De landelijke component getuigschriften wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van het in artikel 2.6, derde lid, berekende aantal.
**3.** De landelijke component te bekostigen eerstejaars wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van het in artikel 2.6, zesde lid, berekende aantal.
Het onderwijsdeel van een universiteit bestaat uit de som van de component eerstejaars per universiteit, de component getuigschriften per universiteit en de component basisvoorziening onderwijs per universiteit. In voorkomende gevallen wordt het onderwijsdeel van die universiteit vermeerderd met bedragen per universiteit ten behoeve van de numerus fixus geneeskunde, de werkplaats diergeneeskunde en de werkplaats tandheelkunde.
### Artikel 2.7a
@ -205,21 +190,44 @@ e. een component strategische overwegingen.
### Artikel 2.9
**1.** De landelijke component basisvoorziening onderzoek voor een begrotingsjaar bedraagt vijftien procent van het landelijk beschikbare onderzoekdeel voor dat begrotingsjaar, vastgesteld op grond van artikel 2.4.
**1.** De landelijke component basisvoorziening onderzoek, voor een begrotingsjaar op grond van artikel 2.4 vastgesteld, wordt over de universiteiten verdeeld op basis van het aantal door een universiteit uitgereikte getuigschriften in het studiejaar dat eindigt in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid.
**2.** De landelijke component basisvoorziening onderzoek wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van de omvang van de component basisvoorziening onderzoek per universiteit in het voorafgaande begrotingsjaar.
**2.**
Ten behoeve van de verdeling van de landelijke component basisvoorziening onderzoek over de universiteiten wordt het aantal getuigschriften per universiteit onderscheiden naar:
a. getuigschriften van bacheloropleidingen met een laag bekostigingsniveau,
b. getuigschriften van bacheloropleidingen met een hoog bekostigingsniveau,
c. getuigschriften van de bacheloropleidingen diergeneeskunde, farmacie, geneeskunde en tandheelkunde,
d. getuigschriften van masteropleidingen met een laag bekostigingsniveau,
e. getuigschriften van masteropleidingen met een hoog bekostigingsniveau,
f. getuigschriften van de masteropleidingen diergeneeskunde, farmacie, geneeskunde en tandheelkunde,
g. getuigschriften van ongedeelde opleidingen met een laag bekostigingsniveau,
h. getuigschriften van ongedeelde opleidingen met een hoog bekostigingsniveau, en
i. getuigschriften van de ongedeelde opleidingen diergeneeskunde, farmacie, geneeskunde en tandheelkunde.
**3.** Het aantal te bekostigen getuigschriften per universiteit bedraagt de som van de in het tweede lid berekende aantallen, nadat deze zijn vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 1/3, 1/2, 1, 2/3, 1, 2, 1, 3/2 en 3 zijn.
**4.** De artikelen 2.6, vierde lid, en 2.6e zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 2.10
**1.** De landelijke component proefschriften en ontwerperscertificaten, vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt over de universiteiten verdeeld op basis van het aantal proefschriften en het aantal ontwerperscertificaten aan een universiteit in het tweede en derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarna deze aantallen worden gedeeld door twee.
**1.** De landelijke component proefschriften en ontwerperscertificaten, voor een begrotingsjaar vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt over de universiteiten verdeeld op basis van het aantal proefschriften en ontwerperscertificaten aan een universiteit in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, met inachtneming van het tweede tot en met zesde lid.
**2.** Voor de bepaling van de in het eerste lid genoemde aantallen wordt uitgegaan van de gegevens die door de desbetreffende universiteit vergezeld van een verklaring van een accountant aan Onze minister worden verstrekt uiterlijk op 1 maart van het voorafgaande begrotingsjaar. De universiteit geeft bij het leveren van de gegevens aan op welk wetenschapsgebied een proefschrift betrekking heeft.
**2.**
**3.** Het aantal proefschriften wordt per universiteit onderscheiden naar het aantal proefschriften betreffende een wetenschapsgebied met een laag bekostigingsniveau en het aantal proefschriften betreffende een wetenschapsgebied met een hoog bekostigingsniveau. Onze minister maakt aan de instelling het bekostigingsniveau van de wetenschapsgebieden bekend.
Ten behoeve van de verdeling van de landelijke component proefschriften en ontwerperscertificaten over de universiteiten wordt het aantal proefschriften per universiteit onderscheiden naar:
**4.** Het aantal per universiteit te bekostigen proefschriften bedraagt de som van het aantal proefschriften betreffende een wetenschapsgebied met een laag bekostigingsniveau en het aantal proefschriften betreffende een wetenschapsgebied met een hoog bekostigingsniveau nadat deze zijn vermenigvuldigd met 1 onderscheidenlijk 2.
a. het aantal proefschriften betreffende een wetenschapsgebied met een laag bekostigingsniveau, en
b. het aantal proefschriften betreffende een wetenschapsgebied met een hoog bekostigingsniveau.
**5.** Het aantal per universiteit te bekostigen ontwerperscertificaten wordt vermenigvuldigd met 1 2/3.
**3.** Het aantal per universiteit te bekostigen proefschriften bedraagt de som van het aantal proefschriften betreffende een wetenschapsgebied met een laag bekostigingsniveau en het aantal proefschriften betreffende een wetenschapsgebied met een hoog bekostigingsniveau, nadat deze zijn vermenigvuldigd met 1 onderscheidenlijk 2.
**4.** Het aantal per universiteit te bekostigen ontwerperscertificaten bedraagt het aantal ontwerperscertificaten aan een universiteit, nadat dat aantal is vermenigvuldigd met 5/3.
**5.** Voor de bepaling van de in het eerste lid genoemde aantallen wordt uitgegaan van de gegevens die door de desbetreffende universiteit vergezeld van een verklaring van een accountant aan Onze minister worden verstrekt uiterlijk op 1 maart van het voorafgaande begrotingsjaar. De universiteit geeft bij het leveren van de gegevens aan op welk wetenschapsgebied een proefschrift betrekking heeft.
**6.** De landelijke component proefschriften en ontwerperscertificaten wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van het aantal proefschriften, berekend op grond van het derde lid, en het aantal ontwerperscertificaten, berekend op grond van het vierde lid.
### Artikel
@ -227,15 +235,15 @@ Vervallen
### Artikel 2.11
De landelijke component proefschriften en ontwerperscertificaten wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van de som van het aantal proefschriften berekend op grond van artikel 2.10, vierde lid, en het aantal ontwerperscertificaten berekend op grond van artikel 2.10, vijfde lid.
Vervallen
### Artikel 2.12
De component onderzoekscholen, vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van de omvang van deze component per universiteit in het voorafgaande begrotingsjaar.
De landelijke component onderzoekscholen, vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van de omvang van deze component per universiteit in het voorafgaande begrotingsjaar.
### Artikel 2.13
**1.** Uit de component toponderzoekscholen, vastgesteld op grond van artikel 2.4, verdeelt Onze minister na advies van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek bedragen over universiteiten ten behoeve van toponderzoekscholen. Bij haar advies betrekt de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek in ieder geval de kwaliteit van het onderzoek.
**1.** Uit de landelijke component toponderzoekscholen, vastgesteld op grond van artikel 2.4, verdeelt Onze minister na advies van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek bedragen over universiteiten ten behoeve van toponderzoekscholen. Bij haar advies betrekt de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek in ieder geval de kwaliteit van het onderzoek.
**2.** Indien in een begrotingsjaar niet de gehele component toponderzoekscholen volgens het eerste lid wordt verdeeld over de universiteiten, wordt het resterende bedrag over de universiteiten verdeeld naar rato van de omvang van de component onderzoekscholen per universiteit in het voorafgaande begrotingsjaar.
@ -245,9 +253,19 @@ De landelijke component strategische overwegingen voor een begrotingsjaar is gel
### Artikel 2.14
**1.** De landelijke component strategische overwegingen voor een begrotingsjaar is gelijk aan het na toepassing van de artikelen 2.9 tot en met 2.13 voor dat begrotingsjaar resterende landelijk beschikbare onderzoekdeel.
**1.** Onverminderd artikel 2.16 wordt de landelijke component strategische overwegingen, voor een begrotingsjaar vastgesteld op grond van artikel 2.4, over de universiteiten verdeeld op basis van de omvang van de component strategische overwegingen per universiteit in het voorafgaande begrotingsjaar, met inachtneming van het tweede tot en met zevende lid.
**2.** Onverminderd artikel 2.16 wordt de landelijke component strategische overwegingen over de universiteiten verdeeld naar rato van de omvang van de component strategische overwegingen per universiteit in het voorafgaande begrotingsjaar.
**2.** Ten behoeve van de verdeling van de landelijke component strategische overwegingen over de universiteiten worden het bedrag strategische overwegingen plus en het bedrag compensatie onderzoek onderscheiden.
**3.** Het bedrag strategische overwegingen plus omvat de op grond van artikel 2.4 vastgestelde component strategische overwegingen, verhoogd met de op grond van artikel 2.4 vastgestelde component basisvoorziening onderzoek en verminderd met 15% van het op grond van artikel 2.4 vastgestelde onderzoekdeel.
**4.** Het bedrag compensatie onderzoek omvat de op grond van artikel 2.4 vastgestelde component basisvoorziening onderzoek verminderd met 15% van het op grond van artikel 2.4 vastgestelde onderzoekdeel.
**5.** Het bedrag strategische overwegingen plus wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van de omvang van het bedrag strategische overwegingen plus per universiteit in het voorafgaande begrotingsjaar.
**6.** Het bedrag compensatie onderzoek wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van de omvang van het bedrag compensatie onderzoek per universiteit in het voorafgaande begrotingsjaar.
**7.** De component strategische overwegingen per universiteit is het bedrag per universiteit, bedoeld in het vijfde lid, verminderd met het bedrag per universiteit, bedoeld in het zesde lid.
### Artikel 2.15
@ -269,7 +287,7 @@ Vervallen
### Artikel 2.16
**1.** Indien het overleg, bedoeld in artikel 2.15, tweede lid, daartoe aanleiding geeft, kan Onze minister, met inachtneming van artikel 2.6, derde lid, van de wet besluiten tot herverdeling van middelen, behorend tot de component strategische overwegingen.
**1.** Indien het overleg, bedoeld in artikel 2.15, tweede lid, daartoe aanleiding geeft, kan Onze minister, met inachtneming van artikel 2.6a, derde lid, van de wet besluiten tot herverdeling van middelen, behorend tot de component strategische overwegingen.
**2.** Een besluit tot herverdeling als bedoeld in het eerste lid, wordt niet genomen dan nadat Onze minister daarover overleg heeft gepleegd als bedoeld in artikel 3.1 van de wet.
@ -292,7 +310,7 @@ Het deel universitaire eerstegraads lerarenopleidingen van een universiteit best
a. een component basisvoorziening lerarenopleidingen, en
b. een component inschrijvingen leraartraject en getuigschriften.
**2.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder universiteit verstaan een universiteit waaraan een of meer universitaire eerstegraads lerarenopleidingen als bedoeld in artikel 7.4, vierde lid, van de wet zijn verbonden.
**2.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder universiteit verstaan een universiteit waaraan een of meer universitaire eerstegraads lerarenopleidingen zijn verbonden.
**3.**
@ -843,54 +861,6 @@ De op grond van het eerste lid in mindering gebrachte bedragen worden als volgt
| c. de openbare universiteit te Rotterdam: | 0,23 en |
| d. de bijzondere universiteit te Nijmegen: | 0,5. |
### Artikel 5.14a
Vervallen
### Artikel 5.15
Vervallen
### Artikel
Vervallen
### Artikel
Vervallen
### Artikel 5.18
Vervallen
### Artikel 5.19
Vervallen
### Artikel 5.20
Vervallen
### Artikel
Vervallen
### Artikel
Vervallen
### Artikel
Vervallen
### Artikel
Vervallen
### Artikel 5.25
Vervallen
### Paragraaf 3. Afwijkingen bekostiging universiteiten 2003
### Artikel 5.15