2025-09-17 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer
This commit is contained in:
parent
2383718770
commit
7d4ff7c85e
1 changed files with 77 additions and 20 deletions
|
|
@ -50,7 +50,7 @@ biochemisch zuurstofverbruik: massaconcentratie aan opgeloste zuurstof die gedur
|
|||
|
||||
broeikasgas: gas, genoemd in bijlage II bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;
|
||||
|
||||
broeikasgasemissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk 16 overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één ton kooldioxide-equivalent in de lucht te veroorzaken;
|
||||
broeikasgasemissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk 16 overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één ton kooldioxide-equivalent te veroorzaken;
|
||||
|
||||
Commissie genetische modificatie: de Commissie genetische modificatie, bedoeld in artikel 2.26;
|
||||
|
||||
|
|
@ -100,6 +100,10 @@ kaderrichtlijn afvalstoffen: richtlijn nr. 2008/98/EG van het Europees Parlement
|
|||
|
||||
de kaderrichtlijn water: richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327), zoals deze is gewijzigd bij beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001 tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van richtlijn 2000/60/EG (PbEG L 331) en met inbegrip van wijzigingen uit hoofde van artikel 20, eerste lid, van de richtlijn, doch voor het overige naar de tekst zoals deze bij de richtlijn is vastgesteld;
|
||||
|
||||
luchtvaartbrandstofleverancier: brandstofleverancier als bedoeld in artikel 3, onderdeel 19, van Verordening (EU) 2023/2405;
|
||||
|
||||
luchtvaartuigexploitant: luchtvaartuigexploitant als bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van Verordening (EU) 2023/2405;
|
||||
|
||||
luchtverontreiniging: aanwezigheid in de buitenlucht van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, niet zijnde splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen als bedoeld in de Kernenergiewet, die op zichzelf dan wel tezamen of in verbinding met andere stoffen nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken;
|
||||
|
||||
mengsel: een mengsel of een oplossing bestaande uit twee of meer stoffen;
|
||||
|
|
@ -134,6 +138,10 @@ storten: op of in de bodem brengen van afvalstoffen om deze daar te laten;
|
|||
|
||||
Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 van de Commissie van 31 oktober 2019 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de verdere regelingen voor de aanpassingen van de kosteloze toewijzing van emissierechten als gevolg van veranderingen in het activiteitsniveau betreft (PbEU 2019, L 282);
|
||||
|
||||
Verordening (EU) 2023/1805: Verordening (EU) 2023/1805 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in het zeevervoer, en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG (PbEU 2023, L 234);
|
||||
|
||||
Verordening (EU) 2023/2405: Verordening (EU) 2023/2405 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 inzake het waarborgen van een gelijk speelveld voor duurzaam luchtvervoer (ReFuelEU Luchtvaart) (PbEU 2023, L 2023/2405);
|
||||
|
||||
Verordening EU-register handel in emissierechten: Gedelegeerde verordening (EU) 2019/1122 van de Commissie van 12 maart 2019 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de werking van het EU-register (PbEU 2019, L 177);
|
||||
|
||||
Verordening inzake tijdstippen, beheer en andere aspecten van veiling van broeikasgasemissierechten: Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU 2010, L302);
|
||||
|
|
@ -228,6 +236,8 @@ b. hoewel deze niet als gevaarlijke afvalstof is aangewezen, toch de eigenschapp
|
|||
|
||||
**16.** Een wijziging uit hoofde van artikel 20, eerste lid, van de kaderrichtlijn water gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant of op andere geschikte wijze wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**17.** Onze Minister kan entiteiten aanwijzen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 38, van richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328).
|
||||
|
||||
### Artikel 1.1a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -274,19 +284,19 @@ Er is een Nederlandse emissieautoriteit, gevestigd te 's-Gravenhage.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.2
|
||||
|
||||
**1.** De emissieautoriteit heeft de in de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer, met uitzondering van artikel 20, derde, vierde en vijfde lid, van die verordening, en de in de hoofdstukken 16, 16a, 16b, 16c en 18 en de titels 9.7 en 9.8 opgedragen taken. De emissieautoriteit is voorts de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens.
|
||||
**1.** De emissieautoriteit heeft de in de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer, met uitzondering van artikel 20, derde, vierde en vijfde lid, van die verordening, en de in de hoofdstukken 16, 16a, 16b, 16c en 18 en de titels 9.7 en 9.8 opgedragen taken. De emissieautoriteit is voorts de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens. De emissieautoriteit is daarnaast de bevoegde autoriteit als bedoeld in de artikelen 14, vierde lid, 17, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 20, vierde lid, 22, tweede en vijfde lid, 23, tweede, derde, vijfde en zevende lid, en 26, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2023/1805 en als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid en 11, eerste lid, van Verordening (EU) 2023/2405 ten aanzien van luchtvaartuigexploitanten en luchtvaartbrandstofleveranciers.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De emissieautoriteit heeft voorts tot taak:
|
||||
|
||||
a. het bijhouden van gegevens en het opstellen van rapportages met betrekking tot de naleving door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen in de lucht tot doel heeft;
|
||||
a. het bijhouden van gegevens en het opstellen van rapportages met betrekking tot de naleving door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen tot doel heeft;
|
||||
b. het verzamelen van gegevens over technieken ter bepaling van de emissies van broeikasgassen waarop, titel 16.2 en hoofdstuk 16a en hoofdstuk 16b van toepassing is;
|
||||
c. het verzamelen van andere gegevens die met het oog op de uitoefening van haar taken van belang zijn;
|
||||
d. het rapporteren aan Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat en aan andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen instanties over de ontwikkeling van de onder a bedoelde emissies in Nederland alsmede over de overige aspecten van duurzaamheid van in Nederland te gebruiken brandstoffen en elektriciteit ten behoeve van vervoer;
|
||||
e. de uitvoering van gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die de Europese Commissie op grond van artikel 10bis, eerste en eenentwintigste lid, onderscheidenlijk artikel 28 quater van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de emissieautoriteit, voorzover die taken niet de uitoefening van openbaar gezag inhouden, worden belast met andere taken dan in het eerste of tweede lid bedoeld, in het bijzonder taken betreffende de uitvoering door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen in de lucht tot doel heeft.
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de emissieautoriteit, voorzover die taken niet de uitoefening van openbaar gezag inhouden, worden belast met andere taken dan in het eerste of tweede lid bedoeld, in het bijzonder taken betreffende de uitvoering door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen tot doel heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van de inhoud van de taken van de emissieautoriteit nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4461,7 +4471,7 @@ verwijderingseenheid: eenheid als bedoeld in artikel 3, van de Verordening EU-re
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van titel 16.2 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
broeikasgasinstallatie: vaste technische eenheid, waarin een of meer activiteiten worden verricht, die een emissie van een broeikasgas in de lucht veroorzaken en die behoren tot een categorie die met betrekking tot het betrokken broeikasgas bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen, alsmede andere activiteiten die met eerstbedoelde activiteiten rechtstreeks samenhangen en daarmee technisch in verband staan en die gevolgen kunnen hebben voor de emissie van het betrokken broeikasgas in de lucht.
|
||||
broeikasgasinstallatie: vaste technische eenheid, waarin een of meer activiteiten worden verricht, die een emissie van een broeikasgas veroorzaken en die behoren tot een categorie die met betrekking tot het betrokken broeikasgas bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen, alsmede andere activiteiten die met eerstbedoelde activiteiten rechtstreeks samenhangen en daarmee technisch in verband staan en die gevolgen kunnen hebben voor de emissie van het betrokken broeikasgas.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -4481,7 +4491,7 @@ Voor de toepassing van afdeling 16.2.1 onderscheidenlijk afdeling 16.2.2 wordt v
|
|||
|
||||
### Artikel 16.2
|
||||
|
||||
**1.** Een emissie van een broeikasgas in de lucht wordt uitgedrukt in tonnen kooldioxide-equivalent.
|
||||
**1.** Een emissie van een broeikasgas wordt uitgedrukt in tonnen kooldioxide-equivalent.
|
||||
|
||||
### Artikel 16.2a
|
||||
|
||||
|
|
@ -5130,21 +5140,35 @@ b. van het jaar volgend op het laatste jaar van de in het eerste lid genoemde na
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid vermelde verplichting is vervuld voor ieder kalenderjaar in de periode tot en met 31 december 2030 met betrekking tot een vliegtuigexploitant waarvan Nederland overeenkomstig artikel 16.39a, tweede lid, onderdeel a, de administrerende lidstaat is, voor de vluchten die deze vliegtuigexploitant uitvoert tussen een luchthaven in een ultraperifeer gebied van een lidstaat als vermeld in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en:
|
||||
|
||||
a. een luchthaven in dezelfde lidstaat;
|
||||
b. een andere luchthaven in hetzelfde ultraperifeer gebied van de lidstaat; of
|
||||
c. een luchthaven in een ander ultraperifeer gebied van dezelfde lidstaat.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De in het tweede lid vermelde verplichting is vervuld voor ieder kalenderjaar in de periode tot en met 31 december 2030 met betrekking tot een scheepvaartmaatschappij waarvan Nederland overeenkomstig artikel 16.39a, vierde lid, de administrerende lidstaat is, voor de reizen en in verband met deze reizen uitgevoerde activiteiten in een haven die deze scheepvaartmaatschappij uitvoert tussen en in een haven in een ultraperifeer gebied van een lidstaat als vermeld in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en:
|
||||
|
||||
a. een haven in dezelfde lidstaat;
|
||||
b. een andere haven in hetzelfde ultraperifeer gebied van de lidstaat; of
|
||||
c. een haven in een ander ultraperifeer gebied van dezelfde lidstaat.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De in het tweede lid bedoelde emissierechten worden overeenkomstig het volgende schema ingeleverd:
|
||||
|
||||
a. 40% van de voor 2024 gerapporteerde geverifieerde emissies;
|
||||
b. 70% van de voor 2025 gerapporteerde geverifieerde emissies;
|
||||
c. 100% van de geverifieerde emissies die zijn gerapporteerd voor 2026 en elk daaropvolgend jaar.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het tweede en vierde lid mag een scheepvaartmaatschappij tot 31 december 2030 5% minder emissierechten inleveren dan de geverifieerde emissies voor schepen met ijsklasse 1A of 1A super of een gelijkwaardige ijsklasse, zoals vastgesteld op basis van aanbeveling 25/7 van de Commissie ter bescherming van het mariene milieu van het Oostzeegebied.
|
||||
**7.** In afwijking van het tweede en zesde lid mag een scheepvaartmaatschappij tot 31 december 2030 5% minder emissierechten inleveren dan de geverifieerde emissies voor schepen met ijsklasse 1A of 1A super of een gelijkwaardige ijsklasse, zoals vastgesteld op basis van aanbeveling 25/7 van de Commissie ter bescherming van het mariene milieu van het Oostzeegebied.
|
||||
|
||||
**6.** Een scheepvaartmaatschappij voldoet tot 31 december 2030 aan de eisen bedoeld in het tweede lid indien een uitvoeringshandeling van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 12, derde lid quinqies, derde lid quater en derde lid ter, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten dat bepaalt.
|
||||
**8.** Een scheepvaartmaatschappij voldoet tot 31 december 2030 aan de eisen bedoeld in het tweede lid indien een uitvoeringshandeling van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 12, derde lid quinqies, derde lid quater en derde lid ter, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten dat bepaalt.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de eindverantwoordelijkheid voor de aankoop van de brandstof of de exploitatie van een schip op grond van een contractuele regeling berust bij een ander dan de emissiegerechtigde scheepvaartmaatschappij, heeft die scheepvaartmaatschappij recht op terugbetaling door die ander van de kosten die voortvloeien uit het inleveren van de in het tweede en vierde lid bedoelde emissierechten door de emissiegerechtigde scheepvaartmaatschappij.
|
||||
**9.** Indien de eindverantwoordelijkheid voor de aankoop van de brandstof of de exploitatie van een schip op grond van een contractuele regeling berust bij een ander dan de emissiegerechtigde scheepvaartmaatschappij, heeft die scheepvaartmaatschappij recht op terugbetaling door die ander van de kosten die voortvloeien uit het inleveren van de in het tweede en zesde lid bedoelde emissierechten door de emissiegerechtigde scheepvaartmaatschappij.
|
||||
|
||||
**8.** Door vernummering vervallen.
|
||||
|
||||
**9.** Artikel 16.37, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**10.** Artikel 16.37, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 16.39u
|
||||
|
||||
|
|
@ -5491,7 +5515,7 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
- *elektriciteitsmonitoringsplan:* plan betreffende de bepaling en registratie van de emissies als gevolg van elektriciteitsopwekking;
|
||||
|
||||
- *elektriciteitsjaarvracht:* het aantal ton kooldioxide-equivalent dat in de lucht is veroorzaakt als gevolg van het opwekken van elektriciteit in de betreffende broeikasgasinstallatie in het betreffende kalenderjaar, waarbij een gedeelte van een ton rekenkundig wordt afgerond op een hele ton;
|
||||
- *elektriciteitsjaarvracht:* het aantal ton kooldioxide-equivalent dat is veroorzaakt als gevolg van het opwekken van elektriciteit in de betreffende broeikasgasinstallatie in het betreffende kalenderjaar, waarbij een gedeelte van een ton rekenkundig wordt afgerond op een hele ton;
|
||||
|
||||
- *noodstroomaggregaat:t* echnische eenheid die uitsluitend wordt gebruikt om elektriciteit op te wekken indien de gebruikelijke primaire elektriciteitsvoorziening uitvalt en niet meer dan 50 uren per jaar in werking is;
|
||||
|
||||
|
|
@ -6411,9 +6435,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 18.4
|
||||
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de hoofdstukken 16, 16a, 16b en 16c bepaalde, alsmede de naleving van de in artikel 18.5 genoemde bepalingen van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, de naleving van de in artikel 18.5a genoemde bepalingen van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten, de naleving van de in artikel 18.5b genoemde bepalingen van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau, de naleving van de in artikel 18.5c genoemde bepalingen van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van wereldwijde luchtvaartemissies, de naleving van de in artikel 18.5d genoemde bepalingen van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer en van de in artikel 18.6 genoemde bepalingen van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de hoofdstukken 16, 16a, 16b en 16c bepaalde, alsmede de naleving van de in artikel 18.5 genoemde bepalingen van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, de naleving van de in artikel 18.5a genoemde bepalingen van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten, de naleving van de in artikel 18.5b genoemde bepalingen van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau, de naleving van de in artikel 18.5c genoemde bepalingen van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van wereldwijde luchtvaartemissies, de naleving van de in artikel 18.5d genoemde bepalingen van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer en van de in artikel 18.6 genoemde bepalingen van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel de naleving van de in artikel 18.6c genoemde bepalingen van Verordening (EU) 2023/1805 en de in artikel 18.6d genoemde bepalingen van Verordening (EU) 2023/2405, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** Met het onderzoek met betrekking tot overtredingen als bedoeld in artikel 18.16a, eerste en tweede lid, zijn belast de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren.
|
||||
**2.** Met het onderzoek met betrekking tot overtredingen als bedoeld in artikelen 18.6c, tweede en derde lid, 18.6d, tweede, derde en vierde lid, en 18.16a, eerste en tweede lid, zijn belast de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**3.** Ten dienste van het onderzoek beschikken zij over de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:15 tot en met 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6461,6 +6485,43 @@ Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, 5, 6, eerste tot en me
|
|||
|
||||
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens 9.7.1.3, 9.7.2.3, 9.7.2.5, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1, 9.7.6.2, 9.8.2.3 of 9.8.2.5, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.6c
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden te handelen in strijd met artikelen 4, 5, 6, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, 10, derde, vierde en vijfde lid, 13, vierde lid,15, 20, eerste, tweede en derde lid en 21 van de Verordening (EU) 2023/1805.
|
||||
|
||||
**2.** In het geval van overtreding van de in het eerste lid genoemde artikelen van Verordening (EU) 2023/1805, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen, voor zover dit ziet op een overtreding door een scheepvaartmaatschappij als bedoeld in artikel 16.1, eerste lid, van deze wet.
|
||||
|
||||
**3.** In het geval van overtreding van de artikelen 4, eerste lid, 5, derde lid, en 6, eerste en tweede lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, 10, derde, vierde en vijfde lid, 13, vierde lid, 15, 20, eerste, tweede en derde lid en 21, van Verordening (EU) 2023/1805, kan het bestuur van de emissieautoriteit aan de scheepvaartmaatschappij als bedoeld in artikel 16.1, eerste lid, van deze wet, een bestuurlijke boete opleggen. Een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete kunnen tezamen worden opgelegd.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid, bedraagt:
|
||||
|
||||
a. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in het geval van overtreding van artikel 4, eerste lid, artikel 5, derde lid of artikel 20, eerste, tweede en derde lid, van Verordening (EU) 2023/1805, of indien dat meer is, ten hoogste het bedrag dat het resultaat is van de berekening van het nalevingstekort voor de broeikasgasintensiteit van het schip of van de berekening van het nalevingstekort van het schip voor het deelstreefcijfer voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong conform de in deel B van bijlage IV van Verordening (EU) 2023/1805 vervatte formule. Indien een schip een nalevingstekort heeft voor twee of meer opeenvolgende verslagperioden, wordt voor de berekening van de bestuurlijke boete tevens de vermenigvuldiging van artikel 23, tweede lid, laatste volzin van Verordening (EU) 2023/1805 toegepast.
|
||||
b. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in het geval van overtreding van artikel 6, eerste en tweede lid, of indien dat meer is, ten hoogste het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van 1,5 EUR met de vastgestelde totale stroombehoefte van het schip op zijn ligplaats en met het totale aantal uren, naar boven afgerond tot het dichtstbijzijnde hele uur, dat in strijd met de voorschriften van artikel 6 door het schip op de ligplaats is doorgebracht.
|
||||
|
||||
**5.** Een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in het geval van overtreding van artikel 7, artikel 8, eerste en tweede lid, artikel 9, artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, artikel 13, vierde lid, artikel 15 of artikel 21, van Verordening (EU) 2023/1805.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.6d
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, 5, 8, 9, eerste en tweede lid, en 10 van Verordening (EU) 2023/2405.
|
||||
|
||||
**2.** In het geval van overtreding de in het eerste lid genoemde artikelen van Verordening (EU) 2023/2405, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen, voor zover dit ziet op een overtreding door een luchtvaartuigexploitant of luchtvaartbrandstofleverancier.
|
||||
|
||||
**3.** In het geval van overtreding van de artikelen 4, eerste lid, en 5, eerste lid, 8, 9, eerste en tweede lid, en 10 van Verordening (EU) 2023/2405, kan het bestuur van de emissieautoriteit een bestuurlijke boete opleggen, voor zover dit ziet op een overtreding door een luchtvaartuigexploitant of luchtvaartbrandstofleverancier. Een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete kunnen tezamen worden opgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een luchtvaartbrandstofleverancier misleidende of onjuiste informatie heeft verstrekt over de kenmerken of oorsprong van de duurzame luchtvaartbrandstof, in de zin van artikel 12, zesde lid, van Verordening (EU) 2023/2405, kan het bestuur van de emissieautoriteit een bestuurlijke boete opleggen. Een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete kunnen tezamen worden opgelegd.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid bedraagt:
|
||||
|
||||
a. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in het geval van overtreding van artikel 4, eerste lid van Verordening (EU) 2023/2405, of indien dat meer is, ten hoogste het dubbele van het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van het verschil tussen de gemiddelde jaarlijkse prijs per ton van conventionele luchtvaartbrandstof en duurzame luchtvaartbrandstoffen of synthetische brandstof met de hoeveelheid luchtvaartbrandstoffen die niet voldoet aan de verplichtingen van artikel 4, eerste lid, en bijlage I van Verordening (EU) 2023/2405 met betrekking tot de minimumpercentages.
|
||||
b. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in het geval van overtreding van artikel 5, eerste lid, van Verordening (EU) 2023/2405, of indien dat meer is, ten hoogste het dubbele van het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van de gemiddelde jaarlijkse prijs van luchtvaartbrandstof per ton met de totale jaarlijkse niet-getankte hoeveelheid brandstof.
|
||||
c. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in het geval van overtreding van artikelen 8, 9 en 10 van Verordening (EU) 2023/2405.
|
||||
|
||||
**6.** Een bestuurlijke boete als bedoeld in het vierde lid bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, of indien dat meer is, ten hoogste het dubbele van het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van het verschil tussen de gemiddelde jaarlijkse prijs per ton van conventionele luchtvaartbrandstof en duurzame luchtvaartbrandstof met de hoeveelheid luchtvaartbrandstof waarover de misleidende of onjuiste informatie is verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -6561,7 +6622,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 18.16g
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de in de artikelen 18.16a, eerste en tweede lid, eerste volzin en 18.16b, eerste lid en 18.16c, eerste lid, genoemde artikelen.
|
||||
**1.** Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de in de artikelen 18.6c, derde lid, 18.16a, eerste en tweede lid, eerste volzin en 18.16b, eerste lid en 18.16c, eerste lid, genoemde artikelen.
|
||||
|
||||
**2.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, of artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid, vermeldt het rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, naast de in het tweede lid van dat artikel bedoelde gegevens, tevens het voornemen de naam van de overtreder op te nemen in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6851,10 +6912,6 @@ Artikel 20.3 is niet van toepassing op besluiten op een aanvraag om een vergunni
|
|||
|
||||
### Paragraaf 20.1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 20.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
|
||||
|
||||
### Artikel 20.6
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue