diff --git a/amvb/mijnbouwbesluit/BWBR0014394/README.md b/amvb/mijnbouwbesluit/BWBR0014394/README.md index 1b5b9355e08..2b4f06dc344 100644 --- a/amvb/mijnbouwbesluit/BWBR0014394/README.md +++ b/amvb/mijnbouwbesluit/BWBR0014394/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Mijnbouwbesluit bwb_id: BWBR0014394 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2016-12-21' +datum_inwerkingtreding: '2023-04-18' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014394 citeertitel: Mijnbouwbesluit --- @@ -61,9 +61,9 @@ h. werken voor het verblijf van bij mijnbouwactiviteiten betrokken personen die ### Artikel 4 -**1.** De uitvoerder stelt een werkplan vast waarin alle in een vergunningsgebied uit te voeren mijnbouwactiviteiten staan vermeld. +**1.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte stelt een werkplan vast waarin alle in een vergunningsgebied uit te voeren mijnbouwactiviteiten staan vermeld. -**2.** Het werkplan is een jaarlijks voortschrijdend vijfjarenplan. De uitvoerder dient het plan in bij de inspecteur-generaal der mijnen binnen vier weken na verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 25 van de wet en vervolgens jaarlijks voor 1 november van het jaar, voorafgaand aan het eerste kalenderjaar waarop het plan betrekking heeft. +**2.** Het werkplan is een jaarlijks voortschrijdend vijfjarenplan. De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte dient het plan in bij de inspecteur-generaal der mijnen binnen vier weken na verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 6, 24b of 25 van de wet en vervolgens jaarlijks voor 1 november van het jaar, voorafgaand aan het eerste kalenderjaar waarop het plan betrekking heeft. **3.** Ingrijpende afwijkingen van de in het eerste kalenderjaar opgenomen mijnbouwactiviteiten waarop het desbetreffende werkplan betrekking heeft, worden tenminste vier weken voor de verrichting van de desbetreffende activiteit ter kennis gebracht van de inspecteur-generaal der mijnen. @@ -71,7 +71,7 @@ h. werken voor het verblijf van bij mijnbouwactiviteiten betrokken personen die ### Artikel 5 -De bescheiden en de gegevens, bedoeld bij of krachtens dit besluit, worden door een uitvoerder, een onderzoeker als bedoeld in artikel 9, een beheerder als bedoeld in artikel 92, onderdeel d, en een vergunninghouder als bedoeld in de artikelen 152 en 157 op deugdelijke wijze opgesteld en bijgehouden. Zij worden, voor zover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald, gedurende ten minste een jaar bewaard. +De bescheiden en de gegevens, bedoeld bij of krachtens dit besluit, worden door een uitvoerder, een houder van een toewijzing zoekgebied aardwarmte, een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte, een onderzoeker als bedoeld in artikel 9, een beheerder als bedoeld in artikel 92, onderdeel d, en een vergunninghouder als bedoeld in de artikelen 152 en 157 op deugdelijke wijze opgesteld en bijgehouden. Zij worden, voor zover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald, gedurende ten minste een jaar bewaard. ### Artikel 6 @@ -312,7 +312,7 @@ f. een beschrijving van de wijze waarop de holruimte na beëindiging van de winn **1.** -Voor het opslaan van stoffen als bedoeld in artikel 39, onderdeel b, van de wet bevat een desbetreffend plan: +Voor het opslaan van stoffen als bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de wet bevat een desbetreffend plan: a. een beschrijving van de hoeveelheid en de samenstelling van de stoffen die worden opgeslagen; b. een opgaaf van de gegevens met betrekking tot de structuur van het voorkomen en de ligging van het voorkomen ten opzichte van andere aardlagen, met bijbehorende geologische, geofysische en petrofysische studies en de daarbij gehanteerde onzekerheidsanalyses; @@ -531,13 +531,311 @@ b. een voorstel voor een financiële bijdrage als bedoeld in artikel 31j, eerste Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 29c tot en met 29h, tweede lid, en 29i tot en met 29l. +## Hoofdstuk 3a. Het opsporen en winnen van aardwarmte + +### Artikel 29n + +In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: + +– *startvergunning:* een startvergunning aardwarmte; +– *toewijzing zoekgebied:* een toewijzing zoekgebied aardwarmte; +– *vervolgvergunning:* een vervolgvergunning aardwarmte. + +### Paragraaf 3a.1. Toewijzing zoekgebied, startvergunning en vervolgvergunning + +### Artikel 29o + +**1.** Onze Minister betrekt bij de beoordeling van een aanvraag voor een toewijzing zoekgebied in verband met het zicht op de financiering van de opsporing en winning in ieder geval de financiële omstandigheden van de aanvrager. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de grond, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 29p + +**1.** + +Onze Minister betrekt bij de beoordeling van een aanvraag voor een startvergunning in ieder geval: + +a. in verband met onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van omwonenden in hoeverre wordt voldaan aan de norm voor het lokaal persoonlijk risico van maximaal 1 op de 100.000 per jaar dat een individu mag lopen in of nabij de verschillende bouwwerken waar dat individu verblijft, als gevolg van bodemtrilling door de opsporing en winning van aardwarmte; +b. in verband met de financiële mogelijkheden van de aanvrager: + +1°. de financiële omstandigheden van de aanvrager; +2°. de wijze waarop de aanvrager voornemens is de kosten voor de opsporing en winning van aardwarmte en de daarbij behorende aansprakelijkheden en de kosten voor het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een boorgat tijdens of na afloop van de looptijd van de startvergunning te dragen; +3°. afspraken tussen de aanvrager en de uitvoerder aardwarmte over het dragen van de kosten voor de bij de opsporing en winning behorende aansprakelijkheden, indien deze zijn gemaakt. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gronden, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 29q + +**1.** + +Onze Minister kan een aanvraag voor een startvergunning geheel of gedeeltelijk afwijzen: + +a. indien het ontwerp van de put geen dubbele verbuizing bevat ter hoogte van de zoet en brak waterlagen, tenzij is aangetoond dat een alternatief ontwerp de putintegriteit ten minste even goed borgt als een dubbele verbuizing; +b. indien de aanvrager niet over een beheerssysteem en beheersplan voor de putintegriteit beschikt dat voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde regels; +c. indien de integriteit van de afsluitende aardlagen niet voldoende is geborgd. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de gronden, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 29r + +Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een besluit inzake een aanvraag voor een vervolgvergunning, indien ten opzichte van de startvergunning voorschriften of beperkingen zouden moeten worden verbonden met betrekking tot het beperken van het gevolg, effect of risico als bedoeld in artikel 24ag, eerste lid, van de wet. + +### Artikel 29s + +**1.** + +Onze Minister betrekt bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervolgvergunning in ieder geval: + +a. in verband met onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van omwonenden in hoeverre wordt voldaan aan de norm voor het lokaal persoonlijk risico van maximaal 1 op de 100.000 per jaar dat een individu mag lopen in of nabij de verschillende bouwwerken waar dat individu verblijft, als gevolg van bodemtrilling door de winning van aardwarmte; +b. in verband met de financiële mogelijkheden van de aanvrager: + +1°. de financiële omstandigheden van de aanvrager; +2°. de wijze waarop de aanvrager voornemens is de kosten voor de winning van aardwarmte en de daarbij behorende aansprakelijkheden en de kosten voor het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een boorgat tijdens of na afloop van de looptijd van de vervolgvergunning te dragen; +3°. afspraken tussen de aanvrager en de uitvoerder aardwarmte over het dragen van de kosten voor de bij de winning behorende aansprakelijkheden, indien deze zijn gemaakt. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gronden, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 29t + +**1.** + +Onze Minister kan een aanvraag voor een vervolgvergunning geheel of gedeeltelijk afwijzen: + +a. indien de put geen dubbele verbuizing bevat ter hoogte van de zoet en brak waterlagen, tenzij is aangetoond dat een alternatieve inrichting van de put de putintegriteit ten minste even goed borgt als een dubbele verbuizing; +b. indien de aanvrager niet over een operationeel beheerssysteem en beheersplan voor de putintegriteit beschikt dat voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde regels; +c. indien de integriteit van de afsluitende aardlagen niet voldoende is geborgd. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de gronden, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 29u + +**1.** + +Onze Minister verbindt aan een startvergunning of vervolgvergunning voorschriften of beperkingen die betrekking hebben op: + +a. de injectiedruk; +b. de injectietemperatuur; +c. het debiet; +d. het berekenen en beperken van scheurgroei in de afsluitende aardlagen; +e. het beheerssysteem en beheersplan voor de putintegriteit, bedoeld in de artikelen 29q en 29t; +f. het gebruik van mijnbouwhulpstoffen, indien van toepassing. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de gronden, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 29v + +**1.** + +Onze Minister bepaalt in een vergunning die betrekking heeft op aardlagen die zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen voor de winning van drinkwater uit grondwater, het bedrag waarvoor financiële zekerheid ter dekking van de aansprakelijkheid voor de schade door verontreiniging van grondwater of bodem in verband met de opsporing en winning van aardwarmte wordt gesteld voor: + +a. het jaar waarin de opsporing volgens de aanvraag voor de startvergunning zal aanvangen en voor het daaropvolgende jaar, indien het een startvergunning betreft; +b. het jaar waarin de vervolgvergunning wordt verleend en voor elk van de daaropvolgende vier jaren, indien het een vervolgvergunning betreft. + +**2.** + +Het bedrag wordt per jaar vastgesteld op het totaal van: + +a. een raming van de kosten voor de monitoring en reactieve maatregelen met betrekking tot de beheersing van de putintegriteit; +b. een raming van de kosten voor het nemen van maatregelen voor de borging van de integriteit van de afsluitende aardlagen. + +**3.** Onze Minister bepaalt in de vergunning de vorm waarin de financiële zekerheid wordt gesteld. De financiële zekerheid wordt in zodanige vorm gesteld dat naar het oordeel van Onze Minister vaststaat dat de Staat daarmee gedurende de periode waarvoor zekerheid wordt gesteld, alle verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, zo nodig ook zelf kan nakomen ten laste van de vergunninghouder. + +**4.** De houder van een startvergunning toont voor aanvang van de opsporing van aardwarmte aan Onze Minister aan dat de financiële zekerheid in overeenstemming met dit artikel is gesteld. + +**5.** De houder van een vervolgvergunning toont binnen zes maanden na de datum van het verlenen van de vervolgvergunning aan Onze Minister aan dat de financiële zekerheid in overeenstemming met dit artikel is gesteld en houdt het bedrag dat voor het laatste jaar in de startvergunning is vastgesteld, in stand tot dit moment. + +**6.** Onverminderd artikel 24ab, tweede lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet blijft het bedrag dat voor het laatste jaar in de startvergunning is vastgesteld, van toepassing voor opvolgende jaren gedurende de periode waarvoor de startvergunning geldt. + +**7.** Onverminderd artikel 24ao, tweede lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet beziet Onze Minister op de voet van het tweede lid telkens na vijf jaar gerekend vanaf de datum van het verlenen van de vervolgvergunning de hoogte van het bedrag per jaar voor de eerstkomende vijf jaar. Het bedrag dat voor het laatste jaar in de vervolgvergunning is vastgesteld blijft voor opvolgende jaren van toepassing zolang het niet is aangepast. De vergunninghouder verstrekt Onze Minister uiterlijk drie maanden voor afloop van een vijfjaarstermijn de voor de ramingen, bedoeld in het tweede lid, benodigde gegevens vergezeld van een adequate cijfermatige onderbouwing en toelichting. + +**8.** De vergunninghouder verstrekt ten minste elk jaar aan Onze Minister het bewijs dat financiële zekerheid is gesteld en aangehouden. + +**9.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere maatstaven voor de raming van de kosten, bedoeld in het tweede lid, vaststellen. + +### Artikel 29w + +**1.** + +Onze Minister kan aan een startvergunning of vervolgvergunning voorschriften of beperkingen verbinden die betrekking hebben op: + +a. de seismische risicoanalyse; +b. het meten, registreren en melden van bodembeweging als gevolg van de opsporing of winning van aardwarmte; +c. de wijze van handelen in geval van bodembeweging als gevolg van de opsporing of winning van aardwarmte. + +**2.** + +Onze Minister kan aan een startvergunning of vervolgvergunning in verband met de financiële mogelijkheden van de aanvrager voorschriften of beperkingen verbinden die betrekking hebben op: + +a. de financiële omstandigheden van de aanvrager; +b. de wijze waarop de aanvrager voornemens is de kosten voor de opsporing of winning van aardwarmte en de daarbij behorende aansprakelijkheden en de kosten voor het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een boorgat tijdens of na afloop van de looptijd van de betreffende vergunning te dragen; +c. financiële zekerheden die gesteld dienen te worden ter dekking van de kosten voor de bij de opsporing of winning en de daarbij behorende aansprakelijkheden, anders dan de zekerheden, bedoeld in de artikelen 46 en 47 van de wet, en artikel 29v. Deze voorschriften of beperkingen kunnen in ieder geval betrekking hebben op: + +1°. de vorm en de omvang van de financiële zekerheden; +2°. het tijdstip van het stellen van financiële zekerheden; +3°. het melden van wijzigingen in de financiële zekerheden; +d. het melden van afspraken, of wijzigingen daarvan, tussen de aanvrager en de uitvoerder aardwarmte over het dragen van de kosten voor de bij de opsporing of winning behorende aansprakelijkheden, indien deze zijn gemaakt. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de gronden, bedoeld in het eerste en tweede lid. + +### Artikel 29x + +**1.** + +Indien meer aanvragen voor een toewijzing zoekgebied die zouden kunnen worden toegewezen, zijn ingediend, rangschikt Onze Minister een aanvraag hoger naarmate: + +a. de aanvraag beter past binnen provinciale of gemeentelijke beleidsplannen ten aanzien van aardwarmte voor het betreffende gebied; +b. de realistisch te verwachten hoeveelheid te winnen aardwarmte groter is; +c. de aanvrager al eerder is gestart met winning van aardwarmte in een gebied dat grenst aan het betreffende gebied; +d. de aanvrager over ervaring met de ontwikkeling van aardwarmteactiviteiten of andere mijnbouwactiviteiten beschikt; +e. de kwaliteit van de aanvraag beter is. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de onderlinge weging van de rangschikkingscriteria, bedoeld in het eerste lid, en kunnen nadere regels worden gesteld over de procedure van de rangschikking en de rangschikkingscriteria. + +### Artikel 29y + +**1.** + +Indien meer aanvragen voor een startvergunning die zouden kunnen worden toegewezen, zijn ingediend, rangschikt Onze Minister een aanvraag hoger naarmate: + +a. de aanvraag beter past binnen provinciale of gemeentelijke beleidsplannen ten aanzien van aardwarmte voor het betreffende gebied; +b. de realistisch te verwachten hoeveelheid te winnen aardwarmte groter is; +c. de aanvrager al eerder is gestart met winning van aardwarmte in een gebied dat grenst aan het betreffende gebied; +d. de kwaliteit van de aanvraag beter is. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de onderlinge weging van de rangschikkingscriteria, bedoeld in het eerste lid, en kunnen nadere regels worden gesteld over de procedure van de rangschikking en de rangschikkingscriteria. + +### Paragraaf 3a.2. De uitvoerder aardwarmte + +### Artikel 29z + +**1.** Een aanvraag om instemming met de aanwijzing van de uitvoerder aardwarmte als bedoeld in artikel 24z, vierde lid, van de wet bevat een beschrijving van de technische en financiële capaciteiten van de uitvoerder aardwarmte. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de aanvraag om instemming. + +### Artikel 29aa + +**1.** Onze Minister weigert instemming met de aanwijzing van een uitvoerder aardwarmte, bedoeld in artikel 24z, derde lid, van de wet, indien de technische of financiële capaciteiten van de uitvoerder niet toereikend zijn voor een goede uitvoering van de feitelijke werkzaamheden met betrekking tot de mijnbouwactiviteiten. + +**2.** + +Onze Minister betrekt bij de beoordeling van de technische capaciteiten van de uitvoerder aardwarmte in ieder geval: + +a. de ervaring met mijnbouwactiviteiten waarover de uitvoerder aardwarmte beschikt; +b. de kennis over mijnbouwactiviteiten waarover de uitvoerder aardwarmte beschikt; +c. de verantwoordelijkheidszin, waarvan de uitvoerder aardwarmte eerder blijk heeft gegeven bij feitelijke werkzaamheden met betrekking tot mijnbouwactiviteiten onder een eerdere vergunning. + +**3.** + +Onze Minister betrekt bij de beoordeling van de financiële capaciteiten van de uitvoerder aardwarmte in ieder geval: + +a. de financiële omstandigheden van de uitvoerder aardwarmte; +b. afspraken tussen de aanvrager van de startvergunning of de houder van de startvergunning of vervolgvergunning en de uitvoerder aardwarmte over het dragen van de kosten voor de bij de opsporing of winning behorende aansprakelijkheden, indien deze zijn gemaakt. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gronden, bedoeld in het tweede en derde lid. + +### Artikel 29ab + +**1.** + +Onze Minister kan aan de instemming met de uitvoerder aardwarmte voorschriften of beperkingen verbinden die betrekking hebben op: + +a. de financiële omstandigheden van de uitvoerder aardwarmte; +b. financiële zekerheden die gesteld dienen te worden ter dekking van de kosten voor de opsporing of winning en de daarbij behorende aansprakelijkheden. Deze voorschriften of beperkingen kunnen betrekking hebben op: + +1°. de vorm en de omvang van de financiële zekerheden; +2°. het tijdstip van het stellen van financiële zekerheden; +3°. het melden van wijzigingen in de financiële zekerheden; +c. het melden van afspraken, of wijzigingen daarvan, tussen de aanvrager van de startvergunning of de houder van de startvergunning of vervolgvergunning en de uitvoerder aardwarmte over het dragen van de kosten voor de bij de opsporing of winning behorende aansprakelijkheden, indien deze zijn gemaakt. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de instemming. + +### Paragraaf 3a.3. Deelneming in opsporing en winning van aardwarmte + +### Artikel 29ac + +In deze paragraaf wordt verstaan onder: + +– *overeenkomst:* een overeenkomst als bedoeld in artikel 86a, eerste lid, van de wet, die een overeenkomst van samenwerking is; +– *de vennootschap:* de vennootschap, bedoeld in artikel 82, tweede lid, van de wet; +– *vergunninghouder:* de houder van een toewijzing zoekgebied, startvergunning of vervolgvergunning. + +### Artikel 29ad + +In de overeenkomst worden bepalingen die ertoe strekken dat ten behoeve van de voorgenomen opsporings- en winningswerkzaamheden wordt samengewerkt, opgenomen, waarbij: + +a. de vennootschap voor 20% belang neemt, tenzij met de vergunninghouder een hoger percentage van ten hoogste 40% wordt overeengekomen; +b. de vergunninghouder het resterende belang neemt; +c. de waarde van de werken die door het doen van de in artikel 29ag, onderdeel a, bedoelde investeringen tot stand zijn gekomen en de opbrengst van de winning van aardwarmte in verhouding tot ieders belang in de samenwerking toebehoren aan de vergunninghouder en de vennootschap; +d. de vergunninghouder en de vennootschap ten behoeve van de samenwerking, in verhouding tot ieders belang in de samenwerking, de middelen verstrekken die bestemd zijn voor het doen van de uitgaven, bedoeld in artikel 29ag, onderdeel a; +e. op de overeenkomst Nederlands recht van toepassing is. + +### Artikel 29ae + +In de overeenkomst wordt het bedrag vastgesteld van de door de houder van de toewijzing zoekgebied reeds gemaakte kosten die naar redelijkheid kunnen worden toegeschreven aan activiteiten en investeringen ten behoeve van de voorgenomen opsporings- en winningswerkzaamheden. + +### Artikel 29af + +In de overeenkomst worden bepalingen opgenomen die de vergunninghouder ertoe verplichten: + +a. de voor hem uit de vergunning voortvloeiende rechten uit te oefenen ten behoeve van de samenwerking en overeenkomstig de gezamenlijke besluiten die met inachtneming van artikel 29ah zijn genomen door de vergunninghouder en de vennootschap; +b. zijn kennis en ervaring op het gebied van opsporing, winning en afzet van aardwarmte aan de samenwerking ten goede te doen komen. + +### Artikel 29ag + +In de overeenkomst worden bepalingen opgenomen die de vennootschap ertoe verplichten: + +a. aan de vergunninghouder te vergoeden het percentage, gelijk aan het belang van de vennootschap in de samenwerking, van de uitgaven van de vergunninghouder die in overeenstemming met artikel 29ah zijn goedgekeurd of in overeenstemming zijn met een goedgekeurd jaarlijks investerings- en financieringsplan; +b. niet te beletten dat besluiten van de vergunninghouder gebaseerd worden op normale commerciële overwegingen; +c. zijn stem bij de besluitvorming volgens artikel 29ah uit te brengen op grond van transparantie, objectieve en niet-discriminerende beginselen; +d. aan de houder van de toewijzing zoekgebied terstond te vergoeden het percentage, gelijk aan het belang van de vennootschap in de samenwerking, van het bedrag, bedoeld in artikel 29ae, vermeerderd met een enkelvoudige rente, waarvan het percentage gelijk is aan dat van de wettelijke rente, over een tijdvak van ten hoogste vijf jaar, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de desbetreffende kosten zijn gemaakt; +e. de informatie als bedoeld in artikel 29ai, eerste lid, onderdeel d, die de vennootschap voornemens is openbaar te maken, ter goedkeuring voor te leggen aan de vergunninghouder waarbij de vergunninghouder binnen een in de overeenkomst overeengekomen termijn bezwaar kan maken tegen openbaarmaking van die informatie. + +### Artikel 29ah + +In de overeenkomst worden bepalingen opgenomen die ertoe strekken dat: + +a. een gezamenlijk besluit van de vergunninghouder en de vennootschap wordt genomen in een vergadering, waarin de vergunninghouder en de vennootschap zich door een schriftelijk gevolmachtigde kunnen laten vertegenwoordigen; +b. een gezamenlijk besluit van de vergunninghouder en de vennootschap, in afwijking van onderdeel a, buiten vergadering kan worden genomen, mits de vergunninghouder en de vennootschap hier beide mee instemmen en dit gebeurt bij een gezamenlijke schriftelijke verklaring of bij een gelijkluidende schriftelijke verklaring van de vergunninghouder en de vennootschap, door deze of hun gevolmachtigde vertegenwoordigers ondertekend; +c. de vergunninghouder en de vennootschap bij gezamenlijke besluiten een stem hebben in verhouding tot ieders belang in de samenwerking; +d. een gezamenlijk besluit van de vergunninghouder en de vennootschap, waarbij in afwijking van onderdeel c de vergunninghouder en de vennootschap elk een beslissende stem hebben, vereist is voor: + +1°. het jaarlijkse investerings- en financieringsplan; +2°. activiteiten en aanschaffingen die niet in het jaarlijkse investerings- en financieringsplan zijn opgenomen, en die een bedrag van € 500 000 te boven gaan of die 10% of meer van het totale bedrag van de in dat plan opgenomen uitgaven bedragen, indien het gaat om een bedrag van minder dan € 500 000; +3°. de meerjarenplanning ten aanzien van de voorgenomen opsporings- en winningswerkzaamheden binnen het vergunningsgebied; +4°. het aangaan, wijzigen of beëindigen van duurzame samenwerking met derden ter zake van opsporing en winning; +5°. het aangaan en wijzigen van verplichtingen tot levering van aardwarmte; +6°. het voortbestaan van de opsporings- of winningswerkzaamheden. + +### Artikel 29ai + +**1.** + +In de overeenkomst worden in verband met de kennisdeling en -borging bepalingen opgenomen met betrekking tot: + +a. de totstandkoming van het putontwerp; +b. de keuze voor de locatie van boorgaten; +c. het vastleggen en verstrekken van informatie omtrent de organisatie en de uitvoering van de opsporings- en winningswerkzaamheden; +d. de aanwijzing van de informatie die de vennootschap overeenkomstig artikel 29ag, onderdeel e, ter goedkeuring aan de vergunninghouder dient voor te leggen, voordat deze openbaar wordt gemaakt. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 29aj + +De vergunninghouder neemt geen besluit, inhoudende bij wie opdrachten worden geplaatst voor leveringen, voor het uitvoeren van werken of voor het verrichten van diensten, indien aannemelijk is dat dit besluit leidt tot financieel nadeel voor de vennootschap. + +### Artikel 29ak + +**1.** Onze Minister kan ambtshalve of op gemotiveerd verzoek van de vennootschap of de houder van de toewijzing zoekgebied bepalen dat de verplichting, bedoeld in artikel 86a, eerste lid, van de wet niet geldt. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het verzoek, bedoeld in het eerste lid. + ## Hoofdstuk 4. Het meten van bodembeweging ### Paragraaf 4.1. Metingen met het oog op bodembeweging ### Artikel 30 -**1.** De uitvoerder verricht metingen naar bodembeweging ten gevolge van het winnen van delfstoffen of aardwarmte als bedoeld in artikel 41 van de wet. De metingen worden verricht overeenkomstig een meetplan. +**1.** De uitvoerder verricht metingen naar bodembeweging ten gevolge van het winnen van delfstoffen als bedoeld in artikel 41 van de wet. De metingen worden verricht overeenkomstig een meetplan. **2.** De uitvoerder dient het meetplan in bij Onze Minister voor ieder voorkomen waaruit wordt gewonnen. @@ -630,7 +928,7 @@ c. spoorwegen; d. kunstwerken, of e. licht brandbare gewassen. -**2.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat het zorgsysteem, bedoeld in artikel 2.42e van het Arbeidsomstandighedenbesluit, en het document, bedoeld in artikel 2.42f van dat besluit, mede betrekking hebben op de veiligheid. +**2.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte draagt er zorg voor dat het zorgsysteem, bedoeld in artikel 2.42e van het Arbeidsomstandighedenbesluit, en het document, bedoeld in artikel 2.42f van dat besluit, mede betrekking hebben op de veiligheid. **3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de veilige afstanden, het zorgsysteem en het document. @@ -648,7 +946,7 @@ e. licht brandbare gewassen. ### Artikel 39 -De houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25 van de wet is niet gehouden een melding als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet te doen in het geval het mijnbouwwerk voor een periode van maximaal een jaar buiten werking is, als gevolg van: +De houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6, 24b en 25 van de wet is niet gehouden een melding als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet te doen in het geval het mijnbouwwerk voor een periode van maximaal een jaar buiten werking is, als gevolg van: a. het uitvoeren van reparatie, onderhoud of aanpassingen van de bovengrondse installaties; b. het uitvoeren van een werkprogramma als bedoeld in artikel 74, eerste lid; @@ -674,7 +972,7 @@ b. de inspecteur-generaal der mijnen voor dat mijnbouwwerk: **1.** -De houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25 van de wet overlegt voor een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 40, eerste lid, een verwijderingsplan als bedoeld in artikel 44, derde lid, van de wet, tenzij: +De houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6, 24b en 25 van de wet overlegt voor een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 40, eerste lid, een verwijderingsplan als bedoeld in artikel 44, derde lid, van de wet, tenzij: a. Onze Minister voor dat mijnbouwwerk een vergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, heeft verstrekt of b. naar het oordeel van de inspecteur-generaal der mijnen voor dat mijnbouwwerk met een werkprogramma of een rapport als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, respectievelijk 2°, in de verwijdering van het mijnbouwwerk is voorzien. @@ -685,7 +983,7 @@ b. naar het oordeel van de inspecteur-generaal der mijnen voor dat mijnbouwwerk **1.** -Bij de melding, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet vermeldt de houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25 van de wet in ieder geval: +Bij de melding, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet vermeldt de houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6, 24b en 25 van de wet in ieder geval: a. de locatie van het mijnbouwwerk; b. de datum waarop het mijnbouwwerk buiten werking is gesteld; @@ -713,7 +1011,7 @@ i. de op het mijnbouwwerk aanwezige afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1, eer j. de risico’s van een mijnbouwwerk dat is gebruikt voor de winning van zout na verwijdering van de bovengrondse installaties en het buiten gebruik stellen van het boorgat aan de hand van een analyse van deze risico’s in een systeembenadering en de bij dat mijnbouwwerk te nemen beheersmaatregelen, waaronder een beschrijving van een uit te voeren monitoring, indien: 1°. die beheersmaatregelen nodig zijn in het belang van de veiligheid of het milieu en -2°. deze risico’s of beheersmaatregelen niet zijn beschreven in een winningsplan als bedoeld in artikel 34, eerste lid, een opslagplan als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onder b, van de wet, of een meetplan als bedoeld in artikel 30, derde lid; +2°. deze risico’s of beheersmaatregelen niet zijn beschreven in een winningsplan als bedoeld in artikel 34, eerste lid, een opslagplan als bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de wet, of een meetplan als bedoeld in artikel 30, derde lid; k. de maatregelen die worden genomen om het terrein waarop het mijnbouwwerk is opgericht en de bodem van het terrein zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat terug te brengen of in het geval het terrein of de bodem niet in de oorspronkelijke staat worden teruggebracht, de toestand waarin het terrein na uitvoering van het verwijderingsplan wordt achtergelaten; l. het beoogde gebruik van het terrein; en m. in geval van een gedeeltelijke verwijdering van het mijnbouwwerk voor welk doel het mijnbouwwerk wordt hergebruikt en een beschrijving daarvan. @@ -732,7 +1030,7 @@ m. in geval van een gedeeltelijke verwijdering van het mijnbouwwerk voor welk do **1.** -Onze Minister kan aan de houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25 van de wet een instemming met een verwijderingsplan, bedoeld in artikel 44a, eerste lid, van de wet weigeren, indien: +Onze Minister kan aan de houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6, 24b en 25 van de wet een instemming met een verwijderingsplan, bedoeld in artikel 44a, eerste lid, van de wet weigeren, indien: a. het verwijderingsplan onvoldoende voorziet in een beschrijving van werkzaamheden, methode en kosten van de verwijdering die nodig zijn gedurende de periode van uitvoering van het verwijderingsplan, waaronder monitoring; b. het verwachte resultaat van de uitvoering van het verwijderingsplan onvoldoende is beschreven; @@ -760,7 +1058,7 @@ d. de houder van een vergunning niet overeenkomstig de instemming handelt of hee **1.** -Onze Minister kan aan de houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25 van de wet een tijdelijke ontheffing als bedoeld in artikel 44b, eerste lid, van de wet verlenen, indien het mijnbouwwerk: +Onze Minister kan aan de houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6, 24b en 25 van de wet een tijdelijke ontheffing als bedoeld in artikel 44b, eerste lid, van de wet verlenen, indien het mijnbouwwerk: a. nodig is voor het gebruik van een ander mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met h; b. doelmatiger kan worden verwijderd of hergebruikt, indien de houder van een vergunning het mijnbouwwerk tezamen met een ander mijnbouwwerk verwijdert of hergebruikt; @@ -795,7 +1093,7 @@ b. niet overeenkomstig de ontheffing handelt of heeft gehandeld. **1.** -Onze Minister kan aan de houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25 van de wet een instemming met een rapport over de verwijdering, bedoeld in artikel 44c, derde lid, van de wet weigeren als het rapport: +Onze Minister kan aan de houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6, 24b en 25 van de wet een instemming met een rapport over de verwijdering, bedoeld in artikel 44c, derde lid, van de wet weigeren als het rapport: a. onvoldoende informatie bevat; b. het mijnbouwwerk niet is verwijderd overeenkomstig het verwijderingsplan waarmee is ingestemd; of @@ -1197,7 +1495,7 @@ Vervallen **1.** Bij het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, gebruiken, testen, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat alsmede het stimuleren van een voorkomen via een boorgat worden maatregelen genomen ter voorkoming van schade. -**2.** Het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, testen, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat alsmede het stimuleren van een voorkomen via een boorgat geschiedt onder verantwoordelijkheid en in aanwezigheid van de uitvoerder. Het gebruiken van een boorgat geschiedt onder verantwoordelijkheid van de uitvoerder. +**2.** Het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, testen, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat alsmede het stimuleren van een voorkomen via een boorgat geschiedt onder verantwoordelijkheid en in aanwezigheid van de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte. Het gebruiken van een boorgat geschiedt onder verantwoordelijkheid van de uitvoerder. ### Artikel 68 @@ -1213,7 +1511,7 @@ De activiteiten, bedoeld in artikel 67, eerste lid, worden slechts verricht indi ### Artikel 70 -De uitvoerder draagt tijdens de werkzaamheden ten behoeve van het aanleggen, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat er zorg voor dat: +De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte draagt tijdens de werkzaamheden ten behoeve van het aanleggen, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat er zorg voor dat: a. een boorgat ter afsluiting wordt voorzien van beveiligingen; b. de deugdelijkheid van de beveiligingen periodiek wordt getest, en @@ -1221,7 +1519,7 @@ c. bij het boorgat betrokken personen periodiek deelnemen aan oefeningen in het ### Artikel 71 -Een boorgat wordt niet eerder voor winning van delfstoffen of opslag van stoffen in gebruik genomen dan nadat het daartoe deugdelijk is ingericht en afgewerkt, alsmede ter afsluiting van deugdelijke beveiligingen is voorzien. +Een boorgat wordt niet eerder voor winning van delfstoffen, winning van aardwarmte of opslag van stoffen in gebruik genomen dan nadat het daartoe deugdelijk is ingericht en afgewerkt, alsmede ter afsluiting van deugdelijke beveiligingen is voorzien. ### Artikel 72 @@ -1254,9 +1552,9 @@ Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het buiten werking ### Artikel 74 -**1.** Het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat alsmede het stimuleren van een voorkomen via een boorgat geschiedt overeenkomstig een door de uitvoerder opgesteld werkprogramma. +**1.** Het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat alsmede het stimuleren van een voorkomen via een boorgat geschiedt overeenkomstig een door de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte opgesteld werkprogramma. -**2.** De uitvoerder informeert de inspecteur-generaal der mijnen ten minste zeven dagen voor het tijdstip waarop met onderhoudswerkzaamheden van een boorgat wordt aangevangen. +**2.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte informeert de inspecteur-generaal der mijnen ten minste zeven dagen voor het tijdstip waarop met onderhoudswerkzaamheden van een boorgat wordt aangevangen. **3.** Het eerste lid is niet van toepassing op het buiten gebruik stellen van een boorgat dat is gebruikt voor het permanent opslaan van CO_2. @@ -1266,13 +1564,13 @@ Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het buiten werking **2.** Het boorregister wordt voortdurend bijgewerkt. -**3.** De uitvoerder bewaart het boorregister gedurende ten minste vijf jaar nadat het mijnbouwwerk buiten gebruik is gesteld. +**3.** De uitvoerder of de houder van een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte bewaart het boorregister gedurende ten minste vijf jaar nadat het mijnbouwwerk buiten gebruik is gesteld. ### Artikel 76 -**1.** De uitvoerder maakt dagelijks een rapport op van het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat alsmede het stimuleren van een voorkomen via een boorgat en brengt het rapport onmiddellijk ter kennis van de inspecteur-generaal der mijnen. +**1.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte maakt dagelijks een rapport op van het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat alsmede het stimuleren van een voorkomen via een boorgat en brengt het rapport onmiddellijk ter kennis van de inspecteur-generaal der mijnen. -**2.** De uitvoerder brengt binnen vier weken na het voltooien van de in het eerste lid bedoelde activiteiten een desbetreffend eindrapport ter kennis van de inspecteur-generaal der mijnen. +**2.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte brengt binnen vier weken na het voltooien van de in het eerste lid bedoelde activiteiten een desbetreffend eindrapport ter kennis van de inspecteur-generaal der mijnen. ### Artikel 77 @@ -1539,7 +1837,7 @@ Deze paragraaf is van toepassing op mijnbouwwerken. ### Artikel 85 -**1.** Een uitvoerder draagt er zorg voor dat er een rampenbestrijdingsplan is voor elk mijnbouwwerk dat in gebruik is ten behoeve van de opsporing, winning of opslag van stoffen. +**1.** Een uitvoerder of een uitvoerder aardwarmte draagt er zorg voor dat er een rampenbestrijdingsplan is voor elk mijnbouwwerk dat in gebruik is ten behoeve van de opsporing, winning of opslag van stoffen of de opsporing of winning van aardwarmte. **2.** Een rampenbestrijdingsplan met betrekking tot een voor de winning of opslag bestemd mijnbouwwerk wordt ten minste iedere vijf jaar herzien. @@ -1562,13 +1860,13 @@ d. wie belast is met het toezicht op het feitelijk verrichten van de in onderdee **1.** Indien zich een voorval als bedoeld in artikel 86, eerste lid, voordoet op een mijnbouwwerk, wordt onmiddellijk uitvoering gegeven aan het rampenbestrijdingsplan. -**2.** Zodra daartoe de mogelijkheid bestaat, meldt de uitvoerder het voorval aan de inspecteur-generaal der mijnen en bij een voorval op een mijnbouwinstallatie, aan het Kustwachtcentrum. +**2.** Zodra daartoe de mogelijkheid bestaat, meldt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte het voorval aan de inspecteur-generaal der mijnen en bij een voorval op een mijnbouwinstallatie, aan het Kustwachtcentrum. ### Artikel 88 -**1.** Indien zich een voorval als bedoeld in artikel 86, eerste lid, voordoet in de omgeving van een mijnbouwwerk, meldt de uitvoerder het voorval onmiddellijk aan de inspecteur-generaal der mijnen en bij een voorval op een mijnbouwinstallatie, aan het Kustwachtcentrum. +**1.** Indien zich een voorval als bedoeld in artikel 86, eerste lid, voordoet in de omgeving van een mijnbouwwerk, meldt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte het voorval onmiddellijk aan de inspecteur-generaal der mijnen en bij een voorval op een mijnbouwinstallatie, aan het Kustwachtcentrum. -**2.** De uitvoerder verleent op aanwijzing van Onze Minister zoveel mogelijk hulp en bijstand bij het bestrijden van het voorval of het beperken van de gevolgen ervan. +**2.** De uitvoerder verleent of de uitvoerder aardwarmte en de houder van een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte verlenen op aanwijzing van Onze Minister zoveel mogelijk hulp en bijstand bij het bestrijden van het voorval of het beperken van de gevolgen ervan. ### Artikel 88a @@ -1580,7 +1878,7 @@ De werkzaamheden ter bestrijding van voorvallen als bedoeld in artikel 86, eerst ### Artikel 90 -Onze Minister kan bepalen dat een of meer door hem aangewezen uitvoerders al dan niet gezamenlijk op daarbij aangegeven plaatsen en in een daarbij aangegeven omvang voor onmiddellijk gebruik ter beschikking hebben vaartuigen, helikopters of ander materieel ter bestrijding van voorvallen als bedoeld in artikel 86, eerste lid, of ter beperking van de gevolgen ervan. +Onze Minister kan bepalen dat een of meer door hem aangewezen uitvoerders of uitvoerders aardwarmte al dan niet gezamenlijk op daarbij aangegeven plaatsen en in een daarbij aangegeven omvang voor onmiddellijk gebruik ter beschikking hebben vaartuigen, helikopters of ander materieel ter bestrijding van voorvallen als bedoeld in artikel 86, eerste lid, of ter beperking van de gevolgen ervan. ### Artikel 91 @@ -1881,16 +2179,16 @@ paragraaf 7.1. verstrekte gegevens zorgvuldig. De instellingen zijn verplicht d **1.** De gegevens, bedoeld in de artikelen 111, 112 en 113, eerste lid, onderdelen a en b, zijn openbaar, zodra vier weken zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt. -**2.** Op de gegevens en de monsters, bedoeld in de artikelen 108 tot en met 110, is artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur van toepassing, totdat vijf jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt. +**2.** Op de gegevens en de monsters, bedoeld in de artikelen 108 tot en met 110, is artikel 5.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet open overheid van toepassing, totdat vijf jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt. **3.** -In afwijking van het tweede lid is artikel 10, eerste lid, onder c, van de Wet openbaarheid van bestuur van toepassing op de gegevens, bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel a, totdat een termijn van tien jaren is verstreken, indien: +In afwijking van het tweede lid is artikel 5.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet open overheid van toepassing op de gegevens, bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel a, totdat een termijn van tien jaren is verstreken, indien: a. het verkenningsonderzoek niet is uitgevoerd door of in opdracht van een uitvoerder die voor het desbetreffende gebied over een vergunning beschikt om delfstoffen op te sporen, te winnen of op te slaan en b. de resultaten gedurende de termijn van tien jaren, bedoeld in de aanhef, tegen een redelijke vergoeding voor eenieder ter beschikking worden gesteld. -**4.** Op de gegevens, bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdelen c tot en met j, is artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur van toepassing, totdat tien jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt. +**4.** Op de gegevens, bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdelen c tot en met j, is artikel 5.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet open overheid van toepassing, totdat tien jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt. ### Artikel 117 @@ -1912,10 +2210,12 @@ c. het in opdracht van Onze Minister systematisch karteren van de ondergrond. ### Artikel 119 -**1.** De artikelen 109 tot en met 111 en 115 tot en met 118 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van opsporing of winning van aardwarmte. +**1.** De artikelen 109 tot en met 111 en 115 tot en met 118 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van opsporing of winning van aardwarmte, met dien verstande dat de houder van de startvergunning aardwarmte of vervolgvergunning aardwarmte de persoon is die de gegevens, bedoeld in de artikelen 109, 110 en 111, verstrekt. **2.** De artikelen 109, 110 en 115 tot en met 118 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van het gebruik van boorgaten als bedoeld in artikel 49, eerste lid, onderdeel e, van de wet. +**3.** In afwijking van het eerste lid en artikel 116, tweede lid, is in geval van opsporing of winning van aardwarmte waarvoor op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie een subsidie is verstrekt, artikel 5.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet open overheid van toepassing op de gegevens en de monsters, bedoeld in de artikelen 109 en 110, totdat 6 maanden zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt. + ## Hoofdstuk 8. Waarborgfonds mijnbouwschade ### Paragraaf 8.1. Begripsbepalingen @@ -2041,7 +2341,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inrich ### Artikel 134 -In dit hoofdstuk wordt verstaan onder vergunning: opsporingsvergunning, winningsvergunning of opslagvergunning. +In dit hoofdstuk wordt verstaan onder vergunning: opsporingsvergunning, winningsvergunning, startvergunning aardwarmte, vervolgvergunning aardwarmte of opslagvergunning. ### Paragraaf 9.2. Splitsen van vergunningen @@ -2089,7 +2389,7 @@ Een aanvraag om afsplitsing van een winningsvergunning wordt niet ingewilligd in **1.** Vergunningen voor opsporen, winnen of opslaan van bepaalde stoffen worden uitsluitend samengevoegd met vergunningen voor opsporen, winnen onderscheidenlijk opslaan van dezelfde stoffen. -**2.** Vergunningen voor opsporen en winnen van aardwarmte worden uitsluitend samengevoegd met vergunningen voor opsporen onderscheidenlijk winnen van aardwarmte. +**2.** Startvergunningen aardwarmte en vervolgvergunningen aardwarmte worden uitsluitend samengevoegd met startvergunningen aardwarmte onderscheidenlijk vervolgvergunningen aardwarmte. **3.** Vergunningen voor opsporen van CO_2-complexen worden uitsluitend samengevoegd met vergunningen voor opsporen van CO_2-complexen. @@ -2099,7 +2399,7 @@ Vervallen ### Artikel 140 -Een aanvraag om samenvoeging van twee of meerdere vergunningen wordt slechts ingewilligd, indien de voorwaarden van de desbetreffende totstandgekomen overeenkomsten, bedoeld in artikel 81, onderdeel d, respectievelijk artikel 81, onderdeel e, van de wet, gelijkluidend zijn. +Een aanvraag om samenvoeging van twee of meerdere vergunningen wordt slechts ingewilligd, indien de voorwaarden van de desbetreffende totstandgekomen overeenkomsten, bedoeld in artikel 81, onderdeel d, respectievelijk artikel 81, onderdeel e, respectievelijk artikel 86a, eerste lid, van de wet, gelijkluidend zijn. ### Paragraaf 9.4. Overige regels @@ -2107,11 +2407,11 @@ Een aanvraag om samenvoeging van twee of meerdere vergunningen wordt slechts ing **1.** -Een aanvraag om splitsing of samenvoeging van opsporings- of winningsvergunningen kan mede worden geweigerd: +Een aanvraag om splitsing of samenvoeging van opsporings- of winningsvergunningen, startvergunningen aardwarmte of vervolgvergunningen aardwarmte kan mede worden geweigerd: a. in het belang van het doelmatig en voortvarend opsporen en winnen; -b. indien deze in overwegende mate strekt tot vermindering van de afdrachten, bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet. +b. in het geval van een opsporings- of winningsvergunning indien deze in overwegende mate strekt tot vermindering van de afdrachten, bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet. **2.** Een aanvraag om splitsing of samenvoeging van opslagvergunningen kan mede worden geweigerd indien deze in overwegende mate strekt tot vermindering van de afdrachten, bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet. @@ -2130,7 +2430,7 @@ b. indien deze in overwegende mate strekt tot vermindering van de afdrachten, be ### Artikel 143 -**1.** Indien ten aanzien van de te splitsen vergunning of één van de samen te voegen vergunningen een overeenkomst als bedoeld in artikel 81, onderdeel d, respectievelijk artikel 81, onderdeel e, van de wet tot stand is gekomen, verleent de in artikel 81, onderdeel a, bedoelde vennootschap en de vergunninghouders van de op grond van artikel 135 of 137 te verlenen vergunning of vergunningen medewerking aan de totstandkoming van een overeenkomst waarvan de voorwaarden gelijkluidend zijn aan die van eerder bedoelde overeenkomst. +**1.** Indien ten aanzien van de te splitsen vergunning of één van de samen te voegen vergunningen een overeenkomst als bedoeld in artikel 81, onderdeel d, respectievelijk artikel 81, onderdeel e, respectievelijk artikel 86a, eerste lid, van de wet tot stand is gekomen, verleent de in artikel 81, onderdeel a, bedoelde vennootschap en de vergunninghouders van de op grond van artikel 135 of 137 te verlenen vergunning of vergunningen medewerking aan de totstandkoming van een overeenkomst waarvan de voorwaarden gelijkluidend zijn aan die van eerder bedoelde overeenkomst. **2.** De in het eerste lid laatstbedoelde overeenkomst behoeft de instemming van Onze Minister. @@ -2284,26 +2584,27 @@ Indien een groeve tijdelijk buiten gebruik wordt gesteld, is artikel 160, eerste De bedragen, bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel a, van de wet worden in rekening gebracht voor het op aanvraag verlenen, wijzigen of intrekken van: -a. een vergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet; +a. een besluit als bedoeld in de artikelen 6, 24b en 24d van de wet; b. een instemming met een winningsplan, een verwijderingsplan, of een rapport dan wel een beoordeling van een melding als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, 44, eerste lid, 44a, eerste lid, 44c, derde lid, respectievelijk artikel 44, eerste lid, van de wet en een ontheffing als bedoeld artikel 44b, eerste lid, van de wet; c. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingswet met betrekking tot een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, van het Besluit omgevingsrecht; d. een vergunning en ontheffing als bedoeld in artikel 40, tweede lid, eerste volzin, respectievelijk, artikel 43, vierde lid, van de wet; -e. een vergunning als bedoeld in artikel 94, eerste lid; -f. een instemming als bedoeld in de artikelen 39, tweede lid, en 55, eerste lid; -g. een ontheffing krachtens dit besluit of een krachtens dit besluit vastgestelde ministeriële regeling, die betrekking heeft op een productie-installatie, een niet-productie-installatie, een pijpleiding of een gastransportnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet; +e. een vergunning als bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, en 94, eerste lid; +f. een instemming als bedoeld in artikel 55, eerste lid; +g. een ontheffing, instemming of beoordeling van een melding krachtens dit besluit of een krachtens dit besluit vastgestelde ministeriële regeling, die betrekking heeft op een productie-installatie, een niet-productie-installatie, een pijpleiding, een gastransportnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet of een mijnbouwwerk bedoeld voor het opsporen of winnen van aardwarmte; h. een instemming als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw; i. een melding als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw; -j. een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. +j. een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; +k. een instemming met de aanwijzing van de uitvoerder aardwarmte als bedoeld in artikel 24z, derde lid, van de wet. **3.** De bedragen die krachtens artikel 133, eerste lid, onderdeel b, van de wet in rekening worden gebracht voor de uitvoering van taken door de inspecteur-generaal der mijnen en de bedragen die krachtens het eerste lid in rekening worden gebracht worden onderscheiden: -a. per exploitant, eigenaar of netbeheerder, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen actieve en niet-actieve exploitanten of eigenaren; +a. per exploitant, eigenaar, verzoeker, aanvrager of houder van een zoekgebied aardwarmte, een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte, of netbeheerder, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen actieve en niet-actieve exploitanten of eigenaren; b. per activiteit, en -c. afhankelijk van de locatie op land of op zee, de eigenschappen en de grootte van de productie- installatie, de niet-productie-installatie, de pijpleiding of het gastransportnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet. +c. afhankelijk van de locatie op land of op zee, de eigenschappen en de grootte van de productie- installatie, de niet-productie-installatie, de pijpleiding, het gastransportnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet of het mijnbouwwerk bedoeld voor het opsporen of winnen van aardwarmte. -**4.** Onze Minister brengt de bedragen in rekening en verzendt een beschikking daartoe aan de desbetreffende exploitant, eigenaar of netbeheerder. +**4.** Onze Minister brengt de bedragen in rekening en verzendt een beschikking daartoe aan de desbetreffende exploitant, eigenaar verzoeker, aanvrager of houder van een zoekgebied aardwarmte, een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte, of netbeheerder. ## Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen @@ -2482,6 +2783,10 @@ Een voor het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit verleende ontheffi In afwijking van de artikelen 146, eerste lid, derde volzin, voor zover de verschuldigdheid is ontstaan voor de inwerkingtreding van de wet, en 155, tweede lid, van de wet blijven op de heffing en invordering van een bonus, een oppervlakterecht, een cijns of een aandeel in de winst de artikelen 72, voor zover daarbij artikel 11, derde en vierde lid, artikel 20, derde lid, en hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, en 73 van de wet buiten toepassing. +### Artikel 181a + +Artikel 119, derde lid, is niet van toepassing op gegevens met betrekking tot opsporing of winning van aardwarmte waarvoor een aanvraag voor een subsidie op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie is ingediend voor 1 mei 2023. + ## Hoofdstuk 12. Wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur ### Paragraaf 12.1. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties