From 7da25dd60efb2e8f7c3b49b7db206454230724f5 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jul 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2011-07-01 | BWBR0013099 | Wet organisatie en bestuur gerechten --- .../BWBR0013099/README.md | 24 +------------------ 1 file changed, 1 insertion(+), 23 deletions(-) diff --git a/wet/wet-organisatie-en-bestuur-gerechten/BWBR0013099/README.md b/wet/wet-organisatie-en-bestuur-gerechten/BWBR0013099/README.md index a2318aa5959..dcdfcb82516 100644 --- a/wet/wet-organisatie-en-bestuur-gerechten/BWBR0013099/README.md +++ b/wet/wet-organisatie-en-bestuur-gerechten/BWBR0013099/README.md @@ -112,29 +112,7 @@ c. een ambt, met een taakinhoud die overwegend hetzelfde is als die van het ambt ### Artikel XIII -**1.** - -Indien voor of tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze wet geen voorstel van wet tot regeling van de behandeling van klachten tegen gedragingen van rechterlijke ambtenaren en gerechtsambtenaren door een niet tot de rechterlijke macht behorende instantie tot wet is verheven en in werking is getreden, blijven ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast de artikelen 14a tot en met 14e van de Wet op de rechterlijke organisatie, zoals deze luidden op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing, met dien verstande dat: - -a. in artikel 14a, eerste lid, «ambtenaar als bedoeld in artikel 11» wordt vervangen door: rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast; -b. artikel 14b, eerste lid, onderdeel e, komt te luiden: - -e. door de procureur-generaal een vordering als bedoeld in artikel 46o juncto artikel 46d, tweede lid, 46f, 46g, 46l of 46m van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, is of zal worden ingesteld. -c. aan artikel 14b, eerste lid, onder vervanging van de punt achter onderdeel e door een puntkomma, een nieuw onderdeel wordt toegevoegd, luidende: - -f. de verzoeker overeenkomstig de regeling, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, een klacht kan of had kunnen indienen.; -d. artikel 14d, derde lid, komt te luiden: - -3. De Hoge Raad stelt het bestuur van het gerechtshof onderscheidenlijk de rechtbank in de gelegenheid omtrent een aanhangige klacht schriftelijk of mondeling inlichtingen te verstrekken en van zijn gevoelen daaromtrent te doen blijk geven, indien de klacht is gericht tegen een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, werkzaam bij dat gerechtshof onderscheidenlijk die rechtbank.; en -e. artikel 14e, tweede lid, tweede volzin, komt te luiden: De Hoge Raad zendt een afschrift van het arrest aan het bestuur van het betrokken gerecht dan wel, indien de klacht gericht is tegen een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, werkzaam bij de Hoge Raad, aan de president van de Hoge Raad. - -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de leden met rechtspraak belast van de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven, met dien verstande dat de Hoge Raad het bestuur van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven in de gelegenheid stelt omtrent een aanhangige klacht schriftelijk of mondeling inlichtingen te verstrekken en van zijn gevoelen daaromtrent te doen blijk geven. - -**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, die deel uitmaken van een meervoudige kamer van een gerechtshof of een rechtbank. - -**4.** Indien voor of tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze wet geen voorstel van wet tot regeling van de behandeling van klachten tegen gedragingen van rechterlijke ambtenaren en gerechtsambtenaren door een niet tot de rechterlijke macht behorende instantie tot wet is verheven en in werking is getreden, is ten aanzien van de gerechtsambtenaren, de buitengriffiers, de gerechtsauditeurs en de rechterlijke ambtenaren in opleiding, voorzover laatstgenoemden hun opleiding bij een gerecht doorbrengen, hoofdstuk III van de Wet Nationale ombudsman van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing daarvan als bestuursorgaan wordt aangemerkt het bestuur van het gerecht, waar de betrokkene werkzaam is dan wel de opleiding doorbrengt, dan wel het bestuur van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven, indien de betrokkene daarbij werkzaam is, echter uitsluitend voorzover het een gedraging van de betrokkene betreft. - -**5.** Artikel 47, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren is niet van toepassing ten aanzien van de vorderingen van de procureur-generaal bij de Hoge Raad, ingesteld met toepassing van het eerste of tweede lid, alsmede de beslissingen van de Hoge Raad naar aanleiding daarvan. +Vervallen ### Artikel XIV