2013-01-01 | BWBR0019574 | Uitvoeringswet internationale kinderbescherming
This commit is contained in:
parent
f3502e866a
commit
7dcfe9b179
1 changed files with 4 additions and 4 deletions
|
|
@ -61,7 +61,7 @@ De gemeentebesturen en de ambtenaren van de burgerlijke stand verschaffen de cen
|
|||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde officier van justitie behandelt een verzoek om medewerking van de centrale autoriteit met voorrang.
|
||||
|
||||
**3.** De ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die is aangewezen om zijn medewerking te verlenen aan de opsporing van de verblijfplaats van een kind, mag daartoe elke plaats betreden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van die taak nodig is.
|
||||
**3.** De ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die is aangewezen om zijn medewerking te verlenen aan de opsporing van de verblijfplaats van een kind, mag daartoe elke plaats betreden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van die taak nodig is.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Procedure in geval van plaatsing van een kind vanuit Nederland in een andere staat en in geval van plaatsing van een kind vanuit een andere staat in Nederland
|
||||
|
||||
|
|
@ -108,7 +108,7 @@ c. indien van toepassing, bescheiden waaruit blijkt dat het kind vergunning heef
|
|||
|
||||
**1.** Onverminderd de bevoegdheid van de voorzieningenrechter in kort geding, is de rechtbank bevoegd tot kennisneming van alle zaken met betrekking tot de regeling en de uitoefening van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen in internationale gevallen, behoudens voor zover het betreft de erkenning, de niet-erkenning en de tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen.
|
||||
|
||||
**2.** De rechtbank is bevoegd tot kennisneming van een zaak als bedoeld in het eerste lid indien het kind binnen haar rechtsgebied gewone verblijfplaats heeft. In gevallen waarin het verdrag of de verordening een bevoegdheid toekent aan de autoriteiten van de verdragsstaat waar het kind niet zijn gewone verblijfplaats heeft, maar zich bevindt, is tot kennisneming daarvan bevoegd de rechtbank binnen wier rechtsgebied het kind zich bevindt. In gevallen waarin het verdrag of de verordening een bevoegdheid toekent aan de autoriteiten van een staat waar het kind noch zijn gewone verblijfplaats heeft noch zich bevindt, is tot kennisneming daarvan bevoegd de rechtbank te ’s-Gravenhage.
|
||||
**2.** De rechtbank is bevoegd tot kennisneming van een zaak als bedoeld in het eerste lid indien het kind binnen haar rechtsgebied gewone verblijfplaats heeft. In gevallen waarin het verdrag of de verordening een bevoegdheid toekent aan de autoriteiten van de verdragsstaat waar het kind niet zijn gewone verblijfplaats heeft, maar zich bevindt, is tot kennisneming daarvan bevoegd de rechtbank binnen wier rechtsgebied het kind zich bevindt. In gevallen waarin het verdrag of de verordening een bevoegdheid toekent aan de autoriteiten van een staat waar het kind noch zijn gewone verblijfplaats heeft noch zich bevindt, is tot kennisneming daarvan bevoegd de rechtbank Den Haag.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -124,7 +124,7 @@ Artikel 14 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering (Stb. 1990, 202
|
|||
|
||||
**1.** De voorzieningenrechter van de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van alle verzoeken die betrekking hebben op de erkenning, de niet-erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen die op grond van het verdrag zijn gegeven, voor zover de erkenning, de niet-erkenning en de tenuitvoerlegging daarvan niet door de verordening worden beheerst. Ten aanzien van het verlof tot tenuitvoerlegging zijn de artikelen 985 tot en met 990 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** In de zaken, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen wier rechtsgebied de persoon tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, dan wel een kind waarop het verzoek betrekking heeft, gewone verblijfplaats heeft. Indien geen van deze personen gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen wier rechtsgebied de tenuitvoerlegging dient plaats te vinden. Kan de bevoegdheid niet worden gebaseerd op de in dit artikellid genoemde gronden, dan is bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank te ’s-Gravenhage.
|
||||
**2.** In de zaken, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen wier rechtsgebied de persoon tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, dan wel een kind waarop het verzoek betrekking heeft, gewone verblijfplaats heeft. Indien geen van deze personen gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen wier rechtsgebied de tenuitvoerlegging dient plaats te vinden. Kan de bevoegdheid niet worden gebaseerd op de in dit artikellid genoemde gronden, dan is bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag.
|
||||
|
||||
**3.** Een beslissing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt gevraagd bij verzoekschrift. Het wordt ingediend door een advocaat. Het verzoekschrift houdt tevens in de keuze van een woonplaats binnen het arrondissement van de rechtbank.
|
||||
|
||||
|
|
@ -158,7 +158,7 @@ Artikel 14 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering (Stb. 1990, 202
|
|||
|
||||
**1.** De voorzieningenrechter van de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de verzoeken, bedoeld in de artikelen 21, derde lid, 28 en 48, eerste lid, van de verordening. Ten aanzien van het verlof tot tenuitvoerlegging zijn de artikelen 985 tot en met 990 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 29, tweede lid, van de verordening is van overeenkomstige toepassing op de relatieve bevoegdheid van de voorzieningenrechter in de zaken, bedoeld in artikel 21, derde lid, van de verordening. Kan de bevoegdheid van deze rechter niet worden gebaseerd op de daar genoemde gronden, dan is bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank te ’s-Gravenhage.
|
||||
**2.** Artikel 29, tweede lid, van de verordening is van overeenkomstige toepassing op de relatieve bevoegdheid van de voorzieningenrechter in de zaken, bedoeld in artikel 21, derde lid, van de verordening. Kan de bevoegdheid van deze rechter niet worden gebaseerd op de daar genoemde gronden, dan is bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag.
|
||||
|
||||
**3.** Een beslissing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt gevraagd bij verzoekschrift. Het wordt ingediend door een advocaat. Het verzoekschrift houdt tevens in de keuze van een woonplaats binnen het arrondissement van de rechtbank.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue