2012-01-01 | BWBR0017745 | Wet financiering sociale verzekeringen

This commit is contained in:
Coornhert 2012-01-01 12:00:00 +00:00
parent 7d32b837b0
commit 7dd7bd76ed

View file

@ -23,7 +23,7 @@ d. College zorgverzekeringen: het College voor zorgverzekeringen, genoemd in art
e. zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg;
f. Ouderdomsfonds: het Ouderdomsfonds, genoemd in artikel 82, eerste lid;
g. Nabestaandenfonds: het Nabestaandenfonds, genoemd in artikel 82, tweede lid;
h. Spaarfonds AOW: het Spaarfonds AOW, genoemd in artikel 86;
h. vervallen;
i. Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten: het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, genoemd in artikel 89;
j. Algemeen Werkloosheidsfonds: het Algemeen Werkloosheidsfonds, genoemd in artikel 93;
k. sectorfonds: een sectorfonds als bedoeld in artikel 94;
@ -190,7 +190,8 @@ d. uitkeringen op grond van een regeling als bedoeld in artikel 11, eerste lid,
De uitkeringen en de toeslag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, zijn:
a. een uitkering op grond van een werknemersverzekering, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet;
b. een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg.
b. een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg;
c. wachtgeld als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, tweede zin, van de Werkloosheidswet.
**4.** De toeslag die de werknemer die geen ziekengeld op grond van artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet ontvangt, ontvangt op grond van de Toeslagenwet, wordt voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, geacht een uitkering te zijn.
@ -410,17 +411,17 @@ De inspecteur verleent overeenkomstig deze afdeling aan een werkgever op aanvraa
a. het ziekengeld aan de personen, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de Ziektewet, die laatstelijk tot de werkgever in dienstbetrekking stonden; of
b. WGA uitkering overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
**2.** De werkgever legt bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid een schriftelijke garantie over waaruit blijkt dat een kredietinstelling of een verzekeraar zich jegens het UWV verplicht, op het eerste verzoek van het UWV waarbij het UWV schriftelijk meedeelt dat de verplichtingen die voortvloeien uit het zelf dragen van het risico niet worden nagekomen, die verplichtingen na te komen.
**2.** De werkgever legt bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid een schriftelijke garantie over waaruit blijkt dat een bank of een verzekeraar zich jegens het UWV verplicht, op het eerste verzoek van het UWV waarbij het UWV schriftelijk meedeelt dat de verplichtingen die voortvloeien uit het zelf dragen van het risico niet worden nagekomen, die verplichtingen na te komen.
**3.** De overheidswerkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, voorzover deze door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën is aangewezen, is ontheven van de verplichting tot het overleggen van een schriftelijke garantie als bedoeld in het tweede lid.
**4.** De in het eerste lid bedoelde toestemming wordt niet verleend gedurende drie jaren nadat het door de werkgever zelf dragen van het desbetreffende in het eerste lid bedoelde risico is beëindigd.
**5.** Onder een kredietinstelling als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen.
**5.** Onder een bank als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen.
**6.** Onder een verzekeraar als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar mag uitoefenen.
**7.** De garantie, bedoeld in het tweede lid, wordt voor onbepaalde tijd gegeven. Deze garantie strekt zich uit tot rechtsopvolgers onder algemene titel van de eigenrisicodrager en tot het risico dat overgaat op de verkrijgende werkgever, bedoeld in artikel 63b, derde lid, van de Ziektewet, respectievelijk artikel 84, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Deze garantie kan door de desbetreffende kredietinstelling of verzekeraar niet worden beëindigd zonder schriftelijke opzegging bij de inspecteur.
**7.** De garantie, bedoeld in het tweede lid, wordt voor onbepaalde tijd gegeven. Deze garantie strekt zich uit tot rechtsopvolgers onder algemene titel van de eigenrisicodrager en tot het risico dat overgaat op de verkrijgende werkgever, bedoeld in artikel 63b, derde lid, van de Ziektewet, respectievelijk artikel 84, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Deze garantie kan door de desbetreffende bank of verzekeraar niet worden beëindigd zonder schriftelijke opzegging bij de inspecteur.
**8.**
@ -437,11 +438,11 @@ Het door de werkgever zelf dragen van het risico, bedoeld in het eerste lid:
a. eindigt met ingang van de dag waarop de schriftelijke garantie, bedoeld in het tweede lid, eindigt, onderscheidenlijk met ingang van de dag waarop de eigenrisicodrager in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard dan wel de dag waarop hij ophoudt werkgever te zijn;
b. wordt door de inspecteur op 1 januari of 1 juli van enig jaar beëindigd bij voor bezwaar vatbare beschikking op aanvraag van de werkgever, mits deze aanvraag ten minste dertien weken voor de desbetreffende datum is ingediend;
c. kan door de inspecteur zonder aanvraag van de werkgever met onmiddellijke ingang bij voor bezwaar vatbare beschikking worden beëindigd indien de rechtbank de noodregeling, bedoeld in hoofdstuk 3.5 van de Wet op het financieel toezicht heeft uitgesproken over de betrokken verzekeraar onderscheidenlijk kredietinstelling.
c. kan door de inspecteur zonder aanvraag van de werkgever met onmiddellijke ingang bij voor bezwaar vatbare beschikking worden beëindigd indien de rechtbank de noodregeling, bedoeld in hoofdstuk 3.5 van de Wet op het financieel toezicht heeft uitgesproken over de betrokken verzekeraar onderscheidenlijk bank.
**11.** In een geval als bedoeld in het tiende lid, onderdeel a, doet de inspecteur daarvan op verzoek van de werkgever mededeling bij voor bezwaar vatbare beschikking.
**12.** Indien de periode, bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt gewijzigd in die zin dat de wijziging een verlenging van de periode betekent, legt de werkgever die zelf het risico draagt van betaling de WGA uitkering, binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn, een schriftelijke garantie over aan de inspecteur waaruit blijkt dat een kredietinstelling of een verzekeraar zich jegens het UWV verplicht, op het eerste verzoek van het UWV, waarbij het UWV schriftelijk meedeelt dat de verplichtingen die voortvloeien uit het zelf dragen van het risico niet worden nagekomen, die verplichtingen na te komen.
**12.** Indien de periode, bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt gewijzigd in die zin dat de wijziging een verlenging van de periode betekent, legt de werkgever die zelf het risico draagt van betaling de WGA uitkering, binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn, een schriftelijke garantie over aan de inspecteur waaruit blijkt dat een bank of een verzekeraar zich jegens het UWV verplicht, op het eerste verzoek van het UWV, waarbij het UWV schriftelijk meedeelt dat de verplichtingen die voortvloeien uit het zelf dragen van het risico niet worden nagekomen, die verplichtingen na te komen.
**13.** Indien niet of niet tijdig wordt voldaan aan het twaalfde lid, eindigt het door de werkgever zelf dragen van het risico, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, met ingang van de dag waarop de wijziging van de periode, bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen in werking treedt.
@ -449,6 +450,8 @@ c. kan door de inspecteur zonder aanvraag van de werkgever met onmiddellijke ing
**15.** Beschikkingen van de inspecteur op grond van deze afdeling worden genomen gehoord het UWV en in overeenstemming met het UWV.
**17.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de toestemming, bedoeld in het negende lid, eerste zin, en de beëindiging, bedoeld in het tiende lid, onderdeel b, uitsluitend wordt verleend onderscheidenlijk plaatsvindt met ingang van 1 januari van enig jaar. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kan in bijzondere omstandigheden de termijn van dertien weken, bedoeld in het negende lid, eerste zin, en het tiende lid, onderdeel b, worden ingekort.
### Artikel 41
**1.** De eigenrisicodrager met betrekking tot de WGA-uitkering bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel b, en de startende werkgever, bedoeld in artikel 40, negende lid, die in afwachting is van de door de inspecteur te nemen beslissing op aanvraag, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel b, kunnen de bij ministeriële regeling genoemde kosten met betrekking tot een werknemer ten behoeve van eigenrisicodragen onder bij ministeriële regeling te bepalen voorwaarden, tot ten hoogste de helft verhalen op de werknemer.
@ -499,7 +502,7 @@ L = het totaalbedrag van het loon, bedoeld in artikel 26, waarover in het kalend
### Artikel 45
Aan een gemeente wordt geen toestemming verleend als bedoeld in artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel b, ten aanzien van werknemers die werkzaam zijn in een dienstbetrekking op grond van de Wet sociale werkvoorziening.
Aan een gemeente of een bestuur van een openbaar lichaam ingevolge een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet sociale werkvoorziening wordt geen toestemming verleend als bedoeld in artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel b, ten aanzien van werknemers die werkzaam zijn in een dienstbetrekking op grond van de Wet sociale werkvoorziening.
### Artikel 46
@ -519,9 +522,9 @@ Vervallen
**1.**
De werkgever past een korting toe op het totaal van de door hem en zijn werknemers op grond van de artikelen 27 en 31 verschuldigde premies en de door hem op grond van afdeling 4 verschuldigde premies bij een dienstbetrekking met een werknemer:
De werkgever past een korting toe op het totaal van de door hem en zijn werknemers op grond van afdeling 2 en de door hem op grond van de afdelingen 3 en 4 verschuldigde premies bij een dienstbetrekking met een werknemer:
a. die onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet werk en inkomen kunstenaars, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, of op wachtgeld als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de Werkloosheidswet, dan wel recht heeft op inkomensondersteuning op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten; en
a. die onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, of op wachtgeld als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de Werkloosheidswet, dan wel recht heeft op inkomensondersteuning op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten; en
b. die op het moment van in dienst treden bij die werkgever 50 jaar of ouder is.
De korting wordt toegepast voor zolang de dienstbetrekking met die werknemer duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van die dienstbetrekking.
@ -534,7 +537,7 @@ De korting wordt toegepast voor zolang de dienstbetrekking met die werknemer duu
### Artikel 48
**1.** De korting, bedoeld in artikel 47, eerste en derde lid, bedraagt € 6 500 per jaar.
**1.** De korting, bedoeld in artikel 47, eerste en tweede lid, bedraagt € 6 500 per jaar.
**2.** Het bedrag van de korting wordt naar evenredigheid verminderd, indien de met die werknemer overeengekomen gemiddelde arbeidsduur per week in het tijdvak waarover premie wordt betaald korter is dan de volledige arbeidsduur en indien geen vaste arbeidsduur is overeengekomen.
@ -546,12 +549,12 @@ De korting wordt toegepast voor zolang de dienstbetrekking met die werknemer duu
**1.**
De werkgever past een korting toe op het totaal van de door hem en zijn werknemers op grond van de artikelen 27 en 31 verschuldigde premies en de door hem op grond van afdeling 4 verschuldigde premies bij een dienstbetrekking met een werknemer, die onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking:
De werkgever past een korting toe op het totaal van de door hem en zijn werknemers op grond van afdeling 2 en de door hem op grond van de afdelingen 3 en 4 verschuldigde premies bij een dienstbetrekking met een werknemer, die onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking:
a. recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
b. recht heeft op een uitkering of op arbeidsondersteuning op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
c. een indicatiebeschikking als bedoeld in artikel 11 van de Wet sociale werkvoorziening heeft;
d. naar het oordeel van het UWV een structurele functionele beperking heeft en voor wiens ondersteuning bij arbeidsinschakeling het college van burgemeester en wethouders, op die dag, op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet werk en bijstand of artikel 11, eerste lid, van de Wet investeren in jongeren, verantwoordelijk is;
d. naar het oordeel van het UWV een structurele functionele beperking heeft en voor wiens ondersteuning bij arbeidsinschakeling het college van burgemeester en wethouders, op die dag, op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet werk en bijstand verantwoordelijk is;
e. de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervindt of heeft ondervonden bij het volgen van onderwijs en binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten; of
f. geen werknemer is als bedoeld in onderdeel b, achttien jaar is of ouder en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervindt of heeft ondervonden bij het volgen van onderwijs en binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten.
@ -612,7 +615,7 @@ c. voor een dienstbetrekking van die uitkeringsgerechtigde in het kalenderjaar n
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden dienstbetrekkingen tussen de werkgever en de uitkeringsgerechtigde geacht eenzelfde niet onderbroken dienstbetrekking te zijn, indien die dienstbetrekkingen elkaar met tussenpozen van niet meer dan eenendertig dagen zijn opgevolgd.
**3.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder uitkeringsgerechtigde verstaan: degene wiens inkomen uit en in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven onmiddellijk voorafgaande aan de aanvang van de in het eerste lid, aanhef, bedoelde dienstbetrekking uitsluitend bestaat uit een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Werkloosheidswet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen de Toeslagenwet of uit een uitkering op grond van vergelijkbare regelingen dan wel uit een combinatie van deze uitkeringen en die bij het UWV als werkzoekende is geregistreerd.
**3.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder uitkeringsgerechtigde verstaan: degene wiens inkomen uit en in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven onmiddellijk voorafgaande aan de aanvang van de in het eerste lid, aanhef, bedoelde dienstbetrekking uitsluitend bestaat uit een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Werkloosheidswet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen de Toeslagenwet of uit een uitkering op grond van vergelijkbare regelingen dan wel uit een combinatie van deze uitkeringen en die bij het UWV als werkzoekende is geregistreerd.
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de persoon die recht op arbeidsondersteuning heeft op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
@ -624,24 +627,7 @@ c. voor een dienstbetrekking van die uitkeringsgerechtigde in het kalenderjaar n
### Artikel 52a
**1.**
De werkgever is geen premies op grond van dit hoofdstuk verschuldigd over het loon van een werknemer ingeval het loon per maand niet meer bedraagt dan het voor de werknemer geldende bedrag, opgenomen in de derde kolom van de volgende tabel (kleinebanentabel).
| Indien de werknemer de leeftijd heeft bereikt van | maar nog niet de leeftijd van | is dit artikel van toepassing ingeval het loon per maand niet meer bedraagt dan |
| --- | --- | --- |
| | 18 jaar | € 275 |
| 18 jaar | 19 jaar | € 325 |
| 19 jaar | 20 jaar | € 375 |
| 20 jaar | 21 jaar | € 425 |
| 21 jaar | 22 jaar | € 500 |
| 22 jaar | 23 jaar | € 600 |
**2.** Bij de bepaling of het eerste lid van toepassing is, worden tantièmes, gratificaties en andere beloningen die in de regel slechts eenmaal of eenmaal per jaar worden toegekend niet in aanmerking genomen.
**3.** Indien het loontijdvak een ander tijdvak is dan een maand wordt het in de kleinebanentabel opgenomen bedrag door herleiding bepaald. Bij die herleiding wordt een jaar op 260 dagen, een maand op 65/3 dag, een week op 5 dagen en een tijdvak dat korter is dan een dag op een dag gesteld.
**4.** Bij het begin van het kalenderjaar worden de bedragen van de kleinebanentabel, opgenomen in het eerste lid, bij ministeriële regeling vervangen door andere bedragen. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De bedragen worden afgerond op een veelvoud van € 25. Indien in het voorafgaande kalenderjaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.
Vervallen
### Artikel 53
@ -748,7 +734,7 @@ c. de premie, verschuldigd gebleven voor de algemene ouderdomsverzekering, waarb
**6.** In geval van gehele of gedeeltelijke toerekening van een betaling als bedoeld in het vierde lid aan de premie verschuldigd gebleven voor de algemene ouderdomsverzekering, wordt de beslissing op grond van het eerste lid in zoverre gewijzigd of ingetrokken.
**7.** Aan de belanghebbende wordt door de SVB bij brief met ontvangstbevestiging kennis gegeven van een beslissing als bedoeld in het eerste en zesde lid.
**7.** De SVB registreert de schuldige nalatigheid van de premieplichtige. Indien bij de SVB ten tijde van de registratie geen actueel adres van de premieplichtige bekend is, gaat de termijn van vier weken, genoemd in het vierde lid, in op de datum van registratie.
### Artikel 62
@ -775,6 +761,8 @@ b. de rechtspersoon, waarbij natuurlijke personen zijn betrokken die deze gemoed
**2.** De SVB doet de inspecteur mededeling omtrent de ontheffing of intrekking van de ontheffing.
**3.** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op verzoeken aan de SVB met betrekking tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 65
**1.**
@ -947,7 +935,7 @@ b. de lasten van de regeling, vervat in hoofdstuk VIII van de Algemene Ouderdoms
### Artikel 84
Onze Minister stelt een keer per jaar een prognose op van de benodigde middelen tot dekking van de lasten van de algemene ouderdomsverzekering voor de eerstkomende tien jaren, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de opbrengst van de premies voor de algemene ouderdomsverzekering, de rijksbijdragen, bedoeld in artikel 14, en de ontvangsten en uitgaven van het Spaarfonds AOW.
Onze Minister stelt een keer per jaar een prognose op van de benodigde middelen tot dekking van de lasten van de algemene ouderdomsverzekering voor de eerstkomende tien jaren, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de opbrengst van de premies voor de algemene ouderdomsverzekering en de rijksbijdragen bedoeld in artikel 14.
### Artikel 85
@ -970,31 +958,11 @@ c. de lasten van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 29a van de Algemene nab
### Artikel 86
**1.** Er is een Spaarfonds AOW.
**2.** Het Spaarfonds AOW is een begrotingsfonds als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001.
**3.** De ontvangsten van het Spaarfonds AOW worden gevormd door bijdragen ten laste van de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en door renten op het saldo van het fonds.
**4.** De uitgaven van het Spaarfonds AOW strekken ter bekostiging van lasten van de algemene ouderdomsverzekering.
**5.** Onze Minister beheert de begroting van het Spaarfonds AOW.
**6.** In afwijking van de artikelen 2, derde lid, en 52, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001 worden de begroting en de financiële verantwoording van het fonds uitsluitend op kasbasis gepresenteerd.
**7.** Het gerealiseerde batig saldo van het Spaarfonds AOW van enig jaar wordt ten gunste gebracht van de begroting van het Spaarfonds AOW van het daaropvolgende jaar.
Vervallen
### Artikel 87
**1.** Jaarlijks komt een bijdrage als bedoeld in artikel 86, derde lid, ten gunste van het Spaarfonds AOW.
**2.** De omvang van elke ten gunste van het Spaarfonds AOW komende bijdrage wordt door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bepaald.
**3.** In elk jaar wordt een bijdrage ten gunste van het Spaarfonds AOW gebracht die ten minste € 113 445 054 hoger is dan het bedrag dat in het jaar, voorafgaande aan het desbetreffende jaar, ten minste ten gunste van het Spaarfonds AOW diende te worden gebracht.
**4.** Het in het Spaarfonds AOW aanwezige saldo wordt rentedragend in 's Rijks schatkist aangehouden.
**5.** Onze Minister van Financiën stelt jaarlijks de rente vast die over het saldo van het Spaarfonds AOW wordt vergoed.
Vervallen
### Artikel 87a
@ -1002,7 +970,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 88
Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën besluiten vanaf het jaar 2020 uit het Spaarfonds AOW lasten van de algemene ouderdomsverzekering te betalen.
Vervallen
#### Paragraaf 2
@ -1020,7 +988,8 @@ a. de premie voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten;
b. de inkomsten, die in verband met de algemene verzekering bijzondere ziektekosten voortvloeien uit internationale overeenkomsten;
c. de bijdragen in de kosten van zorg die op grond van artikel 6, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten worden betaald door of namens de verzekerde, dan wel, in voorkomend geval, door het krachtens een wettelijke regeling tot betaling van zodanige bijdragen bevoegde orgaan dat uitkeringen of pensioenen uit hoofde van die regeling aan die verzekerde betaalbaar stelt;
d. de bijdragen in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15;
e. een rijksbijdrage als bedoeld in artikel 14, tweede lid.
e. een rijksbijdrage als bedoeld in artikel 14, tweede lid;
f. door zorgaanbieders ingevolge een regel van de zorgautoriteit op grond van artikel 37, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet marktordening gezondheidszorg dan wel op aanwijzing van de zorgautoriteit op grond van artikel 76, tweede lid, van die wet afgedragen bedragen en door de zorgautoriteit van zorgaanbieders op grond van artikel 81, eerste lid, onder c, van die wet ingevorderde bedragen, voor zover die bedragen niet worden afgedragen aan het Zorgverzekeringsfonds of aan derden.
**2.**
@ -1029,10 +998,12 @@ Uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten worden betaald:
a. de gehele of gedeeltelijke kosten van de algemene verzekering bijzondere ziektekosten en uitkeringen als bedoeld in artikel 3.1.2 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet;
b. de uitgaven voor deze verzekering, voortvloeiende uit overeenkomsten, waaronder begrepen internationale overeenkomsten;
c. de uitgaven die in verband met die verzekering voortvloeien uit enige andere wettelijke regeling dan de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
d. bijdragen aan Onze Minister van Justitie in verband met diens financiële verantwoordelijkheid bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
d. bijdragen aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie in verband met diens financiële verantwoordelijkheid bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
e. bijdragen aan Onze Minister van Defensie op grond van artikel 7, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
f. uitgaven ten behoeve van subsidies, verstrekt op grond van artikel 44 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
g. de uitgaven, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Wet op de orgaandonatie.
g. de uitgaven, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Wet op de orgaandonatie;
h. bedragen als bedoeld in artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg;
i. de door het College zorgverzekeringen op grond van een ministeriële regeling vastgestelde verdeelbedragen, zijnde aan de relevante zorgverzekeraars toegekende delen van de bedragen bedoeld in onderdeel f van het eerste lid.
**3.** Uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten kunnen middelen worden gebruikt voor het vormen en in stand houden van een reserve. Bij ministeriële regeling kunnen door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister, met betrekking tot de vorige volzin nadere regels worden gesteld.
@ -1223,7 +1194,7 @@ d. de bedragen die het UWV ontvangt door de toepassing van de artikelen 27a en 3
e. de bedragen die het UWV ontvangt door de uitoefening van zijn bevoegdheid op grond van artikel 66 van de Werkloosheidswet indien de in dat artikel bedoelde werkgever een overheidswerkgever is;
f. de bedragen die het UWV ontvangt door de toepassing van artikel 45a van de Ziektewet, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen, die ten laste van dat fonds zijn gebracht;
g. de bedragen die het UWV ontvangt door de toepassing van de artikelen 38, vierde lid, en 39a van de Ziektewet, indien de in het toegepaste artikel bedoelde werkgever een overheidswerkgever is;
h. de bijdragen van de overheidswerkgever of overheidswerknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
h. de bijdragen van de overheidswerkgever of overheidswerknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
i. de bedragen die het UWV ontvangt door de toepassing van de artikelen 63a, derde tot en met vijfde lid, 63b, tweede lid, en 63c van de Ziektewet;
j. de bedragen die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 76, 91 en 99 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen die ten laste van dat fonds zijn gebracht.
@ -1239,7 +1210,7 @@ c. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zo
d. de door het UWV te betalen WGA-uitkeringen aan de personen, bedoeld in artikel 24, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan, recht hadden op een uitkering als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b of c, van de Ziektewet dan wel van dit recht waren uitgesloten op grond van de artikelen 19a en 19b van de Ziektewet, en op een uitkering op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel d, e,f en g die aansluitend is toegekend op de uitkering op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a,b, of c van de Ziektewet of artikel 70 van de Ziektewet, gedurende de periode die op grond van artikel 82, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, geldt op de dag waarop het recht op een uitkering op grond van die wet is ontstaan, te rekenen vanaf de laatstgenoemde dag;
e. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen a tot en met d bedoelde uitkeringen;
f. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a tot en met d door het UWV verschuldigde premies of vergoedingen als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
g. de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, indien dat op verzoek van een overheidswerkgever of overheidswerknemer is ingesteld;
g. de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, indien dat op verzoek van een overheidswerkgever of overheidswerknemer is ingesteld;
h. de uitvoeringskosten, voorzover betrekking hebbend op de uitvoering van de artikelen 38, vierde lid, 39 en 39a van de Ziektewet ten aanzien van overheidswerkgevers en overheidswerknemers, die niet reeds op grond van onderdeel c ten laste van dat fonds worden gebracht, voorzover deze betrekking hebben op de uitvoering van artikel 629, derde lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
i. vervallen;
j. de op diens aanvraag aan de werkgever door het UWV te verlenen vergoeding van de schade, die de werkgever lijdt door toepassing van artikel 23, eerste lid, van de Werkloosheidswet en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
@ -1322,7 +1293,7 @@ i. het gezamenlijke bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de vakant
2°. de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, van de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van die wet, over dat bedrag;
j. de re-integratieinstrumenten op grond van hoofdstuk IIB van de Wet op arbeidsongeschiktheidsverzekering, hoofdstuk 3A van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en paragraaf 4.2 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
k. de bedragen van de kortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer en de premievrijstellingen, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3 en in artikel 122c, toegepast op de basispremie, bedoeld in artikel 36;
l. het op grond van artikel 58, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, aan 's Rijks kas af te dragen bedrag;
l. vervallen;
m. de kosten die verband houden met de uitvoering van artikel 30a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
n. de subsidie, bedoeld in artikel 32b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
o. hetgeen op grond van artikel 83, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op het UWV wordt verhaald;
@ -1359,7 +1330,7 @@ c. de gelden die door toepassing van artikel 118 worden overgeheveld uit het Arb
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
a. het een WGA uitkering betreft die op grond van artikel 72, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen door het UWV wordt betaald en op grond van het derde lid van dat artikel niet op een eigenrisicodrager wordt verhaald;
b. het een WGA uitkering betreft die op grond van artikel 83, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen door het UWV wordt betaald en niet kan worden verhaald op een kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 40;
b. het een WGA uitkering betreft die op grond van artikel 83, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen door het UWV wordt betaald en niet kan worden verhaald op een bank of verzekeraar als bedoeld in artikel 40;
c. het een WGA uitkering betreft, toegekend aan een werknemer, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA uitkering is ontstaan recht had op ziekengeld;
d. het een WGA uitkering betreft, toegekend aan een werknemer, wiens WGA uitkering wordt toegekend in aansluiting op een voordien op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten toegekende uitkering, danwel het op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten toegekende recht op arbeidsondersteuning;
e. het een vervolguitkering als bedoeld in artikel 62, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen betreft, die door het UWV wordt betaald voorzover die uitkering meer bedraagt dan hetgeen berekend op grond van het eerste en tweede lid van dat artikel;
@ -1470,11 +1441,11 @@ gelezen: vanaf de dag van inwerkingtreding van artikel 1.5, onderdeel V, van de
### Artikel 122ab
Met betrekking tot personen die op of na 1 januari 2004 maar voor 15 augustus 2004 ziek zijn geworden wordt in artikel 49, vijfde lid, aanhef, voor «bedoeld in artikel 24 of 25, negende lid, van die wet» gelezen: bedoeld in artikel 24 van die wet of het tijdvak dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 123b, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Vervallen
### Artikel 122ac
De werkgever die in 2005 of 2006 zelf het risico droeg van betaling van WGA-uitkering overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, en die dat risico op enig moment in 2007 niet meer draagt, krijgt in afwijking van artikel 36 een eenmalige korting op de basispremie, te berekenen over het loon in 2007 van de tot hem in dienstbetrekking staande werknemers, die wordt gerelateerd aan het aantal maanden dat de werkgever in 2006 dit risico droeg. Indien de werkgever in 2007 reeds een bedrag aan premiekorting heeft ontvangen wordt dat bedrag op de korting, bedoeld in de eerste zin, in mindering gebracht.
Vervallen
### Artikel 122b
@ -1504,7 +1475,7 @@ Vervallen
### Artikel 122f
Artikel 104, derde lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel VIII, onderdeel C, onder 1, van de Wet wijziging WW-stelsel blijft van toepassing met betrekking tot een recht op uitkering waarvan de eerste werkloosheidsdag is gelegen op of voor die dag.
Vervallen
### Artikel 122g
@ -1559,7 +1530,7 @@ Het UWV is bevoegd de van de rijksbelastingdienst afkomstige gegevens, genoemd i
### Artikel 125a
Onze Minister zendt twee jaar na de inwerkingtreding van de artikelen 47 en 48 over de premiekorting oudere werknemers, en vervolgens telkens na twee jaar, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid van de premiekorting oudere werknemers voor de werkgelegenheid van oudere werknemers en de effecten van die premiekorting op de arbeidsinschakeling van oudere werknemers, op de omstandigheden waarin deze oudere werknemers dienstbetrekkingen aangaan en op de duur van de dienstbetrekkingen van oudere werknemers.
Vervallen
### Artikel 126