diff --git a/amvb/formatiebesluit-wec/BWBR0005442/README.md b/amvb/formatiebesluit-wec/BWBR0005442/README.md index c9b7a5cab5b..bbbf849ab5a 100644 --- a/amvb/formatiebesluit-wec/BWBR0005442/README.md +++ b/amvb/formatiebesluit-wec/BWBR0005442/README.md @@ -417,10 +417,6 @@ Voor de bestrijding van onderwijsachterstanden wordt voor leerlingen met een nie **3.** De uitkomst van de som van het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van het eerste en tweede lid wordt telkens afgerond. -### Artikel 23a - -Voor de omrekening in minuten van de formatie voor ambulante begeleiding, bedoeld in de factor H in artikel 7, tweede lid, wordt het aantal formatierekeneenheden gedeeld door 1,0811 en vervolgens gedeeld door 195 en wordt de uitkomst daarvan vermenigvuldigd met 2400. De uitkomst wordt afgerond. - ### Paragraaf 7. Besteding formatiebudget scholen ### Artikel 24 @@ -478,7 +474,7 @@ Indien het verbruik van het aantal formatierekeneenheden in een maand afwijkt va **1.** Het bevoegd gezag van een school kan telkens voor de periode van een schooljaar van het beschikbare formatiebudget formatierekeneenheden overdragen aan een andere school, een instelling als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede volzin, van de wet, een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs, een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs van hetzelfde bevoegd gezag of van een ander bevoegd gezag. -**2.** Indien overdracht van formatierekeneenheden als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, delen het bevoegd gezag van de overdragende school en dat van de ontvangende school of de ontvangende instelling als bedoeld in het eerste lid deze overdracht en het aantal formatierekeneenheden dat het betreft voor 15 mei voorafgaand aan het desbetreffende schooljaar mee aan Onze Minister. Het bevoegd gezag kan voor 1 oktober van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die datum aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden overgedragen. +**2.** Indien overdracht van formatierekeneenheden als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, delen het bevoegd gezag van de overdragende school en dat van de ontvangende school of de ontvangende instelling als bedoeld in het eerste lid deze overdracht en het aantal formatierekeneenheden dat het betreft voor 15 mei voorafgaand aan het desbetreffende schooljaar mee aan Onze Minister. Het bevoegd gezag kan voor 1 oktober en voor 1 februari van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die data aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden overgedragen. **3.** Indien het bevoegd gezag van een school ingevolge artikel 8 op 1 januari van een schooljaar aanspraak kan maken op verhoging van de formatie, kan het bevoegd gezag in afwijking van het eerste lid voor de periode van 1 januari tot en met 31 juli van het desbetreffende schooljaar de toename in formatierekeneenheden overdragen aan een andere school, een instelling als bedoeld in het eerste lid, een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs, een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs van hetzelfde bevoegd gezag of van een ander bevoegd gezag. @@ -501,11 +497,11 @@ In dat geval keert Onze Minister aan het bevoegd gezag van de school een bedrag **2.** Het verzilveren van formatierekeneenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, mag niet leiden tot kosten van ontslaguitkeringen krachtens het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel. -**3.** Het bevoegd gezag neemt een besluit als bedoeld in het eerste lid voor 15 mei voorafgaande aan het desbetreffende schooljaar en deelt dit voor die datum mee aan Onze Minister. Bij die mededeling wordt tevens vermeld, hoeveel formatierekeneenheden het betreft. Het bevoegd gezag kan voor 1 oktober van een schooljaar een nader besluit als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die datum aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden verzilverd, met dien verstande dat dit nader besluit niet kan inhouden dat in totaal minder formatierekeneenheden worden verzilverd dan overeenkomstig de eerste en tweede volzin is medegedeeld aan Onze Minister. +**3.** Het bevoegd gezag neemt een beslissing als bedoeld in het eerste lid voor 15 mei voorafgaande aan het desbetreffende schooljaar en deelt dit voor die datum mee aan Onze Minister. Bij die mededeling wordt tevens vermeld, hoeveel formatierekeneenheden het betreft. Het bevoegd gezag kan voor 1 oktober en voor 1 februari van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die data aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden verzilverd, met dien verstande dat deze nadere beslissingen niet kunnen inhouden dat minder formatierekeneenheden worden verzilverd dan voor 15 mei of voor 1 oktober aan Onze Minister is meegedeeld. -**4.** Indien het bevoegd gezag van een school ingevolge artikel 8 op 1 januari van een schooljaar aanspraak kan maken op verhoging van de formatie, kan het bevoegd gezag besluiten de toename in formatierekeneenheden niet te besteden, tot ten hoogste het aantal formatierekeneenheden dat wordt verkregen door de toename te vermenigvuldigen met het percentage dat resulteerde in de mededeling bedoeld in het tweede lid daaronder niet begrepen de formatie genoemd in het eerste lid, eerste volzin, onderdeel *b*, en de uitkomst daarvan af te ronden. In dat geval keert Onze Minister aan het bevoegd gezag van de school een bedrag uit dat overeenkomt met de geldswaarde van deze niet verbruikte formatierekeneenheden. +**4.** Indien het bevoegd gezag van een school ingevolge artikel 8 op 1 januari van een schooljaar aanspraak kan maken op verhoging van de formatie, kan het bevoegd gezag beslissen de toename in formatierekeneenheden niet te besteden, tot ten hoogste het aantal formatierekeneenheden dat wordt verkregen door de toename te vermenigvuldigen met het percentage dat resulteerde in de mededeling bedoeld in het tweede lid daaronder niet begrepen de formatie genoemd in het eerste lid, eerste volzin, onderdeel *b*, en de uitkomst daarvan af te ronden. In dat geval keert Onze Minister aan het bevoegd gezag van de school een bedrag uit dat overeenkomt met de geldswaarde van deze niet verbruikte formatierekeneenheden. -**5.** Het bevoegd gezag neemt een besluit als bedoeld in het vierde lid voor 1 november van het desbetreffende schooljaar en deelt dit besluit en het aantal formatierekeneenheden dat het betreft voor die datum mee aan Onze Minister. +**5.** Het bevoegd gezag neemt een beslissing als bedoeld in het vierde lid voor 1 november van het desbetreffende schooljaar en deelt deze beslissing en het aantal formatierekeneenheden dat het betreft voor die datum mee aan Onze Minister. **6.** De geldswaarde van de formatierekeneenheden voor speciale doeleinden die zijn verzilverd, wordt besteed aan de speciale doeleinden waarvoor die rekeneenheden waren bestemd. @@ -517,7 +513,7 @@ In dat geval keert Onze Minister aan het bevoegd gezag van de school een bedrag De formatie van een instelling als bedoeld in artikel 117, eerste lid onderdeel a 2°, van de wet, wordt berekend aan de hand van de formule -A = B x 128. +A = B x 131. **2.** @@ -541,15 +537,15 @@ De artikelen 24, 24*a* en 24*b* zijn van overeenkomstige toepassing op instellin **1.** Van de voor de instelling op grond van artikel 26*a* van dit besluit en artikel 117, vijfde lid, van de wet, beschikbare formatierekeneenheden, kan het bevoegd gezag van een instelling telkens voor de periode van een schooljaar formatierekeneenheden overdragen aan een school, een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs, een andere instelling” of een basisschool van hetzelfde bevoegd gezag of van een ander bevoegd gezag. -**2.** Indien overdracht van formatierekeneenheden als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, delen het bevoegd gezag van de overdragende instelling en dat van de ontvangende school of instelling deze overdracht en het aantal formatierekeneenheden dat het betreft voor 15 mei voorafgaand aan het desbetreffende schooljaar mee aan Onze Minister. Het bevoegd gezag van de overdragende instelling kan voor 1 oktober van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die datum aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden overgedragen. +**2.** Indien overdracht van formatierekeneenheden als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, delen het bevoegd gezag van de overdragende instelling en dat van de ontvangende school of instelling deze overdracht en het aantal formatierekeneenheden dat het betreft voor 15 mei voorafgaand aan het desbetreffende schooljaar mee aan Onze Minister. Het bevoegd gezag van de overdragende instelling kan voor 1 oktober en voor 1 februari van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die data aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden overgedragen. **3.** Overdracht van formatierekeneenheden mag niet leiden tot kosten van ontslaguitkeringen krachtens het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel. ### Artikel 26e -**1.** Het bevoegd gezag van een instelling kan telkens voor de periode van een schooljaar besluiten om ten hoogste 10% van de beschikbare formatierekeneenheden minder te besteden dan voor die instelling mogelijk zou zijn op grond van artikel 26*a* van dit besluit en op grond van artikel 117, vijfde lid, van de wet. +**1.** Het bevoegd gezag van een instelling kan telkens voor de periode van een schooljaar beslissen om ten hoogste 10% van de beschikbare formatierekeneenheden minder te besteden dan voor die instelling mogelijk zou zijn op grond van artikel 26*a* van dit besluit en op grond van artikel 117, vijfde lid, van de wet. -**2.** Het bevoegd gezag neemt een besluit als bedoeld in het eerste lid voor 15 mei voorafgaande aan het desbetreffende schooljaar en deelt dit besluit en het aantal formatierekeneenheden dat het betreft voor die datum mee aan Onze Minister. Het bevoegd gezag kan voor 1 oktober van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die datum aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden verzilverd, met dien verstande dat deze nadere beslissing niet kan inhouden dat in totaal minder formatierekeneenheden worden verzilverd dan overeenkomstig de eerste volzin is medegedeeld aan Onze Minister. +**2.** Het bevoegd gezag neemt een beslissing als bedoeld in het eerste lid voor 15 mei voorafgaande aan het desbetreffende schooljaar en deelt deze beslissing en het aantal formatierekeneenheden dat het betreft voor die datum mee aan Onze Minister. Het bevoegd gezag kan voor 1 oktober en voor 1 februari van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die data aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden verzilverd, met dien verstande dat deze nadere beslissingen niet kunnen inhouden dat minder formatierekeneenheden worden verzilverd dan voor 15 mei of voor 1 oktober aan Onze Minister is meegedeeld. **3.** Voor zover toepassing is gegeven aan het eerste en tweede lid keert Onze Minister aan het bevoegd gezag van een instelling een bedrag uit dat overeenkomt met de geldswaarde van de gedurende het schooljaar niet verbruikte formatierekeneenheden.