2007-09-01 | BWBR0003386 | Wet agrarisch grondverkeer

This commit is contained in:
Coornhert 2007-09-01 12:00:00 +00:00
parent 13d3d1da9b
commit 7dddf46538

View file

@ -79,7 +79,7 @@ Een overeenkomst tot vervreemding van land wordt goedgekeurd, indien het betreft
a. een overeenkomst tussen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of met een pleegkind. Onder pleegkind wordt verstaan degene, die duurzaam als een eigen kind is verzorgd en opgevoed;
b. een overeenkomst tot vervreemding van land aan het bureau of aan door Ons aan te wijzen in het algemeen belang werkzame rechtspersonen;
c. een overeenkomst tot vervreemding van land, voor zover het betreft overhoeken, waarvan de vervreemding plaatsvindt als onderdeel van een overeenkomst als bedoeld in onderdeel *j*;
d. een overeenkomst tussen pachter en verpachter ter uitoefening van het voorkeursrecht van de pachter als bedoeld in paragraaf 9A van de Pachtwet (*Stb.* 1958, 37);
d. een overeenkomst tussen pachter en verpachter ter uitoefening van het voorkeursrecht van de pachter als bedoeld in afdeling 11 van titel 5 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
e. een ruilverkaveling bij overeenkomst als bedoeld in artikel 85, eerste lid, van de Wet inrichting landelijk gebied, welke voldoet aan door Onze Minister te stellen eisen;
f. een overeenkomst tot vervreemding van land, waarvan de oppervlakte 50 are niet te boven gaat, dat een eenheid vormt met een opstal, welke niet dient ter uitoefening van de landbouw. Indien de opstal doorgaans dient ter uitoefening van de landbouw, dient de verwerver aannemelijk te maken dat hij de opstal voor andere dan landbouwkundige doeleinden zal gebruiken;
g. een overeenkomst, waarbij de verwerver aannemelijk maakt, dat hij landbouwgrond voor andere dan landbouwkundige doeleinden zal gebruiken of doen gebruiken, en uit een verklaring van burgemeester en wethouders blijkt, dat die doeleinden niet in strijd zijn met een geldend of een in ontwerp ter inzage gelegd bestemmingsplan;
@ -88,15 +88,15 @@ i. vervreemding ingevolge een uiterste wilsbeschikking;
j. een overeenkomst tot vervreemding van land aan de Staat, een provincie, een gemeente, een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen (*Stb.* 1950, K 120), een waterschap, een veenschap of een veenpolder;
k. een overeenkomst tot vervreemding van land door het bureau aan de Staat, een provincie, een gemeente, een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, een waterschap, een veenschap, een veenpolder of aan een door Ons aan te wijzen in het algemeen belang werkzame rechtspersoon.
**3.** Een overeenkomst tot vervreemding van land tussen bloed- of aanverwanten in de zijlijn tot de tweede graad wordt goedgekeurd, indien voldaan wordt aan de vereisten als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder *a,* of artikel 9, onder c.
**3.** Een overeenkomst tot vervreemding van land tussen bloed- of aanverwanten in de zijlijn tot de tweede graad wordt goedgekeurd, indien voldaan wordt aan de vereisten als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a, of artikel 9, onder c.
**4.** Wij kunnen voorschriften verbinden aan een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, onder *b.* Deze voorschriften kunnen beperkingen inhouden. De aanwijzing wordt door Onze Minister in de *Staatscourant* bekend gemaakt.
**5.** Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertig dagen na de indiening van een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring als bedoeld in het tweede lid, onder *g.* Indien burgemeester en wethouders binnen de gestelde termijn geen beslissing hebben genomen, kan de afgifte van een verklaring worden gevraagd aan gedeputeerde staten die binnen dertig dagen nadien beslissen.
**5.** Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertig dagen na de indiening van een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring als bedoeld in het tweede lid, onder *g*. Indien burgemeester en wethouders binnen de gestelde termijn geen beslissing hebben genomen, kan de afgifte van een verklaring worden gevraagd aan gedeputeerde staten die binnen dertig dagen nadien beslissen.
**6.** De in het tweede lid, onder *g,* bedoelde verklaringen zijn geldig gedurende zes maanden na de dagtekening, tenzij het college, dat de verklaring afgeeft daarop een kortere geldigheidsduur vermeldt.
**6.** De in het tweede lid, onder *g*, bedoelde verklaringen zijn geldig gedurende zes maanden na de dagtekening, tenzij het college, dat de verklaring afgeeft daarop een kortere geldigheidsduur vermeldt.
**7.** Het bepaalde in het tweede lid, onder *j,* vindt slechts toepassing indien het betreft landbouwgrond gelegen in een bestemmingsplan waar een niet-agrarische bestemming geldt of waarvan de betrokken overheid verklaart dat het gebruik anders dan landbouwkundig zal zijn. Omtrent deze verklaring kunnen bij algemene maatregel van bestuur regelen worden gesteld.
**7.** Het bepaalde in het tweede lid, onder *j*, vindt slechts toepassing indien het betreft landbouwgrond gelegen in een bestemmingsplan waar een niet-agrarische bestemming geldt of waarvan de betrokken overheid verklaart dat het gebruik anders dan landbouwkundig zal zijn. Omtrent deze verklaring kunnen bij algemene maatregel van bestuur regelen worden gesteld.
**8.** Indien het betreft landbouwgrond waarvoor geen verklaring als bedoeld in het vorige lid wordt overgelegd, wordt de overeenkomst goedgekeurd, indien een goedgekeurde overeenkomst of ontwerp-overeenkomst wordt overgelegd, waarbij de betrokken overheid wederom tot vervreemding van de landbouwgrond overgaat.
@ -182,7 +182,7 @@ d. de statuten, voor zover de rechtspersoon deze heeft.
**1.**
Toestemming, als bedoeld in artikel 12, onder *a,* kan worden geweigerd:
Toestemming, als bedoeld in artikel 12, onder a, kan worden geweigerd:
a. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in het verzoek vermelde in overeenstemming zal zijn;
b. indien bij het verzoek een arbeidsovereenkomst met de bedrijfsleider, die op het bedrijf werkzaam zal zijn, is overgelegd:
@ -199,7 +199,7 @@ c. indien bij het verzoek een pachtovereenkomst of een ontwerp-pachtovereenkomst
**3.** Ingeval de toestemming niet verleend wordt, staat beroep open bij de Centrale Grondkamer.
**4.** Ingeval de toestemming wordt verleend, worden de gegevens bedoeld in artikel 13 in afwijking van artikel 77, eerste lid, van de Pachtwet, onverwijld aan Onze Minister overgelegd.
**4.** Ingeval de toestemming wordt verleend, worden de gegevens bedoeld in artikel 13 in afwijking van artikel 6, eerste lid, van de Uitvoeringswet grondkamers, onverwijld aan Onze Minister overgelegd.
### Artikel 15
@ -209,7 +209,7 @@ c. indien bij het verzoek een pachtovereenkomst of een ontwerp-pachtovereenkomst
**3.** De in het vorige lid bedoelde toestemming wordt verleend, indien voldaan wordt aan het bepaalde bij of krachtens artikel 14, eerste lid.
**4.** De in het eerste lid bedoelde gegevens worden, in afwijking van artikel 77, eerste lid, van de Pachtwet, onverwijld aan Onze Minister overgelegd, tenzij het tweede lid toepassing vindt. In het laatste geval worden de gegevens overgelegd nadat de grondkamer heeft beslist over de aldaar bedoelde toestemming.
**4.** De in het eerste lid bedoelde gegevens worden, in afwijking van artikel 6, eerste lid, van de Uitvoeringswet grondkamers, onverwijld aan Onze Minister overgelegd, tenzij het tweede lid toepassing vindt. In het laatste geval worden de gegevens overgelegd nadat de grondkamer heeft beslist over de aldaar bedoelde toestemming.
### Artikel 16
@ -233,7 +233,7 @@ c. de verplichtingen, welke voortvloeien uit artikel 15, eerste lid, niet worden
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gesteld met betrekking tot de procedure van aanwijzing van pachters, de voorwaarden waaronder een pachtovereenkomst als bedoeld in het eerste lid gesloten wordt en de wijze waarop het bureau de landbouwgrond kan onderverpachten.
**5.** In afwijking van het bepaalde in artikel 32 van de Pachtwet behoeven onderverpachtingen door het bureau niet de schriftelijke toestemming van de verpachter.
**5.** In afwijking van het bepaalde in artikel 355 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek behoeven onderverpachtingen door het bureau niet de schriftelijke toestemming van de verpachter.
### Artikel 18
@ -255,7 +255,7 @@ Vervallen
### Artikel 21
**1.** Het verzoek om goedkeuring dan wel toestemming moet worden ingediend bij de grondkamer, bedoeld in artikel 92 van de Pachtwet.
**1.** Het verzoek om goedkeuring dan wel toestemming moet worden ingediend bij de grondkamer, bedoeld in artikel 22 van de Uitvoeringswet grondkamers.
**2.** De grondkamer tekent de datum van ontvangst van een verzoek om goedkeuring onverwijld daarop aan.
@ -285,19 +285,19 @@ Vervallen
### Artikel 25
De artikelen 77-79, 84, 85, 92, tweede lid -94, 99-102, 104 en 105 van de Pachtwet zijn van overeenkomstige toepassing, indien ingevolge de bepalingen van deze wet een beslissing van de grondkamer of de Centrale Grondkamer wordt verlangd.
De artikelen 6 tot en met 8, 13, 14, 22, tweede lid tot en met 24, 29 tot en met 32, 34 en 35 van de Uitvoeringswet grondkamers zijn van overeenkomstige toepassing, indien ingevolge de bepalingen van deze wet een beslissing van de grondkamer of de Centrale Grondkamer wordt verlangd.
### Artikel 26
**1.** Indien de grondkamer aan een overeenkomst of een ontwerp-overeenkomst haar goedkeuring onthoudt, of weigert een verklaring als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder *c*, af te geven, staat de betrokkenen beroep open op de Centrale Grondkamer.
**1.** Indien de grondkamer aan een overeenkomst of een ontwerp-overeenkomst haar goedkeuring onthoudt, of weigert een verklaring als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c, af te geven, staat de betrokkenen beroep open op de Centrale Grondkamer.
**2.** De artikelen 107-112 van de Pachtwet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat artikel 107, vierde lid, wordt gelezen als betrekking hebbend op een overeenkomst of een ontwerp-overeenkomst als bedoeld in deze wet.
**2.** De artikelen 37 tot en met 42 van de Uitvoeringswet grondkamers zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat artikel 37, vierde lid, van de Uitvoeringswet grondkamers, wordt gelezen als betrekking hebbend op een overeenkomst of een ontwerp-overeenkomst als bedoeld in deze wet.
### Artikel 27
**1.** Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Justitie tarieven vaststellen voor de uit hoofde van deze wet door de grondkamer en door de Centrale Grondkamer te verrichten werkzaamheden.
**2.** Artikel 113, tweede lid, van de Pachtwet is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Artikel 44, tweede lid, van de Uitvoeringswet grondkamers is van overeenkomstige toepassing.
## Titel VII. Bureau beheer landbouwgronden