From 7dfa258bc369f8098311ab1f54dcb7b8ef37e426 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 19 Feb 2003 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2003-02-19 | BWBR0003549 | Wet op de expertisecentra --- .../BWBR0003549/README.md | 237 ++++++++++++++++-- 1 file changed, 217 insertions(+), 20 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-de-expertisecentra/BWBR0003549/README.md b/wet/wet-op-de-expertisecentra/BWBR0003549/README.md index 6b5aa96fcb2..ab10d965ee9 100644 --- a/wet/wet-op-de-expertisecentra/BWBR0003549/README.md +++ b/wet/wet-op-de-expertisecentra/BWBR0003549/README.md @@ -98,17 +98,33 @@ c. kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot de onde d. visueel gehandicapte kinderen; e. vervallen; f. lichamelijk gehandicapte kinderen; -g. (vervallen); -h. langdurig zieke kinderen; -(i. vervallen) +g. vervallen; +h. langdurig zieke kinderen + +1°. met een lichamelijke handicap +2°. anders dan met een lichamelijke handicap; +i. vervallen; j. zeer moeilijk lerende kinderen; k. zeer moeilijk opvoedbare kinderen; -(l. vervallen) +l. vervallen; m. kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten; n. meervoudig gehandicapte kinderen; **3.** Onder pedologische instituten worden verstaan instituten die een binding bezitten met een Nederlandse universiteit of de wetenschappelijke begeleiding van het onderwijs verzorgen aan scholen voor speciaal onderwijs. +**4.** + +Met betrekking tot de onderwijssoorten, genoemd in het tweede lid, worden de volgende clusters onderscheiden: + +a. cluster 1: onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen dan wel meervoudig gehandicapte kinderen met deze handicap, +b. cluster 2: onderwijs aan dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden dan wel meervoudig gehandicapte kinderen met een van deze handicaps, +c. cluster 3: onderwijs aan langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap, lichamelijk gehandicapte kinderen en zeer moeilijk lerende kinderen dan wel meervoudig gehandicapte kinderen met een van deze handicaps en +d. cluster 4: onderwijs aan langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap, zeer moeilijk opvoedbare kinderen en kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten. + +**5.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor wat betreft het onderwijs aan meervoudig gehandicapte kinderen voor de clusters, bedoeld in het vierde lid onder a, b of c, bepaald welke combinaties van handicaps kunnen voorkomen. + +**6.** Een krachtens het vijfde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens de kamer de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. De vorige 3 volzinnen zijn niet van toepassing, voor zover het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur voordien aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is voorgelegd en door of namens de kamer te kennen is gegeven dat van de procedure, bedoeld in de vorige 3 volzinnen, kan worden afgeweken. + ### Artikel 3 **1.** @@ -202,6 +218,19 @@ Ten laste van een andere openbare kas dan van Rijk en gemeente worden geen schol **3.** De algemene maatregel van bestuur bedoeld in het tweede lid, wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend. Het bepaalde in de vorige 3 volzinnen is niet van toepassing indien het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur voordien aan de Kamer is overgelegd en door of namens de Kamer te kennen is gegeven dat van de procedure bedoeld in de eerste 3 volzinnen, kan worden afgeweken. +### Artikel 8a + +**1.** Een school, niet zijnde een instelling, heeft, naast het geven van onderwijs, tot taak op verzoek van het regionaal expertisecentrum waaraan de school deelneemt onderzoek te verrichten in het kader van artikel 28c, vierde lid, laatste volzin en het ondersteunen van een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs, waarbij een leerling is ingeschreven voor wie op basis van de beoordeling door een commissie voor de indicatiestelling een leerlinggebonden budget beschikbaar is en die toelaatbaar is verklaard tot een onderwijssoort als bedoeld in artikel 2, tweede lid, die door de eerstbedoelde school wordt verzorgd dan wel toelaatbaar is verklaard tot het cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waartoe de eerstbedoelde school behoort. + +**2.** Onder het ondersteunen van een school, bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval begrepen het doen van aanbevelingen over de begeleiding van de individuele leerling tijdens zijn verblijf op de school die wordt ondersteund, teneinde een optimale ontwikkeling van de in de leerling aanwezige mogelijkheden te bewerkstelligen. + +**3.** + +Bij algemene maatregel van bestuur worden onderwijssoorten aangewezen waaraan formatie kan worden toegekend ten behoeve van de begeleiding van + +a. leerlingen, die zijn geplaatst op een basisschool of leerlingen die zijn geplaatst op een school voor voortgezet onderwijs en die naar het oordeel van het bevoegd gezag zonder die begeleiding zouden zijn aangewezen op het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs en +b. leerlingen, die in het direct voorafgaande schooljaar waren toegelaten tot een school, niet zijnde een instelling, en die zonder dat voor hen nog een leerlinggebonden budget beschikbaar is, zijn teruggeplaatst naar een basisschool als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid onder a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs. + ### Artikel 9 De taken van een instelling zijn: @@ -327,10 +356,7 @@ Onze minister bepaalt op voorstel van het bevoegd gezag per school, welke onderd ### Artikel 16 -Onze minister kan op verzoek van het bevoegd gezag toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde in of krachtens de artikelen 13 en 14. De toestemming wordt verleend voor een bepaald tijdvak en slechts indien: - -a. een voor de kinderen ten behoeve waarvan de toestemming is gevraagd, toegankelijke school ontbreekt, dan wel -b. dit gewenst is voor het door Onze minister te voeren beleid ten aanzien van de ontwikkeling van het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs. +Onze minister kan in bijzondere gevallen op verzoek van het bevoegd gezag toestaan dat wordt afgeweken van de voorschriften van of krachtens artikel 13, eerste tot en met vijfde lid, en artikel 14, eerste tot en met vierde lid. De toestemming wordt verleend voor een bepaald tijdvak; aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. ### Artikel 17 @@ -467,7 +493,9 @@ b. zich bij de behandeling van de klacht te laten bijstaan. ### Artikel 24 -Een deel van een schoolplan kan voorzover het betrekking heeft op voortgezet speciaal onderwijs, worden uitgevoerd door een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, door andere vormen van regulier voortgezet onderwijs of door een instelling voor educatie en beroepsonderwijs. +**1.** Een deel van een schoolplan kan voorzover het betrekking heeft op voortgezet speciaal onderwijs, worden uitgevoerd door een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, door andere vormen van regulier voortgezet onderwijs of door een instelling voor educatie en beroepsonderwijs. + +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent de uitvoering van het eerste lid alsmede omtrent de aard en de eisen aan de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 24a @@ -500,9 +528,9 @@ b. de Stichting Instituut voor Doven te St. Michielsgestel, die is ingeschreven ### Artikel 26 -**1.** Indien een leerling gedurende een deel van de week onderwijs ontvangt op een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs, telt voor een tijdvak van ten hoogste 3 maanden de tijd gedurende welke de leerling dit onderwijs ontvangt, mee voor het aantal uren onderwijs dat de leerling ten minste moet ontvangen. +**1.** Indien een leerling gedurende een deel van de week onderwijs ontvangt op een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs, telt de tijd gedurende welke de leerling dit onderwijs ontvangt, mee voor het aantal uren onderwijs dat de leerling ten minste moet ontvangen. -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen begin en eind van de zomervakantie worden vastgesteld die niet voor alle scholen gelijk behoeven te zijn. +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen begin en eind van de zomervakantie worden vastgesteld die niet voor alle scholen gelijk behoeven te zijn. Bij die ministeriële regeling kan tevens worden bepaald dat zij op bepaalde scholen niet van toepassing is. ### Artikel 27 @@ -545,11 +573,108 @@ met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid **9.** In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. -**10.** Artikel 155 van de Gemeentewet is niet van toepassing. +### Artikel 28a -### Artikel +De artikelen 28b, 28c, 28d en 28e zijn niet van toepassing op instellingen. -Vervallen +### Artikel 28b + +**1.** Het bevoegd gezag is voor elk van zijn scholen aangesloten bij een regionaal expertisecentrum. Een regionaal expertisecentrum omvat alle scholen van alle soorten die tot hetzelfde cluster of dezelfde clusters, bedoeld in artikel 2, vierde lid, behoren en die zijn gelegen in het gebied, bedoeld in het tweede lid, waarin het regionaal expertisecentrum werkzaam is. In bijzondere omstandigheden kan Onze minister toestaan dat een regionaal expertisecentrum niet alle scholen omvat van alle soorten die tot hetzelfde cluster dan wel dezelfde clusters, bedoeld in artikel 2, vierde lid, behoren. + +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden per cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid, aaneengesloten gebieden vastgesteld waarvan de grenzen overeenkomen met de grenzen van gemeenten. + +**3.** Het bevoegd gezag kan per school slechts deelnemen aan 1 regionaal expertisecentrum. + +**4.** Bevoegde gezagsorganen van scholen waaraan onderwijs wordt gegeven van de soorten die behoren tot hetzelfde cluster en die zijn gelegen binnen hetzelfde gebied worden niet uitgesloten van deelname aan het in dat gebied werkzame regionaal expertisecentrum. + +**5.** Het bevoegd gezag dat respectievelijk de bevoegde gezagsorganen die aangesloten willen zijn, geven het regionaal expertisecentrum vorm door een rechtspersoon op te richten, waarin uitsluitend wordt deelgenomen door die bevoegde gezagsorganen die bij het regionaal expertisecentrum zijn aangesloten. + +**6.** + +Het regionaal expertisecentrum heeft in elk geval tot taak: + +a. het instandhouden van een commissie voor de indicatiestelling; +b. het coördineren van de ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, eerste en tweede lid, die door de scholen waarvoor het regionaal expertisecentrum werkzaam is, wordt verleend aan scholen als bedoeld in laatstgenoemd artikel en met inachtneming van de wensen van die scholen; +c. het ondersteunen van de ouders bij het indienen van een verzoek als bedoeld in artikel 28c, eerste lid; +d. het coördineren van de in het kader van de laatste volzin van het vierde lid van artikel 28c noodzakelijke onderzoeksactiviteiten; +e. het ondersteunen van de ouders van een leerling bij het zoeken naar een school en het ondersteunen van ouders van een leerling voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is bij het zoeken naar een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs en +f. het coördineren van de inzet van de formatie ten behoeve van de begeleiding van leerlingen, bedoeld in artikel 8a, derde lid onder a, na overleg met de samenwerkingsverbanden, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs, in het gebied waarin het regionaal expertisecentrum werkzaam is. + +**7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven met betrekking tot de samenstelling van de commissie voor de indicatiestelling. + +**8.** De regionale expertisecentra die behoren tot hetzelfde cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid, stellen gezamenlijk een adviescommissie overeenkomstig artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht in, die adviseert met betrekking tot een bij de commissie voor de indicatiestelling ingediend bezwaarschrift betreffende een beslissing op grond van artikel 28c, eerste en tweede lid, en betreffende een beslissing van die commissie die samenhangt met de toepassing van het derde lid van genoemd artikel. + +**9.** Het regionaal expertisecentrum kan een of meer scholen in stand houden indien het bevoegd gezag dan wel de bevoegde gezagsorganen de instandhouding van die school of die scholen overdraagt dan wel overdragen aan het regionaal expertisecentrum. Indien als gevolg van toepassing van de eerste volzin het regionaal expertisecentrum alle scholen in stand houdt van alle soorten die tot hetzelfde cluster of dezelfde clusters, bedoeld in artikel 2, vierde lid, behoren, behoudens voor zover toepassing is gegeven aan de derde volzin van het eerste lid, en die zijn gelegen in het gebied, bedoeld in het tweede lid, waarin het regionaal expertisecentrum werkzaam is, is op het regionaal expertisecentrum tevens bevoegd gezag de eerste volzin van het eerste lid niet van toepassing zolang het regionaal expertisecentrum tevens bevoegd gezag zijn taken als regionaal expertisecentrum blijft vervullen. + +**10.** Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 23, 32, 33, 37, 38, 62, 63, 64, 65 en 66 is van overeenkomstige toepassing op het regionaal expertisecentrum en het personeel daarvan. + +### Artikel 28c + +**1.** + +De commissie voor de indicatiestelling beoordeelt op verzoek van de ouders van een leerling, die zijn woonplaats heeft in het gebied van het regionaal expertisecentrum, of een leerling op basis van de in het achtste lid bedoelde criteria: + +a. in aanmerking komt voor een leerlinggebonden budget indien de leerling wordt ingeschreven bij een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs alsmede +b. toelaatbaar is tot een van de onderwijssoorten in een cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid onder b of c, waarvoor de commissie voor de indicatiestelling werkzaam is en zo ja, tot welke onderwijssoort, dan wel toelaatbaar is tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waarvoor de commissie voor de indicatiestelling werkzaam is. + +**2.** Het oordeel van de commissie voor de indicatiestelling, bedoeld in het eerste lid onder a en b, heeft betrekking op een bij algemene maatregel van bestuur per onderwijssoort bepaald aantal schooljaren. Indien het oordeel in de loop van een schooljaar wordt gegeven, wordt de periode tot de eerste dag van het eerstvolgende schooljaar toegevoegd aan de in de eerste volzin bedoelde periode. Voor het verstrijken van de periode, bedoeld in de eerste volzin, in voorkomende gevallen verlengd overeenkomstig de tweede volzin, beoordeelt de commissie voor de indicatiestelling op verzoek van de ouders of de leerling nog voldoet aan de criteria, bedoeld in het achtste lid. + +**3.** Indien de commissie voor de indicatiestelling op basis van de beschikbare informatie nog niet tot een oordeel over de toelaatbaarheid kan komen, kan de commissie het bevoegd gezag van een school verzoeken te adviseren over de toelaatbaarheid van een leerling tot een van de onderwijssoorten in een cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid onder b of c, dan wel tot het cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waarvoor de commissie voor de indicatiestelling werkzaam is. Teneinde dit advies mogelijk te maken wordt de leerling gedurende een periode van korter dan een schooljaar toegelaten tot een school waarvan het bevoegd gezag zich tot advisering bereid heeft verklaard in voorkomend geval onder handhaving van zijn inschrijving bij de school, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs dan wel de Wet op het voortgezet onderwijs. Voor de afloop van de in de vorige volzin bedoelde periode zendt het bevoegd gezag het advies, vergezeld van een verslag van de bevindingen aan de commissie voor de indicatiestelling. Indien de commissie voor de indicatiestelling niet binnen de in de tweede volzin genoemde periode, een beslissing heeft genomen, wordt de termijn, genoemd in de tweede volzin met 6 weken verlengd. + +**4.** Het verzoek, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt bij de commissie voor de indicatiestelling ingediend onder overlegging van een volledig ingevuld aanmeldingsformulier waarvan het model bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Bij die ministeriële regeling wordt tevens bepaald welke gegevens en verklaringen bij het aanmeldingsformulier dienen te worden gevoegd en de wijze waarop zij dienen te worden aangeleverd. In voorkomend geval informeert de commissie voor de indicatiestelling de ouders welke gegevens en verklaringen ontbreken en op welke wijze zij zijn te verkrijgen. + +**5.** De commissie voor de indicatiestelling zendt een afschrift van het aanmeldingsformulier en de gegevens en verklaringen, bedoeld in het vierde lid, tezamen met een afschrift van het oordeel aan de landelijke commissie toezicht indicatiestelling, bedoeld in artikel 28e. + +**6.** Het regionaal expertisecentrum ziet erop toe dat de in het vijfde lid bedoelde gegevens en verklaringen slechts worden gebruikt ten behoeve van de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, en het toezicht daarop door de landelijke commissie toezicht indicatiestelling. + +**7.** De gegevens en verklaringen worden bij het regionaal expertisecentrum bewaard tot drie jaar na afloop van de periode waarvoor de leerling toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten binnen het cluster of tot het cluster waartoe het regionaal expertisecentrum behoort dan wel tot drie jaar na de beoordeling door de commissie voor de indicatiestelling indien de leerling niet toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten binnen het cluster of tot het cluster waartoe het regionaal expertisecentrum behoort. Het regionaal expertisecentrum draagt er zorg voor dat de gegevens en verklaringen worden bewaard op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor het regionaal expertisecentrum en de met het onderzoek belaste functionarissen. + +**8.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven met betrekking tot de door de commissie voor de indicatiestelling in acht te nemen criteria voor het in aanmerking komen voor een leerlinggebonden budget alsmede het toelaatbaar verklaren tot een onderwijssoort in een cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid onder b of c, en tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen toelaatbaarheid tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs. + +**9.** Met betrekking tot een leerling die toelaatbaar is verklaard tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, geeft de commissie voor de indicatiestelling de ouders tevens een advies over de te kiezen school binnen het gebied van het regionaal expertisecentrum. + +**10.** Een beslissing van de commissie voor de indicatiestelling als bedoeld in het eerste en het tweede lid en een beslissing van bedoelde commissie die samenhangt met de toepassing van het derde lid, wordt aangemerkt als een beschikking van een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Deze beschikking is geen besluit als bedoeld in artikel 8:4 onder e, van de Algemene wet bestuursrecht. + +**11.** Indien de commissie voor de indicatiestelling zich bij haar beoordeling niet houdt aan de voorschriften, bedoeld in het achtste lid, en de aanwijzingen van de landelijke commissie toezicht indicatiestelling, bedoeld in artikel 28e, tweede lid, kan Onze minister bepalen dat de commissie voor de indicatiestelling niet langer bevoegd is tot het geven van beoordelingen op grond van dit artikel. + +**12.** Indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat de grond voor ontneming van de bevoegdheid, bedoeld in het elfde lid, niet langer aanwezig is, kan Onze minister besluiten de bevoegdheid opnieuw aan de commissie voor de indicatiestelling toe te kennen. + +### Artikel 28d + +**1.** Indien een commissie voor de indicatiestelling op grond van artikel 28c, elfde lid, de bevoegdheid, bedoeld in dat lid, is ontnomen, wordt het verzoek, bedoeld in artikel 28c, eerste en tweede lid, ingediend bij en beoordeeld door een door Onze minister ingestelde commissie voor de indicatiestelling. + +**2.** Onder een leerling die in aanmerking komt voor een leerlinggebonden budget en die toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten in een cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid onder b of c, dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, wordt tevens verstaan de leerling ten aanzien van wie die beoordeling door de ministeriële commissie is gegeven. + +**3.** Artikel 28c is van overeenkomstige toepassing op de ministeriële commissie voor de indicatiestelling. + +### Artikel 28e + +**1.** Er is een landelijke commissie toezicht indicatiestelling, die bestaat uit een voorzitter en vier leden. De voorzitter en de leden van de commissie worden door Onze minister benoemd en ontslagen. Onze minister kan onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels besluiten tot schorsing van de voorzitter of van de leden van de commissie. + +**2.** De landelijke commissie toezicht indicatiestelling is bevoegd een commissie voor de indicatiestelling aanwijzingen te geven omtrent het gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 28c, eerste, tweede en derde lid, in het licht van de criteria, bedoeld in artikel 28c, achtste lid. Van een dergelijke aanwijzing stelt zij Onze minister terstond op de hoogte. Aanwijzingen als bedoeld in de eerste volzin kunnen geen betrekking hebben op de besluitvorming betreffende een individueel kind. + +**3.** De landelijke commissie toezicht indicatiestelling adviseert op basis van de haar op grond van artikel 28c, vijfde lid, en artikel 40a toegezonden informatie, Onze minister over eventuele wijziging van de criteria, bedoeld in artikel 28c, achtste lid, en zij geeft daarnaast Onze minister alle adviezen die zij dienstig acht alsmede alle adviezen waarom Onze minister heeft verzocht. + +**4.** + +Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven met betrekking tot: + +a. de samenstelling, de benoemingstermijnen en de werkwijze van de landelijke commissie toezicht indicatiestelling, +b. de vergoeding voor haar werkzaamheden, +c. de verslaglegging over haar werkzaamheden en +d. de rekening en verantwoording van het geldelijk beheer. + +**5.** Desgevraagd informeert de landelijke commissie toezicht indicatiestelling Onze minister en de door hem aangewezen ambtenaren over al hetgeen de commissie betreft en geeft zij de door Onze minister aangewezen ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage. + +**6.** De voorzitter en de leden vervullen geen nevenbetrekking of nevenwerkzaamheden die schadelijk zijn voor de vervulling van de functie van voorzitter of lid van de landelijke commissie toezicht indicatiestelling en zij verrichten hun werkzaamheden zonder last of ruggespraak. + +**7.** Onze minister benoemt een secretaris ten behoeve van de landelijke commissie toezicht indicatiestelling die tevens directeur is van het bureau ter ondersteuning van de werkzaamheden van de landelijke commissie toezicht indicatiestelling. Onze minister stelt financiële middelen beschikbaar ten behoeve van het bureau. De leden van het bureau zijn voor hun werkzaamheden voor de landelijke commissie toezicht indicatiestelling uitsluitend verantwoording schuldig aan de landelijke commissie toezicht indicatiestelling. + +**8.** Onze minister zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van dit artikel en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de landelijke commissie toezicht indicatiestelling. + +### Artikel 28f + +Een krachtens de artikelen 28b, 28c en 28e vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens de kamer de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. De vorige 3 volzinnen zijn niet van toepassing, voor zover het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur voordien aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is voorgelegd en door of namens de kamer te kennen is gegeven dat van de procedure, bedoeld in de vorige 3 volzinnen, kan worden afgeweken. #### Paragraaf 2. Personeel @@ -756,6 +881,18 @@ d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden, genoemd onder b **5.** Het bevoegd gezag van een openbare school besluit niet op het bezwaarschrift, tenzij het bezwaarschrift is gericht tegen een besluit ingevolge het tweede of derde lid, dan na overleg met de inspecteur en desgewenst met andere deskundigen. +### Artikel 40a + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven over de rapportage die het bevoegd gezag zendt aan de landelijke commissie toezicht indicatiestelling met betrekking tot de reden van toelating van leerlingen die zijn toegelaten op basis van formatie als bedoeld in artikel 117, zesde en achtste lid. + +**2.** Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens de kamer de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. De vorige 3 volzinnen zijn niet van toepassing, voor zover het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur voordien aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is voorgelegd en door of namens de kamer te kennen is gegeven dat van de procedure, bedoeld in de vorige 3 volzinnen, kan worden afgeweken. + +### Artikel 40b + +**1.** Het bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, of de bevoegde gezagsorganen van twee of meer scholen, niet zijnde instellingen, die hetzelfde regionaal expertisecentrum in stand houden, stelt onderscheidenlijk stellen een commissie voor de begeleiding in, die zodanig is samengesteld dat zij adequaat kan adviseren vanuit zowelonderwijskundig als pedagogisch, psychologisch en medisch oogpunt, rekening houdend met de handicap van de leerling. + +**2.** De commissie voor de begeleiding heeft tot taak een voorstel te doen voor het handelingsplan, bedoeld in artikel 41a, en de uitvoering van het handelingsplan te evalueren alsmede te adviseren over terugplaatsing of overplaatsing van de leerling naar het basisonderwijs of het voortgezet onderwijs. + ### Artikel 41 **1.** Tot een school mogen slechts die kinderen worden toegelaten voor wie vaststaat dat overwegend een orthopedagogische en orthodidactische benadering aangewezen is en die, behoudens het bepaalde in artikel 10, tweede lid, voor het op die school gegeven onderwijs in aanmerking komen. @@ -790,6 +927,10 @@ De commissie kan bij het uitoefenen van haar taak gebruik maken van bestaande on **10.** Het gemeenschappelijk rapport wordt in de school bewaard tot ten minste 3 jaar na het tijdstip waarop de leerling de school heeft verlaten. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het gemeenschappelijk rapport wordt bewaard op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor het bevoegd gezag en de met het onderzoek belaste functionarissen. +### Artikel 41a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 42 **1.** Indien de inspecteur van oordeel is dat op een school een leerling is geplaatst die daar ingevolge artikel 41, eerste lid, niet had mogen worden toegelaten, verzoekt hij het bevoegd gezag deze leerling te verwijderen. @@ -920,8 +1061,6 @@ met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid **11.** De gemeenteraad of gemeenteraden zijn in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de stichting te ontbinden. -**12.** Artikel 155 van de Gemeentewet is niet van toepassing. - ### Artikel 52 **1.** De rechtspersoon die een openbare school in stand houdt, kan de instandhouding van die school overdragen aan een andere rechtspersoon die tot instandhouding van een openbare school bevoegd is. De overdracht geschiedt bij notariële akte. @@ -1167,6 +1306,32 @@ b. een financiële regeling tussen het Rijk en de bevoegde gezagsorganen die per Onze minister kan onder nader te stellen voorwaarden aanvullende middelen ter beschikking stellen die niet strekken tot bekostiging van het onderwijs, bedoeld in deze wet, en de schoolbegeleiding ten behoeve daarvan, maar die direct of indirect dienstig zijn voor de uitvoering van het onderwijs of voor verhoging van de mogelijkheid tot deelname aan het onderwijs. Voor zover toepassing van de eerste volzin het verstrekken van subsidie betreft, zijn de artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCenW-subsidies van toepassing. +### Artikel 71a + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met betrekking tot de bekostiging van een regionaal expertisecentrum, welke regels per cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid, verschillend kunnen zijn. + +**2.** Grondslag voor de bekostiging van een regionaal expertisecentrum is naast een vaste voet, het aantal scholen dat deelneemt aan dat regionaal expertisecentrum en het aantal leerlingen aan wie in de periode van 12 maanden direct voorafgaand aan 1 oktober van het voorafgaande schooljaar op grond van artikel 28c, eerste lid, een bevestigende beoordeling is gegeven, verhoogd met een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld percentage, dat afhankelijk is van het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, waartoe het regionaal expertisecentrum behoort. + +**3.** Op de bekostiging van het regionaal expertisecentrum worden de uitgaven in mindering gebracht die Onze minister doet voor een ten behoeve van dat regionaal expertisecentrum ingestelde ministeriële commissie voor de indicatiestelling als bedoeld in artikel 28d. + +### Artikel 71b + +**1.** In een scholengemeenschap zijn tot één school verenigd scholen van de soort die tot hetzelfde cluster of dezelfde clusters, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder b, c en d, behoren. + +**2.** De bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften die gelden voor de onderwijssoort waartoe een deel van de scholengemeenschap behoort, zijn van overeenkomstige toepassing op dat deel van de scholengemeenschap. + +**3.** De artikelen 75 tot en met 88 zijn niet van toepassing indien twee of meer scholen worden verenigd tot een scholengemeenschap. + +**4.** De directeur, onderscheidenlijk de adjunct-directeur of adjunct-directeuren, kan slechts een van de directeuren onderscheidenlijk kunnen slechts een of meer van de adjunct-directeuren van de scholen zijn die tot de scholengemeenschap worden verenigd, tenzij geen van de betrokkenen de desbetreffende functie wenst te aanvaarden. + +### Artikel 71c + +**1.** Het bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, die jaarlijks leerlingen ontvangt uit een residentiële instelling en die in aanmerking wenst te komen voor de bekostiging op grond van artikel 112 en voor de formatie, bedoeld in artikel 117, achtste lid, dient een verzoek daartoe in bij Onze minister. Onder een residentiële instelling wordt verstaan een instelling voor gehandicaptenzorg, jeugdhulpverlening of jeugdgezondheidszorg dan wel een justitiële jeugdinrichting, waarbij behandeling of opvang en onderwijs vanuit één plan noodzakelijk is vanwege de aard of de duur van de behandeling of opvang. + +**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van een opgave van het aantal plaatsen ten behoeve waarvan vergoeding en formatie wordt gewenst, het aantal leerlingen uit de residentiële instelling dat in de voorafgaande periode van 5 schooljaren per schooljaar op de school is ingeschreven, de duur van de inschrijving, het totale aantal plaatsen waarover de residentiële instelling beschikt, de naam en het adres van de residentiële instelling, de aard van de opvang die door de residentiële instelling wordt geboden en een afschrift van de samenwerkingsafspraken die tussen de school en de residentiële instelling zijn gemaakt. + +**3.** Indien het verzoek, bedoeld in het eerste lid, is gedaan voor 1 februari, beslist Onze minister voor 1 augustus daaropvolgend welk aantal plaatsen in aanmerking wordt genomen voor de toekenning van de formatie, bedoeld in artikel 117, achtste lid. Een plaats als bedoeld in de eerste volzin wordt voor de vergoeding, bedoeld in artikel 112, gelijkgesteld aan een leerling. Bij de toekenning, bedoeld in de eerste en de tweede volzin, bepaalt Onze minister tevens het aantal schooljaren waarvoor de toekenning geldt. + ### Artikel 72 Een belanghebbende kan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen: @@ -1207,6 +1372,26 @@ In deze titel wordt onder «school» verstaan een school of afdeling als bedoeld Indien beroep is ingesteld in verband met de plannen van nieuwe scholen voor de jaren 1986 tot en met 1994 en op grond van de artikelen 79, derde lid, 80, derde lid, 83, vijfde lid, 84, achtste lid, en 86, vierde lid, de uitspraak zou hebben geleid tot opneming van een school in het eerstvolgende plan, brengt Onze Minister deze school voor bekostiging in aanmerking in het eerste jaar van de planperiode waarop dat plan betrekking zou hebben gehad. Zodra de bekostiging van een school een aanvang kan nemen, beslist Onze Minister bij beschikking met ingang van welk tijdstip dit kan geschieden. De bekostiging kan na een beschikking van Onze minister als bedoeld in de vorige volzin, slechts aanvangen per 1 augustus van een schooljaar. +### Artikel 76a + +**1.** Indien een bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, wenst over te gaan tot het inrichten van een nevenvestiging of tot het toelaten van leerlingen, die door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het regionaal expertisecentrum dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd, dient het bevoegd gezag voor 1 februari een daarop betrekking hebbend verzoek tot opneming in het in het tweede lid bedoelde plan in bij het regionaal expertisecentrum. + +**2.** Voor 1 augustus daaropvolgend stelt het regionaal expertisecentrum op basis van de in het eerste lid bedoelde verzoeken een plan vast met betrekking tot de vestiging van nevenvestigingen en met betrekking tot het toelaten van leerlingen tot scholen van een andere onderwijssoort binnen het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, dan waarvoor de leerlingen door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar zijn verklaard. + +**3.** Het regionaal expertisecentrum neemt een verzoek slechts in het plan op, indien het daarover overeenstemming heeft bereikt met de bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan het regionaal expertisecentrum, alle aangrenzende regionale expertisecentra van hetzelfde cluster en, voor zover het een nevenvestiging betreft, de gemeente waar die nevenvestiging zal worden gevestigd. + +**4.** Binnen 2 weken na de vaststelling van het plan, wordt het plan tezamen met de gegevens waaruit de in het derde lid bedoelde overeenstemming blijkt, ter goedkeuring aan Onze minister gezonden. + +**5.** Onze minister beslist voor 1 december daaropvolgend. Indien Onze minister de inrichting van een nevenvestiging goedkeurt, vangt de bekostiging van die nevenvestiging aan op 1 augustus volgend op de goedkeuring. Voor de bekostiging wordt de nevenvestiging aangemerkt als deel van de school die de nevenvestiging in stand houdt. Indien Onze minister de toelating goedkeurt van leerlingen die toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het cluster, is die toelating mogelijk vanaf 1 augustus volgend op de goedkeuring. + +**6.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor scholen waarbij, ingevolge een goedkeuring van Onze minister, leerlingen zijn ingeschreven die door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd, de bekostiging met betrekking tot die leerlingen vastgesteld. + +### Artikel 76b + +**1.** Indien een bevoegd gezag van een instelling wenst over te gaan tot het inrichten van een nevenvestiging en het daarover overeenstemming heeft bereikt met de andere instellingen en de gemeente waar die nevenvestiging zal worden gevestigd, dient het bevoegd gezag voor 1 februari een daarop betrekking hebbend verzoek met de gegevens waaruit de bedoelde overeenstemming blijkt, in bij Onze minister. + +**2.** Onze minister beslist voor 1 december daaropvolgend. Indien Onze minister de inrichting van een nevenvestiging goedkeurt, vangt de bekostiging van die nevenvestiging aan op 1 augustus volgend op de goedkeuring. Voor de bekostiging wordt de nevenvestiging aangemerkt als deel van de instelling die de nevenvestiging in stand houdt. + ### Artikel 77 De bekostiging van een school kan slechts een aanvang nemen, indien zij voorkomt op een plan van nieuwe scholen, vastgesteld volgens de bepalingen van deze afdeling. @@ -1445,7 +1630,7 @@ Vervallen **1.** De gemeenteraad draagt ten behoeve van de door de gemeente in stand gehouden scholen en ten behoeve van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen zorg voor de voorzieningen in de huisvesting op het grondgebied van de gemeente overeenkomstig het bepaalde in deze afdeling. Hij behandelt daarbij de door de gemeente in stand gehouden scholen en de niet door de gemeente in stand gehouden scholen op gelijke voet. -**2.** Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder een niet door de gemeente in stand gehouden school mede begrepen een op het grondgebied van de gemeente gelegen nevenvestiging van een instelling, genoemd in artikel X van de Wet van 31 mei 1995 (Stb. 319), waarvan de hoofdvestiging op het grondgebied van een andere gemeente is gelegen. +**2.** Voor de toepassing van deze afdeling worden onder een niet door de gemeente in stand gehouden school mede begrepen een op het grondgebied van de gemeente gelegen nevenvestiging als bedoeld in artikel 76a en artikel 76b en een op het grondgebied van de gemeente gelegen nevenvestiging van een instelling, genoemd in artikel X van de Wet van 31 mei 1995 (Stb. 319), waarvan de hoofdvestiging op het grondgebied van een andere gemeente is gelegen. ### Artikel 90 @@ -1985,7 +2170,19 @@ De omvang van de formatie kan verschillen al naar gelang het scholen voor specia **5.** De instellingen ontvangen in aanvulling op de formatie, bedoeld in het eerste lid, onder a 2°, jaarlijks een bij ministeriële regeling vast te stellen aantal formatierekeneenheden in verband met de visuele handicap van de leerlingen van de instelling en de vervulling van de taken, bedoeld in artikel 9, onder b en c. Het aldus vastgestelde aantal formatierekeneenheden en de formatie, bedoeld in het eerste lid, onder a 2°, zijn te zamen redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de instelling, voor de taken, bedoeld in artikel 9, en voor de overige werkzaamheden die verband houden met het onderwijs aan de instelling. -**6.** Het toekennen van meer formatie als bedoeld in het derde en vierde lid kan geen betrekking hebben op onderwijs in allochtone levende talen. +**6.** De scholen van de onderwijssoorten in de clusters, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder b, c en d, ontvangen in aanvulling op de formatie, bedoeld in het eerste, het tweede, het derde en het vierde lid, formatie in verband met het onderwijs aan leerlingen van wie de toelating is gericht op een verblijf op de school van korter dan een schooljaar en formatie ten behoeve van leerlingen als bedoeld in artikel 28c, derde lid. + +**7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden de grondslagen van de berekening van de omvang van de formatie, bedoeld in het zesde lid, voor de onderwijssoorten in de clusters, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder b of c, per onderwijssoort en voor de onderwijssoorten in het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, per cluster, vastgesteld. + +**8.** Voor scholen, niet zijnde instellingen, waaraan onderwijs wordt gegeven aan leerlingen die zijn opgenomen in residentiële instellingen wordt tevens een formatie vastgesteld die is gebaseerd op het aantal leerlingen uit de residentiële instelling, bedoeld in artikel 71c, tweede lid. + +**9.** Bij algemene maatregel van bestuur worden de grondslagen voor de berekening van de omvang van de formatie ten behoeve van de werkzaamheden en de onderwijssoorten, bedoeld in artikel 8a, derde lid onder a, vastgesteld. + +**10.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor de werkzaamheden en de onderwijssoorten, bedoeld in artikel 8a, derde lid onder b, de formatie vastgesteld. + +**11.** Een krachtens het zevende, negende en tiende lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens de kamer de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. De vorige 3 volzinnen zijn niet van toepassing, voor zover het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur voordien aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is voorgelegd en door of namens de kamer te kennen is gegeven dat van de procedure, bedoeld in de vorige 3 volzinnen, kan worden afgeweken. + +**12.** Het toekennen van meer formatie als bedoeld in het derde en vierde lid kan geen betrekking hebben op onderwijs in allochtone levende talen. ### Artikel 118 @@ -2524,7 +2721,7 @@ Bij het overleg kunnen door het gemeentebestuur andere instellingen worden betro ### Artikel 155 -Onze minister kan de uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de rekening van de gemeente, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet, het gemeentelijk verslag omtrent het financieel beheer, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet, het verslag van de accountant, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet, dan wel uit een afzonderlijke verantwoording, voorzien van een verklaring van een accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, niet blijkt dat de uitkering is besteed in overeen-stemming met de bepalingen van deze wet. +Onze minister kan de uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de jaarrekening, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet, het jaarverslag, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet, de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid, van de Gemeentewet, het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet, dan wel uit een afzonderlijke verantwoording, voorzien van een verklaring van een accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, niet blijkt dat de uitkering is besteed in overeen-stemming met de bepalingen van deze wet. ### Artikel 156 @@ -2615,7 +2812,7 @@ Bij het overleg kunnen door het gemeentebestuur rechtspersonen als bedoeld in he ### Artikel 160 -Onze minister kan de uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de rekening van de gemeente, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet, het gemeentelijk verslag omtrent het financieel beheer, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet, het verslag van de accountant, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet, dan wel uit een afzonderlijke verantwoording, voorzien van een verklaring van een accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, niet blijkt dat de uitkering is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze wet. Indien aan een andere gemeente middelen zijn overdragen is bij de documenten, bedoeld in de eerste volzin, een document gevoegd als bedoeld in die volzin van de gemeente die de middelen heeft ontvangen. +Onze minister kan de uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de jaarrekening, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet, het jaarverslag, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet, de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid, van de Gemeentewet, het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet, dan wel uit een afzonderlijke verantwoording, voorzien van een verklaring van een accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, niet blijkt dat de uitkering is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze wet. Indien aan een andere gemeente middelen zijn overdragen is bij de documenten, bedoeld in de eerste volzin, een document gevoegd als bedoeld in die volzin van de gemeente die de middelen heeft ontvangen. ### Artikel 161