diff --git a/wet/overgangswet-elektriciteitsproductiesector/BWBR0012088/README.md b/wet/overgangswet-elektriciteitsproductiesector/BWBR0012088/README.md index ba603638b20..4c72a148c80 100644 --- a/wet/overgangswet-elektriciteitsproductiesector/BWBR0012088/README.md +++ b/wet/overgangswet-elektriciteitsproductiesector/BWBR0012088/README.md @@ -65,27 +65,11 @@ Vervallen ### Artikel 7 -Onze Minister verstrekt jaarlijks tot 1 januari 2011 een tegemoetkoming: - -a. in de kosten die voortvloeien uit overeenkomsten met betrekking tot stadsverwarming die tussen productiebedrijven en leveranciers zijn gesloten voor het tijdstip van intrekking van de Elektriciteitswet 1989, voor zover de daarbij overeengekomen projecten in uitvoering zijn genomen voor dat tijdstip, en -b. in de kosten verbonden aan het vervreemden en overdragen van de aandelen van de n.v. Demkolec of van de experimentele kolenvergassingsinstallatie Demkolec. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 8 -**1.** - -Overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels verstrekt Onze Minister de in artikel 7 bedoelde tegemoetkoming aan: - -a. de rechtspersonen die de kosten, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, dragen, waarbij elke rechtspersoon ieder jaar dat bedrag ontvangt dat overeenkomt met zijn kosten voor dat jaar, welke kosten berekend worden met behulp van de methode van het brandstofprijsrisico die rekening houdt met de warmteproductie per project; -b. de rechtspersonen die de kosten, bedoeld in artikel 7, onderdeel b, dragen. - -**2.** Onze Minister verstrekt de tegemoetkoming niet aan de rechtspersonen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dan nadat hij heeft ingestemd met de aan hem verstrekte opgave van de kosten, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, die in dat jaar voor hun rekening zijn, waarbij de desbetreffende rechtspersoon tevens aangeeft hoe groot de totale hoeveelheid door hem geproduceerde warmte in TJ is. - -**3.** Onze Minister verstrekt de tegemoetkoming niet aan de rechtspersonen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dan nadat de desbetreffende rechtspersonen de aandelen van de n.v. Demkolec of de experimentele kolenvergassingsinstallatie Demkolec hebben vervreemd en overgedragen en hij heeft ingestemd met de aan hem verstrekte opgave van de kosten die de desbetreffende rechtspersonen dragen vanwege het vervreemden en overdragen van de aandelen of de installatie. - -**4.** Bij de in het eerste lid bedoelde ministeriële regeling wordt in ieder geval bepaald dat geen tegemoetkoming wordt gegeven in de kosten waarvoor een bijdrage wordt gegeven door middel van een subsidie of een fiscale maatregel. - -**5.** De in artikel 7, aanhef, genoemde periode kan, onder voorbehoud van goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 88 van het EG-Verdrag, bij ministeriële regeling worden verlengd met een periode waarbij rekening wordt gehouden met de resterende looptijd van de in artikel 7, onderdeel a, bedoelde overeenkomsten. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 9 @@ -117,7 +101,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden **2.** Artikel 5:17, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 78, tweede en derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek om inzage van gegevens en bescheiden als bedoeld in het eerste lid. -**3.** Onze Minister kan de rechtspersonen, bedoeld in artikel 8, derde lid, verzoeken bij de opgave, bedoeld in artikel 8, vierde of vijfde lid, een verklaring te voegen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek omtrent de getrouwheid van die opgave. +**3.** Onze Minister kan de rechtspersonen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, verzoeken bij de opgave, bedoeld in artikel 8, tweede en derde lid, een verklaring te voegen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek omtrent de getrouwheid van die opgave. ### Artikel 13 @@ -130,7 +114,7 @@ Een aanvraag om transportcapaciteit op grond van het eerste lid heeft betrekking a. voor een periode van ten hoogste drie maanden en b. voor ten hoogste de hoeveelheid uren die in de periode van 1 augustus 1999 tot en met 1 augustus 2000 in de overeenkomende periode van drie maanden door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet werden toegewezen voor de nakoming van de desbetreffende overeenkomst. -**3.** De aangewezen vennootschap is aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor iedere MW capaciteit die op grond van het eerste lid wordt toegewezen, een bedrag verschuldigd dat gelijk is aan het bedrag dat een afnemer verschuldigd is voor een MW capaciteit voor de uitvoering van een jaarcontract die aan hem wordt toegewezen door middel van het veilen van capaciteit dan wel het volgens een andere marktconforme methode toewijzen van capaciteit, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998. Indien geen capaciteit wordt toegewezen voor de uitvoering van een jaarcontract, is de aangewezen vennootschap een bedrag verschuldigd dat gelijk is aan het bedrag dat een afnemer verschuldigd is voor de uitvoering van een contract dat het meest vergelijkbaar is met de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten. Het bedrag dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet op grond van dit lid verkrijgt, wordt door hem benut bij het doen van een voorstel voor de tarieven die hij ten hoogste mag berekenen voor een aansluiting op het landelijk hoogspanningsnet, het transport van elektriciteit over dat net of het verrichten van de systeemdiensten, dan wel wordt door hem overeenkomstig de regels, bedoeld in artikel 8, aan Onze Minister afgedragen ten behoeve van de tegemoetkoming in de kosten, bedoeld in artikel 7. +**3.** De aangewezen vennootschap is aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor iedere MW capaciteit die op grond van het eerste lid wordt toegewezen, een bedrag verschuldigd dat gelijk is aan het bedrag dat een afnemer verschuldigd is voor een MW capaciteit voor de uitvoering van een jaarcontract die aan hem wordt toegewezen door middel van het veilen van capaciteit dan wel het volgens een andere marktconforme methode toewijzen van capaciteit, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998. Indien geen capaciteit wordt toegewezen voor de uitvoering van een jaarcontract, is de aangewezen vennootschap een bedrag verschuldigd dat gelijk is aan het bedrag dat een afnemer verschuldigd is voor de uitvoering van een contract dat het meest vergelijkbaar is met de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten. Het bedrag dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet op grond van dit lid verkrijgt, wordt door hem benut bij het doen van een voorstel voor de tarieven die hij ten hoogste mag berekenen voor een aansluiting op het landelijk hoogspanningsnet, het transport van elektriciteit over dat net of het verrichten van de systeemdiensten, dan wel wordt door hem aangewend ter bekostiging van de taken, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998. **4.** Indien de aangewezen vennootschap de overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, overdraagt aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aanvraag doet om toewijzing van transportcapaciteit, wijst de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de in het eerste lid bedoelde hoeveelheid capaciteit toe aan die andere natuurlijke persoon of rechtspersoon. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. @@ -194,7 +178,7 @@ Deze wet wordt aangehaald als: Overgangswet elektriciteitsproductiesector. ### Artikel 25 -**1.** De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. +**1.** De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met dien verstande dat de artikelen 7 en 8 kunnen terugwerken tot en met een bij dat besluit te bepalen tijdstip **2.** De artikelen 9 en 14 treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij worden geplaatst en werken terug tot en met 1 augustus 2000.