From 7e73ff9be6429f931886b422e87221c6f60e58a5 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jul 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-07-01 | BWBR0004043 | Toeslagenwet --- wet/toeslagenwet/BWBR0004043/README.md | 107 ++++++++++--------------- 1 file changed, 42 insertions(+), 65 deletions(-) diff --git a/wet/toeslagenwet/BWBR0004043/README.md b/wet/toeslagenwet/BWBR0004043/README.md index cbfe9bbbb20..477836142e8 100644 --- a/wet/toeslagenwet/BWBR0004043/README.md +++ b/wet/toeslagenwet/BWBR0004043/README.md @@ -210,13 +210,13 @@ Op de toekenning en de beëindiging van een toeslag op een loondervingsuitkering a. redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan de bekendmaking van de beschikking geen behoefte bestaat en b. de toepasselijkheid van deze artikelen ook is uitgesloten voor de toekenning en de beëindiging van de loondervingsuitkering waarop de toeslag wordt of werd betaald. -**3.** Verzoekt de belanghebbende binnen een redelijke termijn echter om bekendmaking van de in het derde lid bedoelde beschikking, dan wordt deze zo spoedig mogelijk verstrekt. +**3.** De toeslag op een loondervingsuitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld indien de loondervingsuitkering waarop de toeslag wordt of werd betaald ook op die wijze wordt betaald en indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat. -**4.** Op de herziening van de toeslag als gevolg van een wijziging van het minimumloon of als gevolg van een indexering van het dagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. +**4.** Een toeslag als bedoeld in het derde lid wordt beëindigd zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat. Indien de belanghebbende binnen een redelijke termijn om een beschikking verzoekt, wordt deze zo spoedig mogelijk alsnog verstrekt. -**5.** Op de toekenning van de vakantie-uitkering zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. +**5.** Een herziening van de toeslag als gevolg van een wijziging van het minimumloon of als gevolg van een indexering van het dagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. -**6.** Het recht op toeslag kan niet worden vastgesteld over perioden gelegen voor één jaar voorafgaande aan de dag waarop de aanvraag om toeslag werd ingediend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van het bepaalde in de vorige volzin. +**6.** De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. ### Artikel 11a @@ -240,97 +240,70 @@ Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke verte ### Artikel 14 -**1.** Indien degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting, hem op grond van artikel 13 of artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen opgelegd, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 12, niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de toeslag tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk. +**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen weigert de toeslag tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van een verplichting als bedoeld in artikel 13 of artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, dan wel ter zake van het niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Centrale organisatie werk en inkomen daarvoor vastgestelde termijn nakomen door genoemde personen van een verplichting als bedoeld in artikel 12, of in de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. **2.** Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. -**3.** Indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 12, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van toeslag, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzien van het opleggen van een maatregel en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven. +**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet tijdig nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 12, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen indien dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van toeslag, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijk vertegenwoordiger een zodanige waarschuwing is gegeven. -**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van het opleggen van een maatregel af te zien. +**4.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. -**5.** Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een boete als bedoeld in artikel 14a wordt opgelegd. +**5.** Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 14a wordt opgelegd. **6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid. ### Artikel 14a -**1.** Indien degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger de verplichting bedoeld in artikel 12 niet of niet behoorlijk is nagekomen, legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een boete op van ten hoogste € 2 269. +**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 2 269 ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van een verplichting als bedoeld in artikel 12 of in artikel 28, tweede lid, of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. -**2.** De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. +**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 12 indien dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van toeslag, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijk vertegenwoordiger, een zodanige waarschuwing is gegeven. -**3.** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 12, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van toeslag, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzien van het opleggen van een boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, een zodanige waarschuwing is gegeven. +**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. -**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van het opleggen van een boete af te zien. +**4.** Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn. -**5.** Degene aan wie boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn. - -**6.** Voorzover de boete nog niet is geïnd, vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij is opgelegd. - -**7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en het tweede lid. +**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete. ### Artikel 14b -**1.** Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen jegens degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd, is de toeslaggerechtigde, dan wel de betrokken persoon niet langer verplicht terzake van die gedraging enige verklaring af te leggen, voor zover het betreft de boeteoplegging. De toeslaggerechtigde, dan wel de betrokken persoon wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. - -**2.** Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voornemens is om aan de toeslaggerechtigde, dan wel de betrokken persoon een boete op te leggen, wordt hiervan kennis gegeven aan de toeslaggerechtigde, dan wel de betrokken persoon onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid. - -**3.** Op verzoek van de toeslaggerechtigde, dan wel de betrokken persoon die de in het vorige lid bedoelde kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die kennisgeving vermelde gronden aan de toeslaggerechtigde, dan wel de betrokken persoon worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. - -**4.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de toeslaggerechtigde, dan wel de betrokken persoon in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd. - -**5.** Indien de toeslaggerechtigde, dan wel de betrokken persoon zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er op verzoek van de toeslaggerechtigde, dan wel de betrokken persoon die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die hem kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. +Vervallen ### Artikel 14c -**1.** Het besluit waarbij de boete wordt opgelegd vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moet worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit bij gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig artikel 14g zal worden tenuitvoergelegd. - -**2.** Op verzoek van degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, die het in het eerste lid bedoelde besluit wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er zoveel mogelijk zorg voor dat de in dat besluit vermelde informatie aan de toeslaggerechtigde, dan wel de betrokken persoon, wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. - -**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij de bestuurlijke boete is opgelegd. ### Artikel 14d -**1.** Een boete wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het openbaar ministerie. - -**2.** De oplegging van een boete blijft definitief achterwege indien ter zake van de gedraging tegen degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht. - -**3.** Het openbaar ministerie doet van een omstandigheid als bedoeld in het eerste en het tweede lid mededeling aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. +Vervallen ### Artikel 14e -**1.** Een boete wordt opgelegd binnen een jaar nadat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger overeenkomstig het bepaalde in artikel 14*b*, vierde lid, in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Indien terzake aangifte is gedaan of proces-verbaal is opgemaakt en ingezonden vangt de termijn van een jaar aan op de dag na die waarop het openbaar ministerie aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft medegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld. - -**2.** Een boete wordt in elk geval niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de desbetreffende gedraging heeft plaatsgevonden. +Vervallen ### Artikel 14f -In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de boete is vastgesteld ook ten nadele van de toeslaggerechtigde wijzigen. +In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de toeslaggerechtigde wijzigen. ### Artikel 14g -**1.** Het besluit waarbij een boete is opgelegd levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het zesde lid. +**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verrekent de bestuurlijke boete met een toeslag op grond van deze wet, een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of de Wet arbeid en zorg, die degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd ontvangt. -**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd toeslag ontvangt op grond van deze wet of een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of de Wet arbeid en zorg, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die toeslag of uitkering. +**2.** De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet werk en inkomen kunstenaars. -**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet werk en inkomen kunstenaars, betaalt de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk de betrokken gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de belanghebbende, op haar verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. +**3.** De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan degene aan wie de boete is opgelegd. -**4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen uitkering of toeslag als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering of toeslag toepassing van het tweede of derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd. +**4.** -**5.** De tenuitvoerlegging van een besluit waarbij een boete is opgelegd vindt plaats met toepassing van het tweede of derde lid, dan wel van het vierde lid, dan wel van het tweede of derde lid in combinatie met het vierde lid. +Zolang degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger zijn verplichting, bedoeld in artikel 14a, vierde lid, niet of niet behoorlijk nakomt: -**6.** Bij gebreke van tijdige betaling wordt de verschuldigde boete verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten. - -**7.** Op het executoriaal beslag ingevolge dit artikel door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op loon, sociale uitkeringen of andere periodieke betalingen, welke derden verschuldigd zijn of worden aan degene aan wie een boete is opgelegd, zijn de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. De in artikel 479g aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. - -**8.** De tenuitvoerlegging van een besluit met toepassing van dit artikel geschiedt zodanig dat degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger blijft beschikken over een inkomen gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. - -**9.** Het achtste lid geldt niet, zolang degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger zijn verplichting bedoeld in artikel 14a, vijfde lid, niet of niet behoorlijk nakomt. +a. is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in afwijking van artikel 4:93, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn; +b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel. ### Paragraaf 5. De betaling van de toeslag ### Artikel 15 -**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt de toeslag, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand nadat het recht op die toeslag is vastgesteld. +**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt de toeslag waarop op grond van deze wet recht bestaat. **2.** De bepalingen die gelden voor de loondervingsuitkering ter zake van het verschuldigd zijn van premie, van de heffing en invordering van premie, zoals deze zijn opgenomen in de Wet financiering sociale verzekeringen en ter zake van het verschuldigd zijn van inkomensafhankelijke bijdrage, van de heffing en invordering van inkomensafhankelijke bijdrage, zoals deze zijn opgenomen in de Zorgverzekeringswet, zijn op de toeslag die op de loondervingsuitkering wordt verleend, van overeenkomstige toepassing. @@ -340,6 +313,14 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i **5.** +Onverminderd het eerste tot en met vierde lid vindt betaling plaats: + +a. binnen zes weken na indiening van de aanvraag indien artikel 11, derde lid, van toepassing is; +b. bij de eerstvolgende betaling van de toeslag nadat wijziging van het minimumloon heeft plaatsgevonden of tegelijk met de eerstvolgende gewijzigde loondervingsuitkering indien artikel 11, vijfde lid, van toepassing is; +c. tegelijk met de betaling van de vakantie-uitkering op de loondervingsuitkering indien artikel 11, zesde lid, van toepassing is. + +**6.** + Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van de toeslag op of schorst de betaling, indien het op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat: a. het recht op toeslag niet of niet meer bestaat; @@ -371,9 +352,7 @@ Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot samenloop van toeslagen. ### Artikel 17 -**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd een voorschot te betalen op een nog niet vastgestelde toeslag. - -**2.** Voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, wordt een voorschot als bedoeld in het eerste lid beschouwd als een toeslag ingevolge deze wet. +Voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, wordt een voorschot op een nog niet vastgestelde toeslag beschouwd als een toeslag op grond van deze wet. ### Artikel 18 @@ -411,15 +390,13 @@ b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen **4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. -**5.** Het besluit tot terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd, de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat het besluit bij gebreke van tijdige betaling zal worden tenuitvoergelegd op de wijze als omschreven in artikel 20a. +**5.** Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn. -**6.** Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn. - -**7.** In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. +**6.** In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. ### Artikel 20a -**1.** Het besluit tot terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. +**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de onverschuldigd betaalde toeslag, bedoeld in artikel 20, eerste lid, invorderen bij dwangbevel. **2.** Artikel 14g is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt. @@ -427,7 +404,7 @@ b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen **1.** Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot artikel 20, tweede en derde lid, nadere regels worden gesteld. -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 20, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, en 20a. +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij is vastgesteld dat onverschuldigd is betaald. ### Artikel 21 @@ -506,7 +483,7 @@ Vervallen ### Artikel 26 -In de middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Toeslagenfonds wordt voorzien door het Rijk, alsmede door de met toepassing van artikel 14a verkregen boeten. +In de middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Toeslagenfonds wordt voorzien door het Rijk, alsmede door de met toepassing van artikel 14a verkregen bestuurlijke boeten. ### Artikel 27 @@ -590,7 +567,7 @@ In afwijking van artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen ### Artikel 40 -Overtreding van bepalingen van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. +Een gedraging die in strijd is met een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. ### Artikel 41 @@ -606,7 +583,7 @@ De in artikel 40 bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen. ### Artikel 43a -Het recht tot strafvordering vervalt indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger ter zake van hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd. +Vervallen ## Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen