From 7e78db44eeb4c34690d4fdf7c7991af2250595d3 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2015 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2015-01-01 | BWBR0009386 | Arbeidstijdenbesluit vervoer --- .../BWBR0009386/README.md | 102 ++++++++++++------ 1 file changed, 67 insertions(+), 35 deletions(-) diff --git a/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md b/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md index d47f3c06406..d629c7ca802 100644 --- a/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md +++ b/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md @@ -28,7 +28,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder wet: de Arbeidstijdenwet. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: -a. *Onze Ministers:* Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; +a. *Onze Ministers:* Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. *verordening (EG) nr. 561/2006:* verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PbEU L 102); c. *verordening (EEG) nr. 3821/85:* verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende de invoering van een controle-apparaat bij het wegvervoer (PbEG L 370); @@ -103,7 +103,7 @@ c. een taxi, niet zijnde een ambulance. **5.** De werknemer bewaart de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting die tijdens zijn werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.3:1 zijn geregistreerd tot het tijdstip van deugdelijke overdracht aan de werkgever. -**6.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen regels worden gesteld over de wijze van bewaren van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens en bescheiden, en het overbrengen van de in het controleapparaat en op de bestuurderskaart geregistreerde gegevens naar de vestiging van de werkgever of de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet. +**6.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld over de wijze van bewaren van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens en bescheiden, en het overbrengen van de in het controleapparaat en op de bestuurderskaart geregistreerde gegevens naar de vestiging van de werkgever of de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet. #### Paragraaf . Boordcomputer @@ -111,7 +111,7 @@ c. een taxi, niet zijnde een ambulance. **1.** Bij taxivervoer wordt door de werkgever, de bestuurder en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet ten behoeve van een deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden, een boordcomputer, als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van het Besluit personenvervoer 2000 gebruikt, overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens voornoemd besluit. -**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden nadere regels gesteld over de registratieverplichtingen die op de vervoerder en de bestuurder rusten indien de boordcomputer buiten gebruik is en de gegevens die in dat geval aanwezig zijn in de taxi. +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gesteld over de registratieverplichtingen die op de vervoerder en de bestuurder rusten indien de boordcomputer buiten gebruik is en de gegevens die in dat geval aanwezig zijn in de taxi. #### Paragraaf . Dienstrooster @@ -121,7 +121,7 @@ c. een taxi, niet zijnde een ambulance. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.4:1 en 2.4:13 en het verbod van artikel 2.4:4 wordt nageleefd. -**3.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inhoud, de invulling, de bekendmaking en de bewaring van het dienstrooster. +**3.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inhoud, de invulling, de bekendmaking en de bewaring van het dienstrooster. #### Paragraaf . Controlemiddelen @@ -144,13 +144,13 @@ f. in het voertuig een voorziening aanwezig te hebben die voor misbruik als bedo ### Artikel 2.4:5 -Onze Minister van Verkeer en Waterstaat besluit ten aanzien van een aanvraag voor goedkeuring en weigering of intrekking van een model tachograafkaart overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 8 van verordening (EEG) nr. 3821/85. +Onze Minister van Infrastructuur en Milieu besluit ten aanzien van een aanvraag voor goedkeuring en weigering of intrekking van een model tachograafkaart overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 8 van verordening (EEG) nr. 3821/85. #### Paragraaf . Aanvraag, verlening, weigering, intrekking of schorsing tachograafkaart ### Artikel 2.4:6 -Onze Minister van Verkeer en Waterstaat besluit ten aanzien van de aanvraag, verlening, weigering, intrekking of schorsing van een tachograafkaart. +Onze Minister van Infrastructuur en Milieu besluit ten aanzien van de aanvraag, verlening, weigering, intrekking of schorsing van een tachograafkaart. #### Paragraaf . Geldigheidsduur tachograafkaart @@ -194,13 +194,13 @@ De werkgever en de persoon bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet gebrui **2.** Een binnen de geldigheidsduur verloren, gestolen, defect geraakte of beschadigde bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart wordt vervangen door een vervangende kaart voor de resterende termijn van geldigheid. -**3.** De houder meldt verlies of diefstal van zijn bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. +**3.** De houder meldt verlies of diefstal van zijn bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. #### Paragraaf . Uitvoeringsregels ### Artikel 2.4:12 -Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen regels worden gesteld over: +Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld over: a. de gronden voor goedkeuring, weigering, intrekking of schorsing van een model tachograafkaart; b. het voor goedkeuring van een model tachograafkaart benodigde certificaat; @@ -214,7 +214,7 @@ g. de wijze van verwerking van de op een tachograafkaart of in een controleappar ### Artikel 2.4:13 -**1.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen nadere regels worden gesteld, welke voor de uitvoering van verordening (EEG) nr. 3821/85 noodzakelijk zijn. +**1.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen nadere regels worden gesteld, welke voor de uitvoering van verordening (EEG) nr. 3821/85 noodzakelijk zijn. **2.** Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met de artikelen 1, 3, eerste lid, en 13 tot en met 16 van verordening (EEG) nr. 3821/85. @@ -230,9 +230,9 @@ g. de wijze van verwerking van de op een tachograafkaart of in een controleappar **1.** Onze Ministers worden aangewezen als bevoegde instantie, bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, derde volzin, en 19, derde lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85. -**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat wordt aangewezen als bevoegde instantie, bedoeld in de artikelen 7, 8, 14, derde en vierde lid, 15, eerste lid, en 16, derde lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85, ten aanzien van tachograafkaarten. +**2.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt aangewezen als bevoegde instantie, bedoeld in de artikelen 7, 8, 14, derde en vierde lid, 15, eerste lid, en 16, derde lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85, ten aanzien van tachograafkaarten. -**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat wordt aangewezen als instantie tot uitvoering van de artikelen 5, 6, 8, 11 en 12, eerste lid van verordening (EEG) nr. 3821/85, ten aanzien van tachograafkaarten. +**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt aangewezen als instantie tot uitvoering van de artikelen 5, 6, 8, 11 en 12, eerste lid van verordening (EEG) nr. 3821/85, ten aanzien van tachograafkaarten. **4.** De Dienst Wegverkeer wordt aangewezen als bevoegde instantie, bedoeld in de artikelen 7, 8, 9, tweede lid, en 12, eerste, tweede, derde en vijfde lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85 , met uitzondering van tachograafkaarten. @@ -252,7 +252,23 @@ Vervallen **1.** In plaats van de artikelen 5:3, tweede en derde lid, en 5:5, tweede en derde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast. -**2.** De bestuurder en de bijrijder handelen in overeenstemming met de artikelen 8 en 9 van verordening (EG) nr. 561/2006 dan wel, voor zover het AETR-verdrag van toepassing is, in overeenstemming met artikel 8 van het AETR-verdrag. +**2.** De bestuurder die vervoer anders dan taxivervoer verricht, en de bijrijder handelen in overeenstemming met de artikelen 8 en 9 van verordening (EG) nr. 561/2006 dan wel, voor zover het AETR-verdrag van toepassing is, in overeenstemming met artikel 8 van het AETR-verdrag. + +**3.** + +De werknemer die taxivervoer verricht, heeft: + +a. in elke aaneengesloten periode van 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 10 uren; en +b. in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren. + +**4.** Van het derde lid kan, met inachtneming van het vijfde lid, slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het derde lid, is nietig. + +**5.** + +De werkgever organiseert de werkzaamheden zodanig, dat de werknemer die taxivervoer verricht: + +a. in elke aaneengesloten periode van 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 10 uren heeft, welke rusttijd tweemaal in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren mag worden ingekort tot ten minste 8 uren; en +b. in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren een rusttijd van 72 uren heeft, welke mag worden gesplitst in perioden van ten minste 24 uren. #### Paragraaf . Arbeid op zondag @@ -264,7 +280,7 @@ Voor taxivervoer wordt voor de toepassing van artikel 5:6 van de wet de zondag a ### Artikel 2.5:3 -De bestuurder handelt in overeenstemming met artikel 6, eerste tot en met derde lid, van verordening (EG) nr. 561/2006 dan wel, voor zover het AETR-verdrag van toepassing is, in overeenstemming met artikel 6 van het AETR-verdrag. +De bestuurder die vervoer anders dan taxivervoer verricht, handelt in overeenstemming met artikel 6, eerste tot en met derde lid, van verordening (EG) nr. 561/2006 dan wel, voor zover het AETR-verdrag van toepassing is, in overeenstemming met artikel 6 van het AETR-verdrag. #### Paragraaf . Arbeid in nachtdienst @@ -274,11 +290,20 @@ De bestuurder handelt in overeenstemming met artikel 6, eerste tot en met derde **2.** -De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer: +De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer die vervoer anders dan taxivervoer verricht: a. ten hoogste 43 maal in elke periode van 16 achtereenvolgende weken arbeid in nachtdienst verricht, of b. ten hoogste 20 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 en 06.00 uur. +**3.** + +De werknemer die taxivervoer verricht, verricht: + +a. ten hoogste 52 maal in elke periode van 16 achtereenvolgende weken en 140 maal in elke periode van 52 achtereenvolgende weken arbeid in nachtdienst; of +b. ten hoogste 38 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid tussen 00.00 en 06.00 uur. + +**4.** Van het derde lid kan slechts bij collectieve regeling en nadat de werknemer daarmee heeft ingestemd, worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het derde lid, is nietig. + #### Paragraaf . Arbeid in nachtdienst ten aanzien van vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is ### Artikel 2.5:4a @@ -306,8 +331,7 @@ Dit artikel is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht in het kader van: a. vervoer van brood- en banketbakkerijproducten; b. vervoer van goederen van en naar distributiecentra, terminals of luchthavens; c. grensoverschrijdend vervoer van bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten, groente en fruit; -d. vervoer per taxi; -e. vervoer ten behoeve van het onderhoud en de aanleg van wegen en railverbindingen. +d. vervoer ten behoeve van het onderhoud en de aanleg van wegen en railverbindingen. **2.** In afwijking van artikel 2.5:4, tweede lid, kan dit artikel worden toegepast indien de aard van het vervoer met zich brengt dat dit vervoer hoofdzakelijk gedurende de nacht plaatsvindt en dit door het op een andere wijze organiseren van het vervoer redelijkerwijs niet is te voorkomen. @@ -344,11 +368,19 @@ c. ingeval de arbeidstijd meer dan negen uren bedraagt, een pauze van ten minste **2.** In plaats van artikel 5:7, tweede tot en met vierde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast. -**3.** De werknemer verricht in elke periode van 16 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid. +**3.** De werknemer die vervoer anders dan taxivervoer verricht, verricht in elke periode van 16 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid. -**4.** Van het derde lid kan met inachtneming van het vijfde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het eerste lid, is nietig. +**4.** -**5.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer in elke periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht. +De werknemer die taxivervoer verricht, verricht ten hoogste: + +a. 60 uren arbeid per week; +b. 12 uren arbeid per dienst; en +c. gemiddeld 48 uren arbeid per week in elke periode van 16 aaneengesloten weken. + +**5.** Van het derde en vierde lid kan met inachtneming van het zesde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het eerste lid, is nietig. + +**6.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer in elke periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht. #### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd ten aanzien van vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is @@ -366,7 +398,7 @@ c. ingeval de arbeidstijd meer dan negen uren bedraagt, een pauze van ten minste **6.** De persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, neemt een maximale wekelijkse arbeidstijd in acht overeenkomstig het vijfde lid. -#### Paragraaf . Arbeidstijd en maatwerk +#### Paragraaf . Beschikbaarheid ### Artikel 2.5:9 @@ -418,7 +450,7 @@ Vervallen ### Artikel 2.7:3 -Onze Minister van Verkeer en Waterstaat wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 19, tweede lid, en 22, tweede lid, van verordening (EG) nr. 561/2006. +Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 19, tweede lid, en 22, tweede lid, van verordening (EG) nr. 561/2006. #### Paragraaf . Bijrijder @@ -596,7 +628,7 @@ In § 4.5 wordt verstaan onder: a. *EG-verordening 3922/91:* verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (PbEG L 373); b. *vliegdienstperiode:* een vliegdienstperiode (FDP) als bedoeld in EG-verordening 3922/91, bijlage III, onderdeel 1.1095, onder 1.6; -c. *Onze Ministers:* Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. +c. *Onze Ministers:* Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. ### Paragraaf 4.2. Toepassingsgebied van de wet @@ -633,7 +665,7 @@ Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is dit hoofd **1.** Elk lid van het boordpersoneel op verkeersvluchten met helikopters met uitzondering van rondvluchten, houdt van zijn arbeids- en rusttijden een deugdelijke registratie bij of doet die bijhouden. -**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden nadere regels gesteld omtrent de wijze van registratie. +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gesteld omtrent de wijze van registratie. #### Paragraaf . Bewaartermijn @@ -721,9 +753,9 @@ In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het l **1.** De werkgever ontwerpt regels ten aanzien van de arbeids- en rusttijden voor elk lid van het boordpersoneel op rondvluchten. Deze regels zijn zodanig dat de veiligheid van de vlucht niet in gevaar wordt gebracht door vermoeidheid, optredende, hetzij tijdens een vlucht, hetzij tijdens een serie vluchten, hetzij tijdens een bepaalde periode. -**2.** Deze regels worden ter instemming aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en aan Onze Minister voorgelegd. +**2.** Deze regels worden ter instemming aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en aan Onze Minister voorgelegd. -**3.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met de regels waarvoor Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister instemming hebben gegeven. +**3.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met de regels waarvoor Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister instemming hebben gegeven. ### Paragraaf 4.8. Arbeids-, rust- en reservetijd cockpitpersoneel helikopters @@ -873,7 +905,7 @@ c. 900 uren per jaar. **1.** -Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van paragraaf 4.8 voor arbeid verricht door een lid van het boordpersoneel van helikopters, die gebruikt worden ten behoeve van het vervoeren van: +Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ontheffing verlenen van paragraaf 4.8 voor arbeid verricht door een lid van het boordpersoneel van helikopters, die gebruikt worden ten behoeve van het vervoeren van: a. traumateams voor spoedeisende medische hulpverlening, of b. passagiers of vracht van of naar helikopterplatforms op mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onder o, van de Mijnbouwwet, of op schepen, gebruikt in het kader van het opsporen of het winnen van delfstoffen of aardwarmte. @@ -884,7 +916,7 @@ b. passagiers of vracht van of naar helikopterplatforms op mijnbouwinstallaties ### Artikel 4.10:1 -**1.** De gezagvoerder van een luchtvaartuig, bij vluchten die niet vallen onder § 4.5, kan afwijken en kan een lid van het boordpersoneel opdragen af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van de personen aan boord en het luchtvaartuig. Van deze afwijking wordt aantekening gehouden en wordt melding gemaakt bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. +**1.** De gezagvoerder van een luchtvaartuig, bij vluchten die niet vallen onder § 4.5, kan afwijken en kan een lid van het boordpersoneel opdragen af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van de personen aan boord en het luchtvaartuig. Van deze afwijking wordt aantekening gehouden en wordt melding gemaakt bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. **2.** Zodra de situatie, bedoeld in het eerste lid, voorbij is, zorgt de werkgever ervoor dat de werknemer die arbeid heeft verricht in een rustperiode, voldoende rusttijd ter compensatie krijgt. @@ -1289,11 +1321,11 @@ De artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste tot en met derde lid, 6.4:3 voor z ### Artikel 6.7:2 -**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van artikel 6.5:2, eerste en tweede lid, en artikel 6.5:3, eerste lid, onderdelen a en b. +**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ontheffing verlenen van artikel 6.5:2, eerste en tweede lid, en artikel 6.5:3, eerste lid, onderdelen a en b. **2.** De scheepsbeheerder en de kapitein leven de aan de ontheffing verbonden voorschriften na. -**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan regels stellen omtrent de wijze waarop de aanvraag om een ontheffing moet worden ingediend en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt. +**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan regels stellen omtrent de wijze waarop de aanvraag om een ontheffing moet worden ingediend en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt. ## Hoofdstuk 6A. Zeevisserij @@ -1332,7 +1364,7 @@ Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald zijn dit hoof **1.** De schipper zorgt ervoor dat aan boord van een vissersvaartuig op een voor alle schepelingen toegankelijke plaats een werkrooster is opgehangen, waarin zijn arbeidspatroon en dat van de schepelingen alsmede de wettelijk voorgeschreven arbeids- en rusttijden worden vermeld. -**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan een model worden vastgesteld voor een werkrooster. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van het werkrooster. +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een model worden vastgesteld voor een werkrooster. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van het werkrooster. ### Paragraaf 6A.2. Arbeids- en rusttijden @@ -1413,11 +1445,11 @@ De schipper organiseert de wettelijk voorgeschreven oefeningen en appèls zodani ### Artikel 6A.3:2 -**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van artikel 6A.2:2, eerste en tweede lid, en van artikel 6A.2:4, eerste lid, onderdelen a en b. +**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ontheffing verlenen van artikel 6A.2:2, eerste en tweede lid, en van artikel 6A.2:4, eerste lid, onderdelen a en b. **2.** De scheepsbeheerder en de schipper leven de aan de ontheffing verbonden voorschriften na. -**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan vrijstelling verlenen van artikel 6A.2:3. +**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan vrijstelling verlenen van artikel 6A.2:3. ## Hoofdstuk 7. Registerloodsen @@ -1477,7 +1509,7 @@ De registerloods mag na 4 aaneengesloten uren loodsen op afstand vanaf de wal pa ### Artikel 8:1 -**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, eerste tot en met vijfde lid, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:8 tot en met 2.4:10, 2.4:11, derde lid, 2.4:13, tweede tot en met vijfde lid, 2.5:1, tweede lid, 2.5:3, 2.5:4, tweede lid, 2.5:4a, vijfde en zesde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, eerste tot en met vierde lid, 2.5:7, vijfde lid, 2.5:8, vijfde en zesde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:1, zesde lid, 2.4:2, tweede lid, 2.4:3, derde lid, 2.4:12, onderdelen e, f en g, of 2.4:13, eerste lid, levert een overtreding op. +**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, eerste tot en met vijfde lid, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:8 tot en met 2.4:10, 2.4:11, derde lid, 2.4:13, tweede tot en met vijfde lid, 2.5:1, tweede en vijfde lid, 2.5:3, 2.5:4, tweede lid, 2.5:4a, vijfde en zesde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, eerste tot en met vierde lid, 2.5:7, zesde lid, 2.5:8, vijfde en zesde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:1, zesde lid, 2.4:2, tweede lid, 2.4:3, derde lid, 2.4:12, onderdelen e, f en g, of 2.4:13, eerste lid, levert een overtreding op. **2.** Behoudens de artikelen 2.4:4 en 2.4:13, tweede tot en met vijfde lid, wordt, indien de bestuurder werknemer is, ingeval van het niet naleven van een tot de bestuurder gerichte bepaling de werkgever aangemerkt als degene die die bepaling niet heeft nageleefd. @@ -1489,7 +1521,7 @@ De registerloods mag na 4 aaneengesloten uren loodsen op afstand vanaf de wal pa ### Artikel 8:2 -Het niet naleven van de artikelen 3.2:1, 3.3:1, tweede, derde en zevende lid, 3.3:2, tweede, vierde en vijfde lid, 3.3:3, tweede lid, onder a en b, en vierde lid, en 3.3:4, eerste lid, levert een beboetbaar feit op. +Het niet naleven van de artikelen 3.2:1, 3.3:1, tweede, derde en zevende lid, 3.3:2, tweede, vierde en vijfde lid, 3.3:3, tweede lid, onder a en b, en vierde lid, en 3.3:4, eerste lid, levert een overtreding op. ### Paragraaf . Overtredingen luchtvaart @@ -1501,7 +1533,7 @@ Het niet naleven van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.4:1, 4.4:2, 4. ### Artikel 8:3A -Het niet naleven van de artikelen 5.5:2, 5.5:3, eerste lid, 5.5:4, eerste lid, 5.5:5, 5.5:6, vierde lid en 5.5:7 levert een beboetbaar feit op. +Het niet naleven van de artikelen 5.5:2, 5.5:3, eerste lid, 5.5:4, eerste lid, 5.5:5, 5.5:6, vierde lid en 5.5:7 levert een overtreding op. ### Paragraaf . Overtredingen zeevaart, havensleepdienst en zeevisserij