2024-07-01 | BWBR0020368 | Wet op het financieel toezicht
This commit is contained in:
parent
7fbe1ab2b6
commit
7ea53c6bd8
1 changed files with 15 additions and 3 deletions
|
|
@ -2746,6 +2746,14 @@ e. de geheimhouding van de vertrouwelijke gegevens of inlichtingen in voldoende
|
|||
|
||||
**5.** Indien de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het vierde lid, persoonsgegevens omvatten, kunnen deze uitsluitend in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen en onder daarin te stellen voorwaarden worden ingezien ten kantore van de toezichthouder. Bijzondere categorieën persoonsgegevens, persoonsgegevens van strafrechtelijke aard en gegevens omtrent een nationaal identificatienummer kunnen niet worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 1:93ga
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouder verstrekt, indien hij deelneemt aan een samenwerkingsverband als bedoeld in de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, in afwijking van artikel 1:89, eerste lid, aan het samenwerkingsverband gegevens behorend tot de in hoofdstuk 2 van die wet of bij algemene maatregel van bestuur op grond van die wet aangewezen categorieën, voor zover dat noodzakelijk is voor het doel van dat samenwerkingsverband, tenzij naar het oordeel van de toezichthouder zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 1:93, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld aan de verstrekkingen op grond van dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 1:93h
|
||||
|
||||
**1.** De Nederlandsche Bank kan, in afwijking van artikel 1:89, eerste lid, vertrouwelijke gegevens of inlichtingen, met uitzondering van persoonsgegevens, verkregen bij de vervulling van de haar in deze wet opgedragen taak met betrekking tot de in artikel 3:267i opgenomen verplichtingen voor banken en andere betaaldienstverleners, verstrekken aan Onze Minister van Justitie en Veiligheid, voor zover de gegevens of inlichtingen naar het oordeel van de Nederlandsche Bank noodzakelijk zijn voor de vervulling van die taak en dienstig zijn voor de samenwerking op grond van artikel 1:49a.
|
||||
|
|
@ -7976,6 +7984,8 @@ f. onvolledige of onjuiste informatie is verstrekt door de aanvrager.
|
|||
|
||||
**3.** Met betrekking tot de betrouwbaarheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn het tweede en derde lid van artikel 3:99 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Indien op grond van artikel 3:102, tweede lid, een verklaring van geen bezwaar wordt aangevraagd voor alle groepsmaatschappijen, gelden de vereisten van het eerste lid, onderdelen b en c, behalve voor de aanvrager tevens voor alle groepsmaatschappijen die een gekwalificeerde deelneming in de financiële onderneming houden, verwerven of zodanig vergroten dat een bovengrens als bedoeld in artikel 3:102, eerste lid, wordt bereikt of overschreden, dan wel enige zeggenschap verbonden aan de gekwalificeerde deelneming uitoefenen in de financiële onderneming.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:101
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank verleent een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, of 3:97, eerste lid, tenzij:
|
||||
|
|
@ -8044,11 +8054,11 @@ d. voor «aanvrager» wordt gelezen: de groepsmaatschappij die de Nederlandsche
|
|||
|
||||
### Artikel 3:104
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd de artikelen 1:102, tweede lid, en 1:106a, kan de Nederlandsche Bank aan een door haar verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, 3:96, eerste lid, of 3:97, beperkingen stellen dan wel voorschriften verbinden met het oog op de belangen die artikel 3:100, onderscheidenlijk 3:101 beoogt te beschermen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een ontwerpbesluit als bedoeld in artikel 3:95, derde lid.
|
||||
**1.** Onverminderd de artikelen 1:102, tweede lid, en 1:106a, kan de Nederlandsche Bank aan een door haar verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, 3:96, eerste lid, of 3:97, dan wel een besluit tot instemming als bedoeld in artikel 3:103a, derde lid, beperkingen stellen dan wel voorschriften verbinden met het oog op de belangen die artikel 3:100, onderscheidenlijk 3:101 beoogt te beschermen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een ontwerpbesluit als bedoeld in artikel 3:95, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien enige zeggenschap, verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, is uitgeoefend zonder dat een verklaring van geen bezwaar is verkregen of dat de bij de verklaring van geen bezwaar gestelde beperkingen in acht zijn genomen, is een mede door de uitgeoefende zeggenschap tot stand gekomen besluit vernietigbaar. Het besluit kan worden vernietigd op vordering van de Nederlandsche Bank. Het besluit wordt in dat geval door de rechtbank binnen wier rechtsgebied de financiële onderneming haar zetel heeft, vernietigd indien het besluit zonder dat de desbetreffende zeggenschap zou zijn uitgeoefend anders zou hebben geluid of niet zou zijn genomen, tenzij voor het tijdstip van de uitspraak alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt verleend of de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. De rechtbank regelt voorzover nodig de gevolgen van de vernietiging.
|
||||
**2.** Indien enige zeggenschap, verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, is uitgeoefend zonder dat een verklaring van geen bezwaar is verkregen of dat de bij de verklaring van geen bezwaar gestelde beperkingen in acht zijn genomen, dan wel indien zonder de in artikel 3:103a, derde lid, bedoelde instemming is verkregen of de daaraan gestelde beperkingen in acht zijn genomen, is een mede door de uitgeoefende zeggenschap tot stand gekomen besluit vernietigbaar. Het besluit kan worden vernietigd op vordering van de Nederlandsche Bank. Het besluit wordt in dat geval door de rechtbank binnen wier rechtsgebied de financiële onderneming haar zetel heeft, vernietigd indien het besluit zonder dat de desbetreffende zeggenschap zou zijn uitgeoefend anders zou hebben geluid of niet zou zijn genomen, tenzij voor het tijdstip van de uitspraak alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt verleend of de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. De rechtbank regelt voorzover nodig de gevolgen van de vernietiging.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank kan degene die niet voldoet aan artikel 3:95, eerste lid, door middel van het geven van een aanwijzing verplichten om binnen een door de Nederlandsche Bank te stellen termijn ten aanzien van in de aanwijzingsbeschikking aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen.
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank kan degene die niet voldoet aan artikel 3:95, eerste lid, of artikel 3:103a, derde lid, door middel van het geven van een aanwijzing verplichten om binnen een door de Nederlandsche Bank te stellen termijn ten aanzien van in de aanwijzingsbeschikking aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:105
|
||||
|
||||
|
|
@ -8072,6 +8082,8 @@ c. indien de aanvrager de verwerving of vergroting niet binnen de termijn, bedoe
|
|||
|
||||
**7.** Indien een verklaring van geen bezwaar is verleend voor een gekwalificeerde deelneming in een bank, niet zijnde de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, stelt de Nederlandsche Bank in afwijking van het derde en vierde lid geen besluit als bedoeld in het derde en vierde lid, maar een ontwerpbesluit op van die strekking.
|
||||
|
||||
**8.** Het eerste lid, eerste volzin, en tweede tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een besluit tot instemming als bedoeld in artikel 3:103a, derde lid, met dien verstande dat voor «verklaring van geen bezwaar» steeds wordt gelezen «besluit tot instemming».
|
||||
|
||||
### Artikel 3:106
|
||||
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot houders van een verklaring van geen bezwaar waarvan ten minste een dochtermaatschappij een beleggingsonderneming is die een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 heeft, om te voorkomen dat de handeling waarvoor de verklaring van geen bezwaar is verleend, zou kunnen leiden of zou leiden tot een invloed op de beleggingsonderneming die in strijd is met de financiële soliditeit van die beleggingsonderneming.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue