2004-07-01 | BWBR0016605 | Besluit leveringszekerheid Gaswet
This commit is contained in:
parent
0d143f318b
commit
7eb9b72c38
1 changed files with 11 additions and 23 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit leveringszekerheid Gaswet
|
|||
bwb_id: BWBR0016605
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2006-02-14'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2004-07-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0016605
|
||||
citeertitel: Besluit leveringszekerheid Gaswet
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -19,12 +19,7 @@ b. kleinverbruiker: in artikel 43, eerste lid, van de wet bedoelde afnemer;
|
|||
c. leveringsvergunning: vergunning, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de wet;
|
||||
d. vergunninghouder: houder van een leveringsvergunning;
|
||||
e. gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur: gemiddelde luchttemperatuur te De Bilt (T) in een etmaal, gecorrigeerd voor de gemiddelde windsnelheid op hetzelfde station (V) in dezelfde periode uitgedrukt in meters per seconde, volgens de formule: Teff = T – (V/1,5);
|
||||
f. pieklevering: het deel van de feitelijke aflevering van gas in een uur aan kleinverbruikers dat de hoeveelheid te boven gaat zoals die maximaal in een uur aan deze kleinverbruikers zou worden geleverd op een dag met een gemiddelde effectieve etmaal temperatuur in De Bilt van – 9 °C (graden Celsius);
|
||||
g. beschikking: een beschikking tot intrekking van een leveringsvergunning.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Deze regeling berust op de artikelen 10a, derde lid, en 47, tweede lid, van de Gaswet.
|
||||
f. pieklevering: het deel van de feitelijke aflevering van gas in een uur aan kleinverbruikers dat de hoeveelheid te boven gaat zoals die maximaal in een uur aan deze kleinverbruikers zou worden geleverd op een dag met een gemiddelde effectieve etmaal temperatuur in De Bilt van – 9 °C (graden Celsius).
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -38,6 +33,8 @@ Deze regeling berust op de artikelen 10a, derde lid, en 47, tweede lid, van de G
|
|||
|
||||
**5.** De netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, verstrekt aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de informatie die nodig is om per vergunninghouder de benodigde omvang van de voorzieningen, bedoeld in het tweede lid, te bepalen.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, een openbare inkoopprocedure volgt, doet de in artikel 53 van de wet genoemde rechtspersoon een aanbod onder redelijke voorwaarden en tegen marktconforme tarieven.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De vergunninghouder doet, indien hij voorziet of behoort te voorzien dat hij niet langer in staat zal zijn om zijn plicht tot levering van gas aan zijn kleinverbruikers na te komen of indien hij surseance van betaling heeft aangevraagd dan wel te zijnen aanzien faillissement is aangevraagd, daarvan onverwijld mededeling aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en aan Onze Minister.
|
||||
|
|
@ -46,28 +43,19 @@ Deze regeling berust op de artikelen 10a, derde lid, en 47, tweede lid, van de G
|
|||
|
||||
**3.** De vergunninghouder dan wel, indien aan deze surseance van betaling is verleend onderscheidenlijk deze failliet is verklaard, de bewindvoerder en vergunninghouder tezamen, onderscheidenlijk de curator, plegen op verzoek van Onze Minister overleg met hem en met de netbeheerder van het landelijk gastransportnet met het oog op zijn leveringsplicht en de toepassing van dit artikel.
|
||||
|
||||
**4.** Een beschikking treedt ten hoogste twintig werkdagen na de dag, waarop die beschikking is genomen, in werking. De vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator geeft daarvan onverwijld bericht aan de kleinverbruikers aan wie hij gas levert.
|
||||
**4.** Een beschikking tot intrekking van een leveringsvergunning treedt ten hoogste tien werkdagen na de dag, waarop die beschikking is genomen, in werking. De vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator geeft daarvan onverwijld bericht aan de kleinverbruikers aan wie hij gas levert.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Tot en met tien werkdagen na het tijdstip waarop een beschikking is genomen, of indien dat korter is, tot het tijdstip waarop een beschikking in werking is getreden, is ingetrokken of tot het tijdstip waarop Onze Minister besluit het zesde lid toe te passen:
|
||||
Na het tijdstip, waarop een beschikking tot intrekking van een leveringsvergunning is genomen,
|
||||
|
||||
a. zijn de kleinverbruikers van de betrokken vergunninghouder niet bevoegd hun verbintenis op te schorten, en voert een netbeheerder geen leverancierswisseling op verzoek van die kleinverbruikers uit;
|
||||
b. draagt de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en vergunninghouder tezamen, onderscheidenlijk de curator het bestand aan kleinverbruikers die gedurende de in aanhef bedoelde periode een verbintenis met de vergunninghouder hebben en dat in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit vergunning levering gas aan kleinverbruikers omvat, zo spoedig mogelijk over aan één of meer andere vergunninghouders, die de levering van gas aan de betrokken kleinverbruikers voortzetten;
|
||||
c. staat de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is om te waarborgen dat gedurende de in de aanhef bedoelde periode de levering van gas kan worden voortgezet, op verzoek van de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en de vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator garant voor de betaling van de inkoop van gas ten behoeve van de levering van gas aan kleinverbruikers in die periode.
|
||||
a. zijn de kleinverbruikers van de betrokken vergunninghouder niet bevoegd hun verbintenis op te schorten of te beëindigen teneinde van leverancier te wisselen, tot de inwerkingtreding van de betreffende beschikking;
|
||||
b. draagt de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator het bestand aan kleinverbruikers zo spoedig mogelijk geheel of in gedeelten over aan één of meer andere vergunninghouders, die de levering van gas aan de betrokken kleinverbruikers voortzetten, onder behoud van het recht van de kleinverbruiker om in elk geval binnen drie maanden na het tijdstip waarop de intrekkingsbeschikking in werking treedt een andere leverancier te kiezen;
|
||||
c. neemt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is om te waarborgen dat gedurende de periode vanaf het tijdstip waarop de intrekkingsbeschikking is genomen tot aan het tijdstip waarop zij in werking treedt de levering van gas aan de kleinverbruikers kan worden voortgezet, op verzoek van de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator de betalingsverplichting over met betrekking tot toelevering van gas ten behoeve van kleinverbruikers in die periode.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
**6.** De netbeheerder van het landelijk gastransportnet draagt er zorg voor dat de levering van gas aan kleinverbruikers, die op het tijdstip waarop de intrekkingsbeschikking in werking treedt nog een overeenkomst met de betrokken vergunninghouder hebben, met ingang van dat tijdstip wordt voortgezet door een andere vergunninghouder. Daartoe coördineert hij de verdeling van die kleinverbruikers over de andere vergunninghouders en geeft daartoe aanwijzingen aan de netbeheerders. De aldus aangewezen vergunninghouder zet de levering van gas aan de aan hem toegewezen kleinverbruikers vanaf dat tijdstip voort onder zijn voorwaarden, onder behoud van het recht van de kleinverbruiker om, zo nodig in afwijking van die voorwaarden, binnen drie maanden na dat tijdstip een andere leverancier te kiezen. De verdeling geschiedt naar evenredigheid van het totale aantal kleinverbruikers dat de andere vergunninghouders reeds beleveren en het daarbij behorende gasvolume, tenzij Onze Minister tot een andere wijze van verdeling besluit. Netbeheerders verstrekken aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de gegevens, die deze nodig heeft voor de uitvoering van deze taak.
|
||||
|
||||
Indien op de elfde werkdag na het tijdstip waarop een beschikking is genomen deze beschikking niet inwerking is getreden of niet is ingetrokken, of indien dat korter is, het tijdstip waarop Onze Minister besluit dit lid toe te passen:
|
||||
|
||||
a. draagt de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en vergunninghouder tezamen, onderscheidenlijk de curator op de in de aanhef bedoelde dag het bestand aan kleinverbruikers die nog een verbintenis met de vergunninghouder hebben en dat in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit vergunning levering gas aan kleinverbruikers omvat, over aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet;
|
||||
b. draagt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet er zorg voor dat de levering van gas aan kleinverbruikers, die gedurende de periode tussen de in aanhef bedoelde dag en het tijdstip van inwerkingtreding van de beschikking nog een overeenkomst met de betrokken vergunninghouder hebben, wordt voortgezet door een andere vergunninghouder waarbij hij de gegevens, bedoeld in onderdeel a, van de betreffende kleinverbruikers overdraagt aan de betrokken vergunninghouders en geeft hij daartoe aanwijzingen aan de netbeheerders. Daartoe coördineert hij de verdeling van die kleinverbruikers over de andere vergunninghouders en geeft daartoe aanwijzingen aan de netbeheerders. Netbeheerders verstrekken aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de gegevens, die deze nodig heeft voor uitvoering van deze taak. De verdeling geschiedt naar evenredigheid van het totale aantal kleinverbruikers dat de andere vergunninghouders reeds beleveren, tenzij Onze Minister tot een andere wijze van verdeling besluit;
|
||||
c. zet de aldus aangewezen vergunninghouder met een overeenkomst voor onbepaalde tijd en verder onder zijn voorwaarden de levering van gas aan de aan hem toegewezen kleinverbruikers vanaf de datum van toedeling voort;
|
||||
d. zijn de kleinverbruikers van de betrokken vergunninghouder tot de datum van toedeling aan de aangewezen leverancier niet bevoegd hun verbintenis op te schorten, en voert een netbeheerder geen leverancierswisseling op verzoek van die kleinverbruikers uit;
|
||||
e. staat de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is om te waarborgen dat gedurende de periode tussen de in de aanhef bedoelde dag en het tijdstip van inwerkingtreding van de beschikking de levering van gas kan worden voortgezet, op verzoek van de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en de vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator garant voor de betaling van de inkoop van gas ten behoeve van de levering van gas ten behoeve van kleinverbruikers die in deze periode nog een overeenkomst met de betrokken vergunninghouder hebben indien de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en de vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator bij het verzoek aantoont dat de bestaande kredietruimte onvoldoende is om te waarborgen dat gedurende deze periode de levering van gas kan worden voortgezet;
|
||||
f. staat de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is om te waarborgen dat gedurende de periode tussen de in de aanhef bedoelde dag en het tijdstip van inwerkingtreding van de beschikking en ten hoogste de daaropvolgende twee maanden de levering van gas kan worden voortgezet, op verzoek van een vergunninghouder aan wie op grond van onderdeel b kleinverbruikers zijn toegedeeld garant voor de betaling van de inkoop van gas ten behoeve van de levering van gas aan de toebedeelde kleinverbruikers in die periode indien de vergunninghouder bij het verzoek aantoont dat de bestaande kredietruimte onvoldoende is om te waarborgen dat gedurende deze periode en in de daaropvolgende twee maanden de levering van gas aan de toegedeelde kleinverbruikers kan worden voortgezet.
|
||||
|
||||
**7.** De netbeheerder van het landelijk gastransportnet brengt aan alle vergunninghouders, naar evenredigheid van het aantal kleinverbruikers dat zij beleveren, een deel van de te zijnen laste blijvende kosten, gemaakt ter uitvoering van zijn taak bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c en zesde lid, onderdelen e en f, in het geval dat de vergunninghouder de verplichtingen uit de garantstelling niet nakomt vanwege surseance van betaling of faillissement, in rekening. Elke vergunninghouder berekent het desbetreffende bedrag door aan de kleinverbruikers die hij gas levert, waarbij elke kleinverbruiker een gelijk bedrag in rekening wordt gebracht.
|
||||
**7.** De netbeheerder van het landelijk gastransportnet brengt aan alle vergunninghouders, naar evenredigheid van het aantal kleinverbruikers dat zij beleveren, een deel van de te zijnen laste blijvende kosten, gemaakt ter uitvoering van zijn taak bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, in rekening. Elke vergunninghouder berekent het desbetreffende bedrag door aan de kleinverbruikers die hij gas levert, waarbij elke kleinverbruiker een gelijk bedrag in rekening wordt gebracht.
|
||||
|
||||
**8.** Indien ondanks de toepassing van dit artikel de vergunninghouder gedurende de periode, bedoeld in onderdeel c van het vijfde lid, onvoldoende gas krijgt toegeleverd voor de levering aan de kleinverbruikers, stelt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet in die periode naar vermogen gas ter beschikking aan de vergunninghouder. Met betrekking tot de met deze verplichting verband houdende, te zijnen laste blijvende kosten is het zevende lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue