2012-01-01 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008
This commit is contained in:
parent
18324546de
commit
7ee98c4b29
1 changed files with 40 additions and 0 deletions
|
|
@ -235,6 +235,10 @@ In gerechtelijke procedures waarin de ontvanger als eiser optreedt, moet hij toe
|
|||
|
||||
Aan de advocaat aan wie de rechtsbijstand van de Belastingdienst in invorderingszaken is opgedragen, wordt de persoonlijke titel van rijksadvocaat verleend. In overleg met de rijksadvocaat kan aan één of meer van zijn kantoorgenoten de persoonlijke titel van plaatsvervangend rijksadvocaat worden verleend.
|
||||
|
||||
## 3a
|
||||
|
||||
Er zijn in deze leidraad op artikel 3a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
|
||||
|
||||
## 4. Bevoegdheid belastingdeurwaarder
|
||||
|
||||
In aansluiting op artikel 4 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte van die bevoegdheid.
|
||||
|
|
@ -1075,6 +1079,10 @@ De ontvanger vermeldt daarbij tevens onder verwijzing naar artikel 476 Rv, dat d
|
|||
|
||||
Als het aanslagbiljet, de aanmaning of het afschrift van het per post betekende dwangbevel aan een onjuist adres is verzonden en daarom de belastingschuldige niet heeft bereikt, is verzet mogelijk.
|
||||
|
||||
## 18
|
||||
|
||||
Er zijn in deze leidraad op artikel 18 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
|
||||
|
||||
## 19. Doen van een vordering
|
||||
|
||||
In aansluiting op artikel 19 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
|
||||
|
|
@ -3681,6 +3689,10 @@ In aansluiting op artikel 62 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over d
|
|||
|
||||
Artikel 62 van de wet strekt er niet toe de verklaring te toetsen die door de derde-beslagene tijdens de gerechtelijke verklaringsprocedure wordt afgelegd.
|
||||
|
||||
## 62a
|
||||
|
||||
Er zijn in deze leidraad op artikel 62a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
|
||||
|
||||
## 63. en
|
||||
|
||||
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 63 en 63a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
|
||||
|
|
@ -4642,6 +4654,10 @@ Een toeslagschuld kan worden verrekend met een aan dezelfde belanghebbende uit t
|
|||
|
||||
Het initiatief om tot verrekening over te gaan, zal in de regel liggen bij Belastingdienst/Toeslagen. De belanghebbende kan Belastingdienst/Toeslagen echter ook verzoeken om van de verrekeningsbevoegdheid gebruik te maken. In dat geval kan ook verrekening plaats vinden voordat de betalingstermijn is verstreken.
|
||||
|
||||
### 79.5a. Verrekening en beslagvrije voet
|
||||
|
||||
Als de belanghebbende door de verrekening van een voorschot op een tegemoetkoming of een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting een lager bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dan overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet, kan hij de Belastingdienst/Toeslagen verzoeken de verrekening ongedaan te maken voor zover hierdoor de beslagvrije voet is aangetast. Als de belanghebbende voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de beslagvrije voet is aangetast, zal de Belastingdienst/Toeslagen rekening houden met de beslagvrije voet bij de laatste verrekening die plaatsvond vóór de indiening van het verzoek en bij de daaropvolgende verrekeningen.
|
||||
|
||||
### 79.6. Verrekening en uitstel van betaling toeslagschuld
|
||||
|
||||
Zolang door Belastingdienst/Toeslagen uitstel is verleend voor de betaling van een toeslagschuld, vindt met betrekking tot deze toeslagschuld in beginsel geen verrekening plaats met termijnbedragen die worden uitbetaald:
|
||||
|
|
@ -4683,6 +4699,20 @@ Als de belanghebbende wel over betalingscapaciteit beschikt, maar deze is niet v
|
|||
|
||||
Na twaalf maanden zal Belastingdienst/Toeslagen de belanghebbende opnieuw een vragenformulier toesturen. Als na ontvangst van het formulier een inkomensverbetering wordt geconstateerd, dan wordt het lopende uitstel ingetrokken en een nieuwe uitstelregeling getroffen op basis van het hogere bedrag van de betalingscapaciteit, gedurende de resterende twaalf maanden. Als een inkomensvermindering wordt geconstateerd, dan wordt een nieuwe uitstelregeling getroffen op basis van het lagere bedrag voor de resterende periode van twaalf maanden.
|
||||
|
||||
### 79.8a. Toeslagschuld te wijten aan opzet of grove schuld
|
||||
|
||||
Voor toeslagschulden regelt artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Awir het uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen. De leden 1 tot en met 6 van dat artikel 7 zijn niet van toepassing als het ontstaan van de terugvordering te wijten is aan opzet of grove schuld (artikel 7, zesde lid, van de Uitvoeringsregeling Awir). In aanvulling op dat zesde lid geldt het volgende.
|
||||
|
||||
Voor een toeslagschuld die is te wijten aan opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner kan de Belastingdienst/Toeslagen een betalingsregeling van ten hoogste 24 maanden toestaan als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
– De belanghebbende verzoekt de Belastingdienst/Toeslagen om zo’n regeling.
|
||||
– De belanghebbende of dienst partner maakt aannemelijk dat zij niet meer beschikken over het ten onrechte geïnde voorschot, belichaamd in de toeslagschuld.
|
||||
– De regeling leidt tot betaling van de volledige schuld binnen 24 maanden.
|
||||
|
||||
Als het mogelijk is om een regeling van korter dan 24 maanden te treffen, moet die kortere regeling worden overeengekomen, afhankelijk van de betalingscapaciteit.
|
||||
|
||||
Een toeslagschuld die is te wijten aan opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner en waarvoor geen betalingsregeling overeengekomen kan worden, moet geheel worden ingevorderd. Als belanghebbende of diens partner aannemelijk maakt dat zij niet meer beschikken over het ten onrechte ontvangen voorschot, belichaamd in de toeslagschuld, houdt de Belastingdienst/Toeslagen, op verzoek, bij de verrekening van een voorschot met die toeslagschuld, er rekening mee dat belanghebbende een bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dat overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet.
|
||||
|
||||
### 79.9. Geen verdere invorderingsmaatregelen voor toeslagschuld treffen
|
||||
|
||||
Als de belanghebbende een betalingsregeling is toegestaan, als bedoeld in artikel 79.8 van deze leidraad, die rekening houdt met een betalingscapaciteit die ontoereikend is om het teruggevorderde bedrag binnen 24 maanden te voldoen, zal Belastingdienst/Toeslagen na afloop van die regeling de belanghebbende meedelen geen invorderingsmaatregelen te zullen nemen voor de nog openstaande schuld.
|
||||
|
|
@ -4691,6 +4721,16 @@ Als aan de hand van de gegevens op het door de belanghebbende ingevulde vragenfo
|
|||
|
||||
In beide situaties wordt aan de mededeling de voorwaarde verbonden dat gedurende 3 jaar te rekenen vanaf de datum van de mededeling, eventuele toeslagen en teruggaven inkomstenbelasting – voor zover die niet in maandelijkse termijnen worden uitbetaald – zullen worden verrekend met de buiten de invordering gelaten schuld. De Belastingdienst/Toeslagen ziet niet af van het nemen van invorderingsmaatregelen als de terugvordering is te wijten aan opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner.
|
||||
|
||||
### 79.9a. Uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van artikel 8 van de Uitvoeringsregeling Awir geldt het volgende. De Belastingdienst/Toeslagen merkt een gemotiveerd bezwaarschrift of herzieningsverzoek aan als een verzoek om uitstel van betaling. In beginsel wordt het aldus gevraagde uitstel verleend tenzij:
|
||||
|
||||
– de belanghebbende ter zake van de betreffende tegemoetkoming of het voorschot daarop bewust onjuiste gegevens heeft verstrekt;
|
||||
– de terugvordering anderszins aan opzet of grove schuld van de belanghebbende is te wijten; of
|
||||
– de terugvordering gepaard gaat met het opleggen van een boete.
|
||||
|
||||
In het geval van beroep, hoger beroep en cassatie geldt een met het voorgaande overeenkomend beleid met dien verstande dat de belanghebbende uitdrukkelijk om uitstel van betaling dient te vragen.
|
||||
|
||||
### 79.10. Aansprakelijkheid partner voor toeslagschuld
|
||||
|
||||
De partner van de belanghebbende – als bedoeld in artikel 3 Awir – is op grond van artikel 33 van de Awir aansprakelijk voor de schuld die voortvloeit uit een toeslagschuld die de belanghebbende onbetaald laat. In overeenstemming met de Awir zal de partner alleen aansprakelijk worden gesteld voor zover die ook feitelijk partner van de belanghebbende was gedurende de periode waarop de toeslagschuld betrekking heeft.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue