2016-04-01 | BWBR0020540 | Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
This commit is contained in:
parent
dd467664f6
commit
7f667819ef
1 changed files with 139 additions and 178 deletions
|
|
@ -18,14 +18,14 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. administratieve kosten: kosten die zijn gemaakt in het kader van het administreren van een beleggingsobject;
|
||||
b. andere voordelen: andere posten dan opbrengsten die aan de definitie van baten voldoen;
|
||||
c. bankspaarhypotheek: product als bedoeld in de Wet van 20 december 2007, houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale facilitering banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing eigenwoningschuld, dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een spaarrekening;
|
||||
c. bankspaarhypotheek: product als bedoeld in de Wet van 20 december 2007, houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale facilitering banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing eigenwoningschuld, dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een spaarrekening;
|
||||
d. baten: vermeerderingen van het economisch potentieel gedurende de verslagperiode in de vorm van instroom van nieuwe of verhoging van bestaande activa, dan wel vermindering van vreemd vermogen, een en ander uitmondend in een toename van het eigen vermogen;
|
||||
e. beheerskosten: kosten die zijn gemaakt om een beleggingsobject in stand te houden of te onderhouden;
|
||||
f. beleggingsobjectkosten: geprognosticeerde of eventuele reeds gemaakte administratieve kosten, beheers-, productie- en verkoopkosten, alsmede de geprognosticeerde of reeds voldane rentelasten;
|
||||
g. het besluit: het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft;
|
||||
h. contractuele looptijd: duur van de overeenkomst inzake een complex product;
|
||||
i. direct ingaande lijfrente: product waarbij in geval van een spaarvariant per direct levenslang een vaste periodieke uitkering wordt ontvangen en in geval van een beleggingsvariant een uitkering wordt ontvangen waarvan de hoogte en/of de duur afhankelijk is van de opbrengst van de beleggingen;
|
||||
j. direct ingaande uitkering: product als bedoeld in de Wet van 20 december 2007, houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale facilitering banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing eigenwoningschuld, waarbij in geval van een spaarvariant per direct gedurende een bepaald aantal jaren een vaste periodieke uitkering wordt ontvangen en in geval van een beleggingsvariant een uitkering wordt ontvangen waarvan de hoogte en/of de duur afhankelijk van de opbrengst van de beleggingen;
|
||||
j. direct ingaande uitkering: product als bedoeld in de Wet van 20 december 2007, houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale facilitering banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing eigenwoningschuld, waarbij in geval van een spaarvariant per direct gedurende een bepaald aantal jaren een vaste periodieke uitkering wordt ontvangen en in geval van een beleggingsvariant een uitkering wordt ontvangen waarvan de hoogte en/of de duur afhankelijk van de opbrengst van de beleggingen;
|
||||
k. garantie: garantie op het product die wordt afgegeven door een instelling die onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat, waarbij ingeval van een schuldproduct de aflossing van de schuld van de consument volledig of gedeeltelijk is gegarandeerd en in geval van een opbouwproduct een bepaalde opbrengst is gegarandeerd;
|
||||
l. guise: gemiddelde uitkering in de slechtste 10 procent van de gevallen, berekend op de in bijlage 4 aangegeven wijze;
|
||||
m. hybride hypotheek, ook wel spaarbeleggingshypotheek: schuldproduct, waarbij de consument de mogelijkheid heeft om de premie of inleg naar eigen inzicht te gebruiken voor sparen of voor beleggen;
|
||||
|
|
@ -33,32 +33,31 @@ n. ingelegde gelden: totaal van gelden belegd door consumenten voor het verkrijg
|
|||
o. kapitaaltoereikendheidstoezicht: wettelijk bedrijfseconomisch toezicht uit hoofde van:
|
||||
|
||||
1°. de richtlijn kapitaaltoereikendheid;,
|
||||
2°. richtlijn nr. 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (PbEG L 345/1);
|
||||
3°. richtlijn nr. 2002/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 maart 2002 tot wijziging van Richtlijn 73/239/EEG van de Raad op het gebied van de solvabiliteitsmargevereisten voor schadeverzekeringsondernemingen (PbEG L 228);
|
||||
4°. richtlijn nr. 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de richtlijnen nr. 73/239/EEG, nr. 79/267/EEG, nr. 92/49/EEG, nr. 92/96/EEG, nr. 93/6/EEG en nr. 93/22/EEG van de Raad en van de richtlijnen nr. 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad;
|
||||
5°. richtlijn nr. 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de richtlijnen nr. 85/611/EEG en nr. 93/6/EEG van de Raad en van richtlijn nr. 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van richtlijn nr. 93/22/EEG van de Raad (PbEU L 145); of
|
||||
2°. richtlijn nr. 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (PbEG L 345/1);
|
||||
3°. richtlijn nr. 2002/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 maart 2002 tot wijziging van Richtlijn 73/239/EEG van de Raad op het gebied van de solvabiliteitsmargevereisten voor schadeverzekeringsondernemingen (PbEG L 228);
|
||||
4°. richtlijn nr. 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de richtlijnen nr. 73/239/EEG, nr. 79/267/EEG, nr. 92/49/EEG, nr. 92/96/EEG, nr. 93/6/EEG en nr. 93/22/EEG van de Raad en van de richtlijnen nr. 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad;
|
||||
5°. richtlijn nr. 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de richtlijnen nr. 85/611/EEG en nr. 93/6/EEG van de Raad en van richtlijn nr. 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van richtlijn nr. 93/22/EEG van de Raad (PbEU L 145); of
|
||||
6°. ander met het onder 1° tot en met 5° bedoeld vergelijkbaar adequaat bedrijfseconomisch toezicht;
|
||||
p. kostenratio: weergave van het niveau van de kosten van een beleggingsinstelling gerelateerd aan haar gemiddelde intrinsieke waarde in enig boekjaar;
|
||||
q. netto-rendementspercentage: percentage dat bij de bepaalde looptijd, gegeven de omvang en frequentie van de inleg leidt tot de uitkering van een complex product;
|
||||
r. omloopfactor: indicator van de omloopsnelheid van de portefeuille van een beleggingsinstelling in enig boekjaar;
|
||||
s. onderliggende waarden: financiële instrumenten waarin de consument direct of indirect met het complexe product belegt of doet beleggen;
|
||||
t. opbouwproduct: complex product, dat wordt aangewend om kapitaal te doen groeien, niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsinstelling;
|
||||
u. opbrengsten: baten die ontstaan bij uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming;
|
||||
v. opbrengstscenario: voorspelling van de uitkering aan de consument op basis van een bepaald rendement;
|
||||
w. overwaardeconstructie: schuldproduct waarbij een deel van het krediet wordt aangewend ter belegging, niet zijnde aflossing van het krediet of een combinatie van een schuldproduct en een onttrekkingsdepot dat dient ter financiering van inkomensaanvulling;
|
||||
x. productiekosten: kosten die zijn gemaakt in het kader van het verhogen van het economisch potentieel of de waarde van een beleggingsobject;
|
||||
y. rentedervingskosten: dat deel van de kosten dat de aanbieder van het complexe product in rekening brengt bij of ten laste laat komen van de consument in geval van vervroegde beëindiging en dat verband houdt met gederfde rente-inkomsten;
|
||||
z. restschuld: overblijvende financiële verplichting van de consument jegens de aanbieder van een complex product uit hoofde van een opbouwproduct;
|
||||
aa. schuldproduct: complex product, bestaande uit een combinatie van krediet, met uitzondering van krediet dat wordt aangewend voor het verschaffen van het genot van een complex product dat overwegend tot doel heeft kapitaal te doen groeien, en een bestanddeel, dat wordt aangewend om te voorzien in de gehele of gedeeltelijke aflossing van het krediet;
|
||||
ab. spaarbeleggingsproduct: opbouwproduct dat bestaat uit een combinatie van een spaar- en een beleggingsrekening;
|
||||
ac. spaarhypotheek: complex product dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een levensverzekering met een garantiekapitaal dat in hoogte overeenkomt met de omvang van het krediet;
|
||||
ad. uitkering: uitbetaling door de aanbieder van een complex product aan de consument van de waarde van het complexe product onder aftrek van kosten bij beëindiging door de consument aangevuld met voor zover van toepassing de onttrekkingen gedaan door de consument vóór beëindiging;
|
||||
ae. verkoopkosten: kosten die direct kunnen worden gerelateerd aan de verkoop van het beleggingsobject aan de consument;
|
||||
af. vermeldingsverplichting: de verplichting een vermelding, als bedoeld in artikelen 1:12, vierde lid; 2:59, derde lid; 2:74, tweede lid; 2:79, derde lid; 2:85, derde lid; 4:7, tweede lid; 5:5, tweede lid en 5:20, vijfde lid, van de wet, op te nemen in de toepasselijke vermeldingsuitingen;
|
||||
ag. vermeldingsuitingen: de in de artikelen 1:12, vierde lid; 2:59, derde lid; 2:74, tweede lid; 2:79, derde lid; 2:85, derde lid; 4:7, tweede lid; 5:5, tweede lid en 5:20, vijfde lid, van de wet, bedoelde aanbiedingen, documenten, reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie;
|
||||
ah. voorbeeldwaarde: waarde van de opbrengst bij verkoop van een recht van deelneming in de beleggingsinstelling, waarbij verkoopkosten al zijn afgetrokken;
|
||||
ai. waarde: som van alle door de consument onderscheidenlijk deelnemer verrichte betalingen voor een complex product aan de aanbieder plus een bepaald jaarlijks rendement over het deel van die betalingen dat wordt aangewend ten einde rendement te genereren ten behoeve van de consument onderscheidenlijk deelnemer;
|
||||
aj. de wet: de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
p. netto-rendementspercentage: percentage dat bij de bepaalde looptijd, gegeven de omvang en frequentie van de inleg leidt tot de uitkering van een complex product;
|
||||
q. omloopfactor: indicator van de omloopsnelheid van de portefeuille van een beleggingsinstelling of icbe in enig boekjaar;
|
||||
r. onderliggende waarden: financiële instrumenten waarin de consument direct of indirect met het complexe product belegt of doet beleggen;
|
||||
s. opbouwproduct: complex product, dat wordt aangewend om kapitaal te doen groeien, niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe;
|
||||
t. opbrengsten: baten die ontstaan bij uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming;
|
||||
u. opbrengstscenario: voorspelling van de uitkering aan de consument op basis van een bepaald rendement;
|
||||
v. overwaardeconstructie: schuldproduct waarbij een deel van het krediet wordt aangewend ter belegging, niet zijnde aflossing van het krediet of een combinatie van een schuldproduct en een onttrekkingsdepot dat dient ter financiering van inkomensaanvulling;
|
||||
w. productiekosten: kosten die zijn gemaakt in het kader van het verhogen van het economisch potentieel of de waarde van een beleggingsobject;
|
||||
x. rentedervingskosten: dat deel van de kosten dat de aanbieder van het complexe product in rekening brengt bij of ten laste laat komen van de consument in geval van vervroegde beëindiging en dat verband houdt met gederfde rente-inkomsten;
|
||||
y. restschuld: overblijvende financiële verplichting van de consument jegens de aanbieder van een complex product uit hoofde van een opbouwproduct;
|
||||
z. schuldproduct: complex product, bestaande uit een combinatie van krediet, met uitzondering van krediet dat wordt aangewend voor het verschaffen van het genot van een complex product dat overwegend tot doel heeft kapitaal te doen groeien, en een bestanddeel, dat wordt aangewend om te voorzien in de gehele of gedeeltelijke aflossing van het krediet;
|
||||
aa. spaarbeleggingsproduct: opbouwproduct dat bestaat uit een combinatie van een spaar- en een beleggingsrekening;
|
||||
ab. spaarhypotheek: complex product dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een levensverzekering met een garantiekapitaal dat in hoogte overeenkomt met de omvang van het krediet;
|
||||
ac. uitkering: uitbetaling door de aanbieder van een complex product aan de consument van de waarde van het complexe product onder aftrek van kosten bij beëindiging door de consument aangevuld met voor zover van toepassing de onttrekkingen gedaan door de consument vóór beëindiging;
|
||||
ad. verkoopkosten: kosten die direct kunnen worden gerelateerd aan de verkoop van het beleggingsobject aan de consument;
|
||||
ae. vermeldingsverplichting: de verplichting een vermelding, als bedoeld in artikelen 2:59, derde lid; 2:66a; 2:74, tweede lid; 2:79, derde lid; 2:85, derde lid; 4:7, tweede lid; 5:5, tweede lid en 5:20, vijfde lid, van de wet, op te nemen in de toepasselijke vermeldingsuitingen;
|
||||
af. vermeldingsuitingen: de in de artikelen 2:59, derde lid; 2:66a; 2:74, tweede lid; 2:79, derde lid; 2:85, derde lid; 4:7, tweede lid; 5:5, tweede lid en 5:20, vijfde lid, van de wet, bedoelde aanbiedingen, documenten, reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie;
|
||||
ag. voorbeeldwaarde: waarde van de opbrengst bij verkoop van een recht van deelneming in de beleggingsinstelling of icbe, waarbij verkoopkosten al zijn afgetrokken;
|
||||
ah. waarde: som van alle door de consument onderscheidenlijk deelnemer verrichte betalingen voor een complex product aan de aanbieder plus een bepaald jaarlijks rendement over het deel van die betalingen dat wordt aangewend ten einde rendement te genereren ten behoeve van de consument onderscheidenlijk deelnemer;
|
||||
ai. de wet: de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Precontractuele Informatie
|
||||
|
||||
|
|
@ -68,7 +67,7 @@ aj. de wet: de Wet op het financieel toezicht.
|
|||
|
||||
**1.** Indien een vermeldingsuiting op schrift is gesteld, op internet is geplaatst, of op televisie wordt getoond of ten gehore wordt gebracht, wordt de in het tweede lid gespecificeerde afbeelding, onverminderd de overige leden van dit artikel, goed leesbaar opgenomen bij de vermeldingsuiting. Indien een vermeldingsuiting ten gehore wordt gebracht via internet of radio wordt het in het tweede lid gespecificeerde geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een vermeldingsverplichting bij of krachtens artikel 1:12, 2:59, 2:74, 2:79, 2:85 of 4:7 van de wet is gesteld, wordt één van de in de in bijlage 1.1 weergegeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.1 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. Indien een vermeldingsverplichting bij of krachtens artikel 5:5 of 5:20 van de wet is gesteld, wordt één van de in de in bijlage 1.2 weergegeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.2 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. Indien in de vermeldingsuiting zowel bij of krachtens artikel 2:74 van de wet als bij of krachtens artikel 5:5 of 5:20 van de wet een in die artikelen genoemde vermelding moet worden opgenomen, wordt één van de in de in bijlage 1.3 weergeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.3 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. De verschillende afbeeldingen en geluidsfragmenten zijn te downloaden vanaf www.afm.nl/vrijstellingsvermelding en www.afm.nl/exemption-notification.
|
||||
**2.** Indien een vermeldingsverplichting bij of krachtens artikel 2:59, 2:66a, 2:74, 2:79, 2:85 of 4:7 van de wet is gesteld, wordt één van de in de in bijlage 1.1 weergegeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.1 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. Indien een vermeldingsverplichting bij of krachtens artikel 5:5 of 5:20 van de wet is gesteld, wordt één van de in de in bijlage 1.2 weergegeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.2 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. Indien in de vermeldingsuiting zowel bij of krachtens artikel 2:74 van de wet als bij of krachtens artikel 5:5 of 5:20 van de wet een in die artikelen genoemde vermelding moet worden opgenomen, wordt één van de in de in bijlage 1.3 weergeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.3 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. De verschillende afbeeldingen en geluidsfragmenten zijn te downloaden vanaf www.afm.nl/vrijstellingsvermelding en www.afm.nl/exemption-notification.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een vermeldingsuiting in de Nederlandse taal wordt weergegeven of ten gehore wordt gebracht, is de in het eerste lid bedoelde afbeelding respectievelijk het in dat lid bedoelde geluidsfragment Nederlandstalig. Indien een vermeldingsuiting in een andere taal dan de Nederlandse taal wordt weergegeven of ten gehore wordt gebracht, is de in het eerste lid bedoelde afbeelding respectievelijk het in dat lid bedoelde geluidsfragment Engelstalig.
|
||||
|
||||
|
|
@ -89,13 +88,13 @@ d. Gedurende een vermeldingsuiting die op televisie wordt getoond of ten gehore
|
|||
|
||||
### Artikel 2:2
|
||||
|
||||
**1.** In een reclame-uiting als bedoeld in artikel 53, achtste lid, van het besluit, die op schrift is gesteldwordt gecentreerd onderaan de in het vijfde lid bedoelde waarschuwing getoond in zijn oorspronkelijke verhouding, waarbij de breedte van de waarschuwing gelijk is aan de breedte van de reclame-uiting en de hoogte van de waarschuwing minimaal 10% van de hoogte van reclame-uiting inclusief waarschuwing bedraagt. Indien een reclame-uiting meerdere pagina’s beslaat, dient onderaan op de eerste pagina van die reclame-uiting de in het vijfde lid bedoelde waarschuwing getoond te worden.
|
||||
**1.** In een reclame-uiting als bedoeld in artikel 53, zevende lid, van het besluit, die op schrift is gesteldwordt gecentreerd onderaan de in het vijfde lid bedoelde waarschuwing getoond in zijn oorspronkelijke verhouding, waarbij de breedte van de waarschuwing gelijk is aan de breedte van de reclame-uiting en de hoogte van de waarschuwing minimaal 10% van de hoogte van reclame-uiting inclusief waarschuwing bedraagt. Indien een reclame-uiting meerdere pagina’s beslaat, dient onderaan op de eerste pagina van die reclame-uiting de in het vijfde lid bedoelde waarschuwing getoond te worden.
|
||||
|
||||
**2.** In een reclame-uiting als bedoeld in artikel 53, achtste lid, van het besluit, die op internet is geplaatst, wordt gecentreerd bovenaan de in het vijfde lid bedoelde waarschuwing getoond in zijn oorspronkelijke verhouding, waarbij de breedte van de waarschuwing gelijk is aan de breedte van de reclame-uiting en de hoogte van de waarschuwing minimaal 10% van de hoogte van reclame-uiting inclusief waarschuwing bedraagt.
|
||||
**2.** In een reclame-uiting als bedoeld in artikel 53, zevende lid, van het besluit, die op internet is geplaatst, wordt gecentreerd bovenaan de in het vijfde lid bedoelde waarschuwing getoond in zijn oorspronkelijke verhouding, waarbij de breedte van de waarschuwing gelijk is aan de breedte van de reclame-uiting en de hoogte van de waarschuwing minimaal 10% van de hoogte van reclame-uiting inclusief waarschuwing bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.** Direct aansluitend aan een reclame-uiting als bedoeld in artikel 53, achtste lid, van het besluit, die via radio of internet ten gehore wordt gebracht, wordt een waarschuwingszin opgenomen door het afspelen van een geluidsbestand, te downloaden vanaf www.afm.nl/kredietwaarschuwing. Het geluidsbestand wordt op oorspronkelijke snelheid afgespeeld en met eenzelfde volume als de reclame-uiting.
|
||||
**3.** Direct aansluitend aan een reclame-uiting als bedoeld in artikel 53, zevende lid, van het besluit, die via radio of internet ten gehore wordt gebracht, wordt een waarschuwingszin opgenomen door het afspelen van een geluidsbestand, te downloaden vanaf www.afm.nl/kredietwaarschuwing. Het geluidsbestand wordt op oorspronkelijke snelheid afgespeeld en met eenzelfde volume als de reclame-uiting.
|
||||
|
||||
**4.** Gedurende een reclame-uiting als bedoeld in artikel 53, achtste lid, van het besluit, die via televisie wordt getoond of ten gehore wordt gebracht, wordt gecentreerd onderaan in het beeld dat op het televisiescherm wordt getoond een waarschuwing getoond. Deze waarschuwing is de vanaf www.afm.nl/kredietwaarschuwing te downloaden afbeelding. Deze afbeelding wordt in zijn oorspronkelijke verhouding afgebeeld, waarbij de breedte van de afbeelding gelijk is aan de breedte van het beeld dat op het televisiescherm wordt getoond.
|
||||
**4.** Gedurende een reclame-uiting als bedoeld in artikel 53, zevende lid, van het besluit, die via televisie wordt getoond of ten gehore wordt gebracht, wordt gecentreerd onderaan in het beeld dat op het televisiescherm wordt getoond een waarschuwing getoond. Deze waarschuwing is de vanaf www.afm.nl/kredietwaarschuwing te downloaden afbeelding. Deze afbeelding wordt in zijn oorspronkelijke verhouding afgebeeld, waarbij de breedte van de afbeelding gelijk is aan de breedte van het beeld dat op het televisiescherm wordt getoond.
|
||||
|
||||
**5.** De in het eerste en tweede lid genoemde waarschuwing is de vanaf www.afm.nl/kredietwaarschuwing te downloaden afbeelding. De hoogte van de te downloaden afbeelding, zoals geplaatst in de reclame-uiting overeenkomstig het eerste dan wel het tweede lid, beslaat minimaal 10% van de hoogte van de reclame-uiting inclusief waarschuwing. De afbeelding mag vergroot en verkleind worden, met als uiterste minimumwaarde een lettergrootte van 7 punten voor de letters welke gebruikt zijn in de afbeelding.
|
||||
|
||||
|
|
@ -103,13 +102,13 @@ d. Gedurende een vermeldingsuiting die op televisie wordt getoond of ten gehore
|
|||
|
||||
### Artikel 2:3
|
||||
|
||||
**1.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s van een complex product in een schriftelijke reclame-uiting, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van het besluit, wordt weergegeven rechtsboven in de reclame-uiting door middel van de risico-indicator te downloaden van www.afm.nl/reclameteksten. De waarde van de risico-indicator is daarbij voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling gelijk aan de waarde van de risico-indicator zoals berekend ten behoeve van de actuele essentiële beleggersinformatie, bedoeld in artikel 65, tweede lid, van het besluit. Voor een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, wordt de risico-indicator berekend op grond van artikel 3:6. In afwijking van artikel 3:5, derde lid, geldt voor een opbouwproduct geen tussentijdse looptijd.
|
||||
**1.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s van een complex product in een schriftelijke reclame-uiting, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van het besluit, wordt weergegeven rechtsboven in de reclame-uiting door middel van de risico-indicator te downloaden van www.afm.nl/reclameteksten. De waarde van de risico-indicator is daarbij voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe gelijk aan de waarde van de risico-indicator zoals berekend ten behoeve van de actuele essentiële beleggersinformatie, bedoeld in artikel 115bb, eerste lid, van het besluit voorzover het een beleggingsinstelling betreft en artikel 65, tweede lid, van het besluit voorzover het een icbe betreft. Voor een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe, wordt de risico-indicator berekend op grond van artikel 3:6. In afwijking van artikel 3:5, derde lid, geldt voor een opbouwproduct geen tussentijdse looptijd.
|
||||
|
||||
**2.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s van een complex product in een reclame-uiting, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van het besluit, via internet wordt weergegeven in de onmiddellijke nabijheid van de informatie over de opbrengsten van het complexe product in de reclame-uiting door middel van de risico-indicator te downloaden van www.afm.nl/reclameteksten. De waarde van de risico-indicator is daarbij voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling gelijk aan de waarde van de risico-indicator zoals berekend ten behoeve van de actuele essentiële beleggersinformatie, bedoeld in artikel 65, tweede lid, van het besluit. Voor een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, wordt de risico-indicator berekend op grond van artikel 3:6. In afwijking van artikel 3:5, derde lid, geldt voor een opbouwproduct geen tussentijdse looptijd.
|
||||
**2.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s van een complex product in een reclame-uiting, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van het besluit, via internet wordt weergegeven door middel van de risico-indicator te downloaden van www.afm.nl/reclameteksten. Indien de reclame-uiting informatie bevat over opbrengsten van het complexe product wordt de risico-indicator in de onmiddellijke nabijheid van de informatie over de opbrengsten geplaatst. De waarde van de risico-indicator is daarbij voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe gelijk aan de waarde van de risico-indicator zoals berekend ten behoeve van de actuele essentiële beleggersinformatie, bedoeld in artikel 115bb, eerste lid, van het besluit voorzover het een beleggingsinstelling betreft en artikel 65, tweede lid, van het besluit voorzover het een icbe betreft. Voor een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe, wordt de risico-indicator berekend op grond van artikel 3:6. In afwijking van artikel 3:5, derde lid, geldt voor een opbouwproduct geen tussentijdse looptijd.
|
||||
|
||||
**3.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s van een complex product in een reclame-uiting als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van het besluit, via televisie wordt weergegeven gedurende de reclame-uiting onderaan in beeld door middel van de risico-indicator te downloaden van www.afm.nl/reclameteksten. De waarde van de risico-indicator is daarbij voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling gelijk aan de waarde van de risico-indicator zoals berekend ten behoeve van de actuele essentiële beleggersinformatie, bedoeld in artikel 65, tweede lid, van het besluit. Voor een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, wordt de risico-indicator berekend op grond van artikel 3:6. In afwijking van artikel 3:5, derde lid, geldt voor een opbouwproduct geen tussentijdse looptijd.
|
||||
**3.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s van een complex product in een reclame-uiting als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van het besluit, via televisie wordt weergegeven gedurende de reclame-uiting onderaan in beeld door middel van de risico-indicator te downloaden van www.afm.nl/reclameteksten. De waarde van de risico-indicator is daarbij voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe gelijk aan de waarde van de risico-indicator zoals berekend ten behoeve van de actuele essentiële beleggersinformatie, bedoeld in artikel 115bb, eerste lid, van het besluit voorzover het een beleggingsinstelling betreft en artikel 65, tweede lid, van het besluit voorzover het een icbe betreft. Voor een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe, wordt de risico-indicator berekend op grond van artikel 3:6. In afwijking van artikel 3:5, derde lid, geldt voor een opbouwproduct geen tussentijdse looptijd.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 3:6, tweede lid en derde lid, worden de risico’s: ‘klein’ en ‘groot’ niet benoemd maar wel weergegeven in de risico-indicator van een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling als bedoeld in het eerste tot en met derde lid.
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 3:6, tweede lid en derde lid, worden de risico’s: ‘klein’ en ‘groot’ niet benoemd maar wel weergegeven in de risico-indicator van een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe als bedoeld in het eerste tot en met derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s van een complex product in een reclame-uiting, bedoeld in artikel 52, derde lid, van het besluit, via radio wordt weergegeven aan het einde van de reclame-uiting door overneming van het geluidsbestand, te downloaden van www.afm.nl/reclameteksten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -117,11 +116,11 @@ d. Gedurende een vermeldingsuiting die op televisie wordt getoond of ten gehore
|
|||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
De risico-indicator voor een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 1, met dien verstande dat de risico-indicator, bedoeld in het tweede lid, de consument door middel van een hyperlink verwijst naar www.afm.nl/risicometer. De risico-indicator voor een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling als bedoeld in het derde lid wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 2.
|
||||
De risico-indicator voor een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 1, met dien verstande dat de risico-indicator, bedoeld in het tweede lid, de consument door middel van een hyperlink verwijst naar www.afm.nl/risicometer. De risico-indicator voor een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe als bedoeld in het derde lid wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 2.
|
||||
|
||||
De risico-indicator voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 3, met dien verstande dat de risico-indicator, bedoeld in het tweede lid, de consument door middel van een hyperlink verwijst naar www.afm.nl/ebi.
|
||||
De risico-indicator voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 3, met dien verstande dat de risico-indicator, bedoeld in het tweede lid, de consument door middel van een hyperlink verwijst naar www.afm.nl/ebi.
|
||||
|
||||
De risico-indicator voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling als bedoeld in het derde lid wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 4.
|
||||
De risico-indicator voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe als bedoeld in het derde lid wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 4.
|
||||
|
||||
**8.** De informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt weergegeven, voor uitingen met een oppervlakte kleiner of gelijk aan A4, in een minimale diameter van 4 centimeter, in de kleur zwart of rood.
|
||||
|
||||
|
|
@ -135,13 +134,13 @@ De risico-indicator voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling als
|
|||
|
||||
### Artikel 2:4
|
||||
|
||||
**1.** Informatie over een historisch rendement, bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid van het besluit, niet zijnde van een beleggingsinstelling, wordt berekend conform het opbrengstscenario bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, onder a en mag worden aangevuld met de vermelding van de daadwerkelijk gerealiseerde rendementen over de gebruikte historie.
|
||||
**1.** Informatie over een historisch rendement, bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid van het besluit, niet zijnde van een beleggingsinstelling of icbe, wordt berekend conform het opbrengstscenario bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, onder a en mag worden aangevuld met de vermelding van de daadwerkelijk gerealiseerde rendementen over de gebruikte historie.
|
||||
|
||||
**2.** Informatie over een toekomstig rendement, bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid van het besluit, niet zijnde van een beleggingsinstelling, wordt berekend conform één of meer opbrengstscenario’s zoals beschreven in artikel 3:9, eerste lid, onder a, b, en c. Een rendement op basis van een eigen berekening kan worden toegevoegd, dit rendement mag echter het historisch opbrengstscenario van artikel 3:9, eerste lid, onder a, niet overschrijden.
|
||||
**2.** Informatie over een toekomstig rendement, bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid van het besluit, niet zijnde van een beleggingsinstelling of icbe, wordt berekend conform één of meer opbrengstscenario’s zoals beschreven in artikel 3:9, eerste lid, onder a, b, en c. Een rendement op basis van een eigen berekening kan worden toegevoegd, dit rendement mag echter het historisch opbrengstscenario van artikel 3:9, eerste lid, onder a, niet overschrijden.
|
||||
|
||||
**3.** Informatie over de kosten, bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid van het besluit, niet zijnde van een beleggingsinstelling, wordt verstrekt in absolute getallen indien de aanbieder van het complexe product de rendementen bedoeld in het eerste of tweede lid in absolute getallen weergeeft dan wel in percentages indien de betreffende financiële onderneming de rendementen in percentages weergeeft. De informatie over de kosten wordt verstrekt in cumulatieve vorm.
|
||||
**3.** Informatie over de kosten, bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid van het besluit, niet zijnde van een beleggingsinstelling of icbe, wordt verstrekt in absolute getallen indien de aanbieder van het complexe product de rendementen bedoeld in het eerste of tweede lid in absolute getallen weergeeft dan wel in percentages indien de betreffende financiële onderneming de rendementen in percentages weergeeft. De informatie over de kosten wordt verstrekt in cumulatieve vorm.
|
||||
|
||||
**4.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s, bedoeld in artikel 52, vijfde lid van het besluit niet zijnde van een beleggingsinstelling, wordt weergegeven door middel van vermelding van, voor zover het een schuldproduct betreft: ‘Het risico dat u met een schuld blijft zitten zoals opgenomen in de Financiële Bijsluiter is […].’ of voor zover het een opbouwproduct betreft: ‘Het risico dat u uw inleg niet terugkrijgt zoals opgenomen in de Financiële Bijsluiter is […].’, onder invulling van de risicocategorie behorende bij de contractuele looptijd als bedoeld in artikel 3:5, tweede en derde lid, gevolgd door, indien van toepassing, de teksten: ‘Dit risico kan hoger of lager worden afhankelijk van bijvoorbeeld uw beleggingskeuze. Bespreek uw risico met een adviseur.’.
|
||||
**4.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s, bedoeld in artikel 52, vijfde lid van het besluit niet zijnde van een beleggingsinstelling of icbe, wordt weergegeven door middel van vermelding van, voor zover het een schuldproduct betreft: ‘Het risico dat u met een schuld blijft zitten zoals opgenomen in de Financiële Bijsluiter is […].’ of voor zover het een opbouwproduct betreft: ‘Het risico dat u uw inleg niet terugkrijgt zoals opgenomen in de Financiële Bijsluiter is […].’, onder invulling van de risicocategorie behorende bij de contractuele looptijd als bedoeld in artikel 3:5, tweede en derde lid, gevolgd door, indien van toepassing, de teksten: ‘Dit risico kan hoger of lager worden afhankelijk van bijvoorbeeld uw beleggingskeuze. Bespreek uw risico met een adviseur.’.
|
||||
|
||||
**5.** Informatie als bedoeld in het vierde lid kan worden vervangen door een risico-indicator, die is berekend op basis van gegevens van de consument.
|
||||
|
||||
|
|
@ -149,32 +148,32 @@ De risico-indicator voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling als
|
|||
|
||||
### Artikel 2:5
|
||||
|
||||
Indien in een reclame-uiting van een beheerder of beleggingsinstelling werkelijke rendementscijfers worden gepresenteerd:
|
||||
Indien in een reclame-uiting van een beheerder of beleggingsinstelling of icbe werkelijke rendementscijfers worden gepresenteerd:
|
||||
|
||||
a. wordt de referentieperiode vermeld;
|
||||
b. worden rendementscijfers die betrekking hebben op meerdere jaren teruggebracht tot een gemiddeld jaarrendement of als afzonderlijke jaarrendementen vermeld. Indien een gemiddeld jaarrendement over meer dan één jaar wordt gepresenteerd, wordt een meetperiode van minimaal drie jaar gehanteerd. Indien de beleggingsinstelling nog niet zo lang actief is, kan gerekend worden vanaf het moment van initiële uitgifte van deelnemingsrechten;
|
||||
b. worden rendementscijfers die betrekking hebben op meerdere jaren teruggebracht tot een gemiddeld jaarrendement of als afzonderlijke jaarrendementen vermeld. Indien een gemiddeld jaarrendement over meer dan één jaar wordt gepresenteerd, wordt een meetperiode van minimaal drie jaar gehanteerd. Indien de beleggingsinstelling of icbe nog niet zo lang actief is, kan gerekend worden vanaf het moment van initiële uitgifte van deelnemingsrechten;
|
||||
c. kunnen resultaten over kortere perioden dan 12 maanden worden gepresenteerd, mits de presentatie geschiedt op consistente wijze en de resultaten niet worden geëxtrapoleerd naar rendementen op jaarbasis;
|
||||
d. wordt bij vergelijking van de resultaten met een vergelijkingsmaatstaf (benchmark) deze benchmark genoemd en is de referentieperiode van de benchmark gelijk aan de genoemde referentieperiode van de beleggingsinstelling;
|
||||
d. wordt bij vergelijking van de resultaten met een vergelijkingsmaatstaf (benchmark) deze benchmark genoemd en is de referentieperiode van de benchmark gelijk aan de genoemde referentieperiode van de beleggingsinstelling of icbe;
|
||||
e. worden de rendementscijfers gepresenteerd in procenten waardeverandering van ofwel consequent de intrinsieke waarde dan wel consequent de beurswaarde per aandeel of recht van deelnemingsrecht aan het begin van het boekjaar/de periode, rekening houdend met de distributies aan aandeelhouders of deelnemers in de betreffende periode(s) waarbij die distributies mogen worden opgerent naar het einde van het boekjaar of de periode. Als rendementscijfers worden gepresenteerd aan de hand van veranderingen van de intrinsieke waarde en deze intrinsieke waarde per deelnemingsrecht afwijkt van de verkoopwaarde van dat deelnemingsrecht, dan dient dit laatste expliciet te worden vermeld;
|
||||
f. indien wordt uitgegaan van de waardeverandering van de intrinsieke waarde: wordt gerefereerd aan het totale rendement van de beleggingsinstelling. Een en ander is consistent met de betreffende jaarrekeningen. Indien de instelling belastingplichtig is, wordt het rendement na belastingen genoemd;
|
||||
f. indien wordt uitgegaan van de waardeverandering van de intrinsieke waarde: wordt gerefereerd aan het totale rendement van de beleggingsinstelling of icbe. Een en ander is consistent met de betreffende jaarrekeningen. Indien de instelling belastingplichtig is, wordt het rendement na belastingen genoemd;
|
||||
g. indien gebruik wordt gemaakt van gesimuleerde rendementscijfers: certificeert een deskundige, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dat de simulatie rekenkundig juist, objectief meetbaar en representatief is. In de reclame-uiting wordt melding gemaakt van het feit dat gebruik is gemaakt van een simulatie. De certificering van de deskundige behoeft niet in de reclame-uiting te worden opgenomen; en
|
||||
h. indien de rendementscijfers niet in euro’s luiden wordt de gebruikte valuta vermeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 2:6
|
||||
|
||||
Wanneer in een reclame-uiting van een beheerder of beleggingsinstelling rendementsprognoses worden gepresenteerd:
|
||||
Wanneer in een reclame-uiting van een beheerder of beleggingsinstelling of icbe rendementsprognoses worden gepresenteerd:
|
||||
|
||||
a. is artikel 2.4 onderdelen a, b, f, g en h van overeenkomstige toepassing op de berekeningswijze van de rendementscijfers;
|
||||
a. is artikel 2:5 onderdelen a, b, f, g en h van overeenkomstige toepassing op de berekeningswijze van de rendementscijfers;
|
||||
b. wordt in de reclame-uiting vermeld dat het prognoses betreft; en
|
||||
c. worden de prognoses onderbouwd en wordt het model dat daarbij wordt gebruikt door een deskundige als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek getoetst op de elementen die zich daartoe lenen. Het resultaat van deze toetsing wordt schriftelijk vastgelegd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Financiële Bijsluiter
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.1. Financiële bijsluiter met betrekking tot complexe producten, met uitzondering van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling
|
||||
### Paragraaf 3.1. Financiële bijsluiter met betrekking tot complexe producten, met uitzondering van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe
|
||||
|
||||
### Artikel 3:1
|
||||
|
||||
De financiële bijsluiter voor een complex product, niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsinstelling, wordt opgesteld overeenkomstig de artikelen 3:2 tot en met 3:10.
|
||||
De financiële bijsluiter voor een complex product, niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe, wordt opgesteld overeenkomstig de artikelen 3:2 tot en met 3:10 en zo nodig ten minste een keer per jaar geactualiseerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:2
|
||||
|
||||
|
|
@ -188,7 +187,7 @@ c. indien het een overwaardeconstructie betreft: overeenkomstig de vormgeving va
|
|||
d. indien het een opbouwproduct betreft: overeenkomstig de vormgeving van bijlage 3, onderdeel 1;
|
||||
e. indien het een opbouwproduct met garantie betreft: overeenkomstig de vormgeving van bijlage 3, onderdeel 2;
|
||||
f. indien het een direct ingaande lijfrente op spaarbasis betreft: overeenkomstig de vormgeving van bijlage 3, onderdeel 3;
|
||||
g. indien het een indien het een direct ingaande uitkering op spaarbasis betreft: overeenkomstig de vormgeving van bijlage 3, onderdeel 5;
|
||||
g. indien het een direct ingaande uitkering op spaarbasis betreft: overeenkomstig de vormgeving van bijlage 3, onderdeel 5;
|
||||
h. direct ingaande lijfrente op beleggingsbasis betreft: overeenkomstig de vormgeving van bijlage 3, onderdeel 4;
|
||||
i. indien het een direct ingaande uitkering op beleggingsbasis betreft: overeenkomstig de vormgeving van bijlage 3, onderdeel 6;
|
||||
j. indien het een beleggingsobject betreft: overeenkomstig de vormgeving van bijlage 3, onderdeel 7.
|
||||
|
|
@ -214,10 +213,10 @@ a. indien het een schuldproduct betreft de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met
|
|||
|
||||
1. het een complex product betreft dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een spaarrekening, waarvan de tegoeden dienen ter aflossing van het krediet, dan is er geen aanvullende zin; of
|
||||
2. het een hybride hypotheek betreft, dan luidt de aanvullende zin: met 50% sparen en 50% beleggen;
|
||||
b. indien het een opbouwproduct, een beleggingsobject, een direct ingaande lijfrente of een direct ingaande uitkering betreft voor zover van toepassing de zin ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar’ of de zin ‘Let op! Er wordt gerekend met een eenmalige inleg van € (…)’, onder invulling van het toepasselijke bedrag bedoeld in artikel 3:5, tweede en vierde lid, aangevuld met de zin die staat vermeld in bijlage 5, tabel 1, en die hoort bij de toepasselijke beleggingsklasse, tenzij het complexe product een traditionele levensverzekering betreft als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder drie van het besluit;
|
||||
c. indien het een spaarbeleggingsproduct betreft de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar, met 50% sparen en 50% beleggen’;
|
||||
d. indien het een opbouwproduct betreft waarin volledig wordt gespaard de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar, met 100% sparen.’;
|
||||
e. voor zover het een opbouwproduct betreft waarbij de beleggingen worden afgestemd op een doeldatum, betreft de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar, waarbij de beleggingsmix verandert gedurende de tijd’.
|
||||
b. indien het een opbouwproduct, een beleggingsobject, een direct ingaande lijfrente of een direct ingaande uitkering betreft voor zover van toepassing de zin ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar’ of de zin ‘Let op! Er wordt gerekend met een eenmalige inleg van € (…)’, onder invulling van het toepasselijke bedrag bedoeld in artikel 3:5, tweede en vierde lid, aangevuld met de zin die staat vermeld in bijlage 5, tabel 1, en die hoort bij de toepasselijke beleggingsklasse, tenzij het complexe product een traditionele levensverzekering betreft als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder drie van het besluit;
|
||||
c. indien het een spaarbeleggingsproduct betreft de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar, met 50% sparen en 50% beleggen’;
|
||||
d. indien het een opbouwproduct betreft waarin volledig wordt gespaard de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar, met 100% sparen.’;
|
||||
e. voor zover het een opbouwproduct betreft waarbij de beleggingen worden afgestemd op een doeldatum, betreft de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar, waarbij de beleggingsmix verandert gedurende de tijd’.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële bijsluiter bevat rechts bovenaan de naam van het product met daaronder de naam van de aanbieder van het complexe product.
|
||||
|
||||
|
|
@ -231,9 +230,9 @@ a. met betrekking tot een schuldproduct de volgende zin: ‘Let op! Er wordt ger
|
|||
|
||||
1. het een complex product betreft dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een spaarrekening, waarvan de tegoeden dienen ter aflossing van het krediet, dan is er geen zin uit bijlage 5, tabel 2; of
|
||||
2. het een hybride hypotheek betreft, dan luidt de zin: met 50% sparen en 50% beleggen;
|
||||
b. met betrekking tot een opbouwproduct, een beleggingsobject, een direct ingaande lijfrente of een direct ingaande uitkering de volgende zin ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar’ of de zin ‘Let op! Er wordt gerekend met een eenmalige inleg van €(…)’, onder invulling van het toepasselijke bedrag bedoeld in artikel 3:5, tweede en vierde lid, aangevuld met de zin die staat vermeld in bijlage 5, tabel 1, en die hoort bij de toepasselijke beleggingsklasse, tenzij het complexe product een traditionele levensverzekering betreft als bedoeld in artikel 1, onder d ten derde van het besluit;
|
||||
c. met betrekking tot een spaarbeleggingsproduct de volgende zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar en met 50% sparen en 50% beleggen’ of
|
||||
d. met betrekking tot een opbouwproduct waarbij de beleggingen worden afgestemd op een doeldatum, de volgende de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar, waarbij de beleggingsmix verandert gedurende de tijd’;
|
||||
b. met betrekking tot een opbouwproduct, een beleggingsobject, een direct ingaande lijfrente of een direct ingaande uitkering de volgende zin ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar’ of de zin ‘Let op! Er wordt gerekend met een eenmalige inleg van €(…)’, onder invulling van het toepasselijke bedrag bedoeld in artikel 3:5, tweede en vierde lid, aangevuld met de zin die staat vermeld in bijlage 5, tabel 1, en die hoort bij de toepasselijke beleggingsklasse, tenzij het complexe product een traditionele levensverzekering betreft als bedoeld in artikel 1, onder d ten derde van het besluit;
|
||||
c. met betrekking tot een spaarbeleggingsproduct de volgende zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar en met 50% sparen en 50% beleggen’ of
|
||||
d. met betrekking tot een opbouwproduct waarbij de beleggingen worden afgestemd op een doeldatum, de volgende de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar, waarbij de beleggingsmix verandert gedurende de tijd’;
|
||||
e. de teksten: ‘uw persoonlijke keuzes en situatie kunnen van invloed zijn op de resultaten die in deze bijsluiter vermeld worden. Meer informatie: www.definancielebijsluiter.nl of vraag een adviseur.’
|
||||
|
||||
**5.** Een financiële bijsluiter bevat in de derde alinea de volgende zin: ‘Heeft u vragen?’, gevolgd door naam, adres en telefoonnummer van de aanbieder van het complexe product en aangevuld met de tekst: ‘of neem contact op met een adviseur’.
|
||||
|
|
@ -293,7 +292,7 @@ b. indien het complexe product geen vaste looptijd kent en
|
|||
Indien het complexe product een onderdeel verzekeren kent, is de berekening van het financiële risico, de kosten en opbrengsten, in aanvulling op de contractuele looptijd bedoeld in het eerste lid, gebaseerd op de volgende parameters:
|
||||
|
||||
a. één niet-rokende mannelijke verzekerde met een leeftijd van 35 jaren en voorzover het een direct ingaande lijfrente betreft van 60 jaren;
|
||||
b. in geval van een spaarhypotheek of een bankspaarhypotheek een jaarlijkse spaarpremie van € 3.428,87 die rendeert tegen 4% netto per jaar of een maandelijkse spaarpremie van € 287,21 die rendeert tegen 0,3333% netto per maand;
|
||||
b. in geval van een spaarhypotheek of een bankspaarhypotheek een jaarlijkse spaarpremie van € 3.428,87 die rendeert tegen 4% netto per jaar of een maandelijkse spaarpremie van € 287,21 die rendeert tegen 0,3333% netto per maand;
|
||||
c. in geval van overige variabelen die van invloed zijn op de hoogte van de premie de meest representatieve keuze uit variabelen of indien deze niet te bepalen is die variabelen die leiden tot de hoogst mogelijke premie of kosten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
|
@ -308,11 +307,11 @@ c. vijf jaren indien de contractuele looptijd langer is dan twintig jaren.
|
|||
|
||||
Indien het complexe product een opbouwproduct, een beleggingsobject, een direct ingaande lijfrente of een direct ingaande uitkering betreft is, in aanvulling op het eerste tot en met het derde lid, de berekening van de risico-indicator, de kosten en opbrengsten gebaseerd op de volgende parameters:
|
||||
|
||||
a. een eenmalige inleg van € 1.000;
|
||||
b. indien de periodieke betalingen van de consument aan de aanbieder zijn overeengekomen: een maandelijkse inleg van € 100;
|
||||
c. in geval van een niet-direct uitkerende lijfrenteverzekering: een eenmalige premiestorting van € 5.000;
|
||||
d. in geval van een direct ingaande lijfrente op beleggingsbasis, een direct ingaande uitkering op beleggingsbasis dan wel op spaarbasis en een onttrekking waarvan de hoogte wordt bepaald door het te hanteren rendement en een periode van onttrekking van twintig jaar: een storting van € 20.000;
|
||||
e. in geval van een direct ingaande lijfrente op spaarbasis en een onttrekking waarvan de hoogte wordt bepaald door een levenslange uitbetaling voor verzekerde vanaf 60 jaren en een levenslange nabestaande-uitbetaling van zeventig procent van vorenbedoelde uitbetaling uitgaande van een nabestaande vrouw van 60 jaren: een storting van € 20.000;
|
||||
a. een eenmalige inleg van € 1.000;
|
||||
b. indien de periodieke betalingen van de consument aan de aanbieder zijn overeengekomen: een maandelijkse inleg van € 100;
|
||||
c. in geval van een niet-direct uitkerende lijfrenteverzekering: een eenmalige premiestorting van € 5.000;
|
||||
d. in geval van een direct ingaande lijfrente op beleggingsbasis, een direct ingaande uitkering op beleggingsbasis dan wel op spaarbasis en een onttrekking waarvan de hoogte wordt bepaald door het te hanteren rendement en een periode van onttrekking van twintig jaar: een storting van € 20.000;
|
||||
e. in geval van een direct ingaande lijfrente op spaarbasis en een onttrekking waarvan de hoogte wordt bepaald door een levenslange uitbetaling voor verzekerde vanaf 60 jaren en een levenslange nabestaande-uitbetaling van zeventig procent van vorenbedoelde uitbetaling uitgaande van een nabestaande vrouw van 60 jaren: een storting van € 20.000;
|
||||
f. een verzekerd bedrag uitgekeerd uit hoofde van een gemengde verzekering met overlijdensrisicodekking of een overlijdensrisicoverzekering ter hoogte van de totale inleg over de gehele contractuele looptijd; of
|
||||
g. in geval van een levensverzekering met winstdeling wordt voor de berekening van de guise uitgegaan van de laagst mogelijke winstdeling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -322,13 +321,13 @@ Indien het complexe product een schuldproduct betreft is, in aanvulling op het e
|
|||
|
||||
a. in geval van een schuldproduct, niet zijnde een overwaardeconstructie:
|
||||
|
||||
1°. een hypothecair krediet van € 200.000; of
|
||||
1°. een hypothecair krediet van € 200.000; of
|
||||
2°. in geval van een niet-hypothecair krediet: een door de Autoriteit Financiële Markten te bepalen omvang van het krediet;
|
||||
b. in geval van een overwaardeconstructie: een hypothecair krediet van € 225.000, waarvan € 25.000 wordt gestort in een beleggingsdepot en een jaarlijkse onttrekking uit het depot van € 1.630;
|
||||
b. in geval van een overwaardeconstructie: een hypothecair krediet van € 225.000, waarvan € 25.000 wordt gestort in een beleggingsdepot en een jaarlijkse onttrekking uit het depot van € 1.630;
|
||||
c. een inleg gebaseerd op de historische rendementen en/of voorgeschreven rekenrendementen uit bijlage 5, tabel 0, en een aflossingsdoel dat gelijk is aan het krediet;
|
||||
d. een verzekerd bedrag uitgekeerd uit hoofde van een gemengde verzekering met een overlijdensrisicodekking waarvan de omvang gelijk is aan het krediet of een overlijdensrisicoverzekering waarvan de omvang gelijk is aan het krediet;
|
||||
e. in geval van een hypothecair krediet af te lossen door middel van sparen en beleggen een verdeling van de helft aan spaar- en de andere helft aan beleggingsopbrengsten of
|
||||
f. een krediet van € 15.000 in geval het complexe product bestaat uit een combinatie van een krediet zonder een hypothecaire zekerheid en een levensverzekering, die dient ter aflossing van voornoemd krediet.
|
||||
f. een krediet van € 15.000 in geval het complexe product bestaat uit een combinatie van een krediet zonder een hypothecaire zekerheid en een levensverzekering, die dient ter aflossing van voornoemd krediet.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -417,7 +416,7 @@ d. ‘bij tussentijdse beëindiging kunt u uw inleg kwijtraken en kunt u een sch
|
|||
|
||||
**4.** De financiële bijsluiter voor een schuldproduct geeft onder het kopje ‘inleg’ de som weer van alle betalingen van de consument aan de financiële dienstverlener van het complexe product exclusief rentebetalingen.
|
||||
|
||||
**5.** De financiële bijsluiter voor een overwaardeconstructie geeft onder het kopje ‘inleg’ de som weer van € 25.000 en alle betalingen van de consument aan de aanbieder van het complexe product onder aftrek van de cumulatieve onttrekkingen uit het beleggingsdepot.
|
||||
**5.** De financiële bijsluiter voor een overwaardeconstructie geeft onder het kopje ‘inleg’ de som weer van € 25.000 en alle betalingen van de consument aan de aanbieder van het complexe product onder aftrek van de cumulatieve onttrekkingen uit het beleggingsdepot.
|
||||
|
||||
**6.** De financiële bijsluiter voor een schuldproduct, een opbouwproduct, een direct ingaande lijfrente op beleggingsbasis of een direct ingaande uitkering op beleggingsbasis geeft onder het kopje ‘verzekeringspremie’ de verzekeringspremie over de looptijden van het complexe product als bedoeld in het veertiende lid weer als de hoogte van de gezamenlijke premies voor overlijdensrisico-, arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsdekking en eventueel andere tot complexe producten behorende verzekeringen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -463,12 +462,12 @@ a. een historisch opbrengstscenario, onder het kopje ‘Historisch scenario’ i
|
|||
1°. het gemiddelde rendement over de afgelopen twintig jaren indien een historie van rendementen voor het complexe product beschikbaar is van twintig jaren of langer;
|
||||
2°. het gemiddelde rendement over twintig jaren waarbij de eigen historie wordt aangevuld met de van toepassing zijnde parameter of gewogen gemiddelde van parameters onder ‘verwacht rendement’, bedoeld in bijlage 5, tabel 0, voor de ontbrekende periode indien een historie beschikbaar is van tussen de twintig en vier jaren; of
|
||||
3°. de toepasselijke parameter of gewogen gemiddelde van parameters als bedoeld onder ‘verwacht rendement’ in bijlage 5, tabel 0 indien een historie beschikbaar is van korter dan vier jaren.
|
||||
b. vier procent rendement op jaarbasis onder het kopje ‘4% Scenario’ boven de streep en onder het kopje ‘De opbrengst bij een voorspelling op basis van een waardevermeerdering van de belegging van 4%’ per jaar, onder invulling van hetgeen toepasselijk is, onder de streep. en
|
||||
c. een pessimistisch opbrengstscenario door middel van de guise onder het kopje ‘Pessimistisch scenario’ boven de streep en onder het kopje ‘De opbrengst bij een voorspelling op basis van een waardevermeerdering van de belegging van gemiddeld < > per jaar onder de streep.
|
||||
b. vier procent bruto rendement op jaarbasis onder het kopje ‘4% Scenario’ boven de streep en onder het kopje ‘De opbrengst bij een voorspelling op basis van een waardevermeerdering van de belegging van 4%’ per jaar, onder invulling van hetgeen toepasselijk is, onder de streep. en
|
||||
c. een pessimistisch opbrengstscenario door middel van de guise onder het kopje ‘Pessimistisch scenario’ boven de streep en onder het kopje ‘De opbrengst bij een voorspelling op basis van een waardevermeerdering van de belegging van gemiddeld < > per jaar onder de streep. Indien voor opbouwproducten op spaarbasis een pessimistisch opbrengstscenario op basis van de guise misleidend is, wordt een pessimistisch opbrengstscenario getoond op basis van een eigen alternatieve berekening. De alternatieve berekening van het pessimistische opbrengstscenario mag niet uitkomen boven de pessimistische opbrengst volgens de guise-berekening.
|
||||
|
||||
**2.** Een financiële bijsluiter voor een direct ingaande lijfrente op beleggingsbasis of een direct ingaande uitkering op beleggingsbasis geeft, in aanvulling op het eerste lid, voor zover van toepassing: ‘De uitkering per jaar is € (…)’, ‘de uitkering is € (…)’, of ‘de uitkering wordt jaarlijks herberekend’.
|
||||
**2.** Een financiële bijsluiter voor een direct ingaande lijfrente op beleggingsbasis of een direct ingaande uitkering op beleggingsbasis geeft, in aanvulling op het eerste lid, voor zover van toepassing: ‘De uitkering per jaar is € (…)’, ‘de uitkering is € (…)’, of ‘de uitkering wordt jaarlijks herberekend’.
|
||||
|
||||
**3.** Een financiële bijsluiter voor een direct ingaande lijfrente op spaarbasis of een direct ingaande uitkering op spaarbasis geeft onder de subtitel ‘Wat kan [Naam product] opbrengen?’ de uitkering bij leven en de uitkering bij overlijden weer in twee grafieken. Ingeval van een direct ingaande lijfrente wordt daarnaast de volgende tekst weergegeven ‘U krijgt een levenslange uitkering van € (…) per maand bij een inleg van € 20.000. Indien u overlijdt, krijgt uw partner een levenslange uitkering van € (…) per maand en ingeval van een direct ingaande uitkering de volgende tekst ‘U krijgt tot uw 80ste een uitkering van € (…) per maand bij een inleg van € 20.000. Indien u overlijdt voor uw 80ste krijgen uw nabestaanden de resterende uitkeringen.
|
||||
**3.** Een financiële bijsluiter voor een direct ingaande lijfrente op spaarbasis of een direct ingaande uitkering op spaarbasis geeft onder de subtitel ‘Wat kan [Naam product] opbrengen?’ de uitkering bij leven en de uitkering bij overlijden weer in twee grafieken. Ingeval van een direct ingaande lijfrente wordt daarnaast de volgende tekst weergegeven ‘U krijgt een levenslange uitkering van € (…) per maand bij een inleg van € 20.000. Indien u overlijdt, krijgt uw partner een levenslange uitkering van € (…) per maand en ingeval van een direct ingaande uitkering de volgende tekst ‘U krijgt tot uw 80ste een uitkering van € (…) per maand bij een inleg van € 20.000. Indien u overlijdt voor uw 80ste krijgen uw nabestaanden de resterende uitkeringen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -487,7 +486,7 @@ e. één, vijf en tien jaren en het einde van de contractuele looptijd indien de
|
|||
|
||||
**7.** Een financiële bijsluiter geeft, in aanvulling op het derde lid, indien het een overwaardeconstructie betreft de waarde bedoeld in het eerste lid uitsluitend weer aangevuld met een vermelding van het jaar waarin het beleggingsdepot leeg raakt indien het beleggingsdepot bij het gehanteerde opbrengstscenario vóór het einde van de contractuele looptijd leeg raakt.
|
||||
|
||||
**8.** Een financiële bijsluiter geeft in aanvulling op het eerste lid indien het een overwaardeconstructie betreft en het beleggingsdepot bedoeld in artikel 3:5, vijfde lid, onder b leeg raakt de volgende tekst weer: ‘Let op! Over (…) jaar stijgen uw lasten jaarlijks met € 1.630, onder invulling van hetgeen toepasselijk is.
|
||||
**8.** Een financiële bijsluiter geeft in aanvulling op het eerste lid indien het een overwaardeconstructie betreft en het beleggingsdepot bedoeld in artikel 3:5, vijfde lid, onder b leeg raakt de volgende tekst weer: ‘Let op! Over (…) jaar stijgen uw lasten jaarlijks met € 1.630, onder invulling van hetgeen toepasselijk is.
|
||||
|
||||
**9.** Een financiële bijsluiter geeft indien het een opbouwproduct betreft de uitkering bedoeld in het eerste lid weer afgezet tegen de inleg, bedoeld in artikel 3:5, vierde lid,
|
||||
|
||||
|
|
@ -594,7 +593,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Paragraaf 4.1. Inleidende bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 4:1*
|
||||
### Artikel 4:1
|
||||
|
||||
**1.** Een dienstverleningsdocument als bedoeld in artikel 86f, eerste lid, van het besluit wordt opgesteld overeenkomstig de artikelen 4:2 tot en met 4:4 van dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
|
|
@ -609,7 +608,7 @@ d. pensioenvraag werkgever.
|
|||
|
||||
### Paragraaf 4.2. Regels met betrekking tot de afstemming van het dienstverleningsdocument op de dienstverleningsvraag
|
||||
|
||||
### Artikel 4:2*
|
||||
### Artikel 4:2
|
||||
|
||||
**1.** Een financiëledienstverlener stelt per dienstverleningsvraag een dienstverleningsdocument op dat is afgestemd op de gevraagde dienstverlening.
|
||||
|
||||
|
|
@ -631,7 +630,7 @@ Indien een financiëledienstverlener een dienstverleningsdocument opstelt voor d
|
|||
| Beleggingsobject | |
|
||||
| Traditioneel Leven Hypotheek | |
|
||||
| Beleggingsrecht Eigen Woning | |
|
||||
| Beleggingsfonds | |
|
||||
| Recht van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe dat niet verhandelbaar is of dat op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect wordt ingekocht of terugbetaald | |
|
||||
| Beleggerhypotheek | |
|
||||
| b. Vraag over risico’s afdekken | Betalingsbeschermer |
|
||||
| Overlijdensrisicoverzekering | |
|
||||
|
|
@ -640,12 +639,12 @@ Indien een financiëledienstverlener een dienstverleningsdocument opstelt voor d
|
|||
| c. Vraag over vermogen opbouwen | Spaarverzekering |
|
||||
| Lijfrente | |
|
||||
| Beleggingsobject | |
|
||||
| Beleggingsinstelling | |
|
||||
| Beleggingsinstelling of icbe | |
|
||||
| d. Pensioenvraag werkgever | Pensioenverzekering |
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.3. Regels met betrekking tot de inhoud en de vorm van het dienstverleningsdocument
|
||||
|
||||
### Artikel 4:3*
|
||||
### Artikel 4:3
|
||||
|
||||
**1.** Het dienstverleningsdocument wordt opgesteld en vormgegeven overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 6.
|
||||
|
||||
|
|
@ -653,7 +652,7 @@ Indien een financiëledienstverlener een dienstverleningsdocument opstelt voor d
|
|||
|
||||
**3.** Voor het opstellen van het dienstverleningsdocument stelt de Autoriteit Financiële Markten op haar website een generator beschikbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 4:4*
|
||||
### Artikel 4:4
|
||||
|
||||
Een analyse van een toereikend aantal op de markt verkrijgbare vergelijkbare financiële producten als bedoeld in artikel 86f, vierde lid, van het besluit wordt berekend met behulp van de formule opgenomen in bijlage 7.
|
||||
|
||||
|
|
@ -661,7 +660,7 @@ Een analyse van een toereikend aantal op de markt verkrijgbare vergelijkbare fin
|
|||
|
||||
### Paragraaf 4.1. Regels met betrekking tot het beleggingsobjectprospectus
|
||||
|
||||
### Artikel 4:1
|
||||
### Artikel 5:1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -688,7 +687,7 @@ e. ingeval van een aanpassing van het beleggingsobjectprospectus: een korte toel
|
|||
|
||||
**2.** Indien het beleggingsobjectprospectus uit maximaal 7.500 woorden bestaat, is de samenvatting, bedoeld in het eerste lid, facultatief.
|
||||
|
||||
### Artikel 4:2
|
||||
### Artikel 5:2
|
||||
|
||||
**1.** Een beleggingsobjectprospectus wordt opgesteld overeenkomstig bijlage 6.
|
||||
|
||||
|
|
@ -700,13 +699,13 @@ e. ingeval van een aanpassing van het beleggingsobjectprospectus: een korte toel
|
|||
|
||||
**5.** Het beleggingsobjectprospectus vermeldt een datum en een versienummer. Ingeval van een wijziging in een beleggingsobjectprospectus wordt deze toegelicht in het aangepaste beleggingsobjectprospectus met inbegrip van de consequentie(s) van de desbetreffende wijziging. De toelichting bevat een verwijzing naar het voorgaande beleggingsobjectprospectus dat is gewijzigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4:3
|
||||
### Artikel 5:3
|
||||
|
||||
Bij berekening van de beleggingsobjectkosten, bedoeld in artikel 4:2, worden opbrengsten en andere voordelen op deze kosten niet in mindering gebracht.
|
||||
Bij berekening van de beleggingsobjectkosten, bedoeld in artikel 5:2, worden opbrengsten en andere voordelen op deze kosten niet in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.2. Regels met betrekking tot de jaarrekening
|
||||
|
||||
### Artikel 4:4
|
||||
### Artikel 5:4
|
||||
|
||||
**1.** De administratieve kosten, beheers-, productie- en verkoopkosten worden per serie van beleggingsobjecten per boekjaar in de toelichting op de jaarrekening verantwoord overeenkomstig de kruistabel van bijlage 8. Eventuele valutakoersverschillen dienen in de bedoelde kosten te worden verantwoord. De ingelegde gelden per serie van beleggingsobjecten per boekjaar, bedoeld in artikel 67, eerste lid, onderdeel a, van het besluit worden separaat in de toelichting op de jaarrekening vermeld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -714,19 +713,15 @@ Bij berekening van de beleggingsobjectkosten, bedoeld in artikel 4:2, worden opb
|
|||
|
||||
**3.** Bij berekening van de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden opbrengsten en andere voordelen niet in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Aanvullende regels betreffende het aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling
|
||||
## Hoofdstuk 6. Aanvullende regels met betrekking tot beheerders van beleggingsinstellingen en beheerders van icbe’s, beleggingsinstellingen en icbe’s
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.1. Regels met betrekking tot het prospectus
|
||||
|
||||
### Artikel 5:1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.2. Regels met betrekking tot de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van een beleggingsinstelling
|
||||
|
||||
### Artikel 5:2
|
||||
### Artikel 6:2
|
||||
|
||||
**1.** In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beleggingsinstelling wordt inzicht verschaft in de lopende kosten van de beleggingsinstelling en eventueel in rekening gebrachte prestatievergoedingen. De berekening van de lopende kosten geschiedt conform de bepaling over lopende kosten in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van verordening nr. 583/2010 van de Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PbEU L 176) en de uitwerking daarvan door de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
|
||||
**1.** In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beleggingsinstelling wordt inzicht verschaft in de lopende kosten van de beleggingsinstelling en eventueel in rekening gebrachte prestatievergoedingen. De berekening van de lopende kosten geschiedt conform de bepaling over lopende kosten in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van verordening nr. 583/2010 van de Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PbEU L 176) en de uitwerking daarvan door de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
|
||||
|
||||
**2.** In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beleggingsinstelling wordt inzicht verschaft in de omloopsnelheid van de activa door middel van de omloopfactor.
|
||||
|
||||
|
|
@ -736,28 +731,28 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Paragraaf 5.3. Regels met betrekking tot risicobeheersing door instellingen voor collectieve beleggingen in effecten
|
||||
|
||||
### Artikel 5:3
|
||||
### Artikel 6:3
|
||||
|
||||
Een beheerder berekent het totale risico van een door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten overeenkomstig de artikelen 5:4 tot en met 5:6.
|
||||
Een beheerder berekent het totale risico van een door hem beheerde icbe overeenkomstig de artikelen 6:4 tot en met 6:6.
|
||||
|
||||
### Artikel 5:4
|
||||
### Artikel 6:4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het totale risico van een instelling voor collectieve belegging in effecten, bedoeld in artikel 133, zesde lid, van het besluit wordt berekend op een van de volgende wijzen:
|
||||
Het totale risico van een icbe, bedoeld in artikel 133, zesde lid, van het besluit wordt berekend op een van de volgende wijzen:
|
||||
|
||||
a. de verhoogde blootstelling en het hefboomeffect die door de instelling voor collectieve belegging in effecten worden gegenereerd door van financiële derivaten, met inbegrip van ingepaste derivaten gebruik te maken, waarbij de totale intrinsieke waarde van de instelling voor collectieve belegging in effecten niet mag worden overschreden; of
|
||||
b. het marktrisico van de portefeuille van de instelling voor collectieve belegging in effecten.
|
||||
a. de verhoogde blootstelling en het hefboomeffect die door de icbe worden gegenereerd door van financiële derivaten, met inbegrip van ingepaste derivaten gebruik te maken, waarbij de totale intrinsieke waarde van de icbe niet mag worden overschreden; of
|
||||
b. het marktrisico van de portefeuille van de icbe.
|
||||
|
||||
**2.** Het totale risico wordt berekend door gebruik te maken van de benadering op basis van de aangegane verplichtingen, de benadering op basis van risicowaarde of door een andere geavanceerde methode voor risicometing, wanneer die beter aansluit bij de beleggingen.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder risicowaarde het volgende verstaan: een raming van het maximale potentiële verlies dat binnen een bepaalde tijdshorizon met een bepaalde zekerheidsgraad zal worden geleden.
|
||||
|
||||
**4.** Wanneer een instelling voor collectieve belegging in effecten technieken en instrumenten, inclusief retrocessieovereenkomsten of effectenkrediet, aanwendt om voor een extra hefboomeffect of een extra blootstelling aan marktrisico te zorgen, worden deze transacties in aanmerking genomen bij de berekening van het totale risico.
|
||||
**4.** Wanneer een icbe technieken en instrumenten, inclusief retrocessieovereenkomsten of effectenkrediet, aanwendt om voor een extra hefboomeffect of een extra blootstelling aan marktrisico te zorgen, worden deze transacties in aanmerking genomen bij de berekening van het totale risico.
|
||||
|
||||
### Artikel 5:5
|
||||
### Artikel 6:5
|
||||
|
||||
**1.** Indien voor de berekening van het totale risico van de benadering op basis van de aangegane verplichtingen wordt gebruikgemaakt, wordt deze benadering toegepast op alle posities in financiële derivaten, met inbegrip van derivaten die ingepast zijn in effecten of geldmarktinstrumenten, ongeacht of deze worden gebruikt als onderdeel van het algemene beleggingsbeleid van de instelling voor collectieve belegging in effecten, ter vermindering van het risico, dan wel met het oog op een goed portefeuillebeheer.
|
||||
**1.** Indien voor de berekening van het totale risico van de benadering op basis van de aangegane verplichtingen wordt gebruikgemaakt, wordt deze benadering toegepast op alle posities in financiële derivaten, met inbegrip van derivaten die ingepast zijn in effecten of geldmarktinstrumenten, ongeacht of deze worden gebruikt als onderdeel van het algemene beleggingsbeleid van de icbe, ter vermindering van het risico, dan wel met het oog op een goed portefeuillebeheer.
|
||||
|
||||
**2.** Indien voor de berekening van het totale risico van de benadering op basis van de aangegane verplichtingen wordt gebruikgemaakt, wordt elke financiële derivatenpositie omgezet in de marktwaarde van een gelijkwaardige positie in het onderliggende activum van dat derivaat. Dit is de standaardbenadering op basis van de aangegane verplichtingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -765,23 +760,23 @@ b. het marktrisico van de portefeuille van de instelling voor collectieve belegg
|
|||
|
||||
**4.** Het is toegestaan verrekening- en risicodekkingsregelingen in aanmerking te nemen bij de berekening van het totale risico, indien deze regelingen voor de hand liggende en wezenlijke risico’s niet negeren en in een duidelijke vermindering van het totale risico resulteren.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het gebruik van financiële derivaten niet in een verhoogde blootstelling voor de instelling voor collectieve belegging in effecten resulteert, hoeft het onderliggende risico bij de berekening van de verplichtingen niet in aanmerking te worden genomen.
|
||||
**5.** Indien het gebruik van financiële derivaten niet in een verhoogde blootstelling voor de icbe resulteert, hoeft het onderliggende risico bij de berekening van de verplichtingen niet in aanmerking te worden genomen.
|
||||
|
||||
**6.** Indien van de benadering op basis van de aangegane verplichtingen gebruik wordt gemaakt, hoeven kortlopende leningen die in naam van de instelling voor collectieve belegging in effecten zijn aangegaan, niet in aanmerking te worden genomen bij de berekening van het totale risico indien wordt voldaan aan artikel 133, tweede lid, van het besluit.
|
||||
**6.** Indien van de benadering op basis van de aangegane verplichtingen gebruik wordt gemaakt, hoeven kortlopende leningen die in naam van de icbe zijn aangegaan, niet in aanmerking te worden genomen bij de berekening van het totale risico indien wordt voldaan aan artikel 133, tweede lid, van het besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 5:6
|
||||
### Artikel 6:6
|
||||
|
||||
**1.** Tegenpartijrisico dat voortvloeit uit een financieel derivaat dat niet op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten wordt verhandeld wordt onderworpen aan de in artikel 134 van het besluit beschreven begrenzingen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien een beheerder het door een instelling voor collectieve belegging in effecten gelopen tegenpartijrisico overeenkomstig de in artikel 134, tweede lid, van het besluit beschreven begrenzingen berekent, gebruikt de beheerder de positieve marktwaarde van het met de betrokken tegenpartij afgesloten contract betreffende een financieel derivaat, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
Indien een beheerder het door een icbe gelopen tegenpartijrisico overeenkomstig de in artikel 134, tweede lid, van het besluit beschreven begrenzingen berekent, gebruikt de beheerder de positieve marktwaarde van het met de betrokken tegenpartij afgesloten contract betreffende een financieel derivaat, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
Een beheerder mag de derivatenposities van een instelling voor collectieve belegging in effecten met eenzelfde tegenpartij verrekenen, mits zij in staat zijn verrekeningsovereenkomsten met de tegenpartij juridisch af te dwingen namens de instelling voor collectieve belegging in effecten. Verrekening is enkel toegestaan met betrekking tot financiële derivaten, bedoeld in het eerste lid, met dezelfde tegenpartij en niet met betrekking tot andere risicoposities die de instelling voor collectieve belegging in effecten jegens dezelfde tegenpartij kan hebben.
|
||||
Een beheerder mag de derivatenposities van een icbe met eenzelfde tegenpartij verrekenen, mits zij in staat zijn verrekeningsovereenkomsten met de tegenpartij juridisch af te dwingen namens de icbe. Verrekening is enkel toegestaan met betrekking tot financiële derivaten, bedoeld in het eerste lid, met dezelfde tegenpartij en niet met betrekking tot andere risicoposities die de icbe jegens dezelfde tegenpartij kan hebben.
|
||||
|
||||
**3.** Het tegenpartijrisico dat een instelling voor collectieve belegging in effecten wegens een transactie in financiële derivaten, bedoeld in het eerste lid, loopt, kan door middel van de ontvangst van zekerheden worden beperkt. De ontvangen zekerheden zijn voldoende liquide zodat zij snel kunnen worden verkocht tegen een prijs die hun waardering van voor de verkoop sterk benadert.
|
||||
**3.** Het tegenpartijrisico dat een icbe wegens een transactie in financiële derivaten, bedoeld in het eerste lid, loopt, kan door middel van de ontvangst van zekerheden worden beperkt. De ontvangen zekerheden zijn voldoende liquide zodat zij snel kunnen worden verkocht tegen een prijs die hun waardering van voor de verkoop sterk benadert.
|
||||
|
||||
**4.** Een beheerder neemt zekerheden in aanmerking bij de berekening van het in artikel 134, tweede lid, van het besluit bedoelde tegenpartijrisico wanneer de beheerder namens de instelling voor collectieve belegging in effecten zekerheden aan een tegenpartij in financiële derivaten, bedoeld in het eerste lid, doorgeeft. Doorgegeven zekerheden mogen enkel op nettobasis in aanmerking worden genomen indien de beheerder in staat is verrekeningsovereenkomsten met deze tegenpartij juridisch af te dwingen namens de instelling voor collectieve belegging in effecten.
|
||||
**4.** Een beheerder neemt zekerheden in aanmerking bij de berekening van het in artikel 134, tweede lid, van het besluit bedoelde tegenpartijrisico wanneer de beheerder namens de icbe zekerheden aan een tegenpartij in financiële derivaten, bedoeld in het eerste lid, doorgeeft. Doorgegeven zekerheden mogen enkel op nettobasis in aanmerking worden genomen indien de beheerder in staat is verrekeningsovereenkomsten met deze tegenpartij juridisch af te dwingen namens de icbe.
|
||||
|
||||
**5.** Een beheerder berekent de in artikel 134 van het besluit bedoelde begrenzingen voor concentraties van beleggingen in één uitgevende instelling overeenkomstig de benadering op basis van de aangegane verplichtingen, op grond van het onderliggende risico dat uit het gebruik van financiële derivaten voortvloeit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -799,7 +794,7 @@ Een beheerder mag de derivatenposities van een instelling voor collectieve beleg
|
|||
|
||||
### Paragraaf 6.1. Inleidende bepaling
|
||||
|
||||
### Artikel 6:1
|
||||
### Artikel 7:1
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van de voorschriften van dit hoofdstuk wordt onderscheid gemaakt tussen een vermogensbeheerder die in het kader van het beheer van een individueel vermogen:
|
||||
|
||||
|
|
@ -808,47 +803,23 @@ b. voor rekening van de cliënt transacties uitvoert of doet uitvoeren met betre
|
|||
|
||||
### Paragraaf 6.2. Beheerste uitoefening van het bedrijf
|
||||
|
||||
### Artikel 6:2
|
||||
### Artikel 7:2
|
||||
|
||||
De bewaaradministratie betreffende financiële instrumenten van een beleggingsonderneming voldoet aan het bepaalde in 9.26 van bijlage 9.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.3. Informatieverstrekking door een beleggingsonderneming
|
||||
|
||||
### Artikel 6:3
|
||||
### Artikel 7:3
|
||||
|
||||
**1.** Een beleggingsonderneming houdt zich aan de in bijlage 10 opgenomen regels met betrekking tot reclame-uitingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het reclame-uitingen met betrekking tot complexe producten betreft.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.4. Overige bepalingen met betrekking tot de zorgvuldige dienstverlening door een beleggingsonderneming
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.5. Regels met betrekking tot de bescherming van de rechten, financiële instrumenten of gelden van de cliënt
|
||||
|
||||
### Artikel 6:14
|
||||
### Artikel 7:14
|
||||
|
||||
**1.** Een beleggingsonderneming treft met betrekking tot de financiële instrumenten en gelden van cliënten een zodanige regeling dat de rechten van die cliënten voldoende beschermd zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -856,11 +827,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid kan een beleggingsonderneming financiële instrumenten van cliënten uitlenen, indien de cliënt hiervoor uitdrukkelijk schriftelijk toestemming verleent, de cliënt door de beleggingsonderneming gewezen is op de risico’s en door de beleggingsonderneming voldoende waarborgen voor de bescherming van de cliënt zijn getroffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:15
|
||||
### Artikel 7:15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een beleggingsonderneming, die de beleggingsdienst verleent als bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van beleggingsdiensten in artikel 1:1 van de wet of vermogensbeheer als bedoeld in onderdeel a van de definitie van vermogensbeheer in artikel 6:1, kan aan het vereiste bedoeld in artikel 6:14 voldoen indien:
|
||||
Een beleggingsonderneming, die de beleggingsdienst verleent als bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van beleggingsdiensten in artikel 1:1 van de wet of vermogensbeheer als bedoeld in onderdeel a van de definitie van vermogensbeheer in artikel 7:1, kan aan het vereiste bedoeld in artikel 7:14 voldoen indien:
|
||||
|
||||
a. de gelden en financiële instrumenten die een cliënt toebehoren en waarop de diensten van de beleggingsonderneming betrekking hebben, op een of meer rekeningen ten name van de cliënt bij een kredietinstelling worden aangehouden;
|
||||
b. bij de op naam en voor rekening van de cliënt verrichte transacties geen geldrekeningen of rekeningen voor financiële instrumenten van de beleggingsonderneming worden gebruikt; en
|
||||
|
|
@ -877,11 +848,11 @@ Onder schriftelijk in het eerste lid, sub c wordt mede verstaan langs elektronis
|
|||
|
||||
**3.** Dit artikel is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:16
|
||||
### Artikel 7:16
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een beleggingsonderneming die een beleggingsdienst verleent als bedoeld in onderdeel b of c van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, kan aan het vereiste, bedoeld in artikel 6:14, voldoen door het sluiten van een overeenkomst met de cliënt, waarin tenminste is bepaald dat:
|
||||
Een beleggingsonderneming die een beleggingsdienst verleent als bedoeld in onderdeel b of c van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, kan aan het vereiste, bedoeld in artikel 7:14, voldoen door het sluiten van een overeenkomst met de cliënt, waarin tenminste is bepaald dat:
|
||||
|
||||
a. de gelden en financiële instrumenten die een cliënt toebehoren en waarop de diensten van de beleggingsonderneming betrekking hebben, worden aangehouden op een of meer rekeningen ten name van de cliënt bij een kredietinstelling;
|
||||
b. creditering of debitering van de rekening in financiële instrumenten van de cliënt uitsluitend geschiedt tegen gelijktijdige debitering of creditering van het ingevolge de nota te ontvangen of verschuldigde bedrag op de daarvoor bestemde geldrekening van de cliënt; en
|
||||
|
|
@ -889,9 +860,9 @@ c. de beleggingsonderneming uitsluitend bevoegd is om over de in onderdeel a bed
|
|||
|
||||
**2.** Dit artikel is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:17
|
||||
### Artikel 7:17
|
||||
|
||||
Een beleggingsonderneming die de beleggingsdienst verleent als bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet kan aan het vereiste, bedoeld in artikel 6:14 voldoen, indien wordt voorzien in een regeling krachtens welke de in onderdeel d van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet bedoelde rekening en de voor de cliënt aangehouden geldrekening worden beheerd door een beleggersgiro die voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||||
Een beleggingsonderneming die de beleggingsdienst verleent als bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet kan aan het vereiste, bedoeld in artikel 7:14 voldoen, indien wordt voorzien in een regeling krachtens welke de in onderdeel d van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet bedoelde rekening en de voor de cliënt aangehouden geldrekening worden beheerd door een beleggersgiro die voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de beleggersgiro is een rechtspersoon naar Nederlands recht;
|
||||
b. een ieder die de beleggersgiro krachtens statuten of reglementen vertegenwoordigt dan wel het dagelijks beleid van de beleggersgiro bepaalt, is voldoende deskundig in verband met de bedrijfsvoering van de beleggersgiro en dient voldoende onafhankelijk te zijn van de bestuurders van de in de aanhef genoemde beleggingsonderneming. Tevens dient de betrouwbaarheid van de in de vorige volzin bedoelde personen, buiten twijfel te staan alsmede van de personen die rechtstreeks of middellijk bevoegd zijn om die personen te benoemen of te ontslaan.
|
||||
|
|
@ -905,13 +876,13 @@ i. de nakoming van de verplichtingen door de beleggersgiro is gegarandeerd door
|
|||
j. de beleggersgiro treedt uitsluitend op in het belang van de cliënten van de beleggingsonderneming voor wie financiële instrumenten en gelden bij de beleggersgiro worden gehouden;
|
||||
k. de beleggersgiro is jegens de cliënten aansprakelijk voor de door hen geleden schade, voorzover die schade het gevolg is van verwijtbare niet-nakoming van zijn verplichtingen;
|
||||
l. de beleggersgiro voorziet in een procedure in geval de beleggersgiro het voornemen te kennen geeft zijn functie neer te leggen;
|
||||
m. De beleggersgiro richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere bedrijfsvoering van zijn bedrijf waarborgt overeenkomstig de artikelen 31 eerste, tweede en derde lid, 31b, 35 eerste, tweede en vierde lid en 165 eerste lid onderdeel a tot en met c BGfo
|
||||
m. De beleggersgiro richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere bedrijfsvoering van zijn bedrijf waarborgt overeenkomstig de artikelen 31 eerste, tweede en derde lid, 31b, 35 eerste, tweede en vierde lid en 165, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van het besluit
|
||||
n. de beleggersgiro legt binnen zes maanden na het einde van het boekjaar een jaarrekening als bedoeld in artikel 361, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door de accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek over aan de Autoriteit Financiële Markten. De accountant staat niet in dienstbetrekking tot de beleggersgiro of de beleggingsonderneming die de in de aanhef bedoelde rekeningen aanbiedt**;**
|
||||
o. de beleggersgiro beschikt over een bedrag aan eigen vermogen van tenminste 125.000 euro;
|
||||
|
||||
### Artikel 6:18
|
||||
### Artikel 7:18
|
||||
|
||||
Een beleggingsonderneming die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning heeft, kan aan het vereiste, bedoeld in artikel 6:14, voldoen door het sluiten van een overeenkomst met de cliënt, waarin tenminste is bepaald dat creditering of debitering van de bij de kredietinstelling aangehouden rekening in financiële instrumenten van de cliënt uitsluitend geschiedt tegen gelijktijdige debitering of creditering van het ingevolge de nota inzake financiële instrumenten te ontvangen of verschuldigde bedrag op de daarvoor bestemde geldrekening van de cliënt en:
|
||||
Een beleggingsonderneming die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning heeft, kan aan het vereiste, bedoeld in artikel 7:14, voldoen door het sluiten van een overeenkomst met de cliënt, waarin tenminste is bepaald dat creditering of debitering van de bij de kredietinstelling aangehouden rekening in financiële instrumenten van de cliënt uitsluitend geschiedt tegen gelijktijdige debitering of creditering van het ingevolge de nota inzake financiële instrumenten te ontvangen of verschuldigde bedrag op de daarvoor bestemde geldrekening van de cliënt en:
|
||||
|
||||
a. indien de financiële instrumenten onder de Wet giraal effectenverkeer vallen, de financiële instrumenten overeenkomstig de bepalingen van de Wet giraal effectenverkeer worden bewaard en geadministreerd; of
|
||||
b. de financiële instrumenten worden bewaard bij een bewaarinstelling en aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
|
@ -927,11 +898,11 @@ b. de financiële instrumenten worden bewaard bij een bewaarinstelling en aan de
|
|||
• de bewaarder treedt uitsluitend op in het belang van de cliënten van de beleggingsonderneming voor wie financiële instrumenten en gelden bij de bewaarder in bewaring zijn gegeven;
|
||||
• de bewaarder is jegens de cliënten aansprakelijk voor de door hen geleden schade, voorzover die schade het gevolg is van verwijtbare niet-nakoming van zijn verplichtingen;
|
||||
• de bewaarder voorziet in een procedure in geval de bewaarder het voornemen te kennen geeft zijn functie neer te leggen; en
|
||||
• De bewaarinstelling richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere bedrijfsvoering van haar bedrijf waarborgt overeenkomstig de artikelen 31eerste, tweede en derde, 31b, 35 eerste, tweede en vierde lid en 165 eerste lid onderdeel a tot en met c BGfo
|
||||
• De bewaarinstelling richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere bedrijfsvoering van haar bedrijf waarborgt overeenkomstig de artikelen 31eerste, tweede en derde, 31b, 35 eerste, tweede en vierde lid en 165, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van het besluit
|
||||
|
||||
### Artikel 6:19
|
||||
### Artikel 7:19
|
||||
|
||||
**1.** Een beleggingsonderneming die door het sluiten van een lease-overeenkomst voor financiële instrumenten cliënten de mogelijkheid biedt financiële instrumenten te verkrijgen, kan aan het vereiste, bedoeld in artikel 6:14, voldoen door te voorzien in een regeling krachtens welke de rechten van cliënten op grond van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten cliënten door middel van een eerste pandrecht van deze cliënten op de desbetreffende financiële instrumenten zijn gewaarborgd.
|
||||
**1.** Een beleggingsonderneming die door het sluiten van een lease-overeenkomst voor financiële instrumenten cliënten de mogelijkheid biedt financiële instrumenten te verkrijgen, kan aan het vereiste, bedoeld in artikel 7:14, voldoen door te voorzien in een regeling krachtens welke de rechten van cliënten op grond van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten cliënten door middel van een eerste pandrecht van deze cliënten op de desbetreffende financiële instrumenten zijn gewaarborgd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -944,28 +915,12 @@ d. voldoening van de wettelijke rente over de vorderingen, bedoeld in de onderde
|
|||
|
||||
**3.** In geval van ontbinding van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten dient de rekenregel op grond waarvan de financiële rechten van de cliënt ten opzichte van de beleggingsonderneming worden bepaald, de rechten van de cliënt op grond van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten voldoende te beschermen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:20
|
||||
### Artikel 7:20
|
||||
|
||||
Teneinde te voldoen aan het vereiste, bedoeld in artikel 6:14, kan de beleggingsonderneming andere regelingen treffen dan de regelingen als bedoeld in de artikelen 6:15 tot en met 6:19. Deze andere regelingen behoeven de voorafgaande goedkeuring van de Autoriteit Financiële Markten.
|
||||
Teneinde te voldoen aan het vereiste, bedoeld in artikel 7:14, kan de beleggingsonderneming andere regelingen treffen dan de regelingen als bedoeld in de artikelen 7:15 tot en met 7:19. Deze andere regelingen behoeven de voorafgaande goedkeuring van de Autoriteit Financiële Markten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.6. Regels met betrekking tot het vermijden van belangenconflicten tussen de beleggingsonderneming en haar cliënten en tussen haar cliënten onderling
|
||||
|
||||
### Artikel 6:21
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:22
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:23
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:24
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Regels betreffende de verplichting van levensverzekeraars als bedoeld in
|
||||
|
||||
### Paragraaf 8.1. Regels met betrekking tot activeren van cliënten
|
||||
|
|
@ -1016,13 +971,13 @@ d. dat een slotbrief aan de cliënt is gestuurd, waarin de verrichte inspanninge
|
|||
|
||||
**1.** Voor cliënten met een niet opbouwende beleggingsverzekering geldt dat aan hen een passende oplossing moet worden geboden alvorens de beleggingsverzekering meetelt voor het in Bijlage 13 vastgestelde vereiste resultaat.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 8:4, tweede lid, wordt onder een niet opbouwende beleggingsverzekering verstaan een voor 1 januari 2013, de peildatum, afgesloten beleggingsverzekering waarvoor premie wordt betaald op hiervoor vermelde datum, waarbij de verwachte aangroei in vermogen tussen de peildatum en einddatum, berekend op 4% per jaar als in Modellen De Ruiter, op 1 januari 2013, lager is dan de door de cliënt naar verwachting nog in te leggen premies tussen de peildatum en de einddatum.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 8:4, tweede lid, wordt onder een niet opbouwende beleggingsverzekering verstaan een voor 1 januari 2013, de peildatum, afgesloten beleggingsverzekering waarvoor premie wordt betaald op hiervoor vermelde datum, waarbij de verwachte aangroei in vermogen tussen de peildatum en einddatum, berekend op 4% per jaar als in Modellen De Ruiter, op 1 januari 2013, lager is dan de door de cliënt naar verwachting nog in te leggen premies tussen de peildatum en de einddatum.
|
||||
|
||||
**3.** Met passende oplossing zoals vermeld in het eerste lid wordt bedoeld dat, indien de cliënt met een beleggingsverzekering als bedoeld in het tweede lid niet kan worden bereikt of de cliënt geen weloverwogen keuze kenbaar heeft gemaakt, de levensverzekeraar ervoor zorg draagt dat het niet opbouwende karakter van de beleggingsverzekering wordt weggenomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8:6
|
||||
|
||||
**1.** De levensverzekeraar monitort zijn portefeuille eenmaal per jaar op een door hem gekozen meetmoment op cliënten die voor 1 januari 2013 een beleggingsverzekering hebben afgesloten waarvoor premie wordt betaald op de hiervoor vermelde datum, en waarbij eerst op dit jaarlijkse meetmoment naar voren komt dat de verwachte aangroei in vermogen tussen het meetmoment en einddatum, berekend op 4% per jaar overeenkomstig de Modellen De Ruiter, lager is dan door de cliënt naar verwachting nog in te leggen premies tussen het meetmoment en de einddatum.
|
||||
**1.** De levensverzekeraar monitort zijn portefeuille eenmaal per jaar op een door hem gekozen meetmoment op cliënten die voor 1 januari 2013 een beleggingsverzekering hebben afgesloten waarvoor premie wordt betaald op de hiervoor vermelde datum, en waarbij eerst op dit jaarlijkse meetmoment naar voren komt dat de verwachte aangroei in vermogen tussen het meetmoment en einddatum, berekend op 4% per jaar overeenkomstig de Modellen De Ruiter, lager is dan door de cliënt naar verwachting nog in te leggen premies tussen het meetmoment en de einddatum.
|
||||
|
||||
**2.** De cliënt als bedoeld in het eerste lid wordt een passende oplossing geboden als bedoeld in artikel 8:5, derde lid, voor zover niet eerder een oplossing is geboden als bedoeld in artikel 8:5, derde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1035,12 +990,12 @@ d. dat een slotbrief aan de cliënt is gestuurd, waarin de verrichte inspanninge
|
|||
Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 81b, derde lid van het besluit, stelt de AFM een vereist resultaat vast voor verschillende categorieën beleggingsverzekeringen. Het vereiste resultaat en de daarbij behorende einddata zijn opgenomen in de in Bijlage 13 weergeven tabel. Ten aanzien van het activeren van cliënten met een beleggingsverzekering wordt in het vereiste resultaat een onderscheid gemaakt in:
|
||||
|
||||
a. cliënten met beleggingsverzekeringen zoals bedoeld in artikel 8:5, tweede lid (rij 1 van de tabel in Bijlage 13);
|
||||
b. cliënten met hypotheekgebonden beleggingsverzekeringen die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en premiebetalend zijn, dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom (rij 2 van de tabel in Bijlage 13);
|
||||
c. cliënten met pensioengebonden beleggingsverzekeringen, niet zijnde een collectieve verzekering, die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en die:
|
||||
b. cliënten met hypotheekgebonden beleggingsverzekeringen die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en premiebetalend zijn, dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom (rij 2 van de tabel in Bijlage 13);
|
||||
c. cliënten met pensioengebonden beleggingsverzekeringen, niet zijnde een collectieve verzekering, die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en die:
|
||||
|
||||
1° premiebetalend zijn, gesloten zijn op basis van een koopsom of premievrij zijn en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 40.000 of hoger, ongeacht de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 3.500 of meer was (rij 3 van de tabel in bijlage 13);
|
||||
2° niet in de categorie beleggingsverzekeringen vallen als bedoeld in sub c, onder 1, premiebetalend zijn dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 25.000 of hoger, ongeacht de hoogte van de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 1.000- of meer was (rij 4 van de tabel in Bijlage 13);
|
||||
3° niet in de categorie beleggingsverzekeringen vallen als bedoeld in sub c, onder 1 en 2, premiebetalend zijn, dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hebben van minder dan € 25.000 of waarvan de totale inleg in 2013 minder dan € 1.000 was (rij 5 van de tabel in Bijlage 13).
|
||||
1° premiebetalend zijn, gesloten zijn op basis van een koopsom of premievrij zijn en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 40.000 of hoger, ongeacht de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 3.500 of meer was (rij 3 van de tabel in bijlage 13);
|
||||
2° niet in de categorie beleggingsverzekeringen vallen als bedoeld in sub c, onder 1, premiebetalend zijn dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 25.000 of hoger, ongeacht de hoogte van de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 1.000- of meer was (rij 4 van de tabel in Bijlage 13);
|
||||
3° niet in de categorie beleggingsverzekeringen vallen als bedoeld in sub c, onder 1 en 2, premiebetalend zijn, dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hebben van minder dan € 25.000 of waarvan de totale inleg in 2013 minder dan € 1.000 was (rij 5 van de tabel in Bijlage 13).
|
||||
|
||||
### Artikel 8:8
|
||||
|
||||
|
|
@ -1064,11 +1019,11 @@ c. de van de individuele cliënt ontvangen informatie waaronder in ieder geval w
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 7:1
|
||||
### Artikel 9:1
|
||||
|
||||
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 7:2
|
||||
### Artikel 9:2
|
||||
|
||||
Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1178,13 +1133,19 @@ Het aantal financiële producten dat vergeleken wordt resulteert in een van de d
|
|||
|
||||
De objectieve analyse wordt als volgt bepaald:
|
||||
|
||||
## Bijlage 8. Bijlage ter uitvoering van de
|
||||
## Bijlage 8. Bijlage ter uitvoering van
|
||||
|
||||
De informatie die een beleggingsobjectprospectus ingevolge artikel 10:2 van het besluit dient te bevatten,wordt in onderstaande volgorde opgenomen. De onderstaande titels van de hoofdstukken dienen te worden gehanteerd. Hieronder wordt per hoofdstuk aangegeven welke informatie ten minste in het betreffende hoofdstuk dient te worden opgenomen.
|
||||
|
||||
## Bijlage 9. Bijlage ter uitvoering van de
|
||||
## Bijlage 9. Bijlage ter uitvoering van
|
||||
|
||||
## Bijlage 10. Bijlage ter uitvoering van de
|
||||
^1 De tabel dient een overzicht te geven van de geprognosticeerde en eventueel reeds gemaakte kosten betreffende de gehele bestaansduur van het beleggingsobject. Het is niet de bedoeling dat in de kolom ‘overige jaren’ de geprognosticeerde en eventueel reeds gemaakte kosten voor het resterende deel van de bestaansduur van het beleggingsobject samen worden genomen, tenzij de bedoelde kosten gelijk zijn voor de overige jaren (zie ook artikel 5:2).
|
||||
|
||||
^2 De op te nemen bedragen bij de posten rentebaten, financieringen en prestatievergoedingen in tabel 2 betreffen eveneens geprognosticeerde en/of reeds betaalde bedragen.
|
||||
|
||||
^3Zie voetnoot 1.
|
||||
|
||||
## Bijlage 10. Bijlage ter uitvoering van
|
||||
|
||||
## Bijlage 11. Bijlage ter uitvoering van
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue