2009-01-01 | BWBR0003229 | Ambtenarenreglement Staten-Generaal

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-01 12:00:00 +00:00
parent 0d227abe09
commit 7fec2a9945

View file

@ -1008,7 +1008,7 @@ i) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder
### Artikel 71b
**1.** In geval van een geschil over het wel of niet bestaan van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte voorziet artikel 30, eerste lid, onderdeel e, van de Wet SUWI in het instellen van een onderzoek en het geven van een oordeel.
**1.** In geval van een geschil over het wel of niet bestaan van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte voorziet artikel 32, eerste lid, van de Wet SUWI in het instellen van een onderzoek en het geven van een oordeel.
**2.** Het medisch advies dat door de deskundige persoon of de arbodienst wordt uitgebracht naar aanleiding van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 71a, wordt zo spoedig mogelijk aan de ambtenaar en het tot aanstelling bevoegde gezag medegedeeld.
@ -1098,26 +1098,6 @@ a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
### Artikel 72b
**1.**
De ambtenaar, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, die voor 1 januari 2011 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en
b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar die arbeidsongeschikt is geworden ten gevolge van een beroepsincident, ook nadat de termijn van vijf jaar is verstreken recht op een uitkering.
**3.**
De uitkering eindigt in ieder geval:
a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
b. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden.
**4.** Bij eventuele samenloop van een recht op uitkering op grond van dit artikel en een recht op uitkering op grond van artikel 37a, derde of vierde lid, vervalt het laatstbedoelde recht.
### Artikel 73
**1.**
@ -1187,30 +1167,6 @@ De artikelen 72, vierde lid, 72a, tweede tot en met vijfde lid, 73, 73a en 104,
Vervallen
### Artikel 75
**1.**
De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging:
a) indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen;
b) indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt;
c) indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel b en blijkt dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid, de aan de desbetreffende functie verbonden werkzaamheden te verrichten, ten onrechte heeft plaatsgevonden, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op betaling van loon of bezoldiging, dan wel aanspraak kan maken op een ZW-uitkering.
### Artikel 75b
**1.** Het tot aanstelling bevoegde gezag is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten.
**2.** De maatregelen en voorschriften, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op duurzame reïntegratie in de eigen arbeid of in andere passende arbeid in de sector Rijk waarvan de voor die arbeid geldende salarisschaal niet meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die voor de ambtenaar geldt en waarbij de resterende mogelijkheden van de ambtenaar volledig worden benut. Indien na overleg tussen het tot aanstelling bevoegde gezag en de ambtenaar vaststaat dat dergelijke arbeid niet voorhanden is, zullen de maatregelen en voorschriften zich richten op duurzame reïntegratie in andere passende arbeid, zo mogelijk binnen een van de overheidssectoren.
**3.** Zolang duurzame reïntegratie als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is, stelt het tot aanstelling bevoegde gezag de ambtenaar in de gelegenheid andere passende arbeid te verrichten.
**4.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het tot aanstelling bevoegde gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
**5.** De ambtenaar die van mening is dat het tot aanstelling bevoegde gezag de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, legt bij zijn verzoek tot nakoming aan het tot aanstelling bevoegde gezag een oordeel van het UWV als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI over. Het tot aanstelling bevoegde gezag beslist binnen zes weken op het verzoek en deelt daarbij mee tot welke aanpassingen in de reïntegratie-inspanningen het verzoek hem aanleiding geeft.
#### Paragraaf . Geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering
### Artikel 75
@ -1258,7 +1214,7 @@ t) zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van d
**4.** Het tot aanstelling bevoegd gezag kan op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat de aanspraak op de doorbetaling van bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, niet vervalt maar geheel of ten dele aan anderen dan aan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar zal worden uitbetaald.
**5.** Voor zover het tot aanstelling bevoegd gezag van de bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging of de niet uitbetaalde bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, alsnog aan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar uitbetaald, indien het in artikel 30, eerste lid, onderdeel e, van de Wet SUWI, bedoelde oordeel ten gunste van de ambtenaar of de gewezen ambtenaar uitvalt.
**5.** Voor zover het tot aanstelling bevoegd gezag van de bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging of de niet uitbetaalde bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, alsnog aan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar uitbetaald, indien het in artikel 32, eerste lid, van de Wet SUWI, bedoelde oordeel ten gunste van de ambtenaar of de gewezen ambtenaar uitvalt.
### Artikel 75b
@ -1270,7 +1226,7 @@ t) zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van d
**4.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het tot aanstelling bevoegde gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
**5.** De ambtenaar die van mening is dat het tot aanstelling bevoegde gezag de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, legt bij zijn verzoek tot nakoming aan het tot aanstelling bevoegde gezag een oordeel van het UWV als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onder g, van de Wet SUWI over. Het tot aanstelling bevoegde gezag beslist binnen zes weken op het verzoek en deelt daarbij mee tot welke aanpassingen in de reïntegratie-inspanningen het verzoek hem aanleiding geeft.
**5.** De ambtenaar die van mening is dat het tot aanstelling bevoegde gezag de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, legt bij zijn verzoek tot nakoming aan het tot aanstelling bevoegde gezag een oordeel van het UWV als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI over. Het tot aanstelling bevoegde gezag beslist binnen zes weken op het verzoek en deelt daarbij mee tot welke aanpassingen in de reïntegratie-inspanningen het verzoek hem aanleiding geeft.
#### Paragraaf . Begin en einde van de tijdvakken van 52 en 26 weken