2016-04-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
93877b11cb
commit
8038cc3eed
1 changed files with 216 additions and 22 deletions
|
|
@ -38,9 +38,10 @@ Op grond van artikel 2e, derde lid, Vw junctis artikelen 1.22, aanhef en onder b
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 2e Vw junctis artikelen 1.18, 1.19, 1.22 Vb en de artikelen 1.12 t/m 1.15 VV wijst de IND de aanvraag tot erkenning als referent af als:
|
||||
|
||||
• de aanvrager – als dit is vereist op grond van de Handelsregisterwet 2007- niet is ingeschreven in het handelsregister;
|
||||
• de aanvrager – als dit is vereist op grond van de Handelsregisterwet 2007 – niet is ingeschreven in het handelsregister;
|
||||
• de aanvrager, die niet inschrijfplichtig is in het handelsregister, niet de in artikel 1.12 VV gevraagde persoonsgegevens van de bij de onderneming of rechtspersoon betrokken bestuurders aan de IND verstrekt;
|
||||
• de aanvrager failliet is, of in surseance van betaling verkeert;
|
||||
• de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een negatief advies heeft afgegeven inzake de continuïteit en solvabiliteit van de aanvrager;
|
||||
• de aanvrager, of de bij de aanvrager betrokken (rechts)personen, in het jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning drie keer failliet is verklaard;
|
||||
• de aanvrager in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning fiscale vergrijpboetes op grond van de artikelen 67d, 67e en 67f Algemene wet inzake Rijksbelastingen zijn opgelegd;
|
||||
• de aanvrager in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning drie of meer boetes zijn opgelegd door de IND op grond van artikel 55a Vw;
|
||||
|
|
@ -61,14 +62,12 @@ a. de aanvrager om erkenning in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erk
|
|||
• de vraag of sprake is van meerdere opgelegde boetes.
|
||||
b. een erkenning van de referent in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning is ingetrokken.
|
||||
|
||||
Van deze bevoegdheid maakt de IND in ieder geval geen gebruik als de intrekking op verzoek van de erkende referent heeft plaatsgevonden, zonder dat zich daarbij een van de gronden als neergelegd in artikel 2g, aanhef en onder a, b, of c, Vw heeft voorgedaan.
|
||||
Van deze bevoegdheid maakt de IND in ieder geval geen gebruik als het een intrekking betreft als bedoeld in artikel 1.15a VV of de intrekking op verzoek van de erkende referent heeft plaatsgevonden, zonder dat zich daarbij een van de gronden als neergelegd in artikel 2g, aanhef en onder a, b, of c, Vw heeft voorgedaan.
|
||||
|
||||
#### 2.2. Schorsen en intrekken van de erkenning als referent
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 2f, eerste lid, Vw juncto artikel 1.22 Vb kan de IND de erkenning als referent schorsen als sprake is van in ieder geval één van de volgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
• de IND heeft een ernstig vermoeden dat de referent niet meer voldoet aan de voorwaarden voor erkenning, als bedoeld in artikel 2e Vw;
|
||||
|
|
@ -86,6 +85,72 @@ Op grond van artikel 2g Vw trekt de IND de erkenning als referent in als de in d
|
|||
• de referent niet zorgvuldig toetst of de vreemdeling wiens overkomst hij wenst aan de verblijfsvoorwaarden voldoet; of
|
||||
• de referent heeft bij kennis of vermoedens van misstanden met betrekking tot het verblijf van de vreemdeling in Nederland niet adequaat opgetreden.
|
||||
|
||||
Op grond artikel 1.15a VV kan de IND de erkenning als referent intrekken als de in dit artikel genoemde feiten zich voordoen.
|
||||
|
||||
#### 2.3. Beoordeling continuïteit en solvabiliteit van de onderneming
|
||||
|
||||
Hoofdregel is dat de IND voor de beoordeling of de continuïteit en solvabiliteit van de *startende onderneming* (als bedoeld in artikel 1.13, tweede lid, VV) voldoende is gewaarborgd advies opvraagt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
|
||||
|
||||
De toets door RVO bestaat uit de volgende onderdelen:
|
||||
|
||||
Voor een positief advies zijn minimaal 50 punten vereist (maximaal te behalen 100 punten).
|
||||
|
||||
*Toets op inschrijving bij de Nederlandse Kamer van Koophandel*
|
||||
|
||||
• Is onderneming ingeschreven?
|
||||
• Wisseling vennoten/aandeelhouders/zeggenschap ten opzichte van aanvraagdatum?
|
||||
• Overname?
|
||||
• Surseance?
|
||||
• Faillissement?
|
||||
|
||||
*Toets ondernemingsplan*
|
||||
|
||||
1. Criterium Marktpotentie
|
||||
|
||||
1a Product / dienst (maximaal te behalen 15 punten)
|
||||
|
||||
• kenmerken
|
||||
• toepassing
|
||||
• behoefte (in hoeverre speelt product/dienst in op algemene marktbehoefte)
|
||||
• unique selling points
|
||||
|
||||
*Toelichting:* Er is sprake van een duidelijke beschrijving van product of dienst. Het is aannemelijk gemaakt dat product of dienst, gelet op de marktontwikkelingen, potentie heeft. Unique sellings points zijn aannemelijk gemaakt.
|
||||
|
||||
1b Marktanalyse (maximaal te behalen 25 punten)
|
||||
|
||||
• potentiële klanten
|
||||
• concurrenten
|
||||
• toetredingsbarrières
|
||||
• samenwerking
|
||||
• risico’s
|
||||
• prijsbeleid
|
||||
• marketing / promotie
|
||||
|
||||
*Toelichting:* De marktanalyse moet toegespitst zijn op de eigen specifieke bedrijfsomgeving. De analyse moet zowel kwalitatief als kwantitatief zijn. Marktomvang, doelgroep, eigen potentiële marktaandeel; helder prijs-, marketing- en promotiebeleid; vergelijking met concurrentie; vergelijking met trends en branchegegevens, ook regionaal; te relateren aan eigen situatie/mogelijkheden. Eigen onderzoek of door derden.
|
||||
2. Criterium Organisatie (maximaal te behalen 20 punten)
|
||||
|
||||
• ondernemingsstructuur
|
||||
• competenties
|
||||
|
||||
*Toelichting:* Er is sprake van een heldere en adequate organisatiestructuur van de onderneming in Nederland; de juiste competenties op het gebied van ondernemerschap, management en vak inhoud zijn binnen de onderneming in Nederland aanwezig.
|
||||
3. Criterium Financiering
|
||||
|
||||
3a Solvabiliteit (verhouding Eigen vermogen – Totaal vermogen)
|
||||
|
||||
*Toelichting:* Uitgaande van de omzet- en liquiditeitsprognoses moet de solvabiliteitsprognose zodanig zijn, dat financiële tegenvallers gedurende drie jaar opgevangen kunnen worden.
|
||||
3b Omzet
|
||||
|
||||
*Toelichting:* De omzetprognose is aannemelijk en stemt overeen met de marktpotentie (met name de marktanalyse).
|
||||
3c Liquiditeitsprognose (maximaal te behalen 15 punten)
|
||||
|
||||
(breakeven)
|
||||
|
||||
*Toelichting:* De operationele cashflow (kasstroom uit de feitelijke bedrijfsactiviteiten) moet binnen drie jaar positief zijn.
|
||||
|
||||
Uitzondering op de hoofdregel is dat de IND voor de beoordeling of de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming voldoende is gewaarborgd geen advies hoeft op te vragen bij de RVO als het niet gaat om een daadwerkelijk ‘startende’ onderneming als beschreven in artikel 1.13, tweede lid, onderdelen a tot en met d, VV.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 1.13, vierde en vijfde lid, VV vraagt de IND wel advies op bij de RVO als er twijfel bestaat of de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming voldoende is gewaarborgd, ongeacht of het om een startende of gevestigde onderneming gaat.
|
||||
|
||||
### 3. Aanvraagprocedures
|
||||
|
||||
#### 3.1. Biometrische gegevens
|
||||
|
|
@ -876,11 +941,27 @@ Als een uitzendbureau om erkenning als referent verzoekt, beschouwt de IND een b
|
|||
|
||||
Als een startende vestiging van een bedrijf dat onderdeel uitmaakt van een buitenlands bedrijf verzoekt om erkenning als referent, beschouwt de IND een verklaring van bekendheid van (een onderdeel van) de Netherlands Foreign Investment Agency (hierna: NFIA) als bewijsmiddel dat de continuïteit en solvabiliteit van de referent voldoende is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
Als een onderneming zich bezighoudt met arbeidsbemiddeling of het beschikbaar stellen van arbeidskrachten en om erkenning als referent verzoekt, beschouwt de IND een bewijs van inschrijving in het Register normering arbeid als aanvullend bewijsmiddel dat de betrouwbaarheid van de referent voldoende is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 2a Vw, juncto artikel 1.15 en 3.31, tweede lid, Vb, juncto artikel 1.10 VV beschouwt de IND een uittreksel uit het handelsregister als bewijsmiddel dat de referent rechtspersoonlijkheid heeft.
|
||||
|
||||
Zelfstandige onderdelen van een kerkgenootschap die deel uitmaken van een koepelorganisatie met rechtspersoonlijkheid en erkenning als referent aanvragen moeten bescheiden overleggen waaruit blijkt dat zij onderdeel vormen van een koepelorganisatie.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt bescheiden als een verklaring over het betalingsgedrag afgegeven door de Belastingdienst en een door een accountant goedgekeurde jaarrekeningen of een bankverklaring als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de continuïteit en solvabiliteit van de referent voldoende zijn gewaarborgd.
|
||||
De IND beschouwt bescheiden als een verklaring over het betalingsgedrag afgegeven door de Belastingdienst en door een accountant goedgekeurde jaarrekeningen of een bankverklaring als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de continuïteit en solvabiliteit van de referent voldoende zijn gewaarborgd.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel ten behoeve van de adviesaanvraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (zie paragraaf B1/2.3 Vc) voor de beoordeling van de continuïteit en solvabiliteit van een startende onderneming of rechtspersoon als bedoeld in artikel 1.13, tweede lid, VV een ondernemingsplan, aangevuld met bijvoorbeeld:
|
||||
|
||||
• kopieën van onderzoeken, artikelen, verklaringen van branchedeskundigen, waaruit bijzonderheden en/of meerwaarde van product en/of dienst blijken;
|
||||
• bewijsstukken zoals kopieën van marktonderzoeken, opdrachtovereenkomsten, ontvangen orders en volledige (omvang in tijdsduur en bedrag) intentieverklaringen, CV’s, referenties, diploma’s;
|
||||
• (prognoses van) jaarrekeningen. Als een bank een onderneming financiert via een bedrijfskrediet of als de overheid (mede)financiert via kredietregelingen of subsidieregelingen, bewijsstukken waaruit dit blijkt;
|
||||
• (prognoses van) exploitatieoverzichten. Die moeten sporen met de marktpotentie (met name marktanalyse). In het geval van realisaties zijn ter ondersteuning van de jaarrekening onderbouwingen nodig in de vorm van BTW-aangiftes en BTW-beschikkingen;
|
||||
• liquiditeitsprognoses. Die moeten overeenkomen met de prognoses van de exploitatieoverzichten.
|
||||
|
||||
Als op grond van artikel 1.13, tweede lid, onderdeel a, VV geen ondernemingsplan is vereist overlegt de aanvrager een verklaring van betalingsgedrag, als bedoeld in hetzelfde artikel.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 1.13, tweede lid, onderdelen b, c, d, VV is geen ondernemingsplan vereist. De aanvrager overlegt in dat geval de in de betreffende onderdelen genoemde bewijsmiddelen (indien van toepassing) en aanvullende bewijsmiddelen als bijvoorbeeld akten en/of statuten.
|
||||
|
||||
Als er twijfel bestaat of de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming voldoende is gewaarborgd, beschouwt de IND het in artikel 1.13, vierde lid, VV gestelde als bewijsmiddel ten behoeve van de adviesaanvraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
|
||||
|
||||
#### 8.3. Bewijsmiddelen aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier
|
||||
|
||||
|
|
@ -2795,12 +2876,12 @@ De IND beoordeelt ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verbl
|
|||
|
||||
• de vreemdeling die stelt slachtoffer van mensenhandel te zijn (nog) geen aangifte heeft gedaan noch op andere wijze medewerking heeft verleend aan het strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek.
|
||||
|
||||
De IND kan aan een slachtoffer van mensenhandel op grond van artikel 3.48, eerste lid, onder d, Vb een verblijfsvergunning verlenen, als het slachtoffer aantoont dat hij geen aangifte kan of wil doen of anderszins medewerking kan of wil verlenen aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de mensenhandelaar in verband met:
|
||||
De IND kan aan een vermoedelijk slachtoffer van mensenhandel op grond van artikel 3.48, eerste lid, onder d, Vb een verblijfsvergunning verlenen, als het vermoedelijke slachtoffer aantoont dat hij geen aangifte kan of wil doen of anderszins medewerking kan of wil verlenen aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de mensenhandelaar in verband met:
|
||||
|
||||
• een ernstige bedreiging; en/of
|
||||
• een medische of psychische beperking.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.48, derde lid Vb wijst de IND de aanvraag tot verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van het slachtoffer dat niet kan of wil meewerken niet af als het slachtoffer:
|
||||
In aanvulling op artikel 3.48, derde lid Vb wijst de IND de aanvraag tot verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van het vermoedelijke slachtoffer dat niet kan of wil meewerken niet af als het vermoedelijke slachtoffer:
|
||||
|
||||
• een gevaar vormt voor de openbare orde, waarbij sprake is van een inbreuk op de openbare orde die rechtstreeks verband houdt met het feit waar de vreemdeling slachtoffer van is; of
|
||||
• niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding.
|
||||
|
|
@ -2835,11 +2916,15 @@ De IND trekt de verblijfsvergunning van een getuige-aangever van mensenhandel in
|
|||
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de politie of het OM als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de strafzaak, op basis waarvan de vreemdeling een verblijfsvergunning heeft gehad in het kader van het beleid over mensenhandel, nog loopt.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit blijkt dat een slachtoffer van mensenhandel geen aangifte kan of wil doen of geen medewerking kan of wil verlenen aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de mensenhandelaar in verband met een ernstige bedreiging en/of een medische of psychische beperking:
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit blijkt dat een vermoedelijk slachtoffer van mensenhandel geen aangifte kan of wil doen of geen medewerking kan of wil verlenen aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de mensenhandelaar in verband met een ernstige bedreiging en/of een medische of psychische beperking:
|
||||
|
||||
• een verklaring van de politie waaruit blijkt dat de vreemdeling slachtoffer is van mensenhandel; en
|
||||
• als dit van toepassing is: een verklaring van de politie waaruit blijkt dat van de vreemdeling niet verwacht kan worden medewerking te verlenen aan het strafproces in verband met ernstige bedreigingen in Nederland door de mensenhandelaar. Als deze verklaring wordt overgelegd, wordt hiermee ook aannemelijk geacht dat betrokkene zich niet aan de bedreigingen kan onttrekken als hij zich zou vestigen in het land van herkomst, omdat mensenhandelbendes vrijwel altijd opereren over de grenzen heen; of
|
||||
• als dit van toepassing is: medische informatie waaruit blijkt dat een fysieke of psychische aandoening aan het verlenen van medewerking aan het strafproces in de weg staat. De medische informatie moet afkomstig zijn van een behandelaar die of in het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg hetzij in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen is ingeschreven.
|
||||
• een verklaring van de politie waaruit blijkt dat er aanwijzingen zijn van mensenhandel en in ieder geval een van onderstaande twee verklaringen:
|
||||
• een verklaring van de politie waaruit blijkt dat van de vreemdeling niet verwacht kan worden medewerking te verlenen aan het strafproces in verband met ernstige bedreigingen in Nederland door de mensenhandelaar. Als deze verklaring wordt overgelegd, wordt hiermee ook aannemelijk geacht dat betrokkene zich niet aan de bedreigingen kan onttrekken als hij zich zou vestigen in het land van herkomst, omdat mensenhandelbendes vrijwel altijd opereren over de grenzen heen; of
|
||||
• een gedagtekend en ondertekend schriftelijk bewijs van een medische behandelaar(s), niet ouder dan zes weken op het moment waarop het bewijs overgelegd wordt, waaruit blijkt:
|
||||
|
||||
○ de naam, het adres en het registratienummer van het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg of het Nederlands Instituut van Psychologen van de behandelaar(s);
|
||||
○ welke medische klachten de vreemdeling heeft;
|
||||
○ welke gevolgen de genoemde klachten hebben voor de medewerking aan het strafproces.
|
||||
|
||||
#### 3.4. Afspraken ketenpartners
|
||||
|
||||
|
|
@ -4357,28 +4442,33 @@ De IND beschouwt in ieder geval als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat sprake
|
|||
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven:
|
||||
|
||||
• als economisch niet-actieve langdurig ingezetene;
|
||||
• als vermogende vreemdeling; en
|
||||
• voor het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst omdat artikel 13 Besluit 1/80 van toepassing is.
|
||||
• als vermogende vreemdeling;
|
||||
• voor het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst omdat artikel 13 Besluit 1/80 van toepassing is; en
|
||||
• op grond van de pilot ‘huisvesting Akense niet-EU studenten’.
|
||||
|
||||
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van artikel 3.29a Vb.
|
||||
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van 3.29a Vb en artikel 3.4, derde lid, Vb in samenhang met het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’.
|
||||
|
||||
### 2. Beleidsregels
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.29a, eerste lid, aanhef en onder b, Vb accepteert de IND alle middelen van bestaan ongeacht de bron waaruit deze afkomstig zijn (erfenis, alimentatie, onroerend goed, arbeid buiten Nederland, een uitkering, pensioen, etcetera). Voorwaarde voor het accepteren door de IND van alle middelen van bestaan ongeacht de bron waaruit deze afkomstig zijn, is dat met deze middelen wordt voorkomen dat de economisch niet-actieve langdurig ingezetene voor zichzelf en zijn gezinsleden een beroep doet op het Nederlandse stelsel van sociale bijstand.
|
||||
#### 2.1. Economisch niet-actieve langdurig ingezetene
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.29a, eerste lid, aanhef en onder b, Vb accepteert de IND alle middelen van bestaan ongeacht de bron waaruit deze afkomstig zijn (erfenis, alimentatie, onroerend goed, arbeid buiten Nederland, een uitkering, pensioen, et cetera).
|
||||
|
||||
#### 2.2. Vermogende vreemdeling
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.29a, tweede lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
1. de vreemdeling investeert een bedrag van minimaal € 1.250.000 in een in Nederland gevestigd(e):
|
||||
|
||||
a. innovatieve onderneming; of
|
||||
b. contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere innovatieve onderneming(en); of
|
||||
a. innovatieve onderneming;
|
||||
b. contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere innovatieve onderneming(en);
|
||||
c. door de Minister van Economische Zaken erkend seedfonds; of
|
||||
d. participatiefonds dat is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP).
|
||||
2. het te investeren bedrag is gestort op een bankrekening van een Nederlandse bank of een bank van een EU-lidstaat met een vestiging in Nederland die onder toezicht staan van De Nederlandsche Bank;
|
||||
3. de investering heeft volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie; en
|
||||
3. de investering heeft volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie; en
|
||||
4. niet is gebleken dat het vermogen waaruit wordt geïnvesteerd een malafide herkomst heeft.
|
||||
|
||||
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) adviseert de IND of de investering in een innovatieve onderneming (voorwaarde 1 sub a) of de investering in een contractueel samenwerkingsverband (voorwaarde 1 sub b) een toegevoegde waarde heeft voor de Nederlandse economie.
|
||||
De RVO adviseert de IND of de investering in een innovatieve onderneming (voorwaarde 1 sub a) of de investering in een contractueel samenwerkingsverband (voorwaarde 1 sub b) een toegevoegde waarde heeft voor de Nederlandse economie.
|
||||
|
||||
1. Een investering door de vermogende vreemdeling in een innovatieve onderneming.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4389,7 +4479,7 @@ De beoogde investering heeft toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie als
|
|||
|
||||
De toets door RVO bestaat uit de volgende onderdelen:
|
||||
|
||||
• Een check of het contractueel samenwerkingsverband staat ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel.
|
||||
• Een check of het contractueel samenwerkingsverband staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
|
||||
• Het beoordelen van de innovatieve aard van het contractueel samenwerkingsband en de ondernemingen waarin wordt geïnvesteerd, waarbij het bovenstaand puntensysteem bij de beoordeling wordt betrokken.
|
||||
• Het beoordelen van de arbeidscreatie, waarbij bij meerdere investeringen in één of meerdere innovatieve ondernemingen de arbeidscreatie naar rato van de inbreng van de vermogende vreemdeling wordt berekend.
|
||||
3. De investering in een door het Ministerie van Economische Zaken erkend seedfonds in oprichting heeft toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie.
|
||||
|
|
@ -4408,6 +4498,8 @@ De IND verstrekt daartoe de volgende gegevens aan de FIU:
|
|||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning niet of trekt deze in als de FIU meldt dat gebleken is dat de vreemdeling betrokken is bij één, of meerdere, als verdacht verklaarde transactie(s). Als de FIU meldt dat geen informatie uit het land van herkomst of het land van bestendig verblijf kan worden verkregen met betrekking tot het vermogen van de vreemdeling, wordt in de regel de verblijfsvergunning evenmin verleend.
|
||||
|
||||
#### 2.3. Het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.31 Vb aan de vreemdeling op wie artikel 13 Besluit 1/80 van toepassing is, als:
|
||||
|
||||
• diens huwelijk of (geregistreerd) partnerschap met een hoofdpersoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht na drie jaar is ontwricht of ontbonden;
|
||||
|
|
@ -4416,16 +4508,47 @@ De IND verleent de verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.31 Vb aan de vre
|
|||
|
||||
Als de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘vermogende vreemdeling’ neemt de IND aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
#### 2.4. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
• De aanvraag om een verblijfsvergunning is door het voorportaal (de gemeente Kerkrade) namens de vreemdeling conform het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’ ingediend;
|
||||
• De vreemdeling is gekoppeld aan een woning in Kerkrade of Heerlen;
|
||||
• De vreemdeling is (voorlopig) ingeschreven aan de Rheinisch-Westfaelische Technische Hochschule Aachen (de RWTH) in verband met een voltijdse studie; en
|
||||
• De vreemdeling toont aan het begin van elk studiejaar aan zelfstandig en duurzaam te beschikken over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
De IND verstrekt ten behoeve van de pilot jaarlijks maximaal 75 verblijfsvergunningen.
|
||||
|
||||
In afwijking op paragraaf B1/3.4.1.2 en conform het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’ machtigt de vreemdeling het voorportaal om:
|
||||
|
||||
• namens de vreemdeling de verblijfsaanvraag in te dienen;
|
||||
• namens de vreemdeling de leges voor de verblijfsaanvraag te voldoen; en
|
||||
• alle relevante informatie betrekking hebbende op het verblijfsrecht van de vreemdeling te delen met de IND en indien nodig gegevens op te vragen bij de RWTH.
|
||||
|
||||
In aanvulling op paragraaf B1/4.3 beschouwt de IND de middelen van bestaan als voldoende als de vreemdeling voldoet aan de gehanteerde inkomensnorm die wordt vastgesteld aan het begin van elk kalenderjaar voor de uitwonende student (exclusief collegegeld).
|
||||
|
||||
In aanvulling op paragraaf B1/4.3 beschouwt de IND de middelen van bestaan uit de volgende inkomensbronnen als zelfstandig in de zin van artikel 3.73 Vb:
|
||||
|
||||
• een inkomen (uit een studiebeurs) waarmee de kosten van studie en levensonderhoud worden gefinancierd;
|
||||
• een inkomen uit periodieke betalingen uit sponsorgelden of anderszins; of
|
||||
• een bedrag dat door de vreemdeling op een ten name van het voorportaal gestelde bankrekening in Nederland beschikbaar is gesteld.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.75, vierde lid, Vb beschouwt de IND de middelen van bestaan als duurzaam als deze op het tijdstip waarop de aanvraag regulier voor bepaalde tijd is ontvangen of de beschikking wordt gegeven, voor een jaar beschikbaar zijn.
|
||||
|
||||
### 3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor economisch niet-actieve langdurig ingezetenen en vermogende vreemdelingen: 'Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'.
|
||||
Op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in verband met de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten onder de beperking ‘verblijf conform beschikking Staatssecretaris’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor economisch niet-actieve langdurig ingezetenen en vermogende vreemdelingen: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor het zoeken of verrichten van arbeid al dan niet in loondienst: 'Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder l, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten: ‘Arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, achtste lid, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van vijf jaar aan economisch niet-actieve langdurig ingezetenen.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, achtste lid, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van één jaar aan de vermogende vreemdeling.
|
||||
|
|
@ -4434,14 +4557,24 @@ Op grond van artikel 3.59, vijfde lid, Vb verlengt de IND de verblijfsvergunning
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, zesde lid, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van ten hoogste één jaar voor het verrichten van arbeid al dan niet in loondienst.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning in het kader van de pilot huisvesting Akense niet-
|
||||
|
||||
EU studenten met de geldigheidsduur van één jaar.
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning verleend in het kader van de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten wordt ingevolge artikel 3.5, vierde lid, Vb aangemerkt als een tijdelijk verblijfsrecht.
|
||||
|
||||
### 4. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
#### 4.1. economisch niet-actieve langdurig ingezetene
|
||||
|
||||
De IND beschouwt het gestelde in paragraaf B1/8.3.4 als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de economisch niet-actieve langdurig ingezetene beschikt over middelen van bestaan als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, Vb.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning als langdurig ingezetene heeft in een andere lidstaat:
|
||||
|
||||
• een kopie van de door de andere lidstaat afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen met de aantekening: ‘ EG-langdurig ingezetene’, in de taal van die lidstaat.
|
||||
|
||||
#### 4.2. vermogende vreemdeling
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een investering van minimaal € 1.250.000 doet in een onderneming in Nederland:
|
||||
|
||||
• een verklaring van de Nederlandse vestiging van de bank die beschikt over een vergunning van De Nederlandsche Bank of gebruikt maakt van een Europees paspoort, waaruit blijkt dat het te investeren bedrag van minimaal € 1.250.000 in Nederland is gestort;
|
||||
|
|
@ -4493,6 +4626,43 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waarmee de vreemdeling de herkomst van zijn ve
|
|||
|
||||
• een accountantsverklaring, afgegeven door Nederlands accountantskantoor, geregistreerd bij de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), waarin staat dat niet gebleken is dat het te investeren vermogen een malafide herkomst heeft of dat is gebleken dat de herkomst van het vermogen niet-malafide is. De rapportage bevat een beoordelingsverklaring bij een vermogensopstelling en een onderzoeksrapport bij een prognose over de mogelijkheid te investeren.
|
||||
|
||||
#### 4.3. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten
|
||||
|
||||
De IND beschouwt ‘het model machtigingsformulier student gemeente Kerkrade’, onderdeel van het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’, als bewijsmiddel waaruit blijkt dat:
|
||||
|
||||
• het voorportaal gemachtigd is om namens de vreemdeling de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in te dienen;
|
||||
• het voorportaal toestemming van de vreemdeling heeft om informatie te delen met de IND; en
|
||||
• het voorportaal namens de vreemdeling de leges voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zal voldoen.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt ‘het model machtigingsformulier student RWTH’, onderdeel van het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’, als bewijsmiddel waaruit blijkt dat de vreemdeling het voorportaal toestemming geeft om informatie op te vragen bij de RWTH.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een schriftelijke verklaring van het voorportaal als bewijs dat de vreemdeling gekoppeld is aan een woning in Kerkrade of Heerlen.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een (voorlopige) inschrijving aan de RWTH als bewijsmiddel dat de vreemdeling (voorlopig) is ingeschreven aan de RWTH.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt de onderstaande bescheiden als bewijsmiddelen waaruit moet blijken dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan:
|
||||
|
||||
In het geval de kosten van studie en levensonderhoud door de student zelf worden gefinancierd:
|
||||
|
||||
• een originele bankverklaring (op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de datum, de persoonsgegevens van de student, het rekeningnummer, het beschikbare saldo, de contactgegevens van de bank. Uit de bankverklaring moet duidelijk blijken dat de student vrijelijk over het beschikbare saldo kan beschikken; of
|
||||
• een kopie van een rekeningafschrift (op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de datum, de persoonsgegevens van de student, het rekeningnummer, het beschikbare saldo, de contactgegevens van de bank. Uit het rekeningafschrift moet duidelijk blijken dat de student vrijelijk over het beschikbare saldo kan beschikken; of
|
||||
• een niet Nederlandse internetprint vergezeld door een originele bankverklaring voorzien van bankstempel en handtekening (inclusief een vertaling hiervan).
|
||||
|
||||
In het geval de kosten van studie en levensonderhoud worden gefinancierd uit een beurs:
|
||||
|
||||
• een originele beursverklaring waarin in ieder geval is opgenomen: de datum, de naam van de beursverstrekker, de persoonsgegevens van de student, de periode (begindatum en einddatum) waarbinnen de beurs verstrekt wordt, het maandelijks door de student te ontvangen bedrag, de naam van het beursprogramma (indien van toepassing).
|
||||
|
||||
In het geval de student het minimaal toereikende bedrag voor de kosten van studie en levensonderhoud heeft gestort op een daartoe geopende rekening van het voorportaal:
|
||||
|
||||
• een kopie van het rekeningafschrift met daarop de datum, het rekeningnummer en de naam van het voorportaal en het gestorte bedrag (herleidbaar tot de student).
|
||||
|
||||
In het geval de kosten van studie en levensonderhoud door een financier in het buitenland worden gefinancierd:
|
||||
|
||||
• een originele verklaring financiële steun (op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de persoonsgegevens van de student (volledige naam, geboortedatum, paspoortnummer); de persoonsgegevens van de financier (volledige naam, geboortedatum, paspoortnummer); de volledige adresgegevens van de financier; het maandelijks over te maken bedrag; de periode (begindatum en einddatum) waarin de student wordt ondersteund, de handtekening van de financier; • een kopie van het paspoort of de identiteitskaart van de financier; en
|
||||
• een originele bankverklaring (op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de datum, de persoonsgegevens van de financier, het rekeningnummer, het beschikbare saldo, de contactgegevens van de bank. Uit de bankverklaring moet duidelijk blijken dat de financier vrijelijk over het beschikbare saldo kan beschikken. Als de rekening op naam van meerdere personen staat, dienen al deze personen in te stemmen met de maandelijkse betaling en dienen zij de originele verklaring financiële steun mede te ondertekenen; of
|
||||
• een kopie van een rekeningafschrift(op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de datum, de persoonsgegevens van de financier, het rekeningnummer, het beschikbare saldo, de contactgegevens van de bank. Uit het rekeningafschrift moet duidelijk blijken dat de financier vrijelijk over het beschikbare saldo kan beschikken; of
|
||||
• een niet Nederlandse internetprint vergezeld door een originele bankverklaring voorzien van bankstempel en handtekening.
|
||||
|
||||
### 5. Verlenging
|
||||
|
||||
#### 5.1. Vermogende vreemdeling
|
||||
|
|
@ -4509,7 +4679,25 @@ De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland adviseert positief bij een investering
|
|||
2. De investering is conform het investeringsplan nog aanwezig in de onderneming of in het contractueel samenwerkingsverband; en
|
||||
3. De beoogde arbeidscreatie is voor 20% gerealiseerd en het is aannemelijk dat de overige 80% in de komende vier jaren wordt gerealiseerd.
|
||||
|
||||
#### 5.2. Bewijsmiddelen
|
||||
#### 5.2. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning in het kader van de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten af, of trekt de verblijfsvergunning in, als niet meer aan de algemene toelatingsgronden of aan de voorwaarden van de pilot wordt voldaan, wanneer:
|
||||
|
||||
1. de vreemdeling geen medewerking (meer) verleent aan het voorportaal om gegevens uit te wisselen met de IND;
|
||||
2. de vreemdeling geen volmacht (meer) verleent aan het voorportaal om navraag te doen bij de RWTH inzake de studieresultaten dan wel andere informatie die nodig is om te kunnen beoordelen of de student studievoortgang boekt of deelneemt aan de studie;
|
||||
3. de vreemdeling niet meer voltijds aan de RWTH studeert;
|
||||
4. de vreemdeling zijn opleiding voortijdig heeft gestopt of heeft afgerond;
|
||||
5. de opleiding van de vreemdeling is komen te vervallen aan de RWTH;
|
||||
6. de vreemdeling onvoldoende studievoortgang voor zijn opleiding boekt aan de RWTH;
|
||||
7. de vreemdeling (aan het begin van een nieuw studiejaar) niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan;
|
||||
8. de vreemdeling niet meer aan een woning in Kerkrade of Heerlen is gekoppeld; of
|
||||
9. de vreemdeling niet beschikt over een geldige Grenzgängerkarte afgegeven door het Ausländeramt in Duitsland.
|
||||
|
||||
De IND verstaat onder voldoende studievoortgang dat de vreemdeling minimaal 50% van de nominale studiepunten (European Credit Transfer System) voor het (gedeelte van het) studiejaar aan de RWTH behaalt.
|
||||
|
||||
### 6. Bewijsmiddelen verlenging
|
||||
|
||||
#### 6.1. vermogende vreemdeling
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waarmee de vreemdeling bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘vermogende vreemdeling’, kan aantonen dat aan de voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4536,6 +4724,12 @@ Bewijsmiddelen bij een investering in een participatiefonds:
|
|||
• een bewijs van deelname aan een participatiefonds dat is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP);
|
||||
• een bewijs dat de investering nog aanwezig is in het participatiefonds.
|
||||
|
||||
#### 6.2. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een kopie van een geldige Grenzgängerkarte afgegeven door het Ausländeramt in Duitsland als bewijsmiddel dat het de vreemdeling is toegestaan om dagelijks vanuit Nederland naar Duitsland te mogen reizen.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de RWTH als bewijsmiddel ten aanzien van de studievoortgang van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
## B12. De verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
### 1. Inleiding
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue