2007-01-01 | BWBR0005360 | Uitvoeringsbesluit accijns
This commit is contained in:
parent
437184bd01
commit
8061637717
1 changed files with 29 additions and 51 deletions
|
|
@ -419,50 +419,20 @@ b. als grondstof voor het vervaardigen van niet-accijnsgoederen, wordt verleend
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
Vrijstelling van accijns ter zake van de uitslag of de invoer van minerale oliën die worden gebruikt voor de aandrijving van schepen of als scheepsbehoeften aan boord van schepen, wordt verleend indien:
|
||||
|
||||
Vrijstelling van accijns ter zake van de uitslag en de invoer van minerale oliën die worden gebruikt voor de aandrijving van schepen of als scheepsbehoeften aan boord van schepen, wordt verleend indien:
|
||||
|
||||
a. de eigenaar van het schip of diens vertegenwoordiger in Nederland in het bezit is van een vergunning van de inspecteur waaruit blijkt dat ten behoeve van het desbetreffende schip minerale oliën met vrijstelling mogen worden betrokken; en
|
||||
b. de eigenaar van het schip of zijn gemachtigde aan boord van het schip aan de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats een schriftelijke verklaring in tweevoud heeft verstrekt waarin hij vermeldt dat de aan hem te leveren minerale oliën worden gebruikt voor de in de aanhef bedoelde doeleinden dan wel, in geval van invoer, deze verklaring in tweevoud wordt overgelegd bij de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling vrij verkeer.
|
||||
|
||||
**2.** De vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats stelt een exemplaar van de verklaring na ondertekening weer ter hand aan de afnemer. In geval van invoer stelt de ambtenaar bij wie de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling vrij verkeer wordt gedaan een exemplaar van de verklaring na aftekening weer ter hand van de aangever.
|
||||
|
||||
**3.** De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, dan wel degene die de minerale oliën invoert, dient de ontvangen verklaringen op overzichtelijke wijze bij zijn administratie te bewaren.
|
||||
|
||||
**4.** De afnemer die met vrijstelling van accijns minerale oliën heeft betrokken dient de door hem terugontvangen exemplaren van de verklaringen op overzichtelijke wijze bij zijn administratie te bewaren.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde vergunning wordt op verzoek verleend. In het verzoek om een vergunning worden vermeld:
|
||||
|
||||
a. de naam en het adres van de eigenaar van het schip danwel, indien de eigenaar van het schip buitenslands woont of is gevestigd, de naam en het adres van diens vertegenwoordiger in Nederland;
|
||||
b. het nummer van de teboekstelling en het land van registratie van het schip;
|
||||
c. de naam, de tonnage, de soort en het motorvermogen van het schip; en
|
||||
d. het aantal en de inhoudsruimte van de tanks voor de opslag van de minerale oliën die worden gebruikt voor de aandrijving van het schip of als scheepsbehoeften aan boord van dat schip.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de eigenaar van het schip buitenslands woont of is gevestigd en in Nederland geen vertegenwoordiger heeft, kunnen de minerale oliën waarvoor de vrijstelling van toepassing is, met inachtneming van het eerste lid, onderdeel *b*, en het tweede tot en met vierde lid, met vrijstelling worden uitgeslagen of ingevoerd.
|
||||
a. de eigenaar of exploitant van het schip of zijn vertegenwoordiger aan boord van het schip verklaart dat de aan hem te leveren minerale oliën worden gebruikt voor het in de aanhef bedoelde gebruik;
|
||||
b. de verklaring in tweevoud geschiedt met gebruikmaking van een door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats opgesteld bescheid ingeval van uitslag of met gebruikmaking van een door degene die de levering verricht opgesteld bescheid ingeval van invoer;
|
||||
c. de eigenaar of exploitant van het schip of zijn vertegenwoordiger aan boord van het schip beide exemplaren van de verklaring ondertekent; en
|
||||
d. een exemplaar op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de administratie van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats ingeval van uitslag en bij de administratie van degene die de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling brengen in het vrije verkeer doet, ingeval van invoer. Het andere exemplaar wordt op overzichtelijke wijze bewaard bij de administratie aan boord van het schip.
|
||||
|
||||
### Artikel 19a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Vrijstelling van accijns ter zake van de uitslag en de invoer van andere accijnsgoederen dan de in artikel 19 bedoelde minerale oliën die worden gebruikt aan boord van schepen in het verkeer van Nederland naar een andere lid-staat, wordt verleend indien:
|
||||
|
||||
a. de eigenaar van het schip of diens vertegenwoordiger in Nederland in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 19; en
|
||||
b. de eigenaar van het schip of zijn gemachtigde aan boord van het schip aan de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats een schriftelijke verklaring in tweevoud heeft verstrekt waarin hij vermeldt dat de aan hem te leveren accijnsgoederen worden gebruikt voor het in de aanhef bedoelde gebruik onder vermelding van het reisdoel dan wel, in geval van invoer, deze verklaring in tweevoud wordt overgelegd bij de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling vrij verkeer.
|
||||
|
||||
**2.** De vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats stelt een exemplaar van de verklaring na ondertekening weer ter hand aan de afnemer. In geval van invoer stelt de ambtenaar bij wie de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling vrij verkeer wordt gedaan een exemplaar van de verklaring na aftekening weer ter hand van de afgever.
|
||||
|
||||
**3.** De vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats, dan wel degene die de accijnsgoederen invoert, dient de ontvangen verklaringen op overzichtelijke wijze bij zijn administratie te bewaren.
|
||||
|
||||
**4.** De afnemer die met vrijstelling van belasting accijnsgoederen heeft betrokken dient de door hem terugontvangen exemplaren van de verklaringen op overzichtelijke wijze bij zijn administratie te bewaren.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de eigenaar van het schip buitenlands woont of is gevestigd en in Nederland geen vertegenwoordiger heeft, kunnen de accijnsgoederen waarvoor de vrijstelling van toepassing is, met inachtneming van het eerste lid, onderdeel *b*, en het tweede tot en met het vierde lid, met vrijstelling worden uitgeslagen of ingevoerd.
|
||||
Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van vrijstelling van accijns ter zake van de uitslag en invoer van andere accijnsgoederen dan de in artikel 19 bedoelde minerale oliën, die worden gebruikt aan boord van schepen in het verkeer van Nederland naar een andere lidstaat, anders dan over de binnenwateren.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Vrijstelling van accijns als bedoeld in artikel 19 wordt voor lichte olie niet verleend en voor halfzware olie gasolie uitsluitend verleend indien die oliën zijn voorzien van de in artikel 27, derde lid, van de wet bedoelde herkenningsmiddelen.
|
||||
Vrijstelling van accijns als bedoeld in artikel 19 wordt voor lichte olie niet verleend en voor halfzware olie en gasolie uitsluitend verleend indien die oliën zijn voorzien van de in artikel 27, derde lid, van de wet bedoelde herkenningsmiddelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
|
|
@ -482,9 +452,12 @@ Vrijstelling van accijns als bedoeld in artikel 19 wordt voor lichte olie niet v
|
|||
|
||||
### Artikel 21a
|
||||
|
||||
**1.** 1. Vrijstelling van accijns ter zake van de uitslag en de invoer van accijnsgoederen, andere dan voor de voortstuwing bestemde minerale olie die worden gebruikt, aan boord van luchtvaartuigen in het verkeer van Nederland naar een andere lid-staat wordt verleend indien de eigenaar van het luchtvaartuig of diens gemachtigde aan de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats een schriftelijke verklaring in tweevoud heeft verstrekt waarin hij vermeldt dat de aan hem te leveren accijnsgoederen zijn bestemd om te worden gebruikt aan boord van luchtvaartuigen in het verkeer van Nederland naar een andere lid-staat, dan wel in geval van invoer, deze verklaring in tweevoud wordt overgelegd bij de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling vrij verkeer.
|
||||
Vrijstelling van accijns ter zake van de uitslag of de invoer van accijnsgoederen, andere dan voor de voortstuwing bestemde minerale olie, die worden gebruikt aan boord van luchtvaartuigen in het verkeer van Nederland naar een andere lidstaat wordt verleend indien:
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 19*a*, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
a. de eigenaar of exploitant van het luchtvaartuig of zijn vertegenwoordiger aan boord van het luchtvaartuig verklaart dat de aan hem te leveren accijnsgoederen worden gebruikt voor het in de aanhef bedoelde gebruik;
|
||||
b. de verklaring in tweevoud geschiedt met gebruikmaking van een door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats opgesteld bescheid ingeval van uitslag of met gebruikmaking van een door degene die de levering verricht opgesteld bescheid ingeval van invoer;
|
||||
c. de eigenaar of exploitant van het luchtvaartuig of zijn vertegenwoordiger aan boord van het luchtvaartuig beide exemplaren van de verklaring ondertekent; en
|
||||
d. een exemplaar op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de administratie van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats ingeval van uitslag en bij de administratie van degene die de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling brengen in het vrije verkeer doet, ingeval van invoer. Het andere exemplaar wordt op overzichtelijke wijze bewaard bij de administratie van de eigenaar of exploitant van het luchtvaartuig.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
|
||||
|
|
@ -523,7 +496,16 @@ Voor de toepassing van de teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen in gevallen
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van de teruggaaf van accijns ter zake van de levering van accijnsgoederen waarvoor op de voet van de artikelen 66 en 66*a* van de wet aanspraak op een vrijstelling zou bestaan, zijn de artikelen 19 tot en met 21*a* van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen waarvoor op de voet van de artikelen 66 en 66a van de wet aanspraak op een vrijstelling zou bestaan, wordt verleend indien:
|
||||
|
||||
a. degene die om teruggaaf verzoekt bij zijn verzoek een verklaring overlegt van de eigenaar of exploitant van het schip of luchtvaartuig of zijn vertegenwoordiger aan boord van het schip of luchtvaartuig dat de accijnsgoederen worden gebruikt voor het in de artikelen 66 en 66a van de wet bedoelde gebruik;
|
||||
b. de verklaring in tweevoud geschiedt met gebruikmaking van een door degene die de levering heeft verricht opgesteld bescheid;
|
||||
c. de eigenaar of exploitant van het schip of luchtvaartuig of zijn vertegenwoordiger aan boord van het schip of luchtvaartuig beide exemplaren van de verklaring ondertekent; en
|
||||
d. een exemplaar van de verklaring op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de administratie aan boord van het schip of bij de administratie van de eigenaar of exploitant van het luchtvaartuig.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid is artikel 20 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -630,11 +612,7 @@ Bij een verzoek om teruggaaf van accijns dient steeds de aankoopfactuur van de d
|
|||
|
||||
### Artikel 33a
|
||||
|
||||
**1.** Voor de in artikel 72a, zesde lid, van de wet bedoelde administratie wordt uitgegaan van een biobrandstoffenbalans per maand per accijnsgoederenplaats. De hoeveelheden biobrandstoffen worden bijgehouden in liters bij een temperatuur van 15 0C.
|
||||
|
||||
**2.** Indien met toepassing van artikel 53, derde lid, van de wet één aangifte wordt gedaan voor accijnsgoederenplaatsen waarvan de vergunningen op naam zijn gesteld van dezelfde vergunninghouder, worden voor de vaststelling van de hoeveelheid biobrandstoffen waarvoor overeenkomstig artikel 72a van de wet een vermindering op de verschuldigde belasting wordt toegepast, die plaatsen als één accijnsgoederenplaats worden beschouwd.
|
||||
|
||||
**3.** Bij een verzoek om teruggaaf voor gasolie of ongelode lichte olie overeenkomstig artikel 70 of 71 van de wet wordt de teruggaaf verleend naar het voor deze minerale oliën geldende tarief, met inachtneming van de maximale vermindering die op grond van artikel 72a van de wet op dat tarief kan worden toegepast. Indien wordt aangetoond dat een lagere vermindering dan de maximale dan wel geen vermindering is toegepast over de hoeveelheid waarvoor teruggaaf wordt verzocht, wordt de teruggaaf met inachtneming van die lagere vermindering dan wel het ontbreken van een vermindering verleend.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -644,7 +622,7 @@ Bij een verzoek om teruggaaf van accijns dient steeds de aankoopfactuur van de d
|
|||
|
||||
**1.** Van accijnsgoederen, andere dan tabaksprodukten die zijn voorzien van de wettelijk voorgeschreven accijnszegels, die worden vervoerd dan wel voorhanden zijn buiten een accijnsgoederenplaats of een entrepot, moet aan de hand van bescheiden de herkomst kunnen worden aangetoond.
|
||||
|
||||
**2.** Het bescheid mag niet ouder zijn dan zes dagen.
|
||||
**2.** Het bescheid dat wordt gebruikt om de herkomst aan te tonen van accijnsgoederen die worden vervoerd, mag niet ouder zijn dan zes dagen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -693,18 +671,18 @@ Met betrekking tot het verlenen, het aanpassen en het intrekken van op grond van
|
|||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
In een douane-entrepot of een vrij entrepot in de zin van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel *a*, van de Douanewet, mogen voorhanden zijn:
|
||||
In een douane-entrepot of een vrij entrepot in de zin van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet, mogen voorhanden zijn:
|
||||
|
||||
a. niet-communautaire accijnsgoederen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 8, van het Communautair douanewetboek;
|
||||
b. communautaire goederen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 7, van het Communautair douanewetboek die met toepassing van hoofdstuk 4, paragraaf 2, van het Douanebesluit worden opgeslagen.
|
||||
b. communautaire accijnsgoederen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 7, van het Communautair douanewetboek die met toepassing van hoofdstuk 4, paragraaf 2, van het Douanebesluit worden opgeslagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** De voor opslag bestemde inrichtingen van de vergunninghouder van een entrepot van het type E, bedoeld in artikel 504, tweede lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, kunnen voor de opslag van accijnsgoederen als accijnsgoederenplaats worden aangewezen.
|
||||
**1.** De voor opslag bestemde inrichtingen van de vergunninghouder van een entrepot van het type E, bedoeld in artikel 525, tweede lid, onderdeel b, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, kunnen voor de opslag van accijnsgoederen als accijnsgoederenplaats worden aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Uit de administratie van de vergunninghouder voor de accijnsgoederenplaats en voor het in het eerste lid bedoelde entrepot dient op overzichtelijke wijze te blijken welke goederen in de accijnsgoederenplaats zijn opgeslagen en welke in het entrepot.
|
||||
|
||||
**3.** Met betrekking tot plaatsen waarvoor een vergunning is verleend als bedoeld in het eerste lid, wordt onder het in artikel 3, derde lid, onderdeel *c*, van de wet bedoelde brengen van accijnsgoederen die zijn geplaatst onder een communautaire douaneregeling vanuit het entrepot naar een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoederen als zodanig is aangewezen, mede verstaan het in de administratie overboeken van de goederen van het entrepot naar de accijnsgoederenplaats.
|
||||
**3.** Met betrekking tot plaatsen waarvoor een vergunning is verleend als bedoeld in het eerste lid, wordt onder het in artikel 3, derde lid, onderdeel c, van de wet bedoelde brengen van accijnsgoederen die zijn geplaatst onder een communautaire douaneregeling vanuit het entrepot naar een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoederen als zodanig is aangewezen, mede verstaan het in de administratie overboeken van de goederen van het entrepot naar de accijnsgoederenplaats.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de in het derde lid bedoelde overbrengingen is geen vervoersopdracht vereist.
|
||||
|
||||
|
|
@ -749,7 +727,7 @@ d. die bestaan uit een chassis met een mechanisch werktuig en zich uitsluitend o
|
|||
|
||||
Strafbare feiten zijn:
|
||||
|
||||
a. het nalaten te voldoen aan een in de artikelen 2, vierde, vijfde en zesde lid, 2a, vijfde lid, 2b, eerste en derde lid, 3, zesde lid, 3a, tweede, derde en vierde lid, 3b, derde lid, 3c, tweede, derde en vierde lid, 8, 9*a*, 9*b*, 9*c*, 9*d*, 9*e* en 34, eerste lid, en 34*a* opgenomen verplichting en een op grond van artikel 9 opgelegde verplichting;
|
||||
a. het nalaten te voldoen aan een in de artikelen 2, vierde, vijfde en zesde lid, 2a, vijfde lid, 2b, eerste en derde lid, 3, zesde lid, 3a, tweede, derde en vierde lid, 3b, derde lid, 3c, tweede, derde en vierde lid, 8, 9a, 9b, 9c, 9d, 9e, 19, 19a, 21a, 34, eerste lid, en 34a opgenomen verplichting en een op grond van artikel 9 opgelegde verplichting;
|
||||
b. het in strijd met artikel 34 vervoeren of voorhanden hebben van accijnsgoederen, andere dan tabaksprodukten die zijn voorzien van de wettelijk voorgeschreven accijnszegels, zonder bescheid aan de hand waarvan de herkomst kan worden aangetoond;
|
||||
c. het in strijd met artikel 35 vervoeren van ruwe en van gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak zonder bescheiden aan de hand waarvan de herkomst kan worden aangetoond;
|
||||
d. het drijven van handel in ruwe of in gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak zonder een daartoe strekkende vergunning;
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue