2008-08-01 | BWBR0009756 | Wet privatisering FVP

This commit is contained in:
Coornhert 2008-08-01 12:00:00 +00:00
parent ad9ed66fa0
commit 807207bf98

View file

@ -18,9 +18,9 @@ a. Onze Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. FVP-wet: de Wet van 13 december 1972 tot bevriezing van het kinderbijslagbedrag voor het eerste kind, alsmede oprichting van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering;
c. fonds: het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering, bedoeld in de FVP-wet;
d. de Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
e. pensioenuitvoerder: een bedrijfstakpensioenfonds, respectievelijk een ondernemingspensioenfonds als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk onderdeel c, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, of een financiële onderneming als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdeel B, van die wet;
e. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
f. werknemer: de persoon die op grond van hoofdstuk I, paragraaf 2, van de Werkloosheidswet wordt aangemerkt als werknemer;
g. pensioenuitvoerder: een pensioenuitvoerder als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet en een beroepspensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;
g. pensioenuitvoerder: een pensioenuitvoerder als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet en een pensioenuitvoerder als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;
h. stichting: de aangewezen stichting, bedoeld in artikel 2;
i. doelstelling: de doelstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
@ -39,7 +39,7 @@ b. de stichting wordt in staat geacht de doelstelling naar behoren uit te voeren
**4.** De stichting belegt haar middelen op een solide wijze, rekening houdend met de aard en de looptijd van haar verplichtingen. De stichting gaat geen verplichtingen aan voorzover daaraan niet uit haar middelen kan worden voldaan.
**5.** Onze Minister kan de aanwijzing van de stichting na een kennisgeving door de Nederlandsche Bank N.V. als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, intrekken.
**5.** Onze Minister kan de aanwijzing van de stichting na een kennisgeving door de Nederlandsche Bank als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, intrekken.
**6.** De intrekking, bedoeld in het vijfde lid, heeft de ontbinding van de stichting ten gevolge en doet een batig saldo van middelen van de stichting op de staat overgaan.
@ -59,46 +59,46 @@ Archiefbescheiden van het fonds gaan met ingang van de datum waarop het besluit
### Artikel 5
**1.** De Nederlandsche Bank N.V. houdt toezicht op de naleving door de stichting van alle voorschriften en verplichtingen die op grond van deze wet ten aanzien van de stichting gelden.
**1.** De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de naleving door de stichting van alle voorschriften en verplichtingen die op grond van deze wet ten aanzien van de stichting gelden.
**2.** De artikelen 152 tot en met 166 van de Pensioenwet zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.**
De Nederlandsche Bank N.V. kan een aanwijzing geven aan het bestuur van de stichting indien:
De Nederlandsche Bank kan een aanwijzing geven aan het bestuur van de stichting indien:
a. de statuten van de stichting niet voldoen aan artikel 2, eerste en derde lid;
b. de naleving door de stichting, bedoeld in het eerste lid, alsmede de gang van zaken bij de stichting haar, hetzij geheel, hetzij op bepaalde onderdelen, onbevredigend voorkomt.
**4.** Het bestuur van de stichting volgt een aanwijzing als bedoeld in het derde lid, binnen de door de Nederlandsche Bank N.V. gestelde termijn op.
**4.** Het bestuur van de stichting volgt een aanwijzing als bedoeld in het derde lid, binnen de door de Nederlandsche Bank gestelde termijn op.
**5.** Indien het bestuur van de stichting in gebreke blijft binnen de gestelde termijn gevolg te geven aan een aanwijzing als bedoeld in het derde lid, stelt de Nederlandsche Bank N.V., voorzover de aanwijzing geen betrekking heeft op de wijze waarop de stichting het beheer over haar middelen voert, Onze Minister hiervan in kennis.
**5.** Indien het bestuur van de stichting in gebreke blijft binnen de gestelde termijn gevolg te geven aan een aanwijzing als bedoeld in het derde lid, stelt de Nederlandsche Bank, voorzover de aanwijzing geen betrekking heeft op de wijze waarop de stichting het beheer over haar middelen voert, Onze Minister hiervan in kennis.
**6.** Kennisgeving aan Onze Minister als bedoeld in het vijfde lid, vindt niet plaats alvorens de termijn voor het instellen van beroep tegen de aanwijzing, bedoeld in het derde lid, is verstreken, dan wel nadat op het ingestelde beroep definitief is beslist.
### Artikel 6
**1.** Indien het bestuur van de stichting in gebreke blijft gevolg te geven aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 5, derde lid, kan de Nederlandsche Bank N.V., voorzover de aanwijzing betrekking heeft op de wijze waarop de stichting haar middelen beheert, aan het bestuur van de stichting aanzeggen dat vanaf een bepaald tijdstip de organen van de stichting, dan wel de voor de stichting werkzame organen, die bevoegd zijn tot het beheren van de middelen van de stichting, hun bevoegdheden slechts mogen uitoefenen na goedkeuring door een of meer door de Nederlandsche Bank N.V. daartoe aangewezen personen en met inachtneming van de opdrachten van deze personen.
**1.** Indien het bestuur van de stichting in gebreke blijft gevolg te geven aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 5, derde lid, kan de Nederlandsche Bank, voorzover de aanwijzing betrekking heeft op de wijze waarop de stichting haar middelen beheert, aan het bestuur van de stichting aanzeggen dat vanaf een bepaald tijdstip de organen van de stichting, dan wel de voor de stichting werkzame organen, die bevoegd zijn tot het beheren van de middelen van de stichting, hun bevoegdheden slechts mogen uitoefenen na goedkeuring door een of meer door de Nederlandsche Bank daartoe aangewezen personen en met inachtneming van de opdrachten van deze personen.
**2.** Indien naar het oordeel van de Nederlandsche Bank N.V. onverwijld ingrijpen noodzakelijk is kan zij zonder voorafgaande aanwijzing als bedoeld in artikel 5, derde lid, onmiddellijk tot de aanzegging, bedoeld in het eerste lid, overgaan nadat zij het bestuur van de stichting in de gelegenheid heeft gesteld haar mening over de onmiddellijke uitvoering te geven.
**2.** Indien naar het oordeel van de Nederlandsche Bank onverwijld ingrijpen noodzakelijk is kan zij zonder voorafgaande aanwijzing als bedoeld in artikel 5, derde lid, onmiddellijk tot de aanzegging, bedoeld in het eerste lid, overgaan nadat zij het bestuur van de stichting in de gelegenheid heeft gesteld haar mening over de onmiddellijke uitvoering te geven.
**3.** De organen, bedoeld in het eerste lid, verlenen de door de Nederlandsche Bank N.V. aangewezen personen alle medewerking.
**3.** De organen, bedoeld in het eerste lid, verlenen de door de Nederlandsche Bank aangewezen personen alle medewerking.
**4.** De door de Nederlandsche Bank N.V. aangewezen personen oefenen hun bevoegdheden uit gedurende ten hoogste twee jaren na de bekendmaking van de aanzegging bedoeld in het eerste lid. De Nederlandsche Bank N.V. kan deze termijn telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Een zodanige verlenging maakt de Nederlandsche Bank N.V. aan het bestuur van de stichting bekend en wordt terstond van kracht. De Nederlandsche Bank N.V. kan te allen tijde de door haar aangewezen personen door anderen vervangen.
**4.** De door de Nederlandsche Bank aangewezen personen oefenen hun bevoegdheden uit gedurende ten hoogste twee jaren na de bekendmaking van de aanzegging bedoeld in het eerste lid. De Nederlandsche Bank kan deze termijn telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Een zodanige verlenging maakt de Nederlandsche Bank aan het bestuur van de stichting bekend en wordt terstond van kracht. De Nederlandsche Bank kan te allen tijde de door haar aangewezen personen door anderen vervangen.
**5.** De Nederlandsche Bank N.V. trekt in elk geval de maatregel, bedoeld in het eerste lid, in zodra zij van oordeel is dat de noodzaak tot het treffen van die maatregel niet langer bestaat.
**5.** De Nederlandsche Bank trekt in elk geval de maatregel, bedoeld in het eerste lid, in zodra zij van oordeel is dat de noodzaak tot het treffen van die maatregel niet langer bestaat.
### Artikel 7
**1.** Het bestuur van de stichting legt aan de Nederlandsche Bank N.V. jaarlijks voor 1 juli een door een accountant als bedoeld in artikel 393, lid 1, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek gecontroleerd verslag van het voorgaande boekjaar over, waarin een volledig beeld van de financiële toestand van de stichting wordt gegeven en waaruit ten genoegen van de Nederlandsche Bank N.V. blijkt dat aan deze wet wordt voldaan. Het boekjaar van de stichting loopt gelijk met het kalenderjaar.
**1.** Het bestuur van de stichting legt aan de Nederlandsche Bank jaarlijks voor 1 juli een door een accountant als bedoeld in artikel 393, lid 1, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek gecontroleerd verslag van het voorgaande boekjaar over, waarin een volledig beeld van de financiële toestand van de stichting wordt gegeven en waaruit ten genoegen van de Nederlandsche Bank blijkt dat aan deze wet wordt voldaan. Het boekjaar van de stichting loopt gelijk met het kalenderjaar.
**2.** De Nederlandsche Bank N.V. kan aanwijzingen geven met betrekking tot de vorm en inhoud van het in het eerste lid bedoelde verslag.
**2.** De Nederlandsche Bank kan aanwijzingen geven met betrekking tot de vorm en inhoud van het in het eerste lid bedoelde verslag.
**3.** Het bestuur van de stichting verstrekt de Nederlandsche Bank N.V. een afschrift van haar statuten, stelt de Nederlandsche Bank N.V. in kennis van een voornemen tot wijziging van de statuten en verstrekt de Nederlandsche Bank N.V. onverwijld een authentiek gewaarmerkt afschrift van de notariële akte waarin een statutenwijziging is neergelegd.
**3.** Het bestuur van de stichting verstrekt de Nederlandsche Bank een afschrift van haar statuten, stelt de Nederlandsche Bank in kennis van een voornemen tot wijziging van de statuten en verstrekt de Nederlandsche Bank onverwijld een authentiek gewaarmerkt afschrift van de notariële akte waarin een statutenwijziging is neergelegd.
**4.** Indien het bestuur van de stichting ter nadere uitwerking van de doelstelling een reglement opstelt zendt het dit reglement, alsmede iedere wijziging hiervan, onverwijld ter kennisneming aan de Nederlandsche Bank N.V.
**4.** Indien het bestuur van de stichting ter nadere uitwerking van de doelstelling een reglement opstelt zendt het dit reglement, alsmede iedere wijziging hiervan, onverwijld ter kennisneming aan de Nederlandsche Bank.
**5.** Het bestuur van de stichting verstrekt de Nederlandsche Bank N.V. voorts alle informatie die de Nederlandsche Bank N.V. voor de uitoefening van het toezicht noodzakelijk acht.
**5.** Het bestuur van de stichting verstrekt de Nederlandsche Bank voorts alle informatie die de Nederlandsche Bank voor de uitoefening van het toezicht noodzakelijk acht.
### Artikel 8
@ -112,8 +112,8 @@ De kosten verbonden aan:
a. de administratieve werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van de doelstelling;
b. het verlenen van medewerking als bedoeld in artikel 8, tweede lid;
c. het toezicht door de Nederlandsche Bank N.V., bedoeld in artikel 5, eerste lid;
d. de door de Nederlandsche Bank N.V. te verrichten activiteiten of te nemen maatregelen die voortvloeien uit het toezicht;
c. het toezicht door de Nederlandsche Bank, bedoeld in artikel 5, eerste lid;
d. de door de Nederlandsche Bank te verrichten activiteiten of te nemen maatregelen die voortvloeien uit het toezicht;
komen ten laste van de stichting. De hoogte van de onder c en d bedoelde kosten wordt bepaald overeenkomstig artikel 160 van de Pensioenwet en de daarop berustende bepalingen.