2003-01-01 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000
This commit is contained in:
parent
c9287a5782
commit
80745e9ab8
1 changed files with 8 additions and 8 deletions
|
|
@ -139,7 +139,7 @@ Een minderjarige is bekwaam de rechtshandelingen te verrichten die noodzakelijk
|
|||
|
||||
### Artikel 1.6
|
||||
|
||||
De inspecteur die ingevolge artikel 3 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bevoegd is tot heffing van belastingen van de debiteur, partner van de debiteur of ouder, bepaalt op verzoek van de IB-Groep het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon van de desbetreffende debiteur, partner van de debiteur of ouder.
|
||||
De inspecteur, onder wie de debiteur, partner van de debiteur of ouder krachtens artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ressorteert voor de heffing van de inkomstenbelasting, bepaalt op verzoek van de IB-Groep het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon van de desbetreffende debiteur, partner van de debiteur of ouder.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.7
|
||||
|
||||
|
|
@ -390,7 +390,7 @@ c. een combinatie van de onderdelen a en b.
|
|||
|
||||
**2.** Indien ingevolge artikel 9.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geen aanslag wordt vastgesteld of een aanslag wordt vastgesteld waarbij verrekening van de loonbelasting achterwege blijft, treedt het gecorrigeerde belastbare loon, in de plaats van het gecorrigeerde verzamelinkomen.
|
||||
|
||||
**3.** Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 2001 gelijk aan €12937,76. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of de aanvullende alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 2001 gelijk is aan €16634,26.
|
||||
**3.** Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 2001 gelijk aan € 12937,76 per 1 januari 2003: € 13.983,31. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of de aanvullende alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 2001 gelijk is aan € 16634,26 per 1 januari 2003: € 17.978,54.
|
||||
|
||||
**4.** Het bruto kortingsbedrag op jaarbasis is 26% van het verschil tussen het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar en de vrije voet in dat jaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -399,7 +399,7 @@ c. een combinatie van de onderdelen a en b.
|
|||
Op het bruto kortingsbedrag, bedoeld in het vierde lid, worden in mindering gebracht:
|
||||
|
||||
a. de ingevolge hoofdstuk 6 vastgestelde termijnen over een jaar of, indien dit minder is, de berekende draagkracht indien de ouder tevens debiteur is, en
|
||||
b. €363,– voor ieder kind dat in het studiejaar dat aanvangt in het jaar voorafgaand aan het studiefinancieringstijdvak, onder de werking van de hoofdstukken 3 of 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten valt.
|
||||
b. € 363,– voor ieder kind dat in het studiejaar dat aanvangt in het jaar voorafgaand aan het studiefinancieringstijdvak, onder de werking van de hoofdstukken 3 of 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten valt.
|
||||
|
||||
**6.** Vervallen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -461,7 +461,7 @@ Het verschil tussen het maximale bedrag van de aanvullende beurs en de voor een
|
|||
|
||||
### Artikel 3.17
|
||||
|
||||
**1.** Indien een studerende in een kalenderjaar meerinkomen heeft, leidt dit tot een vordering van de IB-Groep op de studerende. Meerinkomen is het toetsingsinkomen, verminderd met een vrije voet naar de maatstaf van 1 januari 2000 van €8849 Bij Stcrt. 2000/251 is dit bedrag m.i.v. 01-01-2001 opnieuw vastgesteld op f 20.077,20.. Bij de berekening van het toetsingsinkomen is artikel 3.9, eerste lid, tweede en derde volzin, en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Indien een studerende in een kalenderjaar meerinkomen heeft, leidt dit tot een vordering van de IB-Groep op de studerende. Meerinkomen is het toetsingsinkomen, verminderd met een vrije voet naar de maatstaf van 1 januari 2000 van € 8849 per 1 januari 2003: € 9.847,22. Bij de berekening van het toetsingsinkomen is artikel 3.9, eerste lid, tweede en derde volzin, en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -678,7 +678,7 @@ Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 augustus 1996
|
|||
|
||||
**2.** Indien aan de voorwaarden, bedoeld in dit hoofdstuk, wordt voldaan wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. Deze omzetting is slechts een maal mogelijk.
|
||||
|
||||
**3.** Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand per 1 januari 2002: € 712,76.kan worden geleend, is het maandbudget, bedoeld in artikel 3.2.
|
||||
**3.** Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2000 € 680,67 per 1 januari 2003: € 745,48. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -692,7 +692,7 @@ Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 augustus 1996
|
|||
|
||||
**1.** Een lening voor het volgen van een opleiding als bedoeld in artikel 2.12, wordt op aanvraag gedurende ten hoogste 36 maanden uitsluitend verstrekt voor het aantal maanden studiefinanciering in de vorm van een lening waarop de student nog geen aanspraak heeft gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag dat per maand kan worden geleend, is het maandbudget per 1 januari 2002: € 712,76., bedoeld in artikel 3.2. Artikel 3.17 is niet van toepassing.
|
||||
**2.** Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2000 € 680,67 per 1 januari 2003: € 745,48. Artikel 3.17 is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -1160,7 +1160,7 @@ Organen met een publiekrechtelijke taak en ziektekostenverzekeringsinstellingen
|
|||
|
||||
### Artikel 9.6a
|
||||
|
||||
De inspecteur die ingevolge artikel 3 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bevoegd is tot heffing van belastingen, verstrekt de gegevens inzake het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon aan de IB-Groep volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
|
||||
De inspecteur, bedoeld in artikel 1.6, verstrekt de gegevens inzake het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon aan de IB-Groep volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 9.3. Administratieve sanctie
|
||||
|
||||
|
|
@ -1210,7 +1210,7 @@ In dit hoofdstuk wordt onder tempobeurs verstaan een voorwaardelijke gift die on
|
|||
|
||||
**2.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 5 jaren of het aantal jaren genoemd in artikel 10.5, verstrekt in de vorm van een tempobeurs. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift.
|
||||
|
||||
**3.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 2 jaren na de periode, bedoeld in het tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, is het maandbudget per 1 januari 2002: € 712,76., bedoeld in artikel 3.2.
|
||||
**3.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 2 jaren na de periode, bedoeld in het tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. Het bedrag dat per maand gedurende deze periode kan worden geleend, bedraagt, in afwijking van artikel 3.2, naar de maatstaf van 1 januari 2000 € 680,67 per 1 januari 2003: € 745,48. De artikelen 3.13 en 3.18 zijn niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.4
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue