From 80828ced7a08670a238cd990eddd9c8ee5799167 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jul 2020 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2020-07-01 | BWBR0010646 | Uitvoeringsbesluit WEB --- .../BWBR0010646/README.md | 66 +++---------------- 1 file changed, 9 insertions(+), 57 deletions(-) diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md index 9a1f5779029..253803c2cc9 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md @@ -19,8 +19,7 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit WEB In dit besluit wordt verstaan onder: a. wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs; -b. deelnemer: een in artikel 8.1.1, eerste lid, eerste volzin, van de wet bedoelde deelnemer; -c. basisregister onderwijs: basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht. +b. deelnemer: een in artikel 8.1.1, eerste lid, eerste volzin, van de wet bedoelde deelnemer. ### Artikel 1.1.2 @@ -231,11 +230,11 @@ Indien een diploma is behaald door een deelnemer die drie aaneengesloten voorgaa ### Artikel 2.2.5 -**1.** De gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, h, i, l, m en n, van de wet en de verklaring, bedoeld in artikel 2.2.4, vijfde lid, van de wet worden uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar ingediend bij Onze Minister. Indien Onze Minister van een instelling de gegevens, bedoeld in de eerste volzin, niet uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, heeft ontvangen en hierdoor niet tijdig over de gegevens kan beschikken, kan Onze Minister de hoogte van de rijksbijdrage voor deze instelling voor het desbetreffende kalenderjaar vaststellen conform de voorschriften in het tweede tot en met vierde lid. +**1.** De gegevens, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdelen c, e en f, 5, eerste lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdeel a of c, 6, vijfde lid, 7, vijfde lid, onderdelen a tot en met c, en 8, zesde lid, onderdelen a en c, van het Besluit register onderwijsdeelnemers en de verklaring, bedoeld in artikel 2.2.4, vijfde lid, van de wet worden uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar ingediend bij Onze Minister. Indien Onze Minister van een instelling de gegevens, bedoeld in de eerste volzin, niet uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, heeft ontvangen en hierdoor niet tijdig over de gegevens kan beschikken, kan Onze Minister de hoogte van de rijksbijdrage voor deze instelling voor het desbetreffende kalenderjaar vaststellen conform de voorschriften in het tweede tot en met vierde lid. **2.** Bij de toepassing van artikel 2.2.1 wordt voor een instelling als bedoeld in het eerste lid, bij de berekening van de rijksbijdrage voor exploitatiekosten en huisvestingskosten voor het beroepsonderwijs in afwijking van artikel 2.2.2 en artikel 2.2.3, de uitkomst van het gedeelte van de formule boven de streep zoals vermeld in het eerste lid van die artikelen, vastgesteld op de uitkomst van dat deel van de formule van het voorgaande kalenderjaar. -**3.** De instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar de gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, h, i, l, m en n, van de wet, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, in bij Onze Minister. +**3.** De instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar de gegevens, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdelen c, e en f, 5, eerste lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdeel a of c, 6, vijfde lid, 7, vijfde lid, onderdelen a tot en met c, en 8, zesde lid, onderdelen a en c, van het Besluit register onderwijsdeelnemers, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, in bij Onze Minister. **4.** Indien toepassing van artikel 2.2.2 en artikel 2.2.3 met gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het derde lid, leidt tot een lagere rijksbijdrage dan vastgesteld op grond van het tweede lid, wordt die lagere rijksbijdrage vastgesteld. Gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het derde lid, leidt in geen geval tot een hogere rijksbijdrage dan vastgesteld op grond van het tweede lid. @@ -404,11 +403,11 @@ De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. ### Artikel 2a.2.3 -**1.** De gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, onderdelen a, b, c, e, f, g, h en j, van de wet, en de verklaring, bedoeld in artikel 2.2a.4, vijfde lid, van de wet, worden uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar ingediend bij Onze Minister. Indien Onze Minister van een instelling de gegevens, bedoeld in de eerste volzin, niet uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, heeft ontvangen en hierdoor niet tijdig over de gegevens kan beschikken, kan Onze Minister de hoogte van de rijksbijdrage voor deze instelling voor het desbetreffende kalenderjaar vaststellen conform de voorschriften in het tweede tot en met vierde lid. +**1.** De gegevens, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdelen c, e en f, 5, eerste lid, en derde lid, onder c, 6, vierde lid, onderdelen b en c, en 7, vierde lid, van het Besluit register onderwijsdeelnemers, en de verklaring, bedoeld in artikel 2.2a.4, vijfde lid, van de wet, worden uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar ingediend bij Onze Minister. Indien Onze Minister van een instelling de gegevens, bedoeld in de eerste volzin, niet uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, heeft ontvangen en hierdoor niet tijdig over de gegevens kan beschikken, kan Onze Minister de hoogte van de rijksbijdrage voor deze instelling voor het desbetreffende kalenderjaar vaststellen conform de voorschriften in het tweede tot en met vierde lid. **2.** Bij de toepassing van artikel 2a.2.1 wordt voor een instelling als bedoeld in het eerste lid, bij de berekening van de rijksbijdrage, in afwijking van artikel 2a.2.1, eerste lid, de uitkomst van het gedeelte van de formule boven de streep, zoals vermeld in het eerste lid van die artikelen, vastgesteld op de uitkomst van dat deel van de formule van het voorgaande kalenderjaar. -**3.** De instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, onderdelen a, b, c, e, f, g, h en j van de wet, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, in bij Onze Minister. +**3.** De instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar de gegevens, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdelen c, e en f, 5, eerste lid, en derde lid, onder c, 6, vierde lid, onderdelen b en c, en 7, vierde lid, van het Besluit register onderwijsdeelnemers, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, in bij Onze Minister. **4.** Indien toepassing van artikel 2a.2.1, met gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het derde lid, leidt tot een lagere rijksbijdrage dan vastgesteld op grond van het tweede lid, wordt die lagere rijksbijdrage vastgesteld. Gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het derde lid, leidt in geen geval tot een hogere rijksbijdrage dan vastgesteld op grond van het tweede lid. @@ -612,24 +611,7 @@ Vervallen ### Artikel 4b.3.1 -**1.** - -Ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van een instelling kan Onze Minister de volgende in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens van een deelnemer of voormalige deelnemer van de instelling gebruiken: - -a. het persoonsgebonden nummer; -b. het geslacht, de geboortedatum en de postcode van de woonplaats; -c. de datum van inschrijving of van de wijziging of beëindiging daarvan; -d. de leerweg, alsmede de code, bedoeld in artikel 6.4.1, tweede lid, onder a, van de wet van het opleidingsdomein, het kwalificatiedossier of de kwalificatie waarvoor de deelnemer is ingeschreven en bij inschrijving voor een opleidingsdomein het niveau, bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid, van de wet van de beroepsopleiding; -e. indien van toepassing, het al dan niet zijn van risicodeelnemer; -f. het behaalde diploma; -g. de omvang van de beroepspraktijkvorming, de datum van begin en einde daarvan, de afsluitdatum van de beroepspraktijkvormingsovereenkomst en het betrokken bedrijf dat of de betrokken organisatie die de beroepspraktijkvormingsovereenkomst verzorgt; -h. de gegevens over de nationaliteit en het verblijfsrecht van de deelnemer; -i. het registratienummer van de instelling; -j. indien van toepassing het volgen van de opleiding in voltijd of deeltijd en het zijn van examendeelnemer; -k. het al dan niet voor bekostiging in aanmerking komen van de deelnemer of het diploma; en -l. indien van toepassing, het gebruiken van het persoonsgebonden nummer ten behoeve van de uitvoering van de subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds in het verkeer met de instelling. - -**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d tot en met f, worden gespecificeerd overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 2.5.5a, derde lid, eerste volzin, van de wet. +Vervallen ### Artikel 4b.3.2 @@ -637,17 +619,7 @@ Vervallen ### Artikel 4b.3.3 -**1.** De gegevens, bedoeld in artikel 4b.3.1, worden uitsluitend gebruikt door de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren. - -**2.** - -Onze Minister kan uitsluitend gebruiken: - -a. de gegevens van een deelnemer of voormalige deelnemer van wie het bevoegd gezag op grond van 2.5.5a, vierde lid, van de wet het persoonsgebonden nummer aan Onze Minister heeft verstrekt ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van de instelling; -b. de gegevens van een deelnemer of voormalige deelnemer, voorzover Onze Minister dit noodzakelijk acht ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in 2.5.5b, derde lid, van de wet; en -c. de gegevens van een deelnemer of voormalige deelnemer, voorzover Onze Minister het noodzakelijk acht deze gegevens ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van de instelling te gebruiken in het verkeer met die instelling. - -**3.** Onder gebruik ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van de instelling van de gegevens, bedoeld in artikel 4b.3.1, wordt mede verstaan het daartoe noodzakelijke gebruik voor de motivering van beschikkingen en de behandeling van bezwaar- en beroepschriften. +Vervallen ## Hoofdstuk 5. Informatie @@ -842,31 +814,11 @@ Indien 12% van de rijksbijdrage voor exploitatiekosten en huisvestingskosten ber ### Artikel 6.2.1 -**1.** - -Onverminderd het tweede lid wordt de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2a.2.1, eerste lid, voor het bekostigingsjaar 2015 vastgesteld als volgt: - -a. voor elke instelling wordt een bedrag vastgesteld dat overeenkomt met het bedrag dat de instelling in 2014 heeft ontvangen op grond van de Regeling overgangsbekostiging vavo 2013 en 2014, vermenigvuldigd met twee derde; en -b. voor elke instelling wordt een bedrag vastgesteld door het deel van het landelijk beschikbaar budget, bedoeld in artikel 2a.1.3, voor het jaar 2015 dat overblijft na aftrek van de op grond van onderdeel a berekende bedragen, te verdelen volgens de berekening, bedoeld in artikel 2a.2.1, eerste lid; en -c. de uitkomsten van de berekeningen op grond van de onderdelen a en b worden rekenkundig afgerond op hele euro’s. - -**2.** Indien Onze Minister de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, onderdelen a, b, c, e, f, g, h en j, van de wet voor het bekostigingsjaar 2015 niet uiterlijk 1 juli 2014 heeft ontvangen, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, wordt het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde bedrag voor de desbetreffende instelling berekend door het bedrag dat de instelling in 2014 heeft ontvangen op grond van de Regeling overgangsbekostiging vavo 2013 en 2014 te vermenigvuldigen met een derde. Het aldus berekende bedrag wordt in mindering gebracht op het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde deel van het landelijk budget voordat dit overeenkomstig dat onderdeel wordt verdeeld. Artikel 2a.2.3, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**3.** Het rijksbijdragedeel ten behoeve van de kosten van gehandicapte deelnemers voor het bekostigingsjaar 2015 wordt vastgesteld door het budget, bedoeld in artikel 2a.3.1, eerste lid, voor het bekostigingsjaar 2015 over de instellingen te verdelen naar rato van de voor dat jaar op grond van het eerste en tweede lid berekende rijksbijdragen. +Vervallen ### Artikel 6.2.2 -**1.** - -Onverminderd het tweede lid wordt de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2a.2.1, eerste lid, voor het bekostigingsjaar 2016 vastgesteld als volgt: - -a. voor elke instelling wordt een bedrag vastgesteld dat overeenkomt met het bedrag dat de instelling in 2014 heeft ontvangen op grond van de Regeling overgangsbekostiging vavo 2013 en 2014, vermenigvuldigd met een derde; en -b. voor elke instelling wordt een bedrag vastgesteld door het deel van het landelijk beschikbaar budget, bedoeld in artikel 2a.1.3, voor het jaar 2016 dat overblijft na aftrek van de op grond van onderdeel a berekende bedragen, te verdelen volgens de berekening, bedoeld in artikel 2a.2.1, eerste lid; en -c. de uitkomsten van de berekeningen op grond van de onderdelen a en b worden rekenkundig afgerond op hele euro’s. - -**2.** Indien Onze Minister de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, onderdelen a, b, c, e, f, g, h en j, van de wet voor het bekostigingsjaar 2016 niet uiterlijk 1 juli 2015 heeft ontvangen, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, wordt artikel 2a.2.3, tweede lid, toegepast op de berekening van het in het in eerste lid, onderdeel b, bedoelde bedrag. Het aldus berekende bedrag wordt in mindering gebracht op het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde deel van het landelijk budget voordat dit overeenkomstig dat onderdeel wordt verdeeld. Artikel 2a.2.3, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**3.** Het rijksbijdragedeel ten behoeve van de kosten van gehandicapte deelnemers voor het bekostigingsjaar 2016, wordt vastgesteld door het budget, bedoeld in artikel 2a.3.1, eerste lid, voor het bekostigingsjaar 2016 over de instellingen te verdelen naar rato van de voor dat jaar op grond van het eerste en tweede lid berekende rijksbijdragen. +Vervallen ### Paragraaf 2a. Kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid beroepsonderwijs en voortgezet algemeen volwassenenonderwijs