2006-02-01 | BWBR0004028 | Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen

This commit is contained in:
Coornhert 2006-02-01 12:00:00 +00:00
parent 1c3e1c9784
commit 80c393edee

View file

@ -385,11 +385,11 @@ dan verklaart zij de tenuitvoerlegging ontoelaatbaar.
**8.** Indien de uitspraak waartegen beroep is ingesteld is gedaan door een enkelvoudige kamer, wordt het beroep in cassatie behandeld door een uit drie raadsheren bestaande Kamer van de Hoge Raad.
**9.** Indien de uitspraak van de rechtbank geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd doet de Hoge Raad in geval dat mogelijk is zelf de zaak af. Indien de Hoge Raad de zaak niet zelf kan afdoen kan hij deze hetzij terugwijzen naar de rechtbank, wier uitspraak vernietigd is, hetzij verwijzen naar een andere arrondissementsrechtbank. Alsdan vinden de artikelen 18-28, 29, tweede lid, 30 en 31 en de voorgaande leden van dit artikel wederom toepassing.
**9.** Indien de uitspraak van de rechtbank geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd doet de Hoge Raad in geval dat mogelijk is zelf de zaak af. Indien de Hoge Raad de zaak niet zelf kan afdoen kan hij deze hetzij terugwijzen naar de rechtbank, wier uitspraak vernietigd is, hetzij verwijzen naar een andere rechtbank. Alsdan vinden de artikelen 18-28, 29, tweede lid, 30 en 31 en de voorgaande leden van dit artikel wederom toepassing.
**10.** De Hoge Raad zendt aan Onze Minister onverwijld een gewaarmerkt afschrift van zijn arrest toe.
**11.** Indien de Hoge Raad de zaak verwijst naar een andere arrondissementsrechtbank blijft een krachtens artikel 29 bevolen vrijheidsbeneming, onverminderd het bepaalde in het laatste lid van dat artikel, van kracht tot het tijdstip waarop die rechtbank over de gevangenhouding beslist.
**11.** Indien de Hoge Raad de zaak verwijst naar een andere rechtbank blijft een krachtens artikel 29 bevolen vrijheidsbeneming, onverminderd het bepaalde in het laatste lid van dat artikel, van kracht tot het tijdstip waarop die rechtbank over de gevangenhouding beslist.
### Artikel 33
@ -497,7 +497,7 @@ Verzoeken, bedoeld in afdeling D, par. 2, die betrekking hebben op bij verstek g
**2.** Voor zover een verdrag daarin voorziet, kan de veroordeelde tegen een bij verstek gewezen rechterlijke beslissing, als bedoeld in het vorige lid, verzet doen bij de rechtbank van het arrondissement waarin hij zijn woonplaats heeft of daadwerkelijk verblijft, gedurende een door het toepasselijke verdrag bepaalde termijn na de betekening. Is de veroordeelde een persoon als bedoeld in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak dan kan deze verzet doen bij de rechtbank, welke ingevolge die wet bevoegd is over die persoon rechtsmacht uit te oefenen.
**3.** Verzet wordt gedaan door een verklaring, af te leggen door de veroordeelde op het parket van het openbaar ministerie bij de in het vorige lid bedoelde arrondissementsrechtbank of bij aangetekende brief aan dat parket, houdende - op straffe van niet-ontvankelijkheid - de vermelding van de woon- of verblijfplaats van de veroordeelde, alwaar gerechtelijke stukken aan hem kunnen worden uitgereikt. In geval van verzet bij aangetekende brief geldt als dag van verzet de dag van ontvangst van de brief ten parkette. De artikelen 450 en 451*a* van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** Verzet wordt gedaan door een verklaring, af te leggen door de veroordeelde op het parket van het openbaar ministerie bij de in het vorige lid bedoelde rechtbank of bij aangetekende brief aan dat parket, houdende - op straffe van niet-ontvankelijkheid - de vermelding van de woon- of verblijfplaats van de veroordeelde, alwaar gerechtelijke stukken aan hem kunnen worden uitgereikt. In geval van verzet bij aangetekende brief geldt als dag van verzet de dag van ontvangst van de brief ten parkette. De artikelen 450 en 451*a* van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** De officier van justitie stelt iedere tijdig afgelegde verklaring of ontvangen brief, bedoeld in het vorige lid, ter hand van de griffier, die daarmee handelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 451 van het Wetboek van Strafvordering.