From 80c939aab47193d54d3e9f0768d0306abdce3640 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Oct 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-10-01 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C) --- .../BWBR0012288/README.md | 277 ++++++++++-------- 1 file changed, 161 insertions(+), 116 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index 305bff5fa12..669051a6eb6 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -2217,23 +2217,53 @@ Bij de ondertekening van de verklaring zijn er drie situaties te onderscheiden: #### 1.2. Handelingen ten behoeve van het toezicht In het AC worden ten behoeve van het vreemdelingentoezicht door de vreemdelingenpolitie/KMar de volgende handelingen verricht: - -a. het (eventueel opnieuw) controleren of de asielzoeker voorkomt in het OPS of in het (N)SIS; -b. het laten ondertekenen van een antecedentenverklaring (zie bijlage 12 VV); -c. eventueel de handelingen genoemd in artikel 3.109 Vb; -d. fouillering en het maken van fotokopieën van alle aangetroffen bescheiden, zoals paspoort, identiteitsbewijzen, reisbiljetten, diploma’s en dergelijke. - -Op grond van artikel 3.109 Vb worden van alle vreemdelingen vanaf vier jaar vingerafdrukken genomen. Deze vingerafdrukken worden ingevoerd in het BVV. De vingerafdrukken worden vergeleken met de data in de collectie van het BVV. Indien de vingerafdrukken van de vreemdeling onbekend zijn in de biometriecollectie, worden ze opgeslagen en geeft het BVV een Vreemdelingennummer af. Indien de vreemdeling wel bekend is, geeft het BVV het Vreemdelingennummer aan waaronder de vreemdeling al bekend is. In het geval een vreemdeling volhoudt iemand anders te zijn, wordt de vreemdeling onder een alias geregistreerd en wordt hiervan een aantekening gemaakt ten behoeve van het eerste gehoor van betrokkene door de IND. Voor meer informatie over de BVV wordt verwezen naar de website van de SCV, voorts wordt verwezen naar A1/6.3. De vreemdelingendienst/KMar dient het vingerafdrukkenformulier handmatig te voorzien van het Vreemdelingennummer. Na registratie in het BVV dienen de vingerafdrukken van de vreemdelingen van vier tot en met dertien jaar direct te worden doorgezonden naar de DNRI; het vingerafdrukkenformulier van vreemdelingen van veertien jaar en ouder wordt daarentegen in rappèlvoorraad gehouden tot het moment dat de asielaanvraag is ingediend. Op het moment dat de asielaanvraag is ingediend, dienen in het kader van artikel 4 Verordening 2725/2000 de vingerafdrukken door de ambtenaar belast met de grensbewaking verplicht te worden geregistreerd in de Europese vingerafdrukkencollectie van asielzoekers in de EU in categorie 1. Vervolgens wordt het vingerafdrukkenformulier doorgezonden aan de DNRI. - -Indien er sprake is van een hitmelding van de ingevoerde vingerafdrukken met de Europese vingerafdrukkencollectie dan betekent dit dat betrokkene al bekend is vanwege een asielaanvraag in een andere EU-lidstaat. De vreemdelingendienst/KMar geeft de melding onmiddellijk door aan de ambtenaar van de IND die de asielzoeker hoort in verband met de toepassing van Verordening 343/2003. - -Op grond van artikel 55, tweede lid, Vw is fouillering mogelijk ten behoeve van het verkrijgen van documenten die van belang zijn voor de aanvraag (documentfouillering). Deze bevoegdheid bestaat vanaf het moment dat de vreemdeling te kennen geeft een asielaanvraag te willen indienen. Aangezien de praktijk uitwijst dat asielzoekers slechts in beperkte mate bereid zijn om desgevraagd documenten en bescheiden te tonen, maakt deze bepaling mogelijk om door middel van fouillering (extra) informatie te vergaren die van belang is voor de beoordeling van de aanvraag. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om op grond van artikel 55, derde lid Vw een veiligheidsfouillering uit te voeren. - -Indien de vreemdeling gedurende de periode waarin hij ontheven is van de beschikbaarheidsverplichting ex artikel 55, eerste lid, Vw, het AC heeft verlaten (zie C12/2.1.1), zal hij bij terugkeer in het AC, op grond van artikel 55, tweede en derde lid, Vw, wederom worden onderzocht aan kleding en lichaam. Tevens wordt zijn bagage (wederom) onderzocht. De tijd ten behoeve van dit onderzoek geldt niet als proceduretijd. Deze neemt eerst weer een aanvang indien de asielzoeker beschikbaar is ten behoeve van het onderzoek naar de inwilligbaarheid van zijn aanvraag. - -De IND kan de vreemdelingenpolitie/KMar verzoeken de originelen van de aangetroffen bescheiden in te nemen, indien dit naar zijn mening nodig is voor nader onderzoek of ter waarborging van een mogelijk vertrek uit Nederland. De inname kan onder meer van belang zijn voor de vaststelling van het land dat voor de behandeling van het asielverzoek eerst verantwoordelijk is. - -Indien originele documenten worden ingenomen, wordt aan de vreemdeling een bewijs van ontvangst en een afschrift van de stukken verstrekt. Indien tijdens een gehoor originele documenten worden ingenomen, wordt in het rapport van gehoor opgenomen of de asielzoeker daartoe medewerking heeft verleend. + + + a. + het (eventueel opnieuw) controleren of de asielzoeker voorkomt in het OPS of in het (N)SIS; + + + b. + het laten ondertekenen van een antecedentenverklaring (zie bijlage 12 VV); + + + c. + eventueel de handelingen genoemd in artikel 3.109 Vb; + + + d. + fouillering en het maken van fotokopieën van alle aangetroffen bescheiden, zoals paspoort, identiteitsbewijzen, reisbiljetten, diploma’s en dergelijke. + + + + + + *ad c.* + + + + Op grond van artikel 3.109 Vb worden van alle vreemdelingen vanaf vier jaar vingerafdrukken genomen. Deze vingerafdrukken worden ingevoerd in het BVV. De vingerafdrukken worden vergeleken met de data in de collectie van het BVV. Indien de vingerafdrukken van de vreemdeling onbekend zijn in de biometriecollectie, worden ze opgeslagen en geeft het BVV een Vreemdelingennummer af. Indien de vreemdeling wel bekend is, geeft het BVV het Vreemdelingennummer aan waaronder de vreemdeling al bekend is. In het geval een vreemdeling volhoudt iemand anders te zijn, wordt de vreemdeling onder een alias geregistreerd en wordt hiervan een aantekening gemaakt ten behoeve van het eerste gehoor van betrokkene door de IND. Voor meer informatie over de BVV wordt voorts verwezen naar A1/6.3. De vreemdelingendienst/KMar dient het vingerafdrukkenformulier handmatig te voorzien van het Vreemdelingennummer. Na registratie in het BVV dienen de vingerafdrukken van de vreemdelingen van vier tot en met dertien jaar direct te worden doorgezonden naar de Dienst IPol; het vingerafdrukkenformulier van vreemdelingen van veertien jaar en ouder wordt daarentegen in rappèlvoorraad gehouden tot het moment dat de asielaanvraag is ingediend. Op het moment dat de asielaanvraag is ingediend, dienen in het kader van artikel 4 Verordening 2725/2000 de vingerafdrukken door de ambtenaar belast met de grensbewaking verplicht te worden geregistreerd in de Europese vingerafdrukkencollectie van asielzoekers in de EU in categorie 1. Vervolgens wordt het vingerafdrukkenformulier doorgezonden aan de Dienst IPol. + Indien er sprake is van een hitmelding van de ingevoerde vingerafdrukken met de Europese vingerafdrukkencollectie dan betekent dit dat betrokkene al bekend is vanwege een asielaanvraag (code 1) dan wel een illegale inreis (code 2) in een andere EU-lidstaat. De vreemdelingendienst/KMar geeft de melding onmiddellijk door aan de ambtenaar van de IND die de asielzoeker hoort in verband met de toepassing van Verordening 343/2003. + + + + *ad d.* + + + + Op grond van artikel 55, tweede lid, Vw is fouillering mogelijk ten behoeve van het verkrijgen van documenten die van belang zijn voor de aanvraag (documentfouillering). Deze bevoegdheid bestaat vanaf het moment dat de vreemdeling te kennen geeft een asielaanvraag te willen indienen. Aangezien de praktijk uitwijst dat asielzoekers slechts in beperkte mate bereid zijn om desgevraagd documenten en bescheiden te tonen, maakt deze bepaling mogelijk om door middel van fouillering (extra) informatie te vergaren die van belang is voor de beoordeling van de aanvraag. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om op grond van artikel 55, derde lid Vw een veiligheidsfouillering uit te voeren. + + + Indien de vreemdeling gedurende de periode waarin hij ontheven is van de beschikbaarheidsverplichting ex artikel 55, eerste lid, Vw, het AC heeft verlaten (zie C12/2.1.1), zal hij bij terugkeer in het AC, op grond van artikel 55, tweede en derde lid, Vw, wederom worden onderzocht aan kleding en lichaam. Tevens wordt zijn bagage (wederom) onderzocht. De tijd ten behoeve van dit onderzoek geldt niet als proceduretijd. Deze neemt eerst weer een aanvang indien de asielzoeker beschikbaar is ten behoeve van het onderzoek naar de inwilligbaarheid van zijn aanvraag. + + + De IND kan de vreemdelingenpolitie/KMar verzoeken de originelen van de aangetroffen bescheiden in te nemen, indien dit naar zijn mening nodig is voor nader onderzoek of ter waarborging van een mogelijk vertrek uit Nederland. De inname kan onder meer van belang zijn voor de vaststelling van het land dat voor de behandeling van het asielverzoek eerst verantwoordelijk is. Indien originele documenten worden ingenomen, wordt aan de vreemdeling een bewijs van ontvangst en een afschrift van de stukken verstrekt. Ook ontvangt de vreemdeling een informatiefolder. + + + De IND kan zelf originele documenten in ontvangst nemen indien deze niet door de vreemdelingenpolitie/Kmar (kunnen) worden ingenomen en indien de vreemdeling toestemming verleent aan het in ontvangst nemen van de documenten. Aan de vreemdeling wordt een ontvangstbewijs en een afschrift van de stukken verstrekt. In het ontvangstbewijs worden alle in ontvangst genomen documenten genoteerd. Ook ontvangt de vreemdeling een informatiefolder. + In het IND dossier wordt opgenomen dat de vreemdeling toestemming heeft verleend aan het in ontvangst nemen van documenten door de IND. + +20091476730-09-200929-09-2009WBV2009/2120091476730-09-200929-09-2009WBV2009/2101-10-2009 ### 2. Start van de procedure bij vrijheidsontneming @@ -2476,7 +2506,7 @@ Indien de vreemdeling de toegang is ontzegd, is voor de doorplaatsing naar een o #### 3.4. Verstrekking van het W-document -Aan asielzoekers die na de AC-procedure worden doorverwezen naar een opvangvoorziening verstrekt de Korpschef een W-document aan de asielzoeker vanaf de leeftijd van twaalf jaar. Amv’s jonger dan twaalf jaar ontvangen eveneens een W-document. +Aan asielzoekers die na de AC-procedure worden doorverwezen naar een opvangvoorziening verstrekt de IND een W-document aan de asielzoeker vanaf de leeftijd van twaalf jaar. Amv’s jonger dan twaalf jaar ontvangen eveneens een W-document. Dit document heeft een tweeledig karakter: enerzijds is het een geldig identiteitsbewijs (artikel 4.21, eerste lid, onder c, Vb juncto artikel 3.3 VV), anderzijds dient het ter registratie van en controle op de meldplicht (zowel de meldplicht ingevolge artikel 54, eerste lid, onder f, Vw juncto artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb als de verplichtingen ingevolge de artikelen 55 en 57 Vw). @@ -2484,9 +2514,9 @@ Het (elektronisch) W-document is géén geldig grensoverschrijdingsdocument. De asielzoeker blijft gedurende de gehele asielprocedure in het bezit van een W-document. -Indien het elektronisch W-document wordt vermist, verloren is gegaan of ongeschikt voor identificatie is geworden, wordt een proces-verbaal opgemaakt. De Korpschef stelt, met het oog op de vervanging van het document, een onderzoek in naar de vermissing, het verloren gaan of het ondeugdelijk worden van het document. Een afschrift van het proces-verbaal en - voorzover het proces-verbaal daarover niets meldt - een rapport waarin de resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd, dient te worden gezonden aan de IND. De IND zal verder ervoor zorgdragen dat het betreffende documentnummer wordt opgenomen in het VIS van de DNRI. +Indien het elektronisch W-document wordt vermist, verloren is gegaan of ongeschikt voor identificatie is geworden, wordt een proces-verbaal opgemaakt. De Korpschef stelt, met het oog op de vervanging van het document, een onderzoek in naar de vermissing, het verloren gaan of het ondeugdelijk worden van het document. Een afschrift van het proces-verbaal en – voorzover het proces-verbaal daarover niets meldt – een rapport waarin de resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd, dient te worden gezonden aan de IND. De IND zal verder ervoor zorgdragen dat het betreffende documentnummer wordt opgenomen in het Verificatie- en informatiesysteem van de Dienst IPol. -In het geval dat aan de vreemdeling een nieuwe geboortedatum is toegekend, hetzij op grond van de uitslag van het leeftijdsonderzoek, hetzij om een andere reden (zie C12/1.3), dan dient het W-document te worden aangepast. Op het nieuwe W-document dient de in het geautomatiseerde informatiesysteem van de IND gehanteerde ‘toegekende geboortedatum’ te worden ingevuld. De Korpschef neemt op verzoek van de IND het oude W-document in en reikt een nieuw W-document uit. +In het geval dat aan de vreemdeling een nieuwe geboortedatum is toegekend, hetzij op grond van de uitslag van het leeftijdsonderzoek, hetzij om een andere reden (zie C12/1.3), dan dient het W-document te worden aangepast. Op het nieuwe W-document dient de in het geautomatiseerde informatiesysteem van de IND gehanteerde 'toegekende geboortedatum' te worden ingevuld. De IND neemt het oude W-document in en reikt een nieuw W-document uit. ### 4. Onderzoek naar de vraag welk land verantwoordelijk is @@ -2685,9 +2715,9 @@ Als is gebleken dat de asielaanvraag zich niet leent voor afdoening in de AC-pro #### 1.2. Doorverwijzen op niet-inhoudelijke gronden -Indien de asielzoeker, nadat hij in het AC is gehoord, om niet-inhoudelijke redenen wordt verwezen naar een opvangvoorziening, wordt hij niet opnieuw gehoord. In dat geval wordt het rapport van het nader gehoor dat in het AC is afgenomen (opnieuw) aan betrokkene uitgereikt door de vreemdelingenpolitie in de opvangvoorziening. In afwijking van de reactietermijn als neergelegd in C13/3.3 geldt voor dergelijke gevallen een reactietermijn van zes weken, in verband met het toevoegen van een gemachtigde en het plannen van een tolk door de rechtshulpverlener voor de nabespreking van het nader gehoor. +Indien de asielzoeker, nadat hij in het AC is gehoord, om niet-inhoudelijke redenen wordt verwezen naar een opvangvoorziening, wordt hij niet opnieuw gehoord. In dat geval wordt het rapport van het nader gehoor dat in het AC is afgenomen (opnieuw) aan betrokkene kenbaar gemaakt middels toezending door de IND. In afwijking van de reactietermijn als neergelegd in C13/3.3 geldt voor dergelijke gevallen een reactietermijn van zes weken, in verband met het toevoegen van een gemachtigde en het plannen van een tolk door de rechtshulpverlener voor de nabespreking van het nader gehoor. -Voor de bijzonderheden met betrekking tot de ten aanzien van de asielzoeker ingevolge artikel 54, eerste lid, onder f, Vw juncto artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb geldende meldplicht en de afwijkende bepalingen terzake wordt verwezen naar A3/7.7.1.1 en A3/7.7.1.2. +Voor de bijzonderheden met betrekking tot de ten aanzien van de asielzoeker ingevolge artikel 54, eerste lid, onder f, Vw juncto artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb geldende meldplicht en de afwijkende bepalingen terzake wordt verwezen naar A3/7.7.1.1 enA3/7.7.1.2. De Korpschef wijst verder, ingevolge artikel 55 Vw, de gemeente waarin de opvanglocatie zich bevindt, aan als plaats waar de asielzoeker zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet ophouden (zie A6/3). @@ -2846,17 +2876,14 @@ Aan de gemachtigde van de asielzoeker wordt een schriftelijke, gemotiveerde kenn Indien het onderzoek naar de aanvraag informatie heeft opgeleverd die tegenstrijdig is met hetgeen de asielzoeker heeft aangevoerd, wordt dit in het voornemen aangegeven. -Indien er geen raadsman of gemachtigde bekend is, wordt de kennisgeving aan de vreemdeling uitgereikt door de vreemdelingenpolitie. +Indien er geen raadsman of gemachtigde bekend is, wordt de kennisgeving aangetekend met ontvangstbevestiging aan het laatst bekende adres van de asielzoeker verzonden. -Op de aan de asielzoeker uit te reiken kennisgeving dan wel op een daarbij gevoegd formulier wordt in elk geval aangetekend: +Op de aan de asielzoeker te verzenden kennisgeving dan wel op een daarbij gevoegd formulier wordt in elk geval aangetekend: -– de datum en wijze van uitreiking van het voornemen; -– de naam of het dienstnummer van de uitreikende ambtenaar; -– een mededeling omtrent de voor de asielzoeker openstaande mogelijkheid zijn zienswijze naar voren te brengen. +• de datum en wijze van verzenden van het voornemen; +• een mededeling omtrent de voor de asielzoeker openstaande mogelijkheid zijn zienswijze naar voren te brengen. -Indien het niet mogelijk is het voornemen uit te reiken omdat de vreemdeling is verhuisd, zonder de vreemdelingenpolitie in kennis te stellen van een nieuw adres, zendt de vreemdelingenpolitie het voornemen naar het laatst bekende adres. - -Als het voornemen wordt geretourneerd omdat de geadresseerde er niet meer woont, vermeldt de vreemdelingenpolitie in een proces-verbaal dat het niet mogelijk is het voornemen uit te reiken, terwijl vast staat dat de vreemdeling niet verblijft op het laatst bekende adres. Vervolgens worden het voornemen en het proces-verbaal gezonden aan de IND. Indien de vreemdeling is vertrokken uit een opvangvoorziening maakt de vreemdelingenpolitie een proces-verbaal op en zendt dit met het voornemen naar de IND. +Als het voornemen aan de IND wordt geretourneerd omdat het niet is opgehaald, controleert de IND of het naar het juiste adres is verzonden, en of de asielzoeker niet is verhuisd. Zonodig wordt het voornemen opnieuw verzonden. De IND kan de vreemdelingenpolitie verzoeken een adrescontrole te laten uitvoeren en een model M100 op te maken. In een rapport van bevindingen legt de IND vast welke pogingen zijn ondernomen om het voornemen aan de asielzoeker kenbaar te maken. #### 2.2. De zienswijze van de asielzoeker @@ -2900,9 +2927,9 @@ Voor het overige is het gestelde in C15/2 van overeenkomstige toepassing. Indien de Minister voornemens is om de asielaanvraag binnen de AC-procedure af te wijzen, is artikel 3.117 Vb van toepassing. De voornemenprocedure is niet van toepassing op de oplegging dan wel de voortzetting van de maatregel die is opgelegd op grond van artikel 6 Vw. -Het schriftelijk voornemen bevat de voor afwijzing relevante overwegingen. Vanwege de aard van de AC-procedure zal het voornemen tot afwijzing kunnen bestaan uit op een standaardformulier aangegeven overwegingen, voorzien van vrije tekst, waarin specifiek op de aanvraag van de vreemdeling wordt ingegaan. +Het schriftelijk voornemen bevat de voor afwijzing relevante overwegingen. -De bewoordingen van het voornemen behoeven niet de definitieve bewoordingen te zijn. Volstaan kan worden met een inhoudelijke omschrijving, die duidt op één of meer van de afwijzingsgronden, bedoeld in artikel 30 en 31 Vw, mits die omschrijving voor de vreemdeling voldoende houvast biedt om zijn zienswijze op te baseren en wordt ingegaan op alle relevante gronden voor afwijzing. In de beschikking zal vervolgens de toepasselijke afwijzingsgrond of toepasselijke afwijzingsgronden met motivering worden opgenomen. +Vanwege de aard van de AC-procedure kan de IND besluiten het voornemen tot afwijzing te laten bestaan uit een standaardformulier, voorzien van vrije tekst, waarop in specifieke overwegingen op de aanvraag van de vreemdeling wordt ingegaan. De bewoordingen van het voornemen behoeven niet de definitieve bewoordingen te zijn. Volstaan kan worden met een inhoudelijke omschrijving, die duidt op één of meer van de afwijzingsgronden, bedoeld in artikel 30 en 31 Vw, mits die omschrijving voor de vreemdeling voldoende houvast biedt om zijn zienswijze op te baseren en wordt ingegaan op alle relevante gronden voor afwijzing. In de beschikking zal vervolgens de toepasselijke afwijzingsgrond of toepasselijke afwijzingsgronden met motivering worden opgenomen. De asielzoeker krijgt, na uitreiking van het voornemen, op grond van artikel 3.117, tweede lid, Vb maximaal drie proces-uren de gelegenheid om zijn zienswijze schriftelijk naar voren te brengen. In die periode kan hij zich met een gemachtigde of rechtsbijstandverlener beraden over het voornemen en het rapport van nader gehoor nabespreken. @@ -2914,7 +2941,7 @@ Voorts zal in het geval van termijnoverschrijding van de drie uur die de asielzo Een uitzondering dient te worden gemaakt voor die zaken waarbij de asielzoeker niet is voorbereid op het nader gehoor door een rechtsbijstandverlener. Om een zorgvuldige besluitvorming te waarborgen dient, in het geval dat besloten is om voorbij te gaan aan de voorbereiding op het nader gehoor, de nabespreking teneinde een eventueel in te dienen zienswijze op het voornemen, afgewacht te worden. -Na het uitreiken van het voornemen kunnen feiten of omstandigheden bekend worden die voor de te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn. Van een ‘aanmerkelijk belang’ in de zin van artikel 3.119, onder a, Vb is sprake, indien de nieuw bekend geworden feiten en omstandigheden tot een geheel andere afwijzingsgrond leiden. Deze afwijzingsgrond wordt aan de vreemdeling medegedeeld en de vreemdeling heeft vervolgens maximaal één uur om zijn zienswijze daarover, bij voorkeur schriftelijk, naar voren te brengen. +Na het uitreiken van het voornemen kunnen feiten of omstandigheden bekend worden die voor de te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn. Van een 'aanmerkelijk belang' in de zin van artikel 3.119, onder a, Vb is sprake, indien de nieuw bekend geworden feiten en omstandigheden tot een geheel andere afwijzingsgrond leiden. Deze afwijzingsgrond wordt aan de vreemdeling medegedeeld en de vreemdeling heeft vervolgens maximaal één uur om zijn zienswijze daarover, bij voorkeur schriftelijk, naar voren te brengen. Indien de asielzoeker tijdens de AC-procedure zijn eerder afgelegde verklaringen inzake leeftijd, identiteit, nationaliteit, reisroute of het asielrelaas op essentiële punten wijzigt, kan de IND besluiten het AC-proces opnieuw te laten beginnen. @@ -2982,7 +3009,7 @@ In de aanvraagprocedure voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd Op grond van artikel 41, eerste lid, Vw is de voornemenprocedure ook van toepassing als het een intrekking van een verblijfsvergunning asiel betreft. De procedure zoals beschreven in artikel 3.115 Vb (zie C15/2) is van toepassing. Op grond van artikel 3.115, tweede lid, onder b, Vb heeft de vreemdeling zes weken de tijd om zijn zienswijze naar voren te brengen. -Personen die in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning beschikken doorgaans niet meer over een gemachtigde of raadsman. De kennisgeving van het voornemen om de verleende verblijfsvergunning in te trekken, dient daarom in beginsel door de vreemdelingenpolitie aan de betrokkene te worden uitgereikt (zie C18/3.3.2). +Personen die in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning beschikken doorgaans niet meer over een gemachtigde of raadsman. De kennisgeving van het voornemen om de verleende verblijfsvergunning in te trekken, dient daarom in beginsel aangetekend naar het laatst bekende adres van de vreemdeling te worden verzonden (zie C18/3.2.2). Op grond van artikel 41, tweede lid, Vw wordt de vreemdeling, als de Minister na ontvangst van de zienswijze voornemens blijft de verblijfsvergunning in te trekken, in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord alvorens tot intrekking wordt overgegaan. @@ -2990,7 +3017,7 @@ Op grond van artikel 41, tweede lid, Vw wordt de vreemdeling, als de Minister na Zolang de procedure inzake het intrekken van de verblijfsvergunning asiel nog niet heeft geleid tot een onherroepelijke beslissing behoudt de vreemdeling op grond van de Wav (zie B1/2.3) de rechten om arbeid te verrichten volgens zijn laatst geldende document. De vreemdeling behoudt derhalve zijn vrije toetreding tot de arbeidsmarkt. -Indien de vreemdeling tijdens de procedure, waarmee zijn verblijfsvergunning wordt beëindigd, in het bezit wordt gesteld van een W-document, dient hij een inlegvel te krijgen met een arbeidsmarktaantekening. Op basis hiervan kan de vreemdeling blijven werken. Het W-document met bijbehorende inlegvel en Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen worden verstrekt door de vreemdelingenpolitie. +Indien de vreemdeling tijdens de procedure, waarmee zijn verblijfsvergunning wordt beëindigd, in het bezit wordt gesteld van een W-document, dient hij een inlegvel te krijgen met een arbeidsmarktaantekening. Op basis hiervan kan de vreemdeling blijven werken. Het W-document met bijbehorende inlegvel en Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen worden verstrekt door de IND. ## 18. Het geven van de beschikking @@ -3028,18 +3055,18 @@ Op grond van artikel 42 Vw dient de afwijzende beschikking inhoudelijk gemotivee #### 3.1. De afwijzing in het AC -De beschikking wordt door de vreemdelingenpolitie aan de asielzoeker uitgereikt. De rechtsbijstandverlener krijgt onverwijld een afschrift van de beschikking, indien de asielzoeker daar geen bezwaar tegen heeft. +De beschikking wordt door de IND aan de asielzoeker uitgereikt. De rechtsbijstandverlener krijgt onverwijld een afschrift van de beschikking, indien de asielzoeker daar geen bezwaar tegen heeft. Ook de vreemdelingenpolitie ontvangt een afschrift van de beschikking. Op of in de aan de asielzoeker uitgereikte beschikking, dan wel op een daarbij gevoegd formulier staat in elk geval vermeld: -– de datum, tijdstip en wijze van uitreiking beschikking; -– de naam of het dienstnummer van de uitreikende ambtenaar; -– een mededeling omtrent de voor de asielzoeker eventueel aan te wenden rechtsmiddelen; -– de termijn waarbinnen de asielzoeker Nederland dient te verlaten (zie C22/2). +• de datum, tijdstip en wijze van uitreiking beschikking; +• de naam of het dienstnummer van de uitreikende ambtenaar; +• een mededeling omtrent de voor de asielzoeker eventueel aan te wenden rechtsmiddelen; +• de termijn waarbinnen de asielzoeker Nederland dient te verlaten (zie C22/2). Indien het niet mogelijk is de beschikking aan de asielzoeker uit te reiken omdat hij met onbekende bestemming is vertrokken, dan wel zich niet heeft gehouden aan een aanwijzing gebaseerd op artikel 55, eerste lid, Vw, geldt het volgende. -De beschikking wordt uitgereikt aan de gemachtigde. Is er geen gemachtigde bekend, dan vermeldt de vreemdelingenpolitie in een proces-verbaal dat het niet mogelijk is de beschikking uit te reiken, terwijl vaststaat dat de asielzoeker het AC met onbekende bestemming heeft verlaten, dan wel zich niet heeft gehouden aan een aanwijzing gebaseerd op artikel 55, eerste lid, Vw. Tevens wordt in het proces-verbaal medegedeeld dat er geen gemachtigde bekend is, dat de beschikking ter inzage ligt en dat de melding van terinzagelegging van de beschikking zal worden aangeplakt op een centrale plek in het AC. Vervolgens worden de beschikking en het proces-verbaal aan de IND in het AC verstrekt en de melding van terinzagelegging op de daarvoor bestemde plek in het AC opgehangen. De beschikking is hiermee uitgereikt. +De beschikking wordt uitgereikt aan de gemachtigde. Is er geen gemachtigde bekend, dan legt de IND in een rapport van bevindingen vast dat het niet mogelijk is de beschikking uit te reiken, terwijl vaststaat dat de asielzoeker het AC met onbekende bestemming heeft verlaten, dan wel zich niet heeft gehouden aan een aanwijzing gebaseerd op artikel 55, eerste lid, Vw. Tevens wordt in het rapport van bevindingen medegedeeld dat er geen gemachtigde bekend is, dat de beschikking ter inzage ligt en dat de melding van terinzagelegging van de beschikking zal worden aangeplakt op een centrale plek in het AC. De melding van terinzagelegging wordt op de daarvoor bestemde plek in het AC opgehangen. De beschikking is hiermee uitgereikt. #### 3.2. Vervolgprocedure @@ -3047,36 +3074,29 @@ De beschikking wordt uitgereikt aan de gemachtigde. Is er geen gemachtigde beken De inwilligende beschikking wordt, in overeenstemming met het gestelde in artikel 3:41 Awb, gezonden aan de gemachtigde van de vreemdeling. -Indien geen raadsman bekend is, wordt de beschikking door de vreemdelingenpolitie aan de vreemdeling uitgereikt. +Indien geen raadsman bekend is, wordt de beschikking aangetekend naar het laatst bekende adres van de vreemdeling verzonden. -Indien het niet mogelijk is de beschikking uit te reiken, omdat de vreemdeling is verhuisd, zonder de vreemdelingenpolitie in kennis te stellen van een nieuw adres, zendt de vreemdelingenpolitie de beschikking naar het laatst bekende adres. +Als de beschikking aan de IND wordt geretourneerd omdat het poststuk niet is opgehaald, controleert de IND of het naar het juiste adres is verzonden, en of de vreemdeling niet is verhuisd. Zonodig wordt de beschikking opnieuw verzonden. De IND kan de vreemdelingenpolitie verzoeken een adrescontrole te laten uitvoeren en een model M100 op te maken. In een rapport van bevindingen legt de IND vast welke pogingen zijn ondernomen om de beschikking aan de vreemdeling kenbaar te maken. -Als de beschikking wordt geretourneerd omdat de geadresseerde er niet meer woont, vermeldt de vreemdelingenpolitie in een proces-verbaal dat het niet mogelijk is de beschikking uit te reiken, terwijl vaststaat dat hij niet verblijft op het laatst bekende adres. Vervolgens worden de beschikking en het proces-verbaal gezonden aan de IND. +Indien de asielzoeker een adres in het buitenland heeft, wordt de beschikking door tussenkomst van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aldaar toegezonden. -Indien de vreemdeling is vertrokken uit een opvangvoorziening behoeft de beschikking niet vanuit diezelfde opvangvoorziening te worden verzonden. De vreemdelingenpolitie maakt in dat geval een proces-verbaal op en zendt dit met de beschikking naar de IND. - -Indien de asielzoeker een adres in het buitenland heeft, wordt de beschikking door tussenkomst van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aldaar toegezonden of uitgereikt. - -Op grond van artikel 3.122 Vb wordt de vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend zo spoedig mogelijk geïnformeerd over de rechten en plichten die zijn verbonden aan de vergunning. Deze informatie wordt, op grond van artikel 3.46 VV, verschaft door middel van het uitreiken of verzenden van een brochure waarin de vereiste informatie staat. Deze brochure wordt in beginsel tegelijk met de beschikking verzonden, dan wel uitgereikt. Indien dat niet mogelijk is gebleken, dan wordt de brochure zo spoedig mogelijk nagezonden of alsnog uitgereikt. +Op grond van artikel 3.122 Vb wordt de vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend zo spoedig mogelijk geïnformeerd over de rechten en plichten die zijn verbonden aan de vergunning. Deze informatie wordt, op grond van artikel 3.46 VV, verschaft door middel van het uitreiken of verzenden van een brochure waarin de vereiste informatie staat. Deze brochure wordt in beginsel tegelijk met de beschikking verzonden. Indien dat niet mogelijk is gebleken, dan wordt de brochure zo spoedig mogelijk nagezonden. ##### 3.2.2. De afwijzing -Aan de gemachtigde van de asielzoeker wordt een schriftelijke, gemotiveerde beschikking toegezonden. Indien geen gemachtigde bekend is, wordt de beschikking door de vreemdelingenpolitie aan de vreemdeling uitgereikt. +Aan de gemachtigde van de asielzoeker wordt een schriftelijke, gemotiveerde beschikking toegezonden. Indien geen gemachtigde bekend is, wordt de beschikking aangetekend naar het laatst bekende adres van de asielzoeker verzonden. -Op of in de aan de asielzoeker uitgereikte beschikking dan wel op een daarbij gevoegd formulier staat in elk geval vermeld: +Op of in de aan de asielzoeker te verzenden beschikking dan wel op een daarbij gevoegd formulier staat in elk geval vermeld: -– de datum, tijdstip en wijze van uitreiking beschikking; -– de naam of het dienstnummer van de uitreikende ambtenaar; -– een mededeling omtrent de voor de asielzoeker eventueel aan te wenden rechtsmiddelen; -– de termijn waarbinnen de asielzoeker Nederland dient te verlaten (zie C22/2). +• de datum en wijze van kenbaar maken van de beschikking; +• een mededeling omtrent de voor de asielzoeker eventueel aan te wenden rechtsmiddelen; +• de termijn waarbinnen de asielzoeker Nederland dient te verlaten (zie C22/2). -Ook indien de vreemdeling tevens ongewenst wordt verklaard, wordt de beschikking uitgereikt door de vreemdelingenpolitie (zie A5/3.3). +Als de beschikking aan de IND wordt geretourneerd omdat het poststuk niet is opgehaald, controleert de IND of het naar het juiste adres is verzonden, en of de vreemdeling niet is verhuisd. Zonodig wordt de beschikking opnieuw verzonden. De IND kan de vreemdelingenpolitie verzoeken een adrescontrole te laten uitvoeren en een model M100 op te maken. In een rapport van bevindingen legt de IND vast welke pogingen zijn ondernomen om de beschikking aan de vreemdeling kenbaar te maken. -Indien het niet mogelijk is de beschikking uit te reiken, omdat de vreemdeling is verhuisd zonder de vreemdelingenpolitie in kennis te stellen van een nieuw adres, zendt de vreemdelingenpolitie de beschikking naar het laatst bekende adres. +Indien de vreemdeling tevens ongewenst wordt verklaard, wordt de beschikking uitgereikt door de vreemdelingenpolitie (zie A5/3.3). Indien het niet mogelijk is de beschikking uit te reiken, omdat de vreemdeling is verhuisd zonder de vreemdelingenpolitie in kennis te stellen van een nieuw adres, zendt de vreemdelingenpolitie de beschikking naar het laatst bekende adres. -Als de beschikking wordt geretourneerd omdat de geadresseerde er niet meer woont, vermeldt de vreemdelingenpolitie in een proces-verbaal dat het niet mogelijk is de beschikking uit te reiken, terwijl vaststaat dat hij niet verblijft op het laatst bekende adres. Vervolgens worden de beschikking en het proces-verbaal gezonden aan de IND. - -Indien de vreemdeling is vertrokken uit een opvangvoorziening behoeft de beschikking niet vanuit diezelfde opvangvoorziening te worden verzonden. De vreemdelingenpolitie maakt in dat geval een proces-verbaal op en zendt dit met de beschikking naar de IND. +Als de beschikking wordt geretourneerd omdat de geadresseerde er niet meer woont, vermeldt de vreemdelingenpolitie in een proces-verbaal dat het niet mogelijk is de beschikking uit te reiken, terwijl vaststaat dat hij niet verblijft op het laatst bekende adres. Vervolgens worden de beschikking en het proces-verbaal gezonden aan de IND. Indien de vreemdeling is vertrokken uit een opvangvoorziening behoeft de beschikking niet vanuit diezelfde opvangvoorziening te worden verzonden. De vreemdelingenpolitie maakt in dat geval een proces-verbaal op en zendt dit met de beschikking naar de IND. #### 3.3. Als de vrijheid is ontnomen @@ -3091,13 +3111,17 @@ Op of in de aan de asielzoeker uitgereikte beschikking, dan wel op een daarbij g #### 3.4. Dublinclaimanten -Indien in het kader van de Verordening 343/2003 een claim is gehonoreerd en de asielaanvraag derhalve op grond van artikel 30, eerste lid onder a, Vw wordt afgewezen, wordt de beschikking aan de gemachtigde van de asielzoeker toegezonden. Indien geen gemachtigde bekend is, wordt de beschikking door de vreemdelingenpolitie aan de asielzoeker uitgereikt. +Indien in het kader van de Verordening 343/2003 een claim is gehonoreerd en de asielaanvraag derhalve op grond van artikel 30, eerste lid onder a, Vw wordt afgewezen, wordt de beschikking aan de gemachtigde van de asielzoeker toegezonden. Indien geen gemachtigde bekend is, wordt de beschikking aangetekend naar het laatst bekende adres van de asielzoeker verzonden. -Aan de asielzoeker wordt mededeling gedaan door welk land zijn asielverzoek (in de zin van Verordening 343/2003) zal worden behandeld. Voorts wordt hem meegedeeld dat hij krachtens Verordening 343/2003 en met inachtneming van de nationale regelgeving zal worden overgedragen. +Als de beschikking aan de IND wordt geretourneerd omdat het poststuk niet is opgehaald, controleert de IND of het naar het juiste adres is verzonden, en of de vreemdeling niet is verhuisd. De IND kan de vreemdelingenpolitie verzoeken een adrescontrole te laten uitvoeren en een model M100 op te maken. In een rapport van bevindingen legt de IND vast welke pogingen zijn ondernomen om de beschikking kenbaar te maken. + +Op of in de aan de asielzoeker te verzenden beschikking dan wel op een daarbij gevoegd formulier staat in elk geval vermeld de datum en wijze van kenbaar maken van de beschikking en een mededeling omtrent de voor de asielzoeker eventueel aan te wenden rechtsmiddelen. + +Aan de asielzoeker wordt tevens mededeling gedaan door welk land zijn asielverzoek (in de zin van Verordening 343/2003) zal worden behandeld. Voorts wordt hem meegedeeld dat hij krachtens Verordening 343/2003 en met inachtneming van de nationale regelgeving zal worden overgedragen. Door middel van deze beschikking wordt voldaan aan hetgeen is gesteld in artikel 19, eerste en tweede lid en artikel 20, eerste lid, onder e, Verordening 343/2003. Voorts zal, in overeenstemming met hetgeen is gesteld in artikel 19, derde lid en artikel 20, eerste lid, onder d, Verordening 343/2003, zodra hierover meer bekend is, de datum van overdracht bekend worden gemaakt. -Voor de procedure met betrekking tot de overdracht (zie A4/6.8). +Voor de procedure met betrekking tot de overdracht zie A4/6.8. ## 19. Besluitmoratorium @@ -3187,8 +3211,22 @@ Het is op grond van artikel 43a Vw mogelijk dat er een samenloop ontstaat van de #### 1.1. Algemeen De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt op grond van artikel 44, tweede lid, Vw verleend met ingang van de datum waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan met ingang van de datum waarop de aanvraag is ontvangen. - -Het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van vijf jaar geldt voor aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend op en na de datum van inwerkingtreding van de wetswijziging (1 september 2004). Voor aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd welke zijn ingediend vóór 1 september 2004 blijft het oude recht gelden, volgens hetwelk de verblijfsvergunning wordt verleend voor drie jaren. In die gevallen dient, waar vijf jaren staat, steeds drie jaren te worden gelezen. + Op grond van artikel 3.105 Vb wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in beginsel verleend voor de duur van vijf jaar. + Aan de verblijfsvergunning zijn geen voorschriften verbonden. + De verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft op grond van artikel 44, eerste lid, Vw, van rechtswege tot gevolg dat de verstrekking van voorzieningen bij of krachtens de Wet COA of een ander wettelijk voorschrift dat soortgelijke verstrekkingen regelt, wordt beëindigd. In de Rva zijn hierover nadere regels gesteld (zie C23). + Aan de vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning wordt verleend, wordt op grond van artikel 9 Vw een document verstrekt waaruit het rechtmatig verblijf blijkt. Het verblijfsdocument is een document als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, aanhef en onder c, VV. Dit document wordt door de IND aan de asielzoeker verstrekt. De arbeidsmarktaantekening luidt: 'Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist'. + + + + *Overgangsregeling* + + + + Het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van vijf jaar geldt voor aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend op en na de datum van inwerkingtreding van de wetswijziging (1 september 2004). Voor aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd welke zijn ingediend vóór 1 september 2004 blijft het oude recht gelden, volgens hetwelk de verblijfsvergunning wordt verleend voor drie jaren. In die gevallen dient, waar vijf jaren staat, steeds drie jaren te worden gelezen. + Voor wat betreft de ingangsdatum geldt voor asielaanvragen die zijn ingediend vóór 1 september 2004 het volgende. + Tot 1 september 2004 bepaalde artikel 43, derde lid, Vw, dat in gevallen waarin een besluitmoratorium (artikel 43 Vw, zie C19) was toegepast de verblijfsvergunning werd verleend met ingang van de datum waarop de asielaanvraag was ingewilligd, met dien verstande dat de verblijfsvergunning uiterlijk inging één jaar na de datum waarop de aanvraag is ontvangen (artikel 44, derde lid, Vw). Deze bepaling wordt in de hier bedoelde zaken nog toegepast. Een eventuele samenloop met artikel 42, vierde lid, Vw (verlenging van de beslistermijn op individuele gronden) heeft hierop dus geen invloed. + +20091476730-09-200929-09-2009WBV2009/2120091476730-09-200929-09-2009WBV2009/2101-10-2009 #### 1.2. De vergunning op grond van @@ -4723,112 +4761,119 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit China geldt geen besluit in de zin van artikel ### [7]. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia -#### 1. Datum - -Deze versie van deze landenparagraaf treedt in werking op de dag waarop C24 van kracht wordt. - -#### 2. Achtergrond +#### 1. Achtergrond Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Colombia. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag. -De beleidsconclusies in deze landen paragraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 19 januari 2006 over de situatie in Colombia. +De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 4 september 2008 over de situatie in Colombia (zie de website van het Ministerie van BuZa). -#### 3. Besluitmoratorium +#### 2. Besluitmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit Colombia is geen besluit genomen in de zin van artikel 43 Vw. -#### 4. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen +#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen -##### 4.1. Leden van sociale bewegingen, intellectuelen en (lokale) politici +##### 3.1. Leiders sociale gemeenschappen: vakbondsleiders, mensenrechtenactivisten, religieuze leiders -Leden van sociale bewegingen, intellectuelen en (lokale) politici kunnen in Colombia een verhoogd risico lopen op vervolging door met name de guerrillabewegingen en de paramilitairen. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan mensenrechtenactivisten, vakbondsleiders, onderwijzers, journalisten en gerechtelijk onderzoekers. Indien asielzoekers behorende tot één van deze groepen aannemelijk maken dat zij vanwege hun (vermeende) activiteiten vervolging vrezen en geen bescherming kunnen krijgen van de autoriteiten, kunnen zij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. +Vakbondsleiders en andere gemeenschapsleiders liepen blijkens het ambtsbericht gedurende de verslagperiode het risico slachtoffer te worden van gerichte bedreigingen en moorden. In de praktijk blijkt het moeilijk te achterhalen of in deze gevallen sprake was van een politiek motief. -##### 4.2. Aanhangers van de guerrillabewegingen of de paramilitairen +Ook mensenrechtenactivisten, vooral in gebieden waar veel geweldsincidenten plaatsvinden en waar het staatsgezag zwak is, liepen gedurende de verslagperiode het risico slachtoffer te worden van gerichte bedreigingen en moorden door guerrilla’s en vooral ex-paramilitairen en leden van nieuwe illegaal gewapende groeperingen (NIAG’s). Vooral mensenrechtenactivisten die onderzoek doen naar mensenrechtenschendingen en deze herleiden tot individuen (bijvoorbeeld ex-paramilitairen of commandanten van NIAG’s of guerrillagroeperingen) liepen gevaar. -(Vermeende) aanhangers van de guerrillabewegingen lopen het risico slachtoffer te worden van schendingen door de paramilitairen. Op dezelfde wijze lopen (vermeende) aanhangers van de paramilitairen het risico slachtoffer te worden van schendingen door de guerrillabewegingen. Indien asielzoekers aannemelijk maken gezien te worden als aanhangers van de guerrillabewegingen of de paramilitairen en om deze reden zwaarwegende problemen verwachten bij terugkeer, waartegen zij geen bescherming kunnen krijgen van de autoriteiten, kunnen zij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Het enkele vermoeden van de asielzoeker dat hij wordt gezien als aanhanger van één van de partijen en om die reden te vrezen heeft, is daarbij onvoldoende. De asielzoeker dient concrete aanwijzingen naar voren te brengen waaruit de gegronde vrees blijkt. +Ook religieuze leiders liepen het risico in hun mensenrechten te worden geschonden door guerrilla’s, ex-paramilitairen en leden van NIAG’s. Indien religieuze leiders in Colombia bedreigd of vermoord worden, is de reden meestal van politieke of financiële aard. Religieuze overwegingen spelen hierbij doorgaans geen rol. -Bij aanhangers van de guerrillabewegingen of de paramilitairen die voor deze groeperingen activiteiten hebben verricht, dient beoordeeld te worden of deze activiteiten mogelijk aanleiding zijn om toepassing te geven aan artikel 1F Vluchtelingenverdrag. +Indien asielzoekers behorende tot één van deze groepen aannemelijk maken dat zij vanwege hun (vermeende) activiteiten vervolging vrezen en geen bescherming kunnen krijgen van de autoriteiten, kunnen zij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. -##### 4.3. Inheemse bevolkingsgroepen +##### 3.2. Lokale politici en bestuurders -De positie van de inheemse bevolkingsgroepen in Colombia is niet zodanig dat reeds vanwege het enkel behoren tot deze bevolkingsgroepen aanleiding bestaat om tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd over te gaan. +Met name in gebieden waar het staatsgezag zwak was en waar guerrillagroeperingen en NIAG’s actief waren, liepen lokale politici en (kandidaat-) bestuurders het risico slachtoffer te worden van gerichte bedreigingen en moorden, met name door de FARC, ex-paramilitairen en NIAG’s. In de aanloop naar de lokale en regionale verkiezingen die op 28 oktober 2007 plaatsvonden, werden 25 kandidaten vermoord. -Individuele asielzoekers die behoren tot deze groepen kunnen evenwel op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indien zij een gegronde vrees voor vervolging hebben van de zijde van (één der) gewapende groepen en hiertegen geen bescherming van de autoriteiten kunnen krijgen. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn indien wanneer de asielzoeker toegang heeft geweigerd aan (één der) gewapende groepen om zijn grondgebied te betreden. Dit geldt eveneens wanneer zij zwaarwegende problemen vrezen vanwege een weigering gehoor te geven aan gedwongen rekrutering door één van de gewapende groepen en geen bescherming van de autoriteiten kunnen krijgen. +Indien asielzoekers behorende tot deze groep aannemelijk maken dat zij vanwege hun (vermeende) activiteiten vervolging vrezen en geen bescherming kunnen krijgen van de autoriteiten, kunnen zij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. -##### 4.4. Gedwongen verplaatsing +##### 3.3. Journalisten -Het gedwongen verplaatsen van burgers wordt zowel door de guerrillabewegingen als de paramilitairen als bewuste strategie ingezet. Doorgaans is daarbij vervolging van de betreffende personen niet het doel. Burgers die gehoor geven aan deze dwang en het gebied verlaten, lopen over het algemeen geen risico meer. +Gedurende de verslagperiode werden journalisten geïntimideerd door zowel ex-paramilitairen, leden van NIAG’s als de FARC en de ELN, met name bij publicaties over mensenrechtenschendingen die herleidbaar zijn tot individuen. Om die reden is er sprake van een zekere mate van zelfcensuur. Incidenten vonden plaats in ondermeer Sucre, Córdoba en Santander. -Personen die stellen door (één van) de strijdende partijen enkel gedwongen te zijn om zich buiten hun woongebied te verplaatsen, hebben een verblijfsalternatief in de relatief veilige gebieden van Colombia. +Indien asielzoekers behorende tot deze groep aannemelijk maken dat zij vanwege hun (vermeende) journalistieke activiteiten vervolging vrezen en geen bescherming kunnen krijgen van de autoriteiten, kunnen zij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. -##### 4.5. Homoseksuelen +##### 3.4. Inheemse volkeren -Het algemene beleid ten aanzien van homoseksuelen is van toepassing (zie C2/2.10.2). Homoseksuelen kunnen in Colombia slachtoffer worden van zogenoemde sociale zuiveringen. Het enkel hebben van een homoseksuele geaardheid is evenwel onvoldoende aanleiding om in aanmerking te komen voor vluchtelingschap. Indien asielzoekers aannemelijk maken dat zij vanwege hun seksuele geaardheid zwaarwegende problemen hebben te vrezen van (één van) de strijdende partijen kunnen zij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. +Colombianen die tot inheemse groepen behoren werden, net als in de vorige verslagperiode, in disproportionele mate slachtoffer van zowel de guerrillagroeperingen als NIAG’s, aangezien zij doorgaans in (geïsoleerde) zones wonen waar guerrillagroeperingen of NIAG’s een sterke machtsbasis hebben. De inheemse bevolking neemt bovendien een gemarginaliseerde positie in in de Colombiaanse samenleving en haar sociaal-economische situatie is veelal slecht. -##### 4.6. Vrouwen +Individuele asielzoekers die behoren tot deze groepen kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indien zij vanwege hun etniciteit een gegronde vrees voor vervolging hebben van de zijde van (één der) gewapende groepen en hiertegen geen bescherming van de autoriteiten kunnen krijgen. -Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. +##### 3.5. Afro-Colombianen -##### 4.7. Dienstplichtigen en deserteurs +Afro-Colombianen werden, net als in de vorige verslagperiode, in disproportionele mate slachtoffer van zowel de guerrillagroeperingen als de NIAG’s vanwege het feit dat zij doorgaans in (geïsoleerde) zones wonen, waar gevechtshandelingen, gedwongen verplaatsingen en belegeringen (m.n. in Chocó en Nariño) plaatsvinden. -Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing. +Individuele asielzoekers die behoren tot deze groepen kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indien zij vanwege hun etniciteit een gegronde vrees voor vervolging hebben van de zijde van (één der) gewapende groepen en hiertegen geen bescherming van de autoriteiten kunnen krijgen. + +##### 3.6. Vrouwen + +Alle partijen bij het conflict maakten zich gedurende de verslagperiode schuldig aan verkrachtingen en ander seksueel geweld. Van zowel guerrillagroeperingen als NIAG’s is bekend dat zij vrouwen van mogelijke verraders seksueel misbruikten en verminkten. Gedurende de verslagperiode maakten NIAG’s zich schuldig aan vrouwenhandel ten behoeve van de prostitutie. + +Het algemene beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. + +##### 3.7. Dienstplichtigen en deserteurs + +Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing. Ten aanzien van Colombia heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. -#### 5. Traumatabeleid +#### 4. Traumatabeleid Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Colombia geen bijzonderheden. -#### 6. Categoriale bescherming +#### 5. Categoriale bescherming Asielzoekers uit Colombia komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5). -Uit het ambtsbericht blijkt dat er zowel veilige als onveilige gebieden zijn in Colombia. Ook bestaan er gebieden waar, volgens het ambtsbericht, sprake is van een dynamisch conflict. Het gaat hierbij om conflicten die lokaal worden uitgevochten en zich voortdurend verplaatsen naar verschillende, maar in omvang beperkte, gebieden. Gebieden – deel uitmakend van dit dynamisch conflict – die thans veilig zijn kunnen over korte tijd onveilig zijn. +Het ambtsbericht geeft aan dat er sprake is van een dynamisch conflict. De locatie van conflicthaarden is aan verandering onderhevig, evenals de positie en mate van invloed van de guerrillagroeperingen en NIAG’s. -Op dit moment worden de grensgebieden van Colombia, de gebieden ten zuiden van de stad Cali, het departement Antioquia, het grensgebied tussen de departementen Casanare en Meta, de gebieden Urabá, het zuiden van het departement Bolivar en het departement Córdoba, onveilig geacht. +De departementen die op basis van de informatie in het ambtsbericht als relatief onveilig kunnen worden gezien zijn: Nariño, Valle del Cauca (inclusief de stad Cali, die voorheen nog als relatief veilig werd aangemerkt), Chocó, Cordoba, het noorden van Norte de Santander, het westen van Arauca, Casanare, Meta, Caquetá en Putumayo. -De algehele situatie in de gebieden die stevig in handen zijn van de overheid is relatief veilig. Deze veilige gebieden zijn normaal en vrij toegankelijk voor iedere Colombiaanse burger en er is sprake van bewegingsvrijheid. Relatief veilig zijn de steden Bogotá, Medellín, Cali, Cartagena en Barranquilla, inclusief het kustgebied tussen de twee laatstgenoemde steden. +Als relatief veilig kunnen worden aangemerkt Medellín en het departement Cundinamarca, waarin de hoofdstad Bogotá ligt. -Het voorgaande, zou tot het oordeel kunnen leiden dat voor de onveilige gebieden een beleid van categoriale bescherming, in de zin van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, is geïndiceerd. +Voor de overige gebieden van Colombia is het onderscheid relatief veilig/relatief onveilig minder duidelijk te maken. -Echter, asielzoekers uit deze gebieden die niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op individuele gronden, kunnen zich aan de algehele geweldsituatie onttrekken door in de relatief veilige gebieden te verblijven. Aan deze personen zal een verblijfsalternatief worden tegengeworpen. +Het voorgaande, zou tot het oordeel kunnen leiden dat voor de onveilige gebieden een beleid van categoriale bescherming, in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder d, Vw, is geïndiceerd. -#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten +Echter, asielzoekers uit onveilige gebieden die niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op individuele gronden, kunnen zich aan de algehele geweldsituatie onttrekken door in de relatief veilige gebieden te verblijven. Aan deze personen zal een verblijfsalternatief worden tegengeworpen. Zij komen derhalve niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. -##### 7.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief +#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten -Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2 is van toepassing. +##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief -Ten aanzien van Colombia geldt, dat gezien de algehele situatie aan asielzoekers geen vlucht- en/of vestigingsalternatief wordt tegengeworpen in een ander deel van Colombia indien sprake is van gegronde vrees voor vervolging of van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM. +Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.3 is van toepassing. -##### 7.2. Veilig land van herkomst +Ten aanzien van Colombia geldt, dat gezien de algehele situatie aan asielzoekers geen vlucht- en/of vestigingsalternatief wordt tegengeworpen in een ander deel van Colombia indien sprake is van gegronde vrees voor vervolging of van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM. Doorgaans zullen deze asielzoekers zich immers in geheel Colombia niet aan vervolging of een onmenselijke of vernederende behandeling door derden kunnen onttrekken. Zij komen in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid aanhef en onder a respectievelijk b, Vw. + +##### 6.2. Veilig land van herkomst Colombia wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst. -##### 7.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf +##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf Colombia wordt niet beschouwd als veilig derde land. -##### 7.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag +##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1. -Onder punt 4 van deze landenparagraaf is aangegeven ten aanzien van welke groepen sprake zou kunnen zijn van de bedoelde gedragingen. - Verder zijn er nog de volgende aandachtspunten. Bij de beoordeling van personen die deel uitmaken van of banden hebben met de guerrillabewegingen of de paramilitairen, dient steeds te worden beoordeeld of de activiteiten voor deze groeperingen aanleiding vormen om te oordelen dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is. -Daarbij dient bijzondere aandacht uit te gaan naar personen die activiteiten hebben verricht voor: +##### 6.5. Veiligheidssituatie -– de guerrillabeweging Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia; -– de guerrillabeweging Ejército de Liberación Nacional; -– de guerrillabeweging Ejército Popular de Liberación; -– de paramilitaire groepen aangesloten bij de Autodefensas Unidas de Colombia; -– het leger; -– de politie. +###### 6.5.1. Algemeen -##### 7.5. Bescherming door de autoriteiten +Het ambtsbericht geeft aan dat, hoewel de veiligheidssituatie in sommige delen van het land onverminderd slecht is, gesteld kan worden dat de veiligheidssituatie in het algemeen aanzienlijk is verbeterd. Zeker in de dichtbevolkte aandachtsgebieden die over een goede infrastructuur beschikken, is de aanwezigheid van de staat aanzienlijk vergroot. + +###### 6.5.2. Binnenlands gewapend conflict + +Een gewapend conflict in de zin van dit artikel wordt aangenomen voor de regio Valle del Cauca. De mate van willekeurig geweld in dit conflict is echter niet zodanig dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie waarin iedere burger bij terugkeer louter door zijn aanwezigheid een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in die bepaling zou lopen. + +##### 6.6. Bescherming door de autoriteiten Binnen Colombia bestaat een aantal beschermingsprogramma’s voor personen die vrezen voor vervolging door één van de strijdende partijen. Toegang tot één van deze programma’s is echter niet voor iedereen mogelijk. Daarnaast zal in een aantal gevallen geen effectieve bescherming mogelijk zijn. @@ -4838,11 +4883,11 @@ Daarbij kan in beginsel worden verwacht dat asielzoekers die aangifte van hun pr Indien asielzoekers niet aannemelijk kunnen maken dat in hun geval geen bescherming kan worden geboden, bestaat geen aanleiding een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 Vw te verlenen. -#### 8. Opvangmogelijkheden Amv’s +#### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s Ten aanzien van Amv’s uit Colombia kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven. -#### 9. Vertrekmoratorium +#### 8. Vertrekmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit Colombia is geen besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.