2020-10-01 | BWBR0039936 | Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
This commit is contained in:
parent
23caa6e36f
commit
80eb49f9ec
1 changed files with 11 additions and 11 deletions
|
|
@ -16,15 +16,15 @@ citeertitel: Besluit kwaliteit kinderopvang
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *AMHK:* advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
|
||||
- *basisgroep:* vaste groep kinderen in de buitenschoolse opvang;
|
||||
- *dagopvang:* kinderopvang verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs gaan volgen;
|
||||
- *huiselijk geweld:* huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
|
||||
- *kindermishandeling:* kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
|
||||
- *meldcode:* meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
|
||||
- *melding:* melding aan het AMHK van huiselijk geweld of kindermishandeling of van een vermoeden daarvan;
|
||||
- *melding:* melding aan Veilig Thuis van huiselijk geweld of kindermishandeling of van een vermoeden daarvan;
|
||||
- *stamgroep:* vaste groep kinderen in de dagopvang;
|
||||
- *stamgroepruimte:* binnenspeelruimte waar de stamgroep hoofdzakelijk aanwezig is;
|
||||
- *Veilig Thuis:* Veilig Thuis-organisatie als bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
|
||||
- *wet:*
|
||||
Wet kinderopvang.
|
||||
|
||||
|
|
@ -111,7 +111,7 @@ e. specifieke aandacht voor de wijze waarop het personeel omgaat met gegevens wa
|
|||
Het in het eerste lid, onder a, bedoelde stappenplan, bevat ten minste de volgende stappen:
|
||||
|
||||
a. het in kaart brengen van de signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling;
|
||||
b. collegiale consultatie en zo nodig raadplegen van het AMHK of een deskundige op het gebied van letselduiding;
|
||||
b. collegiale consultatie en zo nodig raadplegen van Veilig Thuis of een deskundige op het gebied van letselduiding;
|
||||
c. een gesprek met de ouders en, indien mogelijk, het kind;
|
||||
d. het toepassen van het afwegingskader, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
|
||||
e. het beslissen over:
|
||||
|
|
@ -187,9 +187,9 @@ e. het beslissen over:
|
|||
|
||||
**1.** De binnen- en buitenruimtes waar kinderen verblijven gedurende de tijd dat zij worden opgevangen, zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.
|
||||
|
||||
**2.** Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste stamgroepruimte. Een kindercentrum beschikt over ten minste 3,5 m^2 binnenspeelruimte per in het kindercentrum aanwezig kind. Passend voor spelactiviteiten ingerichte binnenruimtes buiten de stamgroepruimte worden naar evenredigheid aan de groepen van het kindercentrum toebedeeld.
|
||||
**2.** Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste stamgroepruimte. Een kindercentrum beschikt over ten minste 3,5 m^2 binnenspeelruimte per in het kindercentrum aanwezig kind. Passend voor spelactiviteiten ingerichte binnenruimtes buiten de stamgroepruimte worden naar evenredigheid aan de groepen van het kindercentrum toebedeeld.
|
||||
|
||||
**3.** Een kindercentrum beschikt over ten minste 3 m^2 vaste buitenspeelruimte per in het kindercentrum aanwezig kind. De buitenspeelruimte is voor kinderen in de leeftijd tot twee jaar aangrenzend aan het kindercentrum. Voor kinderen van twee jaar of ouder is de buitenspeelruimte bij voorkeur aangrenzend aan het kindercentrum, maar in ieder geval aangrenzend aan het gebouw waarin het kindercentrum is gevestigd.
|
||||
**3.** Een kindercentrum beschikt over ten minste 3 m^2 vaste buitenspeelruimte per in het kindercentrum aanwezig kind. De buitenspeelruimte is voor kinderen in de leeftijd tot twee jaar aangrenzend aan het kindercentrum. Voor kinderen van twee jaar of ouder is de buitenspeelruimte bij voorkeur aangrenzend aan het kindercentrum, maar in ieder geval aangrenzend aan het gebouw waarin het kindercentrum is gevestigd.
|
||||
|
||||
**4.** Een kindercentrum beschikt voor kinderen tot de leeftijd van anderhalf jaar over een op het aantal aanwezige kinderen afgestemde afzonderlijke slaapruimte.
|
||||
|
||||
|
|
@ -271,7 +271,7 @@ e. specifieke aandacht voor de wijze waarop het personeel omgaat met gegevens wa
|
|||
Het in het eerste lid, onder a, bedoelde stappenplan, bevat ten minste de volgende stappen:
|
||||
|
||||
a. het in kaart brengen van de signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling;
|
||||
b. collegiale consultatie en zo nodig raadplegen van het AMHK of een deskundige op het gebied van letselduiding;
|
||||
b. collegiale consultatie en zo nodig raadplegen van Veilig Thuis of een deskundige op het gebied van letselduiding;
|
||||
c. een gesprek met de ouders en, indien mogelijk, het kind;
|
||||
d. het toepassen van het afwegingskader, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
|
||||
e. het beslissen over:
|
||||
|
|
@ -333,9 +333,9 @@ e. het beslissen over:
|
|||
|
||||
**1.** De binnen- en buitenruimtes waar kinderen verblijven gedurende de tijd dat zij worden opgevangen, zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.
|
||||
|
||||
**2.** Een kindercentrum beschikt over ten minste 3,5 m^2 binnenspeelruimte per in het kindercentrum aanwezig kind.
|
||||
**2.** Een kindercentrum beschikt over ten minste 3,5 m^2 binnenspeelruimte per in het kindercentrum aanwezig kind.
|
||||
|
||||
**3.** Een kindercentrum beschikt over ten minste 3 m^2 vaste buitenspeelruimte per in het kindercentrum aanwezig kind. De buitenspeelruimte is bij voorkeur aangrenzend aan het kindercentrum. In het geval een buitenspeelruimte niet aangrenzend is, is deze gelegen in de directe nabijheid van het kindercentrum en voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar.
|
||||
**3.** Een kindercentrum beschikt over ten minste 3 m^2 vaste buitenspeelruimte per in het kindercentrum aanwezig kind. De buitenspeelruimte is bij voorkeur aangrenzend aan het kindercentrum. In het geval een buitenspeelruimte niet aangrenzend is, is deze gelegen in de directe nabijheid van het kindercentrum en voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2A. Kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk
|
||||
|
||||
|
|
@ -506,9 +506,9 @@ Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 20
|
|||
|
||||
**1.** De binnen- en buitenruimtes waar kinderen verblijven gedurende de tijd dat zij worden opgevangen, zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.
|
||||
|
||||
**2.** Elke peuterspeelzaalgroep beschikt over een afzonderlijke vaste peuterspeelzaalgroepruimte. Een peuterspeelzaal beschikt over ten minste 3,5 m^2 binnenspeelruimte per in de peuterspeelzaal aanwezig kind. Passend voor spelactiviteiten ingerichte binnenruimtes buiten de peuterspeelzaalgroepruimte worden naar evenredigheid aan de groepen van de peuterspeelzaal toebedeeld.
|
||||
**2.** Elke peuterspeelzaalgroep beschikt over een afzonderlijke vaste peuterspeelzaalgroepruimte. Een peuterspeelzaal beschikt over ten minste 3,5 m^2 binnenspeelruimte per in de peuterspeelzaal aanwezig kind. Passend voor spelactiviteiten ingerichte binnenruimtes buiten de peuterspeelzaalgroepruimte worden naar evenredigheid aan de groepen van de peuterspeelzaal toebedeeld.
|
||||
|
||||
**3.** Een peuterspeelzaal beschikt over ten minste 3 m^2 vaste buitenspeelruimte per in de peuterspeelzaal aanwezig kind. De buitenspeelruimte is bij voorkeur aangrenzend aan de peuterspeelzaal, maar in ieder geval aangrenzend aan het gebouw waarin de peuterspeelzaal is gevestigd.
|
||||
**3.** Een peuterspeelzaal beschikt over ten minste 3 m^2 vaste buitenspeelruimte per in de peuterspeelzaal aanwezig kind. De buitenspeelruimte is bij voorkeur aangrenzend aan de peuterspeelzaal, maar in ieder geval aangrenzend aan het gebouw waarin de peuterspeelzaal is gevestigd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -566,7 +566,7 @@ Wijzigte het Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peut
|
|||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
Indien een houder op 1 januari 2018 een kindercentrum exploiteert beschikt de houder, in afwijking van de artikelen 4, tweede lid, eerste zin, en 13, tweede lid, eerste zin, op dat tijdstip over een schriftelijk vastgesteld veiligheids- en gezondheidsbeleid.
|
||||
Indien een houder op 1 januari 2018 een kindercentrum exploiteert beschikt de houder, in afwijking van de artikelen 4, tweede lid, eerste zin, en 13, tweede lid, eerste zin, op dat tijdstip over een schriftelijk vastgesteld veiligheids- en gezondheidsbeleid.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue