2008-01-01 | BWBR0003549 | Wet op de expertisecentra
This commit is contained in:
parent
3de1fb64c3
commit
810ae4c985
1 changed files with 53 additions and 59 deletions
|
|
@ -219,7 +219,7 @@ e. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het verrichten van d
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Het toezicht op de regionale expertisecentra is opgedragen aan de inspectie. De artikelen 3 en 9 van de Wet op het onderwijstoezicht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
|
|
@ -251,7 +251,7 @@ Ten laste van een andere openbare kas dan van Rijk en gemeente worden geen schol
|
|||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
**1.** Een school, niet zijnde een instelling, heeft, naast het geven van onderwijs, tot taak op verzoek van het regionaal expertisecentrum waaraan de school deelneemt onderzoek te verrichten in het kader van artikel 28c, vierde lid, laatste volzin en het ondersteunen van een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs, waarbij een leerling is ingeschreven voor wie op basis van de beoordeling door een commissie voor de indicatiestelling een leerlinggebonden budget beschikbaar is en die toelaatbaar is verklaard tot een onderwijssoort als bedoeld in artikel 2, tweede lid, die door de eerstbedoelde school wordt verzorgd dan wel toelaatbaar is verklaard tot het cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waartoe de eerstbedoelde school behoort.
|
||||
**1.** Een school, niet zijnde een instelling, heeft, naast het geven van onderwijs, tot taak op verzoek van het regionaal expertisecentrum waaraan de school deelneemt onderzoek te verrichten in het kader van artikel 28c, vierde lid, laatste volzin en het ondersteunen van een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs, waarbij een leerling is ingeschreven voor wie op basis van de beoordeling door een commissie voor de indicatiestelling een leerlinggebonden budget beschikbaar is en die toelaatbaar is verklaard tot een onderwijssoort als bedoeld in artikel 2, tweede lid, die door de eerstbedoelde school wordt verzorgd of tot een onderwijssoort die behoort tot hetzelfde cluster als de onderwijssoort die door de eerstbedoelde school wordt verzorgd dan wel toelaatbaar is verklaard tot het cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waartoe de eerstbedoelde school behoort.
|
||||
|
||||
**2.** Onder het ondersteunen van een school, bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval begrepen het doen van aanbevelingen over de begeleiding van de individuele leerling tijdens zijn verblijf op de school die wordt ondersteund, teneinde een optimale ontwikkeling van de in de leerling aanwezige mogelijkheden te bewerkstelligen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -259,8 +259,8 @@ Ten laste van een andere openbare kas dan van Rijk en gemeente worden geen schol
|
|||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur worden onderwijssoorten aangewezen waaraan bekostiging kan worden toegekend ten behoeve van de begeleiding van
|
||||
|
||||
a. leerlingen, die zijn geplaatst op een basisschool of leerlingen die zijn geplaatst op een school voor voortgezet onderwijs en die naar het oordeel van het bevoegd gezag zonder die begeleiding zouden zijn aangewezen op het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs en
|
||||
b. leerlingen, die in het direct voorafgaande schooljaar waren toegelaten tot een school, niet zijnde een instelling, en die zonder dat voor hen nog een leerlinggebonden budget beschikbaar is, zijn teruggeplaatst naar een basisschool als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid onder a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
a. leerlingen, die zijn geplaatst op een basisschool of speciale school voor basisonderwijs of leerlingen die zijn geplaatst op een school voor voortgezet onderwijs en die naar het oordeel van het bevoegd gezag zonder die begeleiding zouden zijn aangewezen op het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs en
|
||||
b. leerlingen, die in het direct voorafgaande schooljaar waren toegelaten tot een school, niet zijnde een instelling, en die zonder dat voor hen nog een leerlinggebonden budget beschikbaar is, zijn teruggeplaatst naar een basisschool of speciale school voor basisonderwijs, een school voor voortgezet onderwijs dan wel een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid onder a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -536,7 +536,7 @@ b. zich bij de behandeling van de klacht te laten bijstaan.
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Een deel van een schoolplan kan voorzover het betrekking heeft op voortgezet speciaal onderwijs, worden uitgevoerd door een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, door andere vormen van regulier voortgezet onderwijs of door een instelling voor educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
**1.** Een deel van een schoolplan kan voor zover het betrekking heeft op speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, worden uitgevoerd door een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor voortgezet onderwijs of een instelling voor educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent de uitvoering van het eerste lid alsmede omtrent de aard en de eisen aan de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -597,7 +597,7 @@ met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid
|
|||
|
||||
### Artikel 28a
|
||||
|
||||
De artikelen 28b, 28c, 28d en 28e zijn niet van toepassing op instellingen.
|
||||
De artikelen 28b, 28c en 28d zijn niet van toepassing op instellingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 28b
|
||||
|
||||
|
|
@ -645,9 +645,9 @@ b. toelaatbaar is tot een van de onderwijssoorten in een cluster als bedoeld in
|
|||
|
||||
**4.** Het verzoek, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt bij de commissie voor de indicatiestelling ingediend onder overlegging van een volledig ingevuld aanmeldingsformulier waarvan het model bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Bij die ministeriële regeling wordt tevens bepaald welke gegevens en verklaringen bij het aanmeldingsformulier dienen te worden gevoegd en de wijze waarop zij dienen te worden aangeleverd. In voorkomend geval informeert de commissie voor de indicatiestelling de ouders welke gegevens en verklaringen ontbreken en op welke wijze zij zijn te verkrijgen.
|
||||
|
||||
**5.** De commissie voor de indicatiestelling zendt een afschrift van het aanmeldingsformulier en de gegevens en verklaringen, bedoeld in het vierde lid, tezamen met een afschrift van het oordeel aan de landelijke commissie toezicht indicatiestelling, bedoeld in artikel 28e.
|
||||
**5.** De commissie voor de indicatiestelling zendt een afschrift van het aanmeldingsformulier en een weergave van de gegevens en verklaringen, bedoeld in het vierde lid, tezamen met een afschrift van het oordeel aan de inspectie.
|
||||
|
||||
**6.** Het regionaal expertisecentrum ziet erop toe dat de in het vijfde lid bedoelde gegevens en verklaringen slechts worden gebruikt ten behoeve van de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, en het toezicht daarop door de landelijke commissie toezicht indicatiestelling.
|
||||
**6.** Het regionaal expertisecentrum ziet erop toe dat de in het vijfde lid bedoelde gegevens en verklaringen slechts worden gebruikt ten behoeve van de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, en het toezicht daarop door de inspectie.
|
||||
|
||||
**7.** De gegevens en verklaringen worden bij het regionaal expertisecentrum bewaard tot drie jaar na afloop van de periode waarvoor de leerling toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten binnen het cluster of tot het cluster waartoe het regionaal expertisecentrum behoort dan wel tot drie jaar na de beoordeling door de commissie voor de indicatiestelling indien de leerling niet toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten binnen het cluster of tot het cluster waartoe het regionaal expertisecentrum behoort. Het regionaal expertisecentrum draagt er zorg voor dat de gegevens en verklaringen worden bewaard op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor het regionaal expertisecentrum en de met het onderzoek belaste functionarissen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -657,7 +657,7 @@ b. toelaatbaar is tot een van de onderwijssoorten in een cluster als bedoeld in
|
|||
|
||||
**10.** Een beslissing van de commissie voor de indicatiestelling als bedoeld in het eerste en het tweede lid en een beslissing van bedoelde commissie die samenhangt met de toepassing van het derde lid, wordt aangemerkt als een beschikking van een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Deze beschikking is geen besluit als bedoeld in artikel 8:4 onder e, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**11.** Indien de commissie voor de indicatiestelling zich bij haar beoordeling niet houdt aan de voorschriften, bedoeld in het achtste lid, en de aanwijzingen van de landelijke commissie toezicht indicatiestelling, bedoeld in artikel 28e, tweede lid, kan Onze minister bepalen dat de commissie voor de indicatiestelling niet langer bevoegd is tot het geven van beoordelingen op grond van dit artikel.
|
||||
**11.** Indien de commissie voor de indicatiestelling zich bij haar beoordeling niet houdt aan de voorschriften, bedoeld in het achtste lid, kan Onze minister bepalen dat de commissie voor de indicatiestelling niet langer bevoegd is tot het geven van beoordelingen op grond van dit artikel.
|
||||
|
||||
**12.** Indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat de grond voor ontneming van de bevoegdheid, bedoeld in het elfde lid, niet langer aanwezig is, kan Onze minister besluiten de bevoegdheid opnieuw aan de commissie voor de indicatiestelling toe te kennen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -671,32 +671,11 @@ b. toelaatbaar is tot een van de onderwijssoorten in een cluster als bedoeld in
|
|||
|
||||
### Artikel 28e
|
||||
|
||||
**1.** Er is een landelijke commissie toezicht indicatiestelling, die bestaat uit een voorzitter en vier leden. De voorzitter en de leden van de commissie worden door Onze minister benoemd en ontslagen. Onze minister kan onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels besluiten tot schorsing van de voorzitter of van de leden van de commissie.
|
||||
|
||||
**2.** De landelijke commissie toezicht indicatiestelling is bevoegd een commissie voor de indicatiestelling aanwijzingen te geven omtrent het gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 28c, eerste, tweede en derde lid, in het licht van de criteria, bedoeld in artikel 28c, achtste lid. Van een dergelijke aanwijzing stelt zij Onze minister terstond op de hoogte. Aanwijzingen als bedoeld in de eerste volzin kunnen geen betrekking hebben op de besluitvorming betreffende een individueel kind.
|
||||
|
||||
**3.** De landelijke commissie toezicht indicatiestelling adviseert op basis van de haar op grond van artikel 28c, vijfde lid, en artikel 40a toegezonden informatie, Onze minister over eventuele wijziging van de criteria, bedoeld in artikel 28c, achtste lid, en zij geeft daarnaast Onze minister alle adviezen die zij dienstig acht alsmede alle adviezen waarom Onze minister heeft verzocht.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de samenstelling, de benoemingstermijnen en de werkwijze van de landelijke commissie toezicht indicatiestelling,
|
||||
b. de vergoeding voor haar werkzaamheden,
|
||||
c. de verslaglegging over haar werkzaamheden en
|
||||
d. de rekening en verantwoording van het geldelijk beheer.
|
||||
|
||||
**5.** Desgevraagd informeert de landelijke commissie toezicht indicatiestelling Onze minister en de door hem aangewezen ambtenaren over al hetgeen de commissie betreft en geeft zij de door Onze minister aangewezen ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.
|
||||
|
||||
**6.** De voorzitter en de leden vervullen geen nevenbetrekking of nevenwerkzaamheden die schadelijk zijn voor de vervulling van de functie van voorzitter of lid van de landelijke commissie toezicht indicatiestelling en zij verrichten hun werkzaamheden zonder last of ruggespraak.
|
||||
|
||||
**7.** Onze minister benoemt een secretaris ten behoeve van de landelijke commissie toezicht indicatiestelling die tevens directeur is van het bureau ter ondersteuning van de werkzaamheden van de landelijke commissie toezicht indicatiestelling. Onze minister stelt financiële middelen beschikbaar ten behoeve van het bureau. De leden van het bureau zijn voor hun werkzaamheden voor de landelijke commissie toezicht indicatiestelling uitsluitend verantwoording schuldig aan de landelijke commissie toezicht indicatiestelling.
|
||||
|
||||
**8.** Onze minister zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van dit artikel en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de landelijke commissie toezicht indicatiestelling.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 28f
|
||||
|
||||
Een krachtens de artikelen 28b, 28c en 28e vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens de kamer de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. De vorige 3 volzinnen zijn niet van toepassing, voor zover het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur voordien aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is voorgelegd en door of namens de kamer te kennen is gegeven dat van de procedure, bedoeld in de vorige 3 volzinnen, kan worden afgeweken.
|
||||
Een krachtens de artikelen 28b en 28c vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens de kamer de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. De vorige 3 volzinnen zijn niet van toepassing, voor zover het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur voordien aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is voorgelegd en door of namens de kamer te kennen is gegeven dat van de procedure, bedoeld in de vorige 3 volzinnen, kan worden afgeweken.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Personeel
|
||||
|
||||
|
|
@ -899,7 +878,7 @@ Over de door het bevoegd gezag ingevolge artikel 33 te treffen regelingen, alsme
|
|||
|
||||
**3.** De leeftijd waarop de leerling het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs moet verlaten, is 20 jaar.
|
||||
|
||||
**4.** Onverminderd artikel 40, derde lid en zevende lid, kan de inspecteur voor een leerling in het voortgezet speciaal onderwijs ontheffing verlenen van het bepaalde in het derde lid, indien het voortgezet verblijf op de school wenselijk is ter voltooiing van zijn opleiding of van een op verhoging van zijn arbeidsgeschiktheid gerichte behandeling. Hij kan zich ten behoeve van zijn beslissing een rapport over de leerling, opgesteld door de in artikel 40b dan wel artikel 41, tweede lid, bedoelde commissie, doen voorleggen. De commissie kan daartoe de betrokken leerling aan een onderzoek onderwerpen. De ontheffing wordt telkens voor de tijd van ten hoogste 1 jaar verleend.
|
||||
**4.** Onverminderd artikel 40, derde lid en achtste lid, kan de inspecteur voor een leerling in het voortgezet speciaal onderwijs ontheffing verlenen van het bepaalde in het derde lid, indien het voortgezet verblijf op de school wenselijk is ter voltooiing van zijn opleiding of van een op verhoging van zijn arbeidsgeschiktheid gerichte behandeling. Hij kan zich ten behoeve van zijn beslissing een rapport over de leerling, opgesteld door de in artikel 40b dan wel artikel 41, tweede lid, bedoelde commissie, doen voorleggen. De commissie kan daartoe de betrokken leerling aan een onderzoek onderwerpen. De ontheffing wordt telkens voor de tijd van ten hoogste 1 jaar verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
|
||||
|
|
@ -915,7 +894,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.** De beslissing over toelating en verwijdering van leerlingen berust bij het bevoegd gezag, met inachtneming van het tweede, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid en artikel 40b, 41 en 42, 42a. De toelating mag niet afhankelijk worden gesteld van een geldelijke bijdrage van de ouders. Overeenkomsten waarbij ouders worden verplicht tot het betalen van een geldelijke bijdrage zijn nietig, behoudens voorzover zij na de toelating van de leerling tot de school schriftelijk zijn aangegaan en in het desbetreffende schriftelijke stuk aan de ouders kenbaar is gemaakt dat het een vrijwillige bijdrage betreft waarvoor de overeenkomst niet behoeft te worden aangegaan, doch waarvoor geldt dat na de ondertekening wel een verplichting tot betaling van de overeengekomen bijdrage bestaat. Zodanige overeenkomsten zijn evenzeer nietig, indien deze niet hebben voorzien in de vermelding dat de ouders de mogelijkheid hebben er voor te kiezen om de overeenkomst slechts voor bepaalde voorzieningen aan te gaan en ten behoeve daarvan niet een specificatie voor de te onderscheiden voorzieningen in de overeenkomst is opgenomen. Zodanige overeenkomsten zijn voorts nietig indien ten aanzien daarvan geen reductie- en kwijtscheldingsregeling geldt en de inhoud van die regeling niet in de overeenkomst is opgenomen. Een overeenkomst wordt telkens voor de periode van een schooljaar aangegaan.
|
||||
**1.** De beslissing over toelating en verwijdering van leerlingen berust bij het bevoegd gezag, met inachtneming van het tweede tot en met het achtste lid en artikel 40b, 41 en 42, 42a. De toelating mag niet afhankelijk worden gesteld van een geldelijke bijdrage van de ouders. Overeenkomsten waarbij ouders worden verplicht tot het betalen van een geldelijke bijdrage zijn nietig, behoudens voorzover zij na de toelating van de leerling tot de school schriftelijk zijn aangegaan en in het desbetreffende schriftelijke stuk aan de ouders kenbaar is gemaakt dat het een vrijwillige bijdrage betreft waarvoor de overeenkomst niet behoeft te worden aangegaan, doch waarvoor geldt dat na de ondertekening wel een verplichting tot betaling van de overeengekomen bijdrage bestaat. Zodanige overeenkomsten zijn evenzeer nietig, indien deze niet hebben voorzien in de vermelding dat de ouders de mogelijkheid hebben er voor te kiezen om de overeenkomst slechts voor bepaalde voorzieningen aan te gaan en ten behoeve daarvan niet een specificatie voor de te onderscheiden voorzieningen in de overeenkomst is opgenomen. Zodanige overeenkomsten zijn voorts nietig indien ten aanzien daarvan geen reductie- en kwijtscheldingsregeling geldt en de inhoud van die regeling niet in de overeenkomst is opgenomen. Een overeenkomst wordt telkens voor de periode van een schooljaar aangegaan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -926,27 +905,27 @@ b. vreemdeling is en jonger is dan 18 jaar op de eerste schooldag waarop het spe
|
|||
c. vreemdeling is, 18 jaar of ouder is op de eerste schooldag waarop het speciaal onderwijs, dan wel het voortgezet speciaal onderwijs begint, waarvoor voor de eerste maal toelating wordt gewenst en op die dag rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, of
|
||||
d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden, genoemd onder b of c, en eerder in overeenstemming met een van die onderdelen voor speciaal onderwijs, dan wel voortgezet speciaal onderwijs is toegelaten tot een school, welk onderwijs nog steeds wordt gevolgd en nog niet is voltooid.
|
||||
|
||||
**3.** Een leerling wordt niet tot een school toegelaten dan nadat een commissie voor de indicatiestelling heeft verklaard dat de leerling toelaatbaar is tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waartoe de school behoort. De eerste volzin is niet van toepassing ten aanzien van leerlingen die worden toegelaten op basis van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, zesde of achtste lid, met dien verstande dat voor leerlingen die worden toegelaten op basis van bekostiging als bedoeld in artikel 117, achtste lid, in de administratie van de school een verklaring aanwezig moet zijn van de residentiële instelling dat de leerling in die instelling is geplaatst.
|
||||
**3.** Een leerling wordt niet tot een school toegelaten dan nadat een commissie voor de indicatiestelling heeft verklaard dat de leerling toelaatbaar is tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waartoe de school behoort. De eerste volzin is niet van toepassing ten aanzien van leerlingen die worden toegelaten op basis van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, vijfde of zevende lid, met dien verstande dat voor leerlingen die worden toegelaten op basis van bekostiging als bedoeld in artikel 117, zevende lid, in de administratie van de school een verklaring aanwezig moet zijn van de residentiële instelling dat de leerling in die instelling is geplaatst.
|
||||
|
||||
**4.** De toelating tot een school wordt niet geweigerd op de grond dat de leerling niet is aangewezen op het onderwijs van de school indien een commissie voor de indicatiestelling heeft verklaard dat de leerling toelaatbaar is tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waartoe de school behoort. De toelating van een leerling mag ook niet geweigerd worden op denominatieve gronden, tenzij de ouders van de leerling weigeren te verklaren dat zij de grondslag van het onderwijs van de school zullen respecteren dan wel onderschrijven.
|
||||
**4.** Het derde lid, eerste volzin, is niet van toepassing indien met instemming van de ouders het bevoegd gezag van een school in overleg met het bevoegd gezag van een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs waarbij een leerling is ingeschreven, de leerling toelaat gedurende een periode van korter dan een schooljaar ter oriëntatie of een orthopedagogische en orthodidactische benadering nodig is. De leerling blijft gedurende die periode ingeschreven bij de basisschool, de speciale school voor basisonderwijs of de school voor voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
**5.** Voordat wordt besloten tot verwijdering hoort het bevoegd gezag de betrokken leraar of leraren. Definitieve verwijdering van een leerling waarop de Leerplichtwet 1969 van toepassing is, vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een school voor voortgezet onderwijs dan wel een instelling als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Leerplichtwet 1969 bereid is de leerling toe te laten. Indien aantoonbaar gedurende 8 weken zonder succes is gezocht naar een zodanige school of instelling waarnaar kan worden verwezen, kan in afwijking van de vorige volzin tot definitieve verwijdering worden overgegaan.
|
||||
**5.** De toelating tot een school wordt niet geweigerd op de grond dat de leerling niet is aangewezen op het onderwijs van de school indien een commissie voor de indicatiestelling heeft verklaard dat de leerling toelaatbaar is tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waartoe de school behoort. De toelating van een leerling mag ook niet geweigerd worden op denominatieve gronden, tenzij de ouders van de leerling weigeren te verklaren dat zij de grondslag van het onderwijs van de school zullen respecteren dan wel onderschrijven.
|
||||
|
||||
**6.** Indien na de toelating tot de school blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met het tweede lid heeft plaatsgevonden, wordt de leerling onmiddellijk verwijderd.
|
||||
**6.** Voordat wordt besloten tot verwijdering hoort het bevoegd gezag de betrokken leraar of leraren. Definitieve verwijdering van een leerling waarop de Leerplichtwet 1969 van toepassing is, vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een school voor voortgezet onderwijs dan wel een instelling als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Leerplichtwet 1969 bereid is de leerling toe te laten. Indien aantoonbaar gedurende 8 weken zonder succes is gezocht naar een zodanige school of instelling waarnaar kan worden verwezen, kan in afwijking van de vorige volzin tot definitieve verwijdering worden overgegaan.
|
||||
|
||||
**7.** Tenzij een commissie voor de indicatiestelling een leerling voor een aansluitende periode toelaatbaar heeft verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waartoe de school behoort, wordt een leerling na afloop van de periode gedurende welke hij toelaatbaar is verklaard tot de desbetreffende onderwijssoort dan wel het desbetreffende cluster, met inachtneming van de tweede en derde volzin van het vijfde lid, verwijderd.
|
||||
**7.** Indien na de toelating tot de school blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met het tweede lid heeft plaatsgevonden, wordt de leerling onmiddellijk verwijderd.
|
||||
|
||||
**8.** Indien tegen een besluit van het bevoegd gezag van een openbare school ingevolge het eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde of zevende lid, bezwaar is gemaakt, besluit het bevoegd gezag in afwijking van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht binnen 4 weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
|
||||
**8.** Tenzij een commissie voor de indicatiestelling een leerling voor een aansluitende periode toelaatbaar heeft verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waartoe de school behoort, wordt een leerling na afloop van de periode gedurende welke hij toelaatbaar is verklaard tot de desbetreffende onderwijssoort dan wel het desbetreffende cluster, met inachtneming van de tweede en derde volzin van het zesde lid, verwijderd.
|
||||
|
||||
**9.** Het bevoegd gezag van een openbare school besluit niet op het bezwaarschrift, tenzij het bezwaarschrift is gericht tegen een besluit ingevolge het tweede, zesde of zevende lid dan na overleg met de inspecteur en desgewenst met andere deskundigen.
|
||||
**9.** Indien tegen een besluit van het bevoegd gezag van een openbare school ingevolge het eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende of achtste lid, bezwaar is gemaakt, besluit het bevoegd gezag in afwijking van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht binnen 4 weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
|
||||
|
||||
**10.** Het derde, het vierde en het zevende lid zijn niet van toepassing op een leerling van een instelling.
|
||||
**10.** Het bevoegd gezag van een openbare school besluit niet op het bezwaarschrift, tenzij het bezwaarschrift is gericht tegen een besluit ingevolge het tweede, zevende of achtste lid dan na overleg met de inspecteur en desgewenst met andere deskundigen.
|
||||
|
||||
**11.** Het derde, het vijfde en het achtste lid zijn niet van toepassing op een leerling van een instelling.
|
||||
|
||||
### Artikel 40a
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven over de rapportage die het bevoegd gezag zendt aan de landelijke commissie toezicht indicatiestelling met betrekking tot de reden van toelating van leerlingen die zijn toegelaten op basis van bekostiging als bedoeld in artikel 117, zesde en achtste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens de kamer de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. De vorige 3 volzinnen zijn niet van toepassing, voor zover het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur voordien aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is voorgelegd en door of namens de kamer te kennen is gegeven dat van de procedure, bedoeld in de vorige 3 volzinnen, kan worden afgeweken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 40b
|
||||
|
||||
|
|
@ -994,7 +973,7 @@ De commissie kan bij het uitoefenen van haar taak gebruik maken van bestaande on
|
|||
|
||||
**3.** Het handelingsplan wordt jaarlijks met de ouders geëvalueerd.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een leerling die is ingeschreven op basis van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, achtste lid, en een leerling van een instelling.
|
||||
**4.** Het eerste lid en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een leerling die is ingeschreven op basis van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, zevende lid, en een leerling van een instelling.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
|
|
@ -1239,7 +1218,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Indien het bevoegd gezag van een bijzondere school op grond van artikel 36, derde lid, een student de toegang weigert, deelt het bevoegd gezag deze beslissing, schriftelijk en met redenen omkleed, mede door toezending of uitreiking aan de student, onverminderd het bepaalde in dat artikellid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bevoegd gezag van een bijzondere school hetzij weigert een leerling toe te laten, hetzij een leerling verwijdert, op grond van artikel 40, eerste en vijfde lid, deelt het deze beslissing, schriftelijk en met redenen omkleed, mede door toezending of uitreiking aan de ouders. Daarbij wordt tevens de inhoud van het bepaalde in het derde lid, eerste volzin, vermeld. Voordat het bevoegd gezag van een bijzondere school op grond van artikel 40, eerste en vijfde lid, beslist tot verwijdering van een leerling, hoort het de ouders van de leerling, onverminderd het vijfde lid van dat artikel.
|
||||
**2.** Indien het bevoegd gezag van een bijzondere school hetzij weigert een leerling toe te laten, hetzij een leerling verwijdert, op grond van artikel 40, eerste lid en zesde lid, deelt het deze beslissing, schriftelijk en met redenen omkleed, mede door toezending of uitreiking aan de ouders. Daarbij wordt tevens de inhoud van het bepaalde in het derde lid, eerste volzin, vermeld. Voordat het bevoegd gezag van een bijzondere school op grond van artikel 40, eerste lid en zesde lid, beslist tot verwijdering van een leerling, hoort het de ouders van de leerling, onverminderd het zesde lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**3.** Binnen 6 weken na de mededeling, bedoeld in het tweede lid, kunnen de ouders bij het bevoegd gezag schriftelijk hun bezwaren kenbaar maken tegen de beslissing. Het bevoegd gezag beslist binnen 4 weken na ontvangst van de bezwaren. Alvorens te beslissen hoort het bevoegd gezag de ouders.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1456,9 +1435,20 @@ In deze titel wordt onder «school» verstaan een school of afdeling als bedoeld
|
|||
|
||||
**1.** De artikelen 77 tot en met 88 zijn tot een bij de wet te bepalen datum niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Tot een bij de wet te bepalen datum kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag, onder door hem te stellen voorwaarden, een school voor bekostiging in aanmerking brengen indien de school is gelegen in een gebied waarin sprake is van een uitzonderlijke bevolkingstoename, indien sprake is van een verandering van de plaats van vestiging van een reeds bekostigde school, indien sprake is van omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige openbare school of omgekeerd, indien sprake is van omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige bijzondere school van een andere richting, dan wel indien sprake is van uitbreiding van het onderwijs aan een school met onderwijs van een of meer andere richtingen. Het verzoek is met redenen omkleed en gaat vergezeld van de gegevens, genoemd in artikel 81, tweede lid. Onze minister willigt het verzoek slechts in indien de school bij toepassing van artikel 83, eerste en derde lid, op grond van het eerste lid van dat artikel in een door provinciale staten of Onze minister vast te stellen plan van nieuwe scholen zou worden opgenomen.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Een school die is opgenomen in een door Onze minister goedgekeurd of vastgesteld plan van nieuwe scholen voor de jaren 1991, 1992, 1993 en 1994 komt voor bekostiging in aanmerking indien de school in dat plan is opgenomen met als jaar van aanvang van de bekostiging 1991 en het onderwijs voor 1 januari 1992 een aanvang heeft genomen.
|
||||
Tot een bij de wet te bepalen datum kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag, onder door hem te stellen voorwaarden, een school voor bekostiging in aanmerking brengen indien:
|
||||
|
||||
a. de school is gelegen in een gebied waarin sprake is van een uitzonderlijke bevolkingstoename,
|
||||
b. sprake is van een verandering van de plaats van vestiging van een reeds bekostigde school,
|
||||
c. sprake is van omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige openbare school of omgekeerd,
|
||||
d. sprake is van omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige bijzondere school van een andere richting,
|
||||
e. sprake is van uitbreiding van het onderwijs aan een school met onderwijs van een of meer andere richtingen, of
|
||||
f. sprake is van uitbreiding van het onderwijs aan een school voor speciaal onderwijs met onderwijs voor voortgezet speciaal onderwijs, niet zijnde het onderwijs bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder n.
|
||||
|
||||
**3.** Het verzoek, bedoeld in het tweede lid, is met redenen omkleed en gaat vergezeld van de gegevens, genoemd in artikel 81, tweede lid. Indien sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met e, willigt Onze minister het verzoek slechts in indien de school bij toepassing van artikel 83, eerste en derde lid, op grond van het eerste lid van dat artikel in een door provinciale staten of Onze minister vast te stellen plan van nieuwe scholen zou worden opgenomen. Indien sprake is van uitbreiding als bedoeld in het tweede lid, onder f, willigt Onze minister het verzoek slechts in indien de school bij toepassing van artikel 83, eerste, tweede en derde lid, op grond van het eerste lid dan wel het tweede lid van dat artikel in een door provinciale staten of Onze minister vast te stellen plan van nieuwe scholen zou worden opgenomen.
|
||||
|
||||
**4.** Een school die is opgenomen in een door Onze minister goedgekeurd of vastgesteld plan van nieuwe scholen voor de jaren 1991, 1992, 1993 en 1994 komt voor bekostiging in aanmerking indien de school in dat plan is opgenomen met als jaar van aanvang van de bekostiging 1991 en het onderwijs voor 1 januari 1992 een aanvang heeft genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 76
|
||||
|
||||
|
|
@ -1466,17 +1456,19 @@ Indien beroep is ingesteld in verband met de plannen van nieuwe scholen voor de
|
|||
|
||||
### Artikel 76a
|
||||
|
||||
**1.** Indien een bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, wenst over te gaan tot het inrichten van een nevenvestiging of tot het toelaten van leerlingen, die door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het regionaal expertisecentrum dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd, dient het bevoegd gezag voor 1 februari een daarop betrekking hebbend verzoek tot opneming in het in het tweede lid bedoelde plan in bij het regionaal expertisecentrum.
|
||||
**1.** Indien een bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, wenst over te gaan tot het inrichten van een nevenvestiging of tot het toelaten van leerlingen, die door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het regionaal expertisecentrum dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd, dient het bevoegd gezag voor 1 februari een daarop betrekking hebbend verzoek tot opneming in het in het derde lid bedoelde plan in bij het regionaal expertisecentrum.
|
||||
|
||||
**2.** Voor 1 augustus daaropvolgend stelt het regionaal expertisecentrum op basis van de in het eerste lid bedoelde verzoeken een plan vast met betrekking tot de vestiging van nevenvestigingen en met betrekking tot het toelaten van leerlingen tot scholen van een andere onderwijssoort binnen het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, dan waarvoor de leerlingen door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar zijn verklaard.
|
||||
**2.** Indien binnen een regionaal expertisecentrum de onderwijssoort, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel h, subonderdeel 1, niet voorkomt, kan in afwijking van het eerste lid, het verzoek, bedoeld in het eerste lid, ook betrekking hebben op het toelaten van leerlingen die door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar zijn verklaard tot genoemde onderwijssoort, tot een andere onderwijssoort binnen het cluster.
|
||||
|
||||
**3.** Het regionaal expertisecentrum neemt een verzoek slechts in het plan op, indien het daarover overeenstemming heeft bereikt met de bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan het regionaal expertisecentrum, alle aangrenzende regionale expertisecentra van hetzelfde cluster en, voor zover het een nevenvestiging betreft, de gemeente waar die nevenvestiging zal worden gevestigd.
|
||||
**3.** Voor 1 augustus volgend op de in het eerste lid genoemde datum stelt het regionaal expertisecentrum op basis van de in het eerste en het tweede lid bedoelde verzoeken een plan vast met betrekking tot de vestiging van nevenvestigingen en tot het toelaten van leerlingen tot scholen van een andere onderwijssoort dan waarvoor de leerlingen toelaatbaar zijn verklaard.
|
||||
|
||||
**4.** Binnen 2 weken na de vaststelling van het plan, wordt het plan tezamen met de gegevens waaruit de in het derde lid bedoelde overeenstemming blijkt, ter goedkeuring aan Onze minister gezonden.
|
||||
**4.** Het regionaal expertisecentrum neemt een verzoek slechts in het plan op, indien het daarover overeenstemming heeft bereikt met de bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan het regionaal expertisecentrum, alle aangrenzende regionale expertisecentra van hetzelfde cluster en, voor zover het een nevenvestiging betreft, de gemeente waar die nevenvestiging zal worden gevestigd.
|
||||
|
||||
**5.** Onze minister beslist voor 1 december daaropvolgend. Indien Onze minister de inrichting van een nevenvestiging goedkeurt, vangt de bekostiging van die nevenvestiging aan op 1 augustus volgend op de goedkeuring. Voor de bekostiging wordt de nevenvestiging aangemerkt als deel van de school die de nevenvestiging in stand houdt. Indien Onze minister de toelating goedkeurt van leerlingen die toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het cluster, is die toelating mogelijk vanaf 1 augustus volgend op de goedkeuring.
|
||||
**5.** Binnen 2 weken na de vaststelling van het plan, wordt het plan tezamen met de gegevens waaruit de in het vierde lid bedoelde overeenstemming blijkt, ter goedkeuring aan Onze minister gezonden.
|
||||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor scholen waarbij, ingevolge een goedkeuring van Onze minister, leerlingen zijn ingeschreven die door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd, de bekostiging met betrekking tot die leerlingen vastgesteld.
|
||||
**6.** Onze minister beslist voor 1 december daaropvolgend. Indien Onze minister de inrichting van een nevenvestiging goedkeurt, vangt de bekostiging van die nevenvestiging aan op 1 augustus volgend op de goedkeuring. Voor de bekostiging wordt de nevenvestiging aangemerkt als deel van de school die de nevenvestiging in stand houdt. Indien Onze minister de toelating goedkeurt van leerlingen die toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort, is die toelating mogelijk vanaf 1 augustus volgend op de goedkeuring.
|
||||
|
||||
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor scholen waarbij, ingevolge een goedkeuring van Onze minister, leerlingen zijn ingeschreven die door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort, de bekostiging met betrekking tot die leerlingen vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 76b
|
||||
|
||||
|
|
@ -2247,7 +2239,7 @@ b. de bekostiging voor de vaste kosten van de materiële instandhouding van een
|
|||
|
||||
### Artikel 117
|
||||
|
||||
**1.** Voor de bekostiging van personeel wordt per onderwijssoort een bedrag per school, niet zijnde een instelling, en een bedrag per leerling toegekend, welk laatstbedoeld bedrag wordt verhoogd met een bedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, wordt vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar van de leraren in het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.
|
||||
**1.** Voor de bekostiging van personeel wordt per onderwijssoort een bedrag per school, niet zijnde een instelling, en een bedrag per leerling toegekend, welke bedragen worden verhoogd met een bedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, wordt vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar van de leraren in het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2272,7 +2264,7 @@ d. 8 jaar en ouder.
|
|||
|
||||
**9.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor de werkzaamheden en de onderwijssoorten, bedoeld in artikel 8a, derde lid, onderdeel b, de bekostiging vastgesteld.
|
||||
|
||||
**10.** Bij ministeriële regeling worden het bedrag per leerling, bedoeld in het eerste lid, het vermenigvuldigingsbedrag van de verhoging, bedoeld in het eerste lid, en de bekostigingsbedragen, bedoeld in het derde, vijfde, zevende, achtste en negende lid, vastgesteld.
|
||||
**10.** Bij ministeriële regeling worden het bedrag per school en per leerling, bedoeld in het eerste lid, de vermenigvuldigingsbedragen van de verhoging, bedoeld in het eerste lid, en de bekostigingsbedragen, bedoeld in het derde, vijfde, zevende, achtste en negende lid, vastgesteld.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2281,9 +2273,9 @@ Het bedrag per leerling, bedoeld in het tiende lid, is de som van:
|
|||
a. de uitkomst van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen hoeveelheid formatie leraren per leerling, vermenigvuldigd met een bedrag, en
|
||||
b. de uitkomst van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen hoeveelheid formatie onderwijsondersteunend personeel per leerling, vermenigvuldigd met een bedrag.
|
||||
|
||||
**12.** De verhoging, bedoeld in het tiende lid, is de uitkomst van de in het elfde lid, onder a, bedoelde hoeveelheid formatie leraren per leerling, vermenigvuldigd met een bedrag.
|
||||
**12.** De verhoging, bedoeld in het tiende lid, is voor wat betreft het bedrag per leerling de uitkomst van de in het elfde lid, onder a, bedoelde hoeveelheid formatie leraren per leerling, vermenigvuldigd met een bedrag.
|
||||
|
||||
**13.** De bekostigingsbedragen, bedoeld in het tiende lid, zijn de uitkomst van een bij de algemene maatregel van bestuur vast te stellen hoeveelheid formatie vermenigvuldigd met een bedrag.
|
||||
**13.** Het bedrag per school, het vermenigvuldigingsbedrag van de verhoging voor wat betreft het bedrag per school, en de bekostigingsbedragen, bedoeld in het tiende lid, zijn de uitkomst van een bij de algemene maatregel van bestuur vast te stellen hoeveelheid formatie vermenigvuldigd met een bedrag.
|
||||
|
||||
**14.** Bij de vaststelling van de bedragen, bedoeld in het tiende lid, wordt in ieder geval rekening gehouden met de ontwikkeling van de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd en de genormeerde gemiddelde personeelslast van het personeel van scholen en worden nadere regels vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop de gewogen gemiddelde leeftijd en de geraamde gewogen gemiddelde leeftijd worden vastgesteld. Indien aanvullende bekostiging wordt toegekend voor een bepaalde categorie personeel kan in afwijking van de eerste volzin rekening worden gehouden met de genormeerde gemiddelde personeelslasten van die categorie personeel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2653,6 +2645,8 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**3.** Onze minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de kwaliteit van de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum, met dien verstande dat onder het bevoegd gezag van een school, het bevoegd gezag en het bestuur van de instelling wordt verstaan het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 28b, vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 147
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue