2014-01-01 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
This commit is contained in:
parent
8631d94282
commit
814ec7ae36
1 changed files with 380 additions and 1004 deletions
|
|
@ -42,20 +42,28 @@ De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag een aantekening maken
|
|||
|
||||
#### 2.1. Algemeen
|
||||
|
||||
Als een vreemdeling van wie op grond van artikel 59 Vw de vrijheid is ontnomen te kennen geeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, kan de IND besluiten aanmeldcentrum Schiphol aan als locatie aan te wijzen waar de vreemdeling deze aanvraag moet indienen. Of de vreemdeling voor de indiening en de behandeling van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol, beoordeelt de IND in overleg met de DT&V, de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. De IND weegt bij deze beoordeling in ieder geval de volgende omstandigheden mee:
|
||||
De vreemdeling die niet de toegang is geweigerd, geeft in persoon bij de aanmeldunit van de Vreemdelingenpolitie te kennen dat hij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
|
||||
|
||||
De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in bij de IND in het aanmeldcentrum Ter Apel, uiterlijk op de dag nadat de Vreemdelingenpolitie de handelingen in het kader van de vaststelling van de identiteit, heeft afgerond.
|
||||
|
||||
In afwijking van voorgaande dient de vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in bij de ambtenaar belast met de grensbewaking.
|
||||
|
||||
De IND merkt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die op een ander dan het door de IND aangewezen moment of locatie of op een andere dan de hierboven beschreven wijze wordt ingediend, aan als een onvolledige aanvraag. Een onvolledige aanvraag doet de termijnen van de rust- en voorbereidingstermijn en de asielprocedure niet aanvangen.
|
||||
|
||||
Als een vreemdeling van wie op grond van artikel 59 Vw de vrijheid is ontnomen te kennen geeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dient de vreemdeling deze aanvraag in in het aanmeldcentrum Schiphol of op de locatie waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd. De IND kan besluiten deze aanvraag in de Algemene Asielprocedure in het aanmeldcentrum Schiphol te behandelen. Of de vreemdeling voor de behandeling van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol, beoordeelt de IND in overleg met de DT&V, de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. De IND weegt bij deze beoordeling in ieder geval de volgende omstandigheden mee:
|
||||
|
||||
• de mogelijkheid van een spoedige uitzetting na een eventuele afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd;
|
||||
• de beschikbaarheid van tolken in aanmeldcentrum Schiphol;
|
||||
• de mogelijkheden tot vervoer van de vreemdeling van de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd naar aanmeldcentrum Schiphol; en
|
||||
• de omstandigheden gelegen in de persoon van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Het uitgangspunt bij de beoordeling is dat de vreemdeling wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol voor de indiening en de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
Het uitgangspunt bij de beoordeling is dat de vreemdeling wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol voor behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
#### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
|
||||
|
||||
In artikel 3.109 Vb is de rust- en voorbereidingstermijn beschreven. De rust- en voorbereidingstermijn start op de dag dat de vreemdeling te kennen geeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen op de wijze zoals bedoeld in artikel 3.42a VV.
|
||||
In artikel 3.109 Vb is de rust- en voorbereidingstermijn beschreven.
|
||||
|
||||
De IND verstrekt tijdens de rust- en voorbereidingstermijn aan de vreemdeling een W2-document, als bedoeld in artikel 4.21 Vb.
|
||||
De IND verstrekt tijdens de rust- en voorbereidingstermijn aan de vreemdeling een W-document, als bedoeld in artikel 4.21 Vb.
|
||||
|
||||
De rust- en voorbereidingstermijn van een vreemdeling stopt als de vreemdeling op grond van artikel 3.109 lid 6 Vb, niet meer in aanmerking komt voor de rust- en voorbereidingstermijn. De IND start de algemene asielprocedure van de vreemdeling zo snel mogelijk na het beëindigen van de rust- en voorbereidingstermijn op grond van artikel 3.109 lid 6 Vb.
|
||||
|
||||
|
|
@ -69,16 +77,12 @@ Er is in ieder geval sprake van overlast, als bedoeld in 3.109 lid 6, aanhef en
|
|||
• een niet hanteerbaar psychiatrisch probleem heeft;
|
||||
• personen of bedrijven lastig valt of ruzie met hen maakt in de omgeving van de opvangvoorziening.
|
||||
|
||||
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht tijdens de rust- en voorbereidingstermijn ieder geval onderzoek naar:
|
||||
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht tijdens de rust- en voorbereidingstermijn in ieder geval onderzoek naar:
|
||||
|
||||
• de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling;
|
||||
• de vingerafdrukken van de vreemdeling;
|
||||
• de vingerafdrukken van de vreemdeling; en
|
||||
• documenten en bescheiden van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
De IND mag tijdens de rust- en voorbereidingstermijn onderzoek verrichten naar welk land verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
De IND zendt de resultaten van onderzoek zo snel mogelijk na ontvangst aan de vreemdeling en zijn gemachtigde.
|
||||
|
||||
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt originele documenten voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocumenten van de vreemdeling in voor onderzoek naar de authenticiteit van de documenten. De vreemdeling ontvangt:
|
||||
|
||||
• een bewijs van ontvangst waarin de ingenomen documenten staan benoemd;
|
||||
|
|
@ -106,13 +110,24 @@ De IND geeft de bewijsmiddelen terug aan de vreemdeling nadat het onderzoek is a
|
|||
|
||||
De IND geeft de bewijsmiddelen niet terug aan de vreemdeling als de IND heeft geconcludeerd dat de bewijsmiddelen vals of vervalst zijn.
|
||||
|
||||
De IND verstrekt de informatiebrochure als bedoeld in artikel 4 lid 2 van Verordening (EU) nr. 604/2013 aan de vreemdeling.
|
||||
|
||||
De IND verricht tijdens de rust- en voorbereidingstermijn in ieder geval onderzoek naar:
|
||||
|
||||
• de vingerafdrukken van de vreemdeling in EU VIS; en
|
||||
• welk land verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
De IND neemt de vreemdeling een gehoor af ten behoeve van het onderzoek naar welk land verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Tijdens dit gehoor stelt de IND in ieder geval vragen in het kader van Verordening (EU) 604/2013 en informeert de IND de vreemdeling over de resultaten van het onderzoek naar de vingerafdrukken van de vreemdeling. De IND kan aan de vreemdeling een aantal vragen stellen over de resultaten van het onderzoek in Eurodac en EU VIS. Wanneer de vreemdeling de toegang is geweigerd of artikel 59 Vw is opgelegd, kan ook de Vreemdelingenpolitie of de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling horen in het kader van Verordening (EU) 604/2013.
|
||||
|
||||
De IND zendt de resultaten van onderzoek zo snel mogelijk na ontvangst aan de vreemdeling en zijn gemachtigde.
|
||||
|
||||
De IND biedt een amv uitsluitend een leeftijdsonderzoek aan als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling zijn minderjarigheid niet met bewijsmiddelen kan aantonen;
|
||||
• de vreemdeling zijn minderjarigheid niet anderszins aannemelijk kan maken;
|
||||
• de uitslag relevant is voor de vraag of een amv in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd of opvangvoorzieningen van het COA.
|
||||
|
||||
De uitslag van het leeftijdsonderzoek levert een bewijsmiddel op waarmee de vreemdeling zijn leeftijd aan kan tonen.
|
||||
De uitslag van het leeftijdsonderzoek levert een bewijsmiddel op waarmee de vreemdeling zijn gestelde minderjarigheid kan aantonen.
|
||||
|
||||
Het leeftijdsonderzoek kan tijdens de rust- en voorbereidingstermijn worden uitgevoerd. Een leeftijdsonderzoek kan ook na de rust- en voorbereidingstermijn worden aangeboden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -149,11 +164,9 @@ De IND mag op een later moment dan tijdens de algemene asielprocedure een medisc
|
|||
|
||||
Naast de situaties zoals hiervoor beschreven onder *‘Uitzonderingen op de rust- en voorbereidingstermijn’*, eindigt de rust- en voorbereidingstermijn van rechtswege met de start van de algemene asielprocedure.
|
||||
|
||||
De IND beslist na overleg met de Raad voor Rechtsbijstand en het COA op welke datum de algemene asielprocedure van de vreemdeling start.
|
||||
De IND beslist na overleg met de Raad voor Rechtsbijstand en het COA op welke datum de algemene asielprocedure van de vreemdeling start. De IND deelt de vreemdeling schriftelijk mede op welke datum de algemene asielprocedure van de vreemdeling start.
|
||||
|
||||
De algemene asielprocedure van de vreemdeling start nadat de vreemdeling conform artikel 3.42 VV de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
|
||||
|
||||
De IND nodigt de vreemdeling een tweede keer uit voor het indienen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling zonder voorafgaande kennisgeving niet op zijn afspraak in het aanmeldcentrum verschijnt voor het indienen van zijn aanvraag. De rust- en voorbereidingstermijn eindigt van rechtswege als de vreemdeling ook de tweede keer zonder voorafgaande kennisgeving niet op zijn afspraak in het aanmeldcentrum verschijnt voor het indienen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
De IND nodigt de vreemdeling een tweede keer uit voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene asielprocedure als de vreemdeling zonder voorafgaande kennisgeving niet op zijn afspraak in het aanmeldcentrum verschijnt. De rust- en voorbereidingstermijn eindigt van rechtswege als de vreemdeling ook de tweede keer zonder voorafgaande kennisgeving niet op zijn afspraak in het aanmeldcentrum verschijnt voor de behandeling van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene asielprocedure.
|
||||
|
||||
#### 2.3. De algemene asielprocedure
|
||||
|
||||
|
|
@ -163,11 +176,43 @@ De IND behandelt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde t
|
|||
|
||||
Tijdrovend onderzoek is onderzoek waarbij de resultaten van het onderzoek niet tijdens de algemene asielprocedure verwacht worden.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene asielprocedure of verlengde asielprocedure plaatsvindt, nadat in de algemene asielprocedure een nader gehoor van de vreemdeling is afgenomen en de IND de vreemdeling de dag erna in de gelegenheid heeft gesteld correcties en aanvullingen op het nader gehoor in te dienen. Op deze regel zijn enkele uitzonderingen van toepassing, die zijn beschreven in paragraaf C1/2.4 Vc.
|
||||
De IND beoordeelt of de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene asielprocedure of verlengde asielprocedure plaatsvindt, nadat in de algemene asielprocedure een nader gehoor van de vreemdeling is afgenomen en de IND de vreemdeling de dag erna in de gelegenheid heeft gesteld correcties en aanvullingen op het nader gehoor in te dienen.
|
||||
|
||||
De IND verstrekt de vreemdeling met het oog op zijn beschikbaarheid tijdens de algemene asielprocedure een aanwijzing door middel van model M117-C, op de dag dat de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in een aanmeldcentrum indient. De IND licht de aanwijzing mondeling toe.
|
||||
Op deze regel zijn enkele uitzonderingen van toepassing, die zijn beschreven in paragraaf C1/2.4 Vc.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt op verzoek van de vreemdeling of de beschikbaarheid van de vreemdeling tijdens de algemene asielprocedure nog nodig is. De beschikbaarheid van de vreemdeling is niet meer nodig als geen processtappen in aanwezigheid van de vreemdeling meer plaatsvinden. De IND verstrekt een schriftelijke verklaring aan de vreemdeling dat hij voor de termijn genoemd in de verklaring toestemming heeft gekregen het aanmeldcentrum te verlaten.
|
||||
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de IND een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd moet afwijzen op grond van artikel 30, eerste lid, Vw, dan wordt de algemene asielprocedure als beschreven in artikel 3.118a Vb gevolgd.
|
||||
|
||||
Als ingevolge artikel 3.118a, eerste en tweede lid Vb het nader gehoor achterwege blijft, beoordeelt de IND of de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene asielprocedure of verlengde asielprocedure plaatsvindt, nadat het eerste gehoor is afgenomen en de IND de vreemdeling in de gelegenheid heeft gesteld de dag erna correcties en aanvullingen op het eerste gehoor in te dienen.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling tijdens het eerste gehoor niet in de gelegenheid is gesteld om eventuele bezwaren tegen een afwijzing op grond van artikel 30, eerste lid, Vw, naar voren te brengen, laat de IND het nader gehoor niet achterwege (zie paragraaf C1/2.5 Vc onder *Het nader gehoor*). In die situatie doorloopt de vreemdeling de algemene asielprocedure zoals die is geregeld in de artikelen 3.112 tot en met 3.115 Vb.
|
||||
|
||||
Artikel 3.118b Vb regelt het verloop van de asielprocedure als een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt ingediend. De procedure als beschreven in artikel 3.118b, tweede lid, Vb wordt aangeduid als de ééndagstoets asiel.
|
||||
|
||||
Nadat het nader gehoor in de ééndagstoets asiel is afgenomen, kan de IND besluiten dat de (verdere) behandeling van de tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt voortgezet in de algemene asielprocedure of de verlengde asielprocedure. Artikel 3.118b, vierde, vijfde en zesde lid, Vb regelt het (verdere) verloop van de algemene asielprocedure in die situatie.
|
||||
|
||||
De vreemdeling die een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen, stelt de IND conform artikel 3.118b, eerste lid, Vb, daarvan schriftelijk in kennis middels model M35-O. De vreemdeling geeft op model M35-O aan op grond van welke nieuwe feiten en omstandigheden de vreemdeling een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen en voegt bewijsmiddelen als bijlage bij. De IND verstrekt de vreemdeling van bijgevoegde bewijsmiddelen een bewijs van ontvangst, waarin de ontvangen bewijsmiddelen staan benoemd. Voor wat betreft de teruggave van bewijsmiddelen door de IND zijn de beleidsregels in paragraaf C1/2.2 Vc onder het kopje *onderzoek in de rust- en voorbereidingstermijn *van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
De IND start na ontvangst van model M35-O op basis van de daarmee verstrekte informatie en bewijsmiddelen met de voorbereiding van het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de (nog in te dienen) aanvraag.
|
||||
|
||||
De IND vraagt de vreemdeling of diens gemachtigde in het kader van die voorbereiding om aanvullende informatie wanneer model M35-O niet volledig is ingevuld of de door de vreemdeling verstrekte informatie niet duidelijk is.
|
||||
|
||||
De IND vraagt de vreemdeling of diens gemachtigde in het kader van die voorbereiding om (aanvullende) bewijsmiddelen als daar aanleiding toe bestaat.
|
||||
|
||||
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag na ontvangst van model M35-O een onderzoek starten. Paragraaf C1/2.2 Vc onder het kopje ‘*Onderzoek in de rust- en voorbereidingstermijn’ *is in dat geval van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
De IND beslist na ontvangst van model M35-O en na overleg met de Raad voor Rechtsbijstand en het COA op welke datum de ééndagstoets asiel van de vreemdeling start.
|
||||
|
||||
De ééndagstoets asiel start nadat de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend op een door de IND vastgesteld moment in aanmeldcentrum Den Bosch, Ter Apel of Zevenaar. De alleenstaande minderjarige vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in op een door de IND vastgesteld moment in aanmeldcentrum Den Bosch.
|
||||
|
||||
De IND merkt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die op een andere dan de hierboven beschreven wijze wordt ingediend aan als een onvolledige aanvraag. Een onvolledige aanvraag doet de termijnen van de asielprocedure niet aanvangen.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling zonder voorafgaande kennisgeving niet op zijn afspraak in het aanmeldcentrum verschijnt voor het indienen van zijn tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan beëindigt de IND het rechtmatig verblijf van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
De IND behandelt de tweede of volgende aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene asielprocedure, als de vreemdeling op grond van artikel 3.118b, zevende lid, Vb, juncto artikel 3.50 VV is uitgezonderd van de ééndagstoets asiel. De vreemdeling geeft in dat geval te kennen een tweede of opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen op de wijze zoals bedoeld in paragraaf C1/2.1.
|
||||
|
||||
De IND verstrekt de vreemdeling met het oog op zijn beschikbaarheid tijdens de algemene asielprocedure (ook bij toepassing van artikel 3.118a Vb) of de ééndagstoets asiel een aanwijzing door middel van model M117-C, op de dag dat de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aanvangt in een aanmeldcentrum. De IND licht de aanwijzing mondeling toe.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt op verzoek van de vreemdeling of de beschikbaarheid van de vreemdeling tijdens de algemene asielprocedure (ook bij toepassing van artikel 3.118a Vb) of tijdens de ééndagstoets asiel nog nodig is. De beschikbaarheid van de vreemdeling is niet meer nodig als geen processtappen in aanwezigheid van de vreemdeling meer plaatsvinden.
|
||||
|
||||
De IND brengt in afwijking van de paragraaf C1/2.6 Vc een voornemen uit tot afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling zich niet gehouden heeft aan de aanwijzingen uit het model M117-C. De IND concludeert dat de vreemdeling geen belang stelt in het onderzoek naar de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND betrekt bij het voornemen:
|
||||
|
||||
|
|
@ -182,19 +227,21 @@ De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd v
|
|||
|
||||
De IND verlengt, gelijktijdig met de intrekking van het voornemen, de termijnen van de algemene asielprocedure als:
|
||||
|
||||
• een vreemdeling zich vóór het brengen van het besluit opnieuw meldt bij het aanmeldcentrum; en
|
||||
• een vreemdeling zich vóór het brengen van het besluit opnieuw meldt bij het aanmeldcentrum; en de IND de vreemdeling nog geen nader gehoor heeft afgenomen (zie verder paragraaf C1/2.3 Vc Verlenging van de algemene asielprocedure).
|
||||
|
||||
de IND de vreemdeling nog geen nader gehoor heeft afgenomen (zie verder paragraaf C1/2.3 Vc Verlenging van de algemene asielprocedure).
|
||||
Het Vreemdelingenbesluit bevat diverse procedurele bepalingen waarin is vastgelegd welke handelingen de IND dan wel de vreemdeling op een dag verrichten. Onder een dag wordt verstaan een kalenderdag die loopt van 0.00 uur tot 24.00 uur.
|
||||
|
||||
Een dag als bedoeld in artikel 3.110 lid 1 Vb, is een kalenderdag die loopt van 0.00 uur tot 24.00 uur.
|
||||
De termijnen als bedoeld in artikel 3.110 Vb, 3.112 tot en met 3.115 Vb en 3.118a, tweede tot en met vijfde lid, Vb en 3.118b tweede, vierde en zesde lid, Vb, zijn bindend voor de IND en de vreemdeling.
|
||||
|
||||
De termijnen als bedoeld in artikel 3.110 Vb, 3.112 tot en met 3.115 Vb en 3.118a lid 2 Vb, zijn bindend voor de IND en de vreemdeling.
|
||||
De IND behandelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde asielprocedure, als de IND de termijnen van de algemene asielprocedure (bij toepassing van artikel 3.118a Vb) heeft overschreden.
|
||||
|
||||
De IND behandelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde asielprocedure, als de IND de termijnen van de algemene asielprocedure heeft overschreden.
|
||||
De IND behandelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene asielprocedure (bij toepassing van artikel 3.118a Vb), als de vreemdeling de termijnen van de algemene asielprocedure heeft overschreden.
|
||||
|
||||
De IND behandelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene asielprocedure, als de vreemdeling de termijnen van de algemene asielprocedure heeft overschreden.
|
||||
De IND behandelt de opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de procedure als beschreven in artikel 3.118b, vierde lid, Vb, als het voornemen tot afwijzing niet conform artikel 3.118b tweede lid onder c, Vb, op de eerste dag aan de vreemdeling is toegezonden of uitgereikt.
|
||||
|
||||
De IND maakt terughoudend gebruik van de mogelijkheid in artikel 3.115 lid 1 Vb om de termijnen van de algemene asielprocedure te verlengen.
|
||||
Als de vreemdeling de termijnen als beschreven in artikel 3.118b, tweede lid Vb overschrijdt, behandelt de IND de opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de procedure als beschreven in artikel 3.118b, tweede lid Vb, tenzij deze termijnoverschrijding de vreemdeling niet toegerekend kan worden.
|
||||
|
||||
De IND maakt terughoudend gebruik van de mogelijkheid in artikel 3.115 lid 1 Vb, om de termijnen van de algemene asielprocedure te verlengen.
|
||||
|
||||
De IND houdt bij verlenging van de termijnen van de algemene asielprocedure de gebruikelijke volgorde van processtappen binnen de algemene asielprocedure aan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -202,6 +249,8 @@ De IND kan besluiten de eerdere processtappen van de algemene asielprocedure opn
|
|||
|
||||
De IND mag de termijnen in de algemene asielprocedure meerdere keren verlengen, zolang de IND het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd uiterlijk op de veertiende dag uitreikt aan de vreemdeling.
|
||||
|
||||
De IND past deze beleidsregels bij verlenging van de termijnen op grond van artikel 3.118a, derde lid, Vb en artikel 3.118b, vijfde lid, Vb overeenkomstig toe, met dien verstande dat de IND de beschikking uiterlijk op de twaalfde dag uitreikt.
|
||||
|
||||
De IND kan de termijnen van de algemene asielprocedure in ieder geval verlengen op grond van artikel 3.115 lid 1, aanhef en onder a of b, Vb, als:
|
||||
|
||||
• een tolk onverwacht ziek wordt en er, ondanks inspanningen van de IND en de Raad voor Rechtsbijstand, geen andere tolk beschikbaar is;
|
||||
|
|
@ -236,10 +285,7 @@ De IND behandelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde ti
|
|||
|
||||
De IND beoordeelt aan de hand van het dossier of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3.113 lid 5 Vb, nader uitgewerkt in artikel 3.49 lid 2 VV.
|
||||
|
||||
De IND betrekt bij de beoordeling in ieder geval:
|
||||
|
||||
• het ontbreken van een rust- en voorbereidingstermijn voor vreemdelingen van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt behandeld in aanmeldcentrum Schiphol;
|
||||
• de inhoud van het medisch advies.
|
||||
De IND betrekt bij de beoordeling in ieder geval de inhoud van het medisch advies.
|
||||
|
||||
De IND behandelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.49 lid 2 VV in de verlengde asielprocedure, nadat in het aanmeldcentrum een eerste gehoor heeft plaatsgevonden. De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen verzorgt in dat geval de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel, die op grond van artikel 6 Vw is opgelegd, als het gestelde onder ‘*De gesloten verlengde asielprocedure’* niet van toepassing is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -252,7 +298,6 @@ De IND past de gesloten verlengde asielprocedure uitsluitend in de volgende geva
|
|||
• er is nader onderzoek noodzakelijk naar de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling, om te beoordelen of de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd moet worden afgewezen;
|
||||
• de IND heeft vastgesteld dat er sprake is van misbruik van de asielprocedure of fraude;
|
||||
• de vreemdeling is de toegang tot Nederland geweigerd op grond van artikel 13, in samenhang met artikel 5 lid 1, aanhef en onder d of e, SGC;
|
||||
• de IND dient bij een andere staat een verzoek tot overname van de vreemdeling in, op basis van de verordening 343/2003/EG, de Overnameovereenkomst Benelux-Zwitserland of een vergelijkbare overnameovereenkomst;
|
||||
• de IND zal mogelijk de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afwijzen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag als beschreven in C2/6.2.8 Vc;
|
||||
• na afwijzing van de asielaanvraag in de algemene asielprocedure, wordt door de rechter het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen of het beroep tegen het besluit van de IND gegrond verklaard om redenen die niet inhoudelijk zijn maar verband houden met de procedureregels.
|
||||
|
||||
|
|
@ -285,11 +330,9 @@ De IND moet de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in d
|
|||
|
||||
De IND moet een belangenafweging maken over de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel van de vreemdeling, als de IND het onderzoek niet binnen zes weken na de start van de gesloten verlengde asielprocedure, heeft afgerond. De IND heft de maatregel, die op grond van artikel 6 Vw is opgelegd, op als de termijn van het onderzoek van zes weken is verstreken, tenzij de IND niet binnen de termijn van zes weken een beoordeling kan geven op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door redenen gelegen in de persoon van de vreemdeling of zijn toerekenbare gedragingen. In dat geval kan de IND besluiten de vrijheidsontnemende maatregel voort te zetten.
|
||||
|
||||
De IND verstrekt na afloop van de algemene asielprocedure een W-document aan de vreemdeling, van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt behandeld in de verlengde asielprocedure.
|
||||
|
||||
De IND verstrekt een nieuw W-document, indien de IND aan de vreemdeling een nieuwe geboortedatum heeft toegekend. De vreemdeling moet het oude W-document bij de IND inleveren.
|
||||
|
||||
#### 2.5. Eerste- en Nader gehoor
|
||||
#### 2.5. Eerste- en nader gehoor
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als talen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan zoals bedoeld in artikel 38 Vw in ieder geval:
|
||||
|
||||
|
|
@ -302,9 +345,9 @@ Als een vreemdeling stelt tot een minderheid in het land van herkomst te behoren
|
|||
|
||||
Een vreemdeling kan de IND verzoeken door een vrouwelijke of mannelijke ambtenaar van de IND en met behulp van een vrouwelijke of mannelijke tolk gehoord te worden. De IND heeft een inspanningsverplichting met betrekking tot een dergelijk verzoek.
|
||||
|
||||
De gemachtigde van de vreemdeling mag als waarnemer bij het eerste en nader gehoor aanwezig zijn. De gemachtigde mag de aanvang en het verloop van het gehoor niet ophouden.
|
||||
De gemachtigde van de vreemdeling mag als waarnemer bij het eerste- en nader gehoor aanwezig zijn. De gemachtigde mag de aanvang en het verloop van het gehoor niet ophouden.
|
||||
|
||||
De IND verstrekt een rapport van eerste – of nader gehoor niet aan de gemachtigde van de vreemdeling als de vreemdeling heeft aangegeven hier bezwaar tegen te hebben.
|
||||
De IND verstrekt een rapport van eerste- of nader gehoor niet aan de gemachtigde van de vreemdeling als de vreemdeling heeft aangegeven hier bezwaar tegen te hebben.
|
||||
|
||||
De vreemdeling mag schriftelijk op het rapport van eerste gehoor reageren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -319,6 +362,8 @@ De IND vraagt amv’s jonger dan twaalf jaar tijdens het eerste gehoor uitsluite
|
|||
• gezinssamenstelling in het land van herkomst (de namen van de vader, de moeder en eventuele (half-)broers en (half-)zussen, en, als het relevant is, ook van overige familieleden); en
|
||||
• schoolopleiding en naam van de school.
|
||||
|
||||
De IND laat het nader gehoor op grond van artikel 3.118a, eerste lid Vb achterwege, als er concrete aanwijzingen zijn dat de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd moet worden afgewezen op grond van artikel 30, eerste lid Vw. De IND vraagt de vreemdeling in dat geval tijdens het eerste gehoor naar zijn eventuele bezwaren tegen een dergelijke afwijzing. De IND informeert de gemachtigde van de vreemdeling hierover voorafgaand aan het eerste gehoor, zodat de gemachtigde de vreemdeling hierop kan voorbereiden.
|
||||
|
||||
Tijdens het nader gehoor stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om de gronden van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan te dragen.
|
||||
|
||||
De IND geeft de vreemdeling een termijn van twee weken om schriftelijk op het rapport van nader gehoor te reageren, als het nader gehoor is afgenomen in de verlengde asielprocedure.
|
||||
|
|
@ -328,17 +373,16 @@ C1/2.6 Vc is van toepassing op een verzoek van de vreemdeling aan de IND om uits
|
|||
In de volgende gevallen hanteert de IND een afwijkende werkwijze:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling is jonger dan twaalf jaar;
|
||||
b. de vreemdeling zit in vreemdelingenbewaring;
|
||||
c. een ander land dan Nederland is mogelijk verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; of
|
||||
d. er is sprake van een terug- of overname-overeenkomst.
|
||||
b. de vreemdeling zit in vreemdelingenbewaring; of
|
||||
c. de IND oordeelt dat de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd moet worden afgewezen op grond van artikel 30, eerste lid, Vw en er is geen toepassing gegeven aan artikel 3.118a, tweede lid, onder b Vb.
|
||||
|
||||
De IND hoort vreemdelingen jonger dan twaalf jaar in een speciale daarvoor ingerichte ruimte. Als uit een pedagogisch of psychologisch onderzoek blijkt dat een vreemdeling jonger dan twaalf jaar problemen heeft die een nader gehoor belemmeren, neemt de IND de vreemdeling geen nader gehoor af. Het protocol 'Horen alleenstaande minderjarige asielzoekers tot 12 jaar' is van toepassing.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit en de aanvraag niet in de algemene asielprocedure wordt behandeld, overhandigt de IND het rapport van nader gehoor tegelijkertijd met het voornemen aan de vreemdeling. De reactietermijn op het rapport van nader gehoor is dan gelijk aan de reactietermijn op het voornemen. C1/2.6 Vc is van toepassing.
|
||||
Als de vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit en de aanvraag niet in de algemene asielprocedure wordt behandeld, overhandigt de IND het rapport van nader gehoor tegelijkertijd met het voornemen aan de vreemdeling. De reactietermijn op het rapport van nader gehoor is dan gelijk aan de reactietermijn op het voornemen, te weten twee weken. Paragraaf C1/2.6 Vc is van toepassing op een verzoek om uitstel voor het indienen van een reactie op het rapport van nader gehoor.
|
||||
|
||||
De IND neemt de vreemdeling in plaats van een nader gehoor een dublingehoor af als een ander land dan Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND wijst de vreemdeling er tijdens het dublingehoor op dat een ander land dan Nederland mogelijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De vreemdeling krijgt de gelegenheid om redenen naar voren te brengen op grond waarvan Nederland de aanvraag in behandeling moet nemen. Als het dublingehoor plaatsvindt in de verlengde asielprocedure, maakt de IND het rapport van nader gehoor tegelijkertijd met het voornemen bekend aan de vreemdeling. De reactietermijn op het rapport van gehoor is dan gelijk aan de reactietermijn op het voornemen.
|
||||
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd moet worden afgewezen op grond van artikel 30, eerste lid, Vw, en de vreemdeling tijdens het eerste gehoor niet in de gelegenheid is gesteld om eventuele bezwaren tegen een dergelijke afwijzing naar voren te brengen, neemt de IND de vreemdeling een nader gehoor af.
|
||||
|
||||
C1/2.6 Vc is van toepassing.
|
||||
De IND wijst de vreemdeling er tijdens het nader gehoor op dat er concrete aanwijzingen zijn dat de aanvraag moet worden afgewezen op grond van artikel 30, eerste lid, Vw. De vreemdeling krijgt de gelegenheid om eventuele bezwaren tegen een dergelijke afwijzing naar voren te brengen. Als het nader gehoor plaatsvindt in de verlengde asielprocedure, dan maakt de IND het rapport van nader gehoor tegelijkertijd met het voornemen bekend aan de vreemdeling. De reactietermijn van de vreemdeling op het rapport van gehoor is dan gelijk aan de reactietermijn op het voornemen, te weten een week. Paragraaf C1/2.6 Vc is van toepassing op een verzoek om uitstel voor het indienen van een reactie op het rapport van nader gehoor.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling niet verschijnt op de door de IND van te voren aangegeven plaats en tijd voor het nader gehoor, nodigt de IND hem een tweede keer uit voor een nader gehoor, tenzij bij de IND bekend is dat de vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -352,12 +396,19 @@ De IND maakt in het voornemen kenbaar:
|
|||
• een eventueel voornemen tot een ambtshalve besluit om aan de vreemdeling al dan niet een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen;
|
||||
• een eventueel voornemen tot een ambtshalve besluit om de uitzetting van de vreemdeling al dan niet achterwege te laten op grond van artikel 64 Vw.
|
||||
|
||||
Als bij de IND geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is, stuurt de IND het voornemen aangetekend naar het laatst bekende adres van de vreemdeling.
|
||||
De IND verstrekt bij het voornemen informatie over de mogelijkheid die de vreemdeling heeft om een zienswijze naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
Als de IND het voornemen naar de vreemdeling stuurt, vermeldt de IND in het voornemen of op het aanbiedingsformulier in ieder geval:
|
||||
De IND registreert de datum en de wijze waarop het voornemen bekend is gemaakt.
|
||||
|
||||
• de datum en wijze van verzenden van het voornemen; en
|
||||
• informatie over de mogelijkheid die vreemdeling heeft om een zienswijze naar voren te brengen.
|
||||
De IND zendt het voornemen aan de gemachtigde van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
In de volgende situaties reikt de IND het voornemen aan de vreemdeling uit:
|
||||
|
||||
• van de vreemdeling is geen gemachtigde bekend;
|
||||
• het betreft een voornemen tot afwijzing van een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die binnen de ééndagstoets asiel wordt behandeld; of
|
||||
• de IND heeft in samenspraak met DT&V, COA, Vreemdelingenpolitie en/of Koninklijke Marechaussee vastgesteld dat uitreiking in persoon is aangewezen.
|
||||
|
||||
De IND zendt het voornemen aan de gemachtigde van de vreemdeling. Als bij de IND geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is, stuurt de IND het voornemen aangetekend naar het laatst bekende adres van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Als de IND er niet in slaagt het voornemen aan de vreemdeling bekend te maken, geeft de IND in een rapport van bevindingen aan welke handelingen zijn verricht om het voornemen aan de vreemdeling kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -369,6 +420,10 @@ c. bij plotselinge ziekte van de vreemdeling uitstel tot vijf werkdagen na zijn
|
|||
d. bij overplaatsing van de vreemdeling uitstel tot vijf werkdagen na de overplaatsing als de vreemdeling schriftelijk heeft aangetoond dat de overplaatsing samenviel met de afspraak met de gemachtigde; of
|
||||
e. bij vakantie van de gemachtigde van de vreemdeling uitstel van vijf werkdagen na de vakantie van de gemachtigde als de vakantie ten minste één maand tevoren en met betrekking tot elke betreffende zaak schriftelijk is gemeld aan de IND.
|
||||
|
||||
Als het voornemen een afwijzing op grond van artikel 30, eerste lid, Vw betreft, verleent de IND in afwijking van a tot en met e uitstel tot drie werkdagen.
|
||||
|
||||
De IND verleent aan de vreemdeling van wie de vrijheid is ontnomen in afwijking van a tot en met e geen uitstel voor het indienen van de zienswijze.
|
||||
|
||||
De indiener van het verzoek om uitstel moet schriftelijk aantonen dat binnen drie dagen na ontvangst van het voornemen een tolk is aangevraagd, maar deze niet tijdig beschikbaar is.
|
||||
|
||||
De vreemdeling moet een schriftelijke verklaring van het tolkencentrum overleggen waarin staat:
|
||||
|
|
@ -378,31 +433,21 @@ De vreemdeling moet een schriftelijke verklaring van het tolkencentrum overlegge
|
|||
|
||||
De IND verleent geen uitstel als de besproken tolk een afspraak met de vreemdeling of zijn gemachtigde afzegt, tenzij sprake is van overmacht van de zijde van de tolk.
|
||||
|
||||
Als het voornemen een afwijzing op grond van verordening 343/2003/EG betreft, verleent de IND uitstel tot drie werkdagen.
|
||||
|
||||
Voor eenmanskantoren bepaalt de IND op uitdrukkelijk verzoek een ruimere termijn.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen uitstel vanwege wijziging van gemachtigde door de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Het hierboven genoemde beleid voor het verlenen van uitstel voor het indienen van de zienswijze is van toepassing op verzoeken om uitstel voor het indienen van een reactie op onderzoeksresultaten.
|
||||
|
||||
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd van een vreemdeling van wie de vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59 Vw in de algemene asielprocedure wordt behandeld en een gemachtigde bekend is, stuurt de IND het voornemen naar de gemachtigde van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Als bij de IND geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is, reikt de IND het voornemen aan de vreemdeling uit.
|
||||
|
||||
De IND verleent aan de vreemdeling van wie de vrijheid is ontnomen geen uitstel voor het indienen van de zienswijze.
|
||||
|
||||
Feiten en omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.119 Vb zijn in ieder geval:
|
||||
|
||||
• nieuwe resultaten van onderzoek door of in opdracht van de IND; en
|
||||
• feiten en omstandigheden die hetzij door het bekend worden, hetzij door een andere beoordeling naar aanleiding van de zienswijze van de vreemdeling, van invloed kunnen zijn op de beoordeling van de geloofwaardigheid van het relaas van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Als het eerder uitgebrachte voornemen op grond van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 3.119 Vb niet meer alle gronden voor afwijzing van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel bevat, brengt de IND een nieuw voornemen uit.
|
||||
Als het eerder uitgebrachte voornemen op grond van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 3.119 Vb niet meer alle gronden voor afwijzing van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel bevat, brengt de IND een nieuw of aanvullend voornemen uit.
|
||||
|
||||
#### 2.7. Het geven van de beschikking
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als schriftelijke instemming zoals bedoeld in artikel 4:15, tweede lid, aanhef en onder a, Awb:
|
||||
|
||||
• een schriftelijke bevestiging van gemaakte termijnafspraken die door of namens de vreemdeling aan de IND is verzonden; of
|
||||
|
|
@ -424,21 +469,19 @@ Als de IND de beschikking aan de vreemdeling bekend maakt vermeldt de IND op het
|
|||
• de datum en het tijdstip van bekend maken; en
|
||||
• de naam van de ambtenaar die de beschikking uitreikt.
|
||||
|
||||
Als de beschikking een afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd betreft omdat een ander land verantwoordelijk is voor de aanvraag, deelt de IND daarnaast aan de vreemdeling mee:
|
||||
Als in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013 een claim is gehonoreerd en de beschikking een afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd betreft op grond van artikel 30, eerste lid onder a, Vw, neemt de IND in ieder geval in de meeromvattende beschikking op:
|
||||
|
||||
• welk land de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zal behandelen; en
|
||||
• dat de vreemdeling op grond van verordening 343/2003/EG en met inachtneming van de nationale regelgeving wordt overgedragen aan het land dat zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zal behandelen.
|
||||
|
||||
De beschikking in de algemene asielprocedure
|
||||
• het besluit dat de vreemdeling wordt overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013; en
|
||||
• de informatie bedoeld in artikel 26, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De lidstaat waaraan de vreemdeling wordt overgedragen is verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.
|
||||
|
||||
De IND zendt de beschikking aan de gemachtigde van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
In de volgende situaties reikt de IND de beschikking zo mogelijk uit aan de vreemdeling:
|
||||
In de volgende situaties reikt de IND de beschikking aan de vreemdeling uit:
|
||||
|
||||
• Van de vreemdeling is geen gemachtigde bekend;
|
||||
• Het betreft een afwijzing van een tweede of opvolgende asielaanvraag;
|
||||
• In de afwijzende beschikking wordt tevens een inreisverbod uitgevaardigd met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw;
|
||||
• De DT&V, COA, Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee en/of IND hebben in onderlinge samenspraak vastgesteld dat uitreiking in persoon aangewezen is, bijvoorbeeld omdat onmiddellijk vertrek uit Nederland wordt aangezegd.
|
||||
• van de vreemdeling is geen gemachtigde bekend;
|
||||
• het betreft een afwijzing van een tweede of opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die binnen de ééndagstoets asiel wordt behandeld;
|
||||
• in de afwijzende beschikking wordt tevens een inreisverbod uitgevaardigd met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw;
|
||||
• de DT&V, COA, Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee en/of IND hebben in onderlinge samenspraak vastgesteld dat uitreiking in persoon aangewezen is, bijvoorbeeld omdat onmiddellijk vertrek uit Nederland wordt aangezegd.
|
||||
|
||||
Als bij de IND geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is, en het niet mogelijk is de beschikking in persoon aan de vreemdeling uit te reiken, wordt op de daarvoor bestemde plek in het aanmeldcentrum een melding van terinzagelegging opgehangen. De IND stelt een rapport van bevindingen op waarin wordt vastgelegd welke handelingen zijn verricht om de beschikking bekend te maken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -448,19 +491,15 @@ Als de IND er niet in slaagt de beschikking aan de vreemdeling kenbaar te maken,
|
|||
|
||||
Als de vreemdeling uitsluitend een adres in het buitenland heeft, stuurt de IND de beschikking door tussenkomst van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in dat land naar het buitenlandse adres van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Als bij de IND een gemachtigde van de vreemdeling van wie de vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59 Vw bekend is, stuurt de IND de beschikking naar de gemachtigde.
|
||||
|
||||
Als bij de IND geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is, reikt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de beschikking aan de vreemdeling uit.
|
||||
|
||||
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
|
||||
|
||||
De IND hanteert voor het beoordelen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de volgende toetsingsvolgorde:
|
||||
|
||||
1. De IND toetst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan artikel 30 Vw. Als de IND de aanvraag op grond van artikel 30 Vw afwijst, toetst de IND de aanvraag niet verder;
|
||||
2. Als de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet afwijst op grond van artikel 30 Vw, onderzoekt de IND of de vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf of handeling zoals bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag;
|
||||
3. Als de IND concludeert dat de vreemdeling zich niet schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf of handeling zoals bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, toetst de IND de aanvraag aan artikel 29 Vw;
|
||||
4. In het kader van de toets aan artikel 29 Vw beoordeelt de IND de geloofwaardigheid van de verklaringen van de vreemdeling;
|
||||
5. In het kader van de toets aan artikel 29 Vw beoordeelt de IND de zwaarwegendheid van de geloofwaardig geachte verklaringen van de vreemdeling.
|
||||
3. Als de IND concludeert dat de vreemdeling zich niet schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf of handeling zoals bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, toetst de IND de aanvraag aan artikel 29, eerste en tweede lid, Vw;
|
||||
4. In het kader van de toets aan artikel 29, eerste en tweede lid, Vw beoordeelt de IND de geloofwaardigheid van de verklaringen van de vreemdeling;
|
||||
5. In het kader van de toets aan artikel 29, eerste en tweede lid, Vw beoordeelt de IND de zwaarwegendheid van de geloofwaardig geachte verklaringen van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Deze toetsingsvolgorde is ook van toepassing op vreemdelingen die behoren tot een door de IND in het landgebonden asielbeleid aangewezen risicogroep of kwetsbare minderheidsgroep.
|
||||
|
||||
|
|
@ -548,14 +587,14 @@ De IND stelt het toe te kennen geboortejaar vast op het jaar waarin het leeftijd
|
|||
|
||||
Het Protocol Identificatie en Labeling (PIL) is van toepassing.
|
||||
|
||||
De vreemdeling die een beroep doet op artikel 29 lid 1, aanhef en onder e of f Vw of het gezinslid bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, moet de gestelde familierelatie aantonen door het overleggen van:
|
||||
De vreemdeling die een beroep doet op artikel 29, tweede lid, Vw of het gezinslid bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, moet de gestelde familierelatie aantonen door het overleggen van:
|
||||
|
||||
• een geldig document voor grensoverschrijding dat de identiteit van de vreemdeling aantoont;
|
||||
• indien van toepassing, een document dat het bestaan van een geldig huwelijk aantoont;
|
||||
• indien van toepassing, een document dat zowel het partnerschap als het samenwonen in het land van herkomst aantoont; en
|
||||
• indien van toepassing, een document dat de familierechtelijke relatie tussen het minderjarige kind en de ouder aantoont.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling die een beroep doet op artikel 29 lid 1, aanhef en onder e of f, Vw of het gezinslid bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, een of meerdere van de hierboven genoemde documenten niet kan overleggen, moet hij of het gezinslid aannemelijk maken dat het ontbreken van dit document of deze documenten niet aan hem is toe te rekenen.
|
||||
Als de vreemdeling die een beroep doet op artikel 29, tweede lid, Vw of het gezinslid bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, een of meerdere van de hierboven genoemde documenten niet kan overleggen, moet hij of het gezinslid aannemelijk maken dat het ontbreken van dit document of deze documenten niet aan hem is toe te rekenen.
|
||||
|
||||
Paragraaf C2/6.2.3 Vc is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -563,7 +602,7 @@ Als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat het ontbreken van dit document
|
|||
|
||||
Als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat het ontbreken van dit document of deze documenten niet aan hem is toe te rekenen, wijst de IND de vreemdeling of het gezinslid op de mogelijkheid van DNA-onderzoek.
|
||||
|
||||
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op artikel 29 lid 1, aanhef en onder e of f Vw.
|
||||
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op artikel 29, tweede lid, Vw.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling in het kader van zijn opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd feiten en omstandigheden inbrengt die dateren van voor de eerdere afwijzende beschikking, beoordeelt de IND of de vreemdeling deze feiten en omstandigheden in het kader van een eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had kunnen inbrengen. De IND hanteert daarbij als uitgangspunt dat de vreemdeling alle bij hem bekende informatie en documenten in het kader van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de IND moet overleggen. Als de vreemdeling in het kader van zijn opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd feiten en omstandigheden inbrengt die dateren van voor de eerdere afwijzende beschikking, moet de vreemdeling aannemelijk maken dat hij deze feiten en omstandigheden redelijkerwijs niet eerder had kunnen inbrengen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -596,9 +635,9 @@ De IND beschouwt een verzoek om heroverweging als een onvolledige aanvraag als b
|
|||
|
||||
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in:
|
||||
|
||||
• paragraaf 2 die een aanvulling zijn op of een uitwerking zijn van artikel 29, eerste lid, Vw;
|
||||
• paragraaf 2 die een aanvulling zijn op of een uitwerking zijn van artikel 29, eerste en tweede lid, Vw;
|
||||
• paragraaf 3 die een aanvulling zijn op of een uitwerking zijn van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vw;
|
||||
• paragraaf 4 die een aanvulling zijn op of een uitwerking zijn van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c tot en met f, Vw;
|
||||
• paragraaf 4 die een aanvulling zijn op of een uitwerking zijn van artikel 29, tweede lid, Vw;
|
||||
• paragraaf 5 die een aanvulling zijn op of een uitwerking zijn van artikel 30, eerste lid, Vw;
|
||||
• paragraaf 6 die een aanvulling zijn op of een uitwerking zijn van artikel 31, eerste en tweede lid Vw;
|
||||
• paragraaf 7 die een aanvulling zijn op of een uitwerking zijn van artikel 32 Vw.
|
||||
|
|
@ -855,7 +894,7 @@ Bij de vraag of een bevolkingsgroep wordt aangemerkt als kwetsbare minderheid, w
|
|||
• de mate waarin de vreemdeling, die behoort tot de bevolkingsgroep, effectieve bescherming kan inroepen tegen dreigend geweld of mensenrechtenschendingen (zie artikel 3.37c VV);
|
||||
• de mate waarin de vreemdeling, die behoort tot de bevolkingsgroep, zich kan onttrekken aan dreigend geweld of mensenrechtenschendingen door zich elders te vestigen (zie artikel 3.37d VV).
|
||||
|
||||
In het landgebonden beleid is opgenomen, of een bevolkingsgroep wordt aangemerkt als kwetsbare minderheid. Een kwetsbare minderheidsgroep wordt onderscheiden van een risicogroepen (zie paragraaf C2/3.2 Vc).
|
||||
In het landgebonden beleid is opgenomen, of een bevolkingsgroep wordt aangemerkt als kwetsbare minderheid. Een kwetsbare minderheidsgroep wordt onderscheiden van een risicogroep (zie paragraaf C2/3.2 Vc).
|
||||
|
||||
De vreemdeling die behoort tot een bevolkingsgroep die in het landgebonden beleid is aangewezen als een kwetsbare minderheidsgroep, kan indien er sprake is van geloofwaardige en individualiseerbare verklaringen, met beperkte indicaties aannemelijk maken dat hij vreest voor daden als hier bedoeld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -868,6 +907,51 @@ De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van a
|
|||
|
||||
Het individualiseringsvereiste is in alle overige gevallen van toepassing. De vreemdeling moet specifieke individuele kenmerken *(special distinguishing features)* naar voren brengen, waaruit het reëel risico op een behandeling in de zin van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw valt af te leiden.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling in het land van herkomst is blootgesteld aan daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid onder b, Vw wordt allereerst verwezen naar artikel 3.35, tweede lid, VV.
|
||||
|
||||
In aanvulling op deze bepaling wordt een vreemdeling, die in het verleden is geconfronteerd met traumatische gebeurtenissen in zijn directe omgeving en zich op grond van de psychologische problematiek als gevolg van de wandaden in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst, door de IND onder de hieronder gestelde voorwaarden in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Dit is een gunstigere norm in de zin van artikel 3 van richtlijn 2011/95.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd enkel op grond van de omstandigheid dat een vreemdeling een medische verklaring over zijn trauma heeft overgelegd.
|
||||
|
||||
De vreemdeling moet aan alle volgende voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
|
||||
|
||||
Het betreft uitsluitend daden die zijn veroorzaakt door:
|
||||
|
||||
• de autoriteiten van het land van herkomst;
|
||||
• door politieke of militante groeperingen die de feitelijke macht uitoefenen in het land van herkomst of een deel daarvan;
|
||||
• door groeperingen waartegen de overheid niet in staat of niet willens is bescherming te bieden.
|
||||
|
||||
Uitsluitend de volgende daden kunnen voor de IND aanleiding geven een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, te verlenen:
|
||||
|
||||
• de gewelddadige dood van naaste familieleden of huisgenoten van de vreemdeling;
|
||||
• de gewelddadige dood van andere verwanten of vrienden van de vreemdeling voor zover de vreemdeling aannemelijk maakt dat een hechte relatie bestond tussen de overledene en de vreemdeling;
|
||||
• substantiële niet-strafrechtelijke detentie van de vreemdeling;
|
||||
• marteling, ernstige mishandeling of verkrachting van de vreemdeling;
|
||||
• het aanwezig zijn als getuige bij marteling, ernstige mishandeling of verkrachting van naaste familieleden of huisgenoten van de vreemdeling;
|
||||
• het aanwezig zijn als getuige bij marteling, ernstige mishandeling of verkrachting van andere verwanten of vrienden van de vreemdeling voor zover de vreemdeling aannemelijk maakt dat er een hechte relatie bestond tussen de verwant of vriend en de vreemdeling.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, aan de vreemdeling die verder voldoet aan alle volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling is geconfronteerd met een gebeurtenis in het land van herkomst, waarbij de daders van die gebeurtenissen in het land van herkomst niet bestraft worden;
|
||||
• de vreemdeling heeft aannemelijk gemaakt dat deze gebeurtenis aanleiding is geweest voor het vertrek uit het land van herkomst;
|
||||
|
||||
De IND onderzoekt bij de toets aan de beleidsregel met voornoemde voorwaarden of plegers van de wandaden in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst. Voor de beoordeling van dit criterium wordt verwezen naar artikel 3.37c VV.
|
||||
|
||||
De vreemdeling moet zelf in zijn verklaringen aannemelijk maken dat sprake is geweest van een traumatische gebeurtenis en dat die traumatische gebeurtenis in relatie tot de feitelijke situatie in het land van herkomst reden is geweest voor het vertrek uit het land van herkomst. De bewijslast hiervoor berust bij de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Het causale verband tussen traumatische gebeurtenis en de reden van vertrek wordt aangenomen, als de vreemdeling binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis het land van herkomst heeft verlaten.
|
||||
|
||||
Uitzondering hierop is de situatie dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat er een verband is tussen de traumatische gebeurtenis en het vertrek uit het land van herkomst en de vreemdeling buiten zijn schuld niet in staat is geweest om het land van herkomst binnen de termijn van zes maanden te verlaten.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in dit kader ook indien er vóór het vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst een regimewisseling in het land van herkomst van de vreemdeling heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw, als sprake is van een vestigingsalternatief voor de vreemdeling (zie paragraaf C2/6.1 Vc). Artikel 3.37c VV is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw indien sprake is van:
|
||||
|
||||
• de derdelandenexceptie als bedoeld in paragraaf C2/6.2.4 Vc en C2/6.2.5 Vc;
|
||||
• een contra-indicatie als bedoeld in paragraaf C2/5 Vc en C2/6 Vc.
|
||||
|
||||
De IND verleent een vrouw, die zich beroept op een vrees voor genitale verminking, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw, als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
• er een reëel risico bestaat op genitale verminking bij vrouwen;
|
||||
|
|
@ -907,228 +991,30 @@ De situatie dat er geen sprake is van ziekte in een vergevorderd en direct leven
|
|||
|
||||
#### 4.1
|
||||
|
||||
De IND verleent uitsluitend in de volgende gevallen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw indien:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden van het traumatabeleid;
|
||||
• er sprake is van bijzondere individuele klemmende redenen van humanitaire aard, anders dan traumata, die verband houden met de redenen van het vertrek uit het land van herkomst en verband houden met het asielrelaas;
|
||||
• de vreemdeling behoort tot een specifieke groep, die door de Minister is vastgesteld.
|
||||
|
||||
Het traumatabeleid is alleen van toepassing op aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
Het traumatabeleid biedt bescherming aan de vreemdeling die geconfronteerd is met een gebeurtenis waarvan de IND aanneemt dat die door de vreemdeling als traumatiserend wordt ervaren, terwijl als gevolg van de situatie in het land van herkomst kan worden aangenomen dat daders van deze mensenrechtenschendingen in het land van herkomst ongestraft blijven. In dat geval kan van de vreemdeling niet verlangd worden, dat de vreemdeling terugkeert naar het land van herkomst.
|
||||
|
||||
De grondslag van het traumatabeleid is niet het (al dan niet medisch aangetoonde) trauma van de vreemdeling, maar de traumatische gebeurtenis in relatie tot de feitelijke situatie in het land van herkomst.
|
||||
|
||||
De vreemdeling moet aan alle volgende voorwaarden voldoen. De IND stopt de beoordeling zodra duidelijk is dat de vreemdeling niet aan alle voorwaarden voldoet.
|
||||
|
||||
Het betreft uitsluitend traumatische gebeurtenissen die zijn veroorzaakt door:
|
||||
|
||||
• de autoriteiten van het land van herkomst;
|
||||
• door politieke of militante groeperingen die de feitelijke macht uitoefenen in het land van herkomst of een deel daarvan;
|
||||
• door groeperingen waartegen de overheid niet in staat of niet willens is bescherming te bieden.
|
||||
|
||||
Uitsluitend de volgende traumatische gebeurtenissen kunnen voor de IND aanleiding geven een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, op grond van het traumatabeleid, te verlenen:
|
||||
|
||||
• de gewelddadige dood van naaste familieleden of huisgenoten van de vreemdeling;
|
||||
• de gewelddadige dood van andere verwanten of vrienden van de vreemdeling voor zover de vreemdeling aannemelijk maakt dat een hechte relatie bestond tussen de overledene en de vreemdeling;
|
||||
• substantiële niet-strafrechtelijke detentie van de vreemdeling;
|
||||
• marteling, ernstige mishandeling of verkrachting van de vreemdeling;
|
||||
• het aanwezig zijn als getuige bij marteling, ernstige mishandeling of verkrachting van naaste familieleden of huisgenoten van de vreemdeling;
|
||||
• het aanwezig zijn als getuige bij marteling, ernstige mishandeling of verkrachting van andere verwanten of vrienden van de vreemdeling voor zover de vreemdeling aannemelijk maakt dat er een hechte relatie bestond tussen de verwant of vriend en de vreemdeling.
|
||||
|
||||
De IND hanteert voor de definitie van marteling artikel 1 van het Anti-folterverdrag.
|
||||
|
||||
De IND verstaat onder ernstige mishandeling het opzettelijk toebrengen van pijn en leed dat zwaar lichamelijk of geestelijk letsel tot gevolg heeft.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt de verklaringen van de vreemdeling op de gebruikelijke wijze ten aanzien van de geloofwaardigheid en aannemelijkheid (zie paragraaf C1/3 Vc). Ten aanzien van de beoordeling van de consistentie van de verklaringen houdt de IND rekening met de geestelijke gesteldheid van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
De IND volgt de vreemdeling in zijn verklaringen, die niet volledig consistent zijn, als:
|
||||
|
||||
• sprake is van geloofwaardige verklaringen op andere onderdelen dan de traumatische gebeurtenis;
|
||||
• de verklaringen overeenkomen met de algemene informatie over de situatie in het land van herkomst;
|
||||
• de vreemdeling zo mogelijk zijn verklaringen met documenten onderbouwt.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, Vw, op grond van het traumatabeleid, aan de vreemdeling, die verder voldoet aan alle volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling is geconfronteerd met een traumatische gebeurtenis in het land van herkomst, waarbij de daders van die gebeurtenissen in het land van herkomst niet bestraft worden;
|
||||
• de vreemdeling heeft aannemelijke verklaringen afgelegd over de traumatische gebeurtenis;
|
||||
• de vreemdeling heeft aannemelijk gemaakt dat de traumatische gebeurtenis aanleiding is geweest voor het vertrek uit het land van herkomst;
|
||||
• de IND verlangt niet dat de vreemdeling vanwege de traumatische gebeurtenis terugkeert naar het land van herkomst.
|
||||
|
||||
De IND onderzoekt bij de toets aan de beleidsregel met voornoemde voorwaarden of plegers van traumatische gebeurtenissen in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst. Onder meer uit het bestaan van een doeltreffend systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing kan blijken of plegers van traumatische gebeurtenissen in het algemeen worden bestraft.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c in dit kader ook, als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
• er heeft vóór het vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst een regimewisseling in het land van herkomst van de vreemdeling plaatsgevonden;
|
||||
• de vreemdeling heeft het land van herkomst binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis verlaten;
|
||||
• de vreemdeling voldoet aan de overige voorwaarden van het traumatabeleid.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, Vw. op grond van de omstandigheid dat een vreemdeling een medische verklaring over zijn trauma heeft overgelegd. De vreemdeling moet zelf in zijn verklaringen aannemelijk maken dat sprake is geweest van een traumatische gebeurtenis en dat die traumatische gebeurtenis in relatie tot de feitelijke situatie in het land van herkomst reden is geweest voor het vertrek uit het land van herkomst. De bewijslast hiervoor berust bij de vreemdeling. Het causale verband tussen traumatische gebeurtenis en de reden van vertrek wordt aangenomen, als de vreemdeling binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis het land van herkomst heeft verlaten.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, Vw, op grond van het traumatabeleid aan de vreemdeling die na een termijn van meer dan zes maanden na de traumatische gebeurtenis het land van herkomst heeft verlaten. De IND neemt dan aan dat de vreemdeling zich in het land van herkomst heeft kunnen handhaven en dat de traumatische gebeurtenis daarom niet in de weg staat aan terugkeer naar het land van herkomst.
|
||||
|
||||
Uitzondering hierop is de situatie dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat de vreemdeling het land van herkomst buiten zijn schuld niet in staat is geweest om binnen de termijn van zes maanden te verlaten en er een verband is tussen de traumatische gebeurtenis en het vertrek uit het land van herkomst.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, Vw, op grond van het traumatabeleid, als in ieder geval de volgende situaties zich voordoen:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling heeft het land van herkomst na een termijn van meer dan zes maanden sinds de traumatische gebeurtenis verlaten;
|
||||
• na het vertrek van de vreemdeling heeft een regimewisseling in het land van herkomst van de vreemdeling plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
De voorwaarden met betrekking tot het traumatabeleid zijn van overeenkomstige toepassing als de vreemdeling meer dan zes maanden na zijn vertrek uit het land van herkomst in een derde land heeft verbleven. De vreemdeling moet in dat geval aannemelijk maken dat de vreemdeling zich in het derde land niet kon handhaven.
|
||||
|
||||
De IND toetst niet of wedertoelating van de vreemdeling tot het derde land mogelijk is. Als terugkeer naar het derde land niet mogelijk is dan zal terugkeer van de vreemdeling naar het land van herkomst moeten plaatsvinden.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c Vw, als sprake is van een vestigingsalternatief voor de vreemdeling (zie paragraaf C2/6.1 Vc). Artikel 3.37c VV is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
De IND werpt het vestigingsalternatief ook tegen als de pleger van de traumatische gebeurtenissen in andere delen van het land geen macht uitoefent en de centrale overheid bescherming kan bieden.
|
||||
|
||||
De IND past het vestigingsalternatief niet toe en verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, Vw, als de vreemdeling aan alle overige voorwaarden van het traumatabeleid voldoet en voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling in het gebied dat geldt als vestigingsalternatief voor de vreemdeling het risico loopt geconfronteerd te worden met de plegers van de traumatische gebeurtenis, omdat de autoriteiten in het land van herkomst de plegers van traumatische gebeurtenissen in het algemeen niet bestraft;
|
||||
• de traumatische gebeurtenissen hebben plaatsgevonden door toedoen van de centrale autoriteiten, terwijl de centrale autoriteiten ook de macht uitoefenen in het gebied dat geldt als vestigingsalternatief voor de vreemdeling.
|
||||
|
||||
De vereisten van paragraaf C2/6.1 onder a, b en c, Vc (‘beschermingsalternatief’)zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, Vw indien sprake is van:
|
||||
|
||||
• de derdelandenexceptie als bedoeld in paragraaf C2/6.2.4 Vc en C2/6.2.5 Vc;
|
||||
• een contra-indicatie als bedoeld in paragraaf C2/5 Vc en C2/6 Vc.
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, Vw aan de vreemdeling, van wie de terugkeer naar het land van herkomst niet wordt verland vanwege bijzondere individuele klemmende redenen van humanitaire aard, als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
• de klemmende redenen van humanitaire aard houden verband met de redenen van vertrek;
|
||||
• de klemmende redenen van humanitaire aard houden verband met het asielrelaas.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, Vw in ieder geval in de volgende situaties, als de klemmende redenen van humanitaire aard:
|
||||
|
||||
• betrekking hebben op hoge leeftijd of lichamelijke klachten van de vreemdeling;
|
||||
• betrekking hebben op de algemene humanitaire situatie in het land van herkomst;
|
||||
• zijn ontstaan na het vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst.
|
||||
|
||||
Er kan ook sprake zijn van bijzondere individuele klemmende redenen van humanitaire aard hebben, als de IND in een individuele zaak het verblijfsalternatief aan de vreemdeling heeft tegengeworpen (zie paragraaf C2/6.2.6 Vc).
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, Vw aan de vreemdeling die in het land van herkomst een verblijfsalternatief heeft, als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
• de individuele klemmende redenen van humanitaire aard hebben er toe geleid dat de vreemdeling niet in staat was naar het verblijfsalternatief te vertrekken;
|
||||
• de individuele klemmende redenen van humanitaire aard houden verband met de redenen van vertrek uit het gebied in het land van herkomst, waar de vreemdeling oorspronkelijk vandaan komt.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt deze voorwaarden in onderlinge samenhang.
|
||||
|
||||
De omstandigheid dat de de vreemdeling geen banden heeft met het verblijfsalternatief of er nooit heeft verbleven vormt geen reden voor de IND om de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, Vw te verlenen.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, Vw wegens individuele klemmende redenen van humanitaire aard, nadat de IND heeft vastgesteld dat de vreemdeling in ieder geval niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van:
|
||||
|
||||
• artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw;
|
||||
• artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, Vw op grond van het traumatabeleid.
|
||||
|
||||
De Minister kan in het beleid een specifieke groep aanwijzen die om andere redenen dan op grond van het traumatabeleid in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder c, Vw. Verwezen wordt naar het landgebonden beleid, waarin het beleid per land is uitgewerkt.
|
||||
|
||||
#### 4.2
|
||||
|
||||
Het wettelijk kader voor de toepassing van categoriale bescherming staat beschreven in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
De Minister is op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw bevoegd tot het instellen van een beleid van categoriale bescherming. De Minister weegt de indicatoren uit artikel 3.106 Vb bij zijn besluit om voor een bepaald land of voor een bepaald deel van een land een beleid van categoriale bescherming in te stellen, voort te zetten of in te trekken. Elk van de indicatoren kan de doorslag geven op de vraag of de Minister een beleid van categoriale bescherming instelt of niet (meer) instelt.
|
||||
|
||||
De Minister beziet de vraag of een beleid van categoriale bescherming is geïndiceerd, in een bredere context.
|
||||
|
||||
Alternatieven voor een beleid van categoriale bescherming kunnen gelegen zijn in het voeren van een besluit- of vertrekmoratorium. De Minister kan ook (tijdelijk) afzien van het instellen van een beleid van categoriale bescherming, in ieder geval in afwachting van:
|
||||
|
||||
• nader onderzoek naar de situatie in het land van herkomst;
|
||||
• (nieuwe) ontwikkelingen in de algemene situatie in het land van herkomst.
|
||||
|
||||
Aan de weging van de indicatoren uit artikel 3.106 Vb worden nadere beleidsregels ten grondslag gelegd.
|
||||
|
||||
Bij de vraag of een beleid van categoriale bescherming moet worden ingesteld, wordt een combinatie van de volgende vier factoren betrokken, die een rol spelen bij de aard van het geweld in een (deel van een) land van herkomst:
|
||||
|
||||
• de ernst van schendingen van de mensenrechten en het oorlogsrecht;
|
||||
• de mate van willekeur van dit geweld;
|
||||
• de mate waarin het geweld voorkomt;
|
||||
• de mate van geografische spreiding van het geweld.
|
||||
|
||||
De Minister betrekt bij de vraag of een beleid van categoriale bescherming moet worden ingesteld het algemene ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land van herkomst. De Minister kan ook gebruik maken van andere openbare informatie uit objectieve bronnen.
|
||||
|
||||
Als ernstige schendingen van mensenrechten gelden de schending van de fysieke integriteit en de schending van het oorlogsrecht. Het bestaan van stelselmatige achterstelling of corruptie vormt geen onderdeel voor de vraag of een beleid van categoriale bescherming moet worden ingesteld.
|
||||
|
||||
Bij de mate van willekeur van het geweld is de ongerichtheid en de onvoorspelbaarheid van het geweld van belang, in de zin dat het moet gaan om een uitzonderlijke mate van willekeur, waar elke (onschuldige) burger het slachtoffer van kan worden.
|
||||
|
||||
Bij de mate waarin het geweld voorkomt is de vraag relevant hoe grootschalig het geweld voorkomt en hoe groot het risico is dat een willekeurige burger slachtoffer wordt van het geweld. In ieder geval twee situaties zijn te onderscheiden:
|
||||
|
||||
• een extreem repressief regime;
|
||||
• een land in (burger)oorlog.
|
||||
|
||||
Het bestaan van een repressief regime of de omstandigheid dat een land in burgeroorlog verkeert, vormt op zichzelf onvoldoende reden om een beleid van categoriale bescherming in te stellen. Het gaat om de vraag of sprake is van onverantwoorde risico's bij terugkeer vanwege het repressieve regime of de oorlogssituatie. Voor de instelling van een beleid van categoriale bescherming is het in ieder geval van belang in hoeverre de (de facto) autoriteiten:
|
||||
|
||||
• een ernstige inbreuk op de mensenrechten plegen of toestaan;
|
||||
• het geweld hebben geïnstitutionaliseerd;
|
||||
• het oorlogsrecht schenden, in de mate dat het dagelijks leven in het land zodanig ontwricht is, dat humanitair onverantwoorde risico’s optreden;
|
||||
• onvoldoende bescherming kunnen bieden tegen het oorlogsgeweld of banditisme ten gevolge van de burgeroorlog.
|
||||
|
||||
De Minister hoeft geen beleid van categoriale bescherming in te stellen, indien alle volgende situaties van toepassing zijn:
|
||||
|
||||
• het geweld tot een bepaald gebied is beperkt;
|
||||
• het reizen van dit gebied naar andere gebieden in het land in het algemeen geen problemen oplevert.
|
||||
|
||||
Voor de situatie dat een verblijfsalternatief elders in het land beschikbaar is, wordt verwezen naar paragraaf C2/6.2.6 Vc (onder verblijfsalternatief).
|
||||
|
||||
De Minister houdt bij de vraag of een beleid van categoriale bescherming ingesteld moet worden, in ieder geval rekening met:
|
||||
|
||||
• de aanwezigheid en activiteiten in het land van herkomst van VN-organisaties (zoals UNDP, UNICEF, WHO);
|
||||
• activiteiten van de UNHCR met betrekking tot repatriëring en ondersteuning bij spontane terugkeer naar het land van herkomst van ontheemden en vluchtelingen;
|
||||
• de leidende en coördinerende rol van UNHCR in de uitvoering van een gefaseerde en ordelijke terugkeer van ontheemden en vluchtelingen;
|
||||
• de aanwezigheid en activiteiten van internationale hulporganisaties (zoals Internationale Rode Kruis, Artsen zonder Grenzen);
|
||||
• de mate van veroordeling van de situatie in een land van herkomst door de internationale gemeenschap, zoals in conclusies in resoluties van de belangrijkste organen van de VN.
|
||||
|
||||
De Minister houdt bij de vraag of in verband met het beleid in andere landen van de EU een beleid van categoriale bescherming ingesteld moet worden, in ieder geval rekening met de mate van homogeniteit van het beleid tussen de landen, waarvan het beleid wordt onderzocht.
|
||||
|
||||
De Minister kan in ieder geval om de volgende redenen het beleid van een land van de EU onderzoeken:
|
||||
|
||||
• het land ligt in de nabijheid van het Nederland;
|
||||
• het land lijkt voor wat betreft asielpopulatie op Nederland.
|
||||
|
||||
De IND verleent aan de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder d, Vw indien voldaan wordt aan alle volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
• de Minister heeft op grond van de indicatoren van artikel 3.106 Vb het besluit genomen om voor een bepaald land of een deel van een land een beleid van categoriale bescherming in te stellen;
|
||||
• de vreemdeling heeft de nationaliteit van het land, waarvoor een beleid van categoriale bescherming geldt;
|
||||
• er is geen twijfel over de identiteits- en nationaliteitsgegevens van de vreemdeling;
|
||||
• de vreemdeling heeft geen verblijfsalternatief in een ander deel in het land van herkomst (zie paragraaf C2/6.2.6 Vc).
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder d, Vw, als de gronden om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen als beschreven in paragraaf C2/5 en C2/6 Vc daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
De IND trekt een verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder d, Vw, in of wijst een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af, indien in ieder geval de volgende gronden zich voordoen:
|
||||
|
||||
• de gronden als beschreven in paragraaf C2/8 Vc;
|
||||
• de vreemdeling voldoet niet meer aan de voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 4.3
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden staat beschreven in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e en f, Vw.
|
||||
Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden staat beschreven in artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw.
|
||||
|
||||
De houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘hoofdpersoon’.
|
||||
|
||||
De termijn van drie maanden, zoals die in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder e en f, Vw wordt genoemd, start op het moment dat aan de hoofdpersoon de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend door de IND.
|
||||
De termijn van drie maanden, die in artikel 29, tweede lid, Vw wordt genoemd, gaat in op de datum van de beschikking waarin aan de hoofdpersoon de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend.
|
||||
|
||||
Het verzoek om een afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden is tijdig ingediend, als binnen de termijn van drie maanden:
|
||||
De termijn van drie maanden, zoals die in artikel 29 tweede lid, Vw wordt genoemd, is veiliggesteld als:
|
||||
|
||||
• de hoofdpersoon in Nederland vraagt om een verzoek om advies voor de afgifte van een mvv aan zijn gezinsleden bij het Hoofd van de Visadienst;
|
||||
• de nareizende gezinsleden een aanvraag indienen voor een mvv bij een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging.
|
||||
• het gezinslid eerder dan de hoofdpersoon Nederland is ingereisd en hier een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend; of
|
||||
• de hoofdpersoon in Nederland of het nareizende gezinslid in het land van herkomst, dan wel het land van bestendig verblijf, binnen de termijn van drie maanden een aanvraag indient voor een mvv.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook als tijdig ingediend, zoals bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder e en f, Vw, als de gezinsleden eerder dan de hoofdpersoon Nederland zijn ingereisd.
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw uitsluitend als de hoofdpersoon zijn gezinsleden ook heeft genoemd tijdens zijn asielprocedure.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder e of f, Vw uitsluitend als de hoofdpersoon zijn gezinsleden ook heeft genoemd tijdens zijn asielprocedure.
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw aan het gezinslid van de hoofdpersoon, indien de hoofdpersoon zelf in het kader van nareis Nederland is ingereisd.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e of f, Vw aan het gezinslid van de hoofdpersoon, indien de hoofdpersoon zelf in het kader van nareis Nederland is ingereisd.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder e of f, Vw, als de kinderen, echtgeno(o)t(e) of partner feitelijk behoren tot het gezin van de hoofdpersoon. De hoofdpersoon in Nederland moet aantonen dat zijn kinderen, echtgeno(o)t(e) of partner in het land van herkomst al feitelijk tot zijn gezin hebben behoord en dat die feitelijke gezinsband niet verbroken is. De hoofdpersoon onderbouwt dit met documenten. De hoofdpersoon moet aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen verstrekken over het feitelijk behoren tot zijn gezin van zijn kinderen, als de hoofdpersoon de feitelijke gezinsband met zijn kinderen niet met documenten kan onderbouwen.
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 tweede lid, Vw, als de kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner feitelijk behoren tot het gezin van de hoofdpersoon. De hoofdpersoon in Nederland moet aantonen dat zijn kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner vóór binnenkomst van de hoofdpersoon in Nederland feitelijk tot zijn gezin hebben behoord en dat die feitelijke gezinsband niet verbroken is. De hoofdpersoon onderbouwt dit met documenten. De hoofdpersoon moet aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen verstrekken over het feitelijk behoren tot zijn gezin van zijn kinderen of ouders, als de hoofdpersoon de feitelijke gezinsband niet met documenten kan onderbouwen.
|
||||
|
||||
Vorenstaande is ook van toepassing op niet-biologische (adoptie- of pleeg)kinderen.
|
||||
|
||||
De feitelijke gezinsband van ouders en hun biologische kinderen wordt op dezelfde wijze beoordeeld als beschreven in het reguliere beleid als beschreven in B2/5.4 Vc. Dit wordt als volgt uitgelegd:
|
||||
De feitelijke gezinsband van ouders en hun biologische kinderen wordt op dezelfde wijze beoordeeld als beschreven in het reguliere beleid als beschreven in B7/3.2.1 Vc. Dit wordt als volgt uitgelegd:
|
||||
|
||||
Er is altijd sprake van gezinsleven tussen ouders en minderjarige biologische kinderen in de zin van artikel 8 EVRM. Als sprake is van gezinsleven, wordt aangenomen dat het minderjarige biologische kind feitelijk behoort en reeds in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin.
|
||||
Er is altijd sprake van gezinsleven tussen ouders en minderjarige biologische kinderen in de zin van artikel 8 EVRM. Als sprake is van gezinsleven, wordt aangenomen dat het minderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin.
|
||||
|
||||
Ook als men niet samenwoont of maar heel kort heeft samengewoond, of indien er in een periode weinig of geheel geen contact is geweest, zijn er andere zwaarwegende feiten nodig om het gezinsleven als beëindigd te kunnen aanmerken.
|
||||
Ook als men niet heeft samengewoond of maar heel kort heeft samengewoond, of indien er in een periode weinig of geheel geen contact is geweest, zijn er andere zwaarwegende feiten nodig om het gezinsleven als beëindigd te kunnen aanmerken.
|
||||
|
||||
Het uitgangspunt is dat voor biologische minderjarige kinderen geldt dat de biologische band tussen de ouder(s) en het kind als feitelijke gezinsband wordt aangemerkt. Slechts in zeer uitzonderlijke situaties eindigt de gezinsband tussen ouders en hun minderjarige biologische kinderen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1146,7 +1032,7 @@ Er bestaat enkel een feitelijke gezinsband tussen de hoofdpersoon en een meerder
|
|||
|
||||
Bij de vaststelling van de afhankelijkheid worden onder meer de volgende omstandigheden betrokken:
|
||||
|
||||
• heeft het meerderjarige kind in het land van herkomst samengewoond met de hoofdpersoon;
|
||||
• heeft het meerderjarige kind samengewoond met de hoofdpersoon;
|
||||
• is het meerderjarige kind financieel afhankelijk van de hoofdpersoon;
|
||||
• is het meerderjarige kind door zijn medische of psychische situatie afhankelijk van de hoofdpersoon.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1154,79 +1040,85 @@ Als de afhankelijkheid tussen de hoofdpersoon en het meerderjarige biologische k
|
|||
|
||||
De ‘meer dan normale (emotionele) afhankelijkheid’ wordt niet aangenomen als het meerderjarige kind op zichzelf woont en/of in zijn eigen levensonderhoud voorziet en/of een eigen gezin heeft gesticht.
|
||||
|
||||
Anders dan bij biologische kinderen kan bij pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de hoofdpersoon en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake was van een feitelijke gezinsband tussen de hoofdpersoon en het pleegkind ten tijde van de vlucht van de hoofdpersoon uit zijn land van herkomst. De hoofdpersoon moet dit aannemelijk te maken. Bij de beoordeling of het pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de hoofdpersoon, wordt onder meer betrokken:
|
||||
Anders dan bij biologische kinderen kan bij pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de hoofdpersoon en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake was van een feitelijke gezinsband tussen de hoofdpersoon en het pleegkind. De hoofdpersoon moet dit aannemelijk te maken. Bij de beoordeling of het pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de hoofdpersoon, wordt onder meer betrokken:
|
||||
|
||||
• de duur van de opname van het pleegkind in het gezin van de hoofdpersoon;
|
||||
• de (financiële) afhankelijkheid van het pleegkind van referent;
|
||||
• de reden waarom het pleegkind is opgenomen in het gezin en, als dit aan de orde is, de reden dat een pleegkind tijdelijk buiten het gezin is geplaatst. Dit is van belang bij het vaststellen of anderen de zorg voor het kind hebben overgenomen waarmee het pleegkind feitelijk hun pleegkind is geworden.
|
||||
|
||||
In het geval van pleegkinderen wordt dan ook niet alleen gekeken naar de gezinssituatie op het moment van vertrek van de hoofdpersoon uit het land van herkomst, maar ook naar de situatie op het moment van vertrek van de hoofdpersoon uit het gezin. Feiten en omstandigheden van na het vertrek van de hoofdpersoon uit het land van herkomst kunnen betrokken worden bij de beoordeling van de gezinssituatie ten tijde van dat vertrek. Het moet daarbij gaan om feiten en omstandigheden die erop wijzen dat er geen sprake is geweest van een feitelijke gezinsband met de hoofdpersoon.
|
||||
In het geval van pleegkinderen worden alle feiten en omstandigheden van voor binnenkomst van de hoofdpersoon in Nederland betrokken bij de beoordeling van de gezinssituatie. Het moet daarbij gaan om feiten en omstandigheden die erop wijzen dat er geen sprake is geweest van een feitelijke gezinsband met de hoofdpersoon.
|
||||
|
||||
Als de feitelijke gezinsband tussen het pleegkind en de hoofdpersoon is vastgesteld, dan zijn de voorwaarden voor het verbreken van de feitelijke gezinsband voor niet-biologische kinderen gelijk aan die van biologische kinderen.
|
||||
|
||||
Indien na aankomst in Nederland wordt geconstateerd dat het pleegkind in het land van herkomst niet feitelijk behoorde tot het gezin, moet het pleegkind vreemdelingrechtelijk als alleenstaande minderjarige vreemdeling worden beschouwd en behandeld. Het pleegkind, dat door de IND wordt beschouwd als alleenstaande minderjarige vreemdeling, of diens wettelijke vertegenwoordiger moet dan alsnog een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen.
|
||||
Indien na aankomst in Nederland wordt geconstateerd dat het pleegkind niet feitelijk behoorde tot het gezin, moet het pleegkind vreemdelingrechtelijk als alleenstaande minderjarige vreemdeling worden beschouwd en behandeld. Het pleegkind, dat door de IND wordt beschouwd als alleenstaande minderjarige vreemdeling, of diens wettelijke vertegenwoordiger moet dan alsnog een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen mvv voor gezinshereniging in het kader van nareis, als de biologische ouder(s) in het land van herkomst geen toestemmingsverklaring heeft afgegeven met het oog op het vertrek van de kinderen naar Nederland.
|
||||
De IND verleent geen mvv voor gezinshereniging in het kader van nareis, als de achterblijvende biologische ouder(s) geen toestemmingsverklaring heeft afgegeven met het oog op het vertrek van de kinderen naar Nederland.
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder e of f, Vw uitsluitend als:
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw uitsluitend als:
|
||||
|
||||
• de hoofdpersoon documenten heeft overgelegd, waaruit blijkt dat de achterblijvende biologische ouder geen toestemmingsverklaring kan overleggen;
|
||||
• de hoofdpersoon aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen heeft verstrekt over de reden waarom de toestemmingsverklaring niet kan worden overgelegd, indien de hoofdpersoon het ontbreken van een toestemmingsverklaring niet met documenten kan onderbouwen;
|
||||
• de kinderen voldoen aan de overige voorwaarden uit deze paragraaf (C2/4.3 Vc).
|
||||
|
||||
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder e of f, Vw, als het huwelijk of partnerschap al bestond voor het vertrek van de hoofdpersoon uit het land van herkomst. De IND beschouwt een traditioneel huwelijk dat in het land van herkomst is gesloten als een partnerschapsrelatie. Een traditioneel huwelijk dat in het land van herkomst is gesloten, wordt niet gezien als een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk.
|
||||
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 tweede lid, onder a of b,Vw, als het huwelijk of partnerschap al bestond voordat de hoofdpersoon Nederland is ingereisd. De IND beschouwt een traditioneel huwelijk dat buiten Nederland is gesloten als een partnerschapsrelatie. Een traditioneel huwelijk dat buiten Nederland is gesloten, wordt niet gezien als een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder e of f, Vw, als de hoofdpersoon in Nederland al duurzaam samenleeft met een andere partner.
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, onder a of b,Vw, als de hoofdpersoon in Nederland al duurzaam samenleeft met een andere partner.
|
||||
|
||||
De hoofdpersoon en zijn echtgeno(o)t(e) of partner moeten aannemelijk maken dat in het land van herkomst al sprake is geweest van samenwoning. Indien in het land van herkomst geen samenwoning heeft plaatsgevonden, dan moeten de hoofdpersoon en zijn echtgeno(o)t(e) of partner hiervoor een aannemelijke verklaring geven om in aanmerking te kunnen komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder e of f, Vw.
|
||||
De hoofdpersoon en zijn echtgeno(o)t(e) of partner moeten aannemelijk maken dat buiten Nederland al sprake is geweest van samenwoning. Indien buiten Nederland geen samenwoning heeft plaatsgevonden, dan moeten de hoofdpersoon en zijn echtgeno(o)t(e) of partner hiervoor een aannemelijke verklaring geven om in aanmerking te kunnen komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of sprake is van minderjarigheid of meerderjarigheid naar Nederlands recht (zie artikel 1.233 Burgerlijk Wetboek).
|
||||
|
||||
Voor onderzoek naar de feitelijke gezinsband tussen ouder(s) en biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C1/3 Vc.
|
||||
|
||||
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/5.2.8 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
|
||||
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/6.2.8 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve of op aanvraag.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve (conform artikel 28, eerste lid onder d en derde lid Vw) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven mvv is ingereisd, zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld via het door de IND opgegeven telefoonnummer en de mvv op die datum nog geldig is. De ingangsdatum is de datum als bedoeld in artikel 3.105a eerste lid, Vb, tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw op aanvraag aan het gezinslid van een hoofdpersoon indien:
|
||||
|
||||
• het gezinslid zonder mvv voor nareis gelijktijdig met de hoofdpersoon een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend. De ingangsdatum van de verblijfsvergunning is dan gelijk aan de ingangsdatum van de aan de hoofdpersoon verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; of
|
||||
• het gezinslid zonder mvv voor nareis binnen drie maanden na de datum van het besluit waarin aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend. De ingangsdatum van de verblijfsvergunning is dan de datum van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
|
||||
|
||||
#### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk (
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘asielverzoek’, omdat verordening 343/2003 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder c, Verordening 343/2003).
|
||||
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
|
||||
|
||||
Het begrip asielverzoek onderscheidt zich van het begrip aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de Vw, die alleen schriftelijk met een vastgesteld model kan worden ingediend.
|
||||
Het begrip ‘verzoek om internationale bescherming’ onderscheidt zich van het begrip aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de Vw, die alleen schriftelijk met een vastgesteld model kan worden ingediend.
|
||||
|
||||
Onder ‘wettig’ in de zin van artikel 6, verordening 343/2003/EG verstaat de IND: rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 Vw.
|
||||
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden van de niet-begeleide minderjarige op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- en of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
|
||||
|
||||
De IND acht het op zich nemen van de verantwoordelijkheid voor de behandeling van het asielverzoek uitsluitend ‘in het belang van de minderjarige’ als in ieder geval aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
Aan de hand van de door de minderjarige verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige met zijn gezins- en of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- en of familieleden van de niet begeleide minderjarige pas op indien er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- en/of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die door hem kan worden ingeroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- en/of familieleden.
|
||||
|
||||
• de gezinsband in de zin van verordening 343/2003/EG is aangetoond;
|
||||
• er bestaat geen vermoeden van mishandeling of misbruik van de minderjarige door het gezinslid; en
|
||||
• het gezinslid is in staat en bereid om voor de minderjarige te zorgen.
|
||||
De IND start het onderzoek naar gezins- en of familieleden van de niet-begeleide minderjarige pas op als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het asielverzoek hier te lande te behandelen op grond van artikel 3, tweede lid, verordening 343/2003/EG, in gevallen dat Nederland op grond van de in de verordening neergelegde criteria niet verplicht is om het asielverzoek in Nederland te behandelen.
|
||||
• door de IND is vastgesteld dat de vreemdeling minderjarig is en in een andere lidstaat niet als meerderjarige staat geregistreerd. Het bepaalde in C1/2.2 Vc onder ‘Leeftijdsonderzoek’ is van overeenkomstige toepassing;
|
||||
• de vreemdeling heeft zijn verklaringen over familieleden zoveel als mogelijk door middel van documenten ondersteund;
|
||||
• de vreemdeling heeft concrete informatie aan de IND verstrekt over de familieleden in de andere lidstaat (voor- en achternaam, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit (huidige en voormalige) en de verblijfplaats in het betreffende land).
|
||||
|
||||
De IND gebruikt die bevoegdheid in ieder geval in de volgende situaties:
|
||||
Waar mogelijk zet de IND DNA onderzoek in om de familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- en/of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden (er is geen afstammingsrelatie).
|
||||
|
||||
• er zijn concrete aanwijzingen dat de voor de behandeling van het asielverzoek verantwoordelijke lidstaat zijn internationale verplichtingen niet nakomt;
|
||||
• bijzondere, individuele omstandigheden maken dat de overdracht van de asielzoeker aan de voor de behandeling van het asielverzoek verantwoordelijke lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt.
|
||||
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige met zijn gezins- en of familieleden zal enkel plaatsvinden indien dit in het belang van het kind is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van het kind is om herenigd te worden met zijn gezins- en of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van het kind is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen in de andere lidstaat niet in het belang van het kind is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
|
||||
|
||||
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid, al dan niet op verzoek van een andere lidstaat, gezins- of familieleden te herenigen en een asielverzoek hier te lande te behandelen op grond van artikel 15, eerste lid, tweede lid of derde lid, verordening 343/2003/EG, in gevallen dat Nederland op grond van de in de verordening neergelegde criteria niet verplicht is om het asielverzoek in Nederland te behandelen
|
||||
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het familielid voor de minderjarige kan zorgen, waarbij tevens wordt bezien of dit in het belang van het kind is.
|
||||
|
||||
De IND gebruikt die bevoegdheid in ieder geval in de volgende situaties:
|
||||
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming hier te lande te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, ook al is Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet verplicht.
|
||||
|
||||
• het gezinslid van de asielzoeker als bedoeld in artikel 7 verordening 343/2003/EG is niet toegelaten als vluchteling, maar is wel in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, c of d, Vw;
|
||||
• een bijzonder samenstel van factoren maakt dat de behandeling van het asielverzoek in Nederland in de rede ligt.
|
||||
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming hier te lande te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
|
||||
|
||||
De IND acht de hereniging van een alleenstaande minderjarige met een familielid op grond van artikel 15, derde lid verordening 343/2003/EG uitsluitend ‘in het belang van de minderjarige’ als in ieder geval aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
• er zijn concrete aanwijzingen dat de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat zijn internationale verplichtingen niet nakomt; of
|
||||
• bijzondere, individuele omstandigheden maken dat de overdracht van de vreemdeling aan de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt.
|
||||
|
||||
• de familieband is aangetoond;
|
||||
• er bestaat geen vermoeden van mishandeling of misbruik van de minderjarige door het familielid; en
|
||||
• het familielid is in staat en bereid om voor de minderjarige te zorgen.
|
||||
Voorts kan de IND op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, te allen tijde voordat in eerste aanleg een beslissing ten gronde is genomen, een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen. Doel hiervan is om familierelaties te verenigen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De betrokkenen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
|
||||
|
||||
De IND verstaat onder ‘de omstandigheden die er toe hebben geleid dat de familieleden van elkaar werden gescheiden’ als bedoeld in artikel 11, derde lid verordening 1560/2003/EG in ieder geval:
|
||||
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat betrokkenen schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
|
||||
|
||||
• onderbrekingen van de gezamenlijke reis door ziekte;
|
||||
• calamiteiten;
|
||||
• andere omstandigheden die buiten de invloedssfeer van de familieleden liggen.
|
||||
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
|
||||
|
||||
Indien wordt voldaan aan de criteria die volgen uit artikel 16, eerste lid, van Verordening (EU) nr.604/2013 en rekening is gehouden met de voorwaarden genoemd in artikel 11, derde lid, van de Uitvoeringsverordening (EC) 1560/2003, past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe. Alleen in het geval van uitzonderlijke situaties wijkt de IND af van de verplichting om afhankelijke familieleden samen te brengen.
|
||||
|
||||
#### 5.2. De vreemdeling is al in procedure (
|
||||
|
||||
|
|
@ -1333,8 +1225,6 @@ De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij geen geldig document voor grensov
|
|||
|
||||
##### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
|
||||
|
||||
Het wettelijk kader met betrekking tot het toerekenbaar niet of onvoldoende overleggen van documenten staat beschreven in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, Vw
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond betrekt de IND alle volgende elementen:
|
||||
|
||||
• identiteit;
|
||||
|
|
@ -1356,7 +1246,7 @@ Als documenten die de reisroute onderbouwen gelden in ieder geval:
|
|||
• documenten waarvan de vreemdeling zich bediend heeft bij grenscontroles tijdens de reis naar Nederland (echte, valse of vervalste documenten voor grensoverschrijding);
|
||||
• alle andere documenten op grond waarvan kan worden vastgesteld welke reisroute de vreemdeling heeft gevolgd.
|
||||
|
||||
Dit zijn alle documenten die gelden als bewijsmiddelen of indirecte bewijzen in de zin van verordening 343/2003/EG en verordening 1560/2003/EG.
|
||||
Dit zijn alle documenten die gelden als bewijsmiddelen of indirecte bewijzen in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013 en Verordening (EG) nr.1560/2003/EG.
|
||||
|
||||
Onder documenten die het asielrelaas onderbouwen verstaat de IND documenten ter staving van hetgeen de vreemdeling stelt te hebben meegemaakt in het land van herkomst.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1689,21 +1579,23 @@ De Raad van de Europese stelt een gemeenschappelijke lijst op van derde landen d
|
|||
|
||||
### 7. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
|
||||
|
||||
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
|
||||
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: “Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist”.
|
||||
|
||||
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar artikel 3.105, eerste lid, Vb.
|
||||
|
||||
De vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van artikel 8, onder c, Vw, maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, komt in aanmerking voor het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, tenzij zich één van de gronden van artikel 32 Vw voordoet.
|
||||
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van artikel 32 Vw voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van artikel 8, onder c, Vw, maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
|
||||
|
||||
De medewerker van het IND loket verstrekt aan de vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend een document waaruit het rechtmatig verblijf blijkt.
|
||||
De IND reikt op grond van artikel 9 Vw het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
|
||||
|
||||
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb. De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
|
||||
|
||||
### 8. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
|
||||
|
||||
#### 8.1. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
|
||||
|
||||
Met het intrekken of niet-verlengen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling op grond van artikel 32, de IND de situatie zoals die zou zijn geweest als de juiste gegevens op het moment van aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bekend zouden zijn geweest.
|
||||
Met het intrekken of niet-verlengen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling op grond van artikel 32, beoordeelt de IND de situatie zoals die zou zijn geweest als de juiste gegevens op het moment van aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bekend zouden zijn geweest.
|
||||
|
||||
Als de IND vaststelt dat een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onjuiste gegevens heeft verstrekt of dat over hem door een ander onjuiste gegevens zijn verstrekt, beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van artikel 29, eerste lid Vw in het bezit moet blijven van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
Als de IND vaststelt dat een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onjuiste gegevens heeft verstrekt of dat over hem door een ander onjuiste gegevens zijn verstrekt, beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van artikel 29, eerste en tweede lid, Vw in het bezit moet blijven van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder a Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1717,7 +1609,7 @@ De IND brengt geen voornemen uit tot intrekking of weigering van verlenging van
|
|||
|
||||
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf.
|
||||
|
||||
In C2/6.2.7 Vc is uitgewerkt wanneer sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf zoals bedoeld in artikel 3.105c, tweede lid, onder b, Vb.
|
||||
In C2/6.2.7 Vc is uitgewerkt wanneer sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf zoals bedoeld in artikel 3.105c, tweede lid, onder b, Vb. In aanvulling op het vorenstaande is ook sprake van een bijzonder ernstig misdrijf als het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen of maatregelen in totaal de norm genoemd in de glijdende schaal van artikel 3.86 Vb is en het totaal van de straffen of maatregelen ten minste 24 maanden bedraagt.
|
||||
|
||||
Een omstandigheid die tot de conclusie kan leiden dat de hiervoor bedoelde vreemdeling geen gevaar vormt voor de gemeenschap, is een aanzienlijk tijdsverloop sinds het uitzitten van de straf zonder dat recidive heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1728,21 +1620,27 @@ Internationale instrumenten zoals bedoeld in artikel 3.105f, tweede lid onder a
|
|||
• het Handvest van het Internationaal Militair Tribunaal van 8 augustus 1945 (Neurenberg-Handvest);
|
||||
• Het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof van 17 juli 1998.
|
||||
|
||||
In C2/6.2.7 Vc is uitgewerkt wanneer sprake is van een ernstig misdrijf zoals bedoeld in artikel 3.105f, tweede lid onder b, Vb.
|
||||
In C2/6.2.7 Vc is uitgewerkt wanneer sprake is van een ernstig misdrijf zoals bedoeld in artikel 3.105f, tweede lid onder b, Vb. In aanvulling op het vorenstaande is ook is sprake van een ernstig misdrijf als het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen of maatregelen in totaal de norm genoemd in de glijdende schaal van artikel 3.86 Vb is en het totaal van de straffen of maatregelen ten minste 18 maanden bedraagt.
|
||||
|
||||
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op schending van artikel 3 EVRM.
|
||||
|
||||
Artikel 3.86 Vb en paragraaf B1/4.4 Vc zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c,d, e of f Vw niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw als:
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid Vw niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw als:
|
||||
|
||||
• de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op aanvraag is verleend; en
|
||||
• de IND concludeert dat hij in zijn land een risico loopt op vervolging; en
|
||||
• de vreemdeling niet is veroordeeld voor een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ en geen ‘gevaar vormt voor de gemeenschap’. Paragraaf C2/6.2.7 is van toepassing.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c,d, e of f Vw niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw als:
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw als:
|
||||
|
||||
• de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op aanvraag is verleend; en
|
||||
• de IND concludeert dat hij in zijn land een risico loopt op schending van artikel 3 EVRM; en
|
||||
• de vreemdeling niet veroordeeld voor een ‘ernstig misdrijf’ en geen ‘gevaar vormt voor de gemeenschap’. Paragraaf C2/6.2.7 is van toepassing.
|
||||
• de vreemdeling niet is veroordeeld voor een ‘ernstig misdrijf’ en geen ‘gevaar vormt voor de gemeenschap’. Paragraaf C2/6.2.7 is van toepassing.
|
||||
|
||||
In afwijking van vorenstaande trekt de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw wel in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, als de verblijfsvergunning op grond van artikel 28, eerste lid, onder d Vw, ambtshalve is verleend. Als de vreemdeling meent dat hij in zijn land van herkomst een risico loopt op vervolging of een risico loopt op schending van artikel 3 EVRM, dan kan hij daartoe een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen.
|
||||
|
||||
De IND past bovenstaande beleidsregels overeenkomstig toe in het geval de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid onder c of d Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
|
||||
|
||||
Paragraaf B1/4.4 Vc (‘nationale veiligheid’) is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1750,15 +1648,16 @@ Paragraaf B1/4.4 Vc (‘nationale veiligheid’) is van overeenkomstige toepassi
|
|||
|
||||
Als de IND vaststelt dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen en de wijziging van de omstandigheden ingevolge artikel 3.37e VV een voldoende ingrijpend en niet voorbijgaand karakter hebben onderzoekt de IND in ieder geval:
|
||||
|
||||
• of op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook één of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in artikel 29, eerste lid Vw van toepassing waren;
|
||||
• of de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid Vw;
|
||||
• of de vreemdeling dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere vervolging of daden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw kan aanvoeren om te weigeren terug te keren naar zijn land van herkomst.
|
||||
• of op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook één of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in artikel 29, eerste of tweede lid Vw van toepassing waren;
|
||||
• of de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste of tweede lid Vw (tenzij de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 28, eerste lid onder d Vw ambtshalve is verleend);
|
||||
• of de vreemdeling dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere vervolging of daden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw kan aanvoeren om te weigeren terug te keren naar zijn land van herkomst; en,
|
||||
• of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel III (overgangsrecht) van de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
|
||||
|
||||
Als tenminste één van de onder het kopje algemeen genoemde omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in.
|
||||
Als tenminste één van deze omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in.
|
||||
|
||||
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c Vw, wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
|
||||
|
||||
Ingevolge artikel 3.37eVV komt de vreemdeling in aanmerking voor dit beleid indien hij voldoet aan beide hieronder genoemde voorwaarden:
|
||||
Ingevolge artikel 3.37e VV komt de vreemdeling in aanmerking voor dit beleid indien hij voldoet aan beide hieronder genoemde voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling is slachtoffer geweest van wandaden die (mede) hebben geleid tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; en,
|
||||
b. de psychologische problematiek van de vreemdeling als gevolg van de wandaden en de positie waarin hij na terugkeer kan komen te verkeren staan aan terugkeer in de weg.
|
||||
|
|
@ -1770,21 +1669,25 @@ De IND beschouwt de volgende daden als zodanig:
|
|||
|
||||
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt hiertoe naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
|
||||
|
||||
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37 e VV.
|
||||
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37e VV.
|
||||
|
||||
Het enkele feit dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, b, c of d, Vw vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst is niet voldoende voor de IND om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken of niet te verlengen.
|
||||
Het enkele feit dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst is niet voldoende voor de IND om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken of niet te verlengen.
|
||||
|
||||
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, b, c of d, Vw uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
|
||||
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw, in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, indien een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw, niet in, indien de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
|
||||
|
||||
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen enkel vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsgunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw ten grondslag lag, zijn bestraft.
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw in op grond van artikel 32, eerste lid, onder e Vw juncto artikel 3.106 Vb als de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
|
||||
|
||||
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c Vw, is komen te vervallen.
|
||||
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in B7/3.1 en B7/3.2.1.
|
||||
|
||||
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d Vw intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
|
||||
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsgunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening ten grondslag lag, zijn bestraft.
|
||||
|
||||
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
|
||||
|
||||
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
|
||||
|
||||
#### 8.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
|
||||
|
||||
|
|
@ -1877,9 +1780,9 @@ De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreem
|
|||
|
||||
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
|
||||
|
||||
• een lidstaat heeft een verzoek tot terugname of overname op grond van de verordening 343/2003 ingediend bij Nederland;
|
||||
• een lidstaat heeft een verzoek tot terugname of overname op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 ingediend bij Nederland;
|
||||
• er is sprake van een geëffectueerde of gefaciliteerde terugkeer;
|
||||
• er heeft een overdracht plaatsgevonden op grond van de verordening 343/2003;
|
||||
• er heeft een overdracht plaatsgevonden op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013;
|
||||
• er is een hitmelding in EURODAC.
|
||||
|
||||
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
|
||||
|
|
@ -1918,12 +1821,12 @@ De vreemdeling kan niet eerder dan vier weken voordat de geldigheidsduur van zij
|
|||
|
||||
De vreemdeling moet de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Indien de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, dan geldt de dag na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, enkel voor zover:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling de aanvraag heeft ingediend voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd;
|
||||
• de vreemdeling de aanvraag heeft ingediend voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; of
|
||||
• het de vreemdeling niet toe te rekenen is dat hij de aanvraag heeft ingediend tot uiterlijk zes maanden na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd krijgt als ingangsdatum de datum dat de IND de aanvraag heeft ontvangen, uitsluitend als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling de aanvraag heeft ingediend na het verstrijken van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd;
|
||||
• de vreemdeling de aanvraag heeft ingediend na het verstrijken van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd; en
|
||||
• deze vertraging aan de vreemdeling toe te rekenen is.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of de vertraging bij het indienen van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd aan de vreemdeling is toe te rekenen.
|
||||
|
|
@ -1932,31 +1835,33 @@ Als de vreemdeling meer dan zes maanden na het verstrijken van de geldigheidsduu
|
|||
|
||||
De IND past de artikelen 3.113 Vb en 3.114 Vb niet toe op de behandeling van een aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
|
||||
|
||||
C2/7 Vc is van toepassing op de behandeling van een aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
De IND verleent direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
• de beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is meer dan vijf jaar na het indienen van de aanvraag genomen;
|
||||
• de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd;
|
||||
• de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; en
|
||||
• de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
|
||||
|
||||
De IND toetst hierbij of de vreemdeling aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend op of na 1 januari 2005.
|
||||
|
||||
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend voor 1 januari 2005, dan geldt het inburgeringsvereiste niet en toetst de IND niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb.
|
||||
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend voor 1 januari 2005, dan geldt het inburgeringsvereiste niet en toetst de IND niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb. Zie C2/7 met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet. De IND verlengt gelijktijdig de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar.
|
||||
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: “Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist”.
|
||||
|
||||
De IND stelt de vreemdeling in het bezit van een verblijfsdocument dat wordt uitgereikt door een medewerker van het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
|
||||
De IND reikt op grond van artikel 9 Vw het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
|
||||
|
||||
Als de IND de vreemdeling direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleent, zonder dat de vreemdeling in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan is artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e en f, Vw van toepassing.
|
||||
Als de IND de vreemdeling direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleent, zonder dat de vreemdeling in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan is artikel 29, tweede lid, Vw van toepassing.
|
||||
|
||||
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb. De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
|
||||
|
||||
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in artikel 32 Vw, handelt de IND conform paragraaf C2/8 Vc.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
|
||||
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
|
||||
|
||||
Voor de beleidsregels met betrekking tot de ontheffingsgrond als bedoeld in artikel 3.107a, tweede lid, onder b, Vb (‘het inburgeringsvereiste’) is paragraaf B1/4.7 Vc van overeenkomstige toepassing
|
||||
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening, omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
|
||||
|
||||
Voor de beleidsregels met betrekking tot de ontheffingsgrond als bedoeld in artikel 3.107a, tweede lid, onder b, Vb (‘het inburgeringsvereiste’) is paragraaf B1/4.7 Vc van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
|
|
@ -2007,6 +1912,8 @@ Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoo
|
|||
|
||||
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/2 Vc.
|
||||
|
||||
### . Afwijzingsgronden
|
||||
|
||||
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onthouden, indien de omstandigheden genoemd in de paragrafen C2/5 Vc en C2/6 Vc zich voordoen.
|
||||
|
||||
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
|
||||
|
|
@ -2017,7 +1924,7 @@ Ten aanzien van Afghanistan geldt geen besluit in de zin van artikel 43, aanhef
|
|||
|
||||
#### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
De IND neemt ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/6.2.8 Vc aan:
|
||||
De IND neemt ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen “personal and knowing participation” in de zin van paragraaf C2/6.2.8 Vc aan:
|
||||
|
||||
• onderofficieren en officieren van de KhaD en de WAD
|
||||
• de volgende leden van de Hezb-i-Wahdat:
|
||||
|
|
@ -2116,75 +2023,22 @@ De IND acht het in ieder geval voor de volgende categorieën niet aannemelijk da
|
|||
|
||||
De IND neemt ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen geen vlucht- en vestigingsalternatief aan binnen Afghanistan.
|
||||
|
||||
#### 2.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 2.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 2.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, aan een verwesterde minderjarige vrouw, indien de minderjarige vrouw aannemelijk heeft gemaakt dat bij terugkeer naar Afghanistan sprake is van een onevenredig zware psychosociale druk.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of sprake is een onevenredige psychosociale druk aan de hand van in ieder geval de volgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
a. de mate van verwestering van de minderjarige vrouw;
|
||||
b. de medische omstandigheden (bij de minderjarige vrouw of bij een gezinslid);
|
||||
c. de samenstelling van het gezin.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt de mate van verwestering aan de hand van de volgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
• de minderjarige vrouw is tenminste tien jaar oud;
|
||||
• de verblijfsduur in Nederland bedraagt tenminste 8 jaar, gerekend vanaf de datum van de eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd;
|
||||
• het volgen van onderwijs in Nederland.
|
||||
|
||||
De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, indien:
|
||||
|
||||
• de minderjarige vrouw in Afghanistan beschermd kan worden door machtige actoren (stamoudsten, krijgsheren);
|
||||
• de minderjarige vrouw of een van haar gezinsleden de terugkeer naar Afghanistan frustreert (waaronder het voeren van procedures die enkel gericht zijn op het bemoeilijken van de terugkeer);
|
||||
• de minderjarige vrouw tussentijds is teruggekeerd naar Afghanistan;
|
||||
• het gestelde in paragraaf C2/6.2.7 Vc of paragraaf C2/6.2.8 van toepassing is (openbare orde beleid).
|
||||
|
||||
De IND verleent aan de ouders van een minderjarige vrouw, aan wie een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, wordt verleend, eveneens een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
|
||||
|
||||
De IND verleent de ouders geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indien het gestelde in paragraaf C2/6.2.7 Vc of paragraaf C2/6.2.8 Vc van toepassing is (openbare orde beleid).
|
||||
|
||||
De IND verleent aan de broers en zusters van een minderjarige vrouw, aan wie een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, wordt verleend, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, Vw of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder f, Vw.
|
||||
|
||||
De IND verleent de broers of zusters geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indien het gestelde in paragraaf C2/6.2.7 Vc of paragraaf C2/6.2.8 Vc van toepassing is (openbare orde beleid).
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw niet met een ingangsdatum die ligt voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel (28 april 2011).
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw voor de duur van vijf jaar, ook in het geval de minderjarige vrouw binnen die termijn meerderjarig wordt.
|
||||
|
||||
Het uitgangspunt dat verwesterde vrouwen zich kunnen aanpassen (zie 3.2.2) blijft voor minderjarige vrouwen bestaan.
|
||||
|
||||
##### 2.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Afghanistan zijn uitsluitend alleenstaande vrouwen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
In paragraaf C7/2.4.3 Vc staat beschreven in welke situaties de IND een vrouw als alleenstaand beschouwt.
|
||||
|
||||
De ingangsdatum van de te verlenen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw ligt niet voor 24 juni 2006.
|
||||
|
||||
#### 2.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Afghanistan komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 2.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 2.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 2.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Afghanistan geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 2.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 2.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
##### . Verwesterde vrouwen
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan een Afghaanse vrouw uitsluitend omdat zij na het vertrek uit Afghanistan een westerse levensstijl heeft aangenomen. De IND neemt namelijk aan dat de vrouw zich bij terugkeer zal kunnen aanpassen aan de traditionele Afghaanse normen. De omstandigheid dat een Afghaanse vrouw zich in Afghanistan niet op gelijke wijze kan uiten of ontplooien, vormt voor de IND onvoldoende grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2232,33 +2086,15 @@ Geen bijzonderheden.
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 3.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
|
||||
##### 3.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 3.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 3.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Angola zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 3.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Angola komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 3.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
#### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
In Angola is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
#### 3.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 3.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Angola geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 3.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 3.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2306,33 +2142,15 @@ Geen bijzonderheden.
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 4.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
|
||||
##### 4.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 4.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 4.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Armenië zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 4.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Armenië komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 4.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
#### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
In Armenië is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
#### 4.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 4.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Armenië geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 4.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 4.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of in de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder i, Vw aan de hand van de vraag of de vreemdeling, onder andere:
|
||||
|
||||
|
|
@ -2341,7 +2159,7 @@ De IND beoordeelt of in de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
|
|||
|
||||
De algemene voorwaarden in paragraaf C2/6.2.5 Vc zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
### 5. Het beleid ten aanzien van Azerbeidzjan
|
||||
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
|
||||
|
||||
#### 5.1. Besluitmoratorium
|
||||
|
||||
|
|
@ -2396,12 +2214,12 @@ Om in aanmerking te komen voor de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd g
|
|||
Een vlucht- of vestigingsalternatief is aanwezig in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
|
||||
|
||||
• voor de vreemdeling die behoort tot de Azeri bevolkingsgroep afkomstig uit Nagorny Karabach;
|
||||
• de vreemdeling die een gemengd huwelijk of een gemengde duurzame relatie onderhoudt en afkomstig is uit Nagorny Karabach, terwijl hij na zijn vertrek uit Nagorny Karabach zonder problemen in het hoofdgebied van Azerbeidzjan heeft verbleven;
|
||||
• de vreemdeling die een gemengd huwelijk of een gemengde duurzame relatie onderhoudt en afkomstig is uit Nagorny Karabach, terwijl hij na zijn vertrek uit Nagorny Karabach zonder problemen in het hoofdgebied van Azerbeidzjan heeft verbleven.
|
||||
|
||||
Een vlucht- of vestigingsalternatief is aanwezig in Nagorny Karabach:
|
||||
|
||||
• voor de vreemdeling die behoort tot de Armeense bevolkingsgroep afkomstig uit Azerbeidzjan;
|
||||
• de vreemdeling die een gemengd huwelijk of een gemengde duurzame relatie onderhoudt en is afkomstig is uit het hoofdgebied van Azerbeidzjan, terwijl hij na zijn vertrek uit Azerbeidzjan zonder problemen in Nagorny Karabach heeft verbleven.
|
||||
• de vreemdeling die een gemengd huwelijk of een gemengde duurzame relatie onderhoudt en afkomstig is uit het hoofdgebied van Azerbeidzjan, terwijl hij na zijn vertrek uit Azerbeidzjan zonder problemen in Nagorny Karabach heeft verbleven.
|
||||
|
||||
De IND acht het tenminste voor de volgende categorieën vreemdelingen niet aannemelijk dat zij bescherming verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
|
||||
|
||||
|
|
@ -2419,42 +2237,24 @@ Etnische Armeniërs uit Azerbeidzjan hebben een buitenlands vestigingsalternatie
|
|||
• de vreemdeling uit Azerbeidzjan een gemengde (huwelijks)relatie onderhoudt met een vreemdeling die behoort tot de Armeense bevolkingsgroep;
|
||||
• de vreemdelingen afkomstig uit Azerbeidzjan van niet-etnisch Armeense afkomst is.
|
||||
|
||||
#### 5.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 5.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 5.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 5.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Azerbeidzjan zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 5.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Azerbeidzjan komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 5.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Daarbij geldt voor Azerbeidzjan in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 5.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 5.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Azerbeidzjan geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 5.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 5.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
### 6. Het beleid ten aanzien van Bosnië Herzegovina
|
||||
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië Herzegovina
|
||||
|
||||
#### 6.1. Besluitmoratorium
|
||||
|
||||
|
|
@ -2498,33 +2298,15 @@ Geen bijzonderheden.
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 6.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
|
||||
##### 6.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 6.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 6.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Bosnië Herzegovina zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 6.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Bosnië Herzegovina komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 6.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
#### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
In Bosnië Herzegovina is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
#### 6.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 6.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Bosnië Herzegovina geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 6.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 6.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2574,25 +2356,7 @@ De IND acht het in ieder geval voor de volgende categorie niet aannemelijk dat h
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 7.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
|
||||
##### 7.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 7.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 7.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Burundi zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 7.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Burundi komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 7.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
#### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2601,11 +2365,11 @@ Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
|
|||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 7.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 7.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Burundi geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 7.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 7.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2653,29 +2417,11 @@ Geen bijzonderheden.
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 8.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
|
||||
##### 8.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 8.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 8.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van China zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 8.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit China komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 8.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
#### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
#### 8.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 8.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Tibetanen uit China geldt een besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2725,40 +2471,20 @@ Geen bijzonderheden.
|
|||
|
||||
In Colombia is geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig.
|
||||
|
||||
#### 9.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 9.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 9.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 9.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Colombia zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 9.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Colombia komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw aan vreemdelingen uit Colombia die afkomstig zijn uit gebieden die in het algemeen ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken zijn aangemerkt als relatief onveilig. Vreemdelingen uit Colombia afkomstig uit onveilige gebieden hebben een verblijfsalternatief elders in Colombia.
|
||||
|
||||
#### 9.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Daarbij geldt voor Colombia in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 9.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 9.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Colombia geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 9.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 9.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2823,35 +2549,14 @@ De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief aan in Kinshasa voor de vr
|
|||
|
||||
De IND kan niet vaststellen of er voor vreemdelingen uit de provincies Noord- en Zuid-Kivu en de regio’s Haut- en Bas-Uélé en die behoren tot de bevolkingsgroep Tutsi een vestigingsalternatief in de DRC aanwezig is (zie boven paragraaf C7/10.1 Vc).
|
||||
|
||||
#### 10.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
|
||||
##### 10.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 10.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 10.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Congo DRC zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 10.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Congo DRC komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 10.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
#### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
In Congo DRC is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
#### 10.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 10.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Congo DRC geldt een besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw voor vreemdelingen behorende tot de bevolkingsgroep Tutsi uit de gebieden in het oosten van Congo DRC:
|
||||
|
||||
• de provincies Noord- en Zuid-Kivu;
|
||||
• de regio’s Haut- en Bas-Uélé.
|
||||
|
||||
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
|
||||
|
||||
#### 11.1. Besluitmoratorium
|
||||
|
|
@ -2915,33 +2620,15 @@ De IND acht het in ieder geval voor de volgende categorieën niet aannemelijk da
|
|||
|
||||
In Eritrea wordt geen vestigingsalternatief aanwezig geacht voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor besnijdenis.
|
||||
|
||||
#### 11.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 11.6.1. Traumatabeleid
|
||||
In Eritrea is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 11.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 11.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Eritrea zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 11.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Eritrea komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 11.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
#### 11.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 11.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Eritrea geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 11.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 11.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Gedwongen terugkeer van Eritrese vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. Aangenomen wordt dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een risico op schending van artikel 3 EVRM aanwezig is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2995,40 +2682,20 @@ De IND acht het in ieder geval voor de volgende categorieën niet aannemelijk da
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 12.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 12.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
De IND weegt bij de beoordeling of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw moet worden verleend, niet mee of de vreemdeling bescherming heeft gevraagd aan de autoriteiten.
|
||||
|
||||
Overigens geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 12.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 12.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Guinee zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 12.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Guinee komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 12.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Voor Guinee geldt in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 12.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 12.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Guinee geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 12.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 12.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3040,7 +2707,7 @@ Ten aanzien van Irak geldt geen besluit in de zin van artikel 43, aanhef en onde
|
|||
|
||||
#### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
De IND neemt ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/6.2.8 Vc aan:
|
||||
De IND neemt ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen “personal and knowing participation” in de zin van paragraaf C2/6.2.8 Vc aan:
|
||||
|
||||
• hoofden van de volgende inlichtingen- en veiligheidsdiensten:
|
||||
|
||||
|
|
@ -3103,40 +2770,22 @@ Indien vreemdelingen stellen te vrezen voor bloedwraak of vergelijkbare inter-tr
|
|||
|
||||
##### 13.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van
|
||||
|
||||
De IND neemt ten aanzien van Iraakse vreemdelingen geen vlucht- en vestigingsalternatief aan binnen Irak.
|
||||
• De IND neemt ten aanzien van Iraakse vreemdelingen geen vlucht- en vestigingsalternatief aan binnen Irak.
|
||||
|
||||
#### 13.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 13.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 13.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 13.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Irak zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 13.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Irak komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 13.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 13.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 13.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Irak geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 13.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 13.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
De IND beschouwt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3192,40 +2841,20 @@ Geen bijzonderheden.
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 14.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 14.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 14.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 14.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Iran zijn met ingang van 18 oktober 2006 uitsluitend de volgende groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc:
|
||||
|
||||
• homoseksuelen, lesbiënnes, biseksuelen en transseksuelen.
|
||||
|
||||
#### 14.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Iran komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 14.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Daarbij geldt voor Iran in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 14.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 14.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Iran geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 14.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 14.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3279,40 +2908,22 @@ De IND acht het in ieder geval voor de volgende categorieën niet aannemelijk da
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 15.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 15.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 15.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 15.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Ivoorkust zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 15.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Ivoorkust komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 15.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Daarbij geldt voor Ivoorkust in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 15.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 15.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Ivoorkust geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 15.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 15.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
|
||||
|
||||
|
|
@ -3360,38 +2971,20 @@ Als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Libië te vrezen heeft v
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 16.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 16.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 16.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 16.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Libië zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 16.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Libië komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 16.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 16.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 16.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Libië geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 16.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 16.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
De wijzigingen van omstandigheden in Libië hebben, gelet op de informatie uit het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken, een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37 e Vv. De IND zal daarom een aan Libische vreemdelingen verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heroverwegen vanwege de regimewisseling in Libië.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3439,33 +3032,15 @@ Geen bijzonderheden.
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 17.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
|
||||
##### 17.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 17.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 17.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Mongolië zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 17.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Mongolië komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 17.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
#### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
In Mongolië is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
#### 17.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 17.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Mongolië geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 17.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 17.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3517,38 +3092,20 @@ De IND acht het in ieder geval voor de volgende categorieën niet aannemelijk da
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 18.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 18.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 18.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 18.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Nepal zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 18.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Nepal komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 18.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 18.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 18.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Nepal geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 18.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 18.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3560,7 +3117,7 @@ Ten aanzien van Nigeria geldt geen besluit in de zin van artikel 43, aanhef en o
|
|||
|
||||
#### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
|
|
@ -3598,45 +3155,27 @@ De IND acht het in ieder geval voor de volgende categorie niet aannemelijk dat h
|
|||
|
||||
In Nigeria is een vlucht- en vestigingsalternatief voor de volgende categorieën vreemdelingen:
|
||||
|
||||
a) vrouwen die vrezen voor besnijdenis;
|
||||
b) vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor vervolging van militante groeperingen;
|
||||
c) vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor vervolging van de zijde van een geheim genootschap;
|
||||
d) vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij in de noordelijke deelstaten van Nigeria hebben te vrezen voor strafrechtelijke vervolging op grond van de sharia.
|
||||
a. vrouwen die vrezen voor besnijdenis;
|
||||
b. vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor vervolging van militante groeperingen;
|
||||
c. vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor vervolging van de zijde van een geheim genootschap;
|
||||
d. vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij in de noordelijke deelstaten van Nigeria hebben te vrezen voor strafrechtelijke vervolging op grond van de sharia.
|
||||
|
||||
Ad a) Of vrouwen zich kunnen onttrekken aan besnijdenis door zich elders (buiten de eigen leefgemeenschap) te vestigen kan per geval verschillen. Dit is afhankelijk van de vraag in hoeverre vrouwen elders een nieuw bestaan kunnen opbouwen. Hierbij speelt het sociale netwerk een belangrijke rol. Het sociale netwerk kan bestaan uit de familie- of gezinsleden, maar ook uit andere sociale netwerken zoals verenigingen en kerkgenootschappen.
|
||||
Of vrouwen zich kunnen onttrekken aan besnijdenis door zich elders (buiten de eigen leefgemeenschap) te vestigen kan per geval verschillen. Dit is afhankelijk van de vraag in hoeverre vrouwen elders een nieuw bestaan kunnen opbouwen. Hierbij speelt het sociale netwerk een belangrijke rol. Het sociale netwerk kan bestaan uit de familie- of gezinsleden, maar ook uit andere sociale netwerken zoals verenigingen en kerkgenootschappen.
|
||||
|
||||
#### 19.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 19.6.1. Traumatabeleid
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 19.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 19.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Nigeria zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 19.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Nigeria komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 19.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
Daarbij geldt voor Nigeria dat:
|
||||
Daarbij geldt voor Nigeria in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 19.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 19.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Nigeria geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 19.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 19.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3686,38 +3225,20 @@ Voor overige personen geldt het algemene beleid in de zin van C2/6 Vc.
|
|||
|
||||
Het algemene beleid in de zin van C2/6 is van toepassing.
|
||||
|
||||
#### 20.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 20.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 20.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 20.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Pakistan zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van C2/4.1.
|
||||
|
||||
#### 20.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Pakistan komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 20.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 20.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 20.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Pakistan geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 20.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 20.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3765,40 +3286,20 @@ Geen bijzonderheden.
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 21.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 21.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 21.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 21.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Rusland zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 21.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Rusland komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 21.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Daarbij geldt voor Rusland in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
#### 21.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 21.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Rusland geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 21.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 21.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3858,33 +3359,15 @@ Van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling kan niet worden verlangd dat zij zi
|
|||
|
||||
Van een meerderjarige vreemdeling wordt verwacht dat hij zich aan het lidmaatschap van het geheime genootschap onttrekt door zich elders in Sierra Leone te vestigen. Van een minderjarige vreemdeling wordt niet verlangd dat de vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, wanneer de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
|
||||
|
||||
#### 22.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
|
||||
##### 22.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 22.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 22.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
8en aanzien van Sierra Leone zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 22.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Sierra Leone komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 22.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
#### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
In Sierra Leone is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
#### 22.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 22.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Sierra Leone geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 22.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 22.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3992,55 +3475,20 @@ Uitzonderingen voor wie geen vestigingsalternatief geldt in Somalië (inclusief
|
|||
• vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen hebben voor (seksuele) geweldpleging;
|
||||
• vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen hebben voor besnijdenis.
|
||||
|
||||
#### 23.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 23.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 23.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 23.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Somalië zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 23.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Somalië komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, indien:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend vóór 19 mei 2009;
|
||||
• de vreemdeling vóór 19 mei 2009 in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
Herbeoordeling van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw vindt plaats, indien tenminste één van de volgende situaties zich voordoet:
|
||||
|
||||
a. er is sprake van een intrekkingsgrond als bedoeld in artikel 32 Vw;
|
||||
b. er is sprake van fraude en misbruik tijdens de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, zoals vingermutilatie;
|
||||
c. er is gebleken dat de hoofdpersoon misbruik maakt van het beleid om (gestelde) gezinsleden te laten overkomen.
|
||||
|
||||
In deze gevallen wijst de IND ook de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af.
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, wordt niet herbeoordeeld om de enkele reden dat de verleningsgrond is komen te vervallen.
|
||||
|
||||
De aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, of de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, wordt niet afgewezen om de enkele reden dat de verleningsgrond is komen te vervallen.
|
||||
|
||||
#### 23.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Daarbij geldt voor Somalië in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 23.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 23.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Somalië geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 23.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 23.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4109,38 +3557,20 @@ De IND acht het in ieder geval voor de volgende categorieën niet aannemelijk da
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 24.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 24.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 24.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 24.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Sri Lanka zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 24.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Sri Lanka komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 24.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 24.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 24.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Sri Lanka geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 24.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 24.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4207,47 +3637,29 @@ De IND beschouwt uitsluitend als kwetsbare minderheidsgroep:
|
|||
De autoriteiten en/of internationale organisaties in Sudan bieden in ieder geval geen bescherming aan de volgende categorieën vreemdelingen:
|
||||
|
||||
• vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen hebben voor geweldpleging;
|
||||
• vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen hebben voor besnijdenis;
|
||||
• vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor besnijdenis;
|
||||
• vreemdelingen behorend tot de niet-Arabische bevolkingsgroepen uit Darfur (Noord-, Zuid-, en West-Darfur);
|
||||
• vreemdelingen behorend tot de bevolkingsgroep van de Nuba;
|
||||
• vreemdeling, die (vermeend) aanhanger is van SPLM/Noord in Sudan.
|
||||
• vreemdelingen, die (vermeend) aanhanger zijn van SPLM/Noord in Sudan.
|
||||
|
||||
##### 25.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van
|
||||
|
||||
De IND werpt een vlucht- of vestigingsalternatief niet tegen, behoudens de situatie als vermeld in paragraaf C7/25.4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 25.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 25.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 25.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 25.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Sudan zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 25.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Sudan komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 25.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Daarbij geldt voor Sudan in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn;
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 25.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 25.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Sudan geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 25.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 25.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4303,42 +3715,24 @@ Geen bijzonderheden.
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 26.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
#### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
##### 26.6.1. Traumatabeleid
|
||||
Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 26.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 26.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Syrië zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 26.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Syrië komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 26.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
Voor Syrië geldt dat:
|
||||
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
|
||||
|
||||
• algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en
|
||||
• de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
|
||||
|
||||
#### 26.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 26.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Syrië geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 26.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 26.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
### 27. Het beleid ten aanzien van Turkije
|
||||
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
|
||||
|
||||
#### 27.1. Besluitmoratorium
|
||||
|
||||
|
|
@ -4391,33 +3785,15 @@ Geen bijzonderheden.
|
|||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 27.6. Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van
|
||||
|
||||
##### 27.6.1. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 27.6.2. Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 27.6.3. Specifieke groepen in de zin van
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Turkije zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
#### 27.7. Categoriale bescherming in de zin van
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Turkije komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
|
||||
#### 27.8. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
#### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
In Turkije is adequate opvang beschikbaar in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
|
||||
|
||||
#### 27.9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 27.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Turkije geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
#### 27.10. Bijzonderheden
|
||||
#### 27.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue