From 8155a908b238e8e25af092564635a5722c8fdf0f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jun 2025 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2025-06-01 | BWBR0023009 | Binnenvaartwet --- wet/binnenvaartwet/BWBR0023009/README.md | 194 +++++++++++++++-------- 1 file changed, 130 insertions(+), 64 deletions(-) diff --git a/wet/binnenvaartwet/BWBR0023009/README.md b/wet/binnenvaartwet/BWBR0023009/README.md index 1a19257a760..55f8cc8e235 100644 --- a/wet/binnenvaartwet/BWBR0023009/README.md +++ b/wet/binnenvaartwet/BWBR0023009/README.md @@ -37,7 +37,11 @@ binnenschip: binnenwateren: wateren die in Nederland zijn gelegen binnen een langs de Nederlandse kust gaande, bij ministeriële regeling aan te wijzen lijn; -dekbemanning: de bemanning met uitzondering van de machinisten; +competentie: het bewezen vermogen om gebruik te maken van de in de vastgestelde normen voorgeschreven kennis en vaardigheden om de taken die nodig zijn voor het besturen van binnenvaartuigen goed uit te voeren; + +dekbemanningslid: persoon die betrokken is bij de algemene bediening van een vaartuig dat de binnenwateren bevaart en die verschillende taken uitvoert, zoals taken in verband met het besturen van een vaartuig, de beheersing van het vaartuig, ladingsbehandeling, stouwen, het vervoer van passagiers, scheepswerktuigbouwkundige aspecten, onderhoud en reparatie, communicatie, gezondheid, veiligheid en milieubescherming, niet zijnde personen die uitsluitend worden ingezet voor de bediening van de motoren, kranen, of elektrische en elektronische uitrusting; + +dienstboekje: een persoonlijk register waarin de gegevens met betrekking tot het arbeidsverleden van een bemanningslid staan genoteerd, met name de vaartijden en de gemaakte reizen; diepgang: verticale afstand van het laagste punt van de scheepsromp aan de onderkant van de bodembeplating of van de kiel tot het vlak van de grootste inzinking van de scheepsromp in meters; @@ -47,12 +51,28 @@ gezagvoerder: degene die het gezag voert over een schip; Herziene Rijnvaartakte: op 17 oktober 1868 te Mannheim tot stand gekomen Herziene Rijnvaartakte (Trb. 1955, 161); +kwalificatiecertificaat: een door een bevoegde autoriteit afgegeven certificaat waarin wordt verklaard dat een persoon aan de voorschriften van Richtlijn 2017/2397 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de Richtlijnen 91/672/EEG en 96/50/EG van de Raad voldoet; + +kwalificatiecertificaat schipper: een kwalificatiecertificaat houdende een vaarbevoegdheid; + onderneming: rechtspersoon, vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, maatschap dan wel natuurlijke persoon, die zich bezig houdt met bedrijfsmatig vervoer; Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; +richtlijn 2017/2397: richtlijn (EU) 2017/2397 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de richtlijnen 91/672/EEG en 96/50/EG van de Raad (PbEU 2017, L 345); + schip: zeeschip of binnenschip; +schipper: een dekbemanningslid dat gekwalificeerd is om een vaartuig op de binnenwateren te besturen en om aan boord de algemene verantwoordelijkheid te dragen, ook voor de bemanning, de passagiers en de lading; + +specifiek risico: een veiligheidsrisico als gevolg van bijzondere navigatie-omstandigheden waarvoor schippers competenties moeten hebben die verder gaan dan wat op grond van de Richtlijn 2017/2397 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart in het kader van de algemene normen voor managementcompetenties wordt verwacht; + +specifieke vergunning: een door een bevoegde autoriteit afgegeven aantekening op het kwalificatiecertificaat schipper waarmee wordt aangegeven dat de schipper aan aanvullende voorschriften betreffende de activiteiten genoemd in artikel 6 van richtlijn 2017/2397 voldoet; + +vaarbewijs: een bewijs van vaarbevoegdheid; + +vaartijd: de tijd, uitgedrukt in dagen, die dekbemanningsleden aan boord hebben doorgebracht tijdens een door de bevoegde autoriteit gevalideerde reis met een vaartuig op binnenwateren, met inbegrip van laad- en losactiviteiten die actieve scheepvaartoperaties vereisen; + verwerking van persoonsgegevens: hetgeen daaronder verstaan wordt in artikel 4, onderdelen 1 en 2, van de Algemene verordening gegevensbescherming; werkgever: @@ -82,7 +102,25 @@ vervoer: ### Artikel 2 -Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Gemeenschappen dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij ministeriële regeling de binnenwateren onderverdeeld in zones, die kunnen verschillen met het oog op de eigen omstandigheden van de vaart. +**1.** Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij ministeriële regeling de binnenwateren onderverdeeld in zones, die kunnen verschillen met het oog op de eigen omstandigheden van de vaart. + +**2.** + +Bij regeling van Onze Minister wordt een binnenwatertraject als binnenwater van maritieme aard geclassificeerd indien: + +a. het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 van toepassing is; +b. de boeien en borden overeen komen met het maritieme systeem; +c. landnavigatie op die binnenwateren noodzakelijk is; of +d. voor de navigatie op die binnenwateren maritieme uitrusting nodig is waarvan de bediening speciale kennis vergt. + +**3.** + +Een binnenwatertraject kan, wanneer dit nodig is om de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen, bij regeling van Onze Minister worden geclassificeerd als binnenwater met specifieke risico’s wanneer deze risico’s het gevolg zijn van een of meer van de volgende omstandigheden: + +a. vaak veranderende stroompatronen en -snelheid; +b. de hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg en het ontbreken van passende vaarweginformatiediensten over de binnenwaterweg of van geschikte kaarten; +c. de aanwezigheid van een specifieke lokale verkeersregeling die wordt gerechtvaardigd door specifieke hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg; of +d. een hoge ongevallenfrequentie op een specifiek traject van de binnenwateren, die wordt toegeschreven aan het ontbreken van een competentie die niet door de op grond van artikel 22 bij ministeriële regeling gestelde regels wordt geëist. ### Paragraaf 3. Toepassingsgebied @@ -103,7 +141,7 @@ b. behorende tot een buitenlandse krijgsmacht. **1.** Het is degene die bedrijfsmatig vervoer van goederen of personen verricht verboden een schip te gebruiken waarvoor niet een in het tweede lid bedoeld document van toelating is afgegeven. -**2.** Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Gemeenschappen dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur documenten van toelating vastgesteld, die voor bepaalde categorieën van schepen of bepaalde soorten van vervoer kunnen verschillen. +**2.** Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur documenten van toelating vastgesteld, die voor bepaalde categorieën van schepen of bepaalde soorten van vervoer kunnen verschillen. ### Artikel 6 @@ -113,7 +151,7 @@ b. behorende tot een buitenlandse krijgsmacht. **3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het aantonen van de vakbekwaamheid, waaronder in ieder geval zijn begrepen de vereiste kennisgebieden en de vereiste scholing of praktijkervaring. -**4.** Documenten die ten bewijze van de vakbekwaamheid zijn afgegeven door een andere lidstaat van de Europese Unie krachtens bindende besluiten van instellingen van de Europese Gemeenschappen, door een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of door Zwitserland, worden gelijkgesteld aan het bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in het eerste lid. +**4.** Documenten die ten bewijze van de vakbekwaamheid zijn afgegeven door een andere lidstaat van de Europese Unie krachtens bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie, door een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of door Zwitserland, worden gelijkgesteld aan het bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in het eerste lid. **5.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen en voor welke termijnen Onze Minister ontheffing kan verlenen van het eerste lid. Onze Minister kan aan de ontheffing voorschriften of beperkingen verbinden. @@ -127,11 +165,11 @@ b. behorende tot een buitenlandse krijgsmacht. **1.** Het is verboden een schip te gebruiken zonder de vereiste geldige certificaten. -**2.** Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Gemeenschappen dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur de soorten certificaten van onderzoek en de categorieën van binnenschepen aangewezen waarvoor een certificaat van onderzoek vereist is. +**2.** Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur de soorten certificaten van onderzoek en de categorieën van binnenschepen aangewezen waarvoor een certificaat van onderzoek vereist is. ### Artikel 8 -**1.** Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Gemeenschappen dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij ministeriële regeling regels gesteld met betrekking tot de technische staat van een binnenschip. +**1.** Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij ministeriële regeling regels gesteld met betrekking tot de technische staat van een binnenschip. **2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in aanvulling op de in het eerste lid bedoelde regels. @@ -175,7 +213,7 @@ Het is verboden een schip te gebruiken waarvan de toestand, het gebruik en de ui ### Artikel 14 -**1.** Onze Minister is belast met het onderzoek van een schip ingevolge deze paragraaf. De onderzoeken kunnen geheel of ten dele worden verricht door daartoe door Onze Minister aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen erkende classificatiebureaus. +**1.** Onze Minister is belast met het onderzoek van een schip ingevolge deze paragraaf. De onderzoeken kunnen geheel of ten dele worden verricht door daartoe door Onze Minister aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen of door de Commissie van de Europese Unie erkende classificatiebureaus. **2.** Onze Minister kan in overeenstemming met de ambtgenoten die het aangaat diensten en personen, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister, aanwijzen die voor het verrichten van werkzaamheden samenhangende met het onderzoek van een schip ter beschikking worden gesteld van Onze Minister. @@ -245,7 +283,7 @@ b. een zeeschip waarmee, op grond van een certificaat van onderzoek, op de binne ### Artikel 22 -**1.** Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Gemeenschappen dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij ministeriële regeling regels gesteld voor bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van schepen met betrekking tot de vaartijden en bemanningssterkte, de uitrustingsstukken van binnenschepen en de hiermee verband houdende eisen. +**1.** Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij ministeriële regeling regels gesteld voor bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van schepen met betrekking tot de vaartijden en bemanningssterkte, de uitrustingsstukken van binnenschepen en de hiermee verband houdende eisen. **2.** @@ -285,41 +323,43 @@ b. de tot hem gerichte krachtens het vierde of vijfde lid, aan een vrijstelling **1.** Het is een gezagvoerder of een werkgever verboden een schip te gebruiken met een bemanningslid dat niet over een geldige geneeskundige verklaring beschikt. -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gesteld met betrekking tot de geneeskundige verklaring. +**2.** Een bemanningslid is verplicht zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid aan te tonen aan de werkgever, schipper of een ambtenaar als bedoeld in artikel 40, eerste of tweede lid, indien er objectieve aanwijzingen zijn dat het bemanningslid niet over die lichamelijke en geestelijke geschiktheid beschikt. -**3.** De artikelen 28 en 31 zijn van overeenkomstige toepassing. +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gesteld met betrekking tot de geneeskundige verklaring. + +**4.** De artikelen 28 en 31 zijn van overeenkomstige toepassing op het eerste en tweede lid. ### Artikel 24 -**1.** Een ambtenaar als bedoeld in artikel 40, eerste of tweede lid, kan vorderen dat binnen een door hem te stellen termijn een nieuw geneeskundig onderzoek wordt uitgevoerd, indien hij redelijkerwijs vermoedt dat de houder daarvan niet meer voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 23, tweede lid. +**1.** Een ambtenaar als bedoeld in artikel 40, eerste of tweede lid, kan vorderen dat binnen een door hem te stellen termijn een nieuw geneeskundig onderzoek wordt uitgevoerd, indien hij redelijkerwijs vermoedt dat de houder daarvan niet meer voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 23, derde lid. **2.** Indien een geneeskundige verklaring wordt afgegeven overeenkomstig het eerste lid, komen de kosten van afgifte ten laste van het Rijk. **3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. -### Paragraaf 4. Vaarbewijs +### Paragraaf 4. Vaarbewijzen, kwalificatiecertificaten en specifieke vergunningen ### Artikel 25 -**1.** Voor het voeren van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen categorieën van schepen is aan de gezagvoerder een geldig vaarbewijs afgegeven. +**1.** Voor het voeren van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen categorieën van schepen is aan de gezagvoerder een geldig vaarbewijs en eventueel een specifieke vergunning afgegeven. -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de verschillende soorten vaarbewijzen en de geldigheidsduur vastgesteld. +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de verschillende soorten vaarbewijzen en specifieke vergunningen en de geldigheidsduur daarvan vastgesteld. **3.** Dit artikel is niet van toepassing op de gezagvoerder aan wie een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gelijkwaardig document is afgegeven. -**4.** Het is verboden een schip te gebruiken zonder dat aan de gezagvoerder het daarvoor vereiste geldige vaarbewijs is afgegeven. +**4.** Het is verboden een schip te gebruiken zonder dat aan de gezagvoerder het daarvoor vereiste geldige vaarbewijs of de eventueel vereiste specifieke vergunning is afgegeven. **5.** Het voeren of als gezagvoerder doen voeren van een schip is verboden aan degene: -a. die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld vaarbewijs voor een gedeelte of het geheel van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard, gedurende dat gedeelte of het geheel van de geldigheidsduur, +a. die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld specifieke vergunning of vaarbewijs voor een gedeelte of het geheel van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard, gedurende dat gedeelte of het geheel van de geldigheidsduur, b. aan wie ingevolge artikel 35b van de Scheepvaartverkeerswet de bevoegdheid tot het voeren van schepen is ontzegd, gedurende de termijn van ontzegging, of -c. van wie het vaarbewijs of het bewijs van vrijstelling of ontheffing, bedoeld in artikel 31, met toepassing van de artikelen 35a of 35c van de Scheepvaartverkeerswet is ingenomen en niet is teruggegeven. +c. van wie de specifieke vergunning, het vaarbewijs of het bewijs van vrijstelling of ontheffing, bedoeld in artikel 31, met toepassing van de artikelen 35a of 35c van de Scheepvaartverkeerswet is ingenomen en niet is teruggegeven. ### Artikel 26 -**1.** Onze Minister verstrekt een vaarbewijs na overlegging van verklaringen waaruit blijkt, dat de aanvrager voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorschriften om het binnenschip veilig te voeren. +**1.** Onze Minister verstrekt een specifieke vergunning of een vaarbewijs na overlegging van verklaringen waaruit blijkt, dat de aanvrager voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorschriften om het binnenschip veilig te voeren. **2.** @@ -328,49 +368,70 @@ De in het eerste lid bedoelde voorschriften hebben betrekking op: a. de lichamelijke en geestelijke geschiktheid; en b. de kennis en de bekwaamheid om het binnenschip te voeren. -**3.** De in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen betrekking hebben op de vaartijd. Onder vaartijd wordt verstaan de tijd die na het bereiken van de leeftijd van 16 jaar is doorgebracht als lid van de dekbemanning van een schip. +**3.** De in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen betrekking hebben op de vaartijd. -**4.** De in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen verschillend zijn naar gelang het soort vaarbewijs. +**4.** De in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen verschillend zijn naar gelang het soort specifieke vergunning of vaarbewijs. + +### Artikel 26a + +**1.** Aan personen die een functie aan boord uitoefenen als onderdeel van de dekbemanning wordt een kwalificatiecertificaat voor de betreffende functie afgegeven. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden de verschillende soorten kwalificatiecertificaten voor de dekbemanning niet zijnde gezagvoerder vastgesteld. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt de geldigheidsduur van het kwalificatiecertificaat vastgesteld. + +**4.** Onze Minister verstrekt een kwalificatiecertificaat na overlegging van verklaringen waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorschriften voor het uitoefenen van de desbetreffende functie van het lid van de dekbemanning. + +**5.** + +De voorschriften hebben betrekking op: + +a. de lichamelijke en geestelijke geschiktheid; en +b. de kennis en de bekwaamheid om de desbetreffende functie als lid van de dekbemanning als bedoeld in het eerste lid uit te voeren. + +**6.** De voorschriften kunnen verschillend zijn naar gelang het soort kwalificatiecertificaat. + +**7.** Certificaten die worden gehouden door personen die betrokken zijn bij het bedienen van een vaartuig maar geen schipper zijn en die overeenkomstig Richtlijn 2008/106/EG afgegeven of erkend zijn, zijn geldig op zeeschepen die gebruikmaken van binnenwateren. ### Artikel 27 **1.** -Een vaarbewijs of bewijs van vrijstelling of ontheffing, bedoeld in artikel 31, wordt niet afgegeven aan degene: +Een vaarbewijs, een kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of bewijs van vrijstelling of ontheffing, bedoeld in artikel 31, wordt niet afgegeven aan degene: -a. die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; -b. van wie het bewijs ongeldig is verklaard, gedurende de termijn van ongeldigheid; +a. die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, behalve in de gevallen waarbij bij in de voorschriften gesteld op grond van artikel 26a een lagere leeftijd wordt bepaald waarop een kwalificatiecertificaat voor een bemanningslid dat geen schipper is kan worden behaald; +b. van wie het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning, vaarbewijs, het bewijs van vrijstelling of het bewijs van ontheffing ongeldig is verklaard, gedurende de termijn van ongeldigheid; c. aan wie ingevolge artikel 35b van de Scheepvaartverkeerswet de bevoegdheid tot het voeren van schepen is ontzegd, gedurende de termijn van ontzegging; of d. van wie het bewijs met toepassing van de artikelen 35a of 35c van de Scheepvaartverkeerswet is ingenomen en niet is teruggegeven. -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt onder vaarbewijs mede verstaan een vaarbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woont. +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt onder kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of vaarbewijs mede verstaan een vaarbewijs of de specifieke vergunning, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woont. ### Artikel 28 -**1.** Onze Minister wijst de deskundigen aan die belast zijn met het onderzoek naar de lichamelijke en geestelijke geschiktheid, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel a. De deskundige geeft een verklaring af, indien het onderzoek met gunstig gevolg heeft plaatsgevonden. +**1.** Onze Minister wijst de deskundigen aan die belast zijn met het onderzoek naar de lichamelijke en geestelijke geschiktheid, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel a, en artikel 26a, vijfde lid, onderdeel a. De deskundige geeft een verklaring af, indien het onderzoek met gunstig gevolg heeft plaatsgevonden. -**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde verklaring daartoe aanleiding geeft, kunnen aan het vaarbewijs voorschriften of beperkingen worden verbonden, die op het vaarbewijs worden opgenomen. +**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde verklaring daartoe aanleiding geeft, kunnen aan het kwalificatiecertificaat of het vaarbewijs voorschriften of beperkingen worden verbonden, die op het vaarbewijs of kwalificatiecertificaat worden opgenomen. **3.** Indien de afgifte van een in het eerste lid bedoelde verklaring wordt geweigerd of indien blijkt uit die verklaring dat het gaat om een beperkte geschiktheid, dan wordt de aanvrager op diens aanvraag door een andere door Onze Minister aangewezen deskundige nogmaals onderzocht. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. **4.** De deskundige gaat eerst tot een onderzoek over nadat de aanvrager zich heeft gelegitimeerd. -**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen het onderzoek achterwege blijft en op welke wijze en voor welk soort vaarbewijs de aanvrager zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid opnieuw aantoont. +**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen het onderzoek achterwege blijft en op welke wijze en voor welk soort vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning de aanvrager zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid opnieuw aantoont. **6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het onderzoek of de verklaring van lichamelijke en geestelijke geschiktheid. -**7.** Het is de gezagvoerder of de werkgever verboden te handelen in strijd met de voorschriften die ingevolge het tweede lid zijn verbonden aan een vaarbewijs. +**7.** Het is de gezagvoerder of de werkgever verboden te handelen in strijd met de voorschriften die ingevolge het tweede lid zijn verbonden aan een vaarbewijs, een kwalificatiecertificaat of een specifieke vergunning. ### Artikel 29 -**1.** Onze Minister wijst de instellingen of personen aan die belast zijn met het onderzoek naar de kennis en bekwaamheid als bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel b. Op de aangewezen instellingen of personen is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing. Zij verstrekken een verklaring, indien het onderzoek met gunstig gevolg heeft plaatsgevonden. +**1.** Onze Minister wijst de instellingen of personen aan die belast zijn met het onderzoek naar de kennis en bekwaamheid als bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel b, en artikel 26a, vijfde lid, onderdeel b. Op de aangewezen instellingen of personen is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing. Zij verstrekken een verklaring, indien het onderzoek met gunstig gevolg heeft plaatsgevonden. **2.** Het onderzoek kan geheel of gedeeltelijk achterwege blijven, indien de aanvrager in het bezit is van: -a. een geldig vaarbewijs; -b. een vaarbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur; +a. een geldig vaarbewijs, een geldig kwalificatiecertificaat of een geldige specifieke vergunning; +b. een vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur; c. een door Onze Minister ingevolge artikel 32, eerste lid, erkend gelijkwaardig document of bewijs van kennis en bekwaamheid voor de binnenvaart. **3.** @@ -384,18 +445,20 @@ b. de aanwijzing van instellingen of personen, bedoeld in het eerste lid. **1.** -Onze Minister kan een vaarbewijs ongeldig verklaren voor een gedeelte of het geheel van de geldigheidsduur, indien: +Onze Minister kan voor een gedeelte of het geheel van de geldigheidsduur een vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning ongeldig verklaren of aan een vaarbewijs of kwalificatiecertificaat voorschriften of beperkingen verbinden, indien: -a. het vaarbewijs is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven, indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest; -b. het vaarbewijs kennelijk abusievelijk aan de houder is afgegeven; +a. het vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of de specifieke vergunning is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven, indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest; +b. het vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of de specifieke vergunning kennelijk abusievelijk aan de houder is afgegeven; c. de houder hierom schriftelijk verzoekt; -d. de houder blijkens een nader onderzoek niet beschikt over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid die is vereist voor het voeren van een binnenschip dan wel zich op eerste vordering van Onze Minister niet aan een dergelijk onderzoek onderwerpt; -e. naar zijn oordeel de houder niet over de kennis of bekwaamheid beschikt die is vereist voor het voeren van een binnenschip; +d. de houder blijkens een nader onderzoek, onder andere zoals bedoeld in artikel 23, tweede lid, niet beschikt over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid die is vereist op basis van de voorschriften voor het verkrijgen van een vaarbewijs of kwalificatiecertificaat dan wel zich op eerste vordering van Onze Minister niet aan een dergelijk onderzoek onderwerpt; +e. naar zijn oordeel de houder niet over de kennis of bekwaamheid beschikt die is vereist op basis van de voorschriften voor het verkrijgen van een vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning; of f. de houder niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in artikel 28, tweede lid. -**2.** Indien bij het nader onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, de ongeschiktheid niet blijkt, komen de kosten van het onderzoek ten laste van het Rijk. Artikel 28, eerste lid en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**2.** Indien bij het nader onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, de ongeschiktheid niet blijkt, komen de kosten van het onderzoek, indien dat is uitgevoerd op vordering van Onze Minister, ten laste van het Rijk. Artikel 28, eerste lid en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. -**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het ongeldig verklaren, het invorderen en het teruggeven van een vaarbewijs. +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het ongeldig verklaren, het invorderen en het teruggeven van een vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning en met betrekking tot de schorsing van een kwalificatiecertificaat. + +**4.** De voorschriften en beperkingen bedoeld in het eerste lid worden opgenomen op het vaarbewijs of kwalificatiecertificaat. ### Artikel 31 @@ -409,15 +472,15 @@ f. de houder niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in artikel 28, tweede li ### Artikel 32 -**1.** Onze Minister kan een bewijs van kennis en bekwaamheid voor een of meer vormen van binnenvaart erkennen, indien naar zijn oordeel het bewijs voldoende waarborg biedt voor het veilig voeren van een binnenschip. Alsdan treedt het bewijs van kennis en bekwaamheid gedeeltelijk in de plaats van het onderzoek of geheel in de plaats van de verklaring, bedoeld in artikel 29, eerste lid. +**1.** Onze Minister kan, voor zover erkenning niet geregeld wordt door de Richtlijn 2017/2397 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart, een bewijs van kennis en bekwaamheid voor een of meer vormen van binnenvaart erkennen, indien naar zijn oordeel het bewijs voldoende waarborg biedt dat het vereiste competentieniveau behaald wordt en het veiligheidsniveau voldoende is. Alsdan treedt het bewijs van kennis en bekwaamheid gedeeltelijk in de plaats van het onderzoek of geheel in de plaats van de verklaring, bedoeld in artikel 29, eerste lid. -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen vaarbewijzen of bewijzen van kennis en bekwaamheid worden erkend die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit in het buitenland. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen, voor zover erkenning niet geregeld wordt door de Richtlijn 2017/2397 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart, vaarbewijzen of bewijzen van kennis en bekwaamheid worden erkend die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit in het buitenland. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. **3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op andere geneeskundige verklaringen dan de verklaring, bedoeld in artikel 28, eerste lid. ### Artikel 33 -**1.** Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Gemeenschappen dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij ministeriële regeling regels gegeven ten aanzien van vaarbewijzen. +**1.** Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij ministeriële regeling regels gegeven ten aanzien van vaarbewijzen, kwalificatiecertificaten en specifieke vergunningen. **2.** Het is verboden te handelen in strijd met de regels, bedoeld in het eerste lid. @@ -425,15 +488,15 @@ f. de houder niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in artikel 28, tweede li Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden met betrekking tot: -a. de binnenwateren waarop de vaarbewijzen geldig zijn, de houder van het vaarbewijs of het binnenschip waarmee wordt gevaren; -b. de vereisten voor de afgifte van de vaarbewijzen; -c. de modellen voor de vaarbewijzen. +a. de binnenwateren waarop de kwalificatiecertificaten, de specifieke vergunningen en de vaarbewijzen geldig zijn, de houder van het kwalificatiecertificaat, de specifieke vergunning of het vaarbewijs of het binnenschip waarmee wordt gevaren; +b. de vereisten voor de afgifte van de kwalificatiecertificaten, de specifieke vergunningen en de vaarbewijzen; +c. de modellen voor de kwalificatiecertificaten, de specifieke vergunningen en de vaarbewijzen. ### Artikel 35 -**1.** Aan autoriteiten die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet of die zijn belast met de handhaving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels, worden op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze gegevens verstrekt omtrent afgegeven en ongeldige vaarbewijzen die deze autoriteiten voor de uitoefening van hun taak behoeven. +**1.** Aan autoriteiten die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet of die zijn belast met de handhaving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels, worden op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze gegevens verstrekt omtrent afgegeven, ongeldige of tijdelijk opgeschorte kwalificatiecertificaten, specifieke vergunningen of afgegeven en ongeldige vaarbewijzen die deze autoriteiten voor de uitoefening van hun taak behoeven. -**2.** Aan de met de afgifte van vaarbewijzen belaste autoriteiten buiten Nederland worden inlichtingen als in het eerste lid bedoeld verstrekt in de gevallen en op de wijze, zoals bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald. +**2.** Aan de met de afgifte van kwalificatiecertificaten, specifieke vergunningen en vaarbewijzen belaste autoriteiten buiten Nederland worden inlichtingen als in het eerste lid bedoeld verstrekt in de gevallen en op de wijze, zoals bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald. ### Paragraaf 5. Vaarbevoegdheid en registratie van gegevens @@ -443,33 +506,36 @@ c. de modellen voor de vaarbewijzen. Onze Minister houdt een register bij van: -a. ontzeggingen van de vaarbevoegdheid als bedoeld in artikel 35b van de Scheepvaartverkeerswet; -b. vaarbewijzen of bewijzen van vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 31, die: +a. de afgifte, verlenging, schorsing of intrekking van kwalificatiecertificaten, specifieke vergunningen, vaarbewijzen, dienstboekjes en vaartijdenboeken; +b. ontzeggingen van de vaarbevoegdheid als bedoeld in artikel 35b van de Scheepvaartverkeerswet; +c. vaarbewijzen of bewijzen van vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 31, die: 1°. zijn ingeleverd of ingevorderd ingevolge de artikelen 35a, 35b of 35c van de Scheepvaartverkeerswet, of 2°. ongeldig zijn verklaard. +d. de afgifte, verlenging, schorsing, intrekking, diefstal, vernietiging of het verlies van kwalificatiecertificaten, vaarbewijzen, dienstboekjes en vaartijdenboeken, afgegeven overeenkomstig het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn. **2.** Het verwerken van gegevens als bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor de volgende doeleinden: -a. een goede en adequate uitvoering van deze wet, voor zover het gaat om de ontzegging van de vaarbevoegdheid en de ongeldigverklaring van vaardocumenten, bedoeld in artikel 25, vijfde lid; +a. een goede en adequate uitvoering van deze wet, voor zover het gaat om de ontzegging van de vaarbevoegdheid en de ongeldigverklaring van vaardocumenten, bedoeld in artikel 25, vijfde lid, en de in het eerste lid, onder a en d, benoemde handelingen; b. de handhaving van bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, voor zover het gaat om ontzegging van de vaarbevoegdheid en de ongeldigverklaring van vaardocumenten, bedoeld in artikel 25, vijfde lid. **3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inrichting en het beheer van het register. Deze regels betreffen in ieder geval: -a. de periode gedurende welke de gegevens worden bewaard; -b. de verbetering, aanvulling of verwijdering van gegevens, al dan niet op verzoek van betrokkene; -c. de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens kunnen worden verstrekt; -d. de voorgenomen doorgiften van gegevens naar landen buiten de Europese Unie. +a. de gegevens die in het register worden opgenomen; +b. de periode gedurende welke de gegevens worden bewaard; +c. de verbetering, aanvulling of verwijdering van gegevens, al dan niet op verzoek van betrokkene; +d. de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens kunnen worden verstrekt; +e. de voorgenomen doorgiften van gegevens naar landen buiten de Europese Unie. ### Artikel 35b **1.** Aan autoriteiten die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet of zijn belast met de handhaving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, worden op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze gegevens verstrekt omtrent ontzeggingen van de vaarbevoegdheid die deze autoriteiten voor de uitoefening van hun taak behoeven. -**2.** Aan de met de afgifte van vaarbewijzen belaste autoriteiten buiten Nederland worden inlichtingen als in het eerste lid bedoeld verstrekt in de gevallen en op de wijze, zoals bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald. +**2.** Aan de met de afgifte van kwalificatiecertificaten, specifieke vergunningen of vaarbewijzen belaste autoriteiten buiten Nederland worden inlichtingen als in het eerste lid bedoeld verstrekt in de gevallen en op de wijze, zoals bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald. ### Artikel 35c @@ -516,13 +582,13 @@ Persoonsgegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de a. artikel 6, mede betreffende de wettelijke onbekwaamheid, met het oogmerk te beoordelen of aan dit artikel toepassing kan worden gegeven dan wel of ontheffing onderscheidenlijk vrijstelling kan worden verleend; b. artikel 23, met het oogmerk te beoordelen of een bemanningslid voldoet of niet meer voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde vereisten betreffende de lichamelijke geschiktheid; -c. artikel 26, eerste lid, met het oogmerk te beoordelen of de aanvrager voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen betreffende de lichamelijke en geestelijke geschiktheid; -d. artikel 30, eerste lid, onderdeel d, met het oogmerk te beoordelen of sprake is van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van de houder van een vaarbewijs; -e. artikel 35a, ter handhaving van rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de vaarbevoegdheid en ter voorkoming van de afgifte van vaarbewijzen of bewijzen van vrijstelling of ontheffingen, bedoeld in artikel 31, aan personen als bedoeld in artikel 25, vijfde lid. +c. artikel 26, eerste lid, en artikel 26a, vijfde lid, met het oogmerk te beoordelen of de aanvrager voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen betreffende de lichamelijke en geestelijke geschiktheid; +d. artikel 30, eerste lid, onderdeel d, met het oogmerk te beoordelen of sprake is van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van de houder van een kwalificatiecertificaat of vaarbewijs; +e. artikel 35a, ter handhaving van rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de vaarbevoegdheid en ter voorkoming van de afgifte van kwalificatiecertificaten, vaarbewijzen of bewijzen van vrijstelling of ontheffingen, bedoeld in artikel 31, aan personen als bedoeld in artikel 25, vijfde lid. **2.** Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de in het eerste lid bedoelde persoonsgegevens. -**3.** Ter uitvoering van de Herziene Rijnvaartakte kunnen persoonsgegevens worden verwerkt over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming van de bemanning van schepen die zich op de Rijn, inbegrepen de Lek en de Waal, bevinden. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde de lichamelijke geschiktheid van de bemanning vast te stellen. +**3.** Ter uitvoering van de Herziene Rijnvaartakte en de Europese richtlijn (EU) 2017/2397 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de Richtlijnen 91/672/EEG en 96/50/EG van de Raad (PbEU 2017, L 345) kunnen persoonsgegevens worden verwerkt over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming van de bemanning van schepen die zich op de Rijn, inbegrepen de Lek en de Waal, bevinden. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde de lichamelijke geschiktheid van de bemanning vast te stellen. **4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wie verwerkingsverantwoordelijke is voor de verwerking van de in het derde lid bedoelde persoonsgegevens. @@ -635,13 +701,13 @@ b. de door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Water ### Artikel 42 -**1.** Een ambtenaar als bedoeld in artikel 40 is bevoegd afgifte van het vaarbewijs te vorderen indien naar zijn oordeel het vermoeden bestaat van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het voeren van een binnenschip of de houder niet over de kennis of bekwaamheid beschikt die is vereist voor het voeren van een binnenschip. Hij legt het vaarbewijs waarvan afgifte is gevorderd onverwijld en onder opgave van redenen aan Onze Minister over. +**1.** Een ambtenaar als bedoeld in artikel 40 is bevoegd afgifte van het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs te vorderen indien naar zijn oordeel het vermoeden bestaat van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het voeren van een binnenschip of de houder niet over de kennis of bekwaamheid beschikt die is vereist voor het voeren van een binnenschip. Hij legt het kwalificatiecertificaat of het vaarbewijs waarvan afgifte is gevorderd onverwijld en onder opgave van redenen aan Onze Minister over. -**2.** Onze Minister neemt, nadat hij van de vordering tot afgifte kennis heeft genomen, onverwijld een besluit over de geldigheid van het vaarbewijs. Totdat een besluit als bedoeld in dit lid is genomen, geldt het besluit van de vordering tot afgifte als een besluit als bedoeld in artikel 31, derde lid. +**2.** Onze Minister neemt, nadat hij van de vordering tot afgifte kennis heeft genomen, onverwijld een besluit over de geldigheid van het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs. Totdat een besluit als bedoeld in dit lid is genomen, geldt het besluit van de vordering tot afgifte als een besluit als bedoeld in artikel 31, derde lid. -**3.** Wanneer Onze Minister niet tot verlies van geldigheid besluit, geeft hij het vaarbewijs aan de houder terug. +**3.** Wanneer Onze Minister niet tot verlies van geldigheid besluit, geeft hij het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs aan de houder terug. -**4.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vaarbewijs als bedoeld in artikel 32, tweede lid. Onze Minister legt dit vaarbewijs onverwijld en onder opgave van redenen over aan de desbetreffende bevoegde autoriteit in het buitenland met het verzoek over de geldigheid van het vaarbewijs een besluit te nemen. +**4.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of een vaarbewijs als bedoeld in artikel 32, tweede lid. Onze Minister legt dit kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of vaarbewijs onverwijld en onder opgave van redenen over aan de desbetreffende bevoegde autoriteit in het buitenland met het verzoek over de geldigheid van het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs een besluit te nemen. ### Artikel 43 @@ -690,7 +756,7 @@ Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de **4.** Bij ministeriële regeling worden de boetebedragen voor de beboetbare feiten vastgesteld. -**5.** Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd inzake overtredingen als bedoeld in de artikelen 25, vierde lid en vijfde lid, 28, zevende lid, 31, vierde lid, en 33, tweede lid, voor zover het betreft bij ministeriële regeling aangewezen categorieën vaarbewijzen. +**5.** Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd inzake overtredingen als bedoeld in de artikelen 25, vierde lid en vijfde lid, 28, zevende lid, 31, vierde lid, en 33, tweede lid, voor zover het betreft bij ministeriële regeling aangewezen categorieën kwalificatiecertificaten, specifieke vergunningen en vaarbewijzen. ### Artikel @@ -700,7 +766,7 @@ Vervallen **1.** Wanneer door het handelen in strijd met de artikelen 5, eerste lid, 6, eerste lid en zesde lid, 7, eerste lid, 8, derde lid, 10, tweede lid, 11, 12, 13, vierde lid, 21, eerste lid, 22, negende lid, 23, eerste lid, 25, vierde lid en vijfde lid, 28, zevende lid, 31, vierde lid, 33, tweede lid, 36, vierde lid, 37, tweede lid, 43, tweede lid, en 46, tweede lid, gevaar voor de openbare veiligheid ontstaat of kan ontstaan, worden deze gedragingen aangemerkt als strafbaar feit. -**2.** Handelen in strijd met artikel 17, vijfde lid, alsmede met de bepalingen, bedoeld in artikel 48, vijfde lid, voor zover het betreft bij ministeriële regeling aangewezen categorieën vaarbewijzen, is een strafbaar feit. +**2.** Handelen in strijd met artikel 17, vijfde lid, alsmede met de bepalingen, bedoeld in artikel 48, vijfde lid, voor zover het betreft bij ministeriële regeling aangewezen categorieën kwalificatiecertificaten, specifieke vergunningen en vaarbewijzen, is een strafbaar feit. **3.** Strafbare feiten als bedoeld in het eerste en tweede lid zijn overtredingen.