2019-06-14 | BWBR0022762 | Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
This commit is contained in:
parent
0abb794f0f
commit
8191d9c619
1 changed files with 174 additions and 32 deletions
|
|
@ -6433,7 +6433,7 @@ b. de toepassing van de afvalstof bijdraagt aan de fysische of bouwtechnische ei
|
|||
|
||||
### Artikel 4.74la
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 6.1, eerste lid, worden voor inrichtingen als bedoeld in categorie 11.3, onderdeel c, onder 2°, van bijlage I, bij het Besluit omgevingsrecht waarvoor tot de inwerkingtreding van deze paragraaf een vergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en onherroepelijk was, de voorschriften van die vergunning voor onbepaalde tijd aangemerkt als maatwerkvoorschriften, mits de voorschriften van de vergunning vallen binnen de bevoegdheid van het bevoegd gezag tot het stellen van maatwerkvoorschriften op grond van artikel 2.20.
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4.5a.5. Het vormgeven van betonproducten
|
||||
|
||||
|
|
@ -7317,6 +7317,8 @@ b. die stookinstallaties zodanig zijn gelegen dat de afgassen, naar het oordeel
|
|||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder bestaande grote stookinstallatie verstaan: grote stookinstallatie die op 30 oktober 1999, overeenkomstig de toen geldende regelgeving, in bedrijf was, of waarvoor een vergunning was verleend en die uiterlijk op 30 oktober 2000 in gebruik is genomen.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1442 verstaan: uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1442 van de Commissie van 31 juli 2017 tot vaststelling van BBT-conclusies (beste beschikbare technieken) op grond van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad, voor grote stookinstallaties (PbEU 2017, L212).
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2
|
||||
|
||||
Een grote stookinstallatie wordt op een zodanige wijze ontworpen, uitgerust, onderhouden en geëxploiteerd, met inbegrip van een op berekeningen gebaseerde hoogte van de schoorsteen, dat afgassen op gecontroleerde wijze door de schoorsteen worden afgevoerd en wordt voorkomen dat de emissies in de lucht leiden tot overschrijding van:
|
||||
|
|
@ -7346,19 +7348,38 @@ c. ingeval het een andere grote stookinstallatie dan bedoeld onder a en b betref
|
|||
|
||||
De emissies van zwaveldioxide overschrijden de emissiegrenswaarden van tabel 5.4 niet.
|
||||
|
||||
| Vaste of vloeibare brandstoffen | Totaal nominaal thermisch ingangsvermogen | |
|
||||
| *Vaste of vloeibare brandstoffen* | *Type stookinstallatie, type brandstof* | |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| – vaste biomassa | 60 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – gasturbine of dieselmotor | 60 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – bestaande grote stookinstallatie anders dan gasturbine of dieselmotor | 150 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – overig | 80 mg/Nm^3 | |
|
||||
| | | |
|
||||
| *Gasvormige brandstoffen* | *Type stookinstallatie, type brandstof* | |
|
||||
| – vloeibaar gemaakt gas | 5 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – cokesovengas of hoogovengas in gasmotor of gasturbine | 60 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – cokesovengas in andere stookinstallatie | 220 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – hoogovengas in andere stookinstallatie | 150 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – overig | 35 mg/Nm^3 | |
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid voldoet een stookinstallatie die voor de datum van inwerkingtreding van dit lid in bedrijf is genomen, tot 17 augustus 2021 aan de emissiegrenswaarden in tabel 5.4a.
|
||||
|
||||
| *Vaste of vloeibare brandstoffen* | *Totaal nominaal thermisch ingangsvermogen* | |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| 50 – 300 MW | 200 mg/Nm^3 | |
|
||||
| > 300 MW | 150 mg/Nm^3 | |
|
||||
| Gasvormige brandstoffen | Type brandstof | |
|
||||
| | | |
|
||||
| *Gasvormige brandstoffen* | *Type brandstof* | |
|
||||
| – vloeibaar gemaakt gas | 5 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – cokesovengas | 400 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – hoogovengas | 150 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – andere gasvormige brandstoffen | 35 mg/Nm^3 | |
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid stelt het bevoegd gezag bij vergunningvoorschrift voor een grote stookinstallatie een emissiegrenswaarde voor zwaveldioxide van ten hoogste 500 mg/ Nm^3 vast, indien:
|
||||
In afwijking van het eerste en tweede lid stelt het bevoegd gezag bij vergunningvoorschrift voor een grote stookinstallatie een emissiegrenswaarde voor zwaveldioxide van ten hoogste 500 mg/ Nm^3 vast, indien:
|
||||
|
||||
a. voor de stookinstallatie voor 27 november 2002 een vergunning was verleend of een volledige aanvraag tot vergunningverlening was ingediend,
|
||||
b. de stookinstallatie uiterlijk 27 november 2003, overeenkomstig de toen geldende regelgeving, in bedrijf was, en
|
||||
|
|
@ -7370,23 +7391,46 @@ c. de stookinstallatie gestookt wordt met gassen met lage calorische waarde, ver
|
|||
|
||||
De emissies van stikstofoxiden overschrijden de emissiegrenswaarden van tabel 5.5 niet.
|
||||
|
||||
| Vaste brandstoffen | | 100 mg/Nm^3 |
|
||||
| *Vaste brandstoffen* | | 100 mg/Nm^3 |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| Vloeibare brandstoffen | Type installatie, totaal nominaal thermisch ingangsvermogen | |
|
||||
| | | |
|
||||
| *Vloeibare brandstoffen* | *Type stookinstallatie, type brandstof* | |
|
||||
| – gasturbine, met inbegrip van een STEG | 50 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – bestaande grote stookinstallatie, indien wordt gestookt met vloeibare productieresiduen als niet-commerciële brandstof afkomstig uit de eigen installatie | 150 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – andere grote stookinstallatie, 50 – 100 MW | 120 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – overig | 85 mg/Nm^3 | |
|
||||
| | | |
|
||||
| *Gasvormige brandstoffen* | *Type stookinstallatie, type brandstof* | |
|
||||
| – gasmotor | 33 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – gasturbine, met inbegrip van een STEG; bij vergunningverlening voor 17 augustus 2017, kan het bevoegd gezag bij vergunningvoorschrift een ruimere eis tot 50 mg/Nm^3 stellen. | 35 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – bestaande grote stookinstallatie indien het een gasturbine betreft, met inbegrip van een STEG; bij een bedrijfstijd minder dan 1.500 uur per jaar kan het bevoegd gezag bij vergunningvoorschrift een ruimere eis tot 75 mg/Nm^3 stellen. | 60 mg/Nm^3 | |
|
||||
| | – andere grote stookinstallatie, indien wordt gestookt met aardgas | 70 mg/Nm^3 |
|
||||
| | – andere bestaande grote stookinstallatie; het bevoegd gezag kan op grond van technische kenmerken bij vergunningvoorschrift een ruimere eis tot 150 mg/Nm^3 toestaan voor zover passend binnen de grenzen van het uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1442 | 100 mg/Nm^3 |
|
||||
| | – andere grote stookinstallatie | 80 mg/Nm^3 |
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid voldoet een stookinstallatie die voor de datum van inwerkingtreding van dit lid in bedrijf is genomen, tot 17 augustus 2021 aan de emissiegrenswaarden in tabel 5.5a.
|
||||
|
||||
| *Vaste brandstoffen* | | 100 mg/Nm^3 |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| | | |
|
||||
| *Vloeibare brandstoffen* | *Type stookinstallatie, totaal nominaal thermisch ingangsvermogen* | |
|
||||
| – gasturbine, met inbegrip van een STEG | 50 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – bestaande grote stookinstallatie, indien wordt gestookt met vloeibare productieresiduen als niet-commerciële brandstof afkomstig uit de eigen installatie | 150 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – andere grote stookinstallatie, 50 – 300 MW | 120 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – andere grote stookinstallatie, > 300 MW | 100 mg/Nm^3 | |
|
||||
| Gasvormige brandstoffen | Type installatie, type brandstof | |
|
||||
| | | |
|
||||
| *Gasvormige brandstoffen* | *Type stookinstallatie, type brandstof* | |
|
||||
| – gasturbine, met inbegrip van een STEG | 50 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – gasmotor | 33 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – bestaande grote stookinstallatie indien het een gasturbine betreft, met inbegrip van een STEG, die met aardgas wordt gestookt: a. die in een systeem met warmtekrachtkoppeling wordt gebruikt met een rendement van meer dan 75%, b. die in een warmtekrachtcentrale wordt gebruikt met een gemiddeld jaarlijks totaal elektrisch rendement van meer dan 55%, of c. die voor mechanische aandrijving wordt gebruikt, waarin het rendement van de gasturbine wordt vastgesteld in ISO-basisbelastingsomstandigheden | 75 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – bestaande grote stookinstallatie indien het een gasturbine betreft, met inbegrip van een STEG, die met andere gassen wordt gestookt | 75 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – bestaande grote stookinstallatie, indien wordt gestookt met hoogovengas, cokesovengas, gassen met lage calorische waarde verkregen door vergassing van raffinageresiduen, of andere gassen, uitgezonderd een gasturbine en gasmotor | 150 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – andere grote stookinstallatie, indien wordt gestookt met hoogovengas, cokesovengas, gassen met lage calorische waarde verkregen door vergassing van raffinageresiduen, of andere gassen | 100 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – bestaande grote stookinstallatie indien het een gasturbine betreft, met inbegrip van een STEG, die met aardgas wordt gestookt: a. die in een systeem met warmtekrachtkoppeling wordt gebruikt met een rendement van meer dan 75%, b. die in een warmtekrachtcentrale wordt gebruikt met een gemiddeld jaarlijks totaal elektrisch rendement van meer dan 55%, of c. die voor mechanische aandrijving wordt gebruikt, waarin het rendement van de gasturbine wordt vastgesteld in ISO-basisbelastingsomstandigheden | 75 mg/Nm^3 | |
|
||||
| | – bestaande grote stookinstallatie indien het een gasturbine betreft, met inbegrip van een STEG, die met andere gassen wordt gestookt | 75 mg/Nm^3 |
|
||||
| | – bestaande grote stookinstallatie, indien wordt gestookt met hoogovengas, cokesovengas, gassen met lage calorische waarde verkregen door vergassing van raffinageresiduen, of andere gassen, uitgezonderd een gasturbine en gasmotor | 150 mg/Nm^3 |
|
||||
| | – andere grote stookinstallatie, indien wordt gestookt met hoogovengas, cokesovengas, gassen met lage calorische waarde verkregen door vergassing van raffinageresiduen, of andere gassen | 100 mg/Nm^3 |
|
||||
| | – andere grote stookinstallatie, indien wordt gestookt met aardgas | 70 mg/Nm^3 |
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid stelt het bevoegd gezag bij vergunningvoorschrift voor een bestaande grote stookinstallatie die wordt gestookt met aardgas en die niet kan voldoen aan de op grond van het eerste lid toepasselijke emissiegrenswaarde, een emissiegrenswaarde voor stikstofoxiden van ten hoogste 100 mg/Nm^3 vast, tenzij het betreft een gasturbine of gasmotor.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid stelt het bevoegd gezag bij vergunningvoorschrift voor een bestaande grote stookinstallatie die wordt gestookt met aardgas en die niet kan voldoen aan de op grond van het eerste en tweede lid toepasselijke emissiegrenswaarde, een emissiegrenswaarde voor stikstofoxiden van ten hoogste 100 mg/Nm^3 vast, tenzij het betreft een gasturbine of gasmotor.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -7394,17 +7438,65 @@ De emissies van koolmonoxide overschrijden de emissiegrenswaarden van tabel 5.6
|
|||
|
||||
### Artikel 5.7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De emissies van totaal stof overschrijden de emissiegrenswaarden van tabel 5.7 niet.
|
||||
|
||||
| *Vaste of vloeibare brandstoffen* | – bestaande grote stookinstallatie indien wordt gestookt met vloeibare productieresiduen als niet-commerciële brandstof afkomstig uit de eigen installatie | 20 mg/Nm^3 |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| – andere grote stookinstallatie | 5 mg/Nm^3 | |
|
||||
| | | |
|
||||
| *Gasvormige brandstoffen* | – hoogovengas | 5 mg/Nm^3 |
|
||||
| – andere gasvormige brandstoffen | 5 mg/Nm^3 | |
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid voldoet een stookinstallaties die voor de datum van inwerkingtreding van dit lid in bedrijf is genomen, tot 17 augustus 2021 aan de emissiegrenswaarden in tabel 5.7a.
|
||||
|
||||
| *Vaste of vloeibare brandstoffen* | – bestaande grote stookinstallatie indien wordt gestookt met vloeibare productieresiduen als niet-commerciële brandstof afkomstig uit de eigen installatie | 20 mg/Nm^3 |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| – andere grote stookinstallatie | 5 mg/Nm^3 | |
|
||||
| | | |
|
||||
| *Gasvormige brandstoffen* | – hoogovengas | 10 mg/Nm^3 |
|
||||
| – door de ijzer- en staalindustrie geproduceerd gas dat elders wordt gebruikt | 20 mg/Nm^3 | |
|
||||
| – andere gasvormige brandstoffen | 5 mg/Nm^3 | |
|
||||
|
||||
### Artikel 5.8
|
||||
|
||||
**1.** De emissiegrenswaarden, bedoeld in de artikelen 5.4 tot en met 5.7, gelden niet voor gasturbines, gasmotoren en dieselmotoren die blijkens de daarvoor geldende omgevingsvergunning bestemd zijn voor noodgevallen en minder dan 500 bedrijfsuren per jaar in bedrijf zijn. Degene die de inrichting drijft, registreert de bedrijfsuren van dergelijke installaties.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder bedrijfsuren verstaan: de tijd, uitgedrukt in uren, gedurende welke een grote stookinstallatie geheel of gedeeltelijk in werking is en emissies in de lucht veroorzaakt, met uitzondering van de voor de inwerkingstelling en stillegging benodigde tijd.
|
||||
De emissies van zoutzuur, waterstoffluoride, kwik, som van dioxinen en furanen, formaldehyde, gasvormige en vluchtige organische stoffen en ammoniak overschrijden de emissiegrenswaarden van tabel 5.8 niet.
|
||||
|
||||
| | *Type stookinstallatie, type brandstof * | | |
|
||||
| --- | --- | --- | --- |
|
||||
| Zoutzuur | Proces brandstof uit chemische industrie | | 5 mg/Nm^3 |
|
||||
| | | Bestaande grote stookinstallatie | 9 mg/Nm^3 |
|
||||
| | Biomassa <100 MWth | Vergund voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel | 15 mg/ Nm^3 |
|
||||
| | Overige biomassa | | 8 mg/Nm^3 |
|
||||
| | Overige vaste brandstof | | 3 mg/Nm^3 |
|
||||
| | | | |
|
||||
| Waterstoffluoride | Biomassa | | 1 mg/Nm^3 |
|
||||
| | Overige vaste en vloeibare brandstof | | 2 mg/Nm^3 |
|
||||
| | | | |
|
||||
| Kwik | Biomassa | | 5 μg/Nm^3 |
|
||||
| | Overige vaste brandstof | | 2 μg/Nm^3 |
|
||||
| | | Bestaande grote stookinstallatie | 4 μg/Nm^3 |
|
||||
| | | | |
|
||||
| | | | |
|
||||
| Som van dioxinen en furanen, gedefinieerd als de som van de afzonderlijke dioxinen en furanen, gewogen overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde equivalentiefactoren | Proces brandstof uit chemische industrie | | 0,036 ng TEQ/Nm^3 |
|
||||
| | | | |
|
||||
| Formaldehyde | Gasmotor op aardgas | | 15 mg/Nm^3 |
|
||||
| | | | |
|
||||
| Gasvormige en vluchtige organische stoffen, uitgedrukt in totaal organische koolstof | Proces brandstof uit chemische industrie | | 12 mg/Nm^3 |
|
||||
| Gasmotor op aardgas | | 500 mg/Nm^3 | |
|
||||
| | | | |
|
||||
| Ammoniak | | Bij toepassing SCR of SNCR | 5 mg/Nm^3 |
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid voldoet een stookinstallatie die voor de datum van inwerkingtreding van dit lid in bedrijf is genomen, tot 17 augustus 2021 aan de in de vergunning opgenomen emissiegrenswaarden van zoutzuur, waterstoffluoride, kwik, som van dioxinen en furanen, formaldehyde, gasvormige en vluchtige organische stoffen en ammoniak.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.9
|
||||
|
||||
**1.** Bij gelijktijdig gebruik van verschillende soorten brandstof in een grote stookinstallatie gelden als emissiegrenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofoxiden en totaal stof de gewogen gemiddelden van de emissiegrenswaarden die op grond van de artikelen 5.4 tot en met 5.8 voor elk van de brandstoffen afzonderlijk zouden gelden.
|
||||
**1.** Bij gelijktijdig gebruik van verschillende soorten brandstof in een grote stookinstallatie gelden als emissiegrenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofoxiden en totaal stof de gewogen gemiddelden van de emissiegrenswaarden die op grond van de artikelen 5.4 tot en met 5.7 voor elk van de brandstoffen afzonderlijk zouden gelden.
|
||||
|
||||
**2.** Een gewogen gemiddelde als bedoeld in het eerste lid wordt per tijdseenheid berekend naar het aandeel van elk van de brandstoffen in de energetische inhoud van de toegevoerde brandstoffen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -7415,6 +7507,10 @@ In afwijking van het eerste lid stelt het bevoegd gezag bij vergunningvoorschrif
|
|||
a. die installatie deel uitmaakt van een raffinaderij, en
|
||||
b. die installatie destillatie- of omzettingsresiduen afkomstig van het raffineren van ruwe aardolie, alleen of in combinatie met andere brandstoffen, zelf verbruikt.
|
||||
|
||||
**4.** De emissiegrenswaarden, bedoeld in de artikelen 5.4 tot en met 5.8, gelden niet voor gasturbines, gasmotoren en dieselmotoren die blijkens de daarvoor geldende omgevingsvergunning bestemd zijn voor noodgevallen en minder dan 500 bedrijfsuren per jaar in bedrijf zijn. Degene die de inrichting drijft, registreert de bedrijfsuren van dergelijke installaties.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder bedrijfsuren verstaan: de tijd, uitgedrukt in uren, gedurende welke een grote stookinstallatie geheel of gedeeltelijk in werking is en emissies in de lucht veroorzaakt, met uitzondering van de voor de inwerkingstelling en stillegging benodigde tijd.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.10
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 5.4 mag een grote stookinstallatie, waar gewoonlijk laagzwavelige brandstof wordt verstookt, gedurende 240 uur in werking blijven, indien degene die de inrichting drijft wegens een onderbreking van de voorziening met laagzwavelige brandstof ten gevolge van een ernstig tekort aan dergelijke brandstoffen niet in staat is de emissiegrenswaarden van dat artikel in acht te nemen.
|
||||
|
|
@ -7465,6 +7561,37 @@ b. de elektriciteitslevering berekend door de aan het landelijk hoogspanningsnet
|
|||
|
||||
**5.** Op verzoek van het bevoegd gezag overlegt degene die de inrichting drijft de gegevens over het netto elektrisch rendement van de stookinstallatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.12b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Afvalwater afkomstig van de reiniging van afgassen ondergaat een zodanige behandeling dat de emissiegrenswaarden van tabel 5.12b niet worden overschreden.
|
||||
|
||||
| *Verontreiniging* | |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Onopgeloste stoffen | 30 mg/l |
|
||||
| TOC | 50 mg/l |
|
||||
| Arseen | 50 μg/l |
|
||||
| Cadmium | 5 μg/l |
|
||||
| Chroom | 50 μg/l |
|
||||
| Koper | 50 μg/l |
|
||||
| Kwik | 3 μg/l |
|
||||
| Nikkel | 50 μg/l |
|
||||
| Lood | 20 μg/l |
|
||||
| Zink | 0,2 mg/l |
|
||||
| Fluoride (F^-) | 25 mg/l |
|
||||
| Sulfaat (SO_4^2-) | 2 g/l; geldt niet voor lozingen in zee of brakke waterlichamen |
|
||||
| Sulfide (S^2-) | 0,2 mg/l |
|
||||
| Sulfiet (SO_3^2-) | 20 mg/l |
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid voldoet het afvalwater van de rookgasreiniging van een stookinstallatie die voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel in bedrijf is genomen, tot 17 augustus 2021 aan de in de vergunning opgenomen emissiegrenswaarden.
|
||||
|
||||
**3.** De emissiegrenswaarden voor lozingen in water worden uitgedrukt in massaconcentratie, voor niet-gefiltreerde monsters.
|
||||
|
||||
**4.** Afvalwater wordt niet verdund om aan de in tabel 5.12b bedoelde emissiegrenswaarden te voldoen.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de lozing van TOC geldt dat voor toetsing aan de emissiegrenswaarde de concentratie in het influent in mindering mag worden gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.13
|
||||
|
||||
De meting van de emissies, waaronder tevens begrepen wordt de berekening, registratie en rapportage van de meting, voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen.
|
||||
|
|
@ -7574,24 +7701,39 @@ overschrijden de emissiegrenswaarden van tabel 5.19 niet.
|
|||
|
||||
De emissies in de lucht van een andere afvalmeeverbrandingsinstallatie dan die bedoeld in artikel 5.19 overschrijden de emissiegrenswaarden van tabel 5.20 niet.
|
||||
|
||||
| Totaal stof | Mengregel | |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| | | |
|
||||
| Gasvormige en vluchtige organische stoffen, uitgedrukt in totaal organische koolstof | Mengregel | |
|
||||
| Zoutzuur | Mengregel, waarbij voor de C_proces-waarde de volgende emissiegrenswaarde geldt: 30 mg/Nm^3 | |
|
||||
| | | |
|
||||
| Waterstoffluoride | Mengregel, waarbij voor de C_proces-waarde de volgende emissiegrenswaarde geldt: 10 mg/Nm^3 | |
|
||||
| Zwaveldioxide | Mengregel | |
|
||||
| Stikstofoxiden | Mengregel | |
|
||||
| Koolmonoxide | Mengregel | |
|
||||
| Kwik | 0,02 mg/Nm^3 | |
|
||||
| Som van cadmium en thallium | 0,015 mg/Nm^3 | |
|
||||
| Som van antimoon, arseen, chroom, kobalt, koper, lood, mangaan, nikkel en vanadium | 0,15 mg/Nm^3 | |
|
||||
| Som van dioxinen en furanen, gedefinieerd als de som van de afzonderlijke dioxinen en furanen, gewogen overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde equivalentiefactoren | 0,1 ng/Nm^3 | |
|
||||
| Totaal stof | Mengregel |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Gasvormige en vluchtige organische stoffen, uitgedrukt in totaal organische koolstof | Mengregel |
|
||||
| Zoutzuur | Mengregel, waarbij de C_proces-waarde voor grote stookinstallaties de in tabel 5.8 genoemde emissiegrenswaarde is en voor andere installaties 30 mg/Nm^3 geldt |
|
||||
| Waterstoffluoride | Mengregel, waarbij de C_proces-waarde voor grote stookinstallaties de in tabel 5.8 genoemde emissiegrenswaarde is en voor andere installaties 10 mg/Nm^3 geldt |
|
||||
| Zwaveldioxide | Mengregel |
|
||||
| Stikstofoxiden | Mengregel |
|
||||
| Koolmonoxide | Mengregel |
|
||||
| Kwik | 0,004 mg/Nm^3 voor grote stookinstallaties en 0,02 mg/Nm^3 voor andere stookinstallaties |
|
||||
| Som van cadmium en thallium | 0,005 mg/Nm^3 voor grote stookinstallaties en 0,015 mg/Nm^3 voor andere stookinstallaties |
|
||||
| Som van antimoon, arseen, chroom, kobalt, koper, lood, mangaan, nikkel en vanadium | 0,15 mg/Nm^3 |
|
||||
| Som van dioxinen en furanen, gedefinieerd als de som van de afzonderlijke dioxinen en furanen, gewogen overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde equivalentiefactoren | 0,03 ng/Nm^3 voor grote stookinstallaties en 0,1 ng/Nm^3 voor andere stookinstallaties |
|
||||
|
||||
**2.** Voor de berekening van emissies van de in tabel 5.20 opgenomen stoffen wordt de massaconcentratie herleid tot een zuurstofgehalte van 6 procent in afgas.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid wordt voor de berekening van de emissies in de lucht veroorzaakt door het stoken van vloeibare of gasvormige brandstoffen de massaconcentratie herleid tot een zuurstofgehalte van 3 procent in afgas.
|
||||
In afwijking van het eerste lid voldoet een stookinstallatie die voor de datum van inwerkingtreding van dit lid in bedrijf is genomen, tot 17 augustus 2021 aan de emissiegrenswaarden in tabel 5.20a.
|
||||
|
||||
| Totaal stof | Mengregel |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Gasvormige en vluchtige organische stoffen, uitgedrukt in totaal organische koolstof | Mengregel |
|
||||
| Zoutzuur | Mengregel, waarbij voor de C_proces-waarde de volgende emissiegrenswaarde geldt: 30 mg/Nm^3 |
|
||||
| Waterstoffluoride | Mengregel, waarbij voor de C_proces-waarde de volgende emissiegrenswaarde geldt: 10 mg/Nm^3 |
|
||||
| Zwaveldioxide | Mengregel |
|
||||
| Stikstofoxiden | Mengregel |
|
||||
| Koolmonoxide | Mengregel |
|
||||
| Kwik | 0,02 mg/Nm^3 |
|
||||
| Som van cadmium en thallium | 0,015 mg/Nm^3 |
|
||||
| Som van antimoon, arseen, chroom, kobalt, koper, lood, mangaan, nikkel en vanadium | 0,15 mg/Nm^3 |
|
||||
| Som van dioxinen en furanen, gedefinieerd als de som van de afzonderlijke dioxinen en furanen, gewogen overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde equivalentiefactoren | 0,1 ng/Nm^3 |
|
||||
|
||||
**3.** Voor de berekening van emissies van de in tabel 5.20 en tabel 5.20a opgenomen stoffen wordt de massaconcentratie herleid tot een zuurstofgehalte van 6 procent in afgas.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid wordt voor de berekening van de emissies in de lucht veroorzaakt door het stoken van vloeibare of gasvormige brandstoffen de massaconcentratie herleid tot een zuurstofgehalte van 3 procent in afgas.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.21
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue