2003-09-01 | BWBR0008223 | Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen

This commit is contained in:
Coornhert 2003-09-01 12:00:00 +00:00
parent ac3e48bd84
commit 81fa20daca

View file

@ -1,14 +1,14 @@
---
titel: Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen
titel: Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen
bwb_id: BWBR0008223
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1997-03-26'
datum_inwerkingtreding: '2003-07-03'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008223
citeertitel: Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen
citeertitel: Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen
---
# Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen
# Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen
## Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
@ -19,14 +19,14 @@ In dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:
a. attractietoestel: al dan niet permanent geïnstalleerde inrichting ter voortbeweging van personen, die bestemd is voor vermaak of ontspanning en die aangedreven wordt door een niet-menselijke energiebron;
b. attractietoestel van een eenvoudig ontwerp: al dan niet roterend attractietoestel waarmee passagiers een snelheid kunnen bereiken van niet meer dan 10 meter per seconde en waarmee passagiers een hoogte kunnen bereiken van niet meer dan 5 meter boven het terrein waarop het attractietoestel staat opgesteld;
c. speeltoestel: een inrichting bestemd voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt;
d. keuringsinstantie: een ingevolge artikel 5, eerste lid, van de wet met betrekking tot de keuring van attractie- en speeltoestellen door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen instantie;
d. aangewezen instelling: een krachtens artikel 7a van de wet met betrekking tot de keuring van attractie- en speeltoestellen aangewezen instelling;
e. norm: een document, uitgegeven door een deskundig, onafhankelijk instituut, waarin wordt omschreven aan welke eisen een attractie- of speeltoestel moet voldoen, dan wel waarin een omschrijving wordt gegeven van een keurings-, meet- of berekeningsmethode;
f. bijlage I, II, III: de bij dit besluit behorende bijlagen;
g. wet: de Wet op de gevaarlijke werktuigen.
g. wet: Warenwet.
### Artikel 2
Als gevaarlijke werktuigen in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden aangewezen attractie- en speeltoestellen.
Vervallen
### Artikel 3
@ -38,13 +38,25 @@ a. attractie- en speeltoestellen die bestemd zijn om uitsluitend buiten het gron
b. kleine door elektrische energie aangedreven attractietoestellen kennelijk bestemd voor de voortbeweging van maximaal 3 kinderen;
c. speeltoestellen die als element van hun spel door kinderen onder toezicht worden vervaardigd;
**2.** De artikelen 4 tot en met 14 en 16 zijn niet van toepassing op attractie- en speeltoestellen, die in een andere lidstaat van de Europese Unie, of in een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, rechtmatig in het verkeer zijn gebracht en bestemd zijn voor tijdelijk gebruik in Nederland, mits zij voldoen aan eisen welke gelijkwaardig zijn aan de eisen in dit besluit gesteld.
**2.** De artikelen 4 tot en met 14 en 16 zijn niet van toepassing op attractie- en speeltoestellen, die in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, rechtmatig in het verkeer zijn gebracht en bestemd zijn voor tijdelijk gebruik in Nederland, mits zij voldoen aan eisen welke gelijkwaardig zijn aan de eisen in dit besluit gesteld.
## Hoofdstuk 1A. Verbodsbepalingen
### Artikel 3a
**1.** Het is verboden attractie- en speeltoestellen die niet voldoen aan de vervaardigingsvoorschriften gesteld bij of krachtens dit besluit te vervaardigen, te verhandelen of te gebruiken.
**2.** Het is verboden attractie- en speeltoestellen te verhandelen of te gebruiken anders dan met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens dit besluit gesteld met betrekking tot de aanduiding en het bezigen van vermeldingen
**3.** Het is verboden attractie- en speeltoestellen te verhandelen of te gebruiken, indien de bij of krachtens dit besluit voorgeschreven keuringsprocedures niet in acht zijn genomen.
**4.** Het is verboden attractie- en speeltoestellen te gebruiken anders dan met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens dit besluit gesteld met betrekking tot het voorhanden zijn van documenten.
## Hoofdstuk 2. Vervaardiging
### Artikel 4
Attractie- en speeltoestellen zijn zodanig ontworpen en vervaardigd, hebben zodanige eigenschappen en zijn van zodanige opschriften voorzien, dat zij bij redelijkerwijs te verwachten gebruik geen gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van personen. Zij voldoen daartoe aan de in bijlage I genoemde voorschriften.
Attractie- en speeltoestellen zijn zodanig ontworpen en vervaardigd, hebben zodanige eigenschappen en zijn van zodanige opschriften voorzien, dat zij bij redelijkerwijs te verwachten gebruik geen gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van de mens. Zij voldoen daartoe aan de in bijlage I genoemde voorschriften.
### Artikel 5
@ -63,25 +75,25 @@ d. het serienummer, voor zover van toepassing.
### Artikel 7
**1.** Voor attractietoestellen stelt de fabrikant, diens gemachtigde of, indien zij geen van beide in Nederland zijn gevestigd, degene die de attractietoestellen in Nederland in de handel brengt, een technisch constructiedossier op, met inachtneming van bijlage II, bewaart het bedoelde dossier gedurende de technische levensduur van het attractietoestel en houdt het ter beschikking van een keuringsinstantie.
**1.** Voor attractietoestellen stelt de fabrikant, diens gemachtigde of, indien zij geen van beide in Nederland zijn gevestigd, degene die de attractietoestellen in Nederland in de handel brengt, een technisch constructiedossier op, met inachtneming van bijlage II, bewaart het bedoelde dossier gedurende de technische levensduur van het attractietoestel en houdt het ter beschikking van een aangewezen instelling.
**2.** Voor speeltoestellen is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de bewaartermijn beperkt is tot tien jaar na de laatste verhandeling van het speeltoestel.
**3.** Degene die een attractie- of speeltoestel rechtstreeks betrekt van een in het buitenland gevestigde leverancier, met een ander voornemen dan om het in de handel te brengen, bedingt, indien het toestel niet vergezeld gaat van een technisch constructiedossier, contractueel dat de leverancier een technisch constructiedossier, overeenkomstig bijlage II, ter beschikking houdt van een keuringsinstantie, met in achtneming van de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen.
**3.** Degene die een attractie- of speeltoestel rechtstreeks betrekt van een in het buitenland gevestigde leverancier, met een ander voornemen dan om het in de handel te brengen, bedingt, indien het toestel niet vergezeld gaat van een technisch constructiedossier, contractueel dat de leverancier een technisch constructiedossier, overeenkomstig bijlage II, ter beschikking houdt van een aangewezen instelling, met in achtneming van de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen.
## Hoofdstuk 3. Keuring
### Artikel 8
**1.** Attractietoestellen worden periodiek gekeurd door een keuringsinstantie.
**1.** Attractietoestellen worden periodiek gekeurd door een aangewezen instelling.
**2.** Speeltoestellen worden eenmalig gekeurd door een keuringsinstantie.
**2.** Speeltoestellen worden eenmalig gekeurd door een aangewezen instelling.
**3.** Bij de keuring van speeltoestellen en bij de eerste keuring van attractietoestellen van een eenvoudig ontwerp kan worden volstaan met de keuring van een het typekenmerkend monster.
**3.** Bij de keuring van speeltoestellen en bij de eerste keuring van attractietoestellen van een eenvoudig ontwerp kan worden volstaan met de keuring van een het type kenmerkend monster.
### Artikel 9
**1.** De aanvraag van een keuring van een attractie- of speeltoestel wordt ingediend bij slechts één keuringsinstantie.
**1.** De aanvraag van een keuring van een attractie- of speeltoestel wordt ingediend bij slechts één aangewezen instelling.
**2.**
@ -89,34 +101,48 @@ De aanvraag omvat:
a. de plaats waar het toestel is vervaardigd;
b. het bouwjaar en het type- en serienummer;
c. het in artikel 7 genoemde technisch constructiedossier, indien van toepassing, of de naam en adres van de leverancier waar het technisch constructiedossier beschikbaar is voor de keuringsinstantie;
c. het in artikel 7 genoemde technisch constructiedossier, indien van toepassing, of de naam en adres van de leverancier waar het technisch constructiedossier beschikbaar is voor de aangewezen instelling;
d. het in artikel 14, tweede lid, bedoelde logboek.
**3.** De aanvraag gaat vergezeld van de opgave van de plaats waar het attractie- of speeltoestel kan worden gekeurd.
### Artikel 10
**1.** De keuringsinstantie onderzoekt het attractie- of speeltoestel en het technisch constructiedossier en vergewist zich ervan of het toestel is vervaardigd overeenkomstig het technisch constructiedossier.
**1.** De aangewezen instelling onderzoekt het attractie- of speeltoestel en het technisch constructiedossier en vergewist zich ervan of het toestel is vervaardigd overeenkomstig het technisch constructiedossier.
**2.** Bij de tweede en volgende keuringen van attractietoestellen vindt geen beoordeling van het technisch constructiedossier plaats.
**3.** De keuringsinstantie gaat na of de eventuele toepassing van normen correct is gebeurd en voert passende onderzoeken en proeven uit om na te gaan of het toestel overeenstemt met de daarop betrekking hebbende veiligheids- en gezondheidsvoorschriften.
**3.** De aangewezen instelling gaat na of de eventuele toepassing van normen correct is gebeurd en voert passende onderzoeken en proeven uit om na te gaan of het toestel overeenstemt met de daarop betrekking hebbende veiligheids- en gezondheidsvoorschriften.
### Artikel 10a
**1.** Nadat een keuring als bedoeld in artikel 8 heeft plaatsgevonden wordt voor een attractie- of speeltoestel een certificaat van goedkeuring afgegeven, indien het naar het oordeel van de aangewezen instelling voldoet aan de in de artikelen 4 tot en met 6 gegeven voorschriften.
**2.** Bij toepassing van artikel 8, derde lid, wordt ieder attractie- of speeltoestel dat overeenkomstig het goedgekeurde, het type kenmerkende monster is vervaardigd zonder nadere keuring van een merk van goedkeuring voorzien.
**3.** Attractietoestellen die niet overeenkomstig een goedgekeurd, het type kenmerkend monster zijn vervaardigd en waarvoor een certificaat van goedkeuring is afgegeven, worden door de aangewezen instelling tevens voorzien van een merk van goedkeuring.
**4.** Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot de inhoud, vorm en geldigheidsduur van certificaten en merken van goedkeuring nadere regels gesteld.
### Artikel 10b
Bij ministeriële regeling kunnen fabrikanten of handelaren bevoegd worden verklaard tot het aanbrengen van het merk van goedkeuring, bedoeld in artikel 10a, tweede lid. Aan een dergelijke bevoegdverklaring kunnen voorschriften worden verbonden.
### Artikel 11
De keuringsinstantie stelt bij attractietoestellen de voor het veilig gebruik relevante conclusies van de keuring en de geldigheidsduur van het certificaat of merk van goedkeuring op schrift in het bij het toestel behorende logboek.
De aangewezen instelling stelt bij attractietoestellen de voor het veilig gebruik relevante conclusies van de keuring en de geldigheidsduur van het certificaat of merk van goedkeuring op schrift in het bij het toestel behorende logboek.
### Artikel 12
**1.** De keuringsinstantie geeft aan de in artikel 16, eerste lid, van de wet bedoelde ambtenaren bericht van de uitslagen van keuringen en de datum waarop een tweede of volgende keuring van het bewuste toestel nodig is.
**1.** De aangewezen instelling geeft aan de in artikel 25 van de wet bedoelde ambtenaren bericht van de uitslagen van keuringen en de datum waarop een tweede of volgende keuring van het bewuste toestel nodig is.
**2.** De keuringsinstantie die het afgeven van een certificaat of merk van goedkeuring weigert, doet hiervan mededeling aan de overige keuringsinstanties.
**2.** De aangewezen instelling die het afgeven van een certificaat of merk van goedkeuring weigert, doet hiervan mededeling aan de overige aangewezen instellingen.
### Artikel 13
**1.** De keuringsinstantie die het attractie- of speeltoestel of een het type kenmerkend monster daarvan heeft gekeurd, wordt onverwijld in kennis gesteld van elke ingrijpende wijziging of reparatie van een toestel.
**1.** De aangewezen instelling die het attractie- of speeltoestel of een het type kenmerkend monster daarvan heeft gekeurd, wordt onverwijld in kennis gesteld van elke ingrijpende wijziging of reparatie van een toestel.
**2.** Indien naar het oordeel van de in het eerste lid bedoelde keuringsinstantie de wijziging of reparatie van het toestel de veiligheid of gezondheid van personen beïnvloedt, wordt het toestel opnieuw gekeurd overeenkomstig artikel 8.
**2.** Indien naar het oordeel van de in het eerste lid bedoelde aangewezen instelling de wijziging of reparatie van het toestel de veiligheid of gezondheid van personen beïnvloedt, wordt het toestel opnieuw gekeurd overeenkomstig artikel 8.
## Hoofdstuk 4. Verkeer en gebruik
@ -145,17 +171,42 @@ b. op of nabij daarvoor in aanmerking komende punten van het toestel een duideli
### Artikel 18
Attractie- en speeltoestellen die niet in overeenstemming zijn met dit besluit, mogen op (jaar)beurzen, exposities en bij demonstraties worden tentoongesteld en gedemonstreerd, mits op een zichtbaar bord is aangegeven dat de betrokken toestellen niet in overeenstemming met dit besluit zijn, en dat zij niet in het verkeer mogen worden gebracht voordat ze door de fabrikant of importeur in overeenstemming met dit besluit zijn gebracht. Bij demonstraties zijn alle passende veiligheidsmaatregelen genomen om de veiligheid en gezondheid van personen te waarborgen.
Artikel 3a, eerste tot en met derde lid, is niet van toepassing op het tentoonstellen en demonstreren op (jaar-)beurzen, exposities en bij demonstraties van attractie- en speeltoestellen die niet in overeenstemming zijn met dit besluit, mits op een zichtbaar bord is aangegeven dat de betrokken toestellen niet in overeenstemming met dit besluit zijn, en dat zij niet in het verkeer mogen worden gebracht voordat ze door de fabrikant of importeur in overeenstemming met dit besluit zijn gebracht. Bij demonstraties zijn alle passende veiligheidsmaatregelen genomen om de veiligheid en gezondheid van de mens te waarborgen.
## Hoofdstuk 5. Merk van afkeuring
## Hoofdstuk 5. Aangewezen instellingen
### Artikel 19
**1.** Het is verboden een op een attractie- of speeltoestel aangebracht merk van afkeuring te verwijderen, te beschadigen of onleesbaar te maken.
**1.**
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van de ambtenaren die ingevolge artikel 12, eerste lid, eerste zin, van de wet ten aanzien van attractie- en speeltoestellen aangewezen zijn.
Als aangewezen instelling kan worden aangewezen een instelling die:
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere bepalingen worden vastgesteld met betrekking tot het merk van afkeuring.
a. rechtspersoonlijkheid heeft;
b. haar zetel of een vestiging in Nederland heeft;
c. onafhankelijk is van degenen die bij het resultaat van de uitvoering van de taken waarvoor zij is aangewezen belang hebben;
d. beschikt over voldoende deskundigheid en outillage om de uitvoering van de taken waarvoor zij is aangewezen, naar behoren te kunnen vervullen;
e. beschikt over een behoorlijke administratie waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd. Aan de hand van deze gegevens zijn de (type-)gekeurde attractie- en speeltoestellen afdoende te identificeren;
f. naar behoren functioneert.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.
### Artikel 19a
De instelling verstrekt jaarlijks aan Onze Minister een afschrift van de polis van de afgesloten verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid tegen alle risico's die voortvloeien uit de uitoefening van de taken waarvoor zij is aangewezen.
### Artikel 19b
**1.** Indien een wijziging plaatsvindt in de gegevens op grond waarvan de instelling is aangewezen, doet de instelling hiervan terstond mededeling aan Onze Minister.
**2.** Indien een instelling voornemens is een of meer van de taken waarvoor zij is aangewezen, te beëindigen, doet de instelling hiervan terstond mededeling aan Onze Minister en de certificaathouders. In dat geval worden door de instelling de gegevens, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder e, overgedragen aan Onze Minister dan wel, na toestemming van Onze Minister en de certificaathouders, een andere instelling die voor dezelfde taken is aangewezen.
### Artikel 19c
**1.** Een aanvraag om aanwijzing gaat vergezeld van het bewijs dat is voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 19, eerste lid, dan wel van een verklaring waaruit de bereidheid blijkt om voor eigen rekening een onderzoek naar het voldoen aan deze criteria te ondergaan.
**2.** Een aanwijzing kan worden geweigerd, dan wel worden gewijzigd of ingetrokken, indien niet of niet volledig is voldaan aan de bij de wet of bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften. Een aanwijzing kan worden ingetrokken indien de instelling gedurende een aaneengesloten periode van twee jaar geen werkzaamheden, waarvoor zij is aangewezen, heeft uitgevoerd.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
## Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
@ -175,11 +226,11 @@ c. plaats waar het attractietoestel zich bevindt of, in het geval van een niet p
### Artikel 21
**1.** Het verbod gesteld in artikel 10, derde lid, van de wet, voor zover het betreft het voorhanden hebben en gebruiken van attractietoestellen, geldt niet gedurende tien jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit ten aanzien van op dat tijdstip reeds in gebruik zijnde attractietoestellen, mits zij, te zamen met het logboek, door een keuringsinstantie worden onderzocht en dit onderzoek geen evidente tekortkomingen voor de veiligheid en de gezondheid van personen aan het licht brengt.
**1.** De verboden gesteld in artikel 3a, voor zover het betreft het voorhanden hebben of gebruiken van attractietoestellen gelden niet gedurende tien jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit ten aanzien van op dat tijdstip reeds in gebruik zijnde attractietoestellen, mits zij, tezamen met het logboek, door een aangewezen instelling worden onderzocht en dit onderzoek geen evidente tekortkomingen voor de veiligheid of de gezondheid van de mens aan het licht brengt.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde onderzoek vindt plaats binnen twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit en wordt daarna elke twee jaar herhaald.
**3.** De keuringsinstantie maakt van de uitslagen van het in het eerste en het tweede lid bedoelde onderzoek, en de bevindingen bij dit onderzoek, aantekeningen in het in artikel 14 bedoelde logboek.
**3.** De aangewezen instelling maakt van de uitslagen van het in het eerste en het tweede lid bedoelde onderzoek, en de bevindingen bij dit onderzoek, aantekeningen in het in artikel 14 bedoelde logboek.
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op attractietoestellen die zijn voorzien van een merk van afkeuring.
@ -209,30 +260,14 @@ Dit besluit treedt in werking zes maanden na de datum van uitgifte van het *Staa
### Artikel 28
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen.
Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen.
## Bijlage I. Behorende bij artikel 4 van het Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen. Voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de vervaardiging van attractie- en speeltoestellen
## Bijlage I. Behorende bij
## Bijlage II. Behorende bij artikel 7 van het Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen. Minimum vereisten technisch constructiedossier
## Bijlage II. Behorende bij
Het technisch constructiedossier dient in ieder geval te bestaan uit:
a. een overzichtsplan van het attractie- of speeltoestel, alsmede de tekeningen en schemas van de bedieningsschakelingen voor zover van toepassing;
b. gedetailleerde en volledige tekeningen, vergezeld, in ieder geval bij attractietoestellen, van berekeningen, testresultaten, materiaalcertificaten, enz., aan de hand waarvan kan worden nagegaan of het toestel aan de veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voldoet;
c. gedetailleerde tekeningen en andere uitvoerige inlichtingen met betrekking tot de bij de fabricage van toestellen gebruikte onderdelen; deze hoeven alleen maar aanwezig te zijn, voor zover kennis daarvan noodzakelijk is voor het controleren van de overeenstemming met het bij of krachtens dit besluit bepaalde;
d. een lijst met:
e. een beschrijving van de preventieve voorzieningen met het oog op de aan het attractie- of speeltoestel verbonden gevaren;
f. ieder technisch verslag of ieder van een instantie of laboratorium verkregen certificaat;
g. ingeval het gaat om een het type kenmerkend monster: de interne bepalingen die worden toegepast bij de produktie van meerdere toestellen of voor de veiligheid regelmatig te vervangen essentiële onderdelen, ter handhaving van de overeenstemming met het het type kenmerkend monster;
h. een exemplaar van de in artikel 18 van dit besluit bedoelde gebruiksaanwijzing en andere door de importeur verstrekte informatie.
## Bijlage III. Behorende bij artikel 14 van het Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen
## Bijlage III. Behorende bij
Deze bijlage bevat een MODEL LOGBOEK met in ieder geval: