2019-08-01 | BWBR0035779 | Besluit Jeugdwet
This commit is contained in:
parent
d384090f06
commit
8241ece6e6
1 changed files with 14 additions and 8 deletions
|
|
@ -41,7 +41,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
**3.** De duur van de voorziening voor een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, is in overeenstemming met de verwachte duur van het verblijf in Nederland en is ten hoogste een half jaar.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het college een voorziening als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet treft ten behoeve van een vreemdeling, is de duur van die voorziening ten hoogste een half jaar, indien de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, die is verleend onder de beperking die verband houdt met tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
|
||||
**4.** Indien het college een voorziening als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet treft ten behoeve van een vreemdeling, is de duur van die voorziening ten hoogste een half jaar, indien de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, die is verleend onder de beperking die verband houdt met tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. De gemeente
|
||||
|
||||
|
|
@ -144,19 +144,25 @@ d. indien de gecertificeerde instelling haar wettelijke verplichtingen niet meer
|
|||
|
||||
### Artikel 4.1.1
|
||||
|
||||
De ondersteuning door de vertrouwenspersoon in aangelegenheden die samenhangen met de wettelijke taken en verantwoordelijkheden van het college, de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling, is met name gericht op de uitoefening door jeugdigen, ouders en pleegouders van hun rechten.
|
||||
De informatie die het college, de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling aan jeugdigen, ouders en pleegouders verstrekken over de mogelijkheid gebruik te maken van de diensten van een vertrouwenspersoon, bestaat in ieder geval uit informatie over:
|
||||
|
||||
a. de onafhankelijke rol van de vertrouwenspersoon;
|
||||
b. de aard van de ondersteuning door een vertrouwenspersoon;
|
||||
c. de vertrouwelijkheid van die ondersteuning;
|
||||
d. het feit dat de ondersteuning kosteloos is, en
|
||||
e. de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de vertrouwenspersoon.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1.2
|
||||
|
||||
De vertrouwenspersoon die een jeugdige, ouder of pleegouder ondersteunt, onthoudt zich van ondersteuning van anderen indien dat een onafhankelijke taakuitoefening jegens die jeugdige, ouder of pleegouder in gevaar kan brengen.
|
||||
De vertrouwenspersoon behoeft geen toestemming van derden om met een jeugdige, ouder of pleegouder te spreken.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1.3
|
||||
|
||||
Het college, voor zover het betreft de toeleiding naar, advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening, de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling, informeren jeugdigen, ouders en pleegouders tijdig over de vertrouwenspersoon die aan hen op hun verzoek ondersteuning kan verlenen, over wat deze taak inhoudt, en op welke plaats en tijdstippen de vertrouwenspersoon voor hen bereikbaar en beschikbaar is.
|
||||
Het college, de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling, verschaffen aan de vertrouwenspersoon de faciliteiten die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1.4
|
||||
|
||||
De vertrouwenspersoon heeft vrije toegang tot de gebouwen van de gemeente voor zover deze gebruikt worden voor de toeleiding naar, advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening, en tot de gebouwen, terreinen en ruimten van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen waar jeugdigen kunnen verblijven, een en ander voor zover dit voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig is. De vertrouwenspersoon behoeft geen toestemming van derden om met een jeugdige te spreken.
|
||||
De vertrouwenspersoon heeft vrije toegang tot de gebouwen van de gemeente voor zover deze gebruikt worden voor de toeleiding naar, advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening, en tot de gebouwen, terreinen en ruimten van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen waar jeugdigen zich kunnen bevinden, een en ander voor zover dit voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -164,7 +170,7 @@ Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde verschaffen het college, de je
|
|||
|
||||
### Artikel 4.1.6
|
||||
|
||||
Het college, de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling, verschaffen aan de vertrouwenspersoon de faciliteiten die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.2. Uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -359,7 +365,7 @@ d. de werkzaamheden, samenhangend met artikel 5.4.3, tweede lid.
|
|||
|
||||
**3.** Het jaarverslag geeft tevens cijfermatig inzicht in de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a, c en d.
|
||||
|
||||
**4.** De registerstichting zendt het jaarverslag voor 1 mei, volgend op het verslagjaar, aan Onze Ministers en de beroepsverenigingen, bedoeld in artikel 5.3.1, eerste lid.
|
||||
**4.** De registerstichting zendt het jaarverslag voor 1 mei, volgend op het verslagjaar, aan Onze Ministers en de beroepsverenigingen, bedoeld in artikel 5.3.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -819,7 +825,7 @@ Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
|
|||
|
||||
**1.** Artikel 3.2.1 treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 9.10, 9.11 en 9.16 treden in werking op het tijdstip waarop de Wet van 12 maart 2014 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Wet op de jeugdzorg en de Pleegkinderenwet in verband met herziening van de maatregelen van kinderbescherming (Stb. 2014, 130) in werking treedt.
|
||||
**2.** De artikelen 9.10, 9.11 en 9.16 treden in werking op het tijdstip waarop de Wet van 12 maart 2014 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Wet op de jeugdzorg en de Pleegkinderenwet in verband met herziening van de maatregelen van kinderbescherming (Stb. 2014, 130) in werking treedt.
|
||||
|
||||
**3.** De overige artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue