From 824dd8fd681e769f6e072f53b9ecbcd8ad3a6ed3 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Aug 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-08-01 | BWBR0016637 | Wet op de jeugdzorg --- wet/wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0016637/README.md | 248 ++++++++++++++++-- 1 file changed, 219 insertions(+), 29 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0016637/README.md b/wet/wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0016637/README.md index 0617332a032..580b4b7b97f 100644 --- a/wet/wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0016637/README.md +++ b/wet/wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0016637/README.md @@ -14,39 +14,45 @@ citeertitel: Wet op de jeugdzorg ### Artikel 1 +**1.** + In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. Onze Ministers: Onze Minister voor Jeugd en Gezin en Onze Minister van Justitie tezamen; -b. jeugdige: een in Nederland verblijvende persoon die: +- aanbieder van zorg: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, die andere zorg verleent dan die, waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat; +- accommodatie: een accommodatie als bedoeld in artikel 29k, eerste lid; +- bureau jeugdzorg: een bureau als bedoeld in artikel 4; +- cliënt: een jeugdige, zijn ouders of stiefouder of anderen die de jeugdige als behorend tot hun gezin verzorgen en opvoeden; +- eigen bijdrage: de bijdrage, bedoeld in artikel 70; +- experiment: het ontwikkelen en in de praktijk beproeven van nieuwe en het verbeteren van bestaande methoden, werkvormen of hulpmiddelen ten behoeve van het functioneren van bureaus jeugdzorg en van jeugdzorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat; +- hulpverleningsplan: het plan, bedoeld in artikel 24, tweede lid; +- inspectie: de inspectie, bedoeld in artikel 47; +- jeugdige: een persoon die: 1º. de meerderjarigheidsleeftijd nog niet heeft bereikt, 2º. de meerderjarigheidsleeftijd heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht, of 3º. de meerderjarigheidsleeftijd doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaren heeft bereikt, en voor wie voortzetting van jeugdzorg, die was aangevangen of waarvan de aanvraag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, was ingediend vóór het bereiken van de meerderjarigheidsleeftijd, noodzakelijk is of voor wie, na beëindiging van jeugdzorg die was aangevangen vóór het bereiken van de meerderjarigheidsleeftijd, binnen een termijn van een half jaar hervatting van jeugdzorg noodzakelijk is; -c. jeugdzorg: ondersteuning van en hulp aan jeugdigen, hun ouders, stiefouders of anderen, die een jeugdige als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden, bij opgroei- of opvoedingsproblemen of dreigende zodanige problemen; -d. cliënt: een jeugdige, zijn ouders of stiefouder of anderen die de jeugdige als behorend tot hun gezin verzorgen en opvoeden; -e. bureau jeugdzorg: een bureau als bedoeld in artikel 4; -f. stichting: een stichting die een bureau jeugdzorg in stand houdt; -g. zorgaanbieder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die jeugdzorg verleent, waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat; -h. aanbieder van zorg: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, die andere zorg verleent dan die, waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat; -i. zorgeenheid: een organisatie-eenheid, waarbinnen een zorgaanbieder een afgebakend geheel aan jeugdzorg verleent; -j. machtiging: een machtiging als bedoeld in artikel 29b, eerste lid; -k. hulpverleningsplan: het plan, bedoeld in artikel 24, tweede lid; -l. accommodatie: een accommodatie als bedoeld in artikel 29k, eerste lid; -m. steunfunctie: een aanbod van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de stichting en van jeugdzorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat; -n. experiment: het ontwikkelen en in de praktijk beproeven van nieuwe en het verbeteren van bestaande methoden, werkvormen of hulpmiddelen ten behoeve van het functioneren van bureaus jeugdzorg en van jeugdzorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat; -o. inspectie: de inspectie, bedoeld in artikel 47; -p. kindermishandeling: elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel; -q. provinciaal beleidskader: het provinciale beleidskader jeugdzorg, bedoeld in artikel 31, eerste lid; -r. uitvoeringsprogramma: het provinciale programma, bedoeld in artikel 32, eerste lid; -s. landelijk beleidskader: het landelijke beleidskader jeugdzorg, bedoeld in artikel 34, eerste lid; -t. voortgangsrapportage: de voortgangsrapportage jeugdzorg, bedoeld in artikel 36, eerste lid; -u. zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; -v. ouderbijdrage: de bijdrage, bedoeld in artikel 69; -w. eigen bijdrage: de bijdrage, bedoeld in artikel 70; -x. pleegouder: degene die in het kader van jeugdzorg een jeugdige die niet zijn kind of stiefkind is, als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt; -y. verwerken van persoonsgegevens: verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet bescherming persoonsgegevens; -z. vertrouwenspersoon: een persoon werkzaam bij een rechtspersoon als bedoeld in artikel 41, vierde lid, die, onafhankelijk van het bestuur en van personen in dienst van de stichting of de zorgaanbieder, cliënten van het door de stichting in stand gehouden bureau jeugdzorg of van de zorgaanbieder op hun verzoek ondersteunt in aangelegenheden samenhangend met de door de stichting uitgeoefende taken onderscheidenlijk aangelegenheden samenhangend met de geboden jeugdzorg; -aa. Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen: het bureau, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. +- jeugdzorg: ondersteuning van en hulp aan jeugdigen, hun ouders, stiefouders of anderen, die een jeugdige als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden, bij opgroei- of opvoedingsproblemen of dreigende zodanige problemen; +- kindermishandeling: elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel; +- landelijk beleidskader: het landelijke beleidskader jeugdzorg, bedoeld in artikel 34, eerste lid; +- Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen: het bureau, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen; +- machtiging: een machtiging als bedoeld in artikel 29b, eerste lid; +- Onze Ministers: Onze Minister voor Jeugd en Gezin en Onze Minister van Justitie tezamen; +- ouderbijdrage: de bijdrage, bedoeld in artikel 69; +- pleegouder: degene die in het kader van jeugdzorg een jeugdige die niet zijn kind of stiefkind is, als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt; +- provinciaal beleidskader: het provinciale beleidskader jeugdzorg, bedoeld in artikel 31, eerste lid; +- steunfunctie: een aanbod van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de stichting en van jeugdzorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat; +- stichting: een stichting die een bureau jeugdzorg in stand houdt; +- uitvoeringsprogramma: het provinciale programma, bedoeld in artikel 32, eerste lid; +- vertrouwenspersoon: een persoon werkzaam bij een rechtspersoon als bedoeld in artikel 41, vierde lid, die, onafhankelijk van het bestuur en van personen in dienst van de stichting of de zorgaanbieder, cliënten van het door de stichting in stand gehouden bureau jeugdzorg of van de zorgaanbieder op hun verzoek ondersteunt in aangelegenheden samenhangend met de door de stichting uitgeoefende taken onderscheidenlijk aangelegenheden samenhangend met de geboden jeugdzorg; +- verwerken van persoonsgegevens: verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet bescherming persoonsgegevens; +- voortgangsrapportage: de voortgangsrapportage jeugdzorg, bedoeld in artikel 36, eerste lid; +- zorgaanbieder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die jeugdzorg verleent, waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat; +- zorgeenheid: een organisatie-eenheid, waarbinnen een zorgaanbieder een afgebakend geheel aan jeugdzorg verleent; +- zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. + +**2.** Het begrip jeugdige, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de hoofdstukken IA en IVA. + +**3.** Deze wet is van toepassing op in Nederland verblijvende jeugdigen. ### Artikel 2 @@ -54,6 +60,190 @@ Indien een provinciebestuur de bevoegdheden inzake de uitvoering van zijn taken ## Hoofdstuk Ia. Landelijke verwijsindex +### Paragraaf 1. Algemeen + +### Artikel 2a + +In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: + +a. *jeugdige:* persoon die de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt; +b. *burgerservicenummer:* burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; +c. *hulp, zorg of bijsturing:* werkzaamheden die een meldingsbevoegde op grond van de voor hem geldende regelgeving ten behoeve van een jeugdige verricht. + +### Artikel 2b + +**1.** + +Meldingsbevoegde is een functionaris die werkzaam is voor een instantie die: + +a. behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van instanties die werkzaam is in een of meer van de domeinen jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg, gezondheidszorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen, of politie en justitie, +b. afspraken als bedoeld in artikel 2g heeft gemaakt met het college van burgemeester en wethouders, en +c. de functionaris als zodanig heeft aangewezen. + +**2.** + +Meldingsbevoegde is voorts een functionaris die niet werkzaam is voor een instantie en die: + +a. behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van functionarissen die werkzaam is in een of meer van de in het eerste lid, onder a, genoemde domeinen, en +b. afspraken als bedoeld in artikel 2g heeft gemaakt met het college van burgemeester en wethouders. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de functionaris, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de instanties, bedoeld in het eerste lid, onder a. Deze regels kunnen verschillen per categorie van instanties of functionarissen. + +### Artikel 2c + +Met het oog op de goede uitvoering van dit hoofdstuk kan bij algemene maatregel van bestuur onderscheid worden gemaakt tussen daarbij aan te geven leeftijdscategorieën van jeugdigen. + +### Paragraaf 2. Inrichting, beheer en verantwoordelijkheid + +### Artikel 2d + +**1.** Er is een verwijsindex risicojongeren, zijnde een landelijk elektronisch systeem, waarin persoonsgegevens in de zin van artikel 1, onder a, van de Wet bescherming persoonsgegevens alsmede andere gegevens worden verwerkt. + +**2.** De verwijsindex heeft tot doel vroegtijdige en onderlinge afstemming tussen meldingsbevoegden te bewerkstelligen, opdat zij jeugdigen tijdig passende hulp, zorg of bijsturing kunnen verlenen om daadwerkelijke bedreigingen van de noodzakelijke condities voor een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid te voorkomen, te beperken of weg te nemen. + +**3.** De verwijsindex wordt uitsluitend gebruikt voor het in het tweede lid aangegeven doel. + +### Artikel 2e + +**1.** Onze Minister voor Jeugd en Gezin draagt zorg voor de inrichting en het beheer van de verwijsindex. + +**2.** Onze Minister voor Jeugd en Gezin is de verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onder d, van de Wet bescherming persoonsgegevens voor de verwijsindex. + +**3.** In afwijking van het tweede lid, is voor de toepassing van de artikelen 34 tot en met 40 en 43 van de Wet bescherming persoonsgegevens de verantwoordelijke het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die afspraken als bedoeld in artikel 2g heeft gemaakt met de instantie waarvoor de meldingsbevoegde die de jeugdige heeft gemeld werkzaam is of, indien die niet werkzaam is voor een instantie, de meldingsbevoegde. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de inrichting en het beheer van de verwijsindex. Daartoe behoren in elk geval regels omtrent de beveiliging van persoonsgegevens en de beschikbaarheid van de voorzieningen, bedoeld in artikel 2f. + +### Artikel 2f + +**1.** + +Van de verwijsindex maken deel uit: + +a. voorzieningen waarmee de verwijsindex met het oog op het verwerken van een melding het burgerservicenummer van de betrokken jeugdige kan opvragen of verifiëren; +b. voorzieningen waarmee een jeugdige aan de verwijsindex kan worden gemeld of eruit kan worden verwijderd; +c. voorzieningen waarmee bij twee of meer meldingen van dezelfde jeugdige een signaal wordt gezonden naar de meldingsbevoegden die de betrokken jeugdige hebben gemeld en naar degene die belast is met de taken, bedoeld in artikel 2h; +d. een logboek dat registreert welke meldingsbevoegde wanneer een jeugdige aan de verwijsindex heeft gemeld, hem daaruit heeft verwijderd of een signaal heeft ontvangen; +e. voorzieningen waarmee verhuisbewegingen van aan de verwijsindex gemelde jeugdigen worden geregistreerd en doorgegeven aan de meldingsbevoegde die de jeugdige heeft gemeld en, indien de jeugdige naar een andere gemeente is verhuisd, aan de regievoerder van de gemeente waarnaar de jeugdige is verhuisd; +f. voorzieningen waarmee ten behoeve van: + +1°. het toezicht op de naleving inzage kan worden gegeven in de verwijsindex; +2°. beleidsinformatie en het toezicht op de naleving rapportages over het gebruik van de verwijsindex kunnen worden samengesteld en opgevraagd, bestaande uit niet tot specifieke jeugdigen of specifieke meldingsbevoegden herleidbare gegevens; +g. voorzieningen waarmee aan de jeugdige bij de uitoefening van de artikelen 35 tot en met 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens inzage kan worden verleend in een hem betreffende melding in de verwijsindex. + +**2.** Bij de verwijsindex is een historisch meldingenarchief gevoegd waarin uit de verwijsindex verwijderde meldingen worden opgenomen. Het historisch meldingenarchief heeft tot doel de verdere verlening van hulp, zorg of bijsturing ten behoeve van een jeugdige te ondersteunen. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op een effectief gebruik van de verwijsindex noodzakelijke andere voorzieningen worden aangewezen die aan de verwijsindex worden toegevoegd. + +### Paragraaf 3. Afspraken over het gebruik van de verwijsindex + +### Artikel 2g + +**1.** Het college van burgemeester en wethouders bevordert het gebruik van de verwijsindex. Daartoe maakt het college afspraken met de binnen hun gemeente werkzame instanties en functionarissen, voor zover zij behoren tot een categorie die is aangewezen bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 2b. Het college organiseert voorts de aansluiting van die instanties en functionarissen op de verwijsindex. + +**2.** De afspraken betreffen in elk geval de wijze waarop het college samenwerkt met die instanties en functionarissen, en die instanties en functionarissen onderling samenwerken bij het verlenen van hulp, zorg of bijsturing ten behoeve van jeugdigen, alsmede het beheer en de nakoming van die afspraken. De afspraken worden in een convenant vastgelegd. + +**3.** Bij regeling van Onze Minister voor Jeugd en Gezin kunnen regels worden gesteld omtrent het beheer en de nakoming van de afspraken en kunnen voorts regels worden gesteld omtrent andere in de afspraken op te nemen onderwerpen. Voor zover dat uit hoofde van hun functie of taak noodzakelijk is, kan in de afspraken onderscheid worden gemaakt tussen daarbij aangewezen categorieën van meldingsbevoegden. + +**4.** Bij regeling van Onze Minister voor Jeugd en Gezin kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het gebruik van, de aansluiting en de organisatie van de aansluiting op de verwijsindex. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen daarbij aangewezen categorieën van gemeenten en van meldingsbevoegden. + +### Artikel 2h + +**1.** Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat wordt nagegaan of de meldingsbevoegden die een jeugdige aan de verwijsindex hebben gemeld en vervolgens daaruit een signaal hebben ontvangen, met elkaar contact hebben opgenomen. + +**2.** Degene die belast is met de taken, bedoeld in het eerste lid, heeft uitsluitend ten behoeve daarvan toegang tot de verwijsindex. + +### Artikel 2i + +**1.** Instanties kunnen met het oog op een effectief gebruik van de verwijsindex een binnen hun instantie werkzame coördinator aanwijzen. De coördinator heeft als taak de contactgegevens van de meldingsbevoegden te beheren en zo nodig, aan te passen en de signalen uit de verwijsindex te beheren. + +**2.** Een coördinator heeft uitsluitend ten behoeve van de taak, bedoeld in het eerste lid, toegang tot de verwijsindex. + +### Paragraaf 4. Melding aan de verwijsindex + +### Artikel 2j + +Een meldingsbevoegde kan zonder toestemming van de jeugdige of zijn wettelijk vertegenwoordiger en zo nodig met doorbreking van de op grond van zijn ambt of beroep geldende plicht tot geheimhouding, een jeugdige melden aan de verwijsindex indien hij een redelijk vermoeden heeft dat de jeugdige door een of meer van de hierna genoemde risico’s in de noodzakelijke condities voor een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid daadwerkelijk wordt bedreigd: + +a. de jeugdige staat bloot aan geestelijk, lichamelijk of seksueel geweld, enige andere vernederende behandeling, of verwaarlozing; +b. de jeugdige heeft meer of andere dan bij zijn leeftijd normaliter voorkomende psychische problemen, waaronder verslaving aan alcohol, drugs of kansspelen; +c. de jeugdige heeft meer dan bij zijn leeftijd normaliter voorkomende ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen; +d. de jeugdige is minderjarig en moeder of zwanger; +e. de jeugdige verzuimt veelvuldig van school of andere onderwijsinstelling, dan wel verlaat die voortijdig of dreigt die voortijdig te verlaten; +f. de jeugdige is niet gemotiveerd om door legale arbeid in zijn levensonderhoud te voorzien; +g. de jeugdige heeft meer of andere dan bij zijn leeftijd normaliter voorkomende financiële problemen; +h. de jeugdige heeft geen vaste woon- of verblijfplaats; +i. de jeugdige is een gevaar voor anderen door lichamelijk of geestelijk geweld of ander intimiderend gedrag; +j. de jeugdige laat zich in met activiteiten die strafbaar zijn gesteld; +k. de ouders of andere verzorgers van de jeugdige schieten ernstig tekort in de verzorging of opvoeding van de jeugdige; +l. de jeugdige staat bloot aan risico’s die in bepaalde etnische groepen onevenredig vaak voorkomen. + +### Artikel 2k + +**1.** Een melding wordt in de verwijsindex gekoppeld aan het burgerservicenummer van de jeugdige, met als doel te waarborgen dat de melding betrekking heeft op die jeugdige. + +**2.** Indien de melding afkomstig is van een meldingsbevoegde die op grond van een wettelijke bepaling reeds bevoegd is het burgerservicenummer van de jeugdige te gebruiken, biedt hij de melding met dat nummer aan de verwijsindex aan. + +**3.** In andere gevallen biedt de meldingsbevoegde de melding aan de verwijsindex aan met behulp van de voorzieningen, bedoeld in artikel 2f, eerste lid, onder a, zonder dat hij kennis kan nemen van het burgerservicenummer van de betrokken jeugdige. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het aanbieden van een melding aan de verwijsindex, bedoeld in het tweede en derde lid, en overigens over de wijze van melding. + +**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden een persoonsidentificerend nummer en andere identificerende gegevens aangewezen die gebruikt worden om jeugdigen die niet beschikken over een burgerservicenummer te melden aan de verwijsindex. Bij of krachtens de maatregel worden voorts regels gesteld over de wijze waarop deze gegevens worden aangeboden aan de verwijsindex. + +### Artikel 2l + +**1.** + +Naast het burgerservicenummer van de jeugdige worden in de verwijsindex bij een melding uitsluitend de volgende gegevens opgeslagen: + +a. de identificatiegegevens en contactgegevens van de meldingsbevoegde die de melding doet, en, in voorkomend geval, van de coördinator, bedoeld in artikel 2i; +b. de datum en het tijdstip van de melding, en +c. de datum waarop de melding op grond van artikel 2n, tweede lid, onder a, uit de verwijsindex zal worden verwijderd. + +**2.** Een signaal uit de verwijsindex bevat uitsluitend de gegevens, genoemd in het eerste lid, onder a. + +### Artikel 2m + +Ten behoeve van de doeleinden, bedoeld in artikel 2d, worden persoonsgegevens betreffende de gezondheid, alsmede strafrechtelijke persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens verwerkt. De verwerking van deze gegevens vindt uitsluitend plaats teneinde meldingsbevoegden uit de domeinen jeugdgezondheidszorg, gezondheidszorg en politie en justitie in staat te stellen een jeugdige aan de verwijsindex te melden alsmede andere meldingsbevoegden in staat te stellen van deze melding kennis te nemen. + +### Artikel 2n + +**1.** + +Een meldingsbevoegde verwijdert een door hem gedane melding uit de verwijsindex indien naar zijn oordeel: + +a. die melding niet terecht is gedaan; +b. het eerder gesignaleerde risico niet meer aanwezig is. + +**2.** + +Een melding wordt voorts in elk geval uit de verwijsindex verwijderd: + +a. ten hoogste twee jaar nadat zij is gedaan; +b. met ingang van de dag dat de jeugdige 23 jaar wordt; +c. zo spoedig mogelijk na het overlijden van de jeugdige. + +### Artikel 2o + +**1.** Een overeenkomstig artikel 2n, eerste lid, onder b, en tweede lid, onder a, uit de verwijsindex verwijderde melding wordt gedurende vijf jaren opgenomen in een historisch meldingenarchief, met dien verstande dat die opname wordt vernietigd met ingang van de dag dat de jeugdige 23 jaar wordt of zo spoedig mogelijk na het overlijden van de jeugdige. Meldingen die uit de verwijsindex zijn verwijderd met toepassing van artikel 2n, eerste lid, onder a, of het tweede lid, onder b of c, of de artikelen 36 of 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens, worden niet in het historisch meldingenarchief opgenomen. + +**2.** Een in het historisch meldingenarchief opgenomen melding wordt uitsluitend en eenmalig aangeboden aan een meldingsbevoegde op het moment dat hij een jeugdige aan de verwijsindex meldt. + +**3.** Artikelen 2e en 2f, eerste lid, aanhef, juncto onder f en g, zijn van overeenkomstige toepassing op het historisch meldingenarchief. Van het historisch meldingenarchief maakt een voorziening deel uit waarmee een jeugdige uit het historisch meldingenarchief kan worden verwijderd. + +### Paragraaf 5. Aanvullende bepalingen inzake informatieverstrekking aan en rechten van de betrokkene + +### Artikel 2p + +**1.** Indien een melding betrekking heeft op een jeugdige die jonger is dan twaalf jaren wordt de mededeling, bedoeld in artikel 34 van de Wet bescherming persoonsgegevens gedaan aan zijn wettelijk vertegenwoordiger. Indien de jeugdige de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, wordt de mededeling zowel aan de jeugdige als zijn wettelijk vertegenwoordiger gedaan. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen omtrent de mededeling. + +**2.** Indien de jeugdige jonger is dan twaalf jaren wordt een verzoek als bedoeld in de artikelen 35 en 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens of een aantekening van verzet als bedoeld in artikel 40 van die wet gedaan door zijn wettelijk vertegenwoordiger. Indien de jeugdige de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, wordt het verzoek of de aantekening van verzet gedaan door de jeugdige en zijn wettelijk vertegenwoordiger gezamenlijk. + +### Artikel 2q + +**1.** Een meldingsbevoegde die een jeugdige aan de verwijsindex heeft gemeld, brengt aan het college van burgemeester en wethouders een advies uit over een door die jeugdige aan hen gedaan verzoek als bedoeld in de artikelen 35 of 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens, of over een bij hen aangetekend verzet als bedoeld in artikel 40 van die wet. + +**2.** De meldingsbevoegde verstrekt het college overigens alle inlichtingen die nodig zijn met het oog op de uitvoering door het college van de in het eerste lid genoemde artikelen en artikel 43 van de Wet bescherming persoonsgegevens. + ## Hoofdstuk II. Aanspraken op jeugdzorg ### Artikel 3 @@ -720,13 +910,13 @@ Onze Ministers kunnen de provinciebesturen aanwijzingen geven met betrekking tot **1.** Onze Ministers stellen eenmaal in de vier jaar vóór de indiening van de begroting van het Rijk een landelijk beleidskader jeugdzorg voor de komende vier kalenderjaren vast. -**2.** Het landelijke beleidskader bevat de uitgangspunten voor het door de provinciebesturen te voeren beleid, alsmede een raming van de bedragen die het Rijk voornemens is aan de onderscheiden provincies te verstrekken ten behoeve van de subsidiëring van de stichting en van de jeugdzorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat. +**2.** Het landelijke beleidskader bevat de uitgangspunten voor het door de provinciebesturen te voeren beleid, alsmede een raming van de bedragen die het Rijk voornemens is aan de onderscheiden provincies te verstrekken ten behoeve van de subsidiëring van de stichting en van de jeugdzorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat. Het landelijk beleidskader bevat voorts de uitgangspunten voor het door de gemeentebesturen te voeren beleid inzake de signalering van risico’s die jeugdigen als bedoeld in hoofdstuk IA in de noodzakelijke condities voor een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid daadwerkelijk bedreigen. **3.** Ten behoeve van de samenhang binnen de jeugdzorg, bevat het landelijke beleidskader voorts een overzicht van de wijze waarop: -a. de gemeenten voornemens zijn te voorzien in de behoefte aan jeugdzorg, niet zijnde jeugdzorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat; +a. de gemeenten voornemens zijn te voorzien in de behoefte aan jeugdzorg, niet zijnde jeugdzorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat, en waarop zij voornemens zijn vorm te geven aan de samenwerking, bedoeld in artikel 2g; b. de zorgverzekeraars voornemens zijn te voorzien in de behoefte aan zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b en c; c. Onze Minister van Justitie voornemens is te voorzien in de behoefte aan jeugdzorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder d.