2005-06-05 | BWBR0006264 | Besluit Infrastructuurfonds
This commit is contained in:
parent
512487e5eb
commit
825451449a
1 changed files with 17 additions and 120 deletions
|
|
@ -188,7 +188,7 @@ In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, kan Onze Minister een la
|
|||
|
||||
a. de financiële draagkracht van de aanvrager hiertoe aanleiding geeft;
|
||||
|
||||
hiervan is in ieder geval sprake indien de hoogte van de doeluitkering voor de provincie of het regionaal openbaar lichaam waarin het project is gelegen, in het jaar waarin de aanvraag is ingediend, vermenigvuldigd met vijf, gelijk is aan of lager is dan € 225 000 000,– dan wel gelijk is of lager is dan € 112 500 000,–; of
|
||||
hiervan is ieder geval sprake indien de hoogte van de brede doeluitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, dan wel artikel 3, eerste lid, van de Wet BDU verkeer en vervoer, in het jaar waarin de aanvraag is ingediend, vermenigvuldigd met twee, gelijk is aan of lager is dan EUR 225.000.000,– dan wel gelijk is of lager is dan EUR 112.500.000,–; of
|
||||
b. het project een functie heeft die naar het oordeel van Onze Minister het regionale of lokale belang aanmerkelijk te boven gaat.
|
||||
|
||||
**5.** Indien reeds subsidie is verleend voor de kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, wordt deze bij de verlening van een subsidie voor de overige kosten, genoemd in artikel 5, eerste lid, in mindering gebracht.
|
||||
|
|
@ -319,18 +319,18 @@ d. Publiekrechtelijke rechtspersonen en privaatrechtelijke rechtspersonen ten be
|
|||
|
||||
**3.** De artikelen 5, 7, 9, eerste lid, onderdelen a, c en d, tweede en derde lid, 13 tot en met 14a, en 16a tot en met 16b, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, indien een subsidie als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een projectgebonden onderzoek ten behoeve van de veiligheid van het wegverkeer de hoogte van de subsidie vijftig procent bedraagt van de kosten die overeenkomstig artikel 5 voor vergoeding in aanmerking komen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Subsidies voor kapitaallasten en onderhoud van het landelijk spoorwegnet
|
||||
### Paragraaf 4. Subsidies voor kapitaallasten, bediening en onderhoud van het landelijk spoorwegnet
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
In afwijking van § 2 zijn voor het verstrekken van subsidies aan een beheerder van landelijke spoorweginfrastructuur voor de kapitaallasten voortvloeiende uit de investeringen in die spoorweginfrastructuur en voor het onderhoud van die spoorweginfrastructuur de bepalingen van deze paragraaf van toepassing.
|
||||
In afwijking van § 2 zijn voor het verstrekken van subsidies aan een beheerder van landelijke spoorweginfrastructuur voor de kapitaallasten voortvloeiende uit de investeringen in die spoorweginfrastructuur , voor de bediening en voor het onderhoud van die spoorweginfrastructuur de bepalingen van deze paragraaf van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
De beheerder dient jaarlijks uiterlijk vier maanden voor de aanvang van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft, een aanvraag om een subsidie in, waarbij hij de volgende gegevens verstrekt:
|
||||
|
||||
a. een raming van de te verwachten wijziging van de kapitaallasten ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van een te verwachten wijziging in de resterende schuld en de daarover berekende rente ten gevolge van de niet à fonds perdu gefinancierde spoorweginfrastructuur;
|
||||
b. een raming van de te verwachten wijziging van de onderhoudskosten ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van een te verwachten wijziging in omvang van de bestaande spoorweginfrastructuur en als gevolg van een te verwachten wijziging van de mate van gebruik van de bestaande spoorweginfrastructuur;
|
||||
b. een raming van de te verwachten wijziging van de kosten van bediening en van de onderhoudskosten ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van een te verwachten wijziging in omvang van de bestaande spoorweginfrastructuur en als gevolg van een te verwachten wijziging van de mate van gebruik van de bestaande spoorweginfrastructuur;
|
||||
c. een raming van de te verwachten opbrengsten van vergoedingen van gebruikers van de spoorweginfrastructuur;
|
||||
d. andere door Onze Minister noodzakelijk geachte gegevens.
|
||||
|
||||
|
|
@ -340,7 +340,7 @@ d. andere door Onze Minister noodzakelijk geachte gegevens.
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de verlening van de subsidie wordt uitgegaan van de kapitaallasten, van de kosten van onderhoud en de omvang van de opbrengsten van vergoedingen van gebruikers, in een door hem te bepalen basisjaar. De subsidie kan worden aangepast aan de wijzigingen ten opzichte van het basisjaar als gevolg van:
|
||||
Bij de verlening van de subsidie wordt uitgegaan van de kapitaallasten, van de kosten van bediening en onderhoud en de omvang van de opbrengsten van vergoedingen van gebruikers, in een door hem te bepalen basisjaar. De subsidie kan worden aangepast aan de wijzigingen ten opzichte van het basisjaar als gevolg van:
|
||||
|
||||
a. de omvang van landelijke spoorweginfrastructuur;
|
||||
b. het niveau van instandhoudingskwaliteit, voor zover Onze Minister daarom verzoekt;
|
||||
|
|
@ -368,11 +368,11 @@ g. het loon- en prijspeil.
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Binnen zes maanden na afloop van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft dient de beheerder bij Onze Minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. De aanvraag gaat vergezeld van de jaarrekening en de financiële verantwoording van de kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen en onderhoudskosten en de opbrengsten in de bestaande spoorweginfrastructuur. De jaarrekening en de financiële verantwoording dienen te zijn voorzien van een accountantsverklaring.
|
||||
**1.** Binnen zes maanden na afloop van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft dient de beheerder bij Onze Minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. De aanvraag gaat vergezeld van de jaarrekening en de financiële verantwoording van de kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen, kosten van bediening en onderhoudskosten en de opbrengsten in de bestaande spoorweginfrastructuur. De jaarrekening en de financiële verantwoording dienen te zijn voorzien van een accountantsverklaring.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde financiële verantwoording dient te worden opgesteld overeenkomstig het door Onze Minister vastgestelde informatieprofiel.
|
||||
|
||||
**3.** Indien uit de accountantsverklaring blijkt, dat de beheerder ten onrechte kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen en onderhoudskosten of opbrengsten ten laste onderscheidenlijk ten gunste van de door hem beheerde spoorweginfrastructuur heeft gebracht, brengt de beheerder in de jaarrekening en de financiële verantwoording de nodige correcties aan.
|
||||
**3.** Indien uit de accountantsverklaring blijkt, dat de beheerder ten onrechte kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen, kosten van bediening en onderhoudskosten of opbrengsten ten laste onderscheidenlijk ten gunste van de door hem beheerde spoorweginfrastructuur heeft gebracht, brengt de beheerder in de jaarrekening en de financiële verantwoording de nodige correcties aan.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister beslist op de aanvraag tot het vaststellen van de subsidie binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -431,48 +431,23 @@ b. aanleg en beheer en onderhoud van vaarwegen, ten behoeve van de binnenvaart,
|
|||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister verstrekt jaarlijks aan een provincie een doeluitkering voor de bekostiging van de projecten die in die provincie doch buiten een samenwerkingsgebied worden gerealiseerd, waarvoor Onze Minister ingevolge de artikelen artikel III, derde lid, en IV van het Wijzigingsbesluit Gebundelde doeluitkering, de subsidie heeft vastgesteld en die op 1 januari 2004 nog niet zijn voltooid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gedeputeerde staten van de provincie wenden de doeluitkering voorzover de financiering van de voltooiing van de projecten, bedoeld in het eerste lid, is gewaarborgd, aan voor:
|
||||
|
||||
a. de bekostiging van een overig project dat in die provincie en buiten een samenwerkingsgebied wordt gerealiseerd; of voor
|
||||
b. de bekostiging van het eigen aandeel van de aanvrager voor een subsidie voor een groot project welke in de provincie en buiten een samenwerkingsgebied wordt gerealiseerd.
|
||||
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten van de provincie kunnen bij de toepassing van het tweede lid bijdragen verstrekken aan een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen ten behoeve van overige projecten, dan wel van het eigen aandeel van de aanvrager van een subsidie voor een groot project dat in het gebied van het openbaar lichaam is gelegen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders van de in de provincie gelegen gemeenten, met uitzondering van die gemeenten die zijn gelegen in een samenwerkingsgebied, tezamen met het dagelijks bestuur van de waterschappen die in de provincie wegen in beheer hebben, maken jaarlijks op basis van vastgestelde en in voorbereiding zijnde provinciale verkeers- en vervoerplannen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Planwet verkeer en vervoer, vóór 1 april afspraken over de besteding of reservering van de doeluitkering.
|
||||
|
||||
**2.** De afspraken voorzien in ieder geval in de wijze van verdelen, het tijdstip van betalen en de projecten waarvoor de doeluitkering wordt gereserveerd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister verstrekt voor de geldingsduur van een overeenkomstig de afdelingen 2, 3 en 7 van hoofdstuk 2 van de Kaderwet bestuur in verandering vastgestelde gemeenschappelijke regeling jaarlijks aan het regionaal openbaar lichaam van het samenwerkingsgebied een doeluitkering voor de bekostiging in het kalenderjaar van de projecten die in dat samenwerkingsgebied worden gerealiseerd, waarvoor Onze Minister ingevolge de artikelen III, derde lid, en IV van het Wijzigingsbesluit Gebundelde doeluitkering, de subsidie heeft vastgesteld en die op 1 januari 2004 nog niet zijn voltooid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam wendt de doeluitkering voorzover de financiering van de voltooiing van de projecten, bedoeld in het eerste lid, is gewaarborgd, aan voor:
|
||||
|
||||
a. de bekostiging van een overig project dat in het samenwerkingsgebied wordt gerealiseerd; of voor
|
||||
b. de bekostiging van het eigen aandeel van de aanvrager voor een subsidie voor een groot project welke in het samenwerkingsgebied wordt gerealiseerd.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover in het samenwerkingsgebied wegen gelegen zijn die in beheer zijn bij de provincie of bij een waterschap pleegt het dagelijks bestuur alvorens besluiten te nemen omtrent de besteding van de doeluitkering, bedoeld in het eerste lid, in overleg met gedeputeerde staten van die provincie of het dagelijks bestuur van dat waterschap die onderscheidenlijk dat wegbeheerder is.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten en het dagelijks bestuur verschaffen Onze Minister de gegevens, die nodig zijn voor de toepassing van artikel 36, vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het gemeentebestuur en het bestuur van een waterschap verschaffen gedeputeerde staten en het dagelijks bestuur de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van het eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Onze Minister kan de doeluitkering aanpassen:
|
||||
|
||||
a. aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil;
|
||||
b. in het geval van wijziging van de beschikbare middelen, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel b.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
|
|
@ -484,87 +459,15 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit artikel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. het CBS: het Centraal bureau voor de statistiek;
|
||||
b. de uitkeringsfactor: het voor het uitkeringsjaar voor de doeluitkering beschikbare bedrag gedeeld door het bedrag van € 332 000 000;
|
||||
c. rastervierkanten: vierkanten van 500 bij 500 meter, zoals deze worden gebruikt in het geografisch basisregister van het CBS;
|
||||
d. omgevingsadressendichtheid van een adres: het aantal adressen in de omgeving van het adres, gedeeld door het oppervlak in vierkante kilometers van de omgeving. De omgeving van een adres wordt gevormd door het rastervierkant, waarin het adres is gelegen en de twaalf meest nabij gelegen rastervierkanten;
|
||||
e. regio: een samenwerkingsgebied, een provincie waarin geen samenwerkingsgebied is gelegen,of het deel van de provincie dat buiten een samenwerkingsgebied is gelegen.
|
||||
f. gemiddelde omgevingsadressendichtheid: de gemiddelde omgevingsadressendichtheid van de adressen in een gemeente, in adressen per vierkante kilometer;
|
||||
g. lokale dichtheidsfactor: het quotiënt van het aantal inwoners en het aantal werkzame personen in de gemeente en het aantal hectaren land in een gemeente, waarbij de bebouwde kom per gemeente is afgebakend op basis van rastervierkanten van 500 bij 500 meter waarin het aantal adressen 25 of meer bedraagt;
|
||||
h. regionale dichtheidsfactor: het quotiënt van het aantal inwoners en het aantal werkzame personen en het aantal hectaren land, in een regio ;
|
||||
i. potentiële regionale klanten: het aantal potentiële regionale klanten van de woonkernen in een gemeente.
|
||||
|
||||
**2.** De doeluitkering voor een provincie onderscheidenlijk een regionaal openbaar lichaam is het bedrag van de op de voet van het vierde lid voor die provincie of voor dat regionaal openbaar lichaam vastgestelde uitkeringsbasis vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor.
|
||||
|
||||
**3.** De uitkeringsbasis, bedoeld in het tweede lid, is gebaseerd op de aantallen voor de regio 1 januari 2000 zoals die door het CBS zijn vastgesteld, voorzover in het vierde lid niet anders is bepaald.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De uitkeringsbasis, bedoeld in het tweede lid, wordt uitgedrukt in de volgende formule:
|
||||
|
||||
{(1,66 x INW) + (2,84 x INWoad1400) + (22,13 x INWoad2500) + (29,96 x INWoad3000inw) + (10,23 x INWoad1800dhr) + (5,02 x INWkprsdhr) + (3,19 x INWoad1800kprsdhr) + (2,21 x WP) + (6,36 x WPS) + (0,13 x WPdhk) + (0,13 x WPSdhk) + (3,32 x LAND) + (221,13 x OPPBEB) + (14,81 x VINEX)}.
|
||||
|
||||
Hierin betekent:
|
||||
|
||||
INW: het aantal inwoners per gemeente
|
||||
|
||||
INWoad1400: het aantal inwoners in gemeenten met een omgevingsadressendichtheid van meer dan 1400;
|
||||
|
||||
INWoad2500: het aantal inwoners in gemeenten met een omgevingsadressendichtheid van meer dan 2500;
|
||||
|
||||
INWoad3000inw: het aantal inwoners in gemeenten met een omgevingsadressendichtheid van meer dan 3000 en met meer dan 230 000 inwoners;
|
||||
|
||||
INWoad1800dhr: het aantal inwoners in gemeenten met een omgevingsadressendichtheid van meer dan 1800, gelegen in een regio met een regionale dichtheidsfactor van meer dan 3,55;
|
||||
|
||||
INWkprsdhr: het aantal inwoners in gemeenten met een aantal potentiële regionale klanten van meer dan 1,85 maal het eigen inwonertal, gelegen in een regio met regionale dichtheidsfactor van meer dan 3,55;
|
||||
|
||||
INWoad1800kprsdhr: het aantal inwoners in gemeenten met een omgevingsadressendichtheid van meer dan 1800 en een aantal potentiële regionale klanten van meer dan 1,00 maal het eigen inwonertal, gelegen in een regio met een regionale dichtheidsfactor van meer dan 3,55;
|
||||
|
||||
WP: het aantal werkzame personen per gemeente zoals dat is de meest recente voor 1 januari 2000 vastgestelde statistiek banen van werknemers van het CBS is opgenomen;
|
||||
|
||||
WPS: het aantal werkzame personen boven een drempel van 40% van het eigen inwonertal per gemeente;
|
||||
|
||||
WPdhk: het aantal werkzame personen in gemeenten met een lokale dichtheidsfactor van meer dan 40;
|
||||
|
||||
WPSdhk: het aantal werkzame personen boven een drempel van 40% van het eigen inwonertal van gemeenten in gemeenten met een lokale dichtheidsfactor van meer dan 40, gewogen met deze dichtheidsfactor;
|
||||
|
||||
LAND: het aantal hectaren land per gemeente zoals dat in de meest recente voor 1 januari 2000 vastgestelde bodemstatistiek van het CBS is opgenomen;
|
||||
|
||||
OPPBEB: de oppervlakte van de bebouwing binnen en buiten de kom per gemeente in hectaren;
|
||||
|
||||
VINEX: het aantal te bouwen woningen in stadsgewesten in de regio in het kader van VINEX- en VINAC-afspraken in de perioden 1995–2005 en 2005 –2010;
|
||||
|
||||
dhr: de regionale dichtheidsfactor van de regio;
|
||||
|
||||
dhk: de lokale dichtheidsfactor van de gemeente.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de in enig jaar verstrekte doeluitkering niet binnen vier jaar is verplicht overeenkomstig artikel 29 onderscheidenlijk artikel 31, kan Onze Minister de doeluitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het vijfde lid, kan de doeluitkering worden gereserveerd voor de bekostiging van een groot project met betrekking tot regionale of lokale infrastructuur, dat is opgenomen in een provinciaal of regionaal verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16, eerste lid, van de Planwet verkeer en vervoer. Indien het project, voordat de realisatie een aanvang heeft genomen, niet langer in een plan als bedoeld in het eerste lid, is opgenomen, worden ten aanzien van de hier gereserveerde bijdrage overeenkomstig artikel 29 onderscheidenlijk artikel 31 verplichtingen aangegaan, voordat de geldingsduur van het geldende plan eindigt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 36a
|
||||
|
||||
**1.** Op de omvang van een doeluitkering aan een provincie worden in mindering gebracht de verplichtingen die zijn aangegaan bij het verstrekken van bijdragen voor overige projecten krachtens het Besluit personenvervoer of dit besluit jegens de betrokken provincie, alsmede jegens gemeenten, waterschappen en andere publiekrechtelijke rechtspersonen in de betrokken provincie, uitgezonderd dat deel van de provincie dat samenvalt met een samenwerkingsgebied, voor zover deze ten laste komen van Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting voor het kalenderjaar 1994 en volgende kalenderjaren dan wel van de Wet tot vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Infrastructuurfonds voor vorenbedoelde kalenderjaren.
|
||||
|
||||
**2.** Op de omvang van een doeluitkering aan een provincie worden voorts in mindering gebracht de verplichtingen die zijn aangegaan bij het verstrekken van bijdragen voor overige projecten krachtens het Besluit personenvervoer of dit besluit jegens de regionale of lokale vervoerbedrijven, welke in de betrokken provincie, uitgezonderd dat deel van de provincie dat samenvalt met een samenwerkingsgebied, openbaar vervoer verrichten, voor zover deze ten laste komen van Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting voor het kalenderjaar 1994 en volgende kalenderjaren dan wel van de Wet tot vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Infrastructuurfonds voor vorenbedoelde kalenderjaren.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen uitsluitend die verplichtingen in mindering worden gebracht, voor zover zij voorkomen op een lijst die door Onze Minister uiterlijk acht weken na de inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van het Besluit Infrastructuurfonds (doeluitkering aan provincies en andere wijzigingen) in de *Staatscourant* bekend is gemaakt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 36b
|
||||
|
||||
**1.** Op de omvang van een doeluitkering aan een regionaal openbaar lichaam worden in mindering gebracht de verplichtingen die zijn aangegaan bij het verstrekken van bijdragen voor overige projecten krachtens het Besluit personenvervoer of dit besluit jegens het betrokken regionaal openbaar lichaam, gemeenten, waterschappen en andere publiekrechtelijke rechtspersonen in het betrokken samenwerkingsgebied, voor zover deze ten laste komen van Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting voor het kalenderjaar 1994 en volgende kalenderjaren dan wel van de Wet tot vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Infrastructuurfonds voor vorenbedoelde kalenderjaren.
|
||||
|
||||
**2.** Op de omvang van een doeluitkering aan een regionaal openbaar lichaam worden voorts in mindering gebracht de verplichtingen die zijn aangegaan bij het verstrekken van bijdragen voor overige projecten krachtens het Besluit personenvervoer of dit besluit jegens regionale of lokale vervoerbedrijven, welke in het betrokken samenwerkingsgebied openbaar vervoer verrichten, voor zover deze ten laste komen van Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting voor het kalenderjaar 1994 en volgende kalenderjaren dan wel van de Wet tot vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Infrastructuurfonds voor vorenbedoelde kalenderjaren.
|
||||
|
||||
**3.** Op de omvang van een doeluitkering aan een regionaal openbaar lichaam wordt voorts in mindering gebracht de doeluitkering die aan het betrokken regionaal openbaar lichaam voor de jaren 1996 en 1997 is verstrekt op grond van paragraaf 6, zoals die paragraaf luidde voor de inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van het Besluit Infrastructuurfonds (doeluitkering aan provincies en andere wijzigingen).
|
||||
|
||||
**4.** Voorwaarden die zijn gesteld aan een doeluitkering die is verstrekt voor de inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van het Besluit Infrastructuurfonds (doeluitkering aan provincies en andere wijzigingen) komen voor wat betreft de jaren 1996 en 1997 te vervallen, voor zover deze niet kunnen worden gesteld aan een doeluitkering die wordt verstrekt na de inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van het Besluit Infrastructuurfonds (doeluitkering aan provincies en andere wijzigingen).
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 36*a*, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -576,7 +479,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
De doeluitkering wordt eenmaal per kalenderjaar uiterlijk in de maand juni van dat jaar betaald.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 39a
|
||||
|
||||
|
|
@ -584,13 +487,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur brengen jaarlijks voor 15 november onderscheidenlijk voor 15 september van het jaar, volgende op het jaar waarin de doeluitkering is betaald, over het desbetreffende jaar aan Onze Minister een financieel verslag over de besteding van de doeluitkering uit.
|
||||
|
||||
**2.** Het financieel verslag gaat vergezeld van een accountantsverklaring.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt een model vast voor het financieel verslag en voor de accountantsverklaring.
|
||||
|
||||
**4.** Indien uit de accountantsverklaring blijkt, dat de doeluitkering gebruikt is voor betalingen van doelen, waarvoor die uitkering niet bestemd is, zullen die betalingen door Onze Minister teruggevorderd worden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue