diff --git a/zbo/netcode-elektriciteit/BWBR0037940/README.md b/zbo/netcode-elektriciteit/BWBR0037940/README.md index 2952b1e4a33..85d3d6e9913 100644 --- a/zbo/netcode-elektriciteit/BWBR0037940/README.md +++ b/zbo/netcode-elektriciteit/BWBR0037940/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Netcode elektriciteit bwb_id: BWBR0037940 type: zbo status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2023-01-26' +datum_inwerkingtreding: '2024-04-12' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037940 citeertitel: Netcode elektriciteit --- @@ -526,7 +526,7 @@ Vervallen **1.** Indien een aangeslotene beschikt over meer dan één aansluiting en die aangeslotene een verzoek doet als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998, wordt, indien van toepassing, per aansluiting een verzoek ingediend. -**2.** Een aangeslotene die elektriciteit als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 produceert èn gebruik wil maken van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit, meldt zich overeenkomstig deze regeling bij zijn netbeheerder met een verzoek overeenkomstig de bijlage bij deze regeling. +**2.** Vervallen. **3.** @@ -534,7 +534,7 @@ De netbeheerder die een verzoek ontvangt als bedoeld in artikel 16, eerste lid, a. stelt vast of de aanwezige elektriciteitsproductie-installatie geschikt is om elektriciteit als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 te produceren; b. stelt vast of een geschikte meetinrichting aanwezig is; -c. meldt, met inachtneming van de termijn bedoeld in artikel 2, negende lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit aan de in het tweede lid bedoelde aangeslotene en aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet of het verzoek van de in het tweede lid bedoelde aangeslotene als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998 is gehonoreerd; +c. meldt of het verzoek als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998 is gehonoreerd; d. muteert het aansluitingenregister indien de in het tweede lid bedoelde aangeslotene op zijn net is aangesloten. **4.** @@ -717,12 +717,7 @@ b. klasse 2, in overige gevallen, tenzij anders met de netbeheerder is overeenge **5.** De elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, is voorzien van en wordt bedreven met een instelbare automatische spanningsregeling. De netbeheerder kan op basis van de lokale situatie voor een elektriciteitsproductie-eenheid een arbeidsfactor-regeling eisen of toestaan. -**6.** - -De elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningsnet of op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV, dient bij verlaagde netspanning de maximaal beschikbare hoeveelheid blindvermogen te kunnen leveren, gedurende de volgende tijdsperioden: - -a. onbeperkt bij een verlaagde netspanning kleiner dan of gelijk aan U_n en groter dan of gelijk aan 0,95 U_n; -b. 15 minuten bij een verlaagde netspanning kleiner dan 0,95 U_n en groter dan of gelijk aan 0,85 U_n. +**6.** De elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningsnet of op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV, dient bij verlaagde netspanning onbeperkt de maximaal beschikbare hoeveelheid blindvermogen te kunnen leveren bij een verlaagde netspanning kleiner dan of gelijk aan Un en groter dan of gelijk aan 0,9 Un. **7.** De behandeling van het sterpunt van de elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, wordt bepaald door de netbeheerder in overleg met de beheerder van de elektriciteitsproductie-eenheid. @@ -732,7 +727,7 @@ b. 15 minuten bij een verlaagde netspanning kleiner dan 0,95 U_n en groter dan o De elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningsnet of op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV is, in aanvulling op artikel 3.13, eerste lid, en artikel 3.13, zevende lid, in staat om op het net aangesloten en in bedrijf te blijven: -a. gedurende 20 minuten bij een spanning op het overdrachtspunt tussen 0,85 pu en 0,90 pu, waarbij, onverminderd het zesde lid, onderdeel b, geldt dat het werkzame vermogen mag worden gereduceerd tot 80% van de maximum capaciteit; +a. gedurende 3 minuten bij een spanning op het overdrachtspunt tussen 0,85 pu en 0,90 pu, waarbij geldt dat het werkzame vermogen mag worden gereduceerd tot 80% van de maximum capaciteit; b. overeenkomstig de in artikel 3.13, eerste lid, genoemde perioden 1°. bij een spanning op het overdrachtspunt binnen de spanningsband tussen 0,9 pu en 1,1 pu voor een frequentiebereik van 50 tot 51,5 Hz; @@ -744,7 +739,13 @@ b. overeenkomstig de in artikel 3.13, eerste lid, genoemde perioden **12.** Indien het negende en tiende lid een kortere tijdsperiode toestaat dan artikel 3.13, eerste lid, prevaleert het negende lid. -**13.** De aansluiting van de elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een midden- of op een hoogspanningsnet zonder enkelvoudige storingsreserve tijdens normaal bedrijf en onderhoud is zodanig ontworpen dat de netbeheerder deze op afstand, voldoende snel en selectief kan afschakelen of afregelen, in een uitvalsituatie als bedoeld in artikel 4a.1, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.2, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.3, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.3, onderdeel b, subonderdeel 2°, en artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, en artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas. +**13.** + +De elektriciteitsproductie-eenheid die met gebruikmaking van de vrijstellingen voor productie als bedoeld in artikel 4a.1, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.2, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.3, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.3, onderdeel b, subonderdeel 2°, artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° en artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas is aangesloten op een hoogspanningsnet of op het onderliggende middenspanningsnet dient voldoende snel en selectief afgeschakeld of afgeregeld te kunnen worden, in een uitvalsituatie als bedoeld in de hiervoor genoemde onderdelen van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas. Aan deze eis is voldaan indien: + +a. de netbeheerder de elektriciteitsproductie-eenheid kan afschakelen of afregelen door middel van een aan te bieden signaal op of in de nabijheid van het overdrachtspunt van de aansluiting; +b. de netbeheerder en de aangeslotene overeenkomstig artikel 9.12, vijfde lid, overeenkomen dat de netbeheerder de aansluiting afschakelt of afregelt; of +c. de netbeheerder en de aangeslotene overeenkomstig artikel 9.12, derde lid, overeenkomen dat voor het afschakelen of afregelen gebruik gemaakt kan worden van de in artikel 13, zesde lid, en artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) bedoelde interface of de in artikel 15, tweede lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) bedoelde regelbaarheid. ### Paragraaf 3.5. Aansluitvoorwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type B als bedoeld in artikel 5 van de @@ -1959,6 +1960,110 @@ De netbeheerder van het net op zee verstrekt de aangeslotene die beschikt over e ### Paragraaf 7.1. Het recht op transport +### Artikel 7.0a + +**1.** + +De netbeheerder geeft onder de in artikel 7.0b, eerste lid, onderdeel a, bedoelde omstandigheden alleen prioriteit bij de toekenning van transportcapaciteit indien: + +a. een partij om prioriteit verzoekt; en +b. de partij die om prioriteit verzoekt voldoet aan de vereisten uit het tweede lid, onderdeel a, of het tweede lid, onderdeel b. + +**2.** + +De netbeheerder geeft een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, alleen prioriteit: + +a. voor de functie genoemd in tabel 1, van bijlage 22: + +1°. indien de netbeheerder vaststelt dat de verzoekende partij een congestie-verzachter is overeenkomstig de omschrijving in tabel 1 van bijlage 22; en +2°. indien de verzoeker contractuele afspraken heeft gemaakt met de netbeheerder waarin is vastgelegd dat hij zich zal gedragen als congestie-verzachter als bedoeld in de omschrijving in tabel 1, van bijlage 22; +b. voor de (sub)functie genoemd in tabel 2 of tabel 3 van bijlage 22: + +1°. indien de verzoekende partij aangeeft dat hij een (sub)functie overeenkomstig de omschrijving in tabel 2 of tabel 3, van bijlage 22 uitoefent; +2°. indien de verzoekende partij de in tabel 4, van bijlage 22, genoemde bewijsstukken heeft overgelegd aan de netbeheerder; en +3°. indien de gevraagde transportcapaciteit alleen wordt gebruikt voor de afname van elektriciteit. + +**3.** + +De in tabel 4, van bijlage 22 bedoelde bestuursverklaring bevat: + +a. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving zoals opgenomen per (sub)functie in tabel 2 of tabel 3, van bijlage 22; +b. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of taken als bedoeld in tabel 2 of tabel 3, van bijlage 22, en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit; +c. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten; +d. een verklaring dat de bewijsstukken als bedoeld in tabel 4, van bijlage 22, compleet zijn; +e. een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld; en +f. instemming dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen indien de verklaring niet naar waarheid is ingevuld en/of indien er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 22. + +**4.** + +In aanvulling op het derde lid, bevat de in tabel 4, van bijlage 22, bedoelde bestuursverklaring voor de functie woonbehoefte als bedoeld in tabel 3, van bijlage 22: + +a. indien er sprake is van kleinschalige andere activiteiten bij de woonfunctie, een deugdelijke motivering dat de kleinschalige andere activiteiten nodig zijn om de woonfunctie te realiseren; en/of +b. indien er sprake is van collectieve voorzieningen waarvoor een aansluiting met een totale doorlaatwaarde van groter dan 3x35A nodig is, een deugdelijke motivering dat de collectieve voorziening en de daaraan gekoppelde aansluiting nodig is. + +**5.** De netbeheerder stelt na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en in overleg met de verzoekende partij als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vast of de partij kwalificeert als congestie-verzachter als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en informeert de verzoekende partij daar schriftelijk over. + +**6.** De netbeheerder toetst binnen twintig werkdagen na ontvangst van het verzoek, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of de verzoekende partij voldoet aan de vereisten uit het tweede lid, onderdeel b. + +**7.** De netbeheerder informeert een verzoekende partij als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, schriftelijk of het verzoek voldoet aan de vereisten uit het tweede lid, onderdeel b. + +**8.** + +Indien de netbeheerder in zijn verzorgingsgebied per kwartaal bij meer dan 25% van het totaal aantal transportverzoeken zoals bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 een prioriteringsverzoek, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ontvangt, meldt hij dit aan de Autoriteit Consument en Markt. De netbeheerder kan daarop in afstemming met de Autoriteit Consument en Markt besluiten: + +a. om de toekenning van prioriteit tijdelijk te staken; +b. hoe tijdens de periode van staking wordt omgegaan met het toekennen van transportcapaciteit; en +c. hoe na een periode van staking, als bedoeld in onderdeel a, de werkwijze waarbij prioriteit wordt toegekend weer wordt gestart. + +**9.** Indien sprake is van een staking als bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, vermeldt de netbeheerder de reden voor het staken en de duur daarvan op de website als bedoeld in artikel 9.8. + +### Artikel 7.0b + +**1.** + +De netbeheerder hanteert voor het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998: + +a. indien het transportverzoek betrekking heeft op gebieden als bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, de volgorde van prioriteit als bedoeld in het derde lid; of +b. indien het transportverzoek betrekking heeft op andere gebieden, de volgorde op basis van binnenkomst. + +**2.** Indien een aanvrager op basis van artikel 9.6, derde lid, zijn verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport wijzigt, blijft zijn initiële plaats bij de volgorde als bedoeld in het eerste lid behouden. + +**3.** + +De netbeheerder bepaalt de volgorde van prioriteit, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, als volgt: + +a. verzoeken uit tabel 1 van bijlage 22, aan wie op grond van artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel a, door de netbeheerder prioriteit is toegekend hebben de hoogste prioriteit; +b. verzoeken uit tabel 2 van bijlage 22, aan wie op grond van artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel b, door de netbeheerder prioriteit is toegekend hebben de op één na hoogste prioriteit; +c. verzoeken uit tabel 3 van bijlage 22, aan wie op grond van artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel b, door de netbeheerder prioriteit is toegekend hebben de op twee na hoogste prioriteit; +d. verzoeken van partijen zonder toegekende prioriteit krijgen geen prioriteit. + +**4.** Voor partijen als bedoeld in het derde lid, geldt dat de netbeheerder bij het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 de volgorde van de in dat lid genoemde onderdelen hanteert en per onderdeel de volgorde van het moment van binnenkomst van het transportverzoek. + +**5.** Voordat de netbeheerder een partij of meerdere partijen op basis van de volgorde als bedoeld in het derde en vierde lid, een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 doet, toetst de netbeheerder in lijn met artikel 7.0a, zesde lid, eerst alle verzoeken als bedoeld in artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel b, die de netbeheerder heeft ontvangen tot de dag voorafgaand aan het vrijkomen van transportcapaciteit. + +### Artikel 7.0c + +**1.** Indien de netbeheerder op grond van artikel 7.0b, derde lid, onderdeel a, prioriteit heeft gegeven aan een partij als bedoeld in artikel 7.0a, eerste lid, onderdeel a, en deze partij de met de netbeheerder gemaakte contractuele afspraken als bedoeld in artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel a, vervolgens niet nakomt, neemt de netbeheerder de toegekende transportcapaciteit af. + +**2.** Indien de netbeheerder op grond van artikel 7.0b, derde lid, onderdelen b en c, prioriteit heeft gegeven aan een partij als bedoeld in artikel 7.0a, eerste lid, onderdeel a, en vervolgens blijkt dat deze partij in strijd met artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel b, onjuiste of frauduleuze bewijsstukken heeft overgelegd bij zijn prioriteringsverzoek, neemt de netbeheerder de toegekende transportcapaciteit af. + +**3.** De netbeheerder stelt de partij van wie transportcapaciteit is afgenomen als bedoeld in het eerste en tweede lid, in staat om een nieuw verzoek tot het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en een verzoek als bedoeld in artikel 7.0a, eerste lid, in te dienen. + +**4.** De netbeheerder meldt afgenomen transportcapaciteit als bedoeld in het eerste en tweede lid binnen een maand na afname aan de Autoriteit Consument en Markt. + +### Artikel 7.0d + +De netbeheerder rapporteert jaarlijks uiterlijk op 31 maart over het afgelopen kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt over zijn verzorgingsgebied: + +a. afzonderlijk voor tabel 1 van bijlage 22 en per (sub)functie in tabel 2 en tabel 3, van bijlage 22: + +1°. het aantal ontvangen prioriteringsverzoeken; +2°. het aantal toegewezen prioriteringsverzoeken; +3°. het totaal toegewezen transportvermogen; en +4°. het aantal afgewezen prioriteringsverzoeken. +b. het totaal aantal transportverzoeken als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 waarvoor de netbeheerder nog geen aanbod voor transportcapaciteit heeft gedaan; en +c. de doorlooptijden van de behandeling van prioriteringsverzoeken. + ### Artikel 7.1 **1.** Transport vindt plaats op grond van een tussen de netbeheerder en de aangeslotene te sluiten aansluit- en transportovereenkomst en zal voorts alleen plaatsvinden indien de aangeslotene tevens op grond van deze aansluit- en transportovereenkomst recht heeft op een aansluiting en indien bij de netbeheerder bekend is welke partijen ten behoeve van de desbetreffende aansluiting, of, indien het een aansluiting betreft waaraan secundaire allocatiepunten zijn toegekend, voor alle allocatiepunten van de desbetreffende aansluiting, optreden als leverancier, BRP en, indien het een grootverbruikaansluiting betreft, meetverantwoordelijke. De respectievelijke identificaties van genoemde partijen legt de netbeheerder op grond van de artikelen 2.1.3 tot en met 2.1.5a van de Informatiecode elektriciteit en gas vast in zijn aansluitingenregister. @@ -2242,6 +2347,49 @@ b. door de netbeheerder wordt gebruikt voor de elektrische veiligheid van de laa **3.** Op laagspanningsnetten die op grond van dit artikel aangepast zijn, is artikel 7.11, tweede lid van overeenkomstige toepassing. +### Paragraaf 7.4. Het gecontracteerd transportvermogen + +### Artikel 7.13 + +1. De netbeheerder kan het gecontracteerde vaste transportvermogen van een aangeslotene verlagen indien: + +a. de desbetreffende aansluiting gelegen is in een congestiegebied als bedoeld in artikel 9.9, eerste lid; en +b. de aangeslotene: + +1°. bij een aansluiting op een middenspanningsnet gedurende de twaalf voorafgaande maanden ten hoogste 50% van het gecontracteerd transportvermogen heeft benut of gedurende de twaalf voorafgaande maanden 1 MW of meer van het gecontacteerd transportvermogen niet heeft benut; +2°. bij een aansluiting op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau lager dan 110 kV, gedurende de twaalf voorafgaande maanden ten hoogste 50% van het gecontracteerd transportvermogen heeft benut of gedurende de twaalf voorafgaande maanden 1 MW of meer van het gecontacteerd transportvermogen niet heeft benut; of +3°. bij een aansluiting op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 110 kV, gedurende de twaalf voorafgaande maanden ten hoogste 50% van het gecontracteerd transportvermogen heeft benut of gedurende de twaalf voorafgaande maanden 10 MW of meer van het gecontacteerd transportvermogen niet heeft benut; en +c. het onder b bedoelde niet benutte deel van het transportvermogen, of een gedeelte daarvan, niet binnen een redelijke termijn benut zal worden door de aangeslotene, zoals beschreven in het tweede tot en met het vierde lid. +2. Wanneer de netbeheerder constateert dat wordt voldaan aan het eerste lid, onderdelen a en b: + +a. stelt de netbeheerder de aangeslotene hiervan schriftelijk op de hoogte; +b. stelt de netbeheerder de aangeslotene in de gelegenheid om binnen twee maanden na de onder a bedoelde schriftelijke melding, in overleg te treden met de netbeheerder over of, in welke mate en binnen welke termijn, het transportvermogen naar verwachting zal worden benut; +c. legt de netbeheerder schriftelijk ten minste vast: + +1°. of het in onderdeel b genoemde overleg heeft plaatsgevonden; +2°. indien het in onderdeel b genoemde overleg heeft plaatsgevonden, of, in welke mate en binnen welke termijn de aangeslotene verwacht het transportvermogen te zullen benutten; en +3°. de informatie die aangeslotene naar voren heeft gebracht in het kader van sub 2. +d. deelt de netbeheerder de informatie als bedoeld in onderdeel c, binnen 10 werkdagen nadat het in onderdeel b bedoelde overleg heeft plaatsgevonden, of direct na afloop van de in onderdeel b genoemde termijn, indien het overleg niet heeft plaatsgevonden, met de aangeslotene. +e. stelt de netbeheerder de aangeslotene in de gelegenheid binnen 10 werkdagen na het delen van de informatie als bedoeld in onderdeel d schriftelijk hierop te reageren. +3. Binnen één maand na de in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde termijn, of indien het in onderdeel b bedoelde overleg niet heeft plaatsgevonden, direct na afloop van de in het tweede lid, onderdeel b, genoemde termijn van twee maanden, stelt de netbeheerder vast in welke mate de aangeslotene binnen een termijn van ten minste twaalf maanden, gerekend vanaf de in het tweede lid, onderdeel a genoemde schriftelijke melding, het gecontracteerd transportvermogen zal gebruiken. De netbeheerder betrekt hierbij: + +a. voor zover beschikbaar, de hoogste kW_max-waarde van de aangeslotene over de voorafgaande 24 maanden; +b. de prognoses als bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, onderdeel e, of artikel 13.13, eerste lid, onderdeel b, of als bedoeld in artikel 13.12, eerste lid, onderdeel e, of artikel 13.14, eerste lid, onderdeel b; +c. de informatie die volgt uit het tweede lid, onderdelen b, c en e; en +d. de informatie die volgt uit het zevende lid. +4. Indien de netbeheerder op grond van het derde lid vaststelt dat het gecontracteerd transportvermogen niet binnen de in het derde lid genoemde termijn van ten minste twaalf maanden volledig gebruikt wordt, stelt de netbeheerder het nieuwe gecontracteerd transportvermogen vast op: + +a. voor zover beschikbaar, de hoogste kW_max-waarde als bedoeld in het derde lid, onderdeel a; +b. of, indien dat hoger is dan de kW_max-waarde als bedoeld in onderdeel a en de aangeslotene dit aannemelijk maakt, naar de waarde die volgt uit de prognoses als bedoeld in het derde lid, onderdeel b; +c. of, indien dat hoger is dan de kW_max-waarde als bedoeld in onderdeel a en de aangeslotene dit aannemelijk maakt, naar de waarde zoals volgt uit het derde lid, onderdeel c. +5. De in het vierde lid bedoelde aanpassing van het gecontracteerde transportvermogen gaat in op het moment dat de netbeheerder het door de aangeslotene gecontracteerde transportvermogen aanpast in de aansluit- en transportovereenkomst en de netbeheerder de aangeslotene hierover schriftelijk informeert. +6. Na een aanpassing als bedoeld in het vijfde lid kan het gecontracteerd transportvermogen conform artikel 24 van de Elektriciteitswet 1998 verhoogd worden, indien de aangeslotene hier om verzoekt en, indien sprake is van een congestiegebied als bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, de aangeslotene op grond van nieuwe prognoses als bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, onderdeel e of artikel 13.13, eerste lid, onderdeel b, of als bedoeld in artikel 13.12, eerste lid, onderdeel e, of artikel 13.14, eerste lid, onderdeel b, aannemelijk maakt dat hij het verzochte transportvermogen nodig heeft. +7. Het gecontracteerd transportvermogen wordt niet aangepast bij: + +a. aansluitingen ten behoeve van vitale processen zoals gepubliceerd door de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, anders dan aansluitingen van elektriciteitsproductie-installaties, indien het beperken van het gecontracteerd transportvermogen een risico vormt voor het functioneren van het desbetreffende vitale proces; +b. aansluitingen van de Dienst Justitiële Inrichtingen, ziekenhuizen en openbaar vervoersbedrijven voor zover het aanpassen van gecontracteerd transportvermogen direct van invloed is op het functioneren van maatschappelijke voorzieningen; en +c. aansluitingen waarvoor geldt dat de aangeslotene aantoont dat het gecontracteerd transportvermogen incidenteel en onverwacht moet kunnen worden aangesproken voor vanuit de technische veiligheid van de installatie onvermijdelijke belastingen. + ## Hoofdstuk 8. Kwaliteitsvoorwaarden ### Artikel 8.1 @@ -2383,12 +2531,17 @@ c. 0,5 Hertz per seconde als voortschrijdend gemiddelde over een tijdvenster van **1.** -De netbeheerder dient een vergoeding te betalen bij het afschakelen van een elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op een hoogspanningsnet zonder enkelvoudige storingsreserve, dan wel op het onderliggende net, indien: +De netbeheerder dient een vergoeding te betalen aan de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid die met gebruikmaking van de vrijstellingen voor productie als bedoeld in artikel 4a.1, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.2, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.3, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.3, onderdeel b, subonderdeel 2°, artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° en artikel 4a.4 eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas is aangesloten op een hoogspanningsnet of op het onderliggende middenspanningsnet bij het afschakelen van een elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op een hoogspanningsnet zonder enkelvoudige storingsreserve, dan wel op het onderliggende net, indien: -– er sprake is van een uitvalsituatie gedurende normaal bedrijf; en -– de uitvalsituatie langer duurt dan de compensatievrije hersteltijden genoemd in de compensatieregeling in artikel 8.8, eerste lid. +a. er sprake is van een uitvalsituatie gedurende normaal bedrijf als bedoeld in de hiervoor genoemde onderdelen van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas; en +b. de elektriciteitsproductie-eenheid ten gevolge van deze uitvalsituatie wordt afgeschakeld of afgeregeld; en +c. de uitvalsituatie langer duurt dan de compensatievrije hersteltijden genoemd in de compensatieregeling in artikel 8.8, eerste lid. -**2.** Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt aangesloten bij de elementen uit artikel 13, zevende lid, van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit. +**2.** Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt aangesloten bij de elementen uit artikel 13, zevende lid, van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit. + +**3.** + +De kosten voor de vergoeding als bedoeld in het eerste lid komen voor rekening van de netbeheerder in wiens net de oorzaak van de uitvalsituatie lag. ### Artikel 8.11 @@ -2407,6 +2560,58 @@ b. 18 weken na ontvangst van de acceptatie van de offerte indien het verzoek een **5.** Als er sprake is van overmacht, als bedoeld in het eerste lid, brengt de netbeheerder de aangeslotene hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte. Een beroep op overmacht is mogelijk tot het verstrijken van de op grond van het tweede, derde of vierde lid van toepassing zijnde termijn. +### Artikel 8.12 + +**1.** Indien de netbeheerder een dynamische regionale wachttijd hanteert, berekent de netbeheerder ieder kwartaal de dynamische regionale wachttijd volgens de methode in artikel 1, van bijlage 20. + +**2.** De netbeheerder publiceert de dynamische regionale wachttijd op de website als bedoeld in artikel 9.8. + +**3.** De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de ACM de berekeningen als bedoeld in het eerste lid. + +**4.** De netbeheerder spant zich ervoor in om de dynamische regionale wachttijd te verminderen. + +### Artikel 8.13 + +**1.** + +Na ontvangst van een ondertekende offerte voor de aanleg of wijziging van een aansluiting met doorlaatwaarde groter dan 3X80A maar met een aansluitcapaciteit kleiner dan of gelijk aan 10 MVA als bedoeld in artikel 8.4, onderdeel e, realiseert de netbeheerder de gevraagde aansluiting of wijziging uiterlijk in de laatste week van de realisatietermijn die wordt vastgesteld op grond van dit artikel, tenzij er sprake is van overmacht als bedoeld in artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek, of omstandigheden die buiten de invloed van de netbeheerder liggen die de netbeheerder redelijkerwijs niet had kunnen voorzien, waaronder onder meer maar niet uitsluitend gerekend worden: + +a. niet tijdige verlening van vergunningen of toestemmingen van derden; +b. weersomstandigheden (vorst); of +c. omstandigheden die de aangeslotene zijn toe te rekenen zoals het niet tijdig beschikbaar hebben van een geschikte ruimte voor de aansluiting. + +**2.** + +De netbeheerder bepaalt, behoudens de situatie als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, binnen 5 weken na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, op basis van bijlage 21, de week waarin de aansluiting ten uiterste gerealiseerd is, waarbij geldt dat deze week, ten opzichte van het moment van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, niet verder in de toekomst ligt dan: + +a. 26 weken, vermeerderd met de eventueel van toepassing zijnde dynamische regionale wachttijd als bedoeld in artikel 8.12 zoals die gold op de datum van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, indien de complexiteitscategorie ‘laag’ is; +b. 52 weken, vermeerderd met de eventueel van toepassing zijnde dynamische regionale wachttijd als bedoeld in artikel 8.12 zoals die gold op de datum van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, indien de complexiteitscategorie ‘midden’ is; en +c. een door de netbeheerder vast te stellen aantal weken, indien de complexiteitscategorie ‘hoog’ is waarbij de netbeheerder inzichtelijk maakt dat deze vast te stellen termijn in redelijkheid niet korter kan zijn, vermeerderd met de eventueel van toepassing zijnde dynamische regionale wachttijd als bedoeld in artikel 8.12 zoals die gold op de datum van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte. + +**3.** + +Indien de netbeheerder geen aanbod doet voor het uitvoeren van transport overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.6, derde lid, en de periode tussen de in het eerste lid bedoelde ontvangst van de ondertekende offerte en het beschikbaar komen van transport: + +a. langer is dan twee jaar, bepaalt de netbeheerder, in afwijking van de termijn genoemd in de aanhef van het tweede lid, uiterlijk twee jaar voor het geplande beschikbaar komen van transport de in het tweede lid bedoelde week waarin de aansluiting ten uiterste gerealiseerd is; of +b. langer is dan de uit het tweede lid volgende week waarin de aansluiting ten uiterste gerealiseerd is, realiseert de netbeheerder de aansluiting of de wijziging uiterlijk dertien weken na het beschikbaar komen van transport. + +**4.** De netbeheerder en de aangeslotene kunnen gezamenlijk een latere week van realisatie overeenkomen dan de week van realisatie bedoeld in het tweede lid. + +**5.** + +Indien in de periode tussen de in het eerste lid bedoelde ontvangst van de ondertekende offerte en de op grond van het tweede, derde of vierde lid bepaalde week waarin de aansluiting ten uiterste gerealiseerd is, sprake is van overmacht of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid: + +a. wordt de in het tweede, derde, of vierde lid bedoelde uiterste week van realisatie uitgesteld met de vertraging die het gevolg is van de situatie van overmacht of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid; en +b. spant de netbeheerder zich in om het in onderdeel a bedoelde uitstel zo kort mogelijk te laten zijn. + +**6.** + +De netbeheerder: + +a. communiceert schriftelijk de op grond van het tweede, derde of vierde lid bepaalde uiterste week van realisatie aan de aangeslotene; +b. draagt zorg voor transparante communicatie over de uitvoering van de bepalingen van dit artikel en informeert de aanvrager op een toegankelijke wijze over de voortgang; en +c. zal de aangeslotene adequaat en met een transparante onderbouwing informeren zodra er afwijkingen ontstaan op de gemaakte afspraken, bijvoorbeeld door overmacht of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid. + ## Hoofdstuk 9. Bedrijfsvoeringsvoorwaarden ### Paragraaf 9.1. Voorwaarden met betrekking tot het oplossen van fysieke congestie @@ -2705,7 +2910,7 @@ d. Indien door toepassing van de in onderdeel b of c bedoelde maatregelen de kne **7.** De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet coördineert de regeling van de trapstanden van de transformatoren van netten met een spanningsniveau groter dan of gelijk aan 110 kV naar netten met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV. -**8.** Het in het eerste tot en met zevende lid bepaalde is tevens van toepassing op gesloten distributiesystemen aangesloten op hoogspanningsniveau. In deze leden dient dan in plaats van ‘de netbeheerders’ gelezen te worden ‘de beheerder van het gesloten distributiesysteem en de netbeheerder’. +**8.** Het in het eerste tot en met zevende lid bepaalde is tevens van toepassing op gesloten distributiesystemen aangesloten op hoogspanning. In deze leden dient dan in plaats van ‘de netbeheerders’ gelezen te worden ‘de beheerder van het gesloten distributiesysteem en de netbeheerder’. ### Paragraaf 9.5. Voorwaarden met betrekking tot training @@ -3982,6 +4187,33 @@ d. het totaalbedrag. **3.** De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert momentopnames van de balans-delta in de balans-delta publicatie op zijn website. +### Artikel 10.42 + +**1.** + +De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan de prekwalificatie van een BSP voor de levering van een bepaald balanceringsproduct intrekken, onverminderd de resterende geldigheidsduur van de prekwalificatie van de desbetreffende reserveleverende eenheden of reserveleverende groepen als bedoeld in artikel 155 of 159 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO), indien: + +a. de BSP het desbetreffende balanceringsproduct niet volgens specificatie levert en overleg hieromtrent tussen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de BSP niet binnen drie maanden na de eerste melding van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet van de foutieve levering tot verbetering bij de BSP leidt, zodat het desbetreffende product alsnog overeenkomstig de specificatie wordt geleverd; +b. de BSP op grond van artikel 13.33, tweede lid, voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct de toegang geweigerd is tot het centrale communicatiesysteem als bedoeld in artikel 13.32, eerste lid; of +c. de BSP niet meer beschikt over één of meer reserveleverende eenheden of reserveleverende groepen voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct overeenkomstig de van toepassing zijnde productspecificaties die met succes het prekwalificatieproces, als bedoeld in artikel 155 of 159 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO), hebben doorlopen en er binnen zes maanden na deze constatering geen nieuwe reserveleverende eenheid of reserveleverende groep ter prekwalificatie wordt aangeboden. + +**2.** De prekwalificatie van een BSP voor de levering van een bepaald balanceringsproduct wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet hiertoe overeenkomstig het eerste lid besluit. + +**3.** Wanneer de prekwalificatie van een BSP voor de levering van een bepaald balanceringsproduct is ingetrokken, schrijft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de desbetreffende BSP onverwijld uit het BSP-register uit voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct. + +### Artikel 10.43 + +**1.** + +De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan de erkenning van een BSP intrekken indien: + +a. de BSP niet meer over een prekwalificatie voor de levering van één of meer balanceringsproducten beschikt; of +b. de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voorziet dat een BSP niet langer in staat zal zijn, zijn financiële verplichtingen na te komen of voor een BSP de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is uitgesproken, surséance van betaling is verleend, respectievelijk faillissement is uitgesproken. + +**2.** Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de erkenning van een BSP intrekt, trekt hij tevens alle prekwalificaties voor de levering van balanceringsproducten van de desbetreffende BSP in, onverminderd de resterende geldigheidsduur van de prekwalificatie van de desbetreffende reserveleverende eenheden of reserveleverende groepen, als bedoeld in artikel 155 of 159 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO). + +**3.** Wanneer de erkenning van een BSP is ingetrokken, schrijft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de desbetreffende BSP onverwijld uit het BSP-register uit. + ## Hoofdstuk 11. Leveringszekerheid ### Artikel 11.1 @@ -5798,3 +6030,9 @@ L = laaguren ## Bijlage 18. bij ## Bijlage 19. bij + +## Bijlage 20. bij + +## Bijlage 21. bij + +## Bijlage 22. bij