From 82633a3f8ade79f57b7e37386a6ec4f13865c440 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Aug 2022 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2022-08-01 | BWBR0017017 | Wet kinderopvang --- wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md | 27 ++-------------------- 1 file changed, 2 insertions(+), 25 deletions(-) diff --git a/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md b/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md index cca36274586..9f266a2a08a 100644 --- a/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md +++ b/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md @@ -137,10 +137,6 @@ b. gastouderopvang in een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang. **3.** Een ouder en diens partner die tevens ouder is worden voor de toepassing van deze wet geacht gezamenlijk één aanspraak te hebben. -### Artikel 1.5a - -Onverminderd de artikelen 1.5 en 1.6 heeft een ouder die tijdelijk bescherming geniet als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij onder de reikwijdte valt van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 71/1) of een verlenging van dat besluit, aanspraak op kinderopvangtoeslag. - ### Artikel 1.6 **1.** @@ -164,7 +160,7 @@ j. is ingeschreven bij een school of instelling, voor het volgen van: 1°. voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger of middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend beroepsonderwijs, praktijkonderwijs of andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 5, van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 14, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra; 2°. een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; -3°. een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.1.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs die verzorgd wordt door een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van die wet, of door een instelling die op grond van artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs bevoegd is een diploma uit te reiken voor die opleiding; of +3°. een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.1.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs die verzorgd wordt door een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van die wet, of door een instelling die op grond van artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs bevoegd is een diploma uit te reiken voor die opleiding; of 4°. een associate degree-opleiding, een bacheloropleiding, een masteropleiding of een postinitiële masteropleiding als bedoeld in de artikelen 7.3a of 7.3b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waarvoor accreditatie is verleend of die een toets nieuwe opleiding met positief gevolg heeft ondergaan;. k. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; l. dit onderdeel is nog niet in werking getreden. @@ -280,22 +276,7 @@ De kinderopvangtoeslag blijft buiten beschouwing bij de verlening van andere op ### Artikel 1.12 -**1.** Het college stelt op aanvraag van de ouder vast of hij of zijn partner dan wel het kind van de ouder een geïndiceerde persoon is als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdeel k of l, en in welke mate uit dien hoofde, voor zover andere voorzieningen geen passender oplossing kunnen bieden, kinderopvang in de zin van deze wet noodzakelijk is. - -**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend bij het college van de gemeente waar de ouder zijn woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. - -**3.** Alvorens te besluiten, wint het college ten behoeve van de vaststelling van de noodzakelijkheid van kinderopvang als bedoeld in het eerste lid advies in van een onafhankelijke organisatie die beschikt over adequate deskundigheid. - -**4.** Het besluit van het college vermeldt de geldigheidsduur van de indicatie. - -**5.** Het college kan periodiek herindicatie verrichten van personen als bedoeld in het eerste lid. De herindicatie vindt plaats overeenkomstig het derde lid. - -**6.** - -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen: - -a. nadere regels worden gesteld met betrekking tot de krachtens dit artikel aan de gemeente opgedragen taken en de wijze van uitoefening daarvan; -b. organisaties als bedoeld in het derde lid worden aangewezen, waarbij tevens regels kunnen worden gesteld omtrent de door die organisaties te hanteren werkwijze. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 1.13 @@ -1505,10 +1486,6 @@ Artikel 1.6, tweede en derde lid, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerki a. op de dag voor dat tijdstip aanspraak had op kinderopvangtoeslag, en b. hij of zijn partner op dat tijdstip arbeid verrichtte, niet zijnde tegenwoordige arbeid waaruit inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten dan wel inkomen dat hiermee gelijkgesteld wordt op grond van artikel 1.6, vierde lid. -### Artikel 3.2c - -In afwijking van artikel 1.3, tweede lid, aanhef en onderdeel b, heeft een ouder die als gevolg van de Wet van 20 november 2024 tot wijziging van de Wet kinderopvang om aanspraak op kinderopvangtoeslag mogelijk te maken voor Oekraïense ontheemden gelet op het Uitvoeringsbesluit van de Raad tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001, en ouders met een partner buiten de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland ook aanspraak op kinderopvangtoeslag te geven (Stb. 2024, 390) aanspraak op kinderopvangtoeslag, over de periode van 4 maart 2022 tot en met de inwerkingtredingsdatum van die wet aanspraak op kinderopvangtoeslag, indien de aanvraag om kinderopvangtoeslag uiterlijk op de laatste dag van de kalendermaand die drie kalendermaanden is gelegen na de inwerkingtredingsdatum van die wet is ingediend. - ### Paragraaf 2. Slotbepalingen ### Artikel 3.3