2004-07-23 | BWBR0009344 | Wet inkomensvoorziening kunstenaars
This commit is contained in:
parent
f42ea58f0e
commit
82a484a93c
1 changed files with 23 additions and 30 deletions
|
|
@ -54,11 +54,11 @@ b. echtgenoot of gehuwde:
|
|||
|
||||
1.° degene die naar burgerlijk recht als zodanig wordt aangemerkt;
|
||||
2. degene die een geregistreerd partnerschap is aangegaan;
|
||||
3.° de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
|
||||
3.° de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
|
||||
c. ongehuwde: mede degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is;
|
||||
d. gezamenlijke huishouding: een gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, van de Wet werk en bijstand;
|
||||
e. alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
|
||||
f. alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad:
|
||||
e. alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
|
||||
f. alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
|
||||
g. gezin:
|
||||
|
||||
1°. de kunstenaar en zijn echtgenoot tezamen;
|
||||
|
|
@ -81,7 +81,7 @@ a. of zijn gezin niet over vermogen beschikt en het inkomen:
|
|||
2° van een alleenstaande ouder lager is dan f 2.117,53 per 1 juli 2004: € 1.036,63;
|
||||
3° van gehuwden lager is dan f 2.352,82 per 1 juli 2004: € 1.151,82;
|
||||
b. hetzij gedurende een zekere periode als kunstenaar werkzaam is geweest en met deze werkzaamheden gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode ten minste het in die maatregel te bepalen bruto-inkomen of bruto-omzet heeft verworven;
|
||||
c. hetzij de aanvraag op grond van deze wet heeft ingediend binnen 12 maanden nadat hij met goed gevolg een opleiding op het gebied van de kunst, een voortgezette opleiding op het gebied van de kunst, of een voortgezette opleiding bouwkunst als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek heeft voltooid, voorzover deze opleiding gericht is op de uitoefening van het kunstenaarschap, dan wel een daarmee vergelijkbare, door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen aan te wijzen, opleiding heeft voltooid.
|
||||
c. hetzij de aanvraag op grond van deze wet heeft ingediend binnen 12 maanden nadat hij met goed gevolg een opleiding op het gebied van de kunst, een voortgezette opleiding op het gebied van de kunst, of een voortgezette opleiding bouwkunst als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek heeft voltooid, voorzover deze opleiding gericht is op de uitoefening van het kunstenaarschap, dan wel een daarmee vergelijkbare, door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan te wijzen, opleiding heeft voltooid.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
|
|
@ -121,7 +121,7 @@ c. of zijn echtgenoot daarom verzoekt.
|
|||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders onderzoeken regelmatig of de omstandigheden bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, zich voordoen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, nadere regels stellen omtrent de regelmaat waarmee onderzoeken als bedoeld in het tweede lid moeten plaatsvinden.
|
||||
**3.** Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, nadere regels stellen omtrent de regelmaat waarmee onderzoeken als bedoeld in het tweede lid moeten plaatsvinden.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -139,7 +139,7 @@ Een kunstenaar kan opnieuw uitkering aanvragen indien een omstandigheid als bedo
|
|||
|
||||
**4.** Indien uitkering in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of verpanding is verleend tot het bedrag, bedoeld in het tweede lid, en het recht op uitkering wordt voortgezet, wordt het vermogen gebonden in de door de kunstenaar of zijn gezin in eigendom bewoonde woning opnieuw vastgesteld. Indien blijkt, dat het vermogen met ten minste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag is toegenomen wordt de uitkeringsverlening in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of verpanding voortgezet tot een bedrag gelijk aan het bedrag waarmee het vermogen is toegenomen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Indien na beëindiging van uitkeringsverlening onder verband van hypotheek of verpanding opnieuw recht op uitkering bestaat, wordt deze verleend met toepassing van de laatst gevestigde hypotheek.
|
||||
**5.** Indien na beëindiging van uitkeringsverlening onder verband van hypotheek of verpanding opnieuw recht op uitkering bestaat, wordt deze verleend met toepassing van de laatst gevestigde hypotheek of verpanding.
|
||||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de vaststelling van de waarde van de woning en de voorwaarden waaronder de uitkering in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of verpanding wordt verleend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -150,8 +150,8 @@ Een kunstenaar kan opnieuw uitkering aanvragen indien een omstandigheid als bedo
|
|||
De uitkering bedraagt per kalendermaand voor:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande: f1.152,88 per 1 juli 2004: € 564,39;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: het bedrag gelijk aan de som van de voor een dergelijk persoon geldende bijstandsnorm bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene bijstandswet en de maximale toeslag bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de Algemene bijstandswet, verminderd met het verschil tussen het maandelijkse bedrag voor een alleenstaande bedoeld in onderdeel a enerzijds en de voor een alleenstaande geldende bijstandsnorm bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene bijstandswet, vermeerderd met de voormelde maximale toeslag, anderzijds;
|
||||
c. gehuwden: het bedrag gelijk aan de voor dergelijke personen geldende bijstandsnorm bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene bijstandswet, verminderd met het verschil tussen het maandelijkse bedrag voor een alleenstaande bedoeld in onderdeel a enerzijds en de voor een alleenstaande geldende bijstandsnorm bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene bijstandswet, vermeerderd met de maximale toeslag bedoeld in artikel 33, tweede lid, van die wet, anderzijds.
|
||||
b. een alleenstaande ouder: het bedrag gelijk aan de som van de voor een dergelijk persoon geldende bijstandsnorm, bedoeld in artikel 21, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand en de maximale toeslag, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, verminderd met het verschil tussen het maandelijkse bedrag voor een alleenstaande, bedoeld in onderdeel a, enerzijds en de voor een alleenstaande geldende bijstandsnorm, bedoeld in artikel 21, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, vermeerderd met de voormelde maximale toeslag, anderzijds;
|
||||
c. gehuwden: het bedrag gelijk aan de voor dergelijke personen geldende bijstandsnorm, bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand, verminderd met het verschil tussen het maandelijkse bedrag voor een alleenstaande, bedoeld in onderdeel a, enerzijds en de voor een alleenstaande geldende bijstandsnorm, bedoeld in artikel 21, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, vermeerderd met de maximale toeslag, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, anderzijds.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de echtgenoot van de kunstenaar in een omstandigheid verkeert als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, c of d, wordt de hoogte van de uitkering vastgesteld op het bedrag voor een alleenstaande of voor een alleenstaande ouder.
|
||||
|
||||
|
|
@ -159,9 +159,11 @@ c. gehuwden: het bedrag gelijk aan de voor dergelijke personen geldende bijstand
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Zodra het inkomen van de kunstenaar en zijn gezin over het kalenderjaar waarin uitkering is verleend, bekend is, wordt de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 9, definitief vastgesteld en wordt de uitkering, overeenkomstig het derde lid, omgezet in een bedrag om niet, voorzover de kunstenaar en zijn gezin geen in aanmerking te nemen vermogen hebben en de uitkering niet is verstrekt in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek als bedoeld in artikel 8, tweede lid.
|
||||
**1.** Uiterlijk in het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de uitkering is verleend en binnen acht weken nadat de kunstenaar de benodigde gegevens heeft verstrekt, wordt de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 9, definitief vastgesteld en wordt de uitkering, overeenkomstig het derde lid, omgezet in een bedrag om niet, voorzover de kunstenaar en zijn gezin geen in aanmerking te nemen vermogen hebben en de uitkering niet is verstrekt in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of verpanding als bedoeld in artikel 8, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** De inhoudingsplichtige verstrekt gelijktijdig met zijn gegevensverstrekking aan de inspecteur bedoeld in artikel 101 van de uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 aan de kunstenaar een jaaropgave.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt op het bedrag, genoemd in artikel 9, eerste lid, het inkomen van de kunstenaar en zijn gezin over het kalenderjaar waarin uitkering is verleend, in mindering gebracht, voorzover de som van dat bedrag en het naar een gemiddeld maandbedrag omgerekende inkomen meer bedraagt dan:
|
||||
|
||||
|
|
@ -169,7 +171,7 @@ a. f 2.058,71 per 1 juli 2004: € 1.007,84 voor een alleenstaande;
|
|||
b. f 2.646,91 per 1 juli 2004: € 1.295,79 voor een alleenstaande ouder;
|
||||
c. f 2.941,03 per 1 juli 2004: € 1.439,78 voor gehuwden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien het bedrag van de verleende uitkering, bedoeld in artikel 9:
|
||||
|
||||
|
|
@ -177,9 +179,9 @@ a. lager is dan de definitief vastgestelde hoogte van de uitkering, wordt voor h
|
|||
b. gelijk is aan de definitief vastgestelde hoogte van de uitkering, wordt de als renteloze geldlening verleende uitkering omgezet in een bedrag om niet;
|
||||
c. hoger is dan de definitief vastgestelde hoogte van de uitkering, wordt de als renteloze geldlening verleende uitkering omgezet in een bedrag om niet tot een bedrag gelijk aan de definitief vastgestelde hoogte van de uitkering.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de verleende uitkering, bedoeld in artikel 9, als gevolg van het opleggen van een maatregel als bedoeld in artikel 16, tijdelijk geheel of gedeeltelijk is geweigerd, of als gevolg van het opleggen van een boete op grond van deze of een andere wet is gekort, wordt bij de vaststelling van de hoogte van de ambtshalve toe te kennen uitkering, bedoeld in het derde lid, onder a, de verleende uitkering in aanmerking genomen alsof de maatregel niet was opgelegd respectievelijk de korting niet had plaatsgevonden.
|
||||
**5.** Indien de verleende uitkering, bedoeld in artikel 9, als gevolg van het opleggen van een maatregel als bedoeld in artikel 16, tijdelijk geheel of gedeeltelijk is geweigerd, of als gevolg van het opleggen van een boete op grond van deze of een andere wet is gekort, wordt bij de vaststelling van de hoogte van de ambtshalve toe te kennen uitkering, bedoeld in het derde lid, onder a, de verleende uitkering in aanmerking genomen alsof de maatregel niet was opgelegd respectievelijk de korting niet had plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Indien de uitkering is verleend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of verpanding wordt:
|
||||
|
||||
|
|
@ -368,7 +370,7 @@ b. de uitkering moet worden beëindigd om de reden bedoeld in artikel 6, eerste
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien de kunstenaar de voor de verlening van de uitkering van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft versterkt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de kunstenaar anderszins onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, schorten burgemeester en wethouders het recht op uitkering op:
|
||||
Indien de kunstenaar de voor de verlening van de uitkering van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de kunstenaar anderszins onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, schorten burgemeester en wethouders het recht op uitkering op:
|
||||
|
||||
a. vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft, of
|
||||
b. vanaf de dag van het verzuim indien niet kan worden bepaald op welke periode dit verzuim betrekking heeft.
|
||||
|
|
@ -396,7 +398,7 @@ Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekkin
|
|||
a. indien een gedraging als bedoeld in artikel 16, eerste lid, of het niet of niet behoorlijk nakomen van een daar bedoelde verplichting heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering;
|
||||
b. indien anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Als de belanghebbende in het geval bedoeld in het eerste lid het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor gestelde termijn, trekken burgemeester en wethouders na het verstrijken van deze termijn het besluit tot toekenning van uitkering in met ingang van de eerste dag waarover het recht op uitkering is opgeschort.
|
||||
**2.** Als de belanghebbende in het geval, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor gestelde termijn, trekken burgemeester en wethouders na het verstrijken van deze termijn het besluit tot toekenning van uitkering in met ingang van de eerste dag waarover het recht op uitkering is opgeschort.
|
||||
|
||||
**3.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kunnen burgemeester en wethouders besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien.
|
||||
|
||||
|
|
@ -479,18 +481,9 @@ b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen
|
|||
|
||||
**1.** Een uitkering die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 16 ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, wordt van de kunstenaar teruggevorderd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald wordt teruggevorderd voor zover de kunstenaar dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen.
|
||||
|
||||
Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van een uitkering en terzake van weigering van een uitkering, herzien burgemeester en wethouders een dergelijk besluit of trekken zij dat in:
|
||||
|
||||
a. indien een gedraging als bedoeld in artikel 16, eerste lid, of het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel c, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van een uitkering;
|
||||
b. indien anderszins een uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
|
||||
|
||||
**3.** Als de kunstenaar in het geval, bedoeld in het eerste lid, het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor gestelde termijn, trekken burgemeester en wethouders na het verstrijken van deze termijn het besluit tot toekenning van een uitkering in met ingang van de eerste dag waarover het recht op een uitkering is opgeschort.
|
||||
|
||||
**4.** Hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald wordt teruggevorderd voor zover de kunstenaar dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen.
|
||||
|
||||
**5.** Terugvordering als bedoeld in het tweede lid vindt niet plaats, indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering.
|
||||
**3.** Terugvordering als bedoeld in het tweede lid vindt niet plaats, indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering.
|
||||
|
||||
### Artikel 23e
|
||||
|
||||
|
|
@ -576,7 +569,7 @@ c. heeft gehandeld in strijd met haar statuten of de voorschriften bedoeld in ar
|
|||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Onze Minister oefent de hem in de artikelen 26, 27 en 28 verleende taken en bevoegdheden uit in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
|
||||
Onze Minister oefent de hem in de artikelen 26, 27 en 28 verleende taken en bevoegdheden uit in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Verantwoording
|
||||
|
||||
|
|
@ -602,7 +595,7 @@ a. de ingevolge artikel 26 verstrekte adviezen;
|
|||
b. de hierop betrekking hebbende bescheiden;
|
||||
c. het onderzoek dat is verricht naar de juistheid en de volledigheid van de door de aanvrager verstrekte gegevens en de overgelegde bescheiden.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, regels stellen aangaande de in het eerste lid bedoelde administratie.
|
||||
**2.** Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, regels stellen aangaande de in het eerste lid bedoelde administratie.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Inlichtingenverplichting en gegevensuitwisseling
|
||||
|
||||
|
|
@ -636,7 +629,7 @@ Onze Minister kan aan burgemeester en wethouders, nadat zij gedurende acht weken
|
|||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders en de adviserende instelling zijn verplicht ten behoeve van de statistiek gegevens inzake de uitvoering van deze wet te verzamelen en kosteloos aan Onze Minister te verstrekken.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan na overleg met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen regels stellen met betrekking tot het verstrekken van de in het eerste en tweede lid bedoelde inlichtingen en gegevens.
|
||||
**3.** Onze Minister kan na overleg met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap regels stellen met betrekking tot het verstrekken van de in het eerste en tweede lid bedoelde inlichtingen en gegevens.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Financiering
|
||||
|
||||
|
|
@ -756,7 +749,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
Als adviserende instelling wordt met ingang van de inwerkingtreding van deze wet erkend de Stichting Kunstenaars & Cultuur en Ondernemerschap te 's-Gravenhage, zulks mede met toepassing van artikel 26, vierde lid.
|
||||
Als adviserende instelling wordt met ingang van de inwerkingtreding van deze wet erkend de Stichting Kunstenaars & Cultuur en Ondernemerschap te Amsterdam, zulks mede met toepassing van artikel 26, vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue