2023-01-01 | BWBR0002320 | Algemene wet inzake rijksbelastingen

This commit is contained in:
Coornhert 2023-01-01 12:00:00 +00:00
parent c7be9b87fb
commit 82aaf8eab2

View file

@ -616,13 +616,11 @@ Vervallen
**1.** Hij die bezwaar heeft tegen meer dan één belastingaanslag of voor bezwaar vatbare beschikking kan daartegen bezwaar maken bij één bezwaarschrift.
**2.** Indien de bedragen van een belastingaanslag en van een voor bezwaar vatbare beschikking waarbij een bestuurlijke boete wordt opgelegd op één aanslagbiljet zijn vermeld, wordt een bezwaarschrift tegen de belastingaanslag geacht mede te zijn gericht tegen de boete, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt.
**2.** Indien de bedragen van een belastingaanslag en van een voor bezwaar vatbare beschikking op één aanslagbiljet zijn vermeld, wordt de voor bezwaar vatbare beschikking voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep geacht onderdeel uit te maken van de belastingaanslag.
**3.** Indien artikel 30j, tweede lid, eerste volzin, van toepassing is, wordt de belastingrente voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep geacht onderdeel uit te maken van de belastingaanslag.
**3.** Indien een voor bezwaar vatbare beschikking waarbij een bestuurlijke boete is opgelegd en een voor bezwaar vatbare beschikking tot openbaarmaking als bedoeld in artikel 67r, tweede lid, in één geschrift zijn vervat, wordt een bezwaarschrift tegen de boete geacht mede te zijn gericht tegen de openbaarmaking ervan, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt.
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de revisierente, bedoeld in artikel 30i, het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de betalingskorting, bedoeld in artikel 27a van de Invorderingswet 1990.
**5.** Indien een voor bezwaar vatbare beschikking waarbij een bestuurlijke boete is opgelegd en een voor bezwaar vatbare beschikking tot openbaarmaking als bedoeld in artikel 67r, tweede lid, in één geschrift zijn vervat, wordt een bezwaarschrift tegen de boete geacht mede te zijn gericht tegen de openbaarmaking ervan, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt.
**4.** In afwijking van hetgeen in andere wetten is bepaald, is het tweede lid niet van toepassing op andere belastingen dan rijksbelastingen.
### Artikel 25
@ -715,7 +713,7 @@ d. de laatste bestuurder, aandeelhouder of vereffenaar in geval van een belastin
**1.** Hij die beroep instelt tegen meer dan één uitspraak kan dat doen bij één beroepschrift.
**2.** Artikel 24a, tweede en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Artikel 24a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 26c
@ -826,7 +824,7 @@ Behoudens indien het antwoord op de vraag, bedoeld in artikel 27ga, niet meer no
**1.** In afwijking van artikel 8:104, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht kunnen slechts de belanghebbende die bevoegd was beroep bij de rechtbank in te stellen en de inspecteur hoger beroep instellen.
**2.** De artikelen 24a, tweede en vijfde lid, 26a, derde lid, 26b, eerste lid, en 27c tot en met 27ge zijn van overeenkomstige toepassing in hoger beroep.
**2.** De artikelen 24a, derde lid, 26a, derde lid, 26b, eerste lid, en 27c tot en met 27ge zijn van overeenkomstige toepassing in hoger beroep.
**3.** De werking van de uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken of, indien hoger beroep is ingesteld, op het hoger beroep onherroepelijk is beslist. De eerste volzin geldt niet indien de uitspraak een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit betreft.
@ -900,7 +898,7 @@ d. een uitspraak van de voorzieningenrechter van het gerechtshof of de rechtbank
**5.** Tegen andere beslissingen van het gerechtshof, van de rechtbank of van de voorzieningenrechter kan slechts tegelijkertijd met het beroep in cassatie tegen de in het eerste of het tweede lid bedoelde uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld.
**6.** De artikelen 24a, tweede en vijfde lid, 26a, derde lid, en 26b, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
**6.** De artikelen 24a, derde lid, 26a, derde lid, en 26b, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
**7.** De werking van de uitspraak van het gerechtshof, de rechtbank of de voorzieningenrechter wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van beroep in cassatie is verstreken of, indien beroep in cassatie is ingesteld, op het beroep in cassatie is beslist.
@ -1127,11 +1125,15 @@ De renteberekening heeft als grondslag het te betalen bedrag aan belasting.
**2.** De belastingrente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag volgend op het kalenderjaar of boekjaar waarop de nageheven belasting betrekking heeft en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de naheffingsaanslag invorderbaar is ingevolge artikel 9 van de Invorderingswet 1990 en heeft als grondslag de nageheven belasting.
**3.** Het eerste lid vindt geen toepassing ingeval de naheffingsaanslag het gevolg is van een verbetering van een aangifte (suppletie), welke is gedaan binnen 3 maanden na het einde van het kalenderjaar of boekjaar waarop de nageheven belasting betrekking heeft.
**3.** Ingeval een naheffingsaanslag ter zake van loonbelasting, dividendbelasting, bronbelasting, overdrachtsbelasting, belasting van personenautos en motorrijwielen, accijns, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken of een in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belasting is vastgesteld overeenkomstig een verzoek, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend, in afwijking in zoverre van het tweede lid, uiterlijk 10 weken na de datum van ontvangst van het verzoek. Het verzoek wordt op een door de inspecteur aangegeven wijze ingediend.
**4.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing voor zover een in het eerste lid bedoelde belasting te laat, doch voordat een naheffingsaanslag is vastgesteld, wordt betaald, behoudens ingeval de betaling plaatsvindt binnen 3 maanden na het einde van het kalenderjaar of boekjaar waarop de te laat betaalde belasting betrekking heeft. Belastingrente wordt berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag volgend op het kalenderjaar of boekjaar waarop de te laat betaalde belasting betrekking heeft en eindigt op de dag van betaling en heeft als grondslag het bedrag van de te laat betaalde belasting.
**4.** Het eerste lid vindt geen toepassing ingeval de naheffingsaanslag het gevolg is van een verzoek dat is gedaan binnen 3 maanden na het einde van het kalenderjaar of boekjaar waarop de nageheven belasting betrekking heeft.
**5.** Indien een naheffingsaanslag ter zake waarvan belastingrente in rekening is gebracht naar aanleiding van een bezwaarschrift, een daaropvolgende gerechtelijke procedure of een ambtshalve vermindering wordt verminderd of wordt vernietigd, wordt de eerder in rekening gebrachte rente naar evenredigheid verminderd, onderscheidenlijk vernietigd.
**5.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing voor zover een in het eerste lid bedoelde belasting te laat, doch voordat een naheffingsaanslag is vastgesteld, wordt betaald, behoudens ingeval de betaling plaatsvindt binnen 3 maanden na het einde van het kalenderjaar of boekjaar waarop de te laat betaalde belasting betrekking heeft. Belastingrente wordt berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag volgend op het kalenderjaar of boekjaar waarop de te laat betaalde belasting betrekking heeft en eindigt op de dag van betaling en heeft als grondslag het bedrag van de te laat betaalde belasting.
**6.** Indien een naheffingsaanslag ter zake waarvan belastingrente in rekening is gebracht naar aanleiding van een bezwaarschrift, een daaropvolgende gerechtelijke procedure of een ambtshalve vermindering wordt verminderd of wordt vernietigd, wordt de eerder in rekening gebrachte rente naar evenredigheid verminderd, onderscheidenlijk vernietigd.
**7.** Voor de toepassing van het derde en vierde lid wordt onder een verzoek onder meer verstaan een herziening van een aangifte (suppletie) en een correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de loonbelasting 1964.
### Artikel 30ha
@ -1156,7 +1158,7 @@ Het percentage van de belastingrente bedraagt een bij algemene maatregel van bes
Met betrekking tot de inkomstenbelasting wordt rente revisierente verschuldigd, indien:
a. door de toepassing van artikel 19b, eerste lid of tweede lid, eerste volzin, van de Wet op de loonbelasting 1964 in verbinding met artikel 3.81 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of van artikel 3.83, eerste of tweede lid, dan wel artikel 7.2, achtste lid, van de laatstgenoemde wet de aanspraak ingevolge een pensioenregeling tot het loon wordt gerekend;
b. ingevolge artikel 3.133, 3.136 of 7.2, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Wet inkomstenbelasting 2001 premies voor een aanspraak op periodieke uitkeringen als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen, behoudens voorzover artikel 3.69, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van genoemde wet met betrekking tot deze negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen toepassing vindt;
b. ingevolge artikel 3.133, 3.136 of 7.2, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Wet inkomstenbelasting 2001 premies voor een aanspraak op periodieke uitkeringen als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen;
c. ingevolge artikel 3.135 of 7.2, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Wet inkomstenbelasting 2001 premies voor een aanspraak uit een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van die wet als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen.
**2.** De revisierente bedraagt 20 percent van de waarde in het economische verkeer van aanspraken als bedoeld in het eerste lid. In afwijking van de eerste volzin bedraagt de revisierente, ingeval artikel 3.136, tweede, derde of vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 van toepassing is, 20% van het bedrag dat ingevolge die leden als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking wordt genomen.
@ -1172,6 +1174,23 @@ Hierbij worden de bedragen van die navorderingsaanslagen gesteld op 50 percent v
**4.** Indien revisierente wordt berekend met betrekking tot inkomstenbelasting die betrekking heeft op inkomsten die in aanmerking zijn genomen op grond van de artikelen 3.83, eerste of tweede lid, 3.133, tweede lid, onderdelen h of j, 3.136, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid, of 7.2, achtste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, wordt bij de toepassing van het derde lid artikel 30fc, zesde lid, buiten toepassing gelaten.
### Artikel 30ia
**1.** Voor zover gedurende het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend het te betalen bedrag aan belasting reeds is geheven, dan wel op aangifte is voldaan of afgedragen, kan de inspecteur de belastingrente die over dat gedeelte van het tijdvak in rekening wordt gebracht verminderen naar evenredigheid van het reeds geheven, dan wel voldane of afgedragen bedrag.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de belastingrente die in rekening wordt gebracht over de periode vanaf de dagtekening van de vaststelling van de belastingaanslag ter zake waarvan de belastingrente wordt berekend.
**3.** Het eerste lid is voorts niet van toepassing voor zover het te betalen bedrag aan belasting bestaat uit loonbelasting of omzetbelasting.
**4.**
Bij ministeriële regeling kunnen:
a. situaties worden aangewezen waarin het te betalen bedrag aan belasting geacht wordt reeds te zijn geheven, dan wel op aangifte te zijn voldaan of afgedragen;
b. situaties worden aangewezen waarin het derde lid geen toepassing vindt;
c. nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het eerste lid;
d. regels worden gesteld op grond waarvan toepassing van het eerste lid om doelmatigheidsredenen achterwege blijft.
### Artikel 30j
**1.** De inspecteur stelt het bedrag van de belastingrente vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Met betrekking tot deze beschikking zijn de bepalingen in de belastingwet die gelden voor de belastingaanslag ter zake waarvan belastingrente wordt berekend, van overeenkomstige toepassing.
@ -1234,6 +1253,10 @@ De termijnen van artikel 11, derde lid, artikel 16, derde en vierde lid, en arti
In de gevallen waarin het volkenrecht, dan wel naar het oordeel van Onze Minister het internationale gebruik, daartoe noopt, wordt vrijstelling van belasting verleend. Onze Minister is bevoegd ter zake nadere regelen te stellen.
### Artikel 39a
Onze Minister neemt bij voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in hoofdstuk V een besluit tot afwijzing van een verzoek dat is gedaan ingevolge het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen of een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting in welk verzoek een onderneming of persoon als bedoeld in die verdragen die van oordeel is dat de maatregelen van een of van beide verdragsluitende staten voor haar, onderscheidenlijk hem, leiden of zullen leiden tot belastingheffing die niet in overeenstemming is met het betreffende verdrag Onze Minister verzoekt om in onderling overleg te treden met de bevoegde autoriteit van een andere staat.
### Artikel 40
Vervallen
@ -1379,6 +1402,16 @@ b. de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen.
**5.** Ingeval een administratieplichtige een door de inspecteur op het eerste lid, aanhef en onderdeel a, gebaseerde verplichting is nagekomen maar van oordeel is dat de verplichting onrechtmatig is opgelegd, kan hij verzoeken om vergoeding van kosten die rechtstreeks verband houden met deze nakoming. De inspecteur beslist op dat verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking en kent een redelijke kostenvergoeding toe in geval van een onrechtmatig opgelegde verplichting.
### Artikel 53bis
**1.** Rapporterende platformexploitanten als bedoeld in artikel 10j, eerste lid, en 10l, tweede lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, zijn verplicht om gegevens en inlichtingen als bedoeld in artikel 10j, tweede, derde en vijfde lid, en artikel 10l, derde en vijfde lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen te rapporteren aan de inspecteur, voor zover de te rapporteren verkoper, bedoeld in artikel 2e, onderdeel n, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, een ingezetene als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU is van Nederland of voor zover de relevante activiteit van de te rapporteren verkoper de verhuur van onroerende zaken betreft van in Nederland gelegen onroerende zaken. De rapporterende platformexploitant verstrekt de gegevens en inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode, bedoeld in artikel 2e, onderdeel u, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin een verkoper als te rapporteren verkoper is aangemerkt.
**2.** Artikel 10i van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de rapportage ziet op gegevens en inlichtingen als bedoeld in het eerste lid.
**3.** De artikelen 10j, achtste lid, 10l, zevende en achtste lid, 10m, 10o en 10p van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen zijn van overeenkomstige toepassing op de rapporterende platformexploitant, bedoeld in het eerste lid, met het oog op het door die platformexploitant rapporteren van gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid.
**4.** Bij toepassing van artikel 69 met betrekking tot de verplichtingen die volgen uit het eerste, tweede en derde lid vervalt het vereiste dat het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.
### Artikel 53a
**1.** Voor een weigering om te voldoen aan de verplichtingen ten behoeve van de belastingheffing van derden kunnen alleen bekleders van een geestelijk ambt, notarissen, advocaten, artsen en apothekers zich beroepen op de omstandigheid, dat zij uit hoofde van hun stand, ambt of beroep tot geheimhouding verplicht zijn.