diff --git a/wet/wet-toezicht-collectieve-beheersorganisaties-auteurs-en-naburige-rechten/BWBR0014779/README.md b/wet/wet-toezicht-collectieve-beheersorganisaties-auteurs-en-naburige-rechten/BWBR0014779/README.md index a818d65732c..d4ec834f9c7 100644 --- a/wet/wet-toezicht-collectieve-beheersorganisaties-auteurs-en-naburige-rechten/BWBR0014779/README.md +++ b/wet/wet-toezicht-collectieve-beheersorganisaties-auteurs-en-naburige-rechten/BWBR0014779/README.md @@ -170,3 +170,15 @@ Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht collectieve beheersorganisaties aute ### Artikel 19 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip. + +### Artikel 25a + +**1.** + +De paragrafen 1, 2, 4 en 5 alsmede de artikelen 7.3, leden 1, 3, 6, 7, 8 en 9, en 7.5 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector en de daarop berustende algemene maatregelen van bestuur alsmede de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 1.9 van die wet, zijn van overeenkomstige toepassing op collectieve beheersorganisaties, met dien verstande dat: + +a. wordt verstaan onder topfunctionaris: de leden van de uitvoerende, adviserende en toezichthoudende organen van een collectieve beheersorganisatie alsmede de hoogste ondergeschikte of de leden van de groep hoogste ondergeschikten aan dat orgaan en degene of degenen die is of zijn belast met de dagelijkse leiding van een collectieve beheersorganisatie. +b. de op grond van artikel 5.5, eerste lid, van die wet opgeëiste bedragen beschikbaar komen voor verdeling aan rechthebbenden, en +c. voor artikel 7.3, elfde lid van die wet wordt gelezen: Voor de toepassing van dit artikel blijft buiten beschouwing iedere wijziging in de bezoldiging of de duur van het dienstverband die is of wordt overeengekomen tussen 18 januari 2012 en het tijdstip waarop deze wet in werking treedt. + +**2.** De op grond van paragraaf 5 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector aan de Minister wie het aangaat toekomende bevoegdheden worden, in afwijking van artikel 5.1 van die wet, voor de overeenkomstige toepassing van die wet op collectieve beheersorganisaties uitgeoefend door het College van Toezicht. De in de artikelen 4.1, 4.2, 5.2, tweede lid, en 5.3 van genoemde wet bedoelde informatie wordt, in afwijking van die artikelen, verstrekt aan het College van Toezicht.